Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:5105

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-08-2016
Datum publicatie
19-08-2016
Zaaknummer
C/13/594616 / HA ZA 15-892
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop van aandelen teruggedraaid conform het beding dat de koop wordt teruggedraaid in geval van een uitzichtloze conflictsituatie. Eiser doet als koper van de aandelen een beroep op dat beding. Gedaagden stellen en bieden aan te bewijzen dat intussen een nieuwe overeenkomst is gesloten zodat op het beding geen beroep meer kan worden gedaan. Uit de concrete stellingen van gedaagden omtrent die nieuwe overeenkomst volgt echter niet dat eiser niet langer een beroep op het beding kan doen. Het bewijsaanbod wordt daarom gepasseerd. De vordering van eiser wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2428

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/594616 / HA ZA 15-892

Vonnis van 17 augustus 2016

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser sub 1] ,

gevestigd te [plaats] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat: mr. M.A.M.J. Stücken te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEELERWOUD BEHEER B.V.,

gevestigd te [plaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEAVOTA HOLDING B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat: mr. J.C.Th. Papeveld te Waalwijk.

Partijen zullen hierna [eiser sub 1] , [eiser sub 2] , Deelerwoud Beheer, Meavota, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 10 februari 2016,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 25 mei 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde sub 3] is bestuurder en enig aandeelhouder van Deelerwoud Beheer. Deelerwoud Beheer is bestuurder en enig aandeelhouder van Deelerwoud Investments 1 B.V. (hierna: Deelerwoud Investments). Deelerwoud Beheer is verder bestuurder van Meavota en van Hanugo Beheer B.V. (hierna: Hanugo).

2.2.

[gedaagde sub 4] is medebestuurder van Meavota en Hanugo.

2.3.

In 2014 hebben [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] het plan opgevat om een investeringsfonds op te zetten (hierna: het Fonds). De bedoeling was om met behulp van derde-investeerders / aspirant-aandeelhouders te investeren / deelnemingen te verkrijgen in start-ups. Beoogd werd om het Fonds onder te brengen in een vennootschap genaamd Blue Lagoon Investments B.V. (hierna: BLI), te formeren door middel van een fusie tussen Deelerwoud Investments en Hanugo.

2.4.

[gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hebben [eiser sub 2] aangetrokken als manager van het Fonds. Eerstgenoemden stelden als voorwaarde voor de aanstelling van [eiser sub 2] dat hij tegen betaling een aandelenbelang in BLI zou nemen. [eiser sub 2] was hiermee akkoord onder de voorwaarde dat in geval van een uitzichtloze conflictsituatie, ontstaan in de periode tot 1 oktober 2015, de aandelen door [eiser sub 2] zouden worden teruggegeven onder teruggave van de door [eiser sub 2] betaalde koopprijs. Partijen [eiser sub 2] , Deelerwoud Beheer en Meavota hebben dienconform op 16 januari 2015 een overeenkomst gesloten. In deze overeenkomst wordt verder onderkend dat de beoogde fusie nog niet heeft plaatsgevonden, dat BLI dus nog niet bestaat en de aandelenuitgifte daarmee op zich laat wachten. Tegen die achtergrond is bepaald dat [eiser sub 2] de koopprijs voor de aandelen BLI zal betalen aan Deelerwoud Beheer en Meavota ten titel van tijdelijke geldlening en dat die lening ophoudt te bestaan zodra de aandelen BLI aan [eiser sub 2] zijn geleverd, wat volgens de overeenkomst zal geschieden op 1 maart 2015 of zoveel eerder of later als noodzakelijk is.

De overeenkomst van 16 januari 2015 zal hierna de Overeenkomst worden genoemd.

2.5.

[eiser sub 2] is vervolgens aan de slag gegaan als manager van het in de oprichtingsfase verkerende Fonds. [eiser sub 1] heeft de uit hoofde van de Overeenkomst benodigde betalingen voor de aandelen BLI verricht: € 25.000,00 aan Deelerwoud Beheer en € 25.000,00 aan Meavota, hetgeen conform de Overeenkomst is.

2.6.

De beoogde fusie en de daarmee beoogde oprichting van BLI hebben nooit plaatsgevonden.

2.7.

