Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:4319

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-07-2016
Datum publicatie
19-07-2016
Zaaknummer
C/13/596338 / HA ZA 15-985
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Beantwoording van de vraag of de gewijzigde uitvoering is gedekt onder de verzekeringsovereenkomst. Uitleg overeenkomst en aanvullende clausule. Voorzienbare schade?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/596338 / HA ZA 15-985

Vonnis van 13 juli 2016

in de zaak van

de vennootschap onder firma

BOUWCOMBINATIE VAN WIJNEN/HEIJMANS V.O.F.,

gevestigd te Gorredijk,

eiseres,

advocaat mr. W.H.R. baron van Boetzelaer te Heerenveen,

tegen

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. B.M. Stroetinga te Eindhoven.

Partijen zullen hierna Bouwcombinatie en Achmea genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 27 oktober 2015, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 30 december 2015 waarbij een comparitie van partijen is gelast,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 30 mei 2016, met de daarin vermelde stukken,

  • -

    de brief van de zijde van de Bouwcombinatie van 9 juni 2016 met opmerkingen over het proces-verbaal,

  • -

    brief van de zijde van Achmea van 9 juni 2016 met opmerkingen over het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Stichting Pensioenfonds van de Metalektro (PME) is opdrachtgever van de werkzaamheden voor de stedenbouwkundige ontwikkeling van het plein en winkelcentrum Zaailand te Leeuwarden (hierna: het werk).

2.2.

De Bouwcombinatie heeft het werk aangenomen. De werkzaamheden bestaan uit drie fasen. In fase 3 is het winkelcentrum over meerdere verdiepingen, waaronder een kelder met winkels, uitgebreid. Voor deze werkzaamheden is een ontgraving noodzakelijk geweest. Om wateroverlast en verzakking van de bestaande bouw te voorkomen diende een zogenoemd waterscherm te worden aangelegd. In het bestek is een waterscherm voorgeschreven bestaande uit een stalen damwand.

2.3.

Voor de realisatie van het waterscherm heeft de Bouwcombinatie (onder meer) een (onder)aannemingsovereenkomst gesloten met Volker Staal & Funderingen B.V. (hierna: VSF).

2.4.

PME heeft als verzekeringnemer voor het werk een Projectverzekering Bouw & Montage afgesloten (hierna: de verzekeringsovereenkomst) bij Achmea. Krachtens artikel 1.25 van de polisvoorwaarden is de Bouwcombinatie als verzekerde aan te merken.

2.5.

In de verzekeringsovereenkomst staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:

“(...)

Verzekerde grondslag (…)

Rubriek 1. Het Werk

EUR 25.000.000,00 (…)

Rubriek 2. Aansprakelijkheid

EUR 5.000.000,00 (…)


Damwanden uitbreiding

Deze verzekering is geaccepteerd onder de voorwaarde dat de volgende materialen en/of uitvoering worden toegepast:

(…)

Indien in geval van schade blijkt dat niet is voldaan aan de toepassing van deze materialen en/of uitvoering, is er geen dekking, tenzij verzekerde bewijst dat de schade hierdoor niet is ontstaan en/of verergerd.

Wijzigingen in voorgenoemde materialen en/of uitvoering dienen vooraf aan de maatschappij ter goedkeuring worden voorgelegd. De maatschappij heeft dan de mogelijkheid aanvullende preventiemaatregelen te eisen en/of de verzekeringscondities aan de passen. (…)

Funderingspalen gehele werk

(…) Schade aan in de grond gevormde palen ontstaan binnen 48 uur na het inbrengen, is van deze verzekering uitgesloten, tenzij verzekerde aantoont dat de schade niet werd veroorzaakt door de wijze van uitvoering en/of de aanwezige grondsamenstelling en/of de terreincondities en/of de verwerkte materialen. (…)

