Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:5345

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-08-2016
Datum publicatie
23-08-2016
Zaaknummer
C/13/611792/KG ZA 16-837 AB/SvE
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Nakomen vaststellingsovereenkomst. Geen gronden aanwezig voor vernietiging van de vaststellingsovereenkomst. Vordering toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2474

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/611792 / KG ZA 16-837 AB/SvE

Vonnis in kort geding van 23 augustus 2016

in de zaak van

1 [eiser] ,

2. [eiseres],

beiden wonende te [woonplaats 1] ,

eisers in conventie bij dagvaarding van 21 juli 2016,

verweerders in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. C. Hellingman te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. M. Ellens te Amsterdam.

Eisers zullen hierna afzonderlijk [eiser] en [eiseres] worden genoemd en gezamenlijk worden aangeduid als [eisers] c.s. Gedaagde zal hierna [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 9 augustus 2016 hebben [eisers] c.s. gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagde] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening en in reconventie gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte voorwaardelijke eis in reconventie en gewijzigde voorwaardelijke eis in reconventie. [eisers] c.s. hebben bezwaar gemaakt tegen de gewijzigde voorwaardelijke eis in reconventie, omdat volgens hen sprake is van een nieuwe voorwaardelijke eis in reconventie en deze niet uiterlijk 24 uur voor de zitting is ingediend, zoals het procesreglement voorschrijft. Daargelaten de vraag of sprake is van een gewijzigde of een nieuwe eis in voorwaardelijke reconventie, is de eis niet zo ingewikkeld dat de advocaat van [eisers] c.s. daar niet op kan reageren. De ‘gewijzigde voorwaardelijke eis in reconventie’ wordt dan ook toegelaten. [eisers] c.s. hebben de vordering in voorwaardelijke reconventie bestreden. Beide partijen hebben producties ingediend en het woord doen voeren aan de hand van een pleitnota. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren, voor zover van belang, aanwezig:

aan de zijde van [eisers] c.s.: mr. Hellingman;

aan de zijde van [gedaagde] : [gedaagde] met mr. Ellens.

2 De feiten

2.1.

[eiser] en [eiseres] zijn gehuwd. [gedaagde] is de zus van [eiseres] .

2.2.

In 2007 is [vader] (hierna erflater) overleden. [eiseres] [gedaagde] , [zus 1] , [zus 2] , [zus 3] , [broer 1] en [broer 2] (hierna gezamenlijk de erfgenamen) zijn kinderen van erflater. (…) Aan de erfgenamen is hun legitieme portie in de nalatenschap van erflater onthouden. Ter verkrijging van hun legitieme portie zijn de erfgenamen gezamenlijk in 2011 een gerechtelijke procedure begonnen tegen de tweede echtgenote van erflater en haar twee kinderen, alsmede tegen een rechtspersoonlijkheid bezittende entiteit naar Spaans recht.

2.3.

De erfgenamen hebben gezamenlijk vanaf 2008 meerdere kredieten in rekening-courant opgenomen bij ABN AMRO Bank N.V. ter financiering van de kosten van de afwikkeling van de erfenis, waaronder de juridische kosten.

2.4.

In juli 2012 wensten de erfgenamen hun gezamenlijk krediet bij ABN AMRO te verhogen (…). ABN AMRO was daartoe bereid, mits zekerheid werd gesteld in de vorm van een persoonlijke borg van [eiser] . Op verzoek van de erfgenamen heeft [eiseres] hem bereid gevonden borg te staan.

2.5.

