Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:2834

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-05-2016
Datum publicatie
02-06-2016
Zaaknummer
13/730011-15 (zaak A) en 13/730028-15 (zaak B) (Promis)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring voorbereidingshandelingen liquidatie en medeplichtigheid poging liquidatie. Gebruik van peilbakens, jerrycan benzine, volautomatische wapens en gestolen auto’s. NFI achterhaalt wachtwoord en daarmee chatgesprekken van PGP telefoons . Onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummers: 13/730011-15 (zaak A) en 13/730028-15 (zaak B) (Promis)

Datum uitspraak: 11 mei 2016

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] , [woonplaats] , gedetineerd in het [detentie adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 1 mei 2015, 22 juli 2015, 7 oktober 2015, 16 december 2015, 9 maart 2016 en op 4, 6, 7 en 28 april 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen van de officieren van justitie mrs.

H. Hoekstra en S. Tammes en van wat verdachte en zijn raadslieden mrs. S.L.J. Janssen en D.N. de Jonge naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Zaak A

Verdachte wordt – samengevat en na wijziging op de zitting – verweten dat hij zich te Amsterdam/Eindhoven, althans in Nederland, heeft schuldig gemaakt aan de volgende feiten:

1. medeplegen van het voorbereiden van een liquidatie in de periode van 22 december

2014 tot en met 1 februari 2015;

2. medeplegen van het voorbereiden van brandstichting in de periode van 22 december

2014 tot en met 1 februari 2015;

3. medeplegen van poging moord/doodslag op leden, althans een lid van het arrestatieteam op 1 februari 2015,

Subsidiair: bedreiging;

4. medeplegen van het voorhanden hebben van drie automatische vuurwapens en

diverse munitie en een patroonmagazijn,

in de periode van 22 december 2014 tot en met 1 februari 2015;

5. medeplegen van diefstal van twee voertuigen en kentekenplaten in de periode

van 1 december 2014 tot en met 1 februari 2015,

Subsidiair: (opzet)heling van die voertuigen en/of kentekenplaten;

Zaak B

Aan verdachte is na wijziging op de zitting – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 24 oktober 2014 tot en met 1 november 2014 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan

- medeplichtigheid aan een poging liquidatie in vereniging

en/of

- medeplegen van het voorbereiden van een liquidatie

De volledige tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Inleiding

Zaak A

Op 16 januari 2015 scant een zogenoemde IMSI catcher op het woonadres van verdachte twee peilbakens. Het onderzoeksteam start op 23 januari 2015 een technische actie op deze peilbakens.

Eén van deze bakens, het baken met inlogcode eindigend op 71, komt op 30 januari 2015 in beweging. Het baken bevindt zich in de nacht van 30 op 31 januari 2015 omstreeks 00.45 uur aan de Kattenburgerstraat te Amsterdam. Daar ziet een verbalisant een Citroën staan met kenteken [kenteken 1] . In de Citroën zit een manspersoon, onderuitgezakt, achter het stuur. Het baken wordt uitgezet en de Citroën rijdt omstreeks 01.00 uur weg. De volgende ochtend, om 11.00 uur, wordt het baken weer aangezet. Om 13.10 uur geeft het baken de locatie Jan van Galenstraat te Amsterdam aan. Daarna is de route van het baken gelijk aan de route van een Opel Corsa met kenteken [kenteken 2] . Deze auto is gehuurd door [persoon 1] , op naam van zijn broer [persoon 2] . Omstreeks 20.15 uur zien verbalisanten dat deze Opel Corsa wordt geparkeerd in de parkeergarage aan de [adres 3] te Amsterdam. Omdat bij de politie informatie beschikbaar is dat mogelijk eerder een aanslag op de levens van [persoon 2] en [persoon 1] is gepleegd in 2014, rijst het vermoeden dat de inzittende(n) van de Opel Corsa mogelijk een doelwit van een liquidatie is (zijn). [persoon 1] loopt omstreeks 22.35 uur, samen met twee anderen, richting de Opel Corsa. Het onderzoeksteam besluit hen te waarschuwen. De Opel Corsa wordt vervolgens in beslag genomen en onklaar gemaakt. Het betreffende peilbaken wordt vervolgens aangetroffen onder de auto.

In het onderzoek genaamd 13Kourion is eerder, op 14 januari 2015, een gestolen BMW 3-serie aangetroffen op het Servaasplein in Eindhoven. De BMW is vervolgens voorzien van plaatsbepalingsapparatuur en onder permanent cameratoezicht geplaatst. Op 17 januari 2015 is de BMW heimelijk doorzocht waarbij drie geladen automatische vuurwapens (twee Kalasjnikovs en een Uzi) werden aangetroffen samen met een jerrycan, gevuld met benzine. Deze vuurwapens zijn onklaar gemaakt en teruggeplaatst. De jerrycan met benzine is in beslag genomen en vervangen door een vergelijkbare jerrycan, gevuld met water.

Op 1 februari 2015 komen de onderzoeken 13Rooibos en 13Kourion samen. Omstreeks 02.30 uur wordt waargenomen dat de eerder genoemde Citroën met kenteken [kenteken 1] het Servaasplein te Eindhoven op rijdt. Te zien is dat drie personen de kentekenplaten van de gestolen BMW 3-serie vervangen. Na ongeveer 40 minuten stapt één persoon in de Citroën en stappen de andere twee in de BMW 3-serie die dan is voorzien van valse kentekenplaten [kenteken 3] . Bij het wegrijden is te zien dat zich in de Citroën nog een vierde persoon bevindt. De Citroën en de BMW rijden in de buurt van elkaar richting Amsterdam. Het onderzoeksteam volgt beide auto’s vanaf 03.12 uur via een politiehelikopter. Het ingeschakelde arrestatieteam volgt de auto’s via de snelweg.

In Amsterdam, bij afslag S107 Sloten, grijpt de politie in. Het is dan omstreeks 04.23 uur. De BMW en de Citroën worden tot stoppen gedwongen waarna het tot aanhouding komt van verdachte, [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) en [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ). Eén van de twee Kalasjnikovs wordt aangetroffen op de rijbaan. Het blijkt te zijn doorgeladen. In de kofferbak wordt de andere Kalasjnikov samen met de pistoolmitrailleur (Uzi) aangetroffen. Ook de pistoolmitrailleur is doorgeladen. In de BMW liggen verder nog een patroonmagazijn voor de Uzi, een losse patroon en een handflare.

Zaak B

In de vroege morgen van 1 november 2014, omstreeks 05.00 uur, rijdt [persoon 3] (hierna: [persoon 3] ) samen met [persoon 4] (hierna: [persoon 4] ) in een gehuurde Volkswagen Golf van Hilversum naar Almere. Ter hoogte van de Poortdreef in Almere is er een explosie en komt de auto tot stilstand. [persoon 3] , die ervan op de hoogte is dat hij op een zogenoemde dodenlijst staat, en [persoon 4] stappen direct uit de auto en beginnen te rennen. Vanuit een BMW 3-serie wordt met een automatisch vuurwapen (Kalasjnikov) en een Glock geschoten. Hoewel [persoon 3] in zijn rechterarm wordt geraakt, weet hij te ontkomen, evenals [persoon 4] .

Een getuige ziet de BMW 3-serie wegvluchten via afslag Muiderberg. Deze gestolen auto wordt omstreeks 05.30 uur brandend aangetroffen op een parkeerplaats te Muiderberg. In de auto worden de vuurwapens en munitie aangetroffen.

Op de plaats delict in Almere treft het onderzoeksteam een zwart kastje op de rijweg aan. Het is een peilbaken.

4.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Zaak A (13Rooibos)

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 4 en 5 subsidiair ten laste gelegde feiten. Op basis van de feiten en omstandigheden kan worden vastgesteld dat de verdachten de liquidatie op [persoon 1] hebben voorbereid, dat zij een brandstichting hebben voorbereid en dat zij wetenschap hadden van de in de BMW 3-serie aanwezige vuurwapens en munitie. Hoewel niet de diefstal van de auto’s en de kentekens kan worden bewezen, kan wel worden vastgesteld dat de verdachten wisten dat deze auto’s en kentekens van diefstal afkomstig waren, aldus de officier van justitie.

Voor het onder feit 3 primair en subsidiair en het onder feit 5 primair ten laste gelegde, heeft zij vrijspraak gevorderd wegens gebrek aan bewijs.

Zaak B (25Mango)

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van medeplichtigheid aan de poging liquidatie. Zij heeft daartoe – kort samengevat – aangevoerd dat bundeling van de gegevens tot de vaststelling leidt dat verdachte het peilbaken heeft aangekocht, geplaatst en daarop heeft ingelogd. In het licht van de overige gegevens in het dossier kan onder die omstandigheden worden vastgesteld dat verdachte opzet had op de liquidatie.

Voor het cumulatief/alternatief ten laste gelegde voorbereiden van de liquidatie heeft zij vrijspraak gevorderd.

4.3

Het standpunt van de verdediging

Zaak A (13Rooibos)

De raadsman heeft namens verdachte vrijspraak voor alle ten laste gelegde feiten bepleit. Met betrekking tot het onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde heeft hij het standpunt ingenomen dat verdachte geen wetenschap had van de goederen die zich in de BMW bevonden. Hij had immers slechts de opdracht gekregen om de BMW te verplaatsen, maar heeft niet in de BMW gekeken en heeft daar evenmin in gereden. Hij reed in de Citroën.

Ook voor het onder 3 ten laste gelegde feit heeft de raadsman vrijspraak bepleit omdat op geen enkele wijze betrokkenheid van verdachte bij een poging doodslag/moord dan wel bedreiging van een lid van het arrestatieteam kan worden vastgesteld.

Zaak B (25Mango)

De raadsvrouw heeft namens verdachte vrijspraak bepleit voor zowel de medeplichtigheid aan de poging liquidatie als het voorbereiden van de liquidatie. Ter motivering van haar standpunt heeft zij aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte het peilbaken heeft aangekocht, geplaatst en daarop heeft ingelogd. Subsidiair heeft zij het standpunt ingenomen dat opzet op de moord niet kan worden vastgesteld. Het peilbaken kon immers ook voor andere doeleinden worden gebruikt.

4.4

Het oordeel van de rechtbank in zaak A (13Rooibos)

De rechtbank betrekt in haar bewijsoverwegingen, indien relevant en van toepassing, telkens de door de officier van justitie en de raadsman aangevoerde standpunten.

4.4.1

Tenlastelegging

Onder feit 1 is het volgende opgenomen onder j) een peilbaken met IMEI nummer [IEMI nummer] . Het in de tenlastelegging opgenomen IMEI nummer is gezien het aantal cijfers, onvolledig. In het licht van de inhoud van het dossier en gelet op het gevoerde proces stelt de rechtbank vast dat voor alle betrokken partijen echter duidelijk is dat het moet gaan om het peilbaken dat in deze zaak onder de auto van [persoon 1] is geplaatst. De rechtbank zal het onvolledige IMEI nummer dan ook zien als een kennelijke verschrijving en het nummer verbeterd lezen. Waar [IEMI nummer] staat onder feit 1 zal worden gelezen: [IMEI nummer] .

