Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:5940

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-09-2016
Datum publicatie
20-09-2016
Zaaknummer
EA VERZ 16-754
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzorgende in kleinschalige wooneenheid vergeet dementerende cliente van het toilet te halen, waardoor zij daar de nacht heeft doorgebracht.

Verzorgende heeft tevens onjuiste gegevens ingevuld op de dagstaten en medicijnoverzichten.

Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van de e-grond (verwijtbaar handelen) en g-rond (verstoorde arbeidsverhouding) wordt afgewezen op grond van alle omstandigheden van het geval.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 669
Burgerlijk Wetboek Boek 7 671
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2016/162
AR-Updates.nl 2016-1045
GZR-Updates.nl 2016-0359
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5195844 EA VERZ 16-754

beschikking van: 5 september 2016

func.: 620

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

de stichting Stichting Cordaan

gevestigd te Amsterdam

verzoekster

nader te noemen: Cordaan

gemachtigde: mr. S.K. Schreurs

t e g e n

[verweerder]

wonende te [woonplaats]

verweerder

nader te noemen: [verweerder]

gemachtigde: L. van Dijk

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Cordaan heeft op 29 juni 2016 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend, tevens houdende (voorwaardelijke) tegenverzoeken.

Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van 23 augustus 2016. Namens Cordaan zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] , vergezeld door de gemachtigde. [verweerder] is in persoon verschenen, vergezeld door zijn echtgenote en de gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten toegelicht, Cordaan mede aan de hand van een pleitnota en op voorhand toegezonden producties. Na verder debat is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Uitgegaan wordt van het volgende.

1.1.

[verweerder] , geboren op [geboortedatum] , trad op [datum] in dienst bij de rechtsvoorganger van Cordaan, en is laatstelijk werkzaam in de functie van Verzorgende A (hierna ook: Verzorgende) . Het bruto salaris op full time basis (36 uur) bedraagt € 2.715,19 per maand, exclusief emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg van toepassing (hierna de cao).

1.2.

[verweerder] heeft altijd goed gefunctioneerd en is zijn functioneren in 2015 nog als uitstekend beoordeeld.

1.3.

[verweerder] was laatstelijk werkzaam op een locatie voor kleinschalig wonen voor dementerende ouderen, mensen met chronisch somatische klachten en/of niet-aangeboren hersenletsel. Op de vijfde en zesde etage bevinden zich in totaal 36 kamers voor 36 cliënten met een bopz indicatie. Een functionele eenheid bestaat uit twee woongroepen met 6 cliënten per woongroep en een gezamenlijke woonruimte met keuken.

1.4.

Volgens het schema Standaardbezetting kleinschalige woonvoorziening van Cordaan dienen bij een avonddienst een Verzorgende A en een Helpende (of 2e jaars leerling niveau 2, beide geen gediplomeerde) aanwezig te zijn voor 2 x 6 cliënten van een wooneenheid. Zij hebben dan ieder de zorg voor 6 cliënten, waarbij de Verzorgende de eindverantwoordelijkheid draagt.

1.5.

In de huisregels is het volgende beschreven over de globale structuur van de avond en nachtdienst beschreven voor de medewerkers: zij dienen het avondeten voor te bereiden, te koken, bewoners te laten eten, af te ruimen, af te wassen en bij dit alles de bewoners te betrekken en een beetje laten helpen indien mogelijk, dan verzorgen zij koffie/drinken, tv/muziek luisteren, dag doornemen, is er misschien bezoek, brengen zij bewoners naar bed en geven medicatie, of sapje/thee/zoutje, vanaf 22.00 uur: bewoners liggen te slapen en indien ze wakker worden is er deursignalering naar de nachtdienst en cameratoezicht in de gangen.

1.6.

Op 3 mei 2016 was [verweerder] werkzaam in de avonddienst van 15.30 tot 23 uur. Hij was samen met een Helpende ingedeeld op de vijfde etage. [verweerder] was de enige Verzorgende voor 6 woningen op de vijfde en zesde etage met 36 cliënten, naast 5 Helpenden.

1.7.