Ontgraven uitbreiding

Deze verzekering is geaccepteerd onder de voorwaarde dat de volgende materialen en/of uitvoering worden toegepast:

1. Tijdens het ontgraven (uitdiepen) tot en met het inbrengen van de funderingspalen is een voorziening binnen maximaal 4 uur inzetbaar om plotselinge en onvoorziene welvorming tegen te gaan. Buiten werktijden dient regelmatig, minimaal 3 maal daags en 1 maal ’s nachts, toezicht op eventuele welvorming te zijn. Het plan voor de voorziening en het toezicht dient vooraf aan het ontgraven (uitdiepen) van de uitbreiding aan de oostzijde van het winkelcentrum aan de maatschappij ter goedkeuring worden voorgelegd

2 De passages op laag -2 (zal vervallen) en -1 (blijft behouden) tussen de huidige parkeergarage en het winkelcentrum Zaailand, worden voor het uitdiepen van de parkeergarage, op laag -2 (permanent) en op laag 1 (tijdelijk) voorzien van een waterdichte en tegen waterdruk bestand zijnde wand.

Indien in geval van schade blijkt dat niet is voldaan aan deze verplichtingen, is er geen dekking, tenzij verzekerde bewijst dat de schade hierdoor niet is ontstaan en/of verergerd.

Wijzigingen in voorgenoemde materialen en/of uitvoering dienen vooraf aan de maatschappij ter goedkeuring worden voorgelegd. De maatschappij heeft dan de mogelijkheid aanvullende preventiemaatregelen te eisen en/of de verzekeringscondities aan te passen.

Damwanden

Niet verzekerd zijn de kosten van herstel of vervanging van damwandconstructies of delen daarvan in geval van:

- uit het slot lopen of vervormen tijdens het inbrengen en/of verwijderen;

- mislocatie, scheefstand of verplaatsing zonder dat er sprake is van bezwijken;

- lekkage op naden, sparingen, voegen en aansluitingen. (…)”.

2.6.

In de productvoorwaarden Aflopende Bouw- en Montageverzekering (hierna: de productvoorwaarden) die op de verzekeringsovereenkomst van toepassing zijn, staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:

Ten aanzien van rubriek 1, het werk:

“(…) Artikel 11  Omvang van de dekking

11.1

Dekking tijdens de bouw- of montagetermijn

Verzekerd is:

- schade aan het werk ontstaan tijdens de bouw- of montagetermijn, (…) ongeacht door welke oorzaak, tenzij krachtens de verzekering uitgesloten; (…)

Artikel 14  Uitsluitingen

Naast de in de Algemene Bepalingen genoemde uitsluitingen is niet verzekerd: (…)

p. kosten van herstel of vervanging in verband met het opheffen van tekortkomingen in beton(constructies), bestaande uit verkeerde mortelsamenstelling, ontmenging, onvoldoende en/of onjuiste verdichting, grindnesten, krimp(kruip)scheuren, ondichte voegen en aansluitingen; (…)”.

Ten aanzien van rubriek 2, aansprakelijkheid

Artikel 15  Omvang van de dekking

“(…)

15.2

Tijdens de bouw- of montagetermijn

Verzekerd is aansprakelijkheid jegens derden van verzekerden in hun verzekerde hoedanigheden wegens schade veroorzaakt door gebeurtenissen die rechtstreeks verband houden met de daadwerkelijke uitvoering van het verzekerde werk op het bouw- of montageterrein. (…)

Artikel 17  Extra dekking

Boven het verzekerde bedrag zijn meeverzekerd:

- de bereddingskosten tot maximaal 50% van het volgens deze Rubriek verzekerde bedrag per week per gebeurtenis. (…)”.

2.7.