4.4.2

Vrijspraak van feit 3, primair en subsidiair

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde. Voor enig aandeel van verdachte bij het ten laste gelegde ontbreekt immers elke aanwijzing.

4.4.3

Vrijspraak van feit 5, primair

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde diefstal van de BMW 3-serie en BMW 1-serie en de kentekenplaten. Bewijs dat verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij de diefstal van voornoemde goederen ontbreekt immers.

4.4.4

Beoordeling van de feiten en omstandigheden

4.4.4.1 Bewijsoverwegingen ten aanzien van de PGP BlackBerry telefoons

In het onderzoek zijn in totaal vier PGP (Pretty Good Privacy) BlackBerry telefoons aangetroffen, het betreffen zogenoemde cryptofoons, telefoons die zeer goed zijn beveiligd. Het Nederlands Forensisch Instituut heeft drie van de vier aangetroffen telefoons ontsleuteld, maar niet de telefoon eindigend op [nummer 1] .

Verdachte - [verdachte]

In de fouillering van verdachte is een PGP BlackBerry telefoon aangetroffen met een telefoonnummer eindigend op [nummer 1] . De telefoon maakt gebruik van het netwerk van [naam Spyshop] en is gekoppeld aan het e-mailadres [e-mailadres 1] . De raadsman heeft met betrekking tot dit e-mailadres aangevoerd dat alleen uit de informatie van de andere in dit onderzoek aangetroffen PGP BlackBerry’s, blijkt dat deze PGP BlackBerry gebruikt maakt van dit e-mailadres en dat die informatie onvoldoende is. De rechtbank sluit zich met betrekking tot dit verweer aan bij het standpunt van de officier van justitie die in haar repliek heeft gewezen op de zogenoemde RIM-bevraging (Remote Infrastructure Monitor) waaruit, onafhankelijk van de andere aangetroffen telefoons, blijkt dat de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) gebruik maakt van voornoemd e-mailadres.

Verdachte heeft verklaard de telefoon pas in de avond van 31 januari 2015 te hebben ontvangen. Die verklaring wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. Daaruit blijkt immers meermalen dat de reisbewegingen die deze BlackBerry maakt, overeenkomen met andere objectieve gegevens die aan verdachte zijn te koppelen. Zo peilt de BlackBerry op 25 januari 2015 om 01.16 uit in Veldhoven, op nagenoeg hetzelfde tijdstip (01.15) als een auto met het kenteken [kenteken 4] , welke auto (Opel Astra) blijkens een huurovereenkomst door verdachte is gehuurd. Op dezelfde dag rond 21.16 uur peilt deze BlackBerry uit op de Weesperstraat in Amsterdam. Verdachte is om 21.15 uur in de auto met kenteken [kenteken 4] op de Utrechtsestraat te Amsterdam gecontroleerd, in bijzijn van de drie medeverdachten. Dat verdachte deze BlackBerry al eerder in gebruik had blijkt ook uit de conversaties die al overdag zijn gevoerd tussen verdachte en medeverdachten op 31 januari 2015, bijvoorbeeld om 16.08 uur in de middag. Uit de inhoud van de gesprekken (die onder meer gaan over “waggies terugrijden” en “de 1-serie” leidt de rechtbank af dat het wel degelijk verdachte is geweest die deze gesprekken heeft gevoerd. Hij heeft immers zelf verklaard dat hij naar Eindhoven ging.

Het voorgaande vindt bovendien bevestiging in de omstandigheid dat het e-mailadres als contactpersoon onder de naam “[letter 2]” stond opgeslagen in de PGP BlackBerry die, zoals hierna zal blijken, kan worden toegeschreven aan [medeverdachte 1] . Ter terechtzitting van 4 april 2016 heeft verdachte verklaard de bijnamen [bijnaam verdachte] , [bijnaam verdachte] , [bijnaam verdachte] en [bijnaam verdachte] te gebruiken. Het is dan ook, het voorgaande in onderling verband bezien, aannemelijk dat “ [letter 2] ” verwijst naar deze bijnamen van verdachte. Nu geen concrete aanknopingspunten bestaan die erop wijzen dat een ander dan verdachte gebruik maakte van de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ), kan worden vastgesteld dat verdachte – ook voor de avond van 31 januari 2015 – de gebruiker was van deze telefoon.

Medeverdachte [medeverdachte 1]

Vlak naast de auto van het arrestatieteam is te Amsterdam ook een PGP BlackBerry telefoon aangetroffen met telefoonnummer eindigend op [nummer 3] . Het e-mail adres van deze BlackBerry was [e-mailadres 2] . Dit e-mail adres stond onder de naam [bijnaam medeverdachte 1] in de PGP BlackBerry’ eindigend op [nummer 2] , die wordt toegeschreven aan [medeverdachte 3] . Gebleken is dat [bijnaam medeverdachte 1] en [bijnaam medeverdachte 1] bijnamen zijn van [medeverdachte 1] . Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard [medeverdachte 1] ook onder deze bijnaam te kennen. De rechtbank constateert verder dat de BlackBerry (eindigend op [nummer 3] ) ook al eerder, te weten op 24 december 2014 om 23.42 uur, een zendmast in Eindhoven heeft aangestraald, op een moment waarop de PGP BlackBerry van verdachte ook in Eindhoven aanwezig was. Op 25 december 2014 beweegt de PGP Blackberry (eindigend op [nummer 3] ) vanaf 15.58 uur tot 20.21 uur net als de PGP Blackberry van verdachte vanuit Amsterdam naar Eindhoven en terug. Om 21.15 uur wordt [medeverdachte 1] in een auto met verdachte en de beide medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] gecontroleerd in de Utrechtsestraat in Amsterdam. Verder is op 31 januari 2015 te 16.04 uur een bericht verzonden van de PGP BlackBerry van verdachte aan de PGP BlackBerry eindigend op [nummer 3] . Dit bericht houdt in: “Heb die duplicaat, moet straks die waggies terugrijden”. Medeverdachte [medeverdachte 1] bevond zich in de gestolen BMW 3-serie die door het arrestatieteam tot staan is gebracht in Amsterdam. De rechtbank concludeert dan ook, het voorgaande in onderling verband bezien, dat [medeverdachte 1] de gebruiker was van de BlackBerry (eindigend op [nummer 3] ), ook al voor 31 januari 2015.

Medeverdachte [medeverdachte 2]

In de Citroën met kenteken [kenteken 1] is een PGP BlackBerry aangetroffen eindigend op telefoonnummer [nummer 4] . Op deze telefoon is DNA-materiaal van [medeverdachte 2] aangetroffen. [medeverdachte 2] heeft op weg vanuit Amsterdam naar de gestolen BMW 3-serie in Eindhoven in voornoemde Citroën gezeten. Het berichtenverkeer in de ontsleutelde PGP Blackberry’s eindigend op [nummer 3] ( [medeverdachte 1] ) en eindigend op [nummer 4] bevat in de middag van 31 januari 2015 om 17.08 uur een chatgesprek inhoudende “ ja weenie kijke of directeur wagie regelt wij gaan sowiso die 335”. De gestolen BMW 3-serie waarmee [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] vanuit Eindhoven naar Amsterdam zijn gereden betreft een type 335. Voorts is vanaf de PGP BlackBerry ( [nummer 4] ) op 31 januari 2015 een bericht gestuurd naar [persoon 5] : “Sorry was voor [bijnaam medeverdachte 1] ben effe loesoe met [bijnaam verdachte] mail [bijnaam medeverdachte 1] als je in de buurt ben”. De rechtbank stelt vast dat [bijnaam medeverdachte 1] en [bijnaam verdachte] de bijnamen zijn van respectievelijk medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte. Op grond van het voorgaande, in onderling verband bezien, concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 2] de gebruiker was van de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ).

Medeverdachte [medeverdachte 3]

In de fouillering van [medeverdachte 3] is een PGP BlackBerry aangetroffen met een telefoonnummer eindigend op [nummer 2] . Het telefoonnummer is gebruikt van 6 november 2014 tot en met 1 februari 2015 en staat – net zoals de andere telefoons – op naam van [naam Spyshop] te Arnhem. [medeverdachte 3] heeft tijdens zijn verhoor bij de politie verklaard een zwarte BlackBerry bij zich te hebben gehad. Het e-mail adres van de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 2] ) is [e-mailadres 3] . In de aan [medeverdachte 1] toegeschreven PGP BlackBerry is dit e-mail adres opgenomen onder de letter “ [letter 1] ”. Enkele bijnamen van [medeverdachte 3] beginnen met een [letter 1] : [bijnaam medeverdachte 3] , [bijnaam medeverdachte 3] , [bijnaam medeverdachte 3] . Het voorgaande, in combinatie met de inhoud van de gesprekken met de medeverdachten brengt de rechtbank tot de conclusie dat [medeverdachte 3] de gebruiker was van deze PGP BlackBerry.

4.4.4.2 Bewijsoverwegingen ten aanzien van de gebruiker van de Samsung tablet

In de Citroën met kenteken [kenteken 1] is een Samsung tablet aangetroffen die gebruik maakt van een telefoonnummer eindigend op 997. Verdachte heeft verklaard dat deze tablet van hem is, maar dat hij hem veelvuldig uitleende aan vrienden zodat in ieder geval niet alle daarmee verrichte handelingen aan hem kunnen worden toegeschreven.

Verdachte kan naar het oordeel van de rechtbank echter worden aangemerkt als hoofdgebruiker van deze tablet. Op diverse momenten wordt vanaf het IP adres, behorend bij het huisadres van verdachte, met de tablet ingelogd op het peilbaken via de site [website] . Op andere momenten wordt via het IP adres van [hotel 1] , waar verdachte telkens op het betreffende moment verblijft, met de tablet ingelogd op dezelfde website. Verdachte heeft tegenover deze gegevens enkel in algemene bewoordingen gesteld dat anderen de tablet wel eens gebruikten. Deze alternatieve verklaring is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende specifiek en op geen enkele manier onderbouwd. De rechtbank gaat daaraan dan ook voorbij.

De historische gegevens van de tablet worden dan ook aan verdachte toegeschreven.

4.4.4.3 De reisbewegingen

Tussen 22 en 23 december 2014 worden zowel de in de tenlastelegging genoemde BMW 3-serie als de BMW 1-serie en de kentekenplaten gestolen.

24 december 2014

De gestolen BMW’s bewegen op 24 december 2014 van Amsterdam naar Eindhoven. Om 23.25 uur bevinden beide BMW’s zich op dezelfde locatie in Eindhoven. De door verdachte gehuurde Opel Astra ( [kenteken 4] ) reist die dag ook naar Eindhoven. Om 22.40 uur wordt de Opel Astra in Eindhoven geregistreerd. De PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte straalt op die dag om 23.16 uur op een zendmast in Eindhoven aan en ook de PGP Blackberry (eindigend op [nummer 3] ) van [medeverdachte 1] straalt om 23.42 uur op een zendmast in Eindhoven aan.

