Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:4757

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-07-2016
Datum publicatie
28-07-2016
Zaaknummer
CV EXPL 15-34656
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vernietiging huurovereenkomst wegens bedrog.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2016/234
RVR 2016/101
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 4665402 CV EXPL 15-34656

vonnis van: 25 juli 2016

fno.: 515

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

de stichting STICHTING YMERE,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

nader te noemen: Ymere,

gemachtigde: mr. R.N.E. Visser,

t e g e n

1. [gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2] ,

beiden wonende te [plaats] ,

gedaagden,

nader gezamenlijk te noemen: [gedaagden samen] ,

gemachtigde: mr. C.E. Kolthof.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

- dagvaarding van 3 december 2015, met producties;
- antwoord, met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.

De comparitie heeft plaatsgevonden op 18 mei 2016. Voorafgaand aan de comparitie heeft Ymere nog een stuk ingediend. Voor Ymere zijn verschenen [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , vergezeld door de gemachtigde. [gedaagde 1] is in persoon verschenen, vergezeld van zijn gemachtigde. Partijen zijn gehoord, hebben hun standpunten nader toegelicht, Ymere mede aan de hand van een overgelegde pleitnota, en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald. De griffier heeft aantekeningen gemaakt die aan het dossier zijn toegevoegd.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

Op 15 december 2015 heeft Ymere de woning aan de [straat] te [plaats] , hierna de woning, ter verhuur aangeboden.

1.2.

Op 23 december 2015 heeft een registratie van [gedaagden samen] voor de woning plaatsgevonden bij Ymere.

1.3.

Op een ten behoeve van [gedaagden samen] ingevuld formulier ten behoeve van de woning is een uittreksel van de Kamer van Koophandel gevoegd alsmede een resultatenrekening van de eenmanszaak [bedrijf 1] te [plaats] , waarop een resultaat over 2014 vermeld staat va € 22.019,68. Verder is een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 12 maanden tussen [gedaagde 1] en [bedrijf 2] overgelegd waarin een brutoloon van [gedaagde 1] is opgenomen van € 3.750,00 per maand. De arbeidsovereenkomst is gedateerd op 1 mei 2013 en heeft als ingangsdatum 22 december 2014.

1.4.

Op 16 januari 2015 is tussen Ymere en [gedaagden samen] een huurovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de woning. De netto huurprijs bedraagt
€ 1.050,00 per maand.

1.5.

Op basis van een onderzoek naar woonfraude door Ymere is [gedaagden samen] uitgenodigd voor een gesprek met Ymere, Team Woonfraude. Door Ymere is een schriftelijk verslag gemaakt van deze op 19 augustus 2015 gehouden bijeenkomst.

1.6.

Op 21 september 2015 heeft een vervolggesprek plaatsgevonden.

1.7.

Bij brief van 13 oktober 2015 heeft Ymere aan [gedaagden samen] laten weten, voor zover hier va belang:

U woont in de woning [straat] . Om de woning te mogen huren heeft u een aantal documenten moeten inleveren. Daarover gaat deze brief. U heeft onjuiste inkomensgegevens verstrekt om voor de woning [straat] in aanmerking te komen. We hebben hierover meerdere gesprekken met u gehad. U heeft onze constateringen en vermoedens niet weerlegd. U gaf aan dat u begin 2015 een aantal maanden bij het schoonmaakbedrijf heeft gewerkt maar nu niet meer. U wist de naam van het schoonmaakbedrijf niet en de naam van de werkgever niet. U zei dat u salarisstrookjes zou kunnen overleggen. Wij vroegen of u ook kon aantonen dat u het op uw bankrekening heeft ontvangen. U zei dat u het inkomen contant heeft ontvangen. Ook kon u geen verklaring geven voor het feit dat u 36 uur per week schoonmaker was en nog full time een eenmanszaak runt (café-restaurant [bedrijf 1] te [plaats] ) en onlangs [bedrijf 3] heeft gekocht aan de [straat] .

Wij sommeren u om uiterlijk 20 oktober schriftelijk de huur op te zeggen. Omdat de door u verstrekte gegevens niet zijn, is de huurovereenkomst gebaseerd op misleiding en bedrog. Dit is voor Ymere onacceptabel.

1.8.

[gedaagden samen] heeft de huurovereenkomst niet opgezegd.

1.9.

Bij e-mail van 16 november 2015 heeft Ymere de huurovereenkomst buitengerechtelijk vernietigd.

