Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:3598

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-05-2016
Datum publicatie
20-06-2016
Zaaknummer
13-665621-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

PROMIS. Geweld. Verdachte zou hebben deelgenomen aan een nachtelijke vechtpartij, waarbij de groep waar verdachte deel van uitmaakte een andere groep met wapens heeft aangevallen. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte degene is die een ander met een mes in de zij heeft gestoken dan wel of verdachte heeft deelgenomen aan de gewelddadige confrontatie en wel op zo’n wijze dat hij als (openlijk geweld-)pleger kan worden aangemerkt. De rechtbank kan niet vaststellen wie welk geweld heeft gepleegd. Dat doet er niet aan af dat vast is komen te staan dat verdachte met ten minste twee anderen heeft deelgenomen en bijgedragen aan het gepleegde geweld. De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte zicht heeft schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, ten gevolge waarvan één slachtoffer ernstig fysiek letsel heeft opgelopen. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met oplegging van reclasseringstoezicht, een behandelverplichting, een locatiegebod en elektronische controle als bijzondere voorwaarden. De lichamelijke integriteit van het slachtoffer is geschaad, evenals twee van zijn vitale en kwetsbare organen: één van zijn longen en zijn lever. Hij is – vijf maanden na het incident – nog herstellende, zowel fysiek als mentaal. Verdachte moet aan het slachtoffer 2.500,00 euro betalen ter immateriële schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/665621-15 (Promis)

Datum uitspraak: 24 mei 2016

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [GBA-adres] , thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “ [locatie] ” te [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 mei 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. M.L. Vermeulen, en van wat verdachte en zijn raadsman mr. M.L. van Gaalen naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich telkens op 12 december 2015 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan

  1. poging tot doodslag, althans (poging) tot zware mishandeling, van [benadeelde partij 1] door hem in de zij te steken met een mes;

  2. openlijke geweldpleging tegen [benadeelde partij 1] , andere personen en tegen de auto van [benadeelde partij 1] , althans medeplegen van mishandeling van [benadeelde partij 1] en die andere personen en vernieling van die auto;

  3. medeplegen van diefstal van de auto van [benadeelde partij 1] ;

  4. verlaten van een plaats van ongeval waarbij verschillende auto’s zijn beschadigd.

De tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Feiten en omstandigheden met betrekking tot het geweld (feiten 1 en 2)

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende vaststaande feiten en redengevende omstandigheden uit.1

In de nacht van 11 op 12 december 2015, rond middernacht, is verdachte met drie vrienden onder wie [persoon 1] , in twee auto’s (verdachte in een Volkswagen Polo en [persoon 1] in een Opel Corsa)2 naar de Riekerweg te Amsterdam gegaan om [benadeelde partij 1] te ontmoeten.3

Verdachte wilde met hem afspreken omdat hij had gehoord dat [benadeelde partij 1] hem zocht en omdat [benadeelde partij 1] geruchten zou verspreiden over [persoon 2] , een in detentie verblijvende vriend van verdachte. Op 11 december 2015 heeft verdachte daarover met [persoon 2] meerdere gesprekken gevoerd, waarin [persoon 2] liet blijken boos te zijn op [benadeelde partij 1] en hem iets te willen aandoen en verdachte onder meer heeft gezegd: “Als ik hem zie, ga ik hem zelf al klappen (…) Maak je niet druk, voordat jij al buiten bent, dan ga ik alvast een woordje voor je doen. Ik ga het allemaal doorgeven voor je. Hij heeft sowieso een pomper van mij te goed. (…) Als ik hem toevallig tegenkom (…) dan ga ik hem aanspreken en aanpakken voor je. (…) Is geen probleem. Hij heeft sowieso wat te goed van mij en dan komen er alleen een paar pompers bij.”4 Over deze uitingen heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij deze heeft gedaan maar dat het grootspraak was.