In de Algemene Voorwaarden Centraal Beheer Achmea Bedrijven (hierna: algemene voorwaarden) staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:

“(…)

Artikel 3 Onzekere gebeurtenis

3.1

Schadeverzekering

De verzekeringsovereenkomst beantwoordt aan het vereiste van onzekerheid als bedoeld in artikel 7:925 BW, indien en voor zover de schade op vergoeding waarvan aanspraak wordt gemaakt, het gevolg is van een gebeurtenis waarvan voor verzekeringnemer en/of verzekerde en/of de maatschappij ten tijde van het sluiten van de verzekering onzeker was dat daaruit voor verzekeringnemer en/of verzekerde schade was ontstaan dan wel naar de normale loop van omstandigheden nog zou ontstaan.

Artikel 5  Schademelding

Verzekeringnemer en/of verzekerde is verplicht:

5.1

a. zodra hij van een gebeurtenis waaruit een verplichting uit de verzekering kan ontstaan op de hoogte is of behoort te zijn, dit zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs mogelijk is aan de maatschappij te melden (…)

5.2

Als verzekeringnemer en/of verzekerde de in artikel 5.1 a t/m g genoemde verplichtingen niet nakomt, heeft dit verlies van het recht op vergoeding van schade en/of kosten, het recht op uitkering en/of het recht op dienst- en hulpverlening tot gevolg voor het geval dat de maatschappij door het niet nakomen van deze verplichtingen in een redelijk belang is geschaad.(…)”

2.8.

Achmea heeft ter beoordeling van de risico’s samenhangend met het werk [naam 1] (hierna: [naam 1] ) van het bureau [bedrijf] ingeschakeld.

2.9.

Voorafgaande aan de werkzaamheden heeft de Bouwcombinatie wegens de praktische uitvoerbaarheid en de risico’s van het plaatsen van een stalen damwand in samenspraak met WPM Planontwikkeling B.V. (hierna: WPM), de planontwikkelaar, gezocht naar een alternatieve wijze van uitvoering. Het alternatief bestond uit het aanbrengen van een groutpalenwand.

2.10.

De gewijzigde uitvoeringswijze, voorzien van ontwerpberekeningen, is verstuurd naar de Bouwcombinatie, WPM en de directievoerder Centraal Bureau Bouwbegeleiding B.V. (hierna: CBB). CBB heeft deze ontwerpberekeningen doorgestuurd naar [naam 1] .

2.11.

Op 9 juni 2010 heeft met alle betrokken partijen een overleg plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit overleg heeft [naam 1] op 10 juni 2010 aan onder andere [naam 2] (hierna: [naam 2] ) van de Bouwcombinatie een e-mail verstuurd, waarin, voor zover van belang, het volgende staat vermeld:

“(…) Afgelopen woensdag 9 juni is er op het werk Winkelcentrum Zaailand te Leeuwarden gesproken over de toepassing van een groutpalenwand in plaats van een damwandscherm ter hoogte en ter afdichting van de bestaande keldervloer op/nabij stramien X11. Crux Engineering heeft aangegeven dat de methode met een groutpalenwand technisch beter uitvoerbaar en veiliger voor de omgeving is dan met een stalen damwand. Dit ben ik nu ook van mening. Blijft wel over het risico op het goed waterdicht krijgen van de groutwand, ondermeer vanwege de aanwezige ruimte onder de bestaande keldervloer.

In overleg met Centraal Beheer Achmea is per direct de dekking als volgt:

Grout/beton palenwand

Centraal Beheer Achmea is bekend met de wijziging om op/nabij stramien X11 een groutpalenwand aan te brengen onder de bestaande keldervloer op de scheidslijn met de geplande uitbreiding.

(…)

De clausule “Ontgraven uitbreiding” als vermeld in de polis (…) blijft ongewijzigd en volledig van kracht.

Schade aan, door of verlies van de grout/beton palenwand is niet verzekerd, tenzij verzekerde aantoont dat de schade niet werd veroorzaakt door het gebruikte materiaal, en/of de wijze van uitvoering en/of de aanwezige grondsamenstelling en/of de terreincondities en/of de verwerkte materialen.