In juni 2015 is een uitzichtloze conflictsituatie ontstaan zoals bedoeld in de Overeenkomst.

2.8.

Bij e-mail van 5 juli 2015 hebben [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 4] en andere bij het Fonds betrokkenen het volgende aan [eiser sub 2] medegedeeld:

(…)

Onder verwijzing naar ons gesprek van vrijdag 26 juli jl. (rechtbank: bedoeld wordt 26 juni jl.), doen we jou bij deze, onderstaand voorstel namens Blue Lagoon Investments BV.

Je hebt je in januari 2015 ingekocht in Blue Lagoon Investments BV voor € 50.000,- met de afspraak, dat dit door beide partijen teruggedraaid zou kunnen worden in geval het niet zou werken.

Wij stellen vast dat de samenwerking wat ons betreft niet werkt. Je hebt je in onze waarneming naar eigen inzicht en kunde ingezet. Gezien de ontwikkeling die Blue Lagoon Investments BV doormaakt en nog door gaat maken levert dat wat ons betreft onvoldoende op. Vandaar dat we de samenwerking hierbij formeel beëindigen, zoals besproken op 26 juni jl.

Jij kent de potentie van Blue Lagoon. Daarom willen wij jou 0,5% van de aandelen (zijnde 10.000 stuks) gunnen, zoals die bij de nieuwe opzet ontstaan. Dit tegenover de € 50.000,-, die je hebt gestort. Dat betekent een discount van 50% op beleggers die intekenen op aandelen.

Verder stellen wij je in de gelegenheid om een onderdeel van onze portefeuille over te nemen, waarbij jij intensieve betrokkenheid hebt gehad. Dat is Cleanflex.

Voorts stellen wij als voorwaarde dat het bovenstaande als een integraal aanbod wordt uitgevoerd. Bij jouw akkoord zullen we het bovenstaande vastleggen in een vaststellingsovereenkomst.

In afwachting van je reactie,

Namens Blue Lagoon Investments

(…)

2.9.

Bij brieven van 6 juli 2015 aan Deelerwoud Beheer en Meavota heeft [eiser sub 2] / [eiser sub 1] uitgesproken dat wat hem / haar betreft sprake is van een uitzichtloze conflictsituatie als bedoeld in de Overeenkomst, en vervolgens Deelerwoud Beheer en Meavota gesommeerd tot terugbetaling van 2 x € 25.000,00, uiterlijk 10 juli 2015.

2.10.

Deelerwoud Beheer en Meavota hebben niet aan de sommatie voldaan.

3 Het geschil

3.1.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] vorderen, steeds uitvoerbaar bij voorraad:

I primair: veroordeling van Deelerwoud Beheer tot betaling van € 25.000,00 aan [eiser sub 1] en veroordeling van Meavota tot betaling van € 25.000,00 aan [eiser sub 1] , voornoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2015 tot de dag der algehele voldoening;

subsidiair: veroordeling van Deelerwoud Beheer tot betaling van € 25.000,00 aan [eiser sub 2] en veroordeling van Meavota tot betaling van € 25.000,00 aan [eiser sub 2] , voornoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2015 tot de dag der algehele voldoening;

II voor zover nodig ontbinding van de koopovereenkomst en voorts, bij wijze van voldoening aan de ongedaanmakingsverbintenis:

primair: veroordeling van Deelerwoud Beheer tot betaling van € 25.000,00 aan [eiser sub 1] en veroordeling van Meavota tot betaling van € 25.000,00 aan [eiser sub 1] ;

subsidiair: veroordeling van Deelerwoud Beheer tot betaling van € 25.000,00 aan [eiser sub 2] en veroordeling van Meavota tot betaling van € 25.000,00 aan [eiser sub 2] ;

III voor zover Deelerwoud Beheer en Meavota niet binnen twee weken na wijzing van dit vonnis voldoen aan de veroordelingen onder I of II:

primair: hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] tot betaling aan [eiser sub 1] van € 50.000,00 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2015 tot de dag der algehele voldoening;

subsidiair: hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] tot betaling aan [eiser sub 2] van € 50.000,00 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2015 tot de dag der algehele voldoening;

IV hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de (na)kosten van het geding.