25 december 2014

Ook in de nacht van 24 op 25 december 2014 bevindt de PGP BlackBerry van verdachte (eindigend op [nummer 1] ) zich in de buurt van Eindhoven, namelijk in Veldhoven om 01.16 uur. Dit gegeven past bij de registraties van zijn gehuurde auto, de Opel Astra, die om 01:15 uur eveneens wordt gezien in Veldhoven Om 15.16 uur bevindt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) zich weer in Amsterdam en om 19.16 uur weer in Eindhoven. Om 21.16 uur is de telefoon weer terug in Amsterdam. Ook de PGP BlackBerry van [medeverdachte 1] (eindigend op [nummer 3] ) wordt die dag, om 19.16 uur, in Eindhoven geregistreerd.

Om 18.44 uur wordt de BMW 1-serie nagenoeg gelijktijdig gescand met de door verdachte gehuurde Opel Astra in Eindhoven. Vervolgens wordt verdachte om 21.15 uur gecontroleerd terwijl hij zich in de gehuurde Opel Astra bevindt in Amsterdam. Hij is dan samen met de drie medeverdachten in deze zaak.

Januari 2015

Op 1 januari 2015 bevindt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte zich samen met de gehuurde Opel Astra in Eindhoven om 22.32 uur. Ook de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 3] ) van [medeverdachte 1] bevindt zich op dat tijdstip in Eindhoven.

Op 2 januari 2015 beweegt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte opnieuw naar Eindhoven, gelijktijdig met de aan verdachte toebehorende Samsung tablet. Ook wordt die dag zijn Opel Astra huurauto nagenoeg gelijktijdig gescand met één van de gestolen BMW’s, de 3-serie. Dat vindt plaats omstreeks 21.16 uur. De tablet, de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte en de gehuurde Opel Astra bewegen daarna in de nacht van 2 op 3 januari 2015 gezamenlijk terug naar Amsterdam. Ook bevindt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 3] ) van [medeverdachte 1] zich weer in Eindhoven, namelijk tussen 21.54 uur en 23.15 uur.

Op 4 januari 2015 beweegt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte opnieuw naar Eindhoven, gelijktijdig met de Samsung tablet. Tussen 22.48 uur en 23.08 uur worden in Eindhoven de gehuurde Opel Astra, de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) en de tablet geregistreerd. De telefoon van [medeverdachte 1] straalt die dag wederom aan op een zendmast in Eindhoven, namelijk om 21.54 uur. In de nacht van 4 op 5 januari 2015 bevinden de Opel Astra en de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte zich allebei weer in Amsterdam.

Op 5 januari 2015 beweegt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte weer gelijktijdig met de Samsung tablet van Amsterdam naar Eindhoven. De Opel Astra wordt in Eindhoven gescand om 19.34 uur en om 22.44 uur. Om 23.42 uur bevindt de Opel Astra zich weer in Amsterdam. Die dag wordt ook de BMW 3-serie rijdend in de buurt van Eindhoven gescand, namelijk om 21.32 uur. Niet alleen de telefoon van [medeverdachte 1] is die dag weer in Eindhoven (19.38 uur), maar ook de telefoon van [medeverdachte 2] (eindigend op [nummer 4] ), namelijk om 22.10 uur.

Op 10 januari 2015 wordt een andere huurauto van verdachte, een Mercedes ( [kenteken 5] ) om 03.16 uur gescand in de buurt van Eindhoven, namelijk in Veldhoven op de A2.

Om 18.52 uur bevindt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte zich in de Dapperstraat te Amsterdam. Omstreeks die tijd, namelijk om 19.00 uur ziet de politie verdachte in de Dapperstraat in de desbetreffende Mercedes stappen. Omstreeks 20.52 uur bevindt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte zich weer in Eindhoven. Om 22.35 uur en om 22.37 uur wordt de BMW 3-serie weer rijdend in de buurt van Eindhoven geregistreerd, namelijk in Veldhoven op de A2. De Mercedes wordt rond die tijd ook geregistreerd in Eindhoven, tussen 23.49 uur en 23.52 uur. Net voor 01.00 uur bevinden zich zowel de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte als de Mercedes zich weer in Amsterdam. De PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) straalt dan een zendmast aan op de Dapperstraat. De PGP BlackBerry van zowel [medeverdachte 1] (eindigend op [nummer 3] ) als [medeverdachte 2] (eindigend op [nummer 4] ) bevinden zich die dag ook in Eindhoven, respectievelijk om 20.48 uur en om 21.11 uur.

Op 11 januari 2015 beweegt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte samen met de Samsung tablet weer naar Eindhoven. Om 21.00 uur wordt de tablet van verdachte in Eindhoven geregistreerd en om 22.25 uur wordt zijn PGP BlackBerry in Eindhoven geregistreerd. In de tussenliggende tijd, om 21.43 uur, wordt de BMW 3-serie weer geregistreerd in de buurt van Eindhoven, namelijk wederom in Veldhoven op de A2. Om 22.49 uur wordt de BMW 3-serie nog eens geregistreerd in Eindhoven, komend vanaf de A67. In die tijd zijn zowel de Samsung Tablet als de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte ook in Eindhoven. In de nacht van 11 op 12 januari 2015 bewegen zijn telefoon en de Mercedes weer naar Amsterdam. Op de tablet is om 18.14 uur via Google gezocht naar een coffeeshop te Eindhoven aan de [adres 7] . Deze weg ligt op enkele meters afstand van het Servaasplein te Eindhoven, de plaats waar de BMW 3-serie en de BMW 1-serie geparkeerd stonden.

Zowel de PGP BlackBerry van [medeverdachte 1] (eindigend op [nummer 3] ) als die van [medeverdachte 2] (eindigend op [nummer 4] ) peilen die dag uit in Eindhoven, respectievelijk om 20.35 uur en om 21.57 uur.

Op 25 januari 2015 wordt de BMW 3-serie rond 02.40 uur verplaatst. De PGP BlackBerry van verdachte (eindigend op [nummer 1] ) bevindt zich om 03.06 uur en om 03.35 uur in Eindhoven.

Gelet op voorgaande bevindingen concludeert de rechtbank dat verdachte in december 2014 en in januari 2015 meermalen van Amsterdam naar Eindhoven heeft gereisd. Op een aantal van die reismomenten is in de nabije omgeving en soms zelfs gelijktijdig, de gestolen BMW 1-serie of BMW 3-serie geregistreerd. Uit voornoemde gegevens blijkt ook dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in dezelfde periode meermalen in Eindhoven zijn geweest.

Verdachte heeft bij de politie een verklaring afgelegd die op cruciale punten afwijkt van zijn verklaring die hij ter zitting heeft afgelegd. Zo heeft hij op 5 maart 2016 verklaard nooit eerder in Eindhoven te zijn geweest, behalve op de avond van 1 februari 2015, de nacht van zijn aanhouding. Geconfronteerd met de historische gegevens van de Opel Astra, de Samsung tablet en zijn PGP BlackBerry heeft verdachte verklaard zijn huurauto(‘s) uit te lenen aan vrienden.

Ter terechtzitting op 4 april 2016 heeft verdachte echter in tegenstelling tot zijn eerder afgelegde verklaringen nog weer anders verklaard, namelijk dat hij wel meermalen in Eindhoven is geweest, maar niet meer te weten wanneer dat was. Zijn bij de politie afgelegde verklaring wordt weersproken door de reisgegevens van zijn PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ), zijn tablet en de door hem gehuurde auto’s, waarbij in twee gevallen verdachte ook daadwerkelijk door verbalisanten is aangetroffen. De rechtbank passeert die verklaring dan ook. Datzelfde geldt voor zijn (pas na meer dan een jaar voorlopige hechtenis en na ontvangst van het complete dossier) ter terechtzitting afgelegde verklaring. Die verklaring is onvoldoende specifiek en ook niet geloofwaardig zodat de rechtbank daaraan voorbij gaat.

4.4.4.4 De aanschaf van de peilbakens

Op 16 januari 2015 zijn door een zogenoemde IMSI catcher twee peilbakens gescand op het woonadres van verdachte, [adres 1] te Amsterdam, deze bakens waren voorzien van de inlogcodes eindigend op de cijfers 65 en 71. Het baken eindigend op nummer 71 is teruggevonden onder de auto in gebruik bij [persoon 1] . Het baken eindigend op nummer 65 en nog weer een ander baken, eindigend op nummer 30, zijn op 1 februari 2015 bij de doorzoeking aan de [adres 1] te Amsterdam aangetroffen in de slaapkamer van verdachte. De rechtbank stelt vast dat deze drie bakens afkomstig zijn uit de Spyshop [naam Spyshop] aan de [adres 6] te Arnhem. Uit facturen van de firma [leverancier] te Calais in Frankrijk, blijkt immers dat deze drie bakens op dezelfde dag, 9 januari 2015, zijn geactiveerd als de dag waarop een 4-tal bakens in deze winkel aan een passant werd verkocht. De bakens zijn geactiveerd vanuit [naam Spyshop] te Arnhem. Uit verstrekking van de historische gegevens van het baken eindigend op nummer 65 blijkt dat dit baken op 9 januari 2015 bovendien een rechtstreekse route heeft gevolgd vanaf de Spyshop [naam Spyshop] te Arnhem naar het woonadres van verdachte, de [adres 1] te Amsterdam.

Verdachte heeft over de aanschaf van de peilbakens verschillend verklaard. Bij de politie heeft hij verklaard dat hij de bakens in de buurt van de Dappermarkt heeft gekocht van een persoon met een specifiek door hem beschreven uiterlijk. De politie heeft daar onderzoek naar gedaan, maar daar is niets concreets uit gekomen. Ter terechtzitting heeft verdachte zijn verklaring aangepast. Hij heeft verklaard de bakens van een niet met name genoemde vriend in Arnhem te hebben gekocht en dat verklaart ook waarom één van de bakens op 9 januari 2015 van Arnhem naar Amsterdam is ‘gereisd’, aldus verdachte.

Ook met betrekking tot dit deel van de verklaring van verdachte overweegt de rechtbank dat niet alleen zijn eerste verklaring, maar ook zijn tweede verklaring in het licht van de feiten en omstandigheden onvoldoende specifiek, voor de rechtbank oncontroleerbaar en overigens ook ongeloofwaardig zijn. De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte betrokken is geweest bij de aanschaf van voornoemde bakens op 9 januari 2015.

4.4.4.5 Aantreffen van de BMW 3-serie op het Servaasplein – Onderzoek 13Kourion

Op 14 januari 2015 is de BMW 3-serie, met daarop gestolen kentekenplaten, op het Servaasplein aangetroffen in een ander onderzoek. In de nacht van 16 op 17 januari 2015 is de auto door de politie doorzocht en zijn twee geladen aanvalsgeweren aangetroffen (Kalasjnikovs) en een half geladen Uzi. De wapens zijn vervolgens onklaar gemaakt en teruggeplaatst in de auto. De in de auto aangetroffen jerrycan met benzine is vervangen door een vergelijkbare jerrycan, gevuld met water.

