Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:5653

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-08-2016
Datum publicatie
06-09-2016
Zaaknummer
EA VERZ 16-677, 16-681, 16-680, 16-793
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkoper buitendienst heeft reeds geannuleerde afspraak in agenda gemanipuleerd om indruk te wekken dat hij naar de afspraak was gegaan. Ontslag op staande voet blijft in stand. Werknemer wordt veroordeeld tot betaling vergoeding gelijk aan het loon over de opzegtermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0987
AR 2016/2586

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 5151336 EA VERZ 16-677 + 16-681

provisionele vordering: EA VERZ 16-680

tegenverzoek: 5209781 EA VERZ 16-793

clusternummer: 104155

beschikking van: 5 augustus 2016

func.: 534

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoeker]

wonende te [plaats]

verzoeker

nader te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: voorheen mr. M.M. van Til, thans mr. A. van Reek

t e g e n

de besloten vennootschap App Tomorrow B.V.

gevestigd te Amsterdam

verweerster

nader te noemen: App Tomorrow

gemachtigde: mr. S.Y. Pannekoek, Achmea Rechtsbijstand

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoeker] heeft op 9 juni 2016 een verzoekschrift ex artikel 7:681 BW ingediend dat strekt tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen (EA 16-677). Daarbij heeft hij tevens ex artikel 223 Rv de kantonrechter verzocht voor de duur van het geding een voorlopige voorziening te treffen (EA 16-680), alsmede subsidiair aanspraak gemaakt op een gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7: 672 lid 9 BW, een transitievergoeding ex artikel 7: 673 BW en een billijke vergoeding ex artikel 7: 677 BW (EA 16-681).
App Tomorrow heeft op 5 juli 2016 een verweerschrift ingediend, tevens houdende een verzoek tot toekenning van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging ex artikel 7:677 lid 2 BW, een voorwaardelijk verzoek tot ontbinding, alsmede een verzoek tot teruggave van bedrijfseigendommen waaronder ook een leaseauto (EA 16-793).

De verzoeken zijn gezamenlijk behandeld ter terechtzitting van 15 juli 2016. [verzoeker] is verschenen met zijn gemachtigde. App Tomorrow is verschenen bij [naam 1] en [naam 2] , vergezeld door de gemachtigde.

Beide partijen hebben een toelichting verstrekt en vragen van de kantonrechter beantwoord, [verzoeker] mede aan de hand van ter zitting overgelegde pleitaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt, die in het dossier zijn opgenomen.

Tot slot is in alle verzoeken gezamenlijk een datum voor beschikking bepaald.
BEOORDELING VAN DE VERZOEKEN

Feiten en omstandigheden

1. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1.

[verzoeker] , thans 42 jaar oud, is sinds 15 januari 2014 in dienst van App Tomorrow in de functie van verkoper buitendienst. Het laatstverdiende salaris bedraagt
€ 1.600,- bruto per maand exclusief vakantietoeslag, op basis van een 40-urige werkweek.

1.2.

Per e-mail van 6 mei 2016 om 08.01 uur schreef App Tomorrow aan [verzoeker] :
Je was woensdag 4 mei hele dag van de radar. Je was om 10.30 uit afspraak. Je hebt me niet gebeld. Wat heb je deze dag gedaan? Je hebt je activiteiten in webcrm bijgewerkt tot 2 mei!! Daarna heb je op 3 en 4 mei niets meer gedaan in webcrm. Wat is er aan de hand?
Hierop heeft [verzoeker] deze zelfde dag per e-mail van 11.00 uur geantwoord met:
Van de radar?? Ik heb gewoon contact met kantoor. Ik ben vanochtend voor niets naar Maastricht gereden. Geannuleerd, nu hoor ik ook dat de middag ook is geannuleerd,… Ik weet het niet hoor ik neem de middag vrij ik bel alle mensen (3) vandaag nog. Nu echt klaar ermee. Van de 13 zijn er 4 doorgegaan?

1.3.