Op 4 mei 2016 rond 8.30/9 uur trof een medewerker van Cordaan een dementerende cliënte aan, hangend in de tillift boven het toilet in haar woning (hierna: de cliënte). Later bleek dat zij daar de avond daarvoor door [verweerder] om 17.52 uur op was gezet, waarna hij haar was vergeten. De medewerkster van de nachtdienst had dit niet opgemerkt.

1.8.

[verweerder] heeft om 17.38 uur in de ECD rapportage met betrekking tot de cliënte genoteerd: “mw is om 16.00 uur uit bed gehaald, was erg vermoeid. sliep voortdurend aan tafel. Heeft met moeite nog wat pap en vla gegeten. Heb mw hierna naar bed gebracht.”

1.9.

Op 4 mei 2016 heeft Cordaan [verweerder] na een gesprek over het incident met de cliënte op non actief gesteld. In de schriftelijke bevestiging heeft Cordaan nader onderzoek aan de hand van camerabeelden en een zogeheten prisma-analyse aangekondigd. Deze analyse is uitgevoerd door 2 cliëntvertrouwenspersonen op verzoek van de directeur van Cordaan.

1.10.

Op 12 mei 2016 heeft Cordaan met [verweerder] een tweede verantwoordingsgesprek gevoerd waarbij de uitkomst van onderzoek naar camerabeelden en de aftekenlijst voor medicatie is besproken. Daarin werd [verweerder] onder meer verweten dat hij de medicatie Levodopa, die 4 keer per dag dient te worden toegediend op vaste tijdstippen, op 3 mei 2016 drie uur eerder had gegeven dan voorgeschreven, te weten toen hij de cliënte naar het toilet had gebracht. Voorts had [verweerder] genoteerd dat hij om 18.00 en 22 uur oogdruppels had gegeven terwijl hij deze in werkelijkheid niet had toegediend. In de schriftelijke bevestiging van dit gesprek heeft Cordaan aangekondigd dat zij de arbeidsovereenkomst niet kon laten voortduren.

1.11.

Op 20 mei 2016 is bij [verweerder] darmkanker vastgesteld, in verband waarmee hij zich op 23 mei 2016 ziek heeft gemeld. Op 9 juni 2016 heeft [verweerder] hiervoor een operatie ondergaan.

1.12.

Op 24 mei 2016 heeft Cordaan alle familieleden van cliënten van de afdeling bericht: “Er heeft drie weken geleden een ernstige calamiteit op de afdeling plaatsgevonden. Dit heeft ons er toe doen besluiten om afscheid te nemen van [verweerder] die als medewerker betrokken was bij de calamiteit. Om privacy van de cliënt en [verweerder] te beschermen doen wij geen inhoudelijke mededelingen over de gebeurtenis.”

1.13.

De arbo-arts heeft [verweerder] hersteld verklaard met ingang van 8 augustus 2016.

Verzoek

2. Cordaan verzoekt de arbeidsovereenkomst met de [verweerder] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a jo. 7:669 lid 3, onderdeel e en g van het Burgerlijk Wetboek (BW), zonder rekening te houden met de opzegtermijn van vier maanden, met onmiddellijke ingang op grond van artikel 7:671b lid 8 BW en zonder toekenning van een transitievergoeding.

3. Aan dit verzoek legt Cordaan primair ten grondslag dat sprake is van - kort gezegd - (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] en subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding, zodat van Cordaan redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Verwezen wordt naar de bij de feiten beschreven gang van zaken.

Verweer

4. [verweerder] verweert zich tegen het verzoek. Hij erkent dat hij een ernstige fout heeft gemaakt maar betwist dat er een redelijke grond is voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst en vordert primair afwijzing van het verzoek. Voor zover de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een transitievergoeding van € 37.919,00 bruto op grond van artikel 7:673 BW en rekening te houden met de geldende opzegtermijn.

5. Op de stellingen van partijen wordt bij de beoordeling ingegaan.

Beoordeling

6. Voor zover sprake zou zijn van een opzegverbod omdat [verweerder] ten tijde van indiening van het verzoek arbeidsongeschikt was, staat dat ingevolge het bepaalde in artikel 7:671b lid 6a BW niet aan eventuele ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg omdat het verzoek geen verband houdt met de ziekte van [verweerder] . [verweerder] heeft zich hier ook niet op beroepen. Bovendien is hij hersteld verklaard met ingang van 8 augustus 2016.