De BMW 1-serie, met daarop gestolen kentekenplaten, is op 25 januari 2015 aangetroffen op het Servaasplein in Eindhoven. Die dag is de BMW 3-serie enkele meters verplaatst en is de BMW 1-serie op de eerdere parkeerplek van de BMW 3-serie geplaatst.

Verdachte bevindt zich ten tijde van het verplaatsen van de BMW 3-serie in Eindhoven, zie hiervoor onder reisbewegingen.

4.4.4.6 De gebeurtenissen in de nacht van 30 op 31 januari 2015

Het baken eindigend op nummer 71, dat al eerder door middel van een IMSI scan was waargenomen in de woning van verdachte, blijkt op 30 januari 2015 in beweging te komen. Verdachte had op 30 januari 2015 een door [persoon 7] gehuurde Citroën met kenteken [kenteken 1] in gebruik. Die avond bevinden deze Citroën en het baken zich in elkaars nabije omgeving. Zo bevindt de Citroën zich om 23.19 uur aan de Jan van Galenweg te Amsterdam en op dat moment bevindt het baken zich daar ook. De locatie van het baken is dan in de nabije omgeving van de woning van [persoon 2] ( [adres 3] ) en de woning van [persoon 1] ( [adres 2] ). Daarna bewegen zowel het baken als de PGP BlackBerry van verdachte (eindigend op [nummer 1] ) naar Almere. In een chatgesprek via de PGP-BlackBerry’s zegt verdachte tegen [medeverdachte 3] om 23.58 uur dat hij in Almere is geweest. Dat gegeven komt overeen met de gegevens van het baken dat zich om 23.26 uur in Almere begeeft. De Vialis registraties van de Citroën met kenteken [kenteken 1] komen ook overeen met de bewegingen van het baken wanneer het terugkeert van Almere naar Amsterdam.

Op 31 januari 2015 om 00.43 uur bevindt het baken zich aan de Kattenburgerstraat te Amsterdam. Het baken wordt om 00.45 uur uitgezet. Een verbalisant ziet dan op de kruising Kattenburgerstraat/Kattenburgerkruisstraat de door verdachte in gebruik genomen Citroën met kenteken [kenteken 1] staan. Omstreeks 01.00 uur ziet de verbalisant de Citroën wegrijden.

4.4.4.7 De gebeurtenissen op 31 januari 2015

Het hiervoor genoemde baken wordt om 11.00 uur weer aangezet. Dan wordt de laatste locatie weergegeven, te weten de Kattenburgerstraat te Amsterdam. Daar is het baken immers uitgezet. Om 13.10 uur blijkt het baken weer in beweging te zijn. De weergegeven locatie is dan de Jan van Galenstraat te Amsterdam. De Jan van Galenstraat bevindt zich nabij de parkeergarage aan de [adres 3] , waar de door [persoon 1] gebruikte Opel Corsa geparkeerd stond. Vanaf dat tijdstip volgt het baken de route van deze Opel Corsa. De rechtbank concludeert hieruit dat het peilbaken zich dan bevindt onder de bij [persoon 1] in gebruik zijnde auto. Even voordat het baken om 11.00 uur werd aangezet, om 10.38 uur, is de Citroën waarin verdachte rijdt, geregistreerd door een Vialiscamera aan de Jan van Galenstraat. Deze camera bevindt zich vlakbij de parkeergarage aan de [adres 3] . Ook de Samsung tablet van verdachte bevindt zich dan in de nabije omgeving, namelijk om 11.03 uur in de Jan Voermanstraat te Amsterdam. Dat verdachte degene is geweest die het baken heeft bevestigd onder de door [persoon 1] gebruikte Opel Corsa, wordt verder versterkt door de inhoud van de gesprekken die zijn gevoerd door en/of met de medeverdachten. Om 14.16 uur zegt ene [naam 1] immers tegen [medeverdachte 1] : “We hebben nu iets onder zijn waggie”. Om 16.52 uur vraagt [medeverdachte 3] aan verdachte: “Heb je die ding geplakt dan?”. Op die dag heeft verdachte met zijn Samsung tablet bovendien meermalen ingelogd op dit peilbaken via de website [website] , namelijk om 10.05 uur, om 15.57 uur, om 19.33 uur en om 23.16 uur.

De Opel Corsa die in gebruik is bij [persoon 1] wordt om 20.15 uur aangetroffen in de parkeergarage aan de [adres 3] te Amsterdam. Om 22.35 uur zien verbalisanten [persoon 1] in gezelschap van twee anderen richting de Opel Corsa lopen. Omdat [persoon 1] en [persoon 2] mogelijk eerder doelwit waren van een liquidatie worden ze gewaarschuwd en gemaand de sleutels af te geven. Het baken wordt aangetroffen onder de Opel Corsa. De auto wordt vervolgens onklaar gemaakt en geplaatst te Tussenmeer in Amsterdam. Het baken wordt aan gelaten.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 4 april 2016 over het desbetreffende baken verklaard dat hij het op 30 januari 2015 in zijn auto had meegenomen om over te dragen aan iemand aan wie hij het baken zou verkopen. Bij vertrek zou hij echter zijn vergeten het baken over te dragen en de volgende dag, op 31 januari 2015, zou hij in alle haast naar Amsterdam West zijn gereden om het alsnog af te leveren.

Ook deze laatste door verdachte afgelegde verklaring acht de rechtbank in het licht van voornoemde feiten en omstandigheden onaannemelijk. De rechtbank stelt vast dat het verdachte is geweest die het baken onder de bij [persoon 1] in gebruik zijnde Opel Corsa heeft bevestigd. Verdachte was in het bezit van bedoeld baken en verkeerde blijkens bovengenoemde gegevens op de bewuste dag en tijdstip in de directe omgeving van de Opel Corsa. De rechtbank vindt verdere ondersteuning hiervoor in de hiervoor aangehaalde inhoud van de gevoerde chatgesprekken tussen ‘ [naam 1] ’ en [medeverdachte 1] en tussen [medeverdachte 3] en verdachte, waarbij met name uit het laatstgenoemde bericht blijkt dat het de bedoeling was dat verdachte dit zou plakken en dat [medeverdachte 3] daarvan op de hoogte was.

4.4.4.8 De gebeurtenissen in de nacht van 1 februari 2016

Op de beelden van de camera die staat gericht op het Servaasplein te Eindhoven is waar te nemen dat de bij verdachte in gebruik zijnde Citroën in de nacht van 1 februari 2015 het plein op komt rijden. Het is dan 02.30 uur. De Citroën wordt naast de gestolen BMW 3-serie geparkeerd. Er zijn vervolgens drie personen zichtbaar die de kentekenplaten van de BMW 3-serie verwisselen waardoor deze auto nu is voorzien van valse kentekenplaten [kenteken 3] . Het drietal loopt ook naar de gestolen BMW 1-serie, maar doet daar verder niets mee. Er worden kentekenplaten in de Citroën neergelegd en bij het wegrijden van de Citroën wordt een vierde persoon in deze auto gezien, die blijkbaar in de auto is blijven zitten gedurende de wisseling van de kentekenplaten. Het is medeverdachte [medeverdachte 3] , zoals blijkt uit zijn verhoor bij de politie. De drie in beeld gekomen personen worden herkend als verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Verdachte heeft ter terechtzitting van 4 april 2016 erkend dat hij in beeld is.

Even later, omstreeks 02.48 uur, rijdt het viertal met zowel de Citroën als de BMW 3-serie, richting Amsterdam. Vanaf 03.12 wordt het viertal in de gaten gehouden door het arrestatieteam en het onderzoeksteam. Onderweg rijdt de BMW steeds voorop. Vlakbij Amsterdam komt de Citroën echter naast de BMW rijden en de Citroën neemt na korte communicatie tussen de twee auto’s, de leiding. De BMW rijdt nu achter de Citroën aan. Bij de afslag S107, Sloten, worden beide auto’s door het arrestatieteam tot stoppen gedwongen en worden de vier verdachten aangehouden.

Na de aanhouding is op de rijbaan één van de drie onklaar gemaakte vuurwapens aangetroffen, een aanvalsgeweer (Kalasjnikov). Dit vuurwapen blijkt dan te zijn doorgeladen. In de BMW 3-serie, te weten in de kofferbak, zijn vervolgens de andere twee wapens aangetroffen. Ook de pistoolmitrailleur (Uzi) blijkt te zijn doorgeladen. Bij het terugplaatsen van de drie onklaar gemaakte wapens waren deze niet doorgeladen.

4.4.4.9 Medeplegen van het voorbereiden van een liquidatie op [persoon 1]

Hiervoor is vastgesteld dat verdachte zich veelvuldig van Amsterdam naar Eindhoven heeft begeven in de periode voorafgaand aan 1 februari 2015. Ook is vastgesteld dat verdachte meermalen op verschillende locaties gelijktijdig is geregistreerd met de gestolen BMW 1-serie en BMW 3-serie en dat ook [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zich blijkens de gegevens van de door hun gebruikte PGP Blackberry’s meermalen in Eindhoven hebben begeven op tijdstippen dat verdachte daar ook was.

Ook heeft de rechtbank in het voorgaande vastgesteld dat verdachte zich op 30 januari 2015 heeft begeven in de omgeving van zowel de woonadressen van [persoon 1] als [persoon 2] en dat het peilbaken, dat later is aangetroffen onder de door [persoon 1] gebruikte auto, zich op 30 januari 2015 nog in de door verdachte gebruikte auto, de Citroën, bevond. Die volgende ochtend, op 31 januari 2015, heeft verdachte het desbetreffende peilbaken onder de door [persoon 1] gebruikte auto geplaatst. Tevens is vastgesteld dat [medeverdachte 3] er op de 31e januari 2015 weet van had dat verdachte dit zou doen.

Die avond zijn de vier verdachten tezamen van Amsterdam naar Eindhoven gereden om de BMW 3-serie op te halen die zij, alvorens zij weer naar Amsterdam zouden reizen, eerst hebben voorzien van andere kentekenplaten. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn vervolgens in de BMW 3-serie gestapt en verdachte en [medeverdachte 3] zijn in de Citroën weggereden. In de BWM 3-serie lagen geladen automatische vuurwapens waarover in ieder geval [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] feitelijk de beschikking hadden. Twee van de drie vuurwapens zijn na de aanhouding aangetroffen in de auto waarin [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zaten, waarvan één inmiddels doorgeladen. [medeverdachte 2] is nadat de auto tot stoppen is gedwongen door het arrestatieteam met het derde, inmiddels ook doorgeladen, vuurwapen uit de BMW 3-serie gestapt. Het kan niet anders zijn dan dat [medeverdachte 1] , die als bestuurder bij [medeverdachte 2] voor in de auto zat, heeft moeten zien dat [medeverdachte 2] op enig moment deze Kalasjnikov vanuit de kofferbak in handen heeft genomen.

