Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:400

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-01-2016
Datum publicatie
02-02-2016
Zaaknummer
EA 15-1140
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding op de h-grond nu realisatie van de op het ondernemersdoel gerichte arbeid door de werknemer niet meer mogelijk is. Ernstig verwijtbaar handelen werkgever. De omvang van de schade is niet vast te stellen op basis van de mate van de ernst van het verwijtbaar handelen van de werkgever. Toekenning billijke vergoeding en transitievergoeding van in totaal € 60.000,00 conform de maatstaven die zijn ontwikkeld om vergoedingen te berekenen die voorheen op de voet van artikel 7 : 685 BW lid 8 (oud) werden toegekend.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 669
Burgerlijk Wetboek Boek 7 671b
Burgerlijk Wetboek Boek 7 686a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0095 met annotatie van O. van der Kind
AR 2016/293
JAR 2016/45
RAR 2016/68
AR 2017/5850
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Privaatrecht

EA nummer: EA 15-1140 en 1141 clusternummer 103345

Beschikking van: 29 januari 2016

F.no.: 246

Beslissing van de kantonrechter in de zaak van:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PropertyNL B.V.

gevestigd te Amsterdam

verzoekster

hierna PropertyNL te noemen

gemachtigde: mr. M.A. Visser

tegen:

[verweerder]

wonende te [woonplaats]

verweerder

hierna [verweerder] te noemen

gemachtigde: mr. M.J. Hillen

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij verzoekschrift binnengekomen ter griffie op 27 oktober 2015 heeft PropertyNL ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst verzocht alsmede een verklaring voor recht dat PropertyNL heeft voldaan aan de inhoud van het kort geding vonnis dat tussen partijen is gewezen op 15 mei 2015. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend. Tevens heeft hij, voor het geval dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden, een aantal hieronder nader aan te duiden verzoeken ingediend. PropertyNL heeft tegen toewijzing van deze verzoeken een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld ter zitting van 14 december 2015. Voor PropertyNL is verschenen [naam] alsmede haar gemachtigde. [verweerder] is verschenen met zijn gemachtigde. Partijen zijn gehoord. [verweerder] heeft een pleitnota doen overleggen. Van het verhandelde op de terechtzitting zijn aantekeningen gemaakt.

Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

[verweerder] is sedert [datum] in dienst van PropertyNL als systeem- en applicatiebeheerder. Zijn salaris bedraagt EUR 3746,16 c.a. bruto per maand. Zijn leeftijd is [leeftijd] jaar.

PropertyNL is een uitgeverij op het gebied van commercieel vastgoed. Zij is onderdeel van een groep van drie maatschappijen, waarbij gezamenlijk 40 werknemers in dienst zijn of werkzaam zijn als extern zelfstandige. [verweerder] heeft voor alle drie de maatschappijen gewerkt.

[verweerder] is in de periode van 18 februari 2014 tot en met 23 december 2014 arbeidsongeschikt geweest. In die periode is een derde-deskundige ingeschakeld voor het systeembeheer.

Op 12 februari 2015 heeft PropertyNL voor [verweerder] een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV. Als grond voor het verzoek is aangevoerd dat een doelmatiger uitvoering van het systeembeheer mogelijk is door dit aan derden uit te besteden.

Op 31 maart 2015 is [verweerder] op non-actief gesteld vanwege het zich toe-eigenen van financiële bescheiden. Bij vonnis van 15 mei 2015 heeft de kantonrechter alhier PropertyNL veroordeeld om binnen twee dagen na betekening van het vonnis [verweerder] toe te laten tot werkzaamheden als systeem- en applicatiebeheerder op straffe van een dwangsom. Het vonnis is op 22 mei 2015 aan PropertyNL betekend.

Voor zover hier van belang heeft de kantonrechter overwogen enerzijds dat de grond voor de schorsing niet deugt en ieder geval niet of onvoldoende is onderbouwd zodat er geen reden bestaat om [verweerder] op non-actief te stellen; anderzijds heeft de kantonrechter PropertyNL niet gevolgd in haar stelling dat de functie van systeem- en applicatiebeheerder niet meer bestaat, welke stelling naar zijn oordeel niet kan afdoen aan het recht van [verweerder] de overeengekomen werkzaamheden te mogen verrichten; [verweerder] kan niet worden tegengeworpen dat PropertyNL haar organisatie reeds heeft aangepast hangende de ontslagprocedure.

Op 18 mei 2015 heeft PropertyNL aan [verweerder] bericht dat zij aan het vonnis zal voldoen en gevraagd wanneer hij weer op kantoor komt. [verweerder] heeft laten weten dat hij op 21 mei 2015 weer zal komen.

[verweerder] is op donderdag 21 mei 2015 om 8:30 op het kantoor verschenen. Diezelfde ochtend om 9:30 heeft hij het kantoor weer verlaten.

