Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:6173

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-08-2016
Datum publicatie
30-09-2016
Zaaknummer
13/845675-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Opzettelijk doen van onjuiste aangiften OB. Gevangenisstraf van 2 jaar. Houding verdachte wordt door rechtbank als strafverzwarend aangemerkt; verdachte roept via verschillende media anderen op om geen belasting te betalen en probeert anderen aan te zetten tot het plegen van dezelfde soort strafbare feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2016-2450

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/845675-14

Datum uitspraak: 2 augustus 2016

Verstek

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkorte vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
19 juli 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.T.M. van Eekelen. Verdachte is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

[rijschool VOF] , verder te noemen [rijschool VOF] , op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 oktober 2010 tot en met 30 augustus 2013 te 's-Gravenhage en/of te Amsterdam en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangiften voor de omzetbelasting ten name van [rijschool VOF] , in elk geval van een rechtspersoon, over het

- derde kwartaal 2012 (D-020 p. 1156 en 1157, AH-008a, p. 112 en 113) en/of

- vierde kwartaal 2012 (D-019 p. 1154 en 1155, AH-008a, p. 112 en 113) en/of

- eerste kwartaal 2013 (D-022, p. 1160 en 1161, AH-008a, p. 112 en 113) en/of

- tweede kwartaal 2013 (D-025, p. 1166 en 1167, AH-008a, p. 114 en 115),

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft [rijschool VOF] (telkens) opzettelijk op het bij de Inspecteur belastingen of de Belastingdienst te Roosendaal en/of Apeldoorn, in elk geval de Belastingdienst ingeleverde/ingezonden aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken)/kwarta(a)l(en), (telkens) een te laag, althans (een) onjuist(e) bedrag(en) aan omzet en/of (telkens) een te laag althans onjuist bedrag aan omzetbelasting opgegeven, terwijl dat/die feit(en) ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven, tot het plegen van welk bovenomschreven strafbare feiten verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 april 2012 tot en met 7 mei 2014 te 's-Gravenhage en/of te Apeldoorn en/of elders in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangift(en), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangiften voor de omzetbelasting ten name van [verdachte] , over het

- het eerste kwartaal 2012 (D-018 p. 1152 en 1153, AH-008a, p. 110 en 111) en/of

- tweede kwartaal 2012 (D-019 p. 1154 en 1155, AH-008a, p. 110 en 111) en/of

- derde kwartaal 2013 (D-023 p. 1162 en 1163, AH-008a, p. 116 en 117) en/of

- vierde kwartaal 2013 (D-024 p. 1164 en 1165, AH-008a, p. 116 en 117) en/of

- eerste kwartaal 2014 (D-040 p. 1187 en 1188, AH-008a, p. 116 en 117),

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft verdachte, (telkens) opzettelijk op het bij de Inspecteur belastingen of de Belastingdienst te Roosendaal en/of Apeldoorn, in elk geval de

Belastingdienst ingeleverde/ingezonden aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken)/kwarta(a)l(en), (telkens) een te laag, althans (een) onjuist(e) bedrag(en) aan omzet en/of (telkens) een te laag althans onjuist bedrag aan omzetbelasting opgegeven, terwijl dat/die feit(en) ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven;

3.

[rijschool VOF] , verder te noemen [rijschool VOF] , in elk geval een rechtspersoon, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 maart 2014 te Den Haag en/of te Amsterdam. in elk geval (elders) in Nederland, (telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot:

- het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd en/of

- het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, opzettelijk niet heeft bewaard,

terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven, immers heeft [rijschool VOF] toen aldaar, opzettelijk, (telkens) (een deel van de) (inkoop- en/of verkoop)facturen in verband met het verzorgen van theorielessen A en B en/of het boeken van theorie-examens bij het CBR, niet opgenomen en/of verwerkt en/of bewaard of doen opnemen en/of doen verwerken en/of doen bewaren in de bedrijfsadministratie en/of (een deel van de) contante ontvangsten en/of uitgaven niet bijgehouden en/of verwerkt en/of bewaard en/of doen bijhouden en/of doen verwerken en/of doen bewaren in de kasadministratie en/of (handgeschreven en/of digitale) lijsten met (persoons)gegevens van kandidaten die zich hebben opgegeven voor een theoriecursus A of B en theorie-examen bij het CBR en de door hun betaalde bedragen niet opgenomen en/of verwerkt en/of bewaard of doen opnemen en/of doen verwerken en/of doen bewaren in de bedrijfsadministratie, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en) verdachte (telkens)

opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[rijschool VOF] , verder te noemen [rijschool VOF] , in elk geval een rechtspersoon, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 maart 2014 te Den Haag en/of te Amsterdam, in elk geval (elders) in Nederland, (telkens) opzettelijk (een samenstel van) (een) geschrift(en) die/dat bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, namelijk de bedrijfsadministratie van [rijschool VOF] , valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of doen vervalsen, met het oogmerk om die bedrijfsadministratie en/of dat/die (samenstel van ) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk in de bedrijfsadministratie(s) van [rijschool VOF]