Verdachte heeft [benadeelde partij 1] op 11 december 2015 rond 22.00 uur gebeld5 om een ontmoeting te arrangeren.6 Daarbij heeft hij in ieder geval tegen [benadeelde partij 1] gezegd dat hij nog een en ander te vertellen had. Naar de ontmoeting heeft verdachte een stok van ongeveer een halve meter meegenomen.7

[benadeelde partij 1] is evenals verdachte samen met anderen naar de afgesproken locatie gegaan.8 Daar is het tot een gewelddadige confrontatie tussen de twee groepen gekomen, waarbij [benadeelde partij 1] is geslagen9, in zijn hand of pols is gesneden en in zijn zij is gestoken.10, 11 Bij [benadeelde partij 1] is een leverbloeding, een klaplong en een oppervlakkige snee in de pols geconstateerd.12 Verschillende anderen zijn tijdens de confrontatie achternagezeten13 (al dan niet door een jongen met een baksteen of tegel)14,15 en een ander is geslagen met een hard voorwerp16. Ook zijn autoruiten van de auto waarmee [benadeelde partij 1] was gekomen – de Volkswagen Golf17 van zijn moeder met kenteken [kenteken]18 – ingeslagen.19

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte degene is die [benadeelde partij 1] heeft gestoken dan wel of verdachte heeft deelgenomen aan de gewelddadige confrontatie en wel op zo’n wijze dat hij als (openlijk geweld-)pleger kan worden aangemerkt.

4.2.

Bewijswaardering ten aanzien van het geweld (feiten 1 en 2)

Het Openbaar Ministerie acht – kort gezegd – bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, omdat zij in de getuigenverklaringen en aangetroffen bloedsporen op de rechterzijde van de bestuurdersstoel ondersteuning ziet voor de verklaring van aangever [benadeelde partij 1] .

De raadsman heeft – kort gezegd – aangevoerd dat hoewel vaststaat dat [benadeelde partij 1] is gestoken door één van de aanwezigen, geen van de getuigen (betrouwbaar) heeft verklaard dat verdachte degene is die dat heeft gedaan. Evenmin is komen vast te staan dat verdachte substantieel heeft bijgedragen aan het geweld jegens [benadeelde partij 1] , anderen en de auto, anders dan het met een stok om zich heen slaan toen hij werd aangevallen. Het steken van [benadeelde partij 1] door een ander die geweld pleegde, kan niet aan verdachte worden toegerekend, omdat verdachte niet wist of moest vermoeden dat een ander een mes bij zich had en zou gebruiken waardoor niet kan worden bewezen dat hij daar (voorwaardelijk) opzet op had. Ook ten aanzien van het overige geweld bevat het dossier onvoldoende aanwijzing voor enige betrokkenheid, zij het als pleger of als medepleger, van verdachte. De raadsman heeft op grond hiervan om vrijspraak van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair en 2 primair en subsidiair, eerste en tweede alternatief, ten laste gelegde verzocht.

De rechtbank overweegt en concludeert als volgt.

De verklaring van [benadeelde partij 1] dat verdachte degene is die hem met een mes heeft belaagd, vindt onvoldoende steun in de verklaringen van andere aanwezigen of overige bewijsmiddelen. Daarom kan niet worden vastgesteld dat verdachte [benadeelde partij 1] in de zij heeft gestoken. Daarom kan het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde niet worden bewezen verklaard en zal verdachte daarvan worden vrijgesproken.

