Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:5058

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-08-2016
Datum publicatie
12-08-2016
Zaaknummer
CV EXPL 16-9843
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Boete op niet terugsturen mediabox (die geen waarde meer vertegenwoordigt) bij einde overeenkomst oneerlijk beding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2377

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 4927720 CV EXPL 16-9843

vonnis van: 9 augustus 2016

fno.: 21924

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ziggo Services B.V.

gevestigd te Utrecht

eiseres

nader te noemen: Ziggo

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders (Groningen)

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

nader te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • -

    dagvaarding van 8 februari 2016 met producties 1 t/m 6;

  • -

    antwoord;

  • -

    instructievonnis van 17 mei 2016;

  • -

    repliek met 1 productie;

  • -

    dupliek;

  • -

    dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[gedaagde] heeft bij Ziggo (destijds UPC) onder klantnummer [klantnummer] een abonnement kabeltelevisie en radio en een abonnement digitale televisie royaal afgesloten. Hiertoe heeft hij gebruik gemaakt van een UPC Mediabox.

1.2.

Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. In artikel 4,10 van de algemene voorwaarden staat: ‘Is de overeenkomst beëindigd? Dan geeft u het product binnen vier weken na beëindiging van de overeenkomst terug aan UPC. UPC betaalt u dan de waarborgsom terug met aftrek van de kosten die u eventueel nog aan ons moet betalen. Wij betalen geen rente over de waarborgsom. Als het product is beschadigd of niet tijdig wordt teruggestuurd, bent u UPC daarvoor een vergoeding verschuldigd. UPC kan dit bedrag inhouden op de waarborgsom.

1.3.

De abonnementen zijn op enig moment beëindigd. [gedaagde] heeft de mediabox niet geretourneerd.

1.4.

Ziggo heeft aanspraak gemaakt op betaling van abonnementsgelden, administratiekosten en de vervangingswaarde voor de mediabox. Hiervoor heeft Ziggo verschillende aanmaningen verstuurd.

Vordering en verweer

2. Ziggo vordert dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van € 145,88, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 97,80 vanaf 5 januari 2016 tot de voldoening en met veroordeling in de proceskosten.

Ziggo stelt hiertoe, samengevat en zakelijk weergegeven, het volgende. De abonnementen zijn wegens wanbetaling beëindigd per 5 oktober 2012. [gedaagde] heeft de overeenkomst niet eerder beëindigd. Tot 5 oktober 2012 is [gedaagde] nog € 12,80 aan abonnementsgelden en administratiekosten verschuldigd. Daarnaast is hij € 85,00 verschuldigd wegens het niet tijdig retourneren van de mediabox. Er is hiervoor een retourdoos naar het adres van [gedaagde] gestuurd. Het bedrag dat hij op grond van artikel 4.10 van de algemene voorwaarden verschuldigd is als hij niet binnen vier weken retourneert, staat niet voor de vervangingswaarde maar is een boete. De rente tot 5 januari 2016 bedraagt € 8,08. Wegens het uitblijven van betaling is [gedaagde] € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten verschuldigd geworden. De brieven zijn naar het laatst bekende adres van [gedaagde] gestuurd. Hij heeft geen adreswijziging doorgegeven. De facturen staan bovendien online.

3. [gedaagde] heeft, samengevat en zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd. De beëindigingsdatum van de abonnementen wordt betwist, die zou begin juli 2012 dienen te liggen. Begin juni 2012 heeft [gedaagde] namelijk telefonisch opgezegd en ook een adreswijziging doorgegeven. Dat is nimmer aan hem bevestigd. Na juni 2012 heeft hij nooit facturen ontvangen. De facturen waren namelijk geadresseerd aan zijn oude adres. Hij had geen mogelijk deze online te betalen, vandaar dat hij ook betaalde om de facturen per post te ontvangen. Het bedrag van € 12,80 aan abonnementskosten is onvoldoende gespecificeerd. Het retourneren van de mediabox is door Ziggo nimmer ter sprake gebracht. Bovendien is de mediabox na verloop van acht jaren (zo lang had [gedaagde] de mediabox) niets meer waard. De vervangingskosten vindt hij daarom onredelijk. Er is nimmer een retourdoos voor de mediabox verstuurd. [gedaagde] heeft de mediabox nog in zijn bezit.

