Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:3995

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-06-2016
Datum publicatie
01-07-2016
Zaaknummer
C/13/610461 / KG ZA 16-729
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De leden van vakbond FNV mogen niet verder staken voor betere contracten in het leerlingenvervoer. Het betreft hier een collectieve actie in de zin van artikel 6 lid 4 ESH. De wederzijdse belangen afwegend, wordt het maatschappelijk belang dat leerlingen naar school kunnen gaan, zwaarder geacht dan het belang van FNV bij de acties. Een beperking van het recht op collectieve acties is dringend noodzakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0708
AR 2016/1907
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/610461 / KG ZA 16-729 MvW/BB

Vonnis in kort geding van 22 juni 2016

in de zaak van

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE SCHAGEN,

zetelend te Schagen,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE DEN HELDER,

zetelend te Den Helder,

3. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HOLLANDS KROON,

zetelend te Anna Paulowna,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WILLEMSEN-DE KONING PERSONENVERVOER B.V. (in het verkorte vonnis abusievelijk vermeld als Willemsen-de Koning B.V.)

gevestigd te Arnhem,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DONAU EXPLOITATIE B.V.,

gevestigd te Arnhem,

eiseressen bij conceptdagvaarding,

advocaat eiseressen sub 1 tot en met 3 mr. M.E. Frank-Kleijne te Den Helder,

advocaat eiseressen sub 4 en 5 mr. M.R. Jansen te Huissen,

tegen

de vereniging

FEDERATIE NEDERLANDSE VAKBEWEGING,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde, vrijwillig verschenen,

advocaat mr. R.A. Severijn en mr. S.N. Ketting te Utrecht.

Eiseressen zullen hierna ook wel worden aangeduid als de Gemeenten (eiseressen sub 1 tot en met 3) en als Willemsen-de Koning en Donau (eiseressen sub 4 en 5). Gedaagde zal hierna FNV worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 22 juni 2016 hebben eiseressen gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte conceptdagvaarding. FNV heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Partijen hebben producties in het geding gebracht en hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitnota’s. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 22 juni 2016 de beslissing met de dragende overweging gegeven. Daarbij is aan partijen medegedeeld dat de verdere uitwerking zal volgen op 29 juni 2016. Het onderstaande vormt die uitwerking.

Ter zitting waren, voor zover van belang, aanwezig:

aan de zijde van eiseressen: [naam 1] ( [functie] ) en [naam 2] (van Willemsen-de Koning) met mr. Frank en mr. Jansen;

aan de zijde van FNV: [naam 3] ( [functie] ) met mr. Severijn en mr. Ketting.

2 De feiten

2.1.

De Gemeenten bieden - in Schagen op grond van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Schagen 2015 - de mogelijkheid om leerlingen die door een structurele beperking of om andere redenen niet van en naar hun onderwijsinstelling kunnen komen aangepast vervoer aan. Op dit moment maken in de Gemeenten ongeveer 400 leerlingen gebruik van deze mogelijkheid.

2.2.

Klomp Groepsvervoer B.V. (hierna: Klomp Groepsvervoer) verzorgde tot haar faillissement op 27 april 2016 voor de Gemeenten het onder 2.1. vermelde leerlingenvervoer. Daarna heeft Willemsen-de Koning het leerlingenvervoer (tijdelijk) overgenomen. Donau, die het vervoer in onderaanneming uitvoert, heeft de ongeveer 60 chauffeurs die bij Klomp Groepsvervoer in dienst waren overgenomen.

2.3.

In het kader van de nog lopende aanbestedingsprocedure voor het leerlingenvervoer in de komende drie (school)jaren hebben de Gemeenten de opdracht voorlopig gegund aan Noot Touringcar B.V.

2.4.

Donau heeft aan de door haar van Klomp Groepsvervoer overgenomen chauffeurs, in afwijking van wat zij bij Klomp Groepsvervoer hadden, een zogenoemd MUP-contract aangeboden, met een lagere inschaling, een proeftijdbeding en een uitsluiting van betaling van loon voor de eerste 26 weken. FNV heeft haar leden geadviseerd om dit contract niet te ondertekenen.

2.5.

Nadat FNV op 17 juni 2016 aan Donau een voorultimatum had gesteld heeft zij bij brief van 20 juni 2016 (aan de advocaat van Donau) een ultimatum gesteld. Daarbij heeft zij voor zover van belang het volgende geschreven:

‘De leden van de FNV weigeren de door uw cliënt aangeboden arbeidsovereenkomsten te tekenen en willen arbeidsovereenkomsten conform de arbeidsvoorwaarden die bij Klomp Groepsvervoer B.V. golden. De leden hebben ons de navolgende punten meegegeven om deze als eisenpakket bij uw cliënt op tafel te leggen.

