Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:4379

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-06-2016
Datum publicatie
15-07-2016
Zaaknummer
HA RK 230.2016
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Moeilijk begrijpelijk verzoek. Verzoek afgewezen. Uit het enkele feit dat beide procedures aan dezelfde kantonrechter zijn toegewezen kan geen vooringenomenheid van de rechter worden afgeleid. De toewijzing van zaken geschiedt middels de automatische rolwijzer waar de rechter geen bemoeienis mee, noch invloed op heeft. Waarom banden van de kantonrechter met de kunstwereld zouden botsen met de belangen van verzoekster, is door verzoekster onvoldoende geconcretiseerd. Uit het enkele gegeven dat zowel de kantonrechter als de wederpartij banden hebben met de kunstwereld volgt dit niet. Geen grond voor het oordeel dat de rechter vooringenomen is, dan wel voor de vrees dat vooringenomenheid van de rechter objectief gerechtvaardigd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

wrakingskamer

Beslissing op het op 24 juni 2016 mondeling gedane en onder rekestnummer C/16/609337/ HA RK 230.2016 ingeschreven verzoek van:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

welk verzoek strekt tot wraking van mr. I.H.J. Konings, kantonrechter te Amsterdam (hierna: de rechter). Daarnaast strekt het verzoek tot wraking van de griffier van de rechtbank.

Verloop van de procedure

Verzoekster is gedaagde partij in twee bij de rechtbank aanhangige procedures. Beide procedures zijn in behandeling bij de rechter. De zaken staan bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer 4641823 CV EXPL 15-33302 en zaaknummer 4475280 CV EXPL 15-25657.

Bij brief van 1 juni 2016 heeft verzoekster een verzoek tot wraking gedaan gericht tegen de rechter en de griffier.

De rechter heeft meegedeeld niet in de wraking te berusten en een schriftelijke reactie gegeven op het verzoek. Verzoekster is uitgenodigd voor de behandeling van het verzoek op 29 juni 2016. Bij brief van 28 juni 2016 heeft verzoekster een verzoek om aanhouding van de behandeling gedaan. Verzoekster is medegedeeld dat op het verzoek ter zitting zou worden beslist.

Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 29 juni 2016. De rechter is verschenen vergezeld door haar teamvoorzitter. Verzoekster is niet verschenen. De behandeling is geschorst teneinde te beslissen op het verzoek om aanhouding van de behandeling.

Na hervatting van de behandeling is het verzoek tot aanhouding op hierna nog te melden gronden afgewezen en is de behandeling van het verzoek voortgezet.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank direct mondeling uitspraak gedaan. Deze beslissing vormt de schriftelijk weergave daarvan.

Het verzoek en de gronden daarvan

2.1.

Het uit 26 pagina’s bestaande verzoek met 18 bijlagen is moeilijk begrijpelijk, zoals wordt geïllustreerd met de hierna weergegeven tekst waarmee het verzoek aanvangt.

“Met referte aan de twee averechts en onlosmakelijke verbonden “pendente liti” met het toegewezen rolnummer: 4641823-CV-EXPL 15- 33302 & 4475280 CV- EXPL 15-25657, die door [eisers] Ymere/Nuon, als vermeende piraterij in ‘joint-venture” aangespannen werden, alsmede erbarmelijke samengesteld, door het initiëren zich de eerste juridische aanval, in een poging om tegenhouden en neutraliseren, een parallelle procedures die in de schoenen van de gedaagden zullen hen zien, voorts hopende, voor “ne bis in idem” die zal niet worden geconcretiseerd. Op hun beurt de eisers ad litem, vertegenwoordigd zijn door gemachtigden, die als “loopjongen hardlopende voor geld” door Ombudsman werden omschreven, hier voor de gelegenheid gemetamorfoseerde als putative “maconniek mob-muscle”. Staande, de belaste rechterlijke macht over de twee bovengenoemde verweven procedures, thans zijn rechter I. Konings/griffier van Sonderen met nauwe alumni. Samenhangende procedures beide, welke naar verluidt, onder hun gezag ) twijfelachtig gedelegeerd werden en zelfs meer verwarrende in het loop van het proces beheerd/geëvalueerd waren. De facto, als een zoveelste verhaal van “ordinary injustice”, initiële redelijke subjectieve vermoedens werden thans versterkt door zeer recentelijke en zeer fortuinlijke opduikende objectieve aanwijzingen, welke onder de ogen van gedaagde plotseling gerezen zijn, nopens vermeende wederzijds betrekkingen-banden van de rechterlijk macht in casu met eisers entourage, onder een duidelijke gemeenschappelijke noemer als een eenduidig “fil rouge”. Opduikende recente indicaties als zodanig, die een veronderstelde gerechtelijk partijdig en afhankelijkheid beklemtoond hebben, welke met plichtmatig onmiddellijkheid, zodra het bekend werd, aan alle betrokkenen is hierbij gecommuniceerd.