Beoordeling

4. Ter discussie staat de vraag of [gedaagde] de overeenkomst eerder dan de beëindigingsdatum van 5 oktober 2012 heeft opgezegd. [gedaagde] heeft zijn stelling dat hij zijn abonnementen telefonisch begin juni 2012 heeft opgezegd niet geconcretiseerd of onderbouwd door bijvoorbeeld het noemen van een concrete datum of een naam van de betrokken medewerker. Nu hij niet kan onderbouwen dat hij begin juni 2012 heeft opgezegd, moet het ervoor gehouden worden dat die opzegging niet heeft plaatsgevonden en dat de overeenkomsten dus pas 5 oktober 2012 zijn beëindigd.

5. Ziggo heeft gesteld dat er nog een bedrag van € 12,80 aan abonnementsgelden en administratiekosten open staat. [gedaagde] zegt wel dat Ziggo dit bedrag niet gespecificeerd heeft, maar dat heeft zij wel door het overleggen van diverse facturen bij de dagvaarding. Daaruit volgt – na verrekening – een restantbedrag van € 12,80. Dat dit bedrag onjuist is, heeft [gedaagde] niet onderbouwd. Derhalve zal dit bedrag worden toegewezen.

6. Ziggo heeft een bedrag van € 85,00 gevorderd omdat de mediabox niet is teruggestuurd. Uit artikel 4.10 van de algemene voorwaarden volgt dat in dat geval een ‘vergoeding’ is verschuldigd, de hoogte van die vergoeding is niet gespecificeerd. Voor zover het woord ‘vergoeding’ in dat artikel niet gelezen moet worden als schadevergoeding, maar als boete – zoals UPC heeft betoogd – dient de kantonrechter (ambtshalve) de vraag te beantwoorden of daarmee sprake is van een oneerlijk beding. [gedaagde] is immers consument en Ziggo beroept zich op een beding dat is opgesteld om in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen. Het onderhavige beding is oneerlijk omdat de hoogte van de boete niet in redelijke verhouding staat tot het mogelijk nadeel van Ziggo. Ziggo heeft immers niet weersproken dat de mediabox na acht jaar gebruik geen enkele waarde meer vertegenwoordigt. Zij heeft evenmin uitgelegd waarop het bedrag van € 85,00 is gebaseerd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beding buiten toepassing moet worden gelaten. Dit betekent dat de gevorderde € 85,00 wegens het niet retourneren van de mediabox niet toewijsbaar is. De vraag of een retourdoos is toegestuurd, kan daarmee onbesproken blijven.

7. Het vaste bedrag aan wettelijke rente kan niet worden toegewezen, aangezien een deel van de hoofdsom gelet op het voorgaande wordt afgewezen. De wettelijke rente over het toe te wijzen bedrag van € 12,80 zal worden toegewezen vanaf de respectieve vervaldata van de facturen. Zelfs als de huurwijziging door [gedaagde] is doorgegeven, had hij er ook zelf alert op moeten zijn dat hij geen facturen meer ontving terwijl de overeenkomst niet was opgezegd.

8. Aangezien in de aanmaningen – zo deze ontvangen zijn – het verkeerde bedrag vermelden waarop Ziggo aanspraak kon maken, dient de vordering met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten te worden afgewezen.

9. In de uitkomst van de procedure ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, hetgeen betekent dat beide partijen hun eigen kosten dragen.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Ziggo van € 12,80, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de respectieve vervaldata van de facturen tot aan de voldoening;

compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen proceskosten draagt;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. K.G.F. van der Kraats, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 augustus 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.