De eisen waar uw cliënt alsnog aan dient te voldoen zijn;

  1. Intrekken van de arbeidsovereenkomsten die uw cliënt heeft gezonden;

  2. Aan de werknemers die sinds 17 mei 2016 voor uw cliënt werkzaam zijn, worden arbeidsovereenkomsten aangeboden op exact dezelfde arbeidsvoorwaarden die golden bij Klomp Groepsvervoer B.V.

  3. Bovengenoemde arbeidsvoorwaarden dient uw cliënt dan ook als uitgangspunt te nemen voor de opgave van arbeidsvoorwaarden bij het Sociaal Fonds Taxi, ten behoeve van de overgang van het contract Leerlingenvervoer Schagen, Den Helder en Hollands Kroon naar vervoerder Noot Touringcar BV.

Indien wij vóór dinsdag 21 juni 2016 aanstaande 22:00 uur van uw cliënt geen schriftelijke reactie hebben ontvangen, waaruit blijkt dat uw cliënt integraal akkoord gaat met de hiervoor geformuleerde eisen, dient uw cliënt rekening te houden met door ons uit te roepen en te organiseren acties, waaronder werkonderbrekingen en stakingen voor kortere of langere duur.’

2.6.

Overleg tussen partijen op 21 juni 2016 heeft niet tot een oplossing geleid, waarna FNV heeft aangekondigd dat (een deel van) haar leden woensdag 22 juni 2016 het werk zal neerleggen, hetgeen vervolgens ook is geschied. FNV is voornemens ook na deze woensdag – heden – tot actie over te gaan.

3 Het geschil

3.1.

Eiseressen vorderen -samengevat- om FNV op straffe van dwangsommen:

I. te veroordelen om binnen vier uur na het wijzen van dit vonnis het uitvoeren van en/of het faciliteren van en/of het oproepen tot acties, waaronder werkonderbrekingen en stakingen voor kortere of langere duur, te staken en gestaakt te houden, voor zover deze het leerlingenvervoer dat wordt uitgevoerd door Donau op welke wijze dan ook verhindert;

II. te veroordelen om binnen vier uur na het wijzen van dit vonnis alles te doen wat redelijkerwijs van een vakorganisatie verwacht mag worden om acties, waaronder werkonderbrekingen en stakingen voor kortere of langere duur, te voorkomen dan wel te beëindigen voor zover deze het leerlingenvervoer dat wordt uitgevoerd door Donau op welke wijze dan ook verhindert.

Ten slotte vorderen eiseressen om FNV in de proceskosten te veroordelen.

3.2.

FNV voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hierna ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vordering strekt tot een verbod op het voeren van collectieve actie.

4.2.

Het recht op het voeren van collectieve acties van werknemers of hun vertegenwoordigende vakbonden, waaronder begrepen het stakingsrecht, wordt in beginsel beheerst door de bepalingen van het Europees Sociaal Handvest (ESH). In artikel 6, aanhef en onder 4 ESH wordt het recht van werknemers of hun vertegenwoordigende vakbonden op collectief optreden erkend in gevallen van belangengeschillen met werkgevers, behoudens verplichtingen uit hoofde van reeds eerder gesloten collectieve arbeidsovereenkomsten. Wordt een collectieve actie gedekt door artikel 6 lid 4 ESH, dan brengt dat mee dat deze in beginsel moet worden geduld als een rechtmatige uitoefening van het in deze verdragsbepaling erkende grondrecht, ondanks de met haar beoogde en op de koop toe genomen schadelijke gevolgen voor de bestaakte werkgever en derden.

4.3.

Of sprake is van een collectieve actie in de zin van genoemde ESH-bepaling wordt vooral bepaald door het antwoord op de vraag of de actie redelijkerwijs kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Het is aan de organisatoren van een collectieve actie om aannemelijk te maken dat dit het geval is. Indien zij daarin slagen, valt de collectieve actie onder het bereik van artikel 6, aanhef en onder 4 ESH. De uitoefening van het recht op collectief optreden kan dan slechts worden beperkt langs de weg van artikel G van het ESH, overeenkomstig hetgeen op dat punt is aanvaard in de rechtspraak van de Hoge Raad. Of een collectieve actie van werknemers tijdig tevoren aan de werkgever is aangezegd en of de collectieve actie voldoet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit (de zogenaamde ‘spelregel’-toetsing), vormt geen zelfstandige maatstaf om te beoordelen of een collectieve actie rechtmatig is. De naleving van die ‘spelregels’ is dus geen zelfstandige voorwaarde voor die rechtmatigheid. Het ligt op de weg van de werkgever, of van een derde, die eist dat de uitoefening van het recht op collectieve actie in het concrete geval wordt beperkt of uitgesloten, om aannemelijk te maken dat deze beperking of uitsluiting naar de maatstaf van artikel G van het ESH gerechtvaardigd is. Dit is slechts het geval indien beperkingen aan het recht op collectieve actie maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk zijn. Bij de beoordeling van die vraag dient de rechter alle omstandigheden mee te wegen. Daarbij kunnen onder meer van belang zijn de aard en duur van de actie, de verhouding tussen de actie en het daarmee nagestreefde doel, de daardoor veroorzaakte schade aan de belangen van de werkgever of derden, en de aard van die belangen en die schade.