Het niet tot stand komen van de grout/beton palenwand is niet verzekerd. Het niet waterdicht zijn van de aansluitnaden van de palen onderling en met andere bouwdelen, en de gevolgschade is evenmin verzekerd. Waterschade aan eigendommen van huurders van het Winkelcentrum Zaailand is uitsluitend verzekerd indien het in deze clausule genoemd waterdicht scherm door een plotselinge en onvoorziene gebeurtenis beschadigd is geraakt.

Toelichting

Er is eigenlijk geen verschil in verzekeringsdekking indien het werk uitgevoerd zou worden met een stalen damwand en onderwater beton tussen het damwandscherm en de bestaande keldervloer.

Lekkage van het damwandscherm en kosten die hieruit vloeien zijn niet verzekerd conform de clausule “Damwanden”. Deze clausule wordt in alle polissen c.q. voorwaarden van makelaars/verzekeraars toegepast.

Het niet waterdicht zijn van een damwand of groutwand is bij CAR-verzekeringen niet verzekerd omdat het geen materiële schade betreft. Hierdoor is de gevolgschade (stilstand, kosten dichten, mogelijke schade aan derden) ook niet verzekerd.

Verder zijn de “betonclausule” (zie artikel 15.p. van de productvoorwaarden [de rechtbank begrijpt artikel 14p]) en de “in de grond gevormde palen clausule” (zie polis clausule “Funderingspalen gehele werk”, laatste alinea) van toepassing, waardoor onder andere een onjuiste groutsamenstelling of ondeugdelijke uitvoering niet is verzekerd. Ook deze clausules worden standaard in de markt toegepast.

De in deze mail opgenomen clausule is dus een verduidelijking van de verzekeringsdekking vanwege de anders gekozen uitvoeringsmethode en constructie.

Wij gaan er van uit partijen hiermee een redelijke dekking te bieden voor het risico dat gelopen wordt tijdens het uitvoeren van de groutwand en het opleveren van een waterdichte kelder. (…)”

2.12.

Op 25 juni 2010 is gestart met de uitvoering tot het aanbrengen van de groutpalenwand. Op 5 juli 2010 is wateroverlast geconstateerd in de winkelpassage. Deze overlast is ontstaan doordat het water onder hoge druk de riolering is ingespoten en via de afvoeren in de winkelruimten terecht is gekomen. De werkzaamheden zijn daarop stilgelegd. Bij de schoonmaakwerkzaamheden is in de keldervloer van de winkelpassage op 6 juli 2010 een scheur aangetroffen. Door deze scheur is grondwater omhoog gekomen en dat heeft zich vanuit daar verspreid in de winkel. De scheur is geïnjecteerd.

2.13.

In de ochtend van 7 juli 2010 is vervolgens opnieuw wateroverlast geconstateerd. De voorgenomen hervatting van de groutwerkzaamheden is om die reden op 7 juli 2010 niet van start gegaan. De nieuwe wateroverlast blijkt te zijn veroorzaakt door een nieuwe haarscheur in de keldervloer van de winkelpassage. Tegelijkertijd is een lekkage geconstateerd in de verticale kolom die met dakbedekking is afgewerkt.

2.14.

Op 7 juli 2010 heeft WPM de schade bij Achmea gemeld. Ondanks dat het werk stil is gelegd, is het water omhoog blijven komen door scheuren. Die scheuren zijn direct geïnjecteerd.

2.15.

Ingenieursbureau Crux is bij het project betrokken en op 7 en 9 juli 2010 ter plaatse gekomen om de schade te beoordelen. Crux heeft een drietal maatregelen voorgesteld. Na toepassing van deze maatregelen ter voorkoming van schade en goedkeuring hiervoor van Achmea bij monde van [naam 1] , zijn de groutwerkzaamheden op 12 juli 2010 weer opgestart.

2.16.

