Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:3756

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
20-06-2016
Datum publicatie
22-06-2016
Zaaknummer
5070461 KK EXPL 16-632
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In kort geding wordt het concurrentiebeding geschorst, behoudens ten aanzien van de twee bedrijven waar werknemer gedurende haar ca. tweejarig dienstverband was gedetacheerd. Belangenafweging in voordeel van werknemer, ondanks beroep van werkgever op investeringen in werknemer door middel van opleidingen en trainingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0661
AR 2016/1783
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht - team kanton

zaaknummer: 5070461 KK EXPL 16-632

vonnis van: 20 juni 2016

func.: 25

Vonnis van de kantonrechter in kort geding

I n z a k e

[eiseres]

wonende te [plaats]

eiseres in conventie, verweerster in reconventie

nader te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. R. Meijer

t e g e n

de besloten vennootschap Eiffel BV

gevestigd te Arnhem

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie

nader te noemen: Eiffel

gemachtigde: mr. L.P.J.M. van Woensel

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij dagvaarding van 18 mei 2016, met bijlagen heeft [eiseres] een voorziening gevorderd.

Ter terechtzitting van 2 juni 2016 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiseres] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigde en [naam 1] (van Vossius Consultancy BV). Eiffel is verschenen bij de heren [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] , vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben op voorhand stukken in het geding gebracht, waaronder een eis in reconventie van Eiffel. Partijen hebben ter zitting hun standpunten mede aan de hand van pleitnotities toegelicht. Na verder debat is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Als uitgangspunt in deze zaak geldt het navolgende:

1.1.

[eiseres] , geboren op [datum] , is op 28 april 2014 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij [eiseres] als Junior Professional. Het laatst door haar verdiende salaris bedroeg € 2.675,00 bruto.

1.2.

In artikel 10 van de arbeidsovereenkomst tussen partijen is in het tweede lid een non-concurrentiebeding (hierna: het concurrentiebeding) opgenomen. Dit concurrentiebeding luidt, voor zover hier van belang:
10.2 Het is u zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Eiffel verboden om gedurende één jaar na beëindiging van uw arbeidsovereenkomst, ongeacht de wijze waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, binnen Nederland tegen vergoeding of om niet;
a. voor derden of voor eigen rekening , direct of indirect werkzaam te zijn bij een onderneming gelijk aan Eiffel, en/of;
b. een onderneming gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan dan van Eiffel te drijven, en/of te vestigen en/of daaraan deel te nemen, en/of;
c. (…)

1.3.

Artikel 10.3 van de arbeidsovereenkomst bevat (in het laatste deel) een boeteclausule en luidt:

10.3

Bij overtreding van de verboden in de artikelen 10.1 tot en met 10.3 van het concurrentiebeding verbeurt u aan Eiffel, in afwijking van artikel 7:650 leden 3, 4 en 5 BW een dadelijk en ineens zonder sommatie of ingebrekestelling opeisbare boete groot € 20.000,- en € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte van de dag dat de overtreding voortduurt (…).

1.4.

Daarnaast bevat de arbeidsovereenkomst in artikel 11 een geheimhoudings-beding.

1.5.

[eiseres] is gedurende vrijwel het volledige dienstverband met Eiffel te werk gesteld bij het AMC en VUMC.

1.6.

[eiseres] heeft op 24 maart 2016 het dienstverband met Eiffel opgezegd tegen 1 mei 2016.

1.7.

Vossius Consultancy BV (hierna: Vossius) heeft [eiseres] met ingang van 1 juni 2016 een dienstverband aangeboden voor de duur van zes maanden, tegen een salaris van € 3.300,00 bruto.

1.8.

Vossius biedt ondersteuning op ICT-gebied, exclusief gericht op de zorg en zet daarvoor onder meer consultants in. Zij richt zich op ziekenhuizen en zorginstellingen, waaronder het AMC en VUMC.

1.9.

Bij brieven van 26 april 2016 heeft Eiffel [eiseres] onder verwijzing naar het concurrentiebeding gesommeerd om niet bij Vossius in dienst te treden en Vossius om zich te onthouden van onrechtmatig handelen.