Op of omstreeks 23 juli 2012 hebben de erfgenamen een “Surity agreement with regard to mr. [eiser] and the related sale of real estate to mr. [eiser] met [eiser] gesloten (hierna de borgstelling). In de Nederlandse vertaling van de borgstelling staat, voor zover hier relevant:

OVERWEGENDE DAT

(A) De Familie in afwachting is van de afwikkeling van de erfenis van hun vader (…)

(B) De Familie terzake van de afwikkeling van deze erfenis de nodige kosten (inclusief juridische kosten) heeft moeten maken en successiebelasting ( de Erfkosten ) heeft moeten afdragen;

(C)De Familie ter voldoening van de Erfkosten een kredietovereenkomst met ABN AMRO Bank N.V. ( de Bank ) gedateerd 2 juli 2008 en zoals van tijd tot tijd gewijzigd is overeengekomen voor een oorspronkelijke lening (…) welke recentelijk is verhoogd (…) ( de Kredietovereenkomst );

(D)De Bank aan de Familie heeft verzocht aanvullende garanties af te geven met betrekking tot tijdige terugbetaling van de Lening;

(E) De heer [eiser] heeft aangeboden aan de Familie onder de voorwaarden als uiteengezet in deze overeenkomst garant te willen staan voor een deel van de verplichtingen onder de Kredietovereenkomst(…)

(…)

KOMEN OVEREEN ALS VOLGT:

1. De Familie is en blijft hoofdelijk aansprakelijk voor nakoming van alle verplichtingen onder de Kredietovereenkomst.

2. De heer [eiser] verbindt zich na ondertekening van deze overeenkomst door alle Partijen tegenover de Familie tot het aangaan van een afspraak met de Bank tot nakoming van al hetgeen de Bank van de Familie uit hoofde van de Kredietovereenkomst te vorderen heeft (…) onder de volgende opschortende voorwaarden:

(a) het onroerend goed geleden op [erflater] (…) ( het Onroerend Goed ) en de bijbehorende grond (…) zal onderdeel van de nalatenschap van de heer [erflater] vormen;

en

(b) het Onroerend Goed zal vervolgens op of voor 1 mei 2014 in eigendom zijn verkregen door de heer [eiser] ;

(…) De Borgstelling zal pas geldig zijn op het moment dat aan beide voorwaarden is voldaan. (…)

3. Indien het Onroerend Goed onderdeel vormt van de nalatenschap van de heer [erflater] , verplicht de Familie zich tot levering en eigendomsverschaffing van het Onroerend Goed aan de heer [eiser] tegen betaling van het bedrag van de Koopprijs (…)

4. (…)

5. De Familie mag de Koopprijs enkel gebruiken voor aflossing van een deel van de Kredietovereenkomst. (…)

7. Indien het Onroerend Goed niet uiterlijk op 1 mei 2014 aan de heer [eiser] in eigendom is van de heer [eiser] zal de Borgstelling niet meer geldig kunnen worden en kunnen Partijen aan deze overeenkomst geen rechten meer ontlenen.

8. Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing. Geschillen over deze overeenkomst en de uitvoering ervan zullen exclusief worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Amsterdam.”

2.6.

Op 23 januari 2013 is de hiervoor onder 2.2. genoemde Spaanse procedure geëindigd met een schriftelijke vaststellingsovereenkomst, waarbij de erfgenamen elk voor een gelijk deel de ongedeelde eigendom van diverse onroerende zaken in Spanje hebben verworven. Tot de in de nalatenschap aan de erfgenamen toegewezen onroerende zaken behoort de in de borgstelling genoemde villa (…) op [plaats] (…) tegen een door partijen vastgestelde waarde per 31 augustus 2007 (…)

2.7.

[eisers] c.s. zijn door overgave van de sleutels in het bezit van [de villa] gesteld. [eisers] c.s. hebben [de villa] grootscheeps laten verbouwen. De verbouwing is inmiddels afgerond.

2.8.

Op 9 april 2013 hebben de erfgenamen een Aandeelhoudersovereenkomst gesloten. De Aandeelhoudersovereenkomst luidt, voor zover relevant:

(…)

23) Ter zake de onroerende zaak (…)zijn reeds bindende afspraken gemaakt over de eigendomsoverdracht. [eiseres] [ [eiseres] , vzr.] heeft (…) Erfgenamen kunnen in overleg met [eiseres] het huis betreden.