7. Vooropstaat dat Cordaan terecht stelt dat [verweerder] op onaanvaardbare wijze is tekortgeschoten in de aan hem toevertrouwde zorg voor de onderhavige afhankelijke cliënte door te vergeten dat hij haar op het toilet had gezet, waardoor zij daar onacceptabel lang heeft gezeten. Voorts valt het [verweerder] ernstig aan te rekenen dat hij 2 keer niet naar waarheid heeft gerapporteerd. Allereerst door in het ECD dossier ten onrechte te noteren dat hij de cliënte naar bed had gebracht, terwijl dit uiteindelijk in het geheel niet is gebeurd. Als [verweerder] op de voorgeschreven wijze - achteraf - had gerapporteerd had hij kunnen ontdekken dat hij de cliënte nog niet van het toilet had gehaald. Niet valt uit te sluiten overigens dat dit controlemechanisme bij [verweerder] die avond niet had gewerkt omdat [verweerder] heeft verklaard dat hij dacht dat hij haar wel naar bed had gebracht. Voorts heeft [verweerder] op onjuiste tijdstippen medicatie toegediend en voorgeschreven oogdruppels niet toegediend, terwijl hij heeft gerapporteerd dat hij de medicijnen wel op de voorgeschreven tijdstippen had gegeven. De reden die hij daarvoor heeft aangedragen is dat de cliënte zo vermoeid was. Dit heeft [verweerder] wellicht goed bedoeld. In ieder geval ten aanzien van het medicijn Levodopa heeft Cordaan echter aannemelijk gemaakt dat dit op regelmatige tijdstippen dient te worden gegeven. [verweerder] had dan ook niet eigenmachtig mogen beslissen om daarvan af te wijken. Bovendien had hij hierover zeker niet onjuist mogen rapporteren.

8. Het gaat al met al om ernstige fouten die de kern van het functioneren van [verweerder] raken. Voor zover Cordaan van mening is dat ongeacht de verdere omstandigheden van het geval in het licht van de ernst van deze tekortkomingen sowieso ontbinding dient te volgen wordt zij daarin echter niet gevolgd. Bij de beoordeling zal ook moeten worden betrokken in hoeverre de werksituatie of persoonlijke omstandigheden van [verweerder] de mogelijkheid van het maken van fouten hebben bevorderd, of er verzachtende omstandigheden zijn, of Cordaan het risico loopt op herhaling, de houding van [verweerder] ten aanzien van de gebeurtenissen en of [verweerder] bereid is om zijn werkwijze aan te passen, alsmede de duur en het verloop van het dienstverband van [verweerder] en de gevolgen voor hem van een ontslag. In dat verband is het volgende van belang.

9. [verweerder] heeft onder meer aangevoerd dat de werkdruk op de locatie enorm hoog was, de bezetting regelmatig afweek van het ideale plaatje en doordat de bezetting geen dag gelijk is, zijn taken elke dag wisselen, onder meer ten aanzien van toediening medicatie. [verweerder] stelt dat hij dit de leiding regelmatig heeft voorgehouden en de bezetting ook die bewuste avond niet was zoals voorgeschreven, daarbij een onrustige terminale patiënt en zijn familie - terecht - veel aandacht vroegen en [verweerder] daarom oplossingen koos en een systeem van werken om het werk beheersbaar te houden.

10. Cordaan brengt daar tegen in dat [verweerder] nooit heeft geklaagd over werkdruk en andere collega’s evenmin. Kleinschalig wonen wordt over het algemeen als een voor zorgverleners rustige omgeving gezien en de bewuste avond had [verweerder] het blijkens camerabeelden rustig. De personeelsindeling week die avond weliswaar af van de streefbezetting doch in feite hoefde [verweerder] niet veel meer taken te verrichten dan haalbaar was. Verder heeft [verweerder] ervoor gekozen om die avond niet zelf de terminale patiënt te verzorgen doch dit over te laten aan een Helpende, hetgeen in strijd met de afspraken is, aldus steeds Cordaan.

11. Voor zover [verweerder] zich heeft beroepen op een angstcultuur waarin niet wordt geklaagd heeft hij dit tegenover de betwisting door Cordaan op geen enkele wijze concreet gemaakt, zodat hieraan voorbij wordt gegaan.

