Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:624

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-02-2016
Datum publicatie
12-02-2016
Zaaknummer
EA VERZ 15-1255
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werknemer noemt in verzoekschrift tot vernietiging ontslag op staande voet (artikel 7:681 BW) abusievelijk verkeerde werkgever. Beide bedrijven delen hetzelfde adres en één juridische afdeling. Hoewel rectificatie buiten de termijn van twee maanden van artikel 7:686a BW plaatsvond, is werknemer toch ontvankelijk in zijn verzoek en zal alsnog een inhoudelijke beoordeling plaatsvinden.

Wetgever loopt met de toepasselijkheid van de verzoekschriftprocedure in de WWZ vooruit op de toekomstige deformalisering van het procesrecht. Dit is reden om verbetering van een kleine omissie als deze toe te staan, nu werkgever niet in haar verweer geschaad. Bovendien mag van goed werkgever in een situatie als deze worden verwacht dat zij zich niet uitsluitend formalistisch opstelt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/391
AR-Updates.nl 2016-0132
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 4631419 EA VERZ 15-1255

beschikking van: 9 februari 2016

func.: 25

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoeker

nader te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. J.A. van den Berg

t e g e n

de besloten vennootschap NS Stations Retailbedrijf B.V.

gevestigd te Utrecht

verweerster

nader te noemen: NS Stations Retailbedrijf BV

niet verschenen

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoeker] heeft een verzoek gedaan, primair om de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen, hem toe te laten tot het werk en het verschuldigde salaris uit te betalen, met nevenvorderingen. Subsidiair heeft [verzoeker] verzocht in plaats van de wedertewerkstelling hem de transitievergoeding en een billijke vergoeding toe te kennen. Bij schrijven van 2 december 2015, ingekomen ter griffie op dezelfde dag, heeft [verzoeker] verzocht de in het verzoekschrift genoemde verweerster NS Stations BV te wijzigen in NS Stations Retailbedrijf BV, de feitelijke werkgever van [verzoeker] .

NS Stations BV heeft een verweerschrift ingediend, dat op 13 januari 2016 ter griffie is ontvangen.

Op 19 januari 2016 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen is [verzoeker] in persoon, vergezeld door zijn gemachtigde. NS Stations Retailbedrijf BV is niet verschenen. NS Stations BV is verschenen bij haar gemachtigde mr. L. Kloosterman, advocaat in dienst van NS Legal-Groep.

Beschikking is bepaald op heden.

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de stukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , is op [datum] in dienst getreden bij Servex BV, de rechtsvoorgangster van NS Stations Retailbedrijf BV. De laatste functie die [verzoeker] vervulde, is die van Formule medewerker bij de NS Kiosk [vestiging] , met een salaris van € 2.116,44 bruto exclusief vakantiegeld, bij een werkweek van 38 uur.

1.2.

NS Stations BV is bestuurder en enig aandeelhouder van NS Stations Retailbedrijf BV. Beide vennootschappen zijn gevestigd op het adres Stationshal 17 3511 CE Utrecht en delen een juridische afdeling.

1.3.

Op 25 september 2015 is [verzoeker] door NS Stations Retailbedrijf BV op staande voet ontslagen.

Beoordeling

2. Ter zitting heeft de gemachtigde van NS Stations BV desgevraagd verklaard niet namens NS Stations Retailbedrijf BV te zijn verschenen. NS Stations BV stelt zich op het standpunt dat [verzoeker] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek, omdat dit was gericht tegen de verkeerde partij, te weten NS Stations BV. NS Stations BV voert daartoe het volgende aan. [verzoeker] was niet bij NS Stations BV, maar bij NS Stations Retailbedrijf BV in dienst, zodat het verzoekt tegen de laatste gericht had moeten worden. Volgens NS Stations BV heeft [verzoeker] met het verzoek tot rectificatie van 2 december 2015, waarin hij verzoekt de als NS Stations BV aangeduide wederpartij in het verzoekschrift te wijzigen in NS Stations Retailbedrijf BV, op grond van artikel 7:686a lid 4 sub c BW de vervaltermijn van 2 maanden overschreden.