In conventie

Vordering en verweer

2. [eiseres] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, primair schorsing van het concurrentiebeding totdat een bodemrechter uitspraak heeft gedaan en subsidiair
veroordeling van Eiffel tot betaling van een nader te bepalen billijke vergoeding aan [eiseres] in de zin van artikel 7:653 lid 5 BW, met veroordeling van Eiffel in de kosten van dit geding.

3. [eiseres] stelt hiertoe allereerst dat er bij indiensttreding bij Vossius geen sprake is van schending van het concurrentiebeding, om – kort gezegd – de volgende redenen:
- Vossius is als onderneming niet gelijk te stellen aan Eiffel. Vossius is exclusief gericht op de zorg, terwijl Eiffel op een veel breder terrein actief is;
- Vossius is actief op het gebied van “functioneel applicatiebeheer” en dan met name door toepassing van het systeem “Epic”. Vossius heeft een licentie van Epic om medewerkers op te leiden tot Epic-certificaathouder. Deze mogelijkheid bestaat bij Eiffel niet, wat voor haar doorslaggevend is geweest om bij Vossius te solliciteren;
- [eiseres] zal niet te werk worden gesteld bij het AMC of VUMC.

4. [eiseres] betwist voorts dat zij bij Eiffel specifieke knowhow heeft opgedaan die bescherming door middel van handhaving van het concurrentiebeding rechtvaardigt. Als Eiffel in verband met door haar gedane investeringen in opleiding van haar personeel wenst te verhinderen, dat iemand elders aan de slag gaat voordat de investeringen zijn terug verdiend, staat het Eiffel vrij om afspraken te maken in de vorm van een opleidingsbeding. Dit soort afspraken zijn eerder door Eiffel ook met [eiseres] gemaakt voor bepaalde cursussen. Het staat Eiffel niet vrij om dit doel te bereiken via de werking van het concurrentiebeding.

5. In het kader van de eventuele te maken belangenafweging wijst [eiseres] erop dat zij slechts twee jaar bij Eiffel in dienst is geweest, dat zij zich bij Vossius kan ontplooien in de door haar gewenste richting (van coördinator tussen de afdeling in een ziekenhuis en de ICT-ontwikkelaars naar het zelf ontwikkelen en bouwen van ICT-systemen als Epic-gecertificeerde) en dat het door haar te verdienen salaris bij Vossius substantieel hoger ligt dan bij Eiffel.

6. Eiffel voert - kort gezegd - in de eerste plaats aan dat Vossius en Eiffel zich op hetzelfde terrein bewegen. Vossius is een niche-speler, die Eiffel wel degelijk concurrentie aandoet. De zorg-unit van Eiffel is van vergelijkbare omvang als Vossius en zich richt ook op de markt van het ontwikkelen en onderhouden van ICT-systemen voor onder meer ziekenhuizen. Beide bedrijven zijn vergelijkbaar of zelfs identiek in inrichting en doelgroep en richten zich op het inzetten van professionals in de zorg. Door de overstap van [eiseres] , waarbij zij de door haar bij Eiffel opgedane kennis zal gaan inzetten bij Vossius, zal Eiffel zeker concurrentie ondervinden en schade lijden.

7. Eiffel wijst voorts nadrukkelijk op haar uitgebreide scholingsprogramma. Het is de visie van Eiffel om te veel investeren in haar medewerkers, die zij gewoonlijk ook direct een vast dienstverband biedt. Zo ook [eiseres] . De concurrentiekracht van [eiseres] is groot, aldus Eiffel, en Eiffel kan het zich niet permitteren dat [eiseres] bij een directe concurrent in dienst treedt.