In de loop van 12 juli en 13 juli 2010 zijn nieuwe scheurvormingen geconstateerd in de keldervloer. Uit metingen is gebleken dat de keldervloer op 13 juli 2010 ongeveer 2,5 centimeter is omhoog gekomen. Daardoor is een spiegelwand geknapt en de roltrap tussen de kelder en de begane grond ontzet geraakt en uitgevallen. De werkzaamheden zijn vervolgens stilgelegd.

2.17.

Op 14 juli 2010 heeft vervolgens een spoedoverleg plaatsgevonden tussen WPM, CBB, de Bouwcombinatie, VSF en Arcadis. Daarbij is bevonden dat de retourspoeling van de groutinjectie extreem stroperig is en dat die stroperigheid ervoor zorgt dat te veel druk wordt opgebouwd voordat de retourspoeling aan de oppervlakte komt. Die te hoge druk veroorzaakt het optreden van verhoogde waterspanning en dat heeft een heffing tot gevolg. Van dit overleg is een notitie opgemaakt waarin mogelijke oplossingen en maatregelen staan beschreven (hierna: de notitie). De notitie is door de Bouwcombinatie doorgestuurd naar CBB. Daarna heeft CBB het plan met Crux besproken en heeft Crux te kennen gegeven zich in de plan van aanpak te kunnen vinden op voorwaarde dat de grond eerst zou worden “voorgesneden” en zo veel mogelijk water zou worden bijgevoegd tijdens het proces. Naar aanleiding van die opmerkingen is de notitie aangepast.

2.18.

Naar aanleiding van de aangepaste notitie heeft [naam 1] op 19 juli 2010 een e-mail gestuurd naar, voor zover van belang, de Bouwcombinatie waarin hij onder meer heeft geschreven:

“(…) De dekking als verwoord in de Email van 10-06-2010 blijft onverkort van toepassing. (…)”

2.19.

Op 20 juli 2010 zijn de groutwerkzaamheden weer gestart. Het aanbrengen van de groutpalenwand is vervolgens afgerond.

2.20.

De Bouwcombinatie is op 14 december 2010 door WPM aansprakelijk gesteld voor de schade die PME stelt te hebben geleden naar aanleiding van het aanbrengen van de groutpalenwand.

2.21.

Achmea heeft aan de Bouwcombinatie een bedrag van € 67.073,14 uitgekeerd. De Bouwcombinatie heeft bij brief van 14 december 2012 Achmea aansprakelijk gesteld voor de betaling van het restant van de schade.

3 Het geschil

3.1.

Bouwcombinatie vordert - samengevat - voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeling van Achmea tot betaling van € 139.098,56, vermeerderd met rente, de buitengerechtelijke incassokosten van € 16.297,19 en de proceskosten inclusief nakosten.

3.2.

De Bouwcombinatie heeft gesteld dat zij als gevolg van de groutwerkzaamheden schade heeft geleden van in totaal € 206.171,70. Deze schade valt onder de dekking van de verzekering, zodat Achmea is gehouden dit bedrag aan de Bouwcombinatie te betalen. Achmea heeft reeds een bedrag van € 67.073,14 aan de Bouwcombinatie betaald. De Bouwcombinatie heeft derhalve het resterende bedrag van € 139.098,56 gevorderd.

3.3.

Achmea voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat schade is ontstaan door de uitvoering van de groutwerkzaamheden. Partijen verschillen echter van mening of die schade is gedekt onder de verzekeringsovereenkomst.

4.2.