Dat de rechtbank niet kan vaststellen wie welk geweld heeft gepleegd doet er niet aan af dat vast is komen te staan dat verdachte met ten minste twee anderen heeft deelgenomen en bijgedragen aan het hierboven omschreven geweld. De rechtbank acht niet geloofwaardig de verklaring van verdachte dat hij ter zelfverdediging met een stok in de rondte heeft geslagen, omdat meerdere getuigen (zij het in andere bewoordingen) hebben verklaard dat verdachte en twee anderen onmiddellijk nadat zij uit de auto’s stapten, gewapend op [benadeelde partij 1] (en de andere aanwezigen) af kwamen. De rechtbank acht daarvoor de volgende verklaringen relevant:

Verklaring van [benadeelde partij 1]: “Uit de Polo stapten stapten [verdachte] en [persoon 4] . Uit de Opel Corsa kwam één persoon. Ik zag dat ze wapens bij zich hadden: een fles, een baksteen en een mes.”20

Verklaring van [persoon 3]: “Ik zag dat er twee auto’s aankwamen, een Opel Corsa en een Volkswagen Polo. Ik zag dat uit de Polo twee mannen stapten. Ik zag dat één van hen een baksteen in zijn hand had en de andere een mes of een knuppel.21 Zij begonnen meteen met geweld. Het was duwen en trekken, vechten.22

Verklaring van [persoon 5]: “Ik zag dat [benadeelde partij 1] uitstapte. Vervolgens zag ik dat twee mannen naar hem toeliepen. Ik zag dat de mannen wapens hadden.23 Zij kwamen met twee auto’s, hier stapten drie of vier mannen man uit. Zij kwamen naar ons toe lopen met een mes, pistool en een baksteen in hun handen.24

Verklaring van [persoon 6]: “ [benadeelde partij 1] liep alleen naar ze toe. De anderen stapten met 3 man tegelijk uit hun auto’s. Die jongens trokken meteen wapens en liepen op [benadeelde partij 1] af. Ik zag dat ze een knuppel, een mes en een vuurwapen hadden.”25

Verklaring van [persoon 7]: “Er stapten drie jongens uit twee verschillende auto’s. Deze jongens liepen rechtstreeks op [benadeelde partij 1] af. Ik hoorde de jongens vragen of hij [benadeelde partij 1] was. Toen [benadeelde partij 1] ‘ja’ zei, pakten de jongens meteen wapens. Eentje had een knuppel, eentje een baksteen en een mes en eentje een lang vlindermes.”26

Verklaring van [persoon 8]: “Ik zag dat er drie jongens uitstapten. Een van de jongens had een baksteen en een scherp voorwerp. Een tweede jongen had een knuppel. Een andere jongen had een geweer. De jongens renden op [benadeelde partij 1] af, ik hoorde één van de jongens vragen aan [benadeelde partij 1] of hij [benadeelde partij 1] was.”27

Op grond van al het voorgaande concludeert de rechtbank dat, hoewel niet precies is vast te stellen wie welke gewelddadige handeling(en) heeft verricht, vast is komen te staan dat allen die zijn uitgestapt uit de Volkswagen Polo en Opel Corsa, onder wie verdachte, aan het geweld hebben bijgedragen. De stelling van de verdediging dat verdachte geen significante bijdrage heeft geleverd aan dit geweld wordt door de hiervoor genoemde bewijsmiddelen en bewijsoverweging weersproken.

De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde feit heeft begaan.

Nu de verklaringen van ‘bekende 1 en bekende 2’ niet als bewijsmiddel worden gebezigd, komt de voorwaarde waaronder de verdediging heeft gevraagd deze personen als getuigen te mogen horen, niet in vervulling.

4.3.

Diefstal en verlaten plaats van ongeval (feiten 3 en 4)

Evenals de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de wettige bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde:

op 12 december 2015 te Amsterdam met anderen aan de openbare weg, de Riekerweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij 1] en andere personen en tegen een personenauto, Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] , welk geweld bestond uit het met een mes steken en snijden in de zij en elders in het lichaam van die [benadeelde partij 1] en het slaan met een tegel en/of met een knuppel of een houten stok tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] en tegen die andere personen en tegen voornoemde personenauto.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, mede gelet op de ernst van de door haar onder 1 en 2 bewezen geachte feiten en de gevolgen voor betrokkenen, zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van voorarrest en waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Daarbij dienen de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd in het rapport van 4 mei 2016 te worden opgelegd.