8. Eiffel bestrijdt dat [eiseres] bij handhaving van het concurrentiebeding wordt beperkt in haar toegang tot de vrije arbeidsmarkt. Gelet op de opleiding als jurist zijn er voor haar vele andere mogelijkheden. Tevens betwist Eiffel dat [eiseres] in haar belang wordt geschaad als zij niet bij Vossius in dienst kan treden, omdat zij dan een aanzienlijke salarisverhoging misloopt. De verhoging is relatief, zeker in aanmerking genomen dat zij bij Vossius geen “flexbonus” krijgt. Bovendien heeft Vossius [eiseres] slechts een bepaalde tijd contract van 6 maanden aangeboden. [eiseres] kan trouwens bij Eiffel een vergelijkbare salarisontwikkeling doormaken.

9. Ten slotte wijst Eiffel erop dat [eiseres] er zelf voor heeft gekozen over te stappen en dat zij niet voorafgaand daaraan met Eiffel in gesprek is gegaan over haar toekomst-wensen. Bij Eiffel waren er zeker mogelijkheden voor [eiseres] geweest, ook op het gebied van het zogenoemde Epic-certificaat.

Beoordeling

10. Met het standpunt van Eiffel, dat [eiseres] het aangeboden dienstverband bij Vossius niet kan accepteren door de werking van het concurrentiebeding en zij haar dienstver-band bij Eiffel reeds heeft opgezegd om per 1 juni 2016 bij Vossius in dienst te treden, is het voor deze procedure vereiste spoedeisend belang zijdens [eiseres] gegeven.

10. In kort geding dient te worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eiseres] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Het navolgende behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

12. Vooropgesteld wordt dat tussen Eiffel en [eiseres] rechtsgeldig een concurrentie-beding tot stand is gekomen. Het beding is niet komen te vervallen en de inhoud van het beding is duidelijk. In beginsel is [eiseres] derhalve aan het beding gebonden.

12. Vervolgens dient te worden beoordeeld of voorshands voldoende aannemelijk is dat Vossius moet worden aangemerkt als concurrent van Eiffel. Zo niet, dan staat het concurrentiebeding niet aan de indiensttreding van [eiseres] bij Vossius in de weg. Uit de wederzijdse stellingen van partijen en hun toelichting ter zitting, waaronder die van [naam 1] die namens Vossius aanwezig was, kan worden afgeleid dat beide ondernemingen zich richten op dezelfde branche, te weten de bemiddeling/plaatsing van professionals in de zorg. Vossius is als bedrijf weliswaar geringer in omvang, maar onbetwist is gebleven dat de unit zorg van Eiffel qua omvang vergelijkbaar is met Vossius. Onder deze omstandigheden wordt Vossius voorshands geacht een concurrent van Eiffel te zijn, waarbij in het midden kan blijven of de professionals van Vossius op wezenlijk andere werkzaamheden worden ingezet dan die van Eiffel, door de Epic-licentie.

14. Nu het concurrentiebeding geldt en Vossius als concurrent van Eiffel moet worden aangemerkt, ligt de vraag voor of na afweging van de wederzijdse belangen het concurrentiebeding voor schorsing in aanmerking komt. Voor schorsing van een concurrentiebeding, geheel of gedeeltelijk, is alleen dan plaats indien de werknemer in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, bij (onverkorte) handhaving onbillijk wordt benadeeld. In dat verband dient te worden beoordeeld of Eiffel [eiseres] in redelijkheid aan het concurrentiebeding kan houden. Daarbij dient het belang van Eiffel op de bescherming van haar bedrijfsdebiet te worden afgezet tegen het belang van [eiseres] om zich vrij te kunnen bewegen op de arbeidsmarkt en zich verder - in de door haar gewenste zin - te ontwikkelen.

14. [eiseres] heeft ter zitting toegelicht dat zij de coördinerende rol die zij bij Eiffel had wenst te verruilen voor een meer inhoudelijke rol in het zogeheten functioneel applicatiebeheer bij Vossius, waarbij zij bovendien kan kwalificeren voor het Epic certificaat. Deze inhoudelijke ontwikkeling van [eiseres] kan worden aangemerkt als een positieverbetering, los van de vraag of de daarmee gepaard gaande salaris-verhoging voldoende substantieel is, hetgeen volgens de kantonrechter overigens wel zo is, en los van het feit dat [eiseres] bij Vossius (eerst) een overeenkomst voor bepaalde tijd krijgt aangeboden.