Partijen hebben verder op 21 en 23 mei 2015 brieven aan elkaar geschreven.

Op dinsdag 26 mei 2015 heeft werkoverleg tussen partijen plaatsgevonden. Daarvan is een gespreksverslag opgemaakt door PropertyNL. [verweerder] heeft dezelfde dag laten weten dat het gesprek niet goed is weergegeven en dat zijn advocaat erop zal reageren.

Op 1 juni 2015 heeft wederom werkoverleg plaatsgevonden. De rest van de betreffende week heeft [verweerder] niet gewerkt.

[verweerder] heeft zich op maandag 8 juni of dinsdag 9 juni 2015 ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft op 30 juni 2015 geconcludeerd dat er sprake is van een arbeidsconflict en bemiddeling voorgesteld.

Bij beschikking van 9 juni 2015 heeft het UWV geweigerd de gevraagde ontslagvergunning af te geven. Het UWV is niet overtuigd van de gestelde bedrijfseconomische noodzaak. Het UWV constateert dat, gelet op de financiële gegevens, er geen sprake is van een dusdanig slechte financiële situatie dat het gerechtvaardigd is een arbeidsplaats van een werknemer te laten vervallen. Het eigen vermogen biedt de mogelijkheid om het verlies van 2014 op te vangen terwijl daarnaast niet aannemelijk is geworden dat door het ontslag van [verweerder] de financiële toestand van de ondernemingen in 2015 veel positiever zal worden. Volgens het UWV heeft PropertyNL onvoldoende aannemelijk gemaakt dat met verschuiving van proactief naar reactief systeembeheer alle werkzaamheden van [verweerder] zijn komen te vervallen. Uit de functieomschrijving blijkt dat onder de functie van [verweerder] ook de ontwikkeling van nieuwe applicaties, zowel ten behoeve van bestaande projecten als ten behoeve van nieuwe projecten valt. [verweerder] heeft ook nieuwe software ontwikkeld. Het UWV is er niet van overtuigd dat de door PropertyNL ingeschakelde derde en de ingezette werkstudenten veelal andere werkzaamheden hebben verricht dan [verweerder] ; het wordt derhalve niet aannemelijk geacht dat een andere derde de werkzaamheden van [verweerder] zal overnemen. Aanwezigheid van meerdere zelfstandigen en werkstudenten roept nogal wat vragen op waaronder of hiermee wel een kostenbesparing wordt gerealiseerd. Daarom komt het UWV tot de conclusie dat het niet kan vaststellen dat het besluit om de werkzaamheden van werknemer uit te besteden wel overwogen en zorgvuldig tot stand is gekomen, aangezien dat uit de stukken onvoldoende blijkt. Ook is niet aannemelijk geworden dat het uitbesteden van werkzaamheden van [verweerder] aan meerdere zelfstandigen iets toevoegt aan een doelmatiger bedrijfsvoering en niet gebleken is dat hiermee een kostenbesparing kan worden gerealiseerd.

Op 24 september 2015 hebben partijen getracht via bemiddeling hun geschil op te lossen, doch dat heeft niet tot resultaat geleid.

Verzoeken van PropertyNL

PropertyNL verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7: 669 lid 3 sub g BW en de einddatum te bepalen conform artikel 7: 671b lid 8 sub a BW. Voorts verzoekt PropertyNL om te verklaren voor recht dat zij heeft voldaan aan de inhoud van het vonnis van 15 mei 2015 van de kantonrechter alhier.

Verweer van [verweerder]

verweert zich tegen toewijzing van deze verzoeken.

Verzoeken van [verweerder]

verzoekt de kantonrechter te verklaren voor recht dat aan [verweerder] ten laste van PropertyNL een transitievergoeding wordt toegekend van EUR 21.114,00 alsmede dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van PropertyNL en hem ten laste van PropertyNL een billijke vergoeding wordt toegekend ad EUR 42.228,00; voorts verzoekt hij de kantonrechter bij het bepalen van de einddatum rekening te houden met de geldende opzegtermijn van drie maanden zonder aftrek van de periode die is gelegen tussen de ontvangst van het verzoekschrift de datum van de dagtekening van de beschikking alsmede PropertyNL te veroordelen tot betaling aan [verweerder] van een schadevergoeding van EUR 15.000,00 wegens het schenden van de scholingsverplichting; ten slotte wordt verzocht PropertyNL te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de hiervoor genoemde vergoedingen vanaf de datum van opeisbaarheid tot de datum der algehele voldoening en over de dwangsommen vanaf 11 november 2015 tot de dag der algehele voldoening.

Verweer van PropertyNL

PropertyNL verzet zich tegen toewijzing van deze verzoeken.

De stellingen van partijen

PropertyNL heeft het volgende gesteld.