(…)

26) Op deze overeenkomst is het Nederlandse recht van toepassing. (…) Geschillen die uit deze overeenkomst voortvloeien, wordt voorgelegd aan de bevoegde rechter van de rechtbank Amsterdam.”

2.9.

De successierechten voor de onroerende zaken zijn door de Spaanse fiscus voor de erfgenamen gezamenlijk vastgesteld (…). Op verzoek van de erfgenamen heeft [eiseres] [eiser] bereid gevonden in aanvulling op de borgtocht (…) een geldlening aan de erfgenamen te verstrekken (…) ter voldoening van de successierechten en ter dekking van kosten.

2.10.

De geldlening is vastgelegd in een onderhandse akte van 16 november 2013 (hierna de geldleningsovereenkomst). In de geldleningsovereenkomst is onder meer opgenomen dat alle geschillen voortvloeiende of verband houdende met de geldleningsovereenkomst voorgelegd zullen worden aan de burgerlijke rechter in het arrondissement Amsterdam.

2.11.

Op 10 april 2014 is [de villa] op naam van de erfgenamen ingeschreven in de daartoe bestemde registers.

2.12.

[gedaagde] heeft, als enige erfgenaam, geweigerd de notariële akte ter zake de verkoop en levering van haar aandeel in [de villa] te ondertekenen.

2.13.

Op 6 juni 2016 hebben [eisers] c.s. [gedaagde] in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van deze rechtbank en onder meer gevorderd [eiser] en/of [eiseres] krachtens rechterlijk bevel te machtigen namens [gedaagde] de notariële akte ter zake de verkoop en levering van haar aandeel in [de villa] tegen kwijting van betaling aan haar en haar mede-erfgenamen van de reeds voldane koopsom (…) aan [eiser] en/of [eiseres] te (doen) ondertekenen en namens [gedaagde] te (doen) registreren ten name van [eiser] en/of [eiseres] .

2.14.

Op 27 juni 2016 heeft de zitting plaatsgevonden. Partijen hebben tijdens de zitting een schikking getroffen, die is neergelegd in een proces-verbaal. De schikking luidt als volgt:

“Partijen zijn het volgende overeengekomen.

1. Eisers vrijwaren, indien gedaagde de notariële akte tot levering van de onroerende zaak (…) ondertekent, vanaf het moment van ondertekening gedaagde en de overige erfgenamen voor eventuele aanspraken van:

- de fiscale autoriteiten te Spanje (…) en

- de gemeentelijke autoriteiten (…)

2. De ondertekening zal plaatsvinden binnen één week na heden, indien noodzakelijk bij volmacht.

3. De vastgoedportefeuille van de nalatenschap zal door een door alle erfgenamen aan te wijzen makelaar en/of vastgoedbeheerder namens hen worden verkocht. De makelaar en/of vastgoedbeheerder zal de vraagprijzen bepalen na taxatie door die makelaar/vastgoedbeheerder van de portefeuille en in overleg met alle erfgenamen. Indien de erfgenamen geen overeenstemming bereiken over de aan te wijzen makelaar/vastgoedbeheerder zullen gedaagde enerzijds en de overige erfgenamen anderzijds elk een makelaar/vastgoedbeheerder aanwijzen, die gezamenlijk een derde makelaar/vastgoedbeheerder zullen aanzoeken. De makelaar/vastgoedbeheerder zal aldus binnen één maand na heden worden benoemd.

4. Gedaagde zal, zo zij enige gerechtelijke procedure wenst aan te spannen tegen de overige erfgenamen of alleen tegen eisers, dit doen uiterlijk vóór 1 september 2016. Na dat moment zal gedaagde geen procedures aangaande de nalatenschap en de afwikkeling daarvan beginnen.

5. Eisers tekenen deze overeenkomst mede namens de overige erfgenamen.”

2.15.

Bij faxbericht van 28 juni 2016 00:14 uur heeft de advocaat van [gedaagde] de voorzieningenrechter die de zaak op 27 juni 2016 had behandeld onder meer bericht:

“Hedenmiddag is voornoemd kort geding behandeld en na een uitvoerige zitting is een proces-verbaal opgemaakt, waar partijen voor hebben getekend.

In het proces-verbaal zijn een 4-tal voorwaarden opgenomen, waarover partijen ter zitting overeenstemming hebben bereikt.

Nu, enkele uren na de zitting ziet [ [gedaagde] ] zich genoodzaakt om haar instemming met de afspraken te herroepen en om een wrakingsverzoek in te dienen, strekkende tot vervanging van u als rechter en heropening van de procedure. Dan wel, voor zover de wraking wordt afgewezen, verzoekt zij tot heropening van de behandeling van de procedure, nu cliënte haar instemming met de gemaakte afspraken intrekt.”

2.16.

Het wrakingsverzoek is op 28 juni 2016 door de wrakingskamer van de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om heropening van de zaak is afgewezen.

2.17.

Op 28 juni 2016 heeft de advocaat van [eisers] c.s. de advocaat van [gedaagde] per e-mail aangeschreven en erop gewezen dat de mededeling dat [gedaagde] haar handtekening onder een ten overstaan van de rechter met rechtskundige bijstand door haar rechtsgeleerd raadsman gesloten vaststellingsovereenkomst terugtrekt, kwalificeert als een verklaring in de zin van artikel 6:83 sub c BW en dat [gedaagde] dus in verzuim verkeert. Aan [gedaagde] is een termijn gegeven nog die dag te verklaren dat zij zou nakomen. [gedaagde] noch haar advocaat heeft op de e-mail van 28 juni 2016 gereageerd.

2.18.

Op 5 juli 2016 is [gedaagde] verschenen voor een notaris op [plaats] . In de Nederlandse vertaling van de van dit bezoek opgemaakte akte staat, voor zover hier relevant:

“Vanaf het eerste moment heb ik mijn weigering kenbaar gemaakt om het landgoed (…)aan (…) [eiser] (…)te verkopen, want naast het feit dat die aanmerkelijk lager is dan de normale marktprijs zou een overdracht (…), bij een marktwaarde die veel hoger is, in Spanje een fiscaal delict kunnen betekenen, en het is absoluut niet mijn bedoeling om mee te werken aan het plegen van delicten.

(…)

Ten gevolge van de voortdurende druk die op mij is uitgeoefend door de mensen rondom (…) [eiser] en door mijn broers en zussen, heb ik mij gedwongen gezien ten overstaan van een Nederlandse Rechter mijn toezegging te ondertekenen om afstand te doen van het landgoed aan (…) [eiser] . In lijn daarmee had ik heden samen met mijn broers en zussen aanwezig moeten zijn bij het Notariaat te [plaats] (…) om de verkoop te ondertekenen (…)

Daarentegen, met het oog op de vrees om mogelijk mee te werken aan het plegen van delicten (…) zie ik mij verplicht om de genoemde overeenkomst niet te ondertekenen.”

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eisers] c.s. vorderen samengevat -:

Primair

[eiser] en/of [eiseres] te machtigen, zulks met macht van substitutie, namens [gedaagde] de notariële akte van koop, verkoop en eigendomsoverdracht van het aandeel van [gedaagde] in [de villa], tegen kwijting van betaling aan haar en haar mede-erfgenamen gezamenlijk als verkopers van de koopsom (…) aan [eiser] en/of [eiseres] , te (doen) ondertekenen en namens gedaagde te (doen) registreren ten name van [eiser] en/of [eiseres] ;