[verzoeker] heeft een e-mailbericht overgelegd van 6 mei 2016 om 11.14 uur waarin hij schrijft: [naam 1] ( [naam 1] , ktr), ik ben ziek naar huis.

1.4.

In een e-mail van 6 mei 2016 van [naam 2] (hierna [naam 2] ) schrijft deze onder meer:
(…) Echter, toen ik in de ochtend (…) in het systeem / de agenda keek zag ik de afspraak Maastricht in het rood aangegeven, dit omdat ik de pagina niet ververst heb (dan geeft hij de agenda aan zoals deze er uit zag op het moment dat ik deze opende). Echter, op het moment dat ik het account van de klant opende bleek dat er 2 afraken in stonden 1 op vandaag (de geannuleerde) echter stond deze in het groen aangegeven (bevestigd) met een update ongeveer een uurtje daarvoor. En een 2e afspraak voor juni, betreffende de nieuwe afspraak!! Ik heb [verzoeker] kort gesproken over de update die hij had gedaan rond 9.39 uur, echter hij gaf daarbij aan dat hij in het account heeft gekeken maar daarbij niets gewijzigd had, waarbij ik hem wees op het feit dat hij iets heeft opgeslagen en dat je dat niet doet wanneer je iets alleen raadpleegt. Later heb ik hem ad lijn gehad waarbij hij aangaf de afspraak weer op geannuleerd te hebben gezet nadat hij reeds in Maastricht was aangekomen.(…) .

1.5.

Op 6 mei 2016 is [verzoeker] op staande voet ontslagen. De e-mail van App Tomorrow vermeldt:
De reden voor dit ontslag is dat je jouw agenda in WebCRM zodanig eigenhandig hebt gemanipuleerd dat het lijkt alsof je een klant hebt bezocht. Terwijl je er niet bent geweest. Dat is fraude.
Vanochtend en afgelopen weken stond in jouw agenda een als geannuleerd aangegeven afspraak met [bedrijf 1] in Maastricht om 10.00 uur. Dit betreft een afspraak die je had in Maastricht. In de agenda staat duidelijk aangegeven dat deze is geannuleerd op 06-05-2016 door [naam 3] . De tekst in het blog luidt “afspraak geannuleerd nav binnenkomend telefoontje; 1 van 2 contactpersonen kan niet aanwezig zijn”. Ook stond de afspraak (wekenlang) in rood aangegeven, dus dat deze is geannuleerd.
Ik heb vanmorgen nog om 08.00 uur persoonlijk geconstateerd dat deze afspraak op rood stond en was geannuleerd. Ook stond de nieuwe “vervolg” afspraak reeds vermeld in de agenda. Daar is geen misverstand over. Het is ondubbelzinnig duidelijk in WebCRM dat er geen afspraak was in Maastricht. Je werkt namelijk al bijna een jaar met WebCRM.

[naam 2] heeft vanmorgen waargenomen dat jij de agenda omstreeks 9.40 eigenhandig hebt bewerkt in WebCRM zodanig dat de geannuleerde afspraak van rood op groen is gezet door jou. Hij heeft namelijk gezien in WebCRM dat jouw naam bij deze update stond en dat jij deze laatste actie persoonlijk hebt aangemaakt. Vervolgens heeft [naam 2] jou gebeld dat de afspraak is geannuleerd. Hij heeft je gevraagd of je de afspraak hebt bewerkt wat je hebt ontkend. Om 10.30 heb je de afspraak teruggezet op de status geannuleerd (rood). We hebben bewijs van Web CRM dat je mutaties hebt gepleegd op de afspraak.

Vanmorgen laat je mij weten per email dat he voor niets naar Maastricht bent geweest en dat je de hele dag vrij neemt zonder overleg en zonder toestemming. Je hebt een valse voorstelling van zaken gegeven dat je een klant zou hebben bezocht. Je hebt gefingeerd (en gelogen) dat je onderweg was naar een klant zodat je daardoor – neem ik aan – geen verantwoording hoefde af te leggen inzake je tijdbesteding (je was de gehele dag op reis) en de gehele dag vrij kon nemen.