3. [verzoeker] heeft ter zitting aan de hand van pleitaantekeningen toegelicht waarom zijn verzoek zijns inziens wel ontvankelijk is.

4. Geoordeeld wordt als volgt. Het verzoek ex artikel 7:681 BW van [verzoeker] tot vernietiging van het op 25 september 2015 gegeven ontslag op staande voet is bij kantonrechter ingediend op 24 november 2015. Het verzoek is daarmee tijdig ingediend.

5. Het op 24 november 2015 ingediende verzoek is gericht tegen NS Stations BV. Vast staat dat [verzoeker] niet bij NS Stations BV, maar bij NS Stations Retailbedrijf BV in dienst was en dat de in het verzoekschrift vermelde tenaamstelling berustte op een vergissing. De gemachtigde van NS Stations BV, werkzaam bij Legal- Groep, de juridische afdeling van NS Groep NV, de moedermaatschappij van zowel NS Stations BV als NS Stations Retailbedrijf BV, heeft de gemachtigde van [verzoeker] hierop op 2 december 2015 telefonisch gewezen. Naar aanleiding hiervan is namens [verzoeker] nog op dezelfde dag bij de rechtbank een verzoek tot rectificatie ingediend.

6. Op 23 december 2015 heeft de griffier van de Rechtbank, afdeling privaatrecht, teams kanton, een aangetekend verzonden oproep voor de zitting van 19 januari 2015 gestuurd aan NS Stations BV, met de toevoeging “t.a.v. de directie/Juridische zaken”.

7. Met de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) loopt de wetgever door de verruiming van de toepasselijkheid van de verzoekschriftprocedure in het ontslagrecht vooruit op de toekomstige deformalisering van het procesrecht. Ook en wellicht juist in de verzoekschriftprocedure dient de mogelijkheid te bestaan om op eenvoudige wijze (kleine) omissies te verbeteren, mits de andere partij niet in haar belang is geschaad.

8. Gelet op de hierboven beschreven gang van zaken moet worden vastgesteld dat NS Stations Retailbedrijf BV door de verkeerde tenaamstelling in het oorspronkelijke verzoekschrift niet in haar mogelijkheden om verweer te voren is geschaad. Naar eigen zeggen was de op de gemeenschappelijke juridische afdeling werkzame gemachtigde mr. L.J.M. Kloosterman immers in ieder geval op 2 december 2015 op de hoogte van het verzoek, terwijl namens [verzoeker] voortvarend, namelijk onmiddellijk op 2 december 2015, om rectificatie is verzocht. Tegen deze achtergrond zal [verzoeker] ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.

9. Opmerking verdient nog dat van een goed werkgever mag worden verwacht dat deze zich in een zaak als deze, waarin het gaat om het zware middel van een ontslag op staande voet van een werknemer met een dienstverband van ruim 18 jaar, niet uitsluitend formalistisch opstelt.

10. Nu NS Stations Retailbedrijf BV in deze procedure niet is verschenen, moet beoordeeld worden of zij op juiste wijze is opgeroepen voor de mondelinge behandeling. Aangezien de oproep door de griffie van de Rechtbank ondanks de rectificatie van [verzoeker] van 2 december 2015 abusievelijk is gericht aan “NS Stations BV, t.a.v. de directie/Juridische Zaken” zal NS Stations BV, ondanks het feit dat zij de juridische afdeling deelt met NS Stations BV, alsnog in de gelegenheid worden gesteld om in onderhavige zaak verweer te voeren.

11. Daartoe zal een nieuwe datum voor mondelinge behandeling worden bepaald. Partijen worden uitgenodigd om binnen 5 dagen na heden verhinderdata op te geven, waarna opnieuw een mondelinge behandeling zal worden bepaald. NS Stations Retail BV kan tevens alsnog een verweerschrift indienen binnen de in het Procesreglement genoemde termijn.

12. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden, ook wat betreft de kosten van de procedure.

BESLISSING

De kantonrechter:

bepaalt dat een nieuwe mondelinge behandeling zal worden bepaald, nadat partijen binnen 5 dagen na heden verhinderdata hebben opgegeven;

iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Pennink, kantonrechter en op 9 februari 2016 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter