Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:2817

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-05-2016
Datum publicatie
02-06-2016
Zaaknummer
13/730014-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring voorbereidingshandelingen liquidatie. Gebruik van peilbaken, jerrycan benzine, volautomatische wapens en gestolen auto’s. NFI achterhaalt wachtwoord en daarmee chatgesprekken van PGP telefoons. Inzet politiehond onrechtmatig en vormverzuim als bedoeld in artikel 359a WSv. Sanctie: strafvermindering van 3 maanden. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 jaren en 9 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/730014-15

Datum uitspraak: 11 mei 2016

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] , [woonplaats] , gedetineerd in het [detentie adres] ,

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 1 mei 2015, 22 juli 2015, 7 oktober 2015, 16 december 2015, 9 maart 2016 en op 4, 6, 7 en 28 april 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van officier van justitie mr.

H. Hoekstra en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.A.C. de Vilder naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt – samengevat en na wijziging op de zitting – verweten dat hij zich te Amsterdam/Eindhoven, althans in Nederland, heeft schuldig gemaakt aan de volgende feiten:

1. medeplegen van het voorbereiden van een liquidatie in de periode van 22 december

2014 tot en met 1 februari 2015;

2. medeplegen van het voorbereiden van brandstichting in de periode van 22 december

2014 tot en met 1 februari 2015;

3. medeplegen van poging moord/doodslag op leden, althans een lid van het arrestatieteam op 1 februari 2015,

Subsidiair: bedreiging van deze leden, althans lid van het arrestatieteam;

4. medeplegen van het voorhanden hebben van drie automatische vuurwapens en

diverse munitie en een patroonmagazijn,

in de periode van 22 december 2014 tot en met 1 februari 2015;

5. medeplegen van diefstal van twee voertuigen en kentekenplaten in de periode

van 1 december 2014 tot en met 1 februari 2015,

Subsidiair: (opzet)heling van deze voertuigen en kentekenplaten.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Inleiding

Op 16 januari 2015 scant een zogenoemde IMSI catcher op het woonadres van [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) twee peilbakens. Het onderzoeksteam start op 23 januari 2015 een technische actie op deze peilbakens.

Eén van deze bakens, het baken met inlogcode eindigend op 71, komt op 30 januari 2015 in beweging. Het baken bevindt zich in de nacht van 30 op 31 januari 2015 omstreeks 00.45 uur aan de Kattenburgerstraat te Amsterdam. Daar ziet een verbalisant een Citroën staan met kenteken [kenteken 1] . In de Citroën zit een manspersoon, onderuitgezakt, achter het stuur. Het baken wordt uitgezet en de Citroën rijdt omstreeks 01.00 uur weg. De volgende ochtend, om 11.00 uur, wordt het baken weer aangezet. Om 13.10 uur geeft het baken de locatie Jan van Galenstraat te Amsterdam aan. Daarna is de route van het baken gelijk aan de route van een Opel Corsa met kenteken [kenteken 2] . Deze auto is gehuurd door [persoon 1] , op naam van zijn broer [persoon 2] . Omstreeks 20.15 uur zien verbalisanten dat deze Opel Corsa wordt geparkeerd in de parkeergarage aan de [adres 4] te Amsterdam. Omdat bij de politie informatie beschikbaar is dat mogelijk eerder een aanslag op de levens van [persoon 2] en [persoon 1] is gepleegd in 2014, rijst het vermoeden dat de inzittende(n) van de Opel Corsa mogelijk een doelwit van een liquidatie is (zijn). [persoon 1] loopt omstreeks 22.35 uur, samen met twee anderen, richting de Opel Corsa. Het onderzoeksteam besluit hen te waarschuwen. De Opel Corsa wordt vervolgens in beslag genomen en onklaar gemaakt. Het betreffende peilbaken wordt vervolgens aangetroffen onder de auto.

In het onderzoek genaamd 13Kourion is eerder, op 14 januari 2015, een gestolen BMW 3-serie aangetroffen op het Servaasplein in Eindhoven. De BMW is vervolgens voorzien van plaatsbepalingsapparatuur en onder permanent cameratoezicht geplaatst. Op 17 januari 2015 is de BMW heimelijk doorzocht waarbij drie geladen automatische vuurwapens (twee Kalasjnikovs en een Uzi) werden aangetroffen samen met een jerrycan, gevuld met benzine. Deze vuurwapens zijn onklaar gemaakt en teruggeplaatst. De jerrycan met benzine is in beslag genomen en vervangen door een vergelijkbare jerrycan, gevuld met water.

Op 1 februari 2015 komen de onderzoeken 13Rooibos en 13Kourion samen. Omstreeks 02.30 uur wordt waargenomen dat de eerder genoemde Citroën met kenteken [kenteken 1] het Servaasplein te Eindhoven op rijdt. Te zien is dat drie personen de kentekenplaten van de gestolen BMW 3-serie vervangen. Na ongeveer 10 minuten stapt één persoon in de Citroën en stappen de andere twee in de BMW 3-serie die dan is voorzien van valse kentekenplaten [kenteken 3] . Bij het wegrijden is te zien dat zich in de Citroën nog een vierde persoon bevindt. De Citroën en de BMW rijden in de buurt van elkaar richting Amsterdam. Het onderzoeksteam volgt beide auto’s vanaf 03.12 uur via een politiehelikopter. Het ingeschakelde arrestatieteam volgt de auto’s via de snelweg.

In Amsterdam, bij afslag S107 Sloten, grijpt de politie in. Het is dan omstreeks 04.23 uur. De BMW en de Citroën worden tot stoppen gedwongen waarna het tot aanhouding komt van verdachte, [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ). Eén van de twee Kalasjnikovs wordt aangetroffen op de rijbaan. Het blijkt te zijn doorgeladen. In de kofferbak wordt de andere Kalasjnikov samen met de pistoolmitrailleur (Uzi) aangetroffen. Ook de pistoolmitrailleur is doorgeladen. In de BMW liggen verder nog een patroonmagazijn voor de Uzi, een losse patroon en een handflare.

4.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 4 en 5 subsidiair ten laste gelegde feiten. Op basis van de feiten en omstandigheden kan worden vastgesteld dat de verdachten de liquidatie op [persoon 1] hebben voorbereid, dat zij een brandstichting hebben voorbereid en dat zij wetenschap hadden van de in de BMW 3-serie aanwezige vuurwapens en munitie. Hoewel niet de diefstal van de auto’s en de kentekens kan worden bewezen, kan wel worden vastgesteld dat de verdachten wisten dat deze auto’s en kentekens van diefstal afkomstig waren, aldus de officier van justitie.

Voor het onder feit 3 primair en subsidiair en het onder feit 5 primair ten laste gelegde, heeft zij vrijspraak gevorderd wegens gebrek aan bewijs.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak van alle aan verdachte ten laste gelegde feiten bepleit. Het voorbereiden van een moord, zoals onder feit 1 ten laste is gelegd, kan niet worden bewezen omdat niet vastgesteld kan worden dat de auto uit Eindhoven is opgehaald met het kennelijke doel om een moord te plegen. Dat de verdachten slechts het doel hadden de auto te verplaatsen, wordt ondersteund door bewijsmiddelen in het dossier en bovendien blijft de mogelijkheid open dat er sprake van een ander misdadig doel was. Voor de onder feiten 2 en 4 ten laste gelegde geldt dat verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de handflare en de wapens. De verdediging zal zich ten aanzien van het onder 5 subsidiair ten laste gelegde refereren aan het oordeel van de rechtbank, voor zover het betreft de auto waar verdachte in reed en de kentekenplaten die op de auto zaten.

Voor het onder feit 3 primair en subsidiair ten laste gelegde is geen enkele betrokkenheid van verdachte, zodat vrijspraak dient te volgen.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank betrekt in haar bewijsoverwegingen, indien relevant en van toepassing, telkens de door de officier van justitie en de raadsvrouw aangevoerde standpunten.

4.4.1

Tenlastelegging

Onder feit 1 is het volgende opgenomen onder j) een peilbaken met IMEI nummer [IMEI nummer 1] . Het in de tenlastelegging opgenomen IMEI nummer is gezien het aantal cijfers, onvolledig. In het licht van de inhoud van het dossier en op het gevoerde proces stelt de rechtbank vast dat voor alle betrokken partijen echter duidelijk is dat het moet gaan om het peilbaken dat in deze zaak onder de auto van [persoon 1] is geplaatst. De rechtbank zal het onvolledige IMEI nummer dan ook zien als een kennelijke verschrijving en het nummer verbeterd lezen. Waar [IMEI nummer 1] staat onder feit 1 zal worden gelezen: [IMEI nummer 2] .

4.4.2

Vrijspraak van feit 3, primair en subsidiair

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde. Voor enig aandeel van verdachte bij het ten laste gelegde ontbreekt immers elke aanwijzing.

4.4.3

Vrijspraak van feit 5, primair

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde diefstal van de BMW 3-serie en BMW 1-serie en de kentekenplaten. Bewijs dat verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij de diefstal van voornoemde goederen ontbreekt immers.

4.4.4

Beoordeling van de feiten en omstandigheden

4.4.4.1 Bewijsoverwegingen ten aanzien van de PGP BlackBerry telefoons

In het onderzoek zijn in totaal vier PGP (Pretty Good Privacy) BlackBerry telefoons aangetroffen, het betreffen zogenoemde cryptofoons, telefoons die zeer goed zijn beveiligd. Het Nederlands Forensisch Instituut heeft drie van de vier aangetroffen telefoons ontsleuteld, maar niet de telefoon eindigend op [nummer 4] .

Verdachte - [verdachte]

Vlak naast de auto van het arrestatieteam is te Amsterdam ook een PGP BlackBerry telefoon aangetroffen met telefoonnummer eindigend op [nummer 1] . Het e-mail adres van deze BlackBerry was [email adres 1] . Dit e-mail adres stond onder de naam [bijnaam verdachte] in de PGP BlackBerry ’ eindigend op [nummer 2] , die wordt toegeschreven aan [medeverdachte 3] . Gebleken is dat [bijnaam verdachte] en [bijnaam verdachte] bijnamen zijn van verdachte. Verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat dit zijn bijnamen zijn en dat hij deze telefoon in gebruik heeft gehad. Hij heeft daarbij verklaard de telefoon pas in de avond van 31 januari 2015 te hebben ontvangen. Zijn verklaring wordt echter weersproken door de tussen hem en de medeverdachten eerder op de dag verzonden berichten. Zo wordt op 31 januari 2015 te 16.04 uur een bericht verzonden van de door de politie aan [medeverdachte 1] toegeschreven BlackBerry aan die BlackBerry die volgens de politie van [verdachte] is. Dit bericht houdt in: “Heb die duplicaat, moet straks die waggies terugrijden”. Met dit bericht moet hij hebben gedoeld op duplicaat kentekens. Wat daar op dit moment van zij; de rechtbank stelt vast dat verdachte de telefoon volgens zijn eigen verklaring in ieder geval op 31 januari 2015 overdag, in bezit heeft gehad. De rechtbank constateert verder dat de BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) ook al eerder, te weten op 24 december 2014 om 23.42 uur, een zendmast in Eindhoven heeft aangestraald, op een moment waarop de aan [medeverdachte 1] toegeschreven telefoon ook in Eindhoven aanwezig was. Op 25 december 2014 beweegt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) vanaf 15.58 uur tot 20.21 uur net als de PGP BlackBerry toegeschreven aan [medeverdachte 1] (eindigend op [nummer 4] ) vanuit Amsterdam naar Eindhoven en terug. Om 21.15 uur wordt verdachte in een auto met de drie medeverdachten gecontroleerd in de Utrechtsestraat in Amsterdam. De verklaring van verdachte, dat hij de PGP BlackBerry pas in de avond van 31 januari 2015 heeft gekregen, is op geen enkele manier controleerbaar gebleken. Hij heeft immers geen openheid willen geven over degene van wie hij die telefoon dan zou hebben ontvangen. Nu de verklaring van verdachte dan ook weerlegd wordt door de bewijsmiddelen, concludeert de rechtbank, het voorgaande in onderling verband beziend, dat verdachte de gebruiker was van de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ), ook al voor 31 januari 2015.

Medeverdachte [medeverdachte 2]

In de Citroën met kenteken [kenteken 1] is een PGP BlackBerry aangetroffen eindigend op telefoonnummer [nummer 3] . Op deze telefoon is DNA-materiaal van [medeverdachte 2] aangetroffen. [medeverdachte 2] heeft op weg vanuit Amsterdam naar de gestolen BMW 3-serie in Eindhoven in voornoemde Citroën gezeten. Het berichtenverkeer in de ontsleutelde PGP Blackberry’s eindigend op [nummer 1] (verdachte [verdachte] ) en eindigend op [nummer 3] bevat in de middag van 31 januari 2015 om 17.08 uur een chatgesprek inhoudende “ ja weenie kijke of directeur wagie regelt wij gaan sowiso die 335”. De gestolen BMW 3-serie waarmee [medeverdachte 2] en verdachte vanuit Eindhoven naar Amsterdam zijn gereden betreft een type 335. Voorts is vanaf de Blackberry ( [nummer 3] )op 31 januari 2015 een bericht gestuurd naar ene [medeverdachte 3] : “Sorry was voor [bijnaam verdachte] ben effe loesoe met [bijnaam medeverdachte 1] mail [bijnaam verdachte] als je in de buurt ben”. De rechtbank stelt vast dat [bijnaam verdachte] en [bijnaam medeverdachte 1] de bijnamen zijn van respectievelijk verdachte en [medeverdachte 1] . Op grond van het voorgaande, in onderling verband bezien, concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 2] de gebruiker was van de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 3] ).

Medeverdachte [medeverdachte 1]

In de fouillering van [medeverdachte 1] is een PGP BlackBerry telefoon aangetroffen met een telefoonnummer eindigend op [nummer 4] . De telefoon maakt gebruik van het netwerk van [naam Spyshop] en is gekoppeld aan het e-mailadres [email adres 2] . Uit de zogenoemde RIM-bevraging (Research In Motion Monitor) blijkt, onafhankelijk van de andere aangetroffen telefoons, dat de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) gebruik maakt van voornoemd e-mailadres.

Uit de bewijsmiddelen blijkt meermalen dat de reisbewegingen die deze PGP BlackBerry maakt, overeenkomen met andere objectieve gegevens die aan [medeverdachte 1] zijn te koppelen. Zo peilt de PGP BlackBerry eindigend op [nummer 4] op 25 januari 2015 om 01.16 uit in Veldhoven, op nagenoeg hetzelfde tijdstip (01.15) als een auto met het kenteken [kenteken 4] , welke auto (Opel Astra) blijkens een huurovereenkomst door [medeverdachte 1] is gehuurd. Op dezelfde dag rond 21.16 uur peilt deze PGP BlackBerry uit op de Weesperstraat in Amsterdam. [medeverdachte 1] is om 21.15 uur in de auto met kenteken [kenteken 5] op de Utrechtsestraat te Amsterdam gecontroleerd, in bijzijn van verdachte en de twee andere medeverdachten. Dat [medeverdachte 1] deze BlackBerry al eerder in gebruik had blijkt ook uit de conversaties die al overdag zijn gevoerd tussen [medeverdachte 1] en medeverdachten op 31 januari 2015, bijvoorbeeld om 16.08 in de middag. Uit de inhoud van de gesprekken (die onder meer gaan over “waggies terugrijden” en “de 1-serie” leidt de rechtbank af dat het wel degelijk [medeverdachte 1] is geweest die deze gesprekken heeft gevoerd. Hij heeft immers zelf verklaard dat hij naar Eindhoven ging. Het voorgaande vindt bovendien bevestiging in de omstandigheid dat het e-mailadres als contactpersoon onder de naam “[letter 1]” stond opgeslagen in de PGP BlackBerry die, zoals hiervoor is gebleken, kan worden toegeschreven aan verdachte. Ter terechtzitting van 4 april 2016 heeft verdachte verklaard [medeverdachte 1] ook te kennen onder de de bijnamen [bijnaam medeverdachte 1] en [bijnaam medeverdachte 1]. Het is dan ook, het voorgaande in onderling verband bezien, aannemelijk dat “ [letter 1] ” verwijst naar deze bijnamen van [medeverdachte 1] . Nu geen concrete aanknopingspunten bestaan die erop wijzen dat een ander dan [medeverdachte 1] gebruik maakte van de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ), kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 1] – ook voor de datum van 31 januari 2015– de gebruiker was van deze telefoon.

Medeverdachte [medeverdachte 3]

In de fouillering van [medeverdachte 3] is een PGP BlackBerry aangetroffen met een telefoonnummer eindigend op [nummer 2] . Het telefoonnummer is gebruikt van 6 november 2014 tot en met 1 februari 2015 en staat – net zoals de andere telefoons – op naam van [naam Spyshop] te Arnhem. [medeverdachte 3] heeft tijdens zijn verhoor bij de politie verklaard een zwarte BlackBerry bij zich te hebben gehad. Het e-mail adres van de BlackBerry (eindigend op [nummer 2] ) is [email adres 3] . In de aan verdachte toegeschreven BlackBerry is dit e-mail adres opgenomen onder de letter “ [letter 2] ”. Enkele bijnamen van [medeverdachte 3] beginnen een [letter 2] : [bijnaam verdachte 3] , [bijnaam verdachte 3] , [bijnaam verdachte 3] . Het voorgaande, in combinatie met de inhoud van de gesprekken met de medeverdachten brengt de rechtbank tot de conclusie dat [medeverdachte 3] de gebruiker was van deze PGP BlackBerry.