Ook werd ons kantoor vandaag gebeld door [naam 4] van Administratie Valkenswaard. Daar had je om 16.00 uur een afspraak in Eindhoven met [naam 4] en een directeur van een softwareleverancier. Ik heb de eigenaar zojuist gesproken en dit is echt de laatste druppel. Hij vertelde me dat de afspraak met jou nu voor de tweede keer geen doorgang vindt. Ook vertelde hij me dat hij met jou een afspraak had inzake een accountantsportal. Dit is een gesprek waar ik niets van weet en die niet buiten mijn medeweten kan plaatsvinden omdat gesprekken met andere softwareleveranciers grote gevolgen kan hebben voor onze bedrijfsvoering. Over dit gesprek staat ook niets in Web CRM vermeld. Je komt dus A. 2 keer niet opdagen (dit brengt ons bedrijf schade) en B. je informeert het bedrijf niet inhoudelijk over de afspraak en C. het is niet toegestaan om een bedrijfskritiek gesprek te voeren zonder mijn toestemming en medeweten (geheimhouding en concurrentie).

Bovenstaande past in het rijtje dat je niet functioneert en ernstig je taken verwaarloost. Hiertoe kun je zelf alle waarschuwingen nalezen die je de afgelopen twee jaar zijn toegestuurd per mail.


Deze redenen vormend elk afzonderlijk maar ook in samenhang een dringende reden voor dit ontslag op staande voet. (…).

1.5

Per e-mail van 8 mei 2016 schreef App Tomorrow onder meer:
(…) Je hebt je niet ziek gemeld. Ik heb geen e-mail ontvangen. Overigens dient
dat telefonisch te geschieden en niet per email. Wel heb je zonder overleg vrijgenomen. (…)

1.6

App Tomorrow heeft een aantal screenshots overgelegd van haar WebCRM systeem. Het volgende is daarop te zien:
- Op screenshots C en F is vermeld dat een afspraak op 6 mei 2016 om 10.00 uur te Maastricht op 6 april 2016 is geannuleerd “nav binnenkomend telefoontje. 1 van de 2 cp’s kon niet bij het gesprek aanwezig zijn.” Onderaan het screenshot is vermeld dat de laatste update is gemaakt op 3 mei 2016 door [verzoeker] .
- Op screenshot A en D is vermeld dat de bovengenoemde afspraak op 6 mei
2016 om 11.00 uur op geannuleerd stond.
- Screenshot G van het account van [bedrijf 1] (de klant in Maastricht waarmee [verzoeker] op 6 mei 2016 een afspraak zou hebben) vermeldt op 6 mei 2016 als status geannuleerd, hetgeen ook met rood is aangegeven, alsmede een afspraak op 16 juni 2016 met als status bevestigd, hetgeen met groen is aangegeven.
- Op screenshot B is vermeld dat [verzoeker] op 6 mei 2016 om 10.30
uur een update heeft gemaakt in het WebCRM-systeem.

1.7

App Tomorrow heeft een overzicht van tijdstippen van inloggen van [verzoeker]
overgelegd, waaruit volgt dat [verzoeker] op 5 mei 2016 rond 21.00 uur en 23.00
uur heeft ingelogd, alsmede op 6 mei 2016 rond 7.27 uur, 7.35 uur, 8.30 uur,
8.49 uur, 9.25 uur, 9.34 uur, 10.30 uur, 10.49 uur en 10.50 uur, waarbij de tijd
in UCT is aangegeven.