Subsidiair

[gedaagde] op straffe van verbeurte van een dwangsom te bevelen haar verplichtingen uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst van 27 juni 2016 na te komen, waaronder begrepen de verplichting om de notariële akte van koop, verkoop en eigendomsoverdracht te ondertekenen of door een gevolmachtigde te doen ondertekenen en aldus haar aandeel in [de villa] tegen kwijting van betaling aan haar en haar mede-erfgenamen gezamenlijk van de koopsom (…) aan [eiser] en/of [eiseres] te verkopen en te leveren;

Primair en subsidiair

[gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eisers] c.s. stellen daartoe, kort gezegd, dat [gedaagde] ondanks een sommatie daartoe, niet heeft voldaan aan de in de vaststellingsovereenkomst onder punt 1 opgenomen verplichting tot ondertekening van een notariële akte. (…)

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in voorwaardelijke reconventie

4.1.

[gedaagde] vordert, in het geval geoordeeld wordt dat de vordering in conventie inhoudelijk kan worden behandeld, samengevat en na wijziging van eis -:

I. [eisers] c.s. op straffe van verbeurte van een dwangsom te gelasten om binnen één week na betekening van het vonnis medewerking te verlenen aan de uitvoering van punt 3 van de op 27 juni 2016 gesloten vaststellingsovereenkomst;

II. [eisers] c.s. op straffe van verbeurte van een dwangsom te gelasten om binnen één week na betekening van het vonnis medewerking te verlenen aan het opmaken van een taxatie van [de villa] (…)

III. [eisers] c.s. te veroordelen in de proceskosten.

4.2.

[eisers] c.s. voeren verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

Bevoegdheid

5.1.

Allereerst moet de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van het geschil kennis te nemen, hetgeen [gedaagde] gemotiveerd betwist.

5.2.

Anders dan [gedaagde] heeft aangevoerd, is in deze zaak geen sprake van een zakelijk recht op onroerend goed als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna Brussel I bis). De door [eisers] c.s. ingestelde vordering ziet immers louter op nakoming van de op 27 juni 2016 gesloten vaststellingsovereenkomst. Dat het rechtsgevolg van de vordering zal zijn dat het aandeel van [gedaagde] in [de villa] overgaat op [eiser] en/of [eiseres] betekent niet dat er dus sprake is van een zakelijk recht als bedoeld in genoemd artikel, dat dan ook niet van toepassing is op deze zaak.

5.3.

Ingevolge artikel 35 Brussel I bis kunnen in de wetgeving van een lidstaat vastgestelde voorlopige of bewarende maatregelen bij de gerechten van die staat worden aangevraagd, zelfs indien een gerecht van een andere lidstaat bevoegd is om van het bodemgeschil kennis te nemen. Het Hof van Justitie heeft aan de toepassing van dit artikel wel nadere voorwaarden gesteld, die er, tezamen genomen, op neerkomen dat voor het gelasten van voorlopige of bewarende maatregelen op deze grond is vereist: (i) dat het gaat om een voorlopige of bewarende maatregel in de zin van het artikel en (ii) dat wordt voldaan aan het zogenoemde reële band-vereiste.

5.4.

Aan het eerste vereiste is voldaan. Het Nederlandse kort geding ex artikel 254 e.v. Rv is een procedure als bedoeld in artikel 35 Brussel I bis. Gevorderd wordt, primair, een rechterlijke machtiging tot het verrichten van een obligatoire verplichting en, subsidiair, een versterking met een dwangsom van een bestaande obligatoire verplichting tot ondertekening van een notariële akte. Dit zijn voorlopige voorzieningen die in de Nederlandse kort gedingpraktijk zonder meer zijn geaccepteerd. Ook is voldaan aan het tweede vereiste. Alle partijen hebben de Nederlandse nationaliteit en worden vertegenwoordigd door Nederlandse advocaten. De vaststellingsovereenkomst waarvan thans nakoming wordt gevorderd is op 27 juni 2016 voor de Nederlandse rechter gesloten en door [gedaagde] ondertekend. Daarmee erkende zij in ieder geval toen de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Bovendien is in de drie onderliggende overeenkomsten, zoals hiervoor genoemd onder 2.5., 2.8. en 2.10, een forumkeuze voor de Nederlandse rechter opgenomen. De conclusie is dan ook dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 35 Brussel I bis bevoegd is van onderhavige vordering kennis te nemen. Dat, indien geoordeeld zou worden dat de Nederlandse rechter bevoegd is van het geschil kennis te nemen, de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam absoluut en relatief bevoegd is, heeft [gedaagde] niet betwist.