De verdediging heeft verzocht om bij eventuele oplegging van een gevangenisstraf vanwege het systeem van de voorwaardelijke invrijheidsstelling geen deel of ten minste één derde deel daarvan voorwaardelijk op te leggen.

De rechtbank komt op de hierna genoemde gronden tot de in het dictum genoemde straf.


Dit is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Zij heeft daarbij bijzondere aandacht besteed aan het uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 april 2015, het reclasseringsrapport van 4 mei 2016 opgemaakt door M. Carduck en hetgeen verdachte daarover ter terechtzitting heeft verklaard.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijk geweld jegens personen en een goed. Eén persoon, aangever [benadeelde partij 1] , heeft ten gevolge van dat geweld ernstig fysiek letsel opgelopen. De lichamelijke integriteit van [benadeelde partij 1] is geschaad, evenals twee van zijn vitale en kwetsbare organen: één van zijn longen en zijn lever. [benadeelde partij 1] is thans – vijf maanden na het incident – nog herstellende, zowel fysiek als mentaal, zo heeft zijn raadsvrouw ter terechtzitting te kennen gegeven. De gevolgen voor [benadeelde partij 1] zijn dus groot. Ook op de andere bij het incident betrokken personen en toevallige voorbijgangers zullen het geweld en de steekpartij een grote impact hebben gehad. Blijkens de getuigenverklaringen betrof het een nachtelijke vechtpartij aan de openbare weg, waarbij de groep personen waar verdachte deel van uitmaakte, [benadeelde partij 1] en zijn vrienden met wapens heeft aangevallen. Hierna zijn [benadeelde partij 1] en zijn vrienden (met auto’s) weggevlucht, waarbij vrienden van die gewonde [benadeelde partij 1] , hem naar het ziekenhuis hebben gebracht. Het kan niet anders dan dat dit bij alle aanwezigen gevoelens van angst en onveiligheid heeft veroorzaakt.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder rekening gehouden met de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. In strafverzwarende zin weegt mee dat verdachte in de nachtelijke uren geweld heeft gepleegd tegen meerdere personen en een auto heeft beschadigd, terwijl hij in de drie jaren voor het plegen van onderhavige feit is veroordeeld voor bedreiging met geweld en vernieling van een auto. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen reden om ten voordele van verdachte af te wijken van die richtlijnen.

Het feit dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken van al het onder 1 ten laste gelegde, is aanleiding om bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

9 Vorderingen van de benadeelde partijen

9.1.

Ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 2]

De vordering van benadeelde partij De Pater strekt tot vergoeding van materiële schade die is veroorzaakt door het onder 4 ten laste gelegde feit betrekking heeft. Nu verdachte van dat feit zal worden vrijgesproken, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Aan verdachte wordt immers geen straf of maatregel opgelegd. Evenmin wordt artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toegepast.

9.2.

Ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert € 11.115,51 aan materiële schadevergoeding en € 15.000,- aan immateriële schadevergoeding. Voorts heeft hij verzocht om vermeerdering van die bedragen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 2 primair bewezen verklaarde rechtstreeks materiële en immateriële schade is toegebracht. Immers heeft verdachte ernstig lichamelijk letsel opgelopen, te weten een leverbloeding en een klaplong, waarvoor medisch ingrijpen noodzakelijk was en is zijn auto beschadigd door het door verdachte en medeverdachten gepleegde geweld.

Gelet op de gezamenlijkheid van het handelen van verdachten kunnen zij, daar zij allen als onderdeel van een groep hebben bijgedragen aan dat geweld, ieder voor zich volledig aansprakelijk worden gesteld voor de door de groep veroorzaakte schade (ex artikel 6:166 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek). Verdachte is dan ook hoofdelijk aansprakelijk voor vergoeding van de schade, voor zover die schade naar het oordeel van de rechtbank voor vergoeding in aanmerking komt.

9.2.1.

