Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:475

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-02-2016
Datum publicatie
05-02-2016
Zaaknummer
600379 / KG ZA 16-8
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

afgifte auto ondanks tenaamstelling kentekenregistratie op naam van gedaagde

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/600379 / KG ZA 16-8 PS/CB

Vonnis in kort geding van 4 februari 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [XXX] ,

eiser bij dagvaarding van 11 januari 2016,

advocaat mr. C. de Bie-Koopman te Alkmaar,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [XXX] ,

gedaagde,

advocaat mr. P. Geervliet te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 21 januari 2016 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. [eiser] heeft producties in het geding gebracht. [gedaagde] heeft producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren partijen met hun advocaten aanwezig.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben elkaar begin oktober 2015 via Facebook leren kennen en hebben hierna tot omstreeks 17 december 2015 een affectieve relatie gehad.

2.2.

[eiser] heeft op 4 november 2015 een [auto] met kenteken [YYY] gekocht voor een bedrag van € 11.000,--. De auto is vervolgens op naam van [gedaagde] gezet.

2.3.

Op 7 december 2015 heeft [eiser] de auto ingeruild voor een nieuwer model met kenteken [ZZZ] (hierna: de auto). De koopsom bedroeg € 17.950,--. [eiser] heeft na inruil nog een bedrag van € 6.500,-- bijbetaald. De auto is wederom op naam van [gedaagde] gezet.

2.4.

Enkele dagen nadat de relatie tussen partijen is beëindigd heeft

[gedaagde] de auto weg laten slepen door een bergingsbedrijf. Met verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van

4 januari 2016, heeft [eiser] conservatoir beslag tot afgifte doen leggen op de auto, met aanstelling van Bergingscentrale Koppes B.V. als gerechtelijk bewaarder.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – samengevat – primair afgifte van de auto en de originele autopapieren op straffe van een dwangsom van € 250,-- per dag of gedeelte daarvan en subsidiair betaling van de koopsom van de auto van € 17.950,--, te vermeerderen met wettelijke rente, beide met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

[eiser] stelt daartoe dat hij eigenaar is (gebleven) van de auto. Omdat [gedaagde] woonachtig is in [XXX] en [eiser] daar veelvuldig verbleef, heeft hij de auto op naam van [gedaagde] gezet, zodat op haar naam een parkeervergunning in [XXX] kon worden aangevraagd. De kentekenadministratie was echter een zuivere administratieve aangelegenheid. Hij heeft de auto besteld, betaald, erin rond gereden, alle kosten voldaan en de auto onder zich gehouden. Voor zijn werk als consultant heeft hij de auto nodig, aldus [eiser] , waardoor hij een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van de vordering.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Zij voert aan – zakelijk weergegeven – dat [eiser] de auto aan haar heeft geschonken. De auto stond bij haar in [XXX] en zij reed ook in de auto. Omdat zij de kosten van de auto niet kon voldoen, hebben partijen afgesproken dat [eiser] die zou voldoen. Als [eiser] de auto een keer nodig had, gaf zij hem op zijn verzoek de sleutels. Zij verzoekt dan ook de vordering af te wijzen met veroordeling van [eiser] in de kosten.

3.4.

D stellingen van partijen worden hierna, voor zover van belang, nader weergegeven.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is in geschil wie de eigenaar van de auto is. Beide partijen stellen (in ieder geval) houder van de auto te zijn geweest en steeds in de auto te hebben gereden. Volgens [gedaagde] gaf zij als [eiser] de auto nodig had de sleutel van de auto aan hem en gaf hij die na het terugbrengen van de auto weer terug. Ter zitting is echter gebleken dat [eiser] (thans) de beide sleutels van de auto in zijn bezit heeft. Verder heeft [gedaagde] ter zitting niet goed kunnen uitleggen hoe [eiser] naar haar toe kwam en hoe hij weer naar huis ging, als dat niet in de auto was. De stelling van [gedaagde] dat zij steeds in de auto reed is dan ook niet aannemelijk. Ook heeft [gedaagde] op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat sprake was van een schenking. Dit is uitdrukkelijk door [eiser] weersproken. Uit een aantal door [gedaagde] overgelegde Whats-App berichten blijkt weliswaar dat de auto op naam van [gedaagde] zal worden gezet, maar dit is voorshands onvoldoende om hieruit een schenking te kunnen afleiden. In een geval als dit levert de tenaamstelling op het kentekenbewijs op zich geen sluitend bewijs van eigendom van de auto op, die is gekocht en betaald door [eiser] . [eiser] heeft ook alle kosten van de auto, waaronder de verzekeringspremie voldaan. Zeer wel mogelijk is dat tenaamstelling van de auto op naam van [gedaagde] alleen is geschied met het oog op het verkrijgen van een parkeervergunning, zoals [eiser] heeft aangevoerd. Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, is in ieder geval voorshands voldoende aannemelijk dat [eiser] de eigenaar van de auto is.

De primaire vordering van [eiser] zal dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat de dwangsom wordt gemaximeerd als na te melden. Dat [eiser] zich tijdens de relatie tussen partijen mogelijk anders heeft voorgedaan en [gedaagde] zich bedrogen voelt, maakt het voorgaande niet anders.

4.2.

Nu partijen een affectieve relatie hebben gehad, is er aanleiding om de kosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de [auto] met kenteken [ZZZ] en de originele autopapieren kosteloos en onvoorwaardelijk aan [eiser] af te geven, op straffe van een dwangsom van

€ 250,-- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 20.000,--,

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3.

compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Schoonbrood - Wessels, voorzieningenrechter, bijgestaan door C.J.J. Buys, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2016.1

1 type: CBCJJB coll: MV