Vordering

2. Ymere vordert een verklaring voor recht dat Ymere de huurovereenkomst met [gedaagden samen] buitengerechtelijk heeft vernietigd, althans de huurovereenkomst te vernietigen. Verder vordert Ymere dat [gedaagden samen] wordt veroordeeld de woning te ontruimen onder verbeurte van een dwangsom, met veroordeling van [gedaagden samen] tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 925,00, alles met veroordeling van [gedaagden samen] in de kosten van dit geding.

3. Ymere stelt daartoe, zakelijk weergegeven, dat de huurovereenkomst op grond van bedrog en of dwaling tot stand is gekomen en dat zij deze op goede gronden op 16 november 2015 buitengerechtelijk heeft vernietigd. Ter toelichting betoogt Ymere dat de informatie die door [gedaagden samen] is verstrekt onjuist is. Het betreft een gefingeerde arbeidsovereenkomst, althans de gestelde werkgever bestond niet op het moment van het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst en is kort na de gestelde ingangsdatum van het contract opgeheven. In eerdere inschrijvingen verschilt telkens zijn jaarinkomen. Verder kan [gedaagden samen] geen loonstrookjes overleggen en betalingen of bankafschriften aantonen. Nader onderzoek naar de financiën heeft opgeleverd dat het jaarresultaat van de zaak van [gedaagde 1] nooit toereikend was om de huur te voldoen.

Verweer

4. [gedaagden samen] betwist dat hij Ymere heeft bedrogen, dan wel dat sprake is van dwaling bij de totstandkoming van de huurovereenkomst. Ter toelichting voert hij aan, zakelijk weergegeven, dat [naam 4] voor hem heeft gereageerd op de woning. Tijdens een bezoek van [naam 4] en hem ten kantore van Ymere is het reactieformulier niet door hem ingevuld, maar door [naam 4] dan wel een medewerker van Ymere. Hij heeft dan ook niets verklaard in voornoemd formulier. Op of omstreeks 9 januari 2015 heeft hij een bezoek gebracht aan het kantoor van Ymere en heeft hij diezelfde medewerker die hij eerder had gezien een groot aantal schriftelijke gegevens. Nadat deze de gegevens had bekeken heeft die medewerker gezegd dat de gegevens van [bedrijf 1] en de arbeidsovereenkomst voldoende waren. Hij betwist verder dat de getoonde inhoud van bedoelde stukken niet juist is.

Beoordeling

5. Bij de beoordeling geldt tot uitgangspunt dat [gedaagden samen] zich niet kan verschuilen achter mededelingen die wellicht niet feitelijk door hem zijn gedaan, maar wel namens hem zijn gedaan ter verkrijging van de woning. Mededelingen die door [naam 4] aan Ymere zijn gedaan, worden [gedaagden samen] dan ook volledig aangerekend. Het ligt immers op de weg van [gedaagden samen] om als potentieel huurder ervoor zorg te dragen dat de informatie die hij in dat kader aan verhuurster verstrekt juist is en hij dient dan ook te controleren of door derden namens hem gedane mededelingen correct zijn. Het inschakelen van een onbetrouwbare derde komt dan ook volledig voor rekening en risico van [gedaagden samen] . De andersluidende verweren van [gedaagden samen] worden dan ook gepasseerd.

6. Vervolgens wordt bij de beoordeling in aanmerking genomen dat Ymere afdoende haar belang bij juiste informatie over de financiële omstandigheden van haar aanstaande huurster heeft toegelicht. Allereerst dient zij immers een inschatting te maken of de inkomenssituatie van de aanstaande huurder een huur van een omvang als in dit geval werd gevraagd kan voldoen om te voorkomen dat al snel een huurachterstand ontstaat met alle kosten voor zowel haarzelf, maar ook huurster van dien. Daar komt nog bij dat Ymere er ook een zeker belang bij heeft om enig inzicht in de betrouwbaarheid en de herkomst van de huur te hebben teneinde zo te voorkomen dat zij betalingen ontvangt van opbrengsten uit illegale activiteiten. In dit verband gaat de strofe “wat niet weet, wat niet deert” voor Ymere niet op. Daarbij verdient ook nog aantekening dat een dergelijke duidelijkheid bij de totstandkoming van de huurovereenkomst moet worden gegeven en dat de verhuurster bij de controle achteraf mag verwachten dat direct openheid van zaken wordt gegeven en dat deze uitleg overeenstemt met de daarvoor gegeven informatie. De wijze waarop [gedaagden samen] tot en met de terechtzitting onduidelijke en niet steeds eenduidige verklaringen heef gegeven beantwoordt niet aan die vereiste duidelijkheid.