Achmea stelt zich op het standpunt dat de gewijzigde uitvoering van de werkzaamheden (door een groutpalenwand in plaats van een stalen damwand) niet is gedekt onder de verzekeringsovereenkomst. Tussen partijen is immers blijkens de e-mail van [naam 1] van 10 juni 2010 (rov. 2.11) overeengekomen dat schade aan, door of verlies van de grout/beton palenwand niet is verzekerd, tenzij verzekerde aantoont dat de schade niet werd veroorzaakt door het gebruikte materiaal, en/of de wijze van uitvoering en/of de aanwezige grondsamenstelling en/of de terreinconditie en/of de verwerkte materialen. Hieruit blijkt niet dat schade tijdens de uitvoering onder de dekking valt. [naam 1] heeft dit ook steeds aan de Bouwcombinatie aangegeven, aldus steeds Achmea.

4.3.

De Bouwcombinatie heeft dit gemotiveerd betwist. Zij heeft daartoe, kort gezegd, aangevoerd dat de clausule zoals opgenomen in de e-mail van [naam 1] van 10 juni 2010 uitsluitend ziet op het resultaat van de groutpalenwand. De verzekering dekt wel de risico’s op schade aan eigendommen van derden (rubriek 2 van de polis) die tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn ontstaan. Nu de schade is ontstaan door de uitvoering van de werkzaamheden, is sprake van een verzekerd risico onder de polis, aldus de Bouwcombinatie.

4.4.

De rechtbank overweegt het volgende. Het geschil tussen partijen noopt tot uitleg van de verzekeringsovereenkomst en de clausule zoals vermeld in de e-mail van [naam 1] van 10 juni 2010 die daarvan, naar onbetwist gesteld, deel uit maakt. Bij die uitleg komt het niet alleen aan op de zuiver taalkundige uitleg daarvan, maar dient ook acht te worden geslagen op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan hetgeen zij zijn overeengekomen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.

4.5.

De verzekeringsovereenkomst betreft een zogenaamde CAR-verzekering die beoogt (onder meer) dekking te bieden voor schade van derden die verband houdt met de uitvoering van het werk (zie artikel 15.2 van de productvoorwaarden, rov. 2.6). Achmea heeft echter aangevoerd dat de onderhavige schade als gevolg van de uitvoering van de groutwerkzaamheden is uitgesloten van de dekking. Uit de tekst van de clausule zoals opgenomen in de e-mail van [naam 1] van10 juni 2010 kan echter niet zonder meer worden afgeleid dat schade van derden als gevolg van uitvoering van de groutwerkzaamheden in beginsel is uitgesloten van dekking. In die clausule wordt immers niet gerefereerd aan de uitvoeringsfase, maar staat slechts vermeld: “schade aan, door of verlies van de grout/beton palenwand is niet verzekerd” (zie rov. 2.11). Van schade aan de groutpalenwand, schade door de groutpalenwand of verlies van de groutpalenwand is in de onderhavige zaak geen sprake. De door Achmea gestelde uitsluiting van dekking kan evenmin worden afgeleid uit de toelichting die [naam 1] in zijn e-mail heeft gegeven. In die toelichting wordt immers - met verwijzing naar onder meer de clausule in de polis voor in de grond gevormde palen op grond waarvan schade aan die palen van verzekering is uitgesloten tenzij de verzekerde aantoont dat de schade niet werd veroorzaakt door de wijze van uitvoering en/of de aanwezige grondsamenstelling en/of de terreincondities en/of de verwerkte materialen - uitsluitend gerefereerd aan de omstandigheden waaronder schade aan de groutpalenwand niet is verzekerd. Verder heeft [naam 1] in die toelichting aangegeven dat geen verschil is in verzekeringsdekking ten opzichte van de situatie dat het werk zou worden uitgevoerd met een stalen damwand. Onbetwist heeft de Bouwcombinatie gesteld dat schade als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden met een stalen damwand onder de dekking van de verzekeringsovereenkomst viel. Dat dit niet het geval zou zijn, blijkt bovendien niet uit de verzekeringspolis, de productvoorwaarden of de algemene bepalingen. Gelet op de hiervoor beschreven omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat Achmea - op wie terzake de stelplicht en de bewijslast rust - onvoldoende gemotiveerd heeft toegelicht dat schade als gevolg van de groutwerkzaamheden is uitgesloten van dekking.