In de BMW 3-serie zijn verder aangetroffen, naast de meergenoemde vuurwapens, een extra patroonhouder met munitie voor de Uzi in het deurvak aan de kant van de bijrijder, een handflare en een jerrycan die oorspronkelijk was gevuld met benzine. Deze uitrusting was zonder meer geschikt voor het plegen van een moord. In combinatie met het door verdachte geplaatste peilbaken kon de locatie van het potentiële slachtoffer [persoon 1] bovendien nauwkeurig worden getraceerd. Daar komt nog bij dat bij medeverdachte [medeverdachte 2] ook een bivakmuts en handschoenen zijn aangetroffen en dat alle vier verdachten donkere kleding droegen (kleding die uitermate geschikt is om te voorkomen dat men wordt herkend). De aanwezigheid van de handflare en de benzine wijzen erop dat ook rekening was gehouden met de mogelijkheid om de BMW 3-serie in brand te steken teneinde sporen uit te wissen, een ingeval van liquidatie beproefde en veel toegepaste methode. Onder medeverdachte [medeverdachte 2] is bovendien bij zijn aanhouding een middel aangetroffen dat geschikt is voor het schoonmaken van wapens.

In het kader van het voorgaande is nog van belang de inhoud van de chatgesprekken die tussen verdachten zijn gevoerd op 31 januari 2015, voorafgaand aan het ophalen van de BMW 3-serie vanuit Eindhoven en de terugkeer met beide auto’s naar Amsterdam. Hieronder zullen een aantal van die gesprekken worden aangehaald.

[medeverdachte 1] zegt tegen ene [naam 1] op 31 januari 2015 om 14.14 uur: “[naam 2] heb [bijnaam persoon 1] se mail hij wil lokken segtvie”. [naam 1] zegt tegen [medeverdachte 1] : “we hebben nu iets onder zn waggie. Hou het wel voor je. Als het nodig is laten we [naam 2] m lokken”.

[medeverdachte 1] zegt vervolgens tegen [naam 1]: “wnr bosse we em” en [naam 1] antwoordt: “wacht tot ik je zeg. Moet wel snel”.

Om 16.04 uur zegt verdachte tegen [medeverdachte 1] : “heb die duplicaat we moeten straks die waggies terug rijden”.

[medeverdachte 3] zegt om 16.43 uur tegen verdachte: “en sama dan die andere man geen getimer meer??” waarop verdachte tegen [medeverdachte 3] zegt: “Regel dat die motro vandaag helemaal word schoongemaakt alles shi paar herkenbare dingen weghale”. Verdachte zegt: “Morge of overmorge gaan we m vegen” waarop [medeverdachte 3] zegt: “Hoe dan waar gaan we em vege moet tog weggetje skennoes”. [medeverdachte 3] zegt tegen verdachte: “heb je die ding geplakt dn?”. Waarop verdachte antwoordt: “Regel die motro gwn vandaagoes ff we gaan no skenne”.

Om 16.58 uur zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 2] : “Gaan we so die wags pepp directeur heb die kenies”. Om 17.16 uur zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 2] : “haha er moe sowiso ieman mee om terug te drive we heb 3 driver nodig”.

Om 18.50 uur zegt [medeverdachte 3] tegen [medeverdachte 2] : “Ik bn ondrweg chil em daar we gaan morge of overmorge die gast geve we moete die motro ff schoonfixe en die achterlampje enso hij moet ready zyn”.

De inhoud van voornoemde gesprekken leveren niet alleen bewijs maar overtuigen de rechtbank er ook van in het licht van de overige bewijsmiddelen dat in ieder geval een liquidatie op handen was. Het is naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan dat de liquidatie ook daadwerkelijk die bewuste avond zou plaatsvinden. Wel staat vast dat in ieder geval [persoon 1] , die de bijnaam ‘ [bijnaam persoon 1] ” heeft, welke naam ook in de chatgesprekken op 31 januari 2015 voorkomt, het beoogde doelwit was van een liquidatie die op korte termijn zou plaatsvinden. Ook toont de inhoud van de berichten aan dat elke verdachte met dezelfde criminele intentie handelde. Hoewel de rollen van de verdachten verschilden, kan aan de hand van de inhoud van de gesprekken worden geconcludeerd dat alle verdachten van de spreekwoordelijke hoed en de rand wisten en dat zij dus ook allen handelden in die wetenschap.

Ook medeverdachte [medeverdachte 3] , die op het eerste gezicht een slechts beperkte rol inneemt, weet gelet op de inhoud van de ontsleutelde gesprekken in de PGP BlackBerry’s exact wat de bedoeling is van de avond en nacht van 31 januari 2015 op 1 februari 2015.

Alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, waaronder de inhoud van de tussen de verdachten en onbekende gebleven derden, waaronder ‘ [naam 1] ’, gevoerde gesprekken, brengen de rechtbank tot de vaststelling dat alle vier verdachten in dit specifieke geval een gezamenlijk en concreet doel voor ogen hadden, namelijk het plaatsen van een gestolen auto met daarin de uitrusting om de liquidatie op [persoon 1] mogelijk te maken. In dit geheel heeft een ieder een eigen rol ingenomen. De bijdrage van alle vier de verdachten is echter steeds van wezenlijk belang geweest in het geheel van de feiten en omstandigheden. Zij beschikten immers samen over de middelen en hadden bovendien allen dezelfde criminele intentie waarmee zij handelden. De rechtbank stelt dan ook vast dat sprake is geweest van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten dat zij gezamenlijk als medeplegers verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het voorbereiden van een liquidatie.

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen, met uitzondering van de BMW 1-serie en de daarbij behorende kentekenplaten, zoals opgenomen onder feit 1 c) en d) in de tenlastelegging. Daarvan is niet vast komen te staan dat deze bij de op handen zijnde liquidatie gebruikt zouden worden.

4.4.4.10 Medeplegen van het voorbereiden van een brandstichting

Gelet op de hiervoor beschreven overwegingen acht de rechtbank ook het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor een brandstichting bewezen. In de periode van 22 december 2014 tot en met 1 februari 2015 hebben zich, weliswaar opvolgend, de handflare en de benzine in de auto bevonden. Deze combinatie van goederen is geschikt voor brandstichting. Dat de jerrycan met benzine door het onderzoeksteam was vervangen door water en met water niet daadwerkelijk brand kan worden gesticht, doet aan het voorgaande niet af, gezien de bewezen te achten periode.

Hiervoor heeft de rechtbank reeds overwogen dat kan worden bewezen dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachten zich bezig heeft gehouden met het voorbereiden van een liquidatie. Het is een feit van algemene bekendheid dat daders van een liquidatie daarbij gebruikte (vlucht)auto(s) in brand steken om sporen uit te wissen en opsporing te bemoeilijken.

Nu naast de in de BMW 3-serie aangetroffen wapens evenzo de jerrycan met benzine is aangetroffen, ook al voor 31 januari 2015, leidt dit met inachtneming van al hetgeen ten aanzien van de voorbereiding van een liquidatie is overwogen tot de conclusie dat bewezen kan worden dat verdachte samen met zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] eveneens voorbereidingshandelingen heeft verricht voor een brandstichting. De rechtbank kent daarbij bijzondere betekenis toe aan de omstandigheid dat op 1 februari 2015 er ook een handflare in de auto aanwezig was, waar dit tijdens de eerdere heimelijke zoeking nog niet het geval was.

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen

4.4.4.11 Medeplegen van het voorhanden hebben van de vuurwapens en munitie

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hadden de feitelijke beschikking over de wapens die zich in de BMW 3-serie bevonden op het moment van de rit van Eindhoven naar Amsterdam en de daarop gevolgde aanhouding in Amsterdam. Twee van de wapens bevonden zich in de achterbak van de auto. Hoewel deze wapens door de politie niet doorgeladen in die kofferbak waren teruggelegd, was het op het moment van aanhouding een van deze twee wel doorgeladen. Het derde wapen bevond zich tijdens de aanhouding onder direct bereik van [medeverdachte 2] , die voorin op de passagiersstoel zat. [medeverdachte 2] is met dit inmiddels ook doorgeladen wapen uit de auto gestapt. Nu in de periode tussen het terugleggen van de wapens en het gaan rijden met de BMW door verdachten, geen activiteit bij de auto (die immers onder camerabewaking stond) is gesignaleerd, kan het niet anders dan dat [medeverdachte 2] dan wel [medeverdachte 1] via de binnenkant van de auto, via het skiluik, zich toegang hebben verschaft tot de wapens. Daar komt nog bij dat in het portier van de BMW 3-serie munitie, passend op de inmiddels doorgeladen Uzi is aangetroffen; munitie die er bij het onderzoeken, onklaar maken en terugleggen van de wapens door de politie, nog niet lag.

De rechtbank slaat acht op, mede in het licht van de op 31 januari en 1 februari 2015 gevoerde chatgesprekken, waaronder een bericht van [medeverdachte 1] aan [naam 1] om 14.14 uur inhoudend: ‘ [naam 2] heb [bijnaam persoon 1] se mail hij wil lokken segtvie’ en diens antwoord aan [medeverdachte 1] ‘We hebben nu iets onder zn waggie’, om 14.35 uur vraagt [medeverdachte 1] aan [naam 1] ‘Wnr bosse we em’, die antwoordt met ‘Wacht tot ik je zeg. Moet wel snel’. Een bericht van [medeverdachte 3] aan verdachte om 16.43 uur ‘Ee samsa dan die andere man geen getimer meer?’ wordt door verdachte beantwoord waarop [medeverdachte 3] hem vraagt ‘En dan?”. Het antwoord van verdachte op deze vraag van [medeverdachte 3] luidt “morge of overmorgen gaan we m vegen”. [medeverdachte 3] vraagt verdachte “Hoe dan waar gaan we em vege moet tog weggetje skennoes” en vraagt hem ook “heb je die ding geplakt dn?”. Waarop verdachte om 16.53 uur antwoordt: “Regel die motro gwn vandaagoes ff we gaan no skenne”. [medeverdachte 3] bericht aan [medeverdachte 2] om 18.50 uur “morge of overmorge die gast geve”. Om 21.41 uur bericht [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) aan “ [naam 1] ” waar hij de auto zal gaan neerzetten; “Mt spullen erin”.

Al het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien kan het niet anders dan dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , maar ook verdachte en [medeverdachte 3] op de hoogte waren van de plannen . Hoewel verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] in de Citroën zaten op het moment van terugkeer naar Amsterdam acht de rechtbank ten aanzien van beiden evenzeer de wetenschap omtrent de aanwezigheid van de wapens en de munitie in de BMW 3-serie aanwezig mede gezien de door hen gevoerde voorafgaande chatgesprekken. Daaruit blijkt zonneklaar dat ‘m vegen’ in relatie staat tot het plakken van “die ding” door verdachte. Naast het voorgaande geldt voorts hetgeen reeds ten aanzien van de voorbereiding van een liquidatie in vereniging is overwogen

Dat [medeverdachte 3] in de nacht van 31 januari op 1 februari 2015 in de Citroën is blijven zitten en niet in de BMW heeft gekeken of gezeten, doet aan bovenstaande conclusie niet af. Zijn verklaring bij de politie dat hij min of meer toevallig bij wijze van tijdverdrijf is meegereden met zijn companen en van niets wist, wordt weersproken door de bewijsmiddelen en acht de rechtbank dan ook ongeloofwaardig.