In de periode dat [verweerder] ziek was is het PropertyNL gebleken dat het werk dat [verweerder] deed in 8 uur per week zou kunnen worden gedaan. Het systeem is van proactief naar reactief beheer gewijzigd. Lopende de procedure bij het UWV heeft [verweerder] zich ten onrechte financiële bescheiden toegeëigend. Hij had weliswaar toegang tot deze bescheiden maar geen recht om deze bescheiden te openen. Op 21 mei 2015, de dag waarop [verweerder] zijn werkzaamheden zou hervatten, dit op grond van het vonnis van de kantonrechter alhier, waren de werkplek en de PC van [verweerder] in gereedheid gebracht. Hij kon inloggen en was in staat om zijn werkzaamheden uit te voeren. De werkzaamheden bestonden op dat moment uit het maken van een handleiding voor het beheer van de website van PropertyNL. Over de verdere invulling van de werkzaamheden zou overleg moeten plaatsvinden op 21 mei 2015. Die dag heeft [verweerder] echter het kantoor verlaten zonder iets te zeggen tegen de receptioniste zoals gebruikelijk. Op een uitnodiging van PropertyNL om terug te komen voor overleg heeft hij gereageerd met de mededeling dat hij dat niet zou doen. Tijdens werkoverleg op 26 mei 2015 is gesproken over de werkzaamheden die [verweerder] zou gaan doen. Op het verslag van die bijeenkomst heeft [verweerder] geen commentaar willen geven doch volstaan met de mededeling dat hij het er niet mee eens was en dat zijn advocaat inhoudelijk zou reageren. Vervolgens heeft overleg plaatsgevonden op 1 juni 2015 waarin [verweerder] nog steeds niet inhoudelijk heeft willen reageren; op de mededeling dat voor de uitoefening van de functie normale communicatie mogelijk moet zijn, heeft hij volstaan met de mededeling dat zijn advocaat zal reageren. Van de advocaat van [verweerder] is nooit een inhoudelijke reactie ontvangen. De bemiddeling heeft niet tot resultaat kunnen leiden omdat de bemiddelaar constateerde dat een oplossing middels bemiddeling niet mogelijk was; hij heeft partijen geadviseerd om over een beëindiging in overleg te treden. PropertyNL heeft gehoor gegeven aan het vonnis; [verweerder] echter blijft de hakken in het zand zetten. Omdat [verweerder] alleen maar naar zijn advocaat verwijst als PropertyNL om een inhoudelijke reactie vraagt is een normale voortzetting van de werkzaamheden niet mogelijk. Er is dus sprake van een verstoorde arbeidsverhouding. [verweerder] maakt aanspraak op dwangsommen tot een bedrag van EUR 50.000,00. Daarop bestaat naar de mening van PropertyNL geen recht, nu zij hem in staat gesteld heeft zijn werkzaamheden te hervatten. Om verdere geschillen te voorkomen verzoekt zij de kantonrechter een en ander in een verklaring voor recht vast te leggen.

[verweerder] heeft het volgende gesteld.