7. Tegen de hiervoor geschetste achtergrond is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende vast komen te staan dat [gedaagden samen] zich schuldig heeft gemaakt aan bedrog. De overgelegde arbeidsovereenkomst roept een groot aantal vragen op die door [gedaagden samen] , tegenover Ymere, maar ook in dit geding, niet adequaat zijn beantwoord, terwijl dat wel op zijn weg had gelegen. De identiteit van de werkgever is onbekend gebleven en betalingen uit hoofde van die arbeidsovereenkomst zijn door [gedaagden samen] niet aangetoond. Evenmin is gebleken dat [gedaagde 1] is aangemeld bij de Belastingdienst, UWV, dan wel enige andere officiële instantie. Ook de aard van de werkzaamheden die [gedaagde 1] volgens eigen zeggen voor zijn werkgever zou gaan verrichten is onjuist weergegeven en de data op de arbeidsovereenkomst zijn niet juist, terwijl de hoogte van het inkomen voor de wel in de arbeidsovereenkomst vermelde werkzaamheden opmerkelijk hoog zijn. Het wordt er dan ook voor gehouden dat de overgelegde arbeidsovereenkomst geen juiste weergave van een dienstverband geeft en dat overlegging hiervan aan Ymere voor [gedaagden samen] geen ander doel heeft gehad dan reguliere inkomsten aan te tonen teneinde in aanmerking te komen voor de woning. Een andere redengevende verklaring is door [gedaagden samen] ook niet gegeven. Voor zover door [gedaagden samen] in dit verband is opgemerkt dat de medewerker van Ymere een keuze heeft gemaakt uit de stukken die hij had meegenomen, waarmee hij kennelijk wenst te betogen dat hem dit niet kan worden verweten, wordt dit betoog – voor zover al juist - gepasseerd. Allereerst al omdat [gedaagden samen] deze arbeidsovereenkomst niet had behoren te presenteren, maar vervolgens had hij, op het moment dat de medewerker van Ymere meedeelde dat de arbeidsovereenkomst en de stukken van eenmanszaak [bedrijf 1] voldoende waren, openheid van zaken moeten geven, hetgeen hij heeft nagelaten. In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen is het aanbod van [gedaagden samen] om stukken van de accountant in het geding te brengen, dan wel getuigen over zijn zaken te horen niet relevant.

8. Het vorenstaande leidt ertoe dat de huurovereenkomst door bedrog van [gedaagden samen] tot stand is gekomen en zal worden vernietigd. Voor zover Ymere een verklaring voor recht vordert dat zij de huurovereenkomst buiten rechte al heeft vernietigd, wordt bij gebreke van een bewijs daarvan in dit geding hieraan voorbij gegaan.

9. Nu de huurovereenkomst wordt vernietigd, is de vordering tot ontruiming eveneens toewijsbaar. Na te melden ontruimingstermijn komt daarbij redelijk voor.

10. Gelet op het feit dat de verhuurder met de toewijzing van de veroordeling tot ontruiming reeds een titel heeft om zelf, via de weg van de reële executie, tot gedwongen ontruiming over te gaan, dient zij te onderbouwen op grond waarvan een extra prikkel om tot ontruiming over te gaan in de vorm van een op te leggen dwangsom nodig is. Nu een dergelijke adequate onderbouwing ontbreekt, wordt de vordering tot het opleggen van een dwangsom bij gebrek aan belang afgewezen. Verhuurder onderbouwt de noodzaak van de dwangsom als extra prikkel slechts met de stelling dat deze de kosten van ontruiming voor de verhuurder kan voorkomen; daarmee heeft verhuurder echter niet onderbouwd dat de dwangsom, naast het uitspreken van de ontbinding en de veroordeling tot ontruiming, met het vooruitzicht dat deze ook daadwerkelijk wordt aangezegd en uitgevoerd, aan de huurder een extra prikkel geeft.

11. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. Niet gebleken is van werkzaamheden die naast een proceskostenveroordeling een dergelijke vergoeding rechtvaardigen.

12. Hetgeen overigens door partijen is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.

13. [gedaagden samen] wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

vernietigt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning [straat] te [plaats] ;

veroordeelt [gedaagden samen] om het gehuurde binnen drie maanden te ontruimen en ter beschikking van Ymere te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde;

veroordeelt [gedaagden samen] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Ymere begroot op:
exploot € 94,14
salaris € 200,00
griffierecht € 116,00
-----------------
totaal € 410,14
voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt [gedaagden samen] tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en [gedaagden samen] niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juli 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.