Derhalve, de gedaagde ad litem met aandrang, een hoorzitting vraagt door een externe wrakingskamer, met als einddoel wraking van de voornoemde gerechtelijke duet [Rechter Konings/van Sonderen], voor beide procedures [4641823-CV-EXPL 15-33302 & 4475280 CV ) EXPL 15-25657], waarbij de gerelateerde legitieme eisen [ook voor AnderZorg/Terwee 4548941-CV-EXPL-15-28799 aan einde van dit document vermeld zijn. Wrakingsverzoek als zodanig, op grond van art. 36 van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, EVRM 6, lid 1 en IVBPR 14 lid 1, naast de vermeende schendingen van Egual Protection Law/Audi Alteram Partem en Reciprocity Principle of International Relations [wederkerigheidsbeginsel]. In feite, vooral de twee beginselloze civiele procedures [Ymere/Nuon] duidelijke aangeven een beweerde frauduleuze samenspel tussen de virtuoos duo-corporaties, procedures welke met opzet lijken om toegewezen of zelfopgelegde te zijn aan/door Rechter Konings en voor zover ogenschijnlijk door griffier van Sonderen, onethisch, willekeurig,) partijdig en uitsluitend beheerd, vrij van direct leidinggevende verantwoording, van de juiste toezicht [behalve naar verluidt die leidinggeven van eigen loges brosi en ontoegankelijkheid voor hoi-polloi aan een openbare en faire procedure. Verder, naast de bovengenoemde vermoedelijke inbreuken, de gedaagde stelt ook schendingen van bijna van Abbb’s = [Algemene Beginselen van

Behoorlijk Bestuur] Te beginnen met de Rechtszekerheidsbeginsel, die wordt beschouwd als de belangrijkste basis voor de rechtsstaat in elke democratisch land, om burgers te beschermen tegen willekeurig gebruik van staatsmacht, terwijl het toelaten van degenen dat aan de wet onderworpen zijn, om hun gedrag te reguleren met zekerheid. Dus is het noodzakelijk dat alle wetten en/of gerechtelijke documenten voldoende nauwkeurig zijn - om mogelijk te maken voor burgers, indien nodig, met een passende advies te voorzien, in een mate die redelijk is, in de gegeven omstandigheden, de gevolgen van een bepaalde specifieke actie kan meebrengen. Additionele vermeende wettelijke schendingen onder de ABBB’s, door de Rechtbank Kanton in de persoon van de Griffier van Sonderen krachtens judge Konings, tot nu toe zijn geweest: fair-Play-beginsel fart.2:4-Awh]; zorgvuldigheidsbeginsel [art.3:2-Awbl; Verbod détournement de pouvoir [art.3:3-Awhl; Belangenafwegingsplicht [art. 3:4 lid 1 Awb] Gelijkheidsbeginsel [ongecodificeerd]. Op de lijst kan ook vermeende schending van de Wet Openbaarheid Bestuur art 2-10 worden toegevoegd; van 110-121 Grondwet en art. 27 Rv. Toepasselijke en behoorlijke gerechtelijke vereisten vormen en normen welke heden ten dage, door de Rechtbank Kanton Amsterdam lijken nu vervangen te zijn, ten gunste van het organiseren tweewekelijks een oneindige winstgevende assemblagelijn scenario, met het spelen van een vermeende hof manche die van “vraag & aanbod” in Hegeliaanse stijl, voor een rendabel convenant subliminaal

gesproken. met de landelijke corporate cahal, meestal in schorten. Door het beweerde onderdrukken van de hoi-polloi en doelbewust het creëren van wanbetalers, om te herstellen naar verluidt, boeven bestuurders bottom lines. Hier in casu, voor wat betreft de verweerder bovenvermelde procedures, die in werkelijkheid zou in de schoenen van de rechtvaardige eiser moeten zijn, zon heis zover werd uitgevoerd, bij wijze van spreke, als een mix van een juridisch jiu-jitsu afgewisseld aan een rechterlijke cha-cha out of tune [bijzonderheden later]. Tezamen met een perifere “shell game” van de dubbele standaard, out-of-context, zo onbeholpen gecommuniceerd formaliteiten en regelingen, begaan administratie fouten, schijnbaar zo opzettelijk en geplaatst als struikelblokken voor de hoi-polloi om te vallen, onder schending van “equality of arms” beginsel. In het begin een burger, in casu de gedaagde wil dit soort rechterlijke operandi als menselijke fouten en/of persoonlijke perceptie te categoriseren, maar wanneer een duidelijke herhalingspatroon is gevormd, die culmineerde met het opduiken van objectieve indicaties waarop de gedaagde onlangs is ter kennis gekomen [details verder], nopens veronderstelde wederzijds banden met eisers entourage, dan de woorden van [naam] zijn hier van toepassing: “eenmaal is een incident, tweemaal een coïncidentie. drie of meer keren is een vijand plan”.