[verweerder] heeft zich direct nadat de kantonrechter PropertyNL had bevolen hem weer te werk te stellen, gemeld bij zijn werkgever en zich bereid verklaard zijn werkzaamheden te hervatten. Hem werd evenwel toegang tot de systemen geweigerd. De bevestiging door PropertyNL per e-mail van 26 mei 2015 dat partijen zouden zijn overeengekomen dat [verweerder] een advies betrekkelijk de wijze waarop andere bedrijven gegevens beveiligen en hoe PropertyNL dat kan implementeren, gaat voorbereiden, geeft de uitkomst van het gesprek niet juist weer. Hij is evenmin akkoord gegaan met het schrijven van een handleiding. PropertyNL heeft hem geen toegang tot de systemen verleend en evenmin werkzaamheden in het kader van de functie opgedragen. Op 28 mei 2015 heeft PropertyNL geschreven dat zij van [verweerder] wilde vernemen wat niet juist was weergegeven met betrekking tot de werkafspraken. Op 1 juni 2015 zijn weer niet gemaakte afspraken bevestigd. Ook tijdens dit gesprek heeft [verweerder] laten weten dat hij toegang tot de bestanden wenste plus zinnige werkzaamheden. Op 13 augustus 2015 heeft [verweerder] andermaal om een overzicht van zijn werkzaamheden gevraagd alsmede om een gesprek met de advocaten en een bemiddelaar. Op 19 augustus 2015 heeft hij daaraan een verzoek om een plan van aanpak toegevoegd. Ook op 20 augustus 2015 heeft hij om een overzicht van zijn werkzaamheden gevraagd. De werkzaamheden die partijen contractueel zijn overeengekomen, zijn te vinden in artikel 1.2 van het arbeidscontract waar te lezen valt: "In deze functie is de werknemer verantwoordelijk voor systeembeheer, applicatiebeheer en websitebeheer. Daarnaast wordt van de werknemer een bijdrage verwacht aan de ICT ontwikkelingen en -projecten binnen PropertyNL.". Hij wijst er verder op dat op 10 maart 2015 PropertyNL een nieuw project is gestart dat tot de functie van [verweerder] behoort, namelijk het opschonen van gegevens. In de eerste week van juni 2015 was [verweerder] alleen op kantoor, omdat de meeste werknemers een beurs bezochten. Ook toen had hij niks te doen en daarom heeft hij zich ziek gemeld. Er is geen sprake van een verstoorde verhouding. Ook normale communicatie is mogelijk. Verwijzing naar zijn advocaat staat de uitvoering van de werkzaamheden niet in de weg. De stelling van PropertyNL dat het werk van [verweerder] in 8 uur per week kan worden verricht, is uitvoerig in de procedure besproken bij het UWV en door het UWV onjuist bevonden. [verweerder] heeft in het kader van de UWV procedure inderdaad financiële bestanden van PropertyNL geraadpleegd, omdat laatstgenoemde aantoonbaar onjuiste gegevens aan het UWV had verstrekt. Als er al sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie, dan is deze geheel aan PropertyNL te wijten. Laatstgenoemde heeft ernstig verwijtbaar gehandeld. Er is een transitievergoeding verschuldigd die [verweerder] stelt op EUR 21.114,00. Vanwege ernstig verwijtbaar handelen van PropertyNL maakt hij voorts aanspraak op een billijke vergoeding. PropertyNL is haar verplichtingen jegens [verweerder] niet nagekomen en heeft hem gewoon weggetreiterd. Verder verzoekt hij om een schadevergoeding, omdat PropertyNL haar verplichting tot scholing niet zou zijn nagekomen waardoor zijn kansen op het vinden van ander werk geringer zijn dan wanneer PropertyNL haar verplichtingen ter zake wel zou zijn nagekomen. Betwist wordt dat PropertyNL het vonnis van 15 mei 2015 van de kantonrechter alhier naar behoren heeft uitgevoerd. Getoetst dient te worden de inhoud van het vonnis zoals dat door uitleg moet worden vastgesteld waarbij doel en strekking van de veroordeling tot richtsnoer moeten worden genomen, aldus dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee het beoogde doel. [verweerder] heeft eer recht op toegelaten te worden tot het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden zoals blijkt uit de overwegingen onder 12 van het genoemde vonnis. Hij kon zijn werk niet doen omdat de toegang tot het computernetwerk (grotendeels) was geblokkeerd.

Nader heeft PropertyNL het volgende gesteld.

Volgens PropertyNL bedraagt de transitievergoeding EUR 18.543,00. Er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen aan haar kant. Voldaan is aan het kortgedingvonnis en [verweerder] is zeker niet weggetreiterd. Tijdens de ziekte van [verweerder] was gebleken dat er geen behoorlijke handleiding bestond van de (website)systemen binnen PropertyNL en dat moest natuurlijk verholpen worden. Deze werkzaamheden passen bij de functie van [verweerder] . Daar was [verweerder] al mee begonnen tijdens zijn re-integratie en het werk moest nog worden afgemaakt. [verweerder] heeft werkoverleg onmogelijk gemaakt door te stellen dat de communicatie via de advocaat moet verlopen. PropertyNL heeft het recht om als werkgever te bepalen welke werkzaamheden door de werknemer moeten worden verricht. Zelfs als zij dat niet zou hebben gedaan is dat niet ernstig verwijtbaar. [verweerder] heeft nooit een verzoek tot scholing gedaan. Tenslotte doet zij voor zover nodig een beroep op matiging van de vergoeding vanwege haar financiële toestand.

De stellingen van partijen zijn voor het overige bekend uit hun schrifturen en worden als hier ingelast beschouwd. De kantonrechter zal zo nodig op deze stellingen hieronder nader ingaan.

Beoordeling

In de zaak EA 15-1140

1. Gelet op de vastgestelde feiten en de hieronder nader aan te duiden verklaringen ter terechtzitting, aan de juistheid waarvan de kantonrechter geen twijfel heeft, oordeelt de kantonrechter als volgt.

2. [verweerder] heeft tot zijn ziekte in 2014 naar behoren en tevredenheid als systeembeheerder gefunctioneerd. Niet is gebleken dat PropertyNL in al die jaren ooit eraan heeft getwijfeld of [verweerder] zijn tijd wel met nuttige werk kon volmaken. De kantonrechter moet er vanuit gaan dat in ieder geval [naam] voornoemd geen exact beeld had van de omvang en de inhoud van die werkzaamheden, gelet op hetgeen hij ter zitting daaromtrent kon verklaren. Of anderen, buiten [verweerder] zelf, dat wel hadden is ter zitting niet duidelijk geworden.

