Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:5109

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-08-2016
Datum publicatie
19-08-2016
Zaaknummer
C/13/609054 / FA RK 16-3653
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming Nederlandse Identiteitskaarten en Turkse paspoorten, Paspoortwet, geschil 1: 253a BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2016-0216

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/609054 / FA RK 16-3653 (JK/SM)

Beschikking van 17 augustus 2016 betreffende de Paspoortwet/ geschil ex artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek

in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

hierna mede te noemen de vrouw,

advocaat mr. Z. Taspinar te Amsterdam,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende partij,

hierna mede te noemen de man.

1 De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de ingekomen stukken, waaronder het op 1 juni 2016 ingediende verzoekschrift.

De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 2 augustus 2016, alwaar zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat.

De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen.

2 De feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad, welke relatie in 2007 is beëindigd.

Uit deze relatie zijn geboren:

  • -

    [minderjarige 1],
    geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ;

  • -

    [minderjarige 2],
    geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ;

  • -

    [minderjarige 3] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] .

Deze kinderen zijn erkend door de vader.

Partijen zijn gezamenlijk met het gezag belast.

3 Het verzoek van de vrouw

De vrouw verzoekt de rechtbank aan haar vervangende toestemming te verlenen voor zowel het aanvragen van een geldig legitimatiebewijs ten behoeve van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , als het aanvragen van een Turks paspoort ten behoeve van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] .

De vrouw heeft aangevoerd dat zij de man heeft gevraagd toestemming te geven voor het aanvragen van de Nederlandse identiteitskaarten en de Turkse paspoorten. Hij weigert echter toestemming te geven en zegt dat hij het nut ervan niet inziet. De vrouw stelt dat de kinderen zowel de Nederlandse als de Turkse nationaliteit hebben. Indien de kinderen een Turks paspoort hebben is het voor hen makkelijker om in de toekomst in en uit Turkije te reizen.

De man heeft geen verweer gevoerd.

4 De beoordeling

De minderjarigen hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland, zodat de Nederlandse rechter bevoegd is om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek.

Het verzoek van de vrouw ziet op het aanvragen van Nederlandse identiteitskaarten en Turkse paspoorten voor de minderjarige kinderen van partijen. Ten aanzien van de Nederlandse identiteitskaarten is artikel 34 van de Paspoortwet van toepassing. Echter ten aanzien van het verzoek met betrekking tot de Turkse paspoorten is de Paspoortwet niet van toepassing, nu deze wet op grond van artikel 1, onder o, jo artikel 2 alleen van toepassing is op reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden. Ten aanzien van het verzoek met betrekking tot de Turkse paspoorten, gaat de rechtbank er vanuit dat de vrouw een beroep doet op artikel 1: 253a lid 1 BW, nu partijen gezamenlijk gezag hebben over de kinderen.

Zoals de vrouw ter motivering van haar verzoek ook heeft aangevoerd dienen de kinderen over een geldig identiteitsbewijs te beschikken. Voorts heeft zij tijdens de mondelinge behandeling het belang van de kinderen bij het hebben van een Turks paspoort voldoende duidelijk gemaakt. Het is de vrouw niet gelukt om een positieve reactie van de man te krijgen op haar verzoeken om toestemming voor het aanvragen van de identiteitskaarten en de paspoorten.

De man is behoorlijk opgeroepen voor de mondelinge behandeling, om een vergelijk te beproeven, maar is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank gaat er dan ook dat de man weigert toestemming te verlenen aan de vrouw.

Op grond van hetgeen de vrouw tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, is de rechtbank van oordeel dat na te melden beslissing in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt. De rechtbank zal de verzoeken van de vrouw, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen.

Mitsdien wordt als volgt beslist.

5 De beslissing

De rechtbank:

- verleent aan de vrouw een verklaring van toestemming als bedoeld in het tweede lid van artikel 34 van de Paspoortwet ten behoeve van de volgende minderjarigen:

  • -

    [minderjarige 2],
    geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ;

  • -

    [minderjarige 3] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] .

- verleent aan de vrouw een verklaring van toestemming, welke toestemming die van de man vervangt, ten behoeve van de aanvraag van Turkse paspoorten voor de volgende minderjarigen:

  • -

    [minderjarige 1],
    geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ;

  • -

    [minderjarige 2],
    geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ;

  • -

    [minderjarige 3] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] .

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Kloosterhuis, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. S.A. Marchal, griffier, op 17 augustus 2016.