4.6.

Het voorgaande vindt steun in steun in de omstandigheid dat bij het wijzigen van de plannen [naam 1] namens Achmea steeds betrokken is geweest. Indien de uitvoering van de groutwerkzaamheden niet onder de verzekeringsovereenkomst zou vallen, is zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet te begrijpen waarom [naam 1] daarvan bij de besprekingen over de gewijzigde uitvoering nooit melding heeft gemaakt. Het tegendeel is zelfs het geval. Na ieder incident heeft [naam 1] ongewijzigde dekking onder de polis bevestigd. Daarbij komt dat Achmea onvoldoende heeft weersproken dat de verzekeringsovereenkomst in feite inhoudsloos zou zijn geworden indien de door Achmea bepleite uitleg daarvan zou worden gevolgd, terwijl uit de toelichting in de e-mail van [naam 1] van 10 juni 2010 juist blijkt dat beoogd werd een redelijke dekking te bieden voor het risico dat gelopen werd tijdens het uitvoeren van de groutpalenwand en het opleveren van een waterdichte kelder. De door Achmea bepleite uitleg is voorts niet te begrijpen tegen de achtergrond van de mededeling van [naam 1] dat ook hij van mening was dat de methode met de groutpalenwand technisch beter uitvoerbaar en veiliger was dan met een stalen damwand en dat alleen resteerde het risico op waterdichtheid van de groutpalenwand. Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank van oordeel is dat de Bouwcombinatie er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat de uitvoering van de groutwerkzaamheden was gedekt onder de verzekeringsovereenkomst.

4.7.

Achmea heeft verder aangevoerd dat de schade voor de Bouwcombinatie tot 14 juli 2010 onvoorzienbaar was. Daarna bestond bij de Bouwcombinatie echter wetenschap dat voortzetting van de groutwerkzaamheden tot schade zou leiden. Hoewel gezocht is naar een methode om verdere schade te voorkomen, is niettemin alsnog schade ontstaan. Er was nadien dan ook sprake van te verwachten schade en die wordt niet gedekt door de verzekeringsovereenkomst, aldus steeds Achmea.

4.8.

De Bouwcombinatie heeft gesteld dat de werkzaamheden na de constatering van schade steeds onmiddellijk zijn gestaakt en pas weer zijn hervat nadat ingeschakelde deskundigen te kennen hadden gegeven dat door aanpassing van de werkmethodiek geen nieuwe schade zou ontstaan. Na de tweede aanpassing op 20 juli 2010 is geen nieuwe schade ontstaan. De scheurvorming die daarna is ontstaan, is een direct en enig gevolg van de werkzaamheden vóór 20 juli 2010. Verder heeft de Bouwcombinatie gesteld dat de groutwerkzaamheden op 26 juli 2010 zijn afgerond.

4.9.

De rechtbank overweegt dat na de constatering van schade in de loop van 12 juli en 13 juli 2010 de Bouwcombinatie de groutwerkzaamheden direct heeft gestaakt. Vervolgens heeft een spoedoverleg plaatsgevonden tussen de Bouwcombinatie en alle andere betrokken partijen. Van dit overleg is de notitie opgemaakt met mogelijke oplossingen en maatregelen. Die notitie is vervolgens naar aanleiding van opmerkingen van Crux nog aangepast. Pas na het nemen van de in de notitie voorgestelde maatregelen zijn op 20 juli 2010 de groutwerkzaamheden weer hervat. Gelet hierop kan in het midden worden gelaten of de schade die ná 20 juli 2010 is geconstateerd, het gevolg is van de groutwerkzaamheden die vóór 20 juli 2010 zijn verricht of die kort daarna zijn verricht. Immers zelfs als er veronderstellenderwijs vanuit wordt gegaan dat de schade is ontstaan kort na 20 juli 2010, dan geldt naar het oordeel van de rechtbank dat de Bouwcombinatie deze schade niet behoefde te verwachten vanwege de aangepaste werkwijze na het herstarten van de groutwerkzaamheden op 20 juli 2010. Gelet op de werkwijze van de Bouwcombinatie, waarbij de werkzaamheden steeds werden gestaakt indien schade werd geconstateerd en pas weer werden hervat na het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade die door alle betrokkenen werden goedgekeurd, kan zonder nadere toelichting ook niet worden geconcludeerd dat de Bouwcombinatie, zoals Achmea heeft gesteld, onzorgvuldig heeft gehandeld. Het verweer van Achmea wordt verworpen.