5.5.

De vraag of de op 27 juni 2016 ten overstaan van de Nederlandse rechter gesloten vaststellingsovereenkomst moet worden nagekomen dan wel moet worden vernietigd, zal worden beoordeeld naar Nederlands recht.

De schikking van 27 juni 2016

5.6.

Partijen hebben op 27 juni 2016 ten overstaan van de voorzieningenrechter van deze rechtbank een schikking getroffen, die is neergelegd in een proces-verbaal. Niet is in geschil dat sprake is van een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW. Ingevolge artikel 7:904 lid 1 BW kan een vaststellingsovereenkomst alleen worden vernietigd indien gebondenheid daaraan in verband met inhoud of wijze van totstandkoming in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Gebondenheid aan een vaststellingsovereenkomst is regel, strijd met redelijkheid en billijkheid is uitzondering. Uitsluitend ernstige gebreken geven aanleiding tot een sanctie. De vraag is of daarvan in dit geval sprake is.

5.7.

[gedaagde] heeft, kort gezegd, aangevoerd dat zij geen uitvoering wenst te geven aan (punt 1 van) de vaststellingsovereenkomst, te weten ondertekening van de notariële akte tot levering van [de villa] aan [eiser] en/of [eiseres] , omdat levering van [de villa] voor [de koopsom], waar de werkelijke marktwaarde (…) veel hoger ligt, in Spanje een fiscaal delict kan opleveren, waarvoor de door [eisers] c.s. gegeven vrijwaring niet geldt. (…) Daarnaast is op het perceel (…) buiten de kadastrale grenzen gebouwd en is zelfs gebouwd buiten de maximale grens die voor het perceel – dat aan zee ligt – geldt, de ‘costas’. Zo lang [eisers] c.s. dit niet met de gemeentelijke autoriteiten hebben geregeld, loopt [gedaagde] het risico dat zij hiervoor wordt aangesproken, ongeacht de door [eisers] c.s. gegeven vrijwaring. [gedaagde] wil deze risico’s niet lopen. Zij wil het allemaal netjes volgens de regels doen, aldus [gedaagde] .

5.8.

De advocaat van [eisers] c.s. heeft ter zitting uitdrukkelijk verklaard dat [eisers] c.s. de levering (…) op voorhand aan de Spaanse fiscus zal voorleggen teneinde een regeling met de fiscus te treffen. Dat betekent dat van opzet om de fiscus om de tuin te leiden en daarmee van een fiscaal delict, waarvoor iemand zou kunnen worden opgepakt, geen sprake kan zijn. Een dergelijke regeling zou hooguit financieel nadelige gevolgen kunnen hebben, maar daartegen is [gedaagde] gevrijwaard door [eisers] c.s. [gedaagde] heeft verder in alle toonaarden geweigerd om mee te werken aan een fiscaal delict, zodat, als hiervan onverhoopt toch sprake zou zijn, zij wel de laatste zou zijn die hiervoor strafrechtelijk zal worden vervolgd, laat staan dat zij daarvoor ooit zal worden veroordeeld.

5.9.