4.4.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft FNV voldoende aannemelijk gemaakt dat de aangekondigde actie redelijkerwijs kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Dat het hier gaat om individuele arbeidsovereenkomsten doet daar niet aan af, nu FNV een specifieke groep chauffeurs vertegenwoordigt. Eiseressen worden niet gevolgd in hun stelling dat geen sprake is van een belangengeschil in de zin van artikel 6 lid 4 ESH. FNV verlangt immers dat Donau de van Klomp Groepsvervoer overgenomen chauffeurs arbeidsovereenkomsten aanbiedt die gelijkluidend zijn aan de arbeidsovereenkomsten die de chauffeurs bij Klomp Groepsvervoer hadden en dit kan volgens zowel eiseressen als FNV niet in een gerechtelijke procedure worden afgedwongen.

4.5.

Verondersteld wordt in dit kort geding dan ook dat sprake is van een collectieve actie in de zin van artikel 6, aanhef en onder 4, van het ESH.

Of uitsluiting van de uitoefening van het recht op collectieve actie in dit geval, maatschappelijk gezien, dringend noodzakelijk is, moet als gezegd worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Het gaat hier om een actie op de dag van vandaag, 22 juni 2016, die tot gevolg heeft gehad dat een aantal leerlingen die afhankelijk zijn van leerlingenvervoer, niet naar school is gebracht. Deze actie is al uitgevoerd, zodat daar geen voorziening meer voor wordt getroffen. Voorafgaand aan de actie is onderhandeld, waarbij er een bereidheid was om aan een deel van de wensen van FNV tegemoet te komen, maar die onderhandelingen hebben niet tot overeenstemming geleid. FNV heeft ter zitting verdere acties aangekondigd, maar deze zijn niet nader geconcretiseerd. Die acties treffen, naar moet worden begrepen, ook het leerlingenvervoer en wel tot aan de zomervakantie, die op 16 juli a.s. begint. De acties treffen dus een doelgroep van kwetsbare leerlingen, ook al zijn er volgens FNV ouders en leerlingen die het met de acties eens zijn. Het met de acties nagestreefde doel is vooral om een betere arbeidspositie te verkrijgen ten opzichte van de opvolgend vervoerder, die als winnaar uit de lopende aanbestedingsprocedure komt. Weliswaar zal met de opvolgend vervoerder ook kunnen worden onderhandeld, maar dat zal naar de stelling van FNV niet meer nodig zijn als thans het gewenste resultaat kan worden bereikt, zodat volgens FNV niet valt in te zien waarom dat zou moeten worden afgewacht.

De wederzijdse belangen afwegend, luidt het oordeel dat het maatschappelijke belang dat leerlingen die voor hun schoolgang zijn aangewezen op leerlingenvervoer, ook daadwerkelijk naar school kunnen gaan, zoveel zwaarder weegt dan het belang van FNV bij de acties, dat een beperking daarvan dringend noodzakelijk is. Dat neemt niet weg dat de voorzieningenrechter meevoelt met de chauffeurs die sinds het faillissement van Klomp Groepsvervoer in een onzekere situatie verkeren.

4.6.

De vorderingen worden toegewezen. Een dwangsom is niet nodig omdat FNV heeft toegezegd aan een veroordelend vonnis te zullen voldoen.

FNV zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van de Gemeenten zullen worden begroot op:

- griffierecht 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.435,00

De kosten aan de zijde van Willemsen- de Koning en Donau zullen worden begroot op:

- griffierecht 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.435,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt FNV om binnen vier uur na het wijzen van dit vonnis het uitvoeren van en/of het faciliteren van en/of het oproepen tot acties, waaronder werkonderbrekingen en stakingen voor kortere of langere duur, te staken en gestaakt te houden, voor zover deze het leerlingenvervoer dat wordt uitgevoerd door Donau op welke wijze dan ook verhindert,

5.2.

veroordeelt FNV om binnen vier uur na het wijzen van dit vonnis alles te doen wat redelijkerwijs van een vakorganisatie verwacht mag worden om acties, waaronder werkonderbrekingen en stakingen voor kortere of langere duur, te voorkomen dan wel te beëindigen voor zover deze het leerlingenvervoer dat wordt uitgevoerd door Donau op welke wijze dan ook verhindert,

5.3.

veroordeelt FNV in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeenten tot op heden begroot op € 1.435,00 en aan de zijde van Willemsen- de Koning en Donau tot op heden begroot op € 1.435,00,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2016.1

1 type: BPWB coll: SvE