[rijschool VOF] , (een deel van de) (inkoop- en/of verkoop)facturen in verband met het verzorgen van theorielessen A en B en/of het boeken van theorie-examens bij het CBR, niet op te nemen en/of te verwerken en/of te bewaren of doen opnemen en/of doen verwerken en/of doen bewaren in de bedrijfsadministratie en/of (een deel van de) contante ontvangsten en/of uitgaven niet bij te houden en/of te verwerken en/of te bewaren en/of doen bijhouden en/of doen verwerken en/of doen bewaren in de kasadministratie en/of (handgeschreven en/of digitale) lijsten met (persoons)gegevens van kandidaten die zich hebben opgegeven voor een theoriecursus A of B en theorie-examen bij het CBR en de door hen betaalde bedragen niet op te nemen en/of te verwerken en/of te bewaren en/of doen opnemen en/of doen verwerken en/of doen bewaren in de bedrijfsadministratie, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat

ten aanzien van feit 1:

[rijschool VOF] , verder te noemen [rijschool VOF] , in de periode van 30 oktober 2010 tot en met 30 augustus 2013 te Amsterdam en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, telkens opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting ten name van [rijschool VOF] over het

- derde kwartaal 2012 (D-020 p. 1156 en 1157, AH-008a, p. 112 en 113) en

- vierde kwartaal 2012 (D-021 p. 1158 en 1159, AH-008a, p. 112 en 113) en

- eerste kwartaal 2013 (D-022, p. 1160 en 1161, AH-008a, p. 112 en 113) en

- tweede kwartaal 2013 (D-025, p. 1166 en 1167, AH-008a, p. 114 en 115),

onjuist en onvolledig heeft gedaan, immers heeft [rijschool VOF] telkens opzettelijk op de bij de Belastingdienst ingezonden aangiftebiljetten omzetbelasting over genoemde aangiftetijdvakken/kwartalen, telkens een te laag bedrag aan omzet opgegeven, terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijk leiding heeft gegeven.

ten aanzien van feit 2:

verdachte in de periode van 25 april 2012 te Apeldoorn en/of elders in Nederland, telkens opzettelijk bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften voor de omzetbelasting ten name van [verdachte] , over het

- het eerste kwartaal 2012 (D-018 p. 1152 en 1153, AH-008a, p. 110 en 111) en

- tweede kwartaal 2012 (D-019 p. 1154 en 1155, AH-008a, p. 110 en 111) en

- derde kwartaal 2013 (D-023 p. 1162 en 1163, AH-008a, p. 116 en 117) en

- vierde kwartaal 2013 (D-024 p. 1164 en 1165, AH-008a, p. 116 en 117) en

- eerste kwartaal 2014 (D-040 p. 1187 en 1188, AH-008a, p. 116 en 117),

onjuist en onvolledig heeft gedaan, immers heeft verdachte, telkens opzettelijk op de bij de

Belastingdienst ingezonden aangiftebiljetten omzetbelasting over genoemde aangiftetijdvakken/kwartalen, telkens een te laag bedrag aan omzet opgegeven, terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven;

ten aanzien van feit 3 primair:

[rijschool VOF] , verder te noemen [rijschool VOF] , in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 maart 2014 te Den Haag en te Amsterdam, in elk geval elders in Nederland, telkens als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot:

- het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de Belastingwet gestelde eisen, opzettelijk een zodanige administratie niet heeft gevoerd en

- het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, opzettelijk niet heeft bewaard,

terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting werd geheven, immers heeft [rijschool VOF] toen aldaar, opzettelijk, telkens een deel van de inkoopfacturen in verband met het verzorgen van theorielessen A en B en het boeken van theorie-examens bij het CBR, niet opgenomen en verwerkt en bewaard in de bedrijfsadministratie en een deel van de contante ontvangsten en uitgaven niet bijgehouden en verwerkt en bewaard in de kasadministratie en handgeschreven en/of digitale lijsten met (persoons)gegevens van kandidaten die zich hebben opgegeven voor een theoriecursus A of B en theorie-examen bij het CBR en de door hun betaalde bedragen niet opgenomen en verwerkt en bewaard in de bedrijfsadministratie, aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven.