Materiële schade

De officier van justitie acht dit deel van de vordering, met uitzondering van gevorderde schadevergoeding voor accessoires en tuning van de auto, toewijsbaar. De verdediging acht dit deel van de vordering – kort gezegd – ten aanzien van alle posten onvoldoende onderbouwd en heeft daarom om afwijzing verzocht.

De rechtbank overweegt als volgt.

[benadeelde partij 1] vordert de vergoeding van de ‘eigen bijdrage’ van 2015 en 2016. De rechtbank begrijpt dat hiermee wordt bedoeld het bij wet vastgestelde verplicht eigen risico dat in 2015 € 375,- bedroeg en in 2016 € 385,- bedraagt. Gezien de noodzaak van medisch ingrijpen en de lange herstelperiode van het letsel van [benadeelde partij 1] is aannemelijk dat hij voor beide jaren het eigen risico heeft moeten betalen als gevolg van het openlijk geweld waaraan hij blootstond. Dat niet bekend is of [benadeelde partij 1] het eigen risico reeds had moeten betalen doet daar – blijkens vaste jurisprudentie – niet aan af. De rechtbank zal de vordering daarom ten aanzien van deze posten toewijzen.

[benadeelde partij 1] is niet-ontvankelijk in het deel van de vordering dat ziet op de auto. Niet kan worden vastgesteld welk deel van de schade door het openlijk geweld en welk deel door de later plaatsgevonden aanrijding is veroorzaakt, en verdachte, die wordt vrijgesproken van de diefstal van de auto, niet voor het laatstbedoelde deel van de schade aansprakelijk is. Bovendien is de auto van de moeder van [benadeelde partij 1] ; [benadeelde partij 1] kan haar schade niet opeisen in dit geding.

Dat laatste geldt ook voor de gevorderde vergoeding van reiskosten (kosten van benzine en openbaar vervoer voor reizen naar het ziekenhuis door de moeder van [benadeelde partij 1] ). [benadeelde partij 1] dan wel zijn moeder kan de vordering tot vergoeding van deze posten nog wel bij de civiele rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de kleding en schoenen van [benadeelde partij 1] is geen enkel stuk ter onderbouwing overgelegd. Gezien het letsel van [benadeelde partij 1] acht de rechtbank aannemelijk dat zijn kleding en schoenen beschadigd zijn geraakt. De rechtbank waardeert die schade op een bedrag van € 200,- Voor wat betreft het schoolgeld en de inkomstenderving is de vordering onvoldoende toegelicht of (met stukken) onderbouwd. Te onzeker is gebleven of [benadeelde partij 1] schoolgaand is en werkt, en eveneens dat de gevorderde bedragen juist of enigszins redelijk zijn. [benadeelde partij 1] is daarom voor het overige (de laatstgenoemde posten en de rest van de gevorderde vergoeding van schade aan kleding en schoenen) niet-ontvankelijk in de vordering. [benadeelde partij 1] kan ook dat deel desgewenst bij de civiele rechter aanbrengen.

Derhalve wordt de vordering tot materiële schadevergoeding tot een bedrag van in totaal € 960,- toegewezen. Dit bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

9.2.2.

Immateriële schade

De officier van justitie acht dit deel van de vordering toewijsbaar tot een bedrag van € 10.000,- De verdediging acht ook dit deel van de vordering onvoldoende onderbouwd en heeft daarom verzocht om afwijzing.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft [benadeelde partij 1] recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade aangezien hij ten gevolge van het strafbare feit lichamelijk letsel heeft opgelopen en daarmee een ernstige inbreuk is gepleegd op zijn lichamelijke integriteit. De rechtbank waardeert de door [benadeelde partij 1] geleden immateriële schade op € 2.500,- Dit deel van de vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, met vermeerdering met de wettelijke rente vanaf 12 december 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening. Voor het overige is [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk ten aanzien van het deel van de vordering dat strekt tot vergoeding van immateriële schade. Hij kan dit bij de civiele rechter aanbrengen.

9.2.3.