4.4.4.2 Gebruiker van de Samsung tablet

In de Citroën met kenteken [kenteken 1] is een Samsung tablet aangetroffen die gebruik maakt van een telefoonnummer eindigend op [nummer 5] . [medeverdachte 1] heeft verklaard dat deze tablet van hem is, maar dat hij hem veelvuldig uitleende aan vrienden zodat in ieder geval niet alle daarmee verrichte handelingen aan hem kunnen worden toegeschreven.

[medeverdachte 1] kan naar het oordeel van de rechtbank echter worden aangemerkt als hoofdgebruiker van deze tablet. Op diverse momenten wordt vanaf het IP adres, behorend bij het huisadres van [medeverdachte 1] , met de tablet ingelogd op het peilbaken via de site [website] . Op andere momenten wordt via het IP adres van [hotel 1] , waar [medeverdachte 1] telkens op het betreffende moment verblijft, met de tablet ingelogd op dezelfde website. [medeverdachte 1] heeft tegenover deze gegevens enkel in algemene bewoordingen gesteld dat anderen de tablet wel eens gebruikten. Deze alternatieve verklaring is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende specifiek en op geen enkele manier onderbouwd. De rechtbank gaat daaraan dan ook voorbij.

De historische gegevens van de tablet worden dan ook aan [medeverdachte 1] toegeschreven.

4.4.4.3 De reisbewegingen

Tussen 22 en 23 december 2014 worden zowel de in de tenlastelegging genoemde BMW 3-serie als de BMW 1-serie en de kentekenplaten gestolen.

24 december 2014

De gestolen BMW ’s bewegen op 24 december 2014 van Amsterdam naar Eindhoven. Om 23.25 uur bevinden beide BMW ‘s zich op dezelfde locatie in Eindhoven. De door [medeverdachte 1] gehuurde Opel Astra ( [kenteken 4] ) reist die dag ook naar Eindhoven. Om 22.40 uur wordt de Opel Astra in Eindhoven geregistreerd. De PGP BlackBerry van [medeverdachte 1] (eindigend op [nummer 4] ) straalt op die dag om 23.16 uur op een zendmast in Eindhoven aan en ook de PGP BlackBerry van verdachte (eindigend op [nummer 1] ) straalt om 23.42 uur op een zendmast in Eindhoven aan.

25 december 2014

Ook in de nacht van 24 op 25 december 2014 bevindt de PGP BlackBerry van [medeverdachte 1] (eindigend op [nummer 4] ) zich in de buurt van Eindhoven, namelijk in Veldhoven om 01.16 uur. Dit gegeven past bij de registraties van de door [medeverdachte 1] gehuurde auto, de Opel Astra met kenteken [kenteken 4] , die om 01.15 uur eveneens wordt gezien in Veldhoven. Om 15.16 uur bevindt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) zich weer in Amsterdam en om 19.16 uur weer in Eindhoven. Om 21.16 uur is de telefoon weer terug in Amsterdam. Ook de PGP BlackBerry van verdachte (eindigend op [nummer 1] ) wordt die dag, om 19.16 uur, in Eindhoven geregistreerd.

Om 18.44 uur wordt de BMW 1-serie nagenoeg gelijktijdig gescand met de door [medeverdachte 1] gehuurde Opel Astra in Eindhoven. Om 21.15 uur wordt [medeverdachte 1] gecontroleerd terwijl hij zich in de gehuurde Opel Astra bevindt in Amsterdam. Hij is dan samen met verdachte en de andere medeverdachten in deze zaak.

Januari 2015

Op 1 januari 2015 bevindt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) van [medeverdachte 1] zich samen met de gehuurde Opel Astra in Eindhoven om 22.32 uur. Ook de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte bevindt zich op dat tijdstip in Eindhoven.