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen.

4.4.4.12 Medeplegen van de heling van de BMW 3-serie en BMW 1-serie en kentekens

Voorgaande overwegingen met betrekking tot het voorhanden hebben van de vuurwapens, gelden ook voor het medeplegen van de heling van de beide BMW’s en de kentekenplaten. Verdachte heeft zich samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] actief gericht op het verwisselen van de kentekenplaten van de BMW 3-serie en vervolgens zijn zij gezamenlijk met die BMW 3-serie en de Citroën waarmee zij waren gekomen terug naar Amsterdam gereden. Ook voor 1 februari 2015, hield verdachte zich – gelet op zijn reisbewegingen – bezig met de BMW 3-serie en de BMW 1-serie. Bij zijn aanhouding heeft [medeverdachte 1] tijdens zijn vlucht de sleutel van de BMW 1-serie weggegooid. Eén van de vier verdachten had dan ook in ieder geval de feitelijke beschikking over de auto, immers was hij in het bezit van de sleutels daarvan. Op het parkeerterrein Servaasplein te Eindhoven zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] nog naar de BMW 1-serie toe gelopen.

Een gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 1] over de BMW 1-serie is in dit kader van belang. Om 03.05 uur vraagt verdachte aan [medeverdachte 1] : “En die 1-serie?”, waarop [medeverdachte 1] antwoordt: “Doen we later is faya die shroefen”.

Daarnaast is nog de samenhang van belang met de in de Citroën aangetroffen kentekenplaten die eerst waren geschroefd op de BMW 3-serie. [medeverdachte 3] heeft in dit verband verklaard dat hij in de Citroën, waarin de gestolen kentekenplaten, die in eerste instantie op de BMW 3-serie waren aangebracht, zijn aangetroffen, van Eindhoven naar Amsterdam is gereden.

Onder deze en in de hiervoor aangehaalde feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat alle vier de verdachten aanwezig waren ten tijde van het verwisselen van de kentekens van BMW 3-serie en waaruit steeds de gezamenlijke criminele intentie van alle vier de verdachten is afgeleid, stelt de rechtbank vast dat zowel verdachte, als [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de beschikking hadden over de BMW 3-serie en de daarbij horende (gestolen) kentekenplaten en dat zij ook wisten dat het van diefstal afkomstige goederen betrof. Daarbij is van belang dat het wisselen van kentekenplaten niet anders dan bedoeld kan zijn om de herkomst van de auto’s en de kentekens te verhullen. Anders dan voor verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , geldt voor [medeverdachte 3] dat er tegen hem onvoldoende bewijs is van enige strafbare betrokkenheid bij de BMW 1-serie en de daarbij gebruikte kentekenplaten.

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen.

4.5

Het oordeel van de rechtbank in zaak B (25Mango)

De rechtbank betrekt in haar bewijsoverwegingen, indien relevant en van toepassing, telkens de door de officier van justitie en de raadsman aangevoerde standpunten.

4.5.1

Tenlastelegging

In het licht van de gevoerde procedure en de ingenomen standpunten, merkt de rechtbank op dat de tenlastelegging moet worden gelezen als een beschuldiging die ziet op de medeplichtigheid aan een in vereniging gepleegde poging tot moord, zoals de officier van justitie ter terechtzitting uitdrukkelijk heeft verklaard en door de verdediging niet is weersproken. Hoewel de tenlastelegging feitelijk de beschuldiging inhoudt dat verdachte ook als medepleger betrokken is geweest bij het gronddelict, zal de rechtbank dit als een kennelijke verschrijving beschouwen en de tenlastelegging verbeterd lezen, in die zin dat in plaats van “hij”, zal worden gelezen: een (of meer) ander(en).

4.5.2

Beoordeling van de feiten en omstandigheden

4.5.2.1 Het peilbaken, de Mercedes en de telefoonregistraties

Het baken dat is aangetroffen op de rijbaan na de explosie op 1 november 2014 en afkomstig is van de auto waarin [persoon 3] en [persoon 4] zich bevonden ten tijde van die explosie, is voor het eerst geactiveerd op 24 oktober 2014 te 18.08 uur in Calais (Frankrijk). De exacte locatie blijkt te zijn het adres van de leverancier van dergelijke peilbakens, te weten [leverancier] . [leverancier] levert deze zogenoemde Sniper bakens aan [naam Spyshop] , een spyshop gevestigd in Arnhem.

In de nacht van 25 oktober 2014 tussen 00.31 uur en 00.41 uur bevindt het baken zich bij Shell-tankstation Haarrijn langs de A2 richting Utrecht. Op de camerabeelden is een Mercedes, type 190 te zien. Op de beelden zijn twee personen bij de Mercedes te zien. Die leiden uiteindelijk tot de herkenning van verdachte en [persoon 6] (hierna: [persoon 6] ). De Mercedes staat geregistreerd op naam van de vader van verdachte. Uit diverse mutaties blijkt dat verdachte gebruik maakt van deze auto. Verdachte heeft dit ter terechtzitting van 6 april 2016 bevestigd.

De bewegingen van de Mercedes zijn onderzocht. Daaruit blijkt dat de Mercedes op 25 oktober 2014 om 05.36 uur geparkeerd staat aan de [adres 4] te Amsterdam ( [wijk] ). Verdachte heeft ter terechtzitting erkend die nacht de bestuurder van de Mercedes te zijn geweest en heeft verklaard dat hij die nacht aan de [adres 4] heeft geparkeerd omdat hij naar [persoon 6] ging die toen al thuis was. Zijn verklaring omtrent de overnachting bij [persoon 6] vindt ondersteuning in de gegevens van Vialis. De Mercedes is immers op de volgende tijdstippen geregistreerd op de volgende locaties:

  • -

    25-10-2014 00:09:59 Gooiseweg (ri ZO; 150 m na Ringweg Zuid/A10; net na afrit)

  • -

    25-10-2014 05:30:29 [straat 1] (ri ZO; 20 m na [straat 2] )

  • -

    25-10-2014 12:59:08 [straat 1] (ri W; 50 m na Zuiderzeeweg; naar Piet Heintunnel)

Op basis van deze gegevens in combinatie met de verklaring van verdachte, kan worden vastgesteld dat de Mercedes op 25 oktober 2015 om 05.30 uur via de [straat 1] in de richting van de woning van [persoon 6] is gereden en dat hij deze auto zes minuten later in de omgeving van de woning van [persoon 6] heeft geparkeerd. Vast staat immers dat op dat moment een parkeerticket is aangeschaft. Om 12.59 uur is verdachte vanuit de richting van de woning van [persoon 6] weer via de [straat 1] weggereden.

Uit de politiesystemen blijkt dat verdachte op 21 november 2014 is gecontroleerd in een huurauto, een BMW met kenteken [kenteken 6] . Op het huurcontract van die auto heeft verdachte telefoonnummer [telefoonnummer 1] [telefoonnummer 1] opgegeven. Dat telefoonnummer is echter gekoppeld aan een andere gebruiker. In zijn verklaring bij de politie heeft verdachte met betrekking tot dat telefoonnummer verklaard dat hij de gebruiker daarvan is. Omdat hij zelf geen abonnement meer mocht afsluiten heeft hij dat gedaan op naam van een ander. De rechtbank stelt met dat gegeven vast dat verdachte de hoofdgebruiker van voornoemd telefoonnummer was.

Het telefoonnummer van verdachte (eindigend op [nummer 5] ) blijkt op 24 oktober 2014 om 23.40 uur tot 25 oktober 2014 te 03.28 uur dezelfde route te volgen als het peilbaken (Gooiseweg te Amsterdam). Bij het Shell station Haarrijn verblijft het baken van 00.30 uur tot ongeveer 00.41 uur, waar dan ook de Mercedes van verdachte staat. Op de beelden is, zo blijkt uit de beschrijving daarvan, bovendien te zien dat verdachte een tablet in zijn handen vasthoudt. De telefoon van verdachte straalt vijf minuten later een zendmast aan de A2 aan, waarna zowel het baken als de telefoon omstreeks 01.30 uur worden geregistreerd in Nieuwegein. Twee uur later, om 03.27 uur bevindt het baken zich wederom op de A2, bij Maarssenbroek en even later bij Nieuwer ter Aa, Breukelen. Het peilbaken wordt vervolgens uitgeschakeld of op stand-by gezet om 03.33 uur. Het telefoonnummer van verdachte (eindigend op [nummer 5] ) bevindt zich van 03.51 uur tot 04.37 uur, in Almere en straalt dan aan op zendmasten die zich op vijf en ruim twee kilometer afstand van de woning van [persoon 3] bevinden. Om 05.20 uur straalt het telefoonnummer van verdachte aan op een zendmast in Amsterdam [wijk] en verdachte parkeert even daarna in [wijk] . Dit past bij de hiervoor vermelde overige gegevens.

Het baken wordt op 25 oktober 2014 om 12.33 uur aangezet, uitgezet en weer aangezet in Almere en daarna is het niet meer uitgezet. Om 12.34 uur geeft het baken een nieuwe positie in Almere aan. Vanaf 15.02 uur loopt het GPS-systeem van de Volkswagen Golf, in gebruik bij [persoon 3] en [persoon 4] , synchroon met de gegevens van het peilbaken tot aan het moment van de aanslag op 1 november 2014. Dat wordt tevens bevestigd door de opgevraagde camerabeelden. Het peilbaken is op 25 oktober 2014 tussen 12.31 uur en 12.34 uur aangezet in Almere. Daarna is het niet meer uitgezet.

Voorts is relevant dat de telefoongegevens van verdachte van de datum waarop het peilbaken voor het eerst actief wordt, op 24 oktober 2014, zijn opgevraagd. Daaruit blijkt dat de telefoon van verdachte (eindigend op [nummer 5] ) zich op die dag tussen 14.30 uur en 15.00 uur in Arnhem bevindt. Daarna beweegt de telefoon terug naar Amsterdam. Daarnaast is gebleken van een betaling van verdachte bij een tankstation dat op deze route ligt.

Vervolgens wordt op 24 oktober 2014 om 23.40 uur wordt het baken aangezet. De locatie die het baken dan weergeeft is de [straat 3] te Amsterdam. De telefoon van verdachte (eindigend op [nummer 5] ) bevindt zich dan ook op de [straat 3] , in de omgeving van de woning van verdachte Hoewel de verdediging heeft betoogd dat alle medeverdachten ook in de buurt van de [straat 3] wonen, stelt de rechtbank vast, gelet op alle overige bevindingen, in onderling verband bezien, dat het verdachte is geweest die het baken op dat moment onder zich had. Daarbij wordt ook betrokken dat het peilbaken en de telefoon van verdachte vervolgens vrijwel gelijktijdig op locatie Hoogte Kadijk te Amsterdam zijn geregistreerd.