12. Aangenomen wordt echter dat - in het huidige tijdsbestek waarbij in de zorg gewerkt moet worden met beperkte financiële middelen - ook medewerkers van Cordaan in een kleinschalige setting al genoeg te doen hebben bij een standaardbezetting, zelfs op een relatief rustige avond. Blijkens de hiervoor onder 1.5 beschreven huisregel dienen er in de avonddienst een veelheid van taken te worden uitgevoerd. Dit zal niet minder zijn indien wordt afgeweken van de standaardbezetting. Cordaan heeft ook zelf in haar verzoekschrift vermeld dat in 2013 de personele bezetting was afgenomen waardoor een aantal knelpunten waren ontstaan waarvoor vervolgens werkafspraken zijn gemaakt, zoals het lopen van een controleronde. Voorts heeft Cordaan ter zitting - in reactie op de stelling van [verweerder] dat [verweerder] vaak als enig gediplomeerde verantwoordelijk was voor 36 bewoners verspreid over 2 etages - verklaard dat dit juist zelden het geval was. Cordaan acht de standaardbezetting derhalve kennelijk ook aangewezen. Door desondanks aan te voeren dat de afwijking van deze bezetting op 3 mei 2016 geen enkel probleem was en het slechts gaat om een niet wettelijk voorgeschreven streefbezetting, en een Helpende + in feite gelijk gesteld kan worden aan een Verzorgende, bagatelliseert Cordaan ten onrechte het belang van haar eigen organisatorische werkwijze.

13. Vast staat dat [verweerder] op de bewuste avond meer verantwoordelijkheden had dan op grond van de standaardbezetting. Uitgaande van die bezetting dienden er immers 3 Verzorgenden in plaats van 1 te zijn ingedeeld, naast 3 Helpenden. Op papier droeg [verweerder] die avond de eindverantwoordelijkheid voor de zorg van 36 bewoners in plaats van 12 bewoners. Cordaan stelt daartegenover dat de bezetting materieel gezien overeenkomstig de standaardbezetting was. Zij stelt dat er 1 Helpende + werkte die bijna gediplomeerd was en bevoegd was om alle aan de Verzorgende voorbehouden handelingen te verrichten, inclusief toediening van medicatie. Daarnaast was er volgens Cordaan nog een Helpende + ingedeeld die medicatie mocht toedienen. Onduidelijk is echter waarom de Helpende + dan niet in de standaardbezetting wordt vermeld als optionele vervanging voor een Verzorgende. [verweerder] heeft verder opgemerkt dat 1 Helpende + bij hem in opleiding was en dat hij daarvoor verantwoordelijk was. Hij moest in ieder geval aan zijn werkeenheid van 12 bewoners medicatie toedienen. Cordaan stelt zelf dat [verweerder] daarnaast in ieder geval mee diende te tekenen voor de toediening van medicatie van 2 cliënten buiten zijn eigen werkeenheid. Dat heeft er mee te maken dat bijvoorbeeld voor opiaten, bloedverdunners en insuline afgetekend dient te worden door 2 bevoegde zorgverleners. Cordaan heeft in dat verband gewezen op de mogelijkheid van ondertekening met de app Boomerweb en het systeem van de telefonische check via Baxter, maar [verweerder] heeft onbetwist gesteld dat dit systeem die avond niet bij iedereen werkte.

14. Daar komt dan de situatie van de terminale patiënt bij. Cordaan heeft niet aangetoond dat er een afspraak gold of duidelijk is gecommuniceerd op grond waarvan [verweerder] gehouden was om zelf de zorg voor deze cliënt op zich te nemen. [verweerder] heeft verder verklaard dat hij de Helpende heeft ingedeeld bij deze cliënt op haar uitdrukkelijk verzoek vanwege haar contacten met de familie. Dit komt niet als onzorgvuldig of onbegrijpelijk over. [verweerder] had door deze situatie verder wel een extra verantwoordelijkheid, zo moest hij bijvoorbeeld morfine toedienen. Uit het cameraverslag blijkt ook dat hij enkele malen naar de kamer van die cliënt is geweest en overleg heeft gehad met collega’s. Dat het verzorgen van terminale cliënten hoort bij de dagelijkse werkzaamheden betekent verder nog niet dat dit geen extra druk kan leggen en geen bijzondere aandacht vereist van de Verzorgende voor de cliënt en zijn naasten, voor wie de situatie immers ingrijpend is. Voorstelbaar is dan ook dat [verweerder] extra druk ervoer en met het oog op deze situatie andere keuzes heeft gemaakt ten aanzien van de overige cliënten zoals bijvoorbeeld het iets vroeger laten eten.