1.8

[verzoeker] is eerder per e-mail door App Tomorrow op zijn functioneren en gedrag aangesproken, te weten:
- op 25 februari 2015 voor agressieve bejegening van [naam 1] (hierna
);

- op 17 juni 2015 voor agressieve bejegening van [naam 1] en het verzetten en
afzeggen van afspraken;
- op 12 september 2015 voor het laten liggen van omzet en het niet bellen van klanten. Ook is hem bij deze gelegenheid te kennen gegeven dat hij geen
afspraken mag verplaatsen en annuleren, dat hij beter bereikbaar moet zijn en
vaker op kantoor aanwezig moet zijn indien hij geen klantenafspraken heeft;
- op 5 maart 2016 voor een te vroeg vertrek van kantoor, het niet bezoeken van een klant op 4 maart 2016 zonder App Tomorrow daarover in te lichten,
alsmede een gemiste afspraak op 23 februari 2016;
- op 31 maart 2016 voor het onvoldoende aantekening houden van
klantgesprekken, het niet nabellen van potentiele klanten, het niet bereikbaar
zijn, het niet bijhouden van bezoekrapportages in WebCRM, het ter sprake
brengen van portals tijdens klantgesprekken waar dit niet de bedoeling is, een
ziekmelding op een moment dat [verzoeker] eigenlijk mee diende te gaan met [naam 1] op een verkoopgesprek en waarvan [verzoeker] eerder al had
aangegeven daar ‘no-way’ mee naar toe te willen. Deze e-mail bevat ook een
aantal verbeterpunten voor [verzoeker] .


Verzoeken

2. In deze procedure liggen meerdere verzoeken ter beoordeling voor, die afzonderlijk zullen worden weergegeven.

3. [verzoeker] verzoekt primair vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst d.d. 6 mei 2016 en, zo begrijpt de kantonrechter, achterstallig loon en doorbetaling van loon, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente. Subsidiair verzoekt [verzoeker] de gefixeerde schadevergoeding over de niet in achtgenomen opzegtermijn, de transitievergoeding en een billijke vergoeding en veroordeling van App Tomorrow in de proceskosten.

4. Daartoe stelt [verzoeker] kort gezegd dat de aan de dringende reden ten grondslag gelegde feiten niet zijn komen vast te staan. [verzoeker] ontkent de afspraak op 6 mei 2016 bij een klant in Maastricht te hebben bewerkt en dit volgt ook niet uit de door App Tomorrow overgelegde producties, aldus [verzoeker] . Volgens [verzoeker] berust alles op een misverstand. Het WebCRM-systeem geeft niet altijd het juiste aan. Bij [verzoeker] stond de afspraak op 5 mei 2016 op groen, maar dit was vrijdag later in de ochtend niet meer het geval. Omdat het onduidelijk was of de afspraak wel of niet doorging en het nog te vroeg was om kantoor te bellen, is hij toch maar op pad gegaan. Wat betreft die andere afspraak op 6 mei 2016 bij een klant in Eindhoven, weet [verzoeker] niet precies wat er mis is gegaan. Die afspraak stond in ieder geval niet in zijn agenda, anders was hij wel gegaan. Voorts heeft [verzoeker] App Tomorrow op 6 mei 2016 laten weten ziek naar huis te gaan.

5. App Tomorrow beroept zich in de ontslagbrief verder op de ‘druppel die de emmer doet overlopen’, maar daarvoor is wel vereist dat [verzoeker] wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn toekomstige daad of gedraging door App Tomorrow tezamen met zijn eerder gedragingen aanleiding zou vormen voor een ontslag opstaande voet, hetgeen hier niet zo is. App Tomorrow heeft [verzoeker] immers niet officieel gewaarschuwd en evenmin kenbaar gemaakt dat bij een volgende vergelijkbare gedraging de maat vol zou zijn. Ook blijkt helemaal niet van disfunctioneren en verwaarlozing van zijn taken. Een ontslag op staande voet is dus ook daarom niet op zijn plaats.

6. [verzoeker] verzoekt ten aanzien van de loonbetaling en wedertewerkstelling tevens een voorlopige voorziening te treffen.