Uit voorgaande volgt dat verdachte het baken op 24 oktober 2014 voorhanden heeft gekregen. In het dossier bevindt zich echter geen factuur waaruit kan blijken dat op 24 oktober 2014 daadwerkelijk een dergelijk peilbaken is verkocht door spyshop [naam Spyshop] te Arnhem. Voldoende bewijs voor de aankoop van het baken door verdachte ontbreekt derhalve zodat hij van dit onderdeel zal worden vrijgesproken.

Het plaatsen van het baken

Gelet op het hiervoor overwogene met betrekking tot het voorhanden krijgen van het betreffende peilbaken in combinatie met de reisbewegingen van het baken, de telefoongegevens van verdachte en de bewegingen van de Mercedes stelt de rechtbank vast dat het peilbaken zich onder verdachte bevond op de route naar Almere op 25 oktober 2014. Verdachte had het peilbaken toen voorhanden. Verdachte is vervolgens terug gereden vanuit Almere naar Amsterdam zonder het peilbaken, hetgeen betekent dat verdachte het baken in Almere heeft achtergelaten. Het peilbaken bevindt zich vervolgens onder de auto van [persoon 3] . Het is daar ofwel geplaatst door verdachte ofwel door een derde aan wie hij het peilbaken heeft overgedragen voordat hij terugging naar Amsterdam. De omstandigheid dat het baken rond 12.33 uur in Almere is aangezet kan het laatstgenoemde scenario ondersteunen. Immers, verdachte bevond zich op dat moment nog in Amsterdam.

Inloggen op het baken

Het betreffende peilbaken bevat een IMEI nummer, een simkaart en een IMSI nummer in combinatie met een Engels telefoonnummer. De laatste zes cijfers van het imei-nummer vormen een code waarmee kan worden ingelogd op de website [website] , waarop vervolgens het peilbaken kan worden getraceerd. Uit de inloggegevens van het baken blijkt dat op het IP-adres dat is gekoppeld aan de woning van verdachte, de [adres 1] te Amsterdam, op 29 en 31 oktober 2014 is ingelogd.

Verdachte heeft hierover verklaard dat zijn internetverbinding op zijn huisadres een open netwerk betreft, waardoor iedere willekeurige voorbijganger daarop heeft kunnen inloggen. Die verklaring stemt niet overeen met het proces-verbaal dat is opgemaakt waaruit blijkt dat de internetverbinding een met een wachtwoord beveiligd netwerk betreft. Bovendien is een inlogcode van het baken vereist. Niet valt in te zien dat deze code in handen zou zijn van enige willekeurige andere persoon.

De raadsvrouw heeft in dit kader nog aangevoerd dat vrienden van verdachten die eerder op de internetverbinding hebben ingelogd, daarna zonder het invoeren van het wachtwoord vrijelijk gebruik hebben kunnen maken van het internet op het woonadres van verdachte. Het valt dan ook niet uit te sluiten dat een ander dan verdachte op de website van [website] heeft ingelogd. De rechtbank overweegt met betrekking tot dat verweer dat dit opgeworpen scenario geen steun vindt in de verklaring van verdachte zelf, die daarover een andere verklaring heeft gegeven. Evenmin vindt deze verklaring steun in de bewijsmiddelen. Daarbij komt dat ook vanuit een andere locatie op het peilbaken is ingelogd, te weten op 26 oktober 2014 vanuit [hotel 1] , gevestigd aan de [adres 5] te Amsterdam, terwijl verdachte daar die nacht een kamer heeft geboekt. Onder de gegeven omstandigheden moet dan ook worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die vanuit [hotel 1] op het peilbaken heeft ingelogd. Voorts is er vanuit coffeeshop [coffeeshop 1] , gevestigd in dezelfde straat als [hotel 1] , ingelogd. 45 minuten nadat dit voor het laatst is gedaan is weer op het baken ingelogd vanuit [hotel 1] terwijl verdachte daar verbleef. Nu moet worden uitgesloten dat een ieder willekeurig persoon kan inloggen op het baken, schrijft de rechtbank ook het inloggen in de coffeeshop, toe aan verdachte.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verdachte telkens degene is geweest die heeft ingelogd op het peilbaken, dat later is gebruikt bij de moordaanslag op [persoon 3] en [persoon 4] .

Deze vaststelling brengt tevens mee dat in het geval verdachte niet zelf het baken onder de auto van [persoon 3] heeft geplaatst maar dit is gedaan door een derde aan wie hij het baken heeft overgedragen, de plaatsing van het baken door deze derde beschouwd moet worden als een handeling in vereniging gepleegd. Immers, door het nadien meermalen inloggen op het peilbaken door verdachte heeft hij ervan blijk gegeven zelf belang te hebben bij en gebruik te maken van die plaatsing.

4.5.3

Opzet op de liquidatie

De rechtbank dient te beoordelen of aan de hand van voornoemde vaststellingen tevens kan worden vastgesteld dat het opzet van verdachte met zijn handelingen ook daadwerkelijk was gericht op een plaats te hebben liquidatie. Ten laste gelegd is immers de medeplichtigheid aan de poging tot moord op [persoon 3] en [persoon 4] .

De raadsvrouw heeft allereerst aangevoerd dat het opzet van de schutters niet gericht is geweest op het om het leven brengen van [persoon 4] en dat evenmin de aanmerkelijke kans bestond dat [persoon 4] bij de aanval op 1 november 2014, dodelijk zou worden verwond. De rechtbank passeert dit verweer. In de Volkswagen Golf zijn meerdere kogelgaten aangetroffen, waaruit kan worden afgeleid dat in ieder geval gericht op de auto is geschoten met een machinegeweer. Daarnaast zijn in ieder geval 37 hulzen aangetroffen rondom de plaats delict. Omdat naast [persoon 3] , ook [persoon 4] zich in deze auto bevond, acht de rechtbank de aanmerkelijke kans dat [persoon 4] dodelijk zou worden verwond door het schieten op de auto, aanwezig. De schutters hebben deze aanmerkelijke kans ook zonder meer aanvaard, gelet op het grote aantal kogels, dat is afgevuurd op een rijdende auto met automatische vuurwapens. De rechtbank stelt vast dat de poging tot moord was gericht tegen zowel [persoon 3] als [persoon 4] .

Medeplichtigheid vereist het bevorderen en/of vergemakkelijken van een door een ander te begaan misdrijf. Voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan het gronddelict is vereist dat niet alleen verdachtes opzet gericht was op het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van het feit, maar zijn opzet (al dan niet in voorwaardelijke vorm) moet ook zijn gericht op het betreffende gronddelict, de moord op [persoon 3] en [persoon 4] .

Dat verdachtes opzet er in ieder geval op gericht was middelen en inlichtingen te verschaffen staat, gelet op het hiervoor vastgestelde met betrekking tot de handelingen van verdachte ten aanzien van het baken, naar het oordeel van de rechtbank vast.

Complexer is de vraag of verdachte met het plaatsen van het peilbaken en het vervolgens daarop inloggen, opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, had op de moord op [persoon 3] en [persoon 4] .

Vast staat dat verdachte het peilbaken voorhanden heeft gehad dat uiteindelijk is gebruikt om doelwitten te traceren waarop een aanslag is gepleegd. Naast het voorhanden hebben heeft verdachte het baken ook geplaatst op een specifieke auto, te weten de auto die in gebruik was bij [persoon 3] en [persoon 4] . Daarna heeft hij deze auto dagenlang gevolgd door meermalen in te loggen op het peilbaken. Tussen het laatstelijk inloggen op het peilbaken op 31 oktober 2014 te 15.30 uur vanuit zijn woning aan de [adres 1] te Amsterdam en het plaatsvinden van de daadwerkelijke aanslag, zit slechts een halve dag. Hoewel te bedenken valt dat een peilbaken voor meerdere doeleinden geschikt is, staat daar tegenover dat een dergelijk peilbaken een vrij dure aankoop betreft (zo rond de € 1.100,- per stuk) en dat verdachte voor een alternatief gebruik van het peilbaken geen enkele verklaring heeft gegeven. Ook heeft hij geen enkele verklaring gegeven voor het meermalen inloggen en waartoe de aldus verkregen informatie dan zou dienen. Deze was kennelijk niet voor eigen gebruik bedoeld. Evenmin bevat het dossier enige aanwijzing waaruit blijkt dat het baken voor een ander doel zou worden gebruikt dan het doel dat zich uiteindelijk heeft verwezenlijkt. Het baken is immers op 1 november 2014 gebruikt om [persoon 3] en [persoon 4] op te sporen, om vervolgens gericht – met zware automatische vuurwapens – op hen te schieten met het doel om hen om het leven te brengen.

Bij de beoordeling of verdachte wist of had moeten weten welk gronddelict hij faciliteerde, acht de rechtbank nog de volgende omstandigheden van belang.

Ten tijde van het verrichten van zijn handelingen, was – gelet op verdachtes verklaring zoals afgelegd ter terechtzitting van 4 april 2016, inhoudende dat hij diverse crimesites volgt – de onderwereldoorlog die in de media dikwijls wordt aangehaald als de zogenoemde ‘mocrowar’ in volle gang. Verdachte had zich er op zijn minst van moeten vergewissen waartoe het plaatsen van het peilbaken zou leiden, zeker nu is vastgesteld dat verdachte degene is geweest die het peilbaken voor (een) ander(en) heeft verworven, onder de auto van [persoon 3] en [persoon 4] geplaatst, dan wel heeft overgedragen ten einde te worden geplaatst en vervolgens op dat baken meermalen heeft ingelogd.

De rechtbank weegt daarbij ook mee dat verdachte, in het “13Rooibos” onderzoek, op momenten heeft beschikt over drie verschillende peilbakens. Deze zijn immers in de woning van verdachte gescand en/of fysiek aangetroffen. In dat onderzoek houdt de rechtbank verdachte verantwoordelijk voor het, onder meer door middel van een dergelijk peilbaken voorhanden te hebben, voorbereiden van een liquidatie. Gelet op deze omstandigheden komt het de rechtbank uiterst ongeloofwaardig voor dat verdachte, twee maanden daarvoor, in het geheel geen weet zou hebben van peilbakens en van de levensdelicten die met behulp van dergelijke bakens gepleegd kunnen worden. Als dat al waar zou zijn geweest is des te onbegrijpelijker dat verdachte, die in zijn lezing dan overvallen moet zijn geweest door het besef dat hij geheel buiten zijn medeweten en wil heeft bijgedragen aan een poging tot liquidatie op twee personen, opnieuw de beschikking over peilbakens heeft waarvan één daadwerkelijk mede door hem is ingezet ter voorbereiding van wederom een liquidatie.

De rechtbank kan alles overwegend tot geen andere conclusie komen dan dat verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de inzittenden van de auto waaronder hij het baken plaatste, iets zeer ernstigs zoals een aanslag op hun leven zou overkomen.