16. Daartegenover heeft Eiffel benadrukt dat zij aanzienlijk in de opleiding van [eiseres] heeft geïnvesteerd, welke investeringen na de overstap van [eiseres] door Vossius zullen kunnen worden uitgebaat. In dat verband heeft Eiffel gewezen op de veelheid aan opleidingen en trainingen, welke [eiseres] bij Eiffel heeft gevolgd. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter zijn die interne opleidingen, veelal genoten in de avonduren, relatief beperkt van omvang c.q. kosten en daarmee niet zodanig dat daarom het concurrentiebeding - in volle omvang - gehandhaafd dient te blijven, hoezeer het ook te prijzen is dat de medewerkers van Eiffel op deze wijze worden opgeleid.

16. Overigens is ter zitting aan de orde gekomen dat een concurrentiebeding mogelijk niet de aangewezen weg is om de investeringen in de opleiding van een nieuwe werknemer te beschermen. Immers, ook middels een (gradueel aflopend) studiekostenbeding kan worden voorkomen dat na een vroegtijdige overstap vooral de opvolgende werkgever profiteert van gemaakte opleidingskosten.

16. Verder zijn door Eiffel geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat [eiseres] - buiten de werkzaamheden bij AMC en/of VUMC - beschikt over specifieke bedrijfsmatige kennis, als tarieven of andere bedrijfsmatige gegevens, waarmee Vossius een ongerechtvaardigd voordeel zou verkrijgen bij indiensttreding van [eiseres] op korte termijn. Voorts heeft Vossius bij monde van [naam 1] ter zitting uitdrukkelijk bevestigd dat [eiseres] niet bij AMC en/of VUMC wordt geplaatst, is de verwachting gewettigd dat de bodemrechter het belang van [eiseres] op een vrije arbeidskeuze zal laten prevaleren boven het belang van Eiffel op handhaving van het concurrentiebeding. Daarop vooruitlopend zal de kantonrechter het concurrentiebeding van [eiseres] schorsen, behoudens ten aanzien van AMC of VUMC.

16. Nu de primaire vordering grotendeels wordt toegewezen, heeft [eiseres] geen of onvoldoende belang bij het (voorwaardelijk) subsidiair gevorderde, zodat dat geen bespreking meer behoeft.

In reconventie

Vordering en verweer

20. Eiffel vordert in reconventie [eiseres] te bevelen om haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen overeengekomen arbeidsovereenkomst volledig na te leven en mitsdien haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst na te komen en geen werkzaamheden te verrichten voor Vossius en/of bij een van de ondernemingen gelieerd aan Vossius, gedurende 1 jaar na 1 mei 2016, derhalve tot 1 mei 2017, althans om gedurende die periode niet werkzaam te zijn voor deze werkgever of andere werkgevers wanneer [eiseres] voor die betreffende werkgever activiteiten verricht – in welke vorm dan ook – zoals verwoord in het tussen partijen schriftelijk overeengekomen concurrentiebeding en geheimhoudingsbeding, op straffe van een boete van € 20.000,00 voor iedere overtreding, vermeerderd met
€ 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan, waarop een overtreding voortduurt, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure.

21. [eiseres] heeft de vorderingen gemotiveerd betwist, waarbij grotendeels is herhaald hetgeen ten aanzien van haar vordering in conventie is bepleit.

Beoordeling

22. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven is overwogen en beslist ten aanzien van de vorderingen van [eiseres] in conventie, zullen de vorderingen van Eiffel in reconventie aldus worden afgewezen.

In conventie en reconventie

23. Er zijn termen om de proceskosten tussen partijen te compenseren in dier voege dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

In conventie

schorst het concurrentiebeding van [eiseres] met ingang van heden, behoudens ten aanzien van het AMC of VUMC;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

In reconventie

wijst de vorderingen van Eiffel af;

In conventie en reconventie

bepaalt dat ieder der partijen de eigen proceskosten draagt

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

Griffier Kantonrechter