3. Toen [verweerder] zich in het voorjaar van 2014 ziek had gemeld en er kennelijk vervanging nodig was, omdat spoedig herstel niet was te verwachten, zijn zijn werkzaamheden uitbesteed aan (een) derde partij(en). Volgens [verweerder] zijn ook een aantal werkzaamheden onder collega's verdeeld. PropertyNL heeft dat ontkend. Op enig moment is bij PropertyNL de gedachte opgekomen in het kader van noodzakelijke besparingen - de zaken gingen in 2014 financieel volgens haar verklaring niet meer voor de wind - om de arbeidsplaats van [verweerder] weg te bezuinigen; de bedoeling was om het werk, voor zover dat binnenshuis niet meer kon worden gedaan, voor het vervolg blijvend aan derde(n) uit te besteden.

4. Intussen had [verweerder] in het kader van zijn re-integratie op zich genomen specifieke taken uit te voeren; volgens de verklaring van [naam] ging het om een beschrijving van de systemen. Per einde december 2014 was [verweerder] weer volledig arbeidsgeschikt.

5. Op 12 februari 2015 heeft PropertyNL voor [verweerder] een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV. De precieze grondslag van het verzoek is de kantonrechter niet bekend, nu PropertyNL geen stukken uit de procedure heeft overgelegd, terwijl [verweerder] heeft volstaan met het overleggen van zijn verweerschrift en twee van de zeven pagina's van de beschikking van het UWV. Uit de inhoud van deze stukken valt af te leiden dat toch wel voorop heeft gestaan de kosten voor het systeembeheer fors te reduceren.

6. Wat verder opvalt is dat PropertyNL geen daadwerkelijk onderzoek gedaan heeft naar de inhoud van de functie van [verweerder] en de omvang van het benodigde tijdsbeslag om die functie naar behoren uitoefenen. Evenmin is gebleken dat zij een en ander daadwerkelijk met [verweerder] heeft besproken. Kennelijk is PropertyNL afgegaan op, verder niet schriftelijk vastgelegde, mededelingen van de derde-partij(en) die tijdens de afwezigheid van [verweerder] diens werkzaamheden (gedeeltelijk) heeft (hebben) overgenomen.

7. Van enige vorm van werkhervatting is het na 15 mei 2015, de datum van het vonnis in kort geding, niet meer gekomen, het bevel van de kantonrechter ten spijt. Voor zover de kantonrechter begrijpt, heeft PropertyNL in de zin gehad [verweerder] met specifieke opdrachten te belasten; dat valt af te leiden uit de gedeeltelijke overgelegde e-mail van 26 mei 2015, 12:43. [naam] vond, zo verklaarde hij ter terechtzitting, dat hij [verweerder] niet direct met alle bij zijn taak behorende werkzaamheden kon belasten, nu hij deze werkzaamheden al zolang niet meer had verricht.

8. De kantonrechter stelt vast dat PropertyNL een, naar het zich laat aanzien op grond van de wel beschikbare documenten, onvoldoende onderbouwde aanvraag tot het verkrijgen van een ontslagvergunning heeft ingediend bij het UWV. Zij had eerst een grondig onderzoek moeten doen naar de taken van [verweerder] en de voor een goede uitvoering daarvan redelijkerwijs noodzakelijke hoeveelheid tijd. Bovendien had een en ander met [verweerder] moeten worden besproken. Die fase is overgeslagen en daar is het UWV terecht niet mee akkoord gegaan.

9. In het kort geding vonnis van 15 mei 2015 is vastgesteld dat PropertyNL volstrekt ten onrechte [verweerder] op non actief heeft gesteld. Dat oordeel neemt de kantonrechter over.

10. Wat PropertyNL dus te doen stond na 15 mei 2015 en zeker na 9 juni van dat jaar was ruiterlijk te erkennen dat dit niet goed was gegaan en [verweerder] open, eerlijk en zonder bijbedoelingen in staat te stellen de overeengekomen werkzaamheden in volle omvang te hervatten. Zou PropertyNL zijn begonnen dit uitgangspunt onvoorwaardelijk vast te leggen en [verweerder] volledige toegang tot de systemen hebben verschaft inclusief alle bijbehorende inlogcodes en dergelijke, dan had op basis daarvan besproken kunnen worden dat wellicht een overgangsperiode noodzakelijk was, bijvoorbeeld van maximaal een maand. Uiteraard hadden meer specifieke taken kunnen worden opgedragen zoals het voltooien van een handleiding. Dergelijke specifieke opdrachten maken gewoon deel uit van de overeengekomen werkzaamheden.