3.2.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] leggen het volgende aan de vordering ten grondslag. [eiser sub 1] doet jegens Deelerwoud Beheer en Meavota een beroep op de Overeenkomst waarin is bepaald dat in geval van een uitzichtloze conflictsituatie de aandelen door [eiser sub 2] zouden worden teruggeven onder teruggave van de door [eiser sub 2] betaalde koopprijs (neergelegd in artikel 5.4 van de Overeenkomst). De tegen [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] gerichte vorderingen zijn gebaseerd op hun aansprakelijkheid als bestuurder van Deelerwoud Beheer en Meavota; [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hebben de door [eiser sub 1] betaalde € 50.000,00 willens en wetens gebruikt voor een ander doel dan het bij overeenkomst beoogde doel van koopsom voor aandelen BLI. Door toedoen van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] beschikken Deelerwoud Beheer en Meavota niet meer over financiële middelen, waardoor [eiser sub 1] schade lijdt. Voor deze handelwijze kan [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt.

[eiser sub 2] treedt zekerheidshalve naast [eiser sub 1] als eisende partij op.

Aldus [eiser sub 1] en [eiser sub 2] .

3.3.

Gedaagden voeren verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is in confesso dat de in dit geding ingestelde vorderingen behoren tot het vermogen van [eiser sub 1] en niet tot dat van [eiser sub 2] . De vorderingen van [eiser sub 2] zullen dan ook worden afgewezen.

4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat de ontstane conflictsituatie is aan te merken als een uitzichtloze conflictsituatie zoals bedoeld in artikel 5.4 van de Overeenkomst. Ook is niet in geschil dat [eiser sub 1] onder deze omstandigheden in beginsel recht heeft op terugbetaling van de door haar betaalde € 50.000,00 (2 x € 25.000,00). Dit in beginsel voor [eiser sub 1] bestaande recht op terugbetaling is echter naar de stelling van Deelerwoud Beheer en Meavota tenietgegaan doordat met [eiser sub 1] op 8 juni 2015 een nieuwe, vervangende, overeenkomst is gesloten.

4.3.

Deelerwoud Beheer en Meavota stellen over (de achtergrond van) die nieuwe overeenkomst het volgende. In maart 2015 deed zich de mogelijkheid voor dat het Fonds zou gaan samenwerken met een andere, vergelijkbare partij in de markt, namelijk de groep XL Family. De bij het Fonds betrokkenen, onder wie ook [eiser sub 2] , waren er erg op gebrand dat dit door zou gaan. Het scenario van samenwerking met XL Family is onderwerp van gesprek geweest in een vergadering van 8 juni 2015. Aldaar is besproken dat als dit scenario doorgang zou vinden [eiser sub 1] dan 8,5% van de aandelen in de nieuwe situatie zou krijgen, waarbij het reeds door [eiser sub 1] betaalde bedrag van € 50.000,00 als tegenprestatie zou gelden. [eiser sub 1] is hiermee op de genoemde vergadering akkoord gegaan, waarmee een overeenkomst tot stand is gekomen. Een eventuele terugbetaling van de € 50.000,00 aan [eiser sub 1] op grond van artikel 5.4 van de koopovereenkomst was daarmee dus van de baan. Kort na totstandkoming van de nieuwe overeenkomst kwamen gedaagden tot de conclusie dat de samenwerking met [eiser sub 1] / [eiser sub 2] moest worden beëindigd. Omdat [eiser sub 1] zich op het standpunt stelde dat zij recht had op terugbetaling van de € 50.000,00 en zij zich kennelijk niet meer gebonden achtte aan de overeenkomst van 8 juni 2015, is de e-mail van 5 juli 2015 verzonden, een beëindigingsvoorstel van de zijde van onder meer gedaagden. Het voorstel van 5 juli 2015 gaat uit van een aandelenbelang van 0,5% voor [eiser sub 1] in ‘Blue Lagoon Investments BV’ waarmee wordt gedoeld op de handelsnaam van de vennootschap Deelerwoud Investments. De reden dat wordt afgeweken van het op 8 juni 2015 overeengekomen, hogere, percentage van 8,5 is dat er in de tussenliggende maand een en ander is gebeurd en de betrokkenen bij het Fonds wel klaar waren met [eiser sub 2] . Met XL Family is inderdaad een samenwerking totstandgekomen. De definitieve vorm daarvan zal volgens de stand van zaken in januari 2016 zijn dat Deelerwoud Investments een belang krijgt van 36% in XL Family Holding B.V. en een belang van 20% in XL Ventures. De overeenkomst van 8 juni 2015 kan nog altijd worden nagekomen, dat wil zeggen dat [eiser sub 1] een belang van 8,5% in Deelerwoud Investments kan krijgen. Aldus Deelerwoud Beheer en Meavota.

