Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:2994

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-05-2016
Datum publicatie
24-05-2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 4797
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

AKW. Uit onderzoek van Logius blijkt dat een beschikking van verweerder in eisers Berichtenbox op mijnoverheid.nl is gepubliceerd. Verder blijkt dat eiser een notificatie heeft ontvangen, dat hij het bericht direct heeft gelezen en kort na de zitting heeft verwijderd. De rechtbank vindt dit zulke concrete informatie, die door eiser alleen in het algemeen is betwist, dat zij ervan uit gaat dat eiser het besluit heeft ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 15/4797

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2016 in de zaak tussen

[de man] , te Amsterdam, eiser,

en

de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Sturmans).

Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder de hoogte van het bedrag van de aan eiser op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) toegekende kinderbijslag vanaf 1 oktober 2014 aangepast aan het kostenniveau van het land waar de kinderen wonen.

Bij besluit van 23 juni 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 januari 2016. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Verweerder heeft op 15 februari 2016 nadere stukken in het geding gebracht. Eiser heeft bij brief van 1 maart 2016 gereageerd.

Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 13 mei 2016. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Bij besluit van 6 juni 2013 heeft verweerder eiser meegedeeld dat de woonlandfactor met ingang van het tweede kwartaal van 2013 op de kinderbijslag zal worden toegepast. Bij het primaire besluit heeft verweerder bepaald dat de woonlandfactor vanaf 1 oktober 2014 niet meer wordt toegepast. Verweerder heeft hierbij verwezen naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 12 december 2014 (te vinden op www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:CRVB:2014:4181).

2. Eiser heeft betwist dat hij het besluit van 6 juni 2013 heeft ontvangen. De rechtbank stelt vast dat op dit besluit een verkeerd adres staat vermeld. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat eiser dit besluit niet per post heeft ontvangen. Onderaan het besluit staat een code “BBX”. Verweerder heeft aangegeven dat dit betekent dat het digitaal naar de Berichtenbox van eiser op mijnoverheid.nl is gestuurd. Uit onderzoek van Logius blijkt dat op 6 juni 2013 een beschikking van verweerder van 6 juni 2013 in eisers Berichtenbox is gepubliceerd. Verder blijkt dat eiser op 10 juni 2013 om 08.00 uur een notificatie heeft ontvangen en dat hij het bericht (de beschikking van 6 juni 2013) direct heeft gelezen. De rechtbank gaat ervan uit dat deze beschikking het betreffende besluit van verweerder van 6 juni 2013 is. Verder staat in de informatie van Logius vermeld dat eiser het bericht met het besluit van 6 juni 2013 op 19 januari 2016 om 10.42 uur heeft verwijderd (in de prullenbak geplaatst). Dat was direct na de zitting op 19 januari 2016. De rechtbank vindt dit zulke concrete informatie dat eiser niet kan volstaan met de algemene ontkenning dat hij het besluit van 6 juni 2013 niet heeft ontvangen. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat eiser het besluit van 6 juni 2013 heeft ontvangen. Eiser heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt. Dit betekent dat het besluit in rechte vaststaat.

3. De rechtbank moet vervolgens de vraag beantwoorden of verweerder, ondanks dat het besluit van 6 juni 2013 in rechte vast stond, naar aanleiding van bovengenoemde uitspraak van de Raad de woonlandfactor voor eiser met volledig terugwerkende kracht had moeten terugdraaien. De rechtbank stelt vast dat er geen algemene regel valt aan te wijzen waaruit deze verplichting volgt. Dit volgt evenmin uit het beleid van verweerder. De rechtszekerheid zou zich daartegen ook verzetten. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden om toch volledige terugwerkende kracht toe te passen.

4. Het beroep is dan ook ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Schaberg, rechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Hoogendoorn, griffier, op 13 mei 2016.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.