Wat betreft het bouwen buiten de kadastrale grenzen en de ‘costas’ geldt dat [eisers] c.s. [gedaagde] in de vaststellingsovereenkomst hebben gevrijwaard voor eventuele aanspraken van de gemeentelijke autoriteiten te Spanje aangaande de overschrijding van de zogenaamde kadastrale en ‘costas’ - lijnen. Dat deze vrijwaring niet afdoende is heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd.

5.10.

De conclusie is dat er geen reden is voor vernietiging van de vaststellingsovereenkomst. Dit betekent dat [gedaagde] deze moet nakomen en de primaire vordering van [eisers] c.s. voor toewijzing gereed ligt. Dat de gevorderde machtiging geen werking zou hebben in Spanje, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd, is, wat daarvan verder zij, vooral een probleem van [eisers] c.s. De advocaat van [eisers] c.s. heeft overigens ter zitting verklaard dat hij contact heeft gehad met een Spaanse notaris die hem heeft verzekerd dat de gevorderde rechterlijke machtiging wel ten uitvoer kan worden gelegd in Spanje.

5.11.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten in conventie worden verrekend zoals hierna is vermeld.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Nu de eis in conventie inhoudelijk is behandeld, is voldaan aan de voorwaarde waaronder de voorwaardelijke eis in reconventie is ingediend. Deze zal dan ook worden beoordeeld.

6.2.

[gedaagde] heeft allereerst gevorderd [eisers] c.s. te veroordelen hun medewerking te verlenen aan uitvoering van punt 3 van de vaststellingsovereenkomst van 27 juni 2016. [eisers] c.s. hebben aangevoerd dat [gedaagde] de vaststellingsovereenkomst niet nakomt, reden waarom hij zijn medewerking aan uitvoering van punt 3 van de vaststellingsovereenkomst heeft opgeschort.

6.3.

Nu [gedaagde] in haar brief aan de voorzieningenrechter van 28 juni 2016 (zie hiervoor onder 2.16) haar instemming met alle in de vaststellingsovereenkomst neergelegde afspraken heeft herroepen, is het gerechtvaardigd dat [eisers] c.s. hun medewerking aan de vaststellingsovereenkomst (tijdelijk) hebben opgeschort. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat [eisers] c.s. hun verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst niet zal nakomen. De advocaat van [eisers] c.s. heeft ter zitting verklaard dat de verplichting tot het aanwijzen van een makelaar er ligt en dat die verplichting uiteindelijk ook door [eisers] c.s. zal moeten worden nagekomen. De vordering tot nakoming van punt 3 van de vaststellingsovereenkomst zal dan ook worden afgewezen.

6.4.

[gedaagde] vordert verder, kort gezegd, [eisers] c.s. te veroordelen mee te werken aan een taxatie van [de villa]. Volgens haar is een taxatie (…) noodzakelijk teneinde de risico’s van de verkoop en levering (…) aan [eiser] en/of [eiseres] in kaart te brengen.

6.5.

Gelet op hetgeen in conventie over die risico’s is overwogen, heeft [gedaagde] geen belang (…) bij taxatie van [naam] , zodat ook deze vordering zal worden afgewezen.

6.6.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten in reconventie worden verrekend zoals hierna is vermeld.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie:

7.1.

machtigt [eiser] en/of [eiseres] , met macht van substitutie, namens [gedaagde] de notariële akte van koop, verkoop en eigendomsoverdracht van haar aandeel in de onbezwaarde eigendom in de onroerende zaak (…), tegen kwijting van betaling aan haar en haar mede-erfgenamen gezamenlijk als verkopers van de koopsom (…) aan [eiser] en/of [eiseres] te (doen) ondertekenen en namens [gedaagde] te (doen) registreren ten name van [eiser] en/of [eiseres] ;

7.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

7.3.

verrekent de proceskosten , in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

7.4.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie:

7.5.

weigert de gevraagde voorzieningen;

7.6.

verrekent de proceskosten , in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. S. van Excel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2016.1

1 type: coll:MA