15. Voor wat betreft het verwijt van Cordaan dat [verweerder] die avond geen controlerondje heeft gelopen geldt het volgende. Het moge duidelijk zijn dat [verweerder] had moeten ontdekken dat de cliënte nog op de wc zat, als hij dit rondje had gelopen. Dan had deze cliënte een hoop ellende bespaard kunnen blijven. De fout van [verweerder] had echter minder ernstige gevolgen gehad als zijn collega van de nachtdienst op haar beurt een controleronde had gelopen of als de collega Helpende van de avonddienst [verweerder] had herinnerd aan de volgens Cordaan voorgeschreven controleronde. Bij deze collega in de nachtdienst is het echter slechts gebleven bij een tijdelijke op non actiefstelling, gevolgd door een waarschuwing.

16. De vraag is hoe het mogelijk is dat Cordaan stelt dat het lopen van een controleronde voorgeschreven was terwijl [verweerder] en kennelijk ook voornoemde collega’s, zich hier niet aan hielden. [verweerder] heeft aangevoerd dat hij deze afspraak niet kent. Cordaan heeft erop gewezen dat in de notulen van het overleg van 17 juni 2013 vermeld staat dat de gediplomeerde met de Helpende vóór de overdracht van de avonddienst een ronde langs alle slaapkamers moet doen en dat de in notulen van het overleg van 27 oktober 2014 is vermeld: ’s avonds Rondje veiligheid: raam dicht, bed op laagste stand. Ter zitting heeft [verweerder] erkend dat hij bij de bewuste bijeenkomst in 2014 was. Dat is echter al weer anderhalf jaar voor het incident. Bovendien heeft [verweerder] aangevoerd dat in de praktijk niemand in de avonddienst dit rondje liep. Dat was anders bij de nachtdienst, waarin [verweerder] ook wel eens werkte; dan diende er twee keer een controlerondje te worden gelopen. [verweerder] heeft onbetwist gesteld dat dit speciaal in de map voor de nachtdienst was vermeld omdat er dan ook vaak uitzendkrachten werken. Verder staat het controle rondje niet in de huisregels (1.5.).

17. Al met al kan betwijfeld worden of Cordaan haar medewerkers voldoende duidelijk en frequent heeft gewezen op het belang van het houden van een controleronde in de avonddienst, zodat iedereen zich van dat voorschrift bewust was. Dat dit mogelijkerwijze niet het geval is kan worden afgeleid uit de prisma - analyse van Cordaan. Daarin is immers vermeld dat de collega van de nachtdienst de voorgeschreven nachtronde niet heeft gelopen omdat zij cliënte niet wakker wilde maken, zij ervan uit ging dat als mevrouw bewoog de optiscan een signaal zou afgeven en ze werd afgeleid door de vele alarmeringen die nacht. Verder is daarin als bevinding vastgesteld dat medewerkers niet beseffen wat de consequenties zijn als ze niet handelen conform protocollen en voorschriften. Expliciet wordt geadviseerd om het risicobewustzijn van medewerkers te vergroten door er op te wijzen wat er gebeurt als je je rondes niet loopt. Tevens wordt als bevinding gemeld dat management en team geen periodieke checks uitvoeren op handelen conform procedures en voorschriften.