Verweer en tegenverzoeken

7. App Tomorrow voert aan dat wel degelijk een geldig ontslag op staande voet heeft plaatsgevonden en dat zij daarvan ook het bewijs heeft geleverd. [verzoeker] heeft op 6 mei 2016 in de ochtend een geannuleerde afspraak weer op groen gezet en nadat over deze afspraak is gebeld door [naam 2] heeft [verzoeker] die afspraak weer op rood gezet.

8. Voorts stelt App Tomorrow dat zij van [verzoeker] op 6 mei 2016 geen ziekmelding heeft ontvangen, wel de mededeling dat hij vrij nam.

9. Alles wijst erop dat [verzoeker] nimmer de intentie had een klant te bezoeken in Maastricht en de agenda zodanig heeft gewijzigd dat hij geen verantwoording hoefde af te leggen inzake zijn tijdbesteding.

10. Op 6 mei 2016 heeft nog een incident plaatsgevonden. Rond 15.00 uur belde [naam 4] van Administratie Valkenswaard dat hij en [bedrijf 2] een afspraak had met [verzoeker] , maar dat deze (wederom) niet was komen opdagen. Dit brengt App Tomorrow schade toe. Deze afspraak stond bovendien niet in de agenda. Van [naam 4] hoorde App Tomorrow tevens dat de afspraak betrekking had op een accountantsportal, hetgeen een regelrechte concurrent is, althans App Tomorrow werkt al samen met een leverancier van portals en ontwikkelt er ook zelf een. Het gaat om zeer concurrentiegevoelige informatie waarover [verzoeker] zonder toestemming en medeweten van App Tomorrow geen gesprek mag hebben met klanten.

11. Al deze gedragingen passen in het plaatje van disfunctioneren en het verwaarlozen van taken, waaronder het niet adequaat rapporteren van klantenbezoeken, het ongeoorloofd afwezig zijn van kantoor en niet bereikbaar zijn. [verzoeker] is hier ook meermaals voor gewaarschuwd en hem zijn ook tips en aanwijzingen gegeven om zijn functioneren te verbeteren. Nu dit niet is gelukt, verzoekt App Tomorrow daarom voorwaardelijk, voor het geval het dienstverband nog bestaat of het dienstverband in hoger beroep zal worden hersteld, om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van primair verwijtbaar handelen, subsidiair op grond van disfunctioneren en meer subsidiair stelt zij dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. [verzoeker] heeft [naam 1] meermaals agressief en respectloos bejegend en ten overstaan van klanten en collega’s voor schut gezet, bijvoorbeeld tijdens personeelsvergaderingen en verkoopgesprekken. Ook heeft hij het gezag van [naam 1] ondermijnd door instructies van [naam 1] te negeren, zoals bijvoorbeeld de instructie pushberichten te sturen aan klanten en klanten na te bellen. Ook hier is [verzoeker] meermaals mondeling en schriftelijk voor gewaarschuwd.

12. Naast de voorwaardelijke ontbindingsverzoeken verzoekt App Tomorrow een gefixeerde schadevergoeding van € 4.176,71 bruto met daarover wettelijke verhoging en rente. Dit vanwege de onregelmatige opzegging van het dienstverband waartoe [verzoeker] aanleiding heeft gegeven. Voorts verzoekt zij [verzoeker] te veroordelen tot afgifte van in zijn bezit zijnde bedrijfseigendommen op straffe van een dwangsom.

Beoordeling

Vernietiging van het ontslag op staande voet

13. Op grond van artikel 7:678, eerste lid, BW worden als dringende redenen in de zin van het eerste lid van artikel 7:677 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten de omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren ook in de beschouwing te worden betrokken de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals diens leeftijd, de aard en duur van het dienstverband en de gevolgen van het ontslag op staande voet. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van de persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is.

13. In de onderhavige zaak speelt allereerst de vraag of vast staat dat [verzoeker] op 6 mei 2016 een eerder reeds geannuleerde afspraak op groen heeft gezet.