Voor zover taal- en schrijffouten in de tenlastelegging staan, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd.

In de tenlastelegging staat onder 1 dat de vindplaats van de aangifte omzetbelasting voor het vierde kwartaal van 2012 in het dossier document D-019, p. 1154 en 1155 betreft. Uit het dossier blijkt echter dat het gaat om document D-021, p. 1158 en 1159. De rechtbank ziet dit als een kennelijke verschrijving en heeft de bewezenverklaring op dit punt aangepast. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkorte vonnis.

6 De strafbaarheid van de feiten en verdachte

De bewezen geachte feiten is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1, 2 en 3 primair bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.

De rechtbank overweegt als volgt.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft in het kader van zijn eenmanszaak en als feitelijk leidinggever van een vennootschap gedurende een aantal jaren opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting gedaan. Hij heeft daartoe op inventieve wijze telkens een groot deel van zijn omzet buiten het zicht van de Belastingdienst gehouden. Door het niet verantwoorden van de omzet die wel was gegenereerd is er een omzetbelasting-nadeel van in totaal € 371.299,- ontstaan. Kennelijk om dit te verhullen heeft hij geen deugdelijke administratie gevoerd, ten gevolge waarvan tevens een inkomstenbelasting-nadeel is ontstaan, dat door de Belastingdienst op een bedrag van € 868.869,- is begroot. Door aldus te handelen heeft verdachte de verantwoordelijkheden die de wet aan een ondernemer stelt, niet serieus genomen en de integriteit van het financiële en economische verkeer en het vertrouwen dat in hem mocht en moest worden gesteld, in de kern geschonden. Voorts heeft hij het door de Belastingdienst gehanteerde systeem, dat erop berust dat steeds op de juistheid van de gedane belastingaangiften en onderliggende administratie moet kunnen vertrouwd, ondergraven. Hierdoor is de overheid, en daarmee de gehele samenleving, benadeeld en de algemene belastingmoraal ernstig ondermijnd.

Verdachte heeft zich van bovenstaande kennelijk geen enkele rekenschap gegeven. Ook heeft hij geen enkel berouw getoond. Integendeel, verdachte roept via verschillende media anderen op om geen belasting te betalen. Gelet hierop moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte, als hij de kans krijgt, weer dit soort strafbare feiten zal plegen. Bovendien probeert hij anderen aan te zetten tot het plegen van dezelfde soort strafbare feiten, hetgeen een ontwrichtende werking heeft voor de samenleving. Deze houding van verdachte wordt uitdrukkelijk als strafverzwarend aangemerkt.

De bewezen geachte feiten kunnen daarom niet anders dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur worden afgedaan. Verdachte heeft geen inzicht geboden in zijn persoonlijke omstandigheden. Aldus belet hij de rechtbank daar op passende wijze rekening mee te houden.

Blijkens een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 7 juni 2016 is verdachte eerder veroordeeld, waarvoor hij thans in een proeftijd loopt, maar niet voor soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft met betrekking tot de straf aansluiting gezocht bij de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht vastgestelde oriëntatiepunten en bij de straffen die in soortgelijke (fraude)gevallen zijn opgelegd. Bij toepassing van deze oriëntatiepunten is uitgegaan van een benadelingsbedrag van € 500.000,- tot € 1.000.000,-, waarbij de rechtbank het inkomstenbelasting-nadeel bij gebrek aan een volledige onderbouwing slechts ten dele heeft meegenomen. Als uitgangspunt heeft dan te gelden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 tot 24 maanden.

Nu de rechtbank geen aanleiding ziet om van de eis van de officier van justitie af te wijken zal zij conform deze eis beslissen. Op grond van al het voorgaande is na te noemen straf immers gerechtvaardigd en geboden.

8 Beslag

Onder verdachte zijn voorwerpen inbeslaggenomen, die zijn opgenomen in de als bijlage gevoegde beslaglijst (nummer 25 tot en met 35). De officier van justitie heeft gevorderd dat deze voorwerpen aan verdachte worden geretourneerd. De rechtbank zal overeenkomstig deze vordering beslissen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 51, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

feitelijk leiding geven aan het opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

het opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte onjuist en onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk een feit begaan, omschreven in artikel 68, tweede lid, onderdeel d, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen opgenomen in de als bijlage gevoegde beslaglijst (nummer 25 tot en met 35).

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.J. van Eekeren, voorzitter,

mrs. A. Eijchperger en M.R.J. van Wel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Leeuwenkamp, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 augustus 2016.