18. Voorts wordt van belang geacht dat [verweerder] ter zitting heeft erkend dat hij ernstig tekort is geschoten en heeft laten blijken dat hij zich daarover enorm schuldig voelt. Alle ontwikkelingen de afgelopen periode hebben er zelfs toe geleid dat hij in een depressie is geraakt waarvoor hij antidepressiva gebruikt. [verweerder] heeft zich afgevraagd hoe een en ander heeft kunnen gebeuren, want dit heeft hij nog nooit meegemaakt. Een van de verklaringen die hij heeft is dat hij in de loop van 2016 toenemende gezondheidsklachten had, maar zich niet ziek wilde melden. Begin mei 2016 had hij last van extreme vermoeidheid, pijn bij eten en drinken, buikpijn gedurende vele uren per dag en concentratieproblemen. Uiteindelijk is vastgesteld dat [verweerder] darmkanker had. Cordaan brengt hier tegenin dat van een eerdere ziekmelding geen sprake was, [verweerder] deze klachten niet eerder heeft geuit en de ziekte zich pas na de ontslagaanzegging heeft geopenbaard. Dit moge zo zijn, aannemelijk wordt geacht dat [verweerder] al op 3 mei 2016 de door hem gestelde klachten ten gevolge van de op 20 mei 2016 vastgestelde darmkanker ondervond en dat dit een mogelijke verklaring is dat hij na 25 jaar goed functioneren onderhavige fouten heeft gemaakt. Dit alles biedt ook het perspectief dat na herstel van de ziekte van [verweerder] geen herhaling zal plaatsvinden.

19. De overige kritiek van Cordaan, te weten dat [verweerder] zijn bewoners blijkens de camerabeelden die avond te weinig betrok bij de dagelijkse taken zoals koken, dekken en dergelijke is niet van dien aard dat deze nog apart gewicht in de schaal kan leggen. Dit zijn zaken die in het kader van de beoordeling van het dagelijkse /normale functioneren aan de orde hadden kunnen worden gesteld en daar is kennelijk de afgelopen 25 jaar geen aanleiding voor gezien. In dat kader had dan ook kunnen worden besproken of de door Cordaan gewenste activering haalbaar was voor alle cliënten op die afdeling, hetgeen [verweerder] bestrijdt.

20. Tot slot wordt bij het oordeel betrokken de lange duur van het dienstverband en het goede functioneren van [verweerder] al die jaren, alsmede de ernstige gevolgen die ontbinding van de arbeidsovereenkomst voor [verweerder] zouden hebben. Gezien zijn leeftijd en ziekte zal het vinden van een nieuwe baan onder de zelfde condities niet eenvoudig zijn. Daarbij wordt [verweerder] beperkt in zijn mogelijkheden om een nieuwe baan te vinden aangezien Cordaan met 6.000 werknemers ongeveer 70 % van de markt voor verzorging beheerst.

21. Voor zover Cordaan het verzoek baseert op een verstoorde arbeidsrelatie wordt daaraan voorbijgegaan omdat daarvoor een zelfstandige grondslag ontbreekt en deze grond volledig is gebaseerd op het verloop van gebeurtenissen op 3 mei 2016 terwijl daarvoor nog een uitstekende beoordeling is gegeven.

22. Alle omstandigheden afwegende wordt geoordeeld dat ontbinding een te zware sanctie is en dat geen sprake is van een redelijke grond in de zin van verwijtbaar handelen op grond waarvan van Cordaan in redelijkheid niet gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [verweerder] dient een laatste kans te krijgen bij Cordaan. Terugkeer op de oude werkplek wordt niet aangewezen geacht. Overplaatsing naar een andere locatie van Cordaan ligt wel in de rede. [verweerder] heeft zich bereid verklaard daaraan zijn medewerking te verlenen. Daarnaast wordt een verbetertraject aangewezen geacht gelet op de kritiek van Cordaan op de wijze van functioneren van [verweerder] . Daarmede is overigens niet gezegd dat ook de hiervoor onder 18 besproken kritiek terecht is, wel dat [verweerder] op juiste wijze en dus achteraf moet gaan rapporteren over het verloop van de dag en het al dan niet toedienen van medicatie en dat hij deze medicatie op de juiste tijdstippen moet geven en het bij Cordaan aan de orde moet stellen als dit niet haalbaar lijkt en hij op dit vlak niet op eigen houtje keuzes kan maken.

23. Slotsom is dat het ontbindingsverzoek zal worden afgewezen. Daarmee wordt niet toegekomen aan het voorwaardelijke tegenverzoek van [verweerder] .

24. Cordaan wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.


BESLISSING

De kantonrechter:

  • -

    wijst de verzochte ontbinding af;

  • -

    veroordeelt Cordaan in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [verweerder] begroot op € 600,00 voor salaris van de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven door mr. M.E.B. Terwee kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 september 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.