11. Uit de beschikbare correspondentie - wederom, partijen hebben slechts een selectie overgelegd - kan de kantonrechter niet anders afleiden dan dat PropertyNL heeft ingezet op de strategie dat - kort samengevat - [verweerder] kan plaatsnemen achter zijn bureau waarop de telefoon nooit overgaat, de computer niet werkt terwijl de collega's geen aandacht meer aan hem besteden. Een dergelijke strategie lijkt erop te zijn gericht de werknemer ertoe te brengen zijn verzet tegen ontslag op te geven dan wel verstoorde verhoudingen te construeren in de hoop zo met een minimum aan kosten tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst te kunnen komen. In deze zijn in ieder geval een aantal onderdelen van deze strategie aanwijsbaar, zoals het (gedeeltelijk) blokkeren van de toegang tot de computer, het opdragen van een eindige taak en continuering door derden van de overige werkzaamheden welke tot de taak van [verweerder] behoorden.

12. Hetgeen hiervoor is overwogen betekent overigens niet dat het PropertyNL niet vrij zou hebben gestaan en alsnog staat om een onderzoek in te stellen naar de inhoud van de taken van [verweerder] en het daarmee gemoeide tijdsbeslag. Zou een dergelijk onderzoek hebben uitgewezen dan wel uitwijzen dat die taken geen volle werkweek omvatten, dan had PropertyNL uiteraard adequate maatregelen kunnen nemen en kan dat alsnog.

13. De kantonrechter kan wel vaststellen dat met name [naam] vindt dat zijn verhouding tot [verweerder] verstoord is in die zin dat hij een afkeer heeft van verdere samenwerking. [verweerder] heeft dit betwist. In ieder geval is van zijn kant niet uit woorden of daden gebleken dat hij niet tot verdere samenwerking bereid en in staat is, een en ander uiteraard onder de voorwaarde dat PropertyNL gewoon haar verplichtingen nakomt. Dat hij zich eind mei 2015 gereserveerd heeft opgesteld is evident een gevolg van het ontbreken van de erkenning van PropertyNL dat zij niet correct had gehandeld en het uitspreken van haar bereidheid de relatie te hervatten zoals die voordien had bestaan.

14. De verstoring van de verhouding is derhalve niet wederzijds, maar wordt slechts eenzijdig ervaren door PropertyNL. Daarmee is naar het oordeel van de kantonrechter geen grondslag voor een ontbinding op de voet van artikel 7: 669 lid 1 tezamen met lid 3 onder g BW aanwezig; dit artikellid ziet, zo niet op wederzijds ervaren verstoring van de verhoudingen, dan toch wel op de zichtbaarheid daarvan.

15. Een en ander laat onverlet dat ook in geval van een eenzijdig ervaren verstoring van de verhoudingen de situatie binnen de onderneming zodanig kan zijn dat van een werkgever niet gevergd kan worden de arbeidsverhouding te laten voortduren (artikel 7: 669 lid 1 tezamen met lid 3 onder h BW). Het volgende wordt overwogen.

16. Van een onderneming waar mensen moeten samenwerken teneinde een bepaald (commercieel) doel te verwezenlijken kan niet worden verlangd dat zij een werknemer in dienst moet houden waarmee verdere samenwerking niet langer mogelijk is, bepaalde gevallen zoals ziekte uitgezonderd. Daarbij staat voorop dat de organisatie in geval van problemen met een werknemer, werkzaam op arbeidsovereenkomst, niet aan dat probleem mag bezwijken; een organisatie kan althans niet blijvend gedwongen worden om dat probleem te laten voortbestaan, omdat de werknemer niet ontslagen kan worden en dus zonder arbeid te verrichten toch betaald moet worden. Kortom: de samenwerking moet vruchtbaar zijn. Dat uitgangspunt werd (impliciet) onder vigeur van artikel 7: 685 BW (oud) reeds gehanteerd om aan onwerkbare situaties een einde te kunnen maken, zij het zo nodig tegen een door de werkgever te betalen prijs.

17. Artikel 7: 669 BW in zijn huidige vorm kan ertoe leiden dat voorliggende situaties niet passen in de mallen die lid 3 aanhef en onder a tot en met g bieden. Doet zich derhalve een situatie voor waarin enerzijds ontbinding niet mogelijk is op zojuist genoemde gronden, maar anderzijds op de realisatie van het ondernemersdoel gerichte arbeid door de werknemer niet meer mogelijk is, dan moet de kantonrechter op grond van artikel 7: 669 lid 1 tezamen met lid 3 onder h BW de overeenkomst kunnen ontbinden.