(…)

2.2.

De rechtbank kan uit het verzoek niet meer opmaken dan dat verzoekster vermoedt dat bij de toewijzing van beide procedures aan dezelfde rechter opzet in het spel is. Verder meent verzoekster dat er sprake is van (schijn van) partijdigheid en vooringenomenheid, hetgeen zou blijken uit het bestaan van banden van de rechter met de kunstwereld, waarmee de wederpartij op haar beurt ook banden heeft. Tenslotte richt het verzoek zich ook tegen de griffier.

De reactie van de rechter

3.1.

De rechter heeft een schriftelijke reactie gegeven op het verzoek, die aan verzoekster is toegezonden.

De beoordeling van het verzoek

4.1.

De wet voorziet niet in wraking van de griffier. Voor zover in het verzoek gronden zijn aangevoerd die zijn gericht tegen de griffier worden die buiten beoordeling gelaten.

4.2.

Voor zover uit het verzoek moet worden opgemaakt dat verzoekster vraagt om een externe wrakingskamer aan te wijzen voor de behandeling van haar verzoeken, wordt dat afgewezen. Uit het systeem van de wet volgt dat een wrakingsverzoek wordt behandeld door een meervoudige kamer bestaande uit rechters behorende tot dezelfde rechtbank, als die van de gewraakte rechter, met dien verstande dat de gewraakte rechter daarin geen zitting heeft. De rechtbank acht zich tot behandeling van het verzoek bevoegd. Dat deze rechters onderdeel zijn van één en dezelfde rechtbank doet hieraan niet af nu tot uitgangspunt dient dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn en professioneel, onpartijdig en onafhankelijk beslissen, ook op verzoeken tot wraking.

4.3.

Het verzoek om aanhouding berust samengevat op de gezondheidstoestand van verzoekster waarbij verzoekster stelt dat haar stem vanwege haar gezondheidstoestand nauwelijks te horen zou zijn. Verzoekster verwijst naar een door haar overlegd medisch document. Verzoekster verzoekt aanhouding voor minimaal drie weken.

4.4.

Hetgeen door verzoekster is aangevoerd geeft onvoldoende aanleiding om het verzoek tot aanhouding toe te wijzen. Uit hetgeen is aangevoerd volgt immers niet dat zij niet ter zitting zou kunnen verschijnen en haar verzoek zo goed als mogelijk zou kunnen toelichten. Dit volgt evenmin uit de door verzoekster overgelegde medische verklaring, die bovendien ongedateerd is. Bij deze beslissing is betrokken dat op grond van de wet een verzoek tot wraking zo spoedig mogelijk moet worden behandeld teneinde de onderliggende procedure zo min mogelijk te vertragen.

4.5.

Ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

4.6.

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

4.7.

Uit het enkele feit dat beide procedures aan dezelfde kantonrechter zijn toegewezen kan geen vooringenomenheid van de rechter worden afgeleid. De toewijzing van zaken geschiedt middels de automatische rolwijzer waar de rechter geen bemoeienis mee, noch invloed op heeft. Waarom banden van de kantonrechter met de kunstwereld zouden botsen met de belangen van verzoekster, is door verzoekster onvoldoende geconcretiseerd. Uit het enkele gegeven dat zowel de kantonrechter als de wederpartij banden hebben met de kunstwereld volgt dit niet.

4.8.

Het voorgaande leidt ertoe dat voor het oordeel dat de rechter vooringenomen is, dan wel dat de vrees van verzoeker voor vooringenomenheid van de rechter objectief gerechtvaardigd is, geen grond is.

4.9.

Beslist wordt als volgt.

BESLISSING

De rechtbank:

 wijst het verzoek tot wraking af;

 bepaalt dat de procedures geregistreerd onder zaaknummer 4641823 CV EXPL 15-33302 en zaaknummer 4475280 CV EXPL 15-25657 worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden op het moment dat het wrakingverzoek werd ingediend.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.J. Dondorp, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en G.H. Marcus, leden, in aanwezigheid van F.C.H. Krieger, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2016.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.