Ten aanzien van de niet-ontvankelijkheid

Voor zover [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vordering geldt het volgende.
De behandeling van de vordering levert voor dit deel een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden.

9.2.4.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien verdachte jegens [benadeelde partij 1] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 primair bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze schade op een totaalbedrag van € 3.460,- (drieduizend vierhonderd en zestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 december 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

Verklaart het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 2 primair bewezen verklaarde:

het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 (negen) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

De tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafdeel kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren niet aan de volgende algemene en bijzondere voorwaarden houdt.

Stelt de volgende algemene voorwaarden:

1. Veroordeelde dient zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig te maken aan een strafbaar feit;

2. Veroordeelde dient ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden;

3. Veroordeelde dient medewerking te verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt de volgende bijzondere voorwaarden:

4 Meldplicht

Veroordeelde dient zich te melden bij Reclassering Nederland op het adres Wibautstraat 12 te Amsterdam en zich te blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde;

5. Behandelverplichting

Veroordeelde dient zijn medewerking te verlenen aan diagnostiek door en eventueel daaruit voortvloeiende behandeling gericht op delictpreventie bij De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, zolang de reclassering dit nodig acht;

6 Locatiegebod

Veroordeelde dient zich gedurende maximaal zes maanden op – vooraf en in overleg met veroordeelde vastgestelde maar door de reclassering te bepalen – tijdstippen te bevinden op de voorgenomen verblijfplaats [verblijfplaats] , welk locatiegebod wordt gecontroleerd met een elektronisch controlemiddel;

7 Locatiegebod

Veroordeelde dient zich onder elektronisch toezicht te stellen ter nakoming van de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden.

Geeft opdracht aan genoemde instelling om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Wijst gedeeltelijk toe de vordering van [benadeelde partij 1] , wonende te Amsterdam, namelijk tot een bedrag van € 3.460,- (drieduizend vierhonderd en zestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 december 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt veroordeelde tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 1] , voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander of anderen is betaald.

Veroordeelt veroordeelde voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in zijn vordering.

Legt op aan veroordeelde de verplichting om ten behoeve van [benadeelde partij 1] € 3.460,- (drieduizend vierhonderd en zestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 12 december 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening, aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting vervangen door hechtenis van 44 (vierenveertig) dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover veroordeelde of (een) ander(en) aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van veroordeelde met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Knol, voorzitter,

mrs. D.J. Cohen Tervaert en G. Demmink, rechters,

in tegenwoordigheid van E.R.E. Evans, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 mei 2016.

Bijlage I – de tenlastelegging

Aan verdachte [verdachte] is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [benadeelde partij 1] van het leven te beroven, met dat opzet naar die [benadeelde partij 1] is toegegaan en/of één of meer keer met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in de zij, althans het lichaam van die [benadeelde partij 1] heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair:

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, aan [benadeelde partij 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een leverbloeding en/of een klaplong), heeft toegebracht, door voornoemde [benadeelde partij 1] met dat opzet één of meer keer met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de zij, althans het lichaam te steken en/of snijden en/of prikken;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde partij 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet naar die [benadeelde partij 1] is toegegaan en/of één of meer keer met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in de zij, althans het lichaam van die [benadeelde partij 1] heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Riekerweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij 1] en/of één of meer (tot nu toe) onbekende personen en/of tegen een personenauto (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] ), welk geweld bestond uit het één of meer keer met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp steken en/of snijden en/of prikken in de zij, althans het lichaam van die [benadeelde partij 1] en/of het slaan met een tegel, althans een hard en/of zwaar voorwerp en/of met een knuppel, althans een (houten stok), tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] en/of tegen die onbekende personen en/of tegen voornoemde personenauto;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde partij 1] en/of één of meer (tot nu toe) onbekende personen heeft mishandeld door één of meer keer met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp te steken en/of snijden en/of prikken in de zij, althans het lichaam van die [benadeelde partij 1] en/of met een tegel, althans een hard en/of zwaar voorwerp, en/of met een knuppel, althans een (houten) stok, te slaan tegen het lichaam van die [benadeelde partij 1] en/of tegen die onbekende personen;

en/of

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door met een tegel, althans een hard en/of zwaar voorwerp en/of een knuppel, althans een (houten) stok, tegen voornoemde personenauto te slaan;