13. Uit de door App Tomorrow overgelegde screenshots en een restore op 6 mei 2016 om 9.50 uur volgt dat de afspraak in Maastricht van 6 mei 2016 om 10.00 uur in de periode 3 mei tot 6 mei 2015 om 9.50 uur steeds op geannuleerd heeft gestaan. Daarmee is de lezing van [verzoeker] dat hij op 5 mei 2016 in de avond heeft gezien dat de afspraak op groen stond voldoende weerlegd. Voorts wordt er, mede gelet op de vele inlogmomenten op 5 en 6 mei 2016, van uitgegaan dat [verzoeker] op 6 mei 2016 in de ochtend wist dat deze afspraak was geannuleerd en dat ook al een nieuwe afspraak stond gepland in juni 2016. Van enige onduidelijkheid omtrent de status van de afspraak kan dan ook geen sprake zijn geweest.

13. Op grond van het voorgaande, alsmede gelet op de waarneming van [naam 2] op 6 mei 2016 dat rond half tien de afspraak op groen stond en dat hij bij deze update de naam van [verzoeker] heeft zien staan, wordt geconcludeerd dat [verzoeker] inderdaad de status van de afspraak in de agenda heeft gewijzigd en op groen heeft gezet en dat hij deze, nadat [naam 2] hem daarover heeft gebeld, weer heeft teruggezet op rood.

13. Voorts moet worden geconcludeerd dat [verzoeker] met deze wijziging in de agenda de bedoeling heeft gehad het te doen voorkomen alsof hij die ochtend een afspraak had in Maastricht. Het feit dat hij diezelfde ochtend, nadat hij door App Tomorrow op de annulering was gewezen, zonder toestemming vrij heeft genomen en zich daarna naar eigen zeggen (App Tomorrow heeft dit betwist) ook nog eens ziek heeft gemeld, wijzen er ook op dat [verzoeker] die dag niet van plan was voor App Tomorrow te werken.

13. Bovendien zijn [verzoeker] bij het ontslag op staande voet ook andere verwijten gemaakt, althans is verwezen naar eerdere waarschuwingen, zoals opgesomd onder 1.8. [verzoeker] heeft deze verwijten, die er alle kort gezegd op neer komen dat zijn werkhouding, communicatie en vervulling van zijn taken te wensen over laten, slechts gepareerd met de reactie dat uit niets blijkt dat er echt wat aan de hand was. Daarmee zijn deze verwijten door [verzoeker] onvoldoende gemotiveerd weersproken en kunnen deze verwijten weldegelijk in samenhang met het vorenstaande, als grond dienen voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet.

13. Zoals hiervoor is overwogen, dient bij de beoordeling of sprake is van een dringende reden ook rekening te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [verzoeker] . [verzoeker] heeft dergelijke omstandigheden, anders dan dat het ontslag financiële gevolgen voor hem heeft, evenwel niet aangevoerd.

13. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de gedragingen van [verzoeker] op 6 mei 2016, mede in het licht bezien van de daarvoor reeds aan [verzoeker] gegeven waarschuwingen aangaande zijn werkhouding een dringende reden voor ontslag hebben opgeleverd waardoor het van App Tomorrow niet langer kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] in stand te houden. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag wordt daarom afgewezen.

13. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tevens tot afwijzing van de subsidiair door [verzoeker] verzochte gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding. Voor een billijke vergoeding is immers slechts plaats in de situatie waarin de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, hetgeen in casu niet is gebleken. Van een onregelmatig ontslag (waarvan de oorzaak bij App Tomorrow zou liggen) is evenmin gebleken. Wel is sprake van ernstig verwijtbaar handelen door [verzoeker] , zodat hij ook geen aanspraak op een transitievergoeding heeft.

Voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv

22. Nu het ontslag op staande voet in stand blijft, zijn de door [verzoeker] gevorderde voorlopige voorzieningen evenmin toewijsbaar.