18. Doet zich in deze de onder 17 bedoelde situatie voor? Naar het oordeel van de kantonrechter is dat het geval. [naam] is (indirect) eigenaar van PropertyNL; de onderneming is klein, zij telt niet meer dan 40 werknemers. [verweerder] bekleedt een unieke functie. Gelet voorts op de rol die elektronische systemen in de huishouding van de moderne onderneming spelen en de onmisbaarheid van een systeembeheerder, zal de leiding van PropertyNL en dan met name [naam] , regelmatig contact met hem moeten hebben. Wanneer de leiding, zoals in deze, die samenwerking met hem niet meer wenst om redenen die gelegen zijn in de persoon van de betrokkene, dan zal dat blijvend leiden tot tal van strubbelingen die geen der partijen ten goede komen. Waar de onderneming toch voorgaat boven haar werknemer en de leiding de onderneming vertegenwoordigt, zal in beginsel de werknemer voor de leiding dienen te wijken. Om alle hiervoor genoemde met elkaar samenhangende redenen is de kantonrechter van oordeel, nu zich in deze zaak een situatie voordoet als zojuist beschreven, dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet van PropertyNL gevergd kan worden. De ontbinding zal derhalve worden uitgesproken.

19. Partijen zijn het erover eens dat een transitievergoeding verschuldigd is. Deze zal dan ook worden toegekend. De kantonrechter heeft deze vergoeding berekend op EUR 19.554,96.

20. [verweerder] heeft verzocht om toekenning van een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 7: 671b lid 8 aanhef en onder c BW. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

21. Voor het toekennen van een billijke vergoeding is ernstig verwijtbaar handelen zijdens de werkgever vereist. Is daarvan hier sprake?

22. Het handelen van PropertyNL voor zover het de arbeidsverhouding tussen partijen betreft, dit mogelijk met uitzondering van de wijze waarop zij uitvoering aan dat vonnis heeft gegeven, kan op zich niet als ernstig nalatig worden gekwalificeerd. Het resultaat van die handelingen tezamen is evenwel dat [verweerder] zijn werk kwijt is en daarmee de bron van de middelen om in zijn levensonderhoud en dat van de zijnen te voorzien. Het aanboren van een nieuwe bron kost tijd en energie en brengt spanningen met zich; ook noodgedwongen thuiszitten trekt een wissel op de psychische spankracht van betrokkene. Bovendien zal zijn inkomen (fors) teruglopen.

23. Naar het oordeel van de kantonrechter kan er ook sprake zijn van ernstig verwijtbaar handelen van de kant van de werkgever in de zin van het onder 20 genoemde wetsartikel, indien het resultaat van een aantal handelingen of nalatigheden van de werkgever tezamen genomen de beëindiging van de arbeidsovereenkomst onvermijdelijk heeft gemaakt, terwijl de werknemer in het geheel van de gebeurtenissen welke tot de onvermijdelijkheid van de ontbinding hebben geleid, weinig of niets te verwijten valt.

24. In deze doet zich een situatie voor als onder 23 bedoeld. PropertyNL heeft een verzoek tot verkrijgen van een ontslagvergunning ingediend (onder andere) op basis van beweringen van een belanghebbende derde erin bestaande dat de omvang voor het vervullen van de functie noodzakelijke werkzaamheden het overeengekomen tijdsbeslag waarop zijn salaris was gebaseerd niet rechtvaardigde. Een en ander was niet onderzocht en niet met [verweerder] besproken. Vervolgens is [verweerder] geschorst om redenen die niet houdbaar zijn gebleken. Nadat zij veroordeeld was om [verweerder] weer in staat te stellen zijn werkzaamheden volledig omvang uitoefenen, heeft zij nagelaten ruiterlijk te erkennen dat zij fout zat en heeft zij [verweerder] op een zijspoor gerangeerd. Duidelijk is dat PropertyNL niet van plan was en is om [verweerder] op faire wijze te behandelen hetgeen, gelet op zijn positie binnen de organisatie betekent, dat hij niet meer kan functioneren. Aan het ontstaan van die situatie heeft [verweerder] niet bijgedragen.

25. Wat betreft de hoogte van de billijke vergoeding overweegt de kantonrechter het volgende. De in de Parlementaire Geschiedenis genoemde maatstaf, de ernst van het verwijtbaar handelen, is onbruikbaar. De ernst van het gemaakte verwijt is alleen een bruikbare maatstaf als het erom gaat te bepalen welk deel van de ontstane schade als gevolg van verwijtbaar handelen de veroorzaker moet betalen. De omvang van de schade is niet vast te stellen op basis van de mate van de ernst van het verwijtbaar handelen van de werkgever.