4.4.

[eiser sub 1] betwist dat op 8 juni 2015 een nieuwe overeenkomst is totstandgekomen en voert daartoe het volgende aan. Het is wel zo dat het scenario van samenwerking of fusie met een andere partij is onderzocht, ook door [eiser sub 2] , waarbij de partijen Symbid en XL Family in beeld kwamen. Het percentage van 8,5% is ter vergadering van 8 juni 2015 inderdaad aan [eiser sub 2] voorgehouden. Afspraken zijn echter niet gemaakt. Dat kon ook niet, want op 8 juni 2015 was nog volstrekt onduidelijk voor welk scenario in de toekomst zou worden gekozen. Welk deel van de portfolio van het Fonds nu precies bij de door gedaagden gestelde samenwerking met XL Family is betrokken, is bij [eiser sub 1] niet bekend, terwijl de door gedaagden genoemde percentages van deelneming door Deelerwoud Investments in XL Family [eiser sub 1] ook niet bekend voorkomen. [eiser sub 1] betwist overigens bij gebrek aan wetenschap dát een samenwerking met XL Family is totstandgekomen. Een andere reden waarom [eiser sub 1] ter vergadering van 8 juni 2015 niet met het voorstel van 8,5% akkoord kon gaan, was dat [eiser sub 1] nog wel wat vragen en kanttekeningen had. Zo ergerde het [eiser sub 2] dat [eiser sub 1] de enige was die voor een aandelenbelang zou moeten gaan betalen, namelijk de reeds betaalde € 50.000,00. Aldus [eiser sub 1] .

4.5.

Als veronderstellenderwijs ervan wordt uitgegaan dat op 8 juni 2015 inderdaad een nieuwe overeenkomst is gesloten, kan op basis van de stellingen van Deelerwoud Beheer en Meavota tevens worden vastgesteld dat die overeenkomst door de betrokken partijen weer is teruggedraaid: [eiser sub 1] heeft blijkens die stellingen immers willen terugkomen van de overeenkomst van 8 juni 2015 en Deelerwoud Beheer en Meavota hebben dat vervolgens geaccepteerd, hetgeen ook blijkt uit de e-mail van 5 juli 2015 waarin zijdens Deelerwoud Beheer en Meavota niet de nakoming van de overeenkomst van 8 juni 2015 wordt verlangd, maar toepassing wordt gegeven aan artikel 5.4 van de Overeenkomst waarna tevens een alternatief beëindigingsvoorstel wordt gedaan (0,5% belang in de nieuwe situatie plus overname Cleanflex). [eiser sub 1] heeft dat alternatieve beëindigingsvoorstel vervolgens niet aanvaard en vastgehouden aan artikel 5.4 van de Overeenkomst, zo blijkt uit de brieven van 6 juli 2015. Kortom, de eigen stellingen van Deelerwoud Beheer en Meavota leiden niet tot de conclusie dat [eiser sub 1] geen beroep op de Overeenkomst kan doen. Gelet op het voorgaande zal het bewijsaanbod van Deelerwoud Beheer en Meavota ter zake van het op 8 juni 2015 mondeling hebben bereikt van een nieuwe overeenkomst, worden gepasseerd nu de uitkomst van dergelijke bewijsvoering niet kan bijdragen aan de beslissing in dit geding.

4.6.