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

23. Aan de voorwaardelijke verzoeken tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt niet toegekomen. Enerzijds omdat is geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst op 6 mei 2016 door een rechtsgeldig ontslag op staande voet is geëindigd. Anderzijds omdat een thans nog niet bestaande arbeidsovereenkomst, namelijk voor het geval in hoger beroep zal worden beslist tot herstel van de arbeidsrelatie, niet reeds op voorhand kan worden ontbonden. Het ontbindingsverzoek zal dan ook worden afgewezen.

Schadevergoeding op grond van onregelmatige opzegging

24. Nu [verzoeker] opzettelijk, althans door zijn schuld App Tomorrow een dringende reden voor ontslag op staande voet heeft aangereikt, is hij ingevolge artikel 7: 677 lid 2 BW verplicht een vergoeding te betalen, welke ingevolge lid 3 sub a van hetzelfde artikel gelijk is aan het loon over de opzegtermijn.

24. Bij gebreke van een afspraak tussen partijen over de duur van de opzegtermijn, geldt op grond van artikel 6: 672 lid 3 een opzegtermijn van één maand. Rekening houdend met de dag waartegen de arbeidsovereenkomst had mogen worden opgezegd - in casu, wederom bij gebreke van een andere regeling, tegen het einde van de maand - zal de vergoeding worden vastgesteld op het loon over de periode van 7 mei 2016 tot en met 30 juni 2016 inclusief 8% vakantietoeslag. Dit komt neer op een toe te wijzen bedrag van afgerond € 3.066,- bruto. Het meer gevorderde zal worden afgewezen.

24. Voor het verhogen van deze vergoeding met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7: 625 BW bestaat geen grond, nu deze aanspraak slechts is toegekend aan een werknemer in geval van ontijdige loonbetaling. Wel is [verzoeker] wettelijke rente verschuldigd met ingang van 6 mei 2016.

Teruggave bedrijfseigendommen en leaseauto

27. Onbestreden is dat [verzoeker] , naast een leaseauto met kenteken [kenteken] , nog een aantal zaken van App Tomorrow onder zich heeft, waaronder:
- een Macbook inclusief oplader en magic mouse;
- Iphone inclusief oplader en oortelefoon;
- Sony tablet inclusief USB-oplader;
- Toegangspas AOC, nr. [nummer] ;
- AOC parkeerkaart, [nummer] .

27. Nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd, dient [verzoeker] deze zaken aan App Tomorrow ter beschikking te stellen. Het verzoek daartoe zal dan ook worden toegewezen op verbeurte van een dwangsom, met dien verstande dat deze zal worden bepaald op een bedrag van € 500,- per dag met een maximum van € 50.000,-.

27. [verzoeker] wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.

BESLISSING

De kantonrechter:


Op het verzoek van [verzoeker] ex artikel 7:681 jo. 7:686a BW (16-677):

wijst het verzoek af;

Op het verzoek van [verzoeker] tot het treffen van voorlopige voorzieningen (16-680):

wijst het verzoek af;

Op de verzoeken van App Tomorrow ex artikel 7:671b en 7:677 lid 2 BW (16-793):

wijst het verzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst af;

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van € 3.066,- aan schadevergoeding als bedoeld in artikel 7: 677 lid 2 BW, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 mei 2016 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [verzoeker] tot teruggave van de hiernavolgende goederen aan App Tomorrow binnen 5 dagen na betekening van deze uitspraak en in deugdelijke staat, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat deze goederen niet aan App Tomorrow ter beschikking zijn gesteld tot een maximum van € 50.000,-, te weten:
- de leaseauto met kenteken [kenteken]
- Macbook ( [nummer] ) inclusief oplader en magic mouse
- Iphone (IMEI [nummer] ) inclusief oplader en oortelefoon
- Sony tablet (IMEI [nummer] ) inclusief USB oplader
- AOC toegangspas (nr. [nummer] )
- AOC parkeerkaart ( [nummer] );

In alle verzoeken:

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van App Tomorrow begroot op € 500,- aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw;

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en [verzoeker] niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2016 in aanwezigheid van de griffier.