4.10.

Verder is de rechtbank van oordeel dat Achmea onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat de groutwerkzaamheden op 26 juli 2010 zijn voltooid. De enkele verwijzing naar niet nader aangeduide bouwverslagen over opkomend grondwater toen de groutwerkzaamheden werden verricht, is, zonder nadere toelichting die ontbreekt, hiervoor onvoldoende. Ook de omstandigheid dat tot de bouwvak van 2011 injectiewerkzaamheden aan de scheuren in de keldervloer zijn verricht, maakt dat oordeel niet anders. De Bouwcombinatie heeft immers genoegzaam toegelicht dat een scheur na het injecteren dicht lijkt te zijn, maar vervolgens verder kan bloeden waardoor nadere injectie noodzakelijk is. De rechtbank gaat derhalve uit van de juistheid van de stelling van de Bouwcombinatie inhoudende dat de groutwerkzaamheden op 26 juli 2010 zijn afgerond. Gelet hierop heeft Achmea, zoals artikel 5.2. van de algemene voorwaarden (zie rov. 2.7) vereist, onvoldoende gemotiveerd toegelicht in welk redelijk belang zij is geschaad indien haar stelling juist zou zijn dat de Bouwcombinatie nadien niet zo spoedig mogelijk heeft gemeld dat sprake was van een gebeurtenis waaruit een verplichting uit de verzekering kan ontstaan. Voorzorgsmaatregelen of alternatieve uitvoeringswijzen - waarover Achmea zou kunnen meedenken - waren immers na 26 juli 2010 niet meer aan de orde omdat de werkzaamheden toen al waren afgerond. Van verlies van het recht op vergoeding van schade ex artikel 5.2 van de algemene voorwaarden kan in dat verband dan ook, anders dan Achmea heeft aangevoerd, geen sprake zijn, zodat in het midden kan blijven of de Bouwcombinatie de schade al dan niet tijdig heeft gemeld.

4.11.

Het voorgaande leidt ertoe dat schade als gevolg van de uitvoering van de groutwerkzaamheden onder de dekking van de verzekeringsovereenkomst valt en dat de Bouwcombinatie haar recht op vergoeding van die schade niet heeft verloren. Dit betekent dat de rechtbank toekomt aan de beoordeling van de verschillende door de Bouwcombinatie gestelde schadeposten. Overeenkomstig de beslissing van de rechtbank bij de comparitie, zal de zaak worden verwezen naar de rol van 10 augustus 2016 teneinde de Bouwcombinatie in de gelegenheid te stellen bij akte een toelichting op de door haar geclaimde schadeposten te geven. Achmea zal vervolgende de gelegenheid krijgen daarop schriftelijk te reageren. De rechtbank geeft partijen daarbij in overweging - zoals bij de comparitie aan de orde is gekomen - om in onderling overleg langs de lijnen van dit tussenvonnis een oplossing ter beslechting van dit geschil te bereiken.

4.12.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 10 augustus 2016 voor het nemen van een akte door Bouwcombinatie over hetgeen is vermeld onder 4.11, waarna de wederpartij op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Berge Henegouwen, rechter, bijgestaan door mr. H.D. Coumou, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2016.