3.

hij op of omstreeks 12 december 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een personenauto (Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [persoon 9] en/of [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s);

4.

hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Amsterdam op/aan de Sloterkade, op of omstreeks 12 december 2015 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [persoon 10] en/of [persoon 11] en/of [benadeelde partij 2] en/of [persoon 12] en/of [persoon 13] ) letsel en/of schade was toegebracht.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 1] van 15 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 34-36).

3 Een proces-verbaal van de terechtzitting van 10 mei 2016, onder meer inhoudende een verklaring van verdachte.

4 Een proces-verbaal van bevindingen betreffende luisteren PI gesprekken van 12 april 2016 (tweede aanvulling, pagina’s 15-16).

5 Een proces-verbaal van bevindingen van 12 december 2015, onder meer inhoudende een verklaring van [benadeelde partij 1] (doorgenummerde pagina 44).

6 Een proces-verbaal van de terechtzitting van 10 mei 2016, onder meer inhoudende een verklaring van verdachte.

7 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte bij inbewaringstelling van 2 februari 2016.

8 Een proces-verbaal van bevindingen van 12 december 2015, onder meer inhoudende een verklaring van [benadeelde partij 1] (doorgenummerde pagina 44).

9 Een proces-verbaal van bevindingen van 12 december 2015, onder meer inhoudende een verklaring van [benadeelde partij 1] (doorgenummerde pagina 44).

10 Een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 1] van 15 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 34-36).

11 Een proces-verbaal van verhoor van [persoon 3] van 15 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 25-26) en een proces-verbaal van nader verhoor van [persoon 3] van 5 februari 2016 (eerste aanvulling, ongenummerd). Voorts een proces-verbaal van verhoor van [persoon 5] van 15 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 15-16) en een proces-verbaal van nader verhoor van [persoon 5] van 5 februari 2016 (eerste aanvulling, ongenummerd).

12 Een verslag, te weten een medische verklaring van 20 januari 2016 betreffende [benadeelde partij 1] , opgemaakt door P.A. Leenhouts, chirurg,

13 Een proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van Er van 26 april 2016 (ongenummerd).

14 Een proces-verbaal van verhoor van [persoon 8] van 12 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 23-24).

15 Een proces-verbaal van verhoor van [persoon 7] van 12 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 21-22).

16 Een proces-verbaal van verhoor van [persoon 3] van 15 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 25-26).

17 Een proces-verbaal van bevindingen van 12 december 2015, onder meer inhoudende een verklaring van [benadeelde partij 1] (doorgenummerde pagina 44).

18 Een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 1] van 15 december 2015 (doorgenummerde pagina 36).

19 Een proces-verbaal van verhoor van [persoon 5] van 15 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 15-16).

20 Een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 1] van 15 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 34-36).

21 Een proces-verbaal van verhoor van [persoon 3] van 15 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 25-26).

22 Een proces-verbaal van nader verhoor van [persoon 3] van 5 februari 2016 (eerste aanvulling, ongenummerd).

23 Een proces-verbaal van verhoor van [persoon 5] van 15 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 15-16).

24 Een proces-verbaal van nader verhoor van [persoon 5] van 5 februari 2016 (eerste aanvulling, ongenummerd).

25 Een proces-verbaal van nader verhoor van [persoon 6] van 5 februari 2016 (eerste aanvulling, ongenummerd).

26 Een proces-verbaal van verhoor van [persoon 7] van 12 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 21-22).

27 Een proces-verbaal van verhoor van [persoon 8] van 12 december 2015 (doorgenummerde pagina’s 23-24).