Het voorgaande leidt tot toewijzing van de vordering tot nakoming van [eiser sub 1] jegens Deelerwoud Beheer en Meavota wat betreft de hoofdsommen (de vordering onder I, primaire gedeelte). Aan rente zal de gewone wettelijke rente, en niet de wettelijke handelsrente, worden toegewezen. De overeenkomst zoals neergelegd in artikel 5.4 van de Overeenkomst is immers te beschouwen als een op zichzelf staande regeling, niet zijnde een handelsovereenkomst – terwijl de Overeenkomst voor zover inhoudende dat [eiser sub 1] een bedrag moet betalen in ruil voor toekomstige aandelen wél als een handelsovereenkomst zou kunnen worden beschouwd. Verzuim aan de zijde van Deelerwoud Beheer en Meavota ter zake van de betaling ex artikel 5.4 van de Overeenkomst kan niet eerder dan 11 juli 2015 worden aangenomen, zulks gelet op de brieven van [eiser sub 1] van 6 juli 2015. De wettelijke rente zal derhalve vanaf 11 juli 2015 worden toegewezen.

4.7.

Gelet op het voorgaande bestaat geen belang meer bij de op ontbinding gebaseerde vordering sub II. Die vordering zal daarom worden afgewezen.

4.8.

De vorderingen tegen [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zijn gebaseerd op hun aansprakelijkheid als bestuurder. Voor het slagen van deze vorderingen is voorwaarde dat Deelerwoud Beheer en Meavota de vorderingen van [eiser sub 1] onbetaald laten en geen verhaal bieden en dat aan [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] ter zake persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dat Deelerwoud Beheer en Meavota geen verhaal bieden is door [eiser sub 1] niet gemotiveerd gesteld en door eerstgenoemden betwist. Reeds hierom moeten de vorderingen tegen [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] worden afgewezen.

4.9.

Deelerwoud Beheer en Meavota zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de aan de zijde van [eiser sub 1] gevallen kosten van het geding, tot heden begroot op:

€ 79,47 aan explootkosten en bijkomende verschotten

€ 1.909,00 aan griffierecht

€ 1.788,00 aan salaris advocaat (2 punten, liquidatietarief IV)

€ 3.776,47 tot heden, terwijl de nakosten worden begroot en toewijsbaar zijn op de wijze als bij de beslissing vermeld.

4.9.1.

[eiser sub 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de aan de zijde van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] gevallen kosten van het geding, tot heden begroot op nihil.

4.9.2.

[eiser sub 2] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de aan de zijde van gedaagden gevallen kosten van het geding, tot heden begroot op nihil.

4.10.

Gedaagden hebben gevraagd om een veroordelend vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, subsidiair om aan een dergelijke verklaring de voorwaarde van zekerheidsstelling te verbinden, zulks vanwege de schade die tussentijdse executie zal toebrengen aan gedaagden en aan het Fonds waarbij ook (veel) geld van derden is gemoeid. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan het verzoek van gedaagden te voldoen. De enkele omstandigheid dat executie schadelijk is, is onvoldoende om de uitvoerbaarheid bij voorraad aan het vonnis te onthouden. Verder is niet gemotiveerd waarom executie schade aan het Fonds zou toebrengen. Het bestaan van een restitutierisico is niet gesteld of gebleken, zodat voor de gevraagde zekerheidsstelling ook geen grond bestaat.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Deelerwoud Beheer tot betaling aan [eiser sub 1] van een bedrag van

€ 25.000,00 (zegge: vijfentwintigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2015 tot de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt Meavota tot betaling aan [eiser sub 1] van een bedrag van € 25.000,00 (zegge: vijfentwintigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2015 tot de dag der algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt Deelerwoud Beheer en Meavota hoofdelijk in de aan de zijde van [eiser sub 1] gevallen kosten van het geding, tot heden begroot op € 3.776,47 voor zover van toepassing inclusief btw, te vermeerderen met nasalaris begroot op een bedrag van € 131,00, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan;

5.4.

wijst het meer of anders tegen Deelerwoud Beheer en Meavota gevorderde af;

5.5.

wijst de vordering van [eiser sub 1] tegen [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] af;

5.6.

veroordeelt [eiser sub 1] in de aan de zijde van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] gevallen kosten van het geding, tot heden begroot op nihil;

5.7.

wijst de vorderingen van [eiser sub 2] af;

5.8.

veroordeelt [eiser sub 2] in de aan de zijde van gedaagden gevallen kosten van het geding, tot heden begroot op nihil;

5.9.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2016.1

1 type: BvB coll: *