26. De basis van de billijke vergoeding is hierin gelegen dat een werkgever die ernstig verwijtbaar heeft gehandeld ten gevolge waarvan de dienstbetrekking tot een einde is gekomen meer verantwoordelijkheid behoudt voor de inkomenssituatie van de werknemer zoals die zal zijn na het einde van de dienstbetrekking, dan tot uitdrukking komt in de hoogte van de transitievergoeding. Een toe te kennen vergoeding dient daarom rekening te houden met het te missen inkomen door het verlies van de betrekking en een zeker, zij het in de loop der tijd afnemend inkomensniveau dat de werknemer gedurende zekere tijd na het ontslag moet kunnen behouden, waarbij een schatting van de kansen op het vinden van ander werk moet zijn inbegrepen, alsmede een schatting van de uitkeringen die de werknemer kan gaan ontvangen. Bij het bepalen van dat inkomensniveau en de tijd gedurende welke de werkgever daar mede voor verantwoordelijk is, dient acht te worden geslagen op de aan het ontslag ten gronde liggende feiten, de leeftijd van de werknemer en de lengte van het dienstverband. Een en ander leidt tot de conclusie dat in geval een billijke vergoeding aan de orde is in beginsel de maatstaven bruikbaar zijn die zijn ontwikkeld om vergoedingen te berekenen welke voorheen op de voet van artikel 7 : 685 BW lid 8 (oud) werden toegekend. Bij de toepassing van deze maatstaven dient er wel mee rekening te worden gehouden dat deze vergoedingen als gevolg van de gebruikte methodiek soms nogal hoog konden uitvallen, maar soms ook, met name in geval van korte dienstverbanden aan de lage kant konden zijn. In die gevallen werd de vergoeding aangepast. Op basis van deze maatstaven komt de kantonrechter voor de onderhavige zaak tot het hieronder te noemen bedrag als billijke vergoeding. In het toe te wijzen bedrag is het bedrag van de transitievergoeding inbegrepen.

27. De kantonrechter ziet geen reden om de vergoeding te matigen dan wel PropertyNL toe te staan deze in termijnen te betalen. PropertyNL heeft geen gegevens overgelegd waaruit blijkt dat de noodzaak daartoe bestaat.

28. De vordering strekkende tot veroordeling van PropertyNL tot betaling van de wettelijke rente over de toegewezen bedragen is toewijsbaar vanaf één maand na het einde van de dienstbetrekking. De kantonrechter ziet geen reden om een onderscheid te maken tussen de van het toe te wijzen bedrag onderdeel uitmakende transitievergoeding en de billijke vergoeding. Artikel 7: 686a BW maakt onderscheid tussen vergoedingen die bedoeld zijn als vervanging van loon en derhalve net als loon vanaf de datum waarop deze moeten worden uitbetaald, rente dragen en de transitievergoeding die rente draagt vanaf één maand na het einde van het dienstverband. De billijke vergoeding sluit qua karakter aan bij de transitievergoeding en niet bij de loonvervangende vergoedingen en de reden voor de extra maand gelden ook voor de billijke vergoeding.

29. De ontbinding zal worden uitgesproken met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn die in casu drie maanden bedraagt, dit op de voet van artikel 7: 671b lid 8 aanhef en onder a BW. Dit artikellid sluit verkorting van de termijn uit in deze, nu PropertyNL ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

30. Nu aan [verweerder] een billijke vergoeding wordt toegekend, moet aan PropertyNL de gelegenheid worden geboden haar verzoek in te trekken.

31. De kantonrechter ziet geen reden om [verweerder] een vergoeding toe te kennen wegens gemiste scholing. Daargelaten dat deze vordering onvoldoende is onderbouwd, er is tussen deze vordering en het onderhavige geding onvoldoende verband als bedoeld in artikel 7: 686a lid 3 BW.

32. Om dezelfde redenen zal de kantonrechter het verzoek tot betaling van wettelijke rente over de dwangsommen afwijzen.

In de zaak EA 15-1141

33. Uit hetgeen hiervoor is overwogen en met name onder 10 en 11 vloeit voort dat er geen reden is om de verklaring voor recht als hier verzocht uit te spreken.

In beide zaken

34. Gelet op de afloop van het geding zal PropertyNL in de kosten worden veroordeeld.

35. Dat betekent dat wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:

In de zaak EA 15-1140

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 mei 2016;

kent aan [verweerder] een transitievergoeding alsmede een billijke vergoeding toe ten laste van PropertyNL van tezamen EUR 60.000,00 bruto vermeerderd met de wettelijke rente daarover van 1 juni 2016 tot aan de voldoening;

veroordeelt PropertyNL tot betaling van deze vergoeding;

bepaalt dat het onder I t/m III gestelde rechtskracht ontbeert, indien het verzoek door PropertyNL uiterlijk op 1 maart 2016 wordt ingetrokken;

wijst het meer of anders verzochte af;

In de zaak EA 15-1141

wijst het verzoek af;

In beide zaken

veroordeelt PropertyNL in de kosten van de gedingen tot op heden begroot op een bedrag van EUR 750,00 voor salaris van de gemachtigde van [verweerder] ;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven door mr. M.P.A.M. Fruytier, kantonrechter, en op 29 januari 2016 uitgesproken door mr. M.D. Ruizeveld, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier de kantonrechter