In het licht van de voorwaardelijke opzet, acht de rechtbank gelet op alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, bewezen dat verdachte zowel opzet op de medeplichtigheid als opzet op de liquidatie had.

4.5.4

Vrijspraak cumulatief/alternatief ten laste gelegde

Het hierboven bewezen verklaarde en de daarmee samenhangende overwegingen bieden geen ruimte voor de bewezenverklaring van het cumulatief/alternatief ten laste gelegde voorbereiden van de liquidatie. Verdachte zal van dat deel worden vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

Zaak A (13Rooibos)

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen en op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, bewezen dat verdachte:

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

in de periode van 22 december 2014 tot en met 1 februari 2015 te in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het met anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord als bedoeld in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk

  1. twee (volautomatische) militaire aanvalsgeweren, waarvan één doorgeladen, (merk: Zastava, model: M7OAB2, kaliber: 7,62 x 39 mm) en een doorgeladen pistoolmitrailleur (merk Fabrique Nationale (Licentiebouw Uzi), model Uzi M61, kaliber: 9 millimeter Luger (9x19 millimeter) en een patroonmagazijn (bestemd voor een Uzi M61) en

  2. in voornoemde Zastava’s telkens 30 volmantel patronen (kaliber 7,62x39 mm) en in voornoemde Uzi 30, patronen (kaliber: 9 millimeter Luger (9x19 millimeter)) en in voornoemd patroonmagazijn 24, patronen (kaliber: 9 millimeter Luger (9x19 millimeter)) (geschikt om verschoten te worden met voornoemde pistoolmitrailleur) en een patroon (kaliber 7,62x39 mm) (geschikt om verschoten te *worden met voornoemde Zastava’s en

  3. een gestolen personenauto’s (merk: BMW 335, origineel kenteken: [kenteken 7] ) en

  4. gestolen kentekenplaten ( [kenteken 8] ) (bevestigd op voornoemde BMW 335) en valse kentekenplaten [kenteken 3] (bevestigd op voornoemde BMW 335) en

  5. en gehuurde personenauto (merk: Citroën, kenteken: [kenteken 1] ) en

  6. een bivakmuts en

  7. donkerkleurige handschoenen en

  8. donkerkleurige kledingstukken en

  9. een schroevendraaier en

  10. een peilbaken (IMEI nummer: [IMEI nummer] ) en

  11. een tablet voorzien van software om een peilbaken te volgen en

  12. vier PGP (zogenaamde Pretty Good Privacy) BlackBerry’s (telefoonnummers: [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] en [telefoonnummer 5] ),

bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en voorhanden heeft gehad

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

in de periode van 22 december 2014 tot en met 1 februari 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het met anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten brandstichting als bedoeld in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk

  1. een jerrycan met daarin benzine, en

  2. een handflare (noodseinfakkel) (merk: Painswessex, model: Red handflare MK8),

bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad

ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

in de periode van 22 december 2014 tot en met 1 februari 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, vuurwapens van categorie II, te weten

  1. twee volautomatische militaire aanvalsgeweren, waarvan één doorgeladen, (merk: Zastava, model: M7OAB2, kaliber: 7,62 x 39 mm) en

  2. een doorgeladen pistoolmitrailleur, merk Fabrique Nationale (Licentiebouw Uzi), model: Uzi M61, kaliber: 9 millimeter Luger (9 x19 millimeter) en munitie van categorie II en III, te weten

  3. in voornoemde Zastava’s telkens 30, patronen van kaliber 7.62 x 39 mm (volmantel) en

  4. in voornoemde pistoolmitrailleur 30, patronen, kaliber: 9 millimeter Luger (9x19 millimeter) (type hollowpoint) en

  5. en patroon van kaliber 7,62 x39 mm en

  6. een patroonmagazijn, bestemd voor een Uzi M61, met daarin 24, patronen, kaliber: 9 millimeter Luger (9 x19 millimeter), voorhanden heeft gehad

ten aanzien van het onder 5, subsidiair ten laste gelegde:

in de periode van 31 januari 2015 tot en met 1 februari 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,

  1. een motorvoertuig, te weten een BMW 335 (origineel kenteken ( [kenteken 9] ) en

  2. een motorvoertuig, te weten een BMW serie 1 (origineel kenteken [kenteken 10] ) en

  3. twee kentekenplaten, voorzien van kenteken [kenteken 8] en

  4. twee kentekenplaten, voorzien van kenteken [kenteken 11] ,

heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van deze goederen wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen.

Zaak B (25Mango)

De rechtbank acht op grond van de in bijlage III vervatte bewijsmiddelen en op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, bewezen dat:

één of meer ander(en) op 1 november 2014 te Almere, ter uitvoering van zijn/hun voornemen om, tezamen in vereniging met een of meer ander(en), opzettelijk en met voorbedachten rade [persoon 3] en [persoon 4] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg met vuurwapens een aantal kogels in de richting van de auto en de lichamen van die [persoon 3] en [persoon 4] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot het plegen van welk misdrijf verdachte en/of een van zijn mededaders in de periode van 24 oktober 2014 tot en met 1 november 2014 te Amsterdam in Nederland, opzettelijk middelen en inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van voornoemd misdrijf, immers

- heeft verdachte en/of een van zijn mededaders dat peilbaken op of omstreeks 25 oktober 2014 geplaatst onder de auto van die [persoon 3] en

- heeft verdachte vanaf 25 oktober 2014 tot en met 1 november 2014 telkens ingelogd op voornoemd peilbaken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de in zaak A onder 1, 2, 4 en 5 subsidiair bewezen geachte feiten en het in zaak B bewezen geachte feit, zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaren, met aftrek van voorarrest.

8.2

Het strafmaatverweer van de verdediging

De verdediging heeft aangegeven de eis van de officier van justitie in vergelijking met soortgelijke strafzaken, aan de hoge kant te vinden. De verdediging heeft de rechtbank verzocht bij een eventuele bewezenverklaring aansluiting te zoeken bij straffen die in gelijke gevallen worden opgelegd.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft bijgedragen aan de voorbereiding van een liquidatie en is ook als medeplichtige behulpzaam geweest bij de koelbloedige plannen om geselecteerde slachtoffers te liquideren. In de zaak 25Mango heeft de bijdrage van verdachte ertoe geleid dat de schutters in staat waren slachtoffers [persoon 3] en [persoon 4] met automatische vuurwapens te beschieten, waarbij [persoon 3] zwaar gewond is geraakt. Deze poging tot liquidatie vond plaats op de openbare weg, nabij een woonwijk. Het ervaren van een dergelijk feit is zeer schokkend voor omstanders, getuige het relaas van een toevallig passerende automobiliste die getuige is geweest van de beschietingen. Op die manier brengen schietpartijen, zeker die op de openbare weg plaatsvinden ook in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid mee. Ook in de zaak 13Rooibos heeft verdachte - wederom met onder meer een peilbaken – bijgedragen aan een geplande liquidatie. Door zijn voorbereidingshandelingen heeft hij, op zeer berekenende wijze, de omstandigheden gecreëerd voor het plegen van een liquidatie, die dankzij het ingrijpen van de politie uiteindelijk is voorkomen. Naast deze voorbereidingshandelingen en de voorbereidingshandelingen voor brandstichting, heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit en heling van auto’s en kentekens, alles om de op handen zijnde liquidatie te faciliteren.

Het gemak waarmee verdachte zich heeft ingelaten met zware automatische vuurwapens en plannen die zien op moord, baart de rechtbank zeer grote zorgen. Verdachte heeft laten zien geen enkel respect voor het menselijk leven te hebben.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte en met de vrijspraak voor het onder 3 en 5 primair ten laste gelegde feit in de zaak 13Rooibos en de vrijspraak van het tweede alternatief/cumulatief ten laste gelegde in de zaak 25Mango. Verdachte heeft in twee zaken een actieve en coördinerende rol gehad in het geheel. Daar staat tegenover de, ten opzichte van de medeverdachten, iets beperktere omvang van zijn strafblad. De rechtbank weegt mee de ernst van de feiten in de verschillende onderzoeken tezamen, de korte tijdspanne tussen beide zaken en tevens de straffen die in gelijke gevallen worden opgelegd. Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte de gevangenisstraf zoals geëist zal worden opgelegd. Een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf is op zijn plaats, die verdachte in toekomst ervan moet weerhouden al dan niet soortelijke misdrijven te plegen. Daarnaast dient deze gevangenisstraf als signaal naar de samenleving enerzijds als bescherming, anderzijds ter afschrikking.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de meerdaadse samenloop van de feiten in de zaak 13Rooibos.

Beslag

Beslag in zaak A (13Rooibos)

Onder verdachte is zijn in Zaak A de voorwerpen genoemd op de aangehechte beslaglijst onder de nummers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 36, 37, 38, 47, 50, 51 en 52 in beslag genomen:

Onttrekking aan het verkeer

Nu met betrekking tot deze voorwerpen de onder 1, 2, 4 en 5 subsidiair bewezen geachte feiten zijn begaan en de voorwerpen van zodanige aard zijn of dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Beslag in zaak B (25Mango)

Onder verdachte zijn in Zaak B de voorwerpen genoemd op de aangehechte beslaglijst onder de nummers 1, 2 en 3 in beslag genomen:

Onttrekking aan het verkeer

Nu het onder nummer 1 genoemde voorwerp is bestemd tot het begaan van een feit zoals bewezen is geacht en het voorwerp in verband daarmee van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer.

Nu met betrekking tot het voorwerp genoemd onder nummer 3 het bewezen geachte feit is begaan zal dit voorwerp worden onttrokken aan het verkeer.

Teruggave aan uitgevende instantie

Onder verdachte is het onder 2 genoemde rijbewijs in beslag genomen. Dit rijbewijs behoort niet aan verdachte toe en zal daarom worden geretourneerd aan de uitgevende instantie.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c, 45, 46, 47, 57, 157, 289 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

Verklaart het in zaak A onder 3 primair en subsidiair en onder 5 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in zaak B cumulatief alternatief ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak A onder 1, 2, 4 en 5 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart bewezen dat verdachte het in zaak B ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Zaak A

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:,

Medeplegen van voorbereiding van moord

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

Medeplegen van voorbereiding van brandstichting

Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot wapens van categorie II en munitie van categorie III, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 5 subsidiair bewezen verklaarde:

Medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd

Zaak B

Medeplichtigheid aan poging tot moord

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

De goederen genoemd op de in zaak A aangehechte beslaglijst onder de nummers:

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 36, 37, 38, 47, 50, 51 en 52

De goederen genoemd op de in Zaak B aangehechte beslaglijst onder de nummers:

1, 3

Gelast de teruggave aan de uitgevende instantie van het goed genoemd op de in Zaak B aangehechte beslaglijst onder nummer:

2.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Knol, voorzitter,

mrs. E.M.M. Gabel en E. Dinjens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Flikkenschild, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 mei 2016.