Op 2 januari 2015 beweegt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) van [medeverdachte 1] opnieuw naar Eindhoven, gelijktijdig met de aan [medeverdachte 1] toebehorende Samsung tablet. Ook wordt die dag zijn Opel Astra huurauto nagenoeg gelijktijdig gescand met één van de gestolen BMW ‘s, de 3-serie. Dat vindt plaats omstreeks 21.16 uur. De tablet, de PGP BlackBerry van [medeverdachte 1] (eindigend op [nummer 4] ) en de gehuurde Opel Astra bewegen daarna in de nacht van 2 op 3 januari 2015 gezamenlijk terug naar Amsterdam. Ook bevindt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 1] ) van verdachte zich weer in Eindhoven, namelijk tussen 21.54 uur en 23.15 uur.

Op 4 januari 2015 beweegt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) van [medeverdachte 1] opnieuw naar Eindhoven, gelijktijdig met de Samsung tablet. Tussen 22.48 uur en 23.08 uur worden in Eindhoven de gehuurde Opel Astra, de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) en de tablet geregistreerd. De telefoon van verdachte straalt die dag wederom aan op een zendmast in Eindhoven, namelijk om 21.54 uur. In de nacht van 4 op 5 januari 2015 bevinden de Opel Astra en de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) van [medeverdachte 1] zich allebei weer in Amsterdam.

Op 5 januari 2015 reist de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) van [medeverdachte 1] weer gelijktijdig met de Samsung tablet van Amsterdam naar Eindhoven. De Opel Astra wordt in Eindhoven gescand om 19.34 uur en om 22.44 uur. Om 23.42 uur bevindt de Opel Astra zich weer in Amsterdam. Die dag wordt ook de BMW 3-serie rijdend in de buurt van Eindhoven gescand, namelijk om 21.32 uur. Niet alleen de telefoon van verdachte is die dag weer in Eindhoven (19.38 uur), maar ook de telefoon van [medeverdachte 2] (eindigend op [nummer 3] ), namelijk om 22.10 uur.

Op 10 januari 2015 wordt een andere huurauto van [medeverdachte 1] , een Mercedes ( [kenteken 6] ) om 03.16 uur gescand in de buurt van Eindhoven, namelijk in Veldhoven op de A2.

Om 18.52 uur bevindt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) van [medeverdachte 1] zich in de Dapperstraat te Amsterdam. Omstreeks die tijd, namelijk om 19.00 uur ziet de politie [medeverdachte 1] in de Dapperstraat in de desbetreffende Mercedes stappen. Omstreeks 20.52 uur bevindt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) van [medeverdachte 1] zich weer in Eindhoven. Om 22.35 uur en om 22.37 uur wordt de BMW 3-serie weer rijdend in de buurt van Eindhoven geregistreerd, namelijk in Veldhoven op de A2. De Mercedes wordt rond die tijd ook geregistreerd in Eindhoven, tussen 23.49 uur en 23.52 uur. Net voor 01.00 uur bevinden zich zowel de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) van [medeverdachte 1] als de Mercedes zich weer in Amsterdam. De PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) straalt dan een zendmast aan op de Dapperstraat. De PGP BlackBerry van zowel verdachte (eindigend op [nummer 1] ) als [medeverdachte 2] (eindigend op [nummer 3] ) bevinden zich die dag ook in Eindhoven, respectievelijk om 20.48 uur en om 21.11 uur.

Op 11 januari 2015 beweegt de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) van [medeverdachte 1] samen met de Samsung tablet weer naar Eindhoven. Om 21.00 uur wordt de tablet van [medeverdachte 1] in Eindhoven geregistreerd en om 22.25 uur wordt zijn PGP BlackBerry in Eindhoven geregistreerd. In de tussenliggende tijd, om 21.43 uur, wordt de BMW 3-serie weer geregistreerd in de buurt van Eindhoven, namelijk wederom in Veldhoven op de A2. Om 22.49 uur wordt de BMW 3-serie nog eens geregistreerd in Eindhoven, komend vanaf de A67. In die tijd zijn zowel de Samsung tablet als de PGP BlackBerry (eindigend op [nummer 4] ) van [medeverdachte 1] ook in Eindhoven. In de nacht van 11 op 12 januari 2015 bewegen zijn telefoon en de Mercedes weer naar Amsterdam. Op de tablet is om 18.14 uur via google gezocht naar een coffeeshop te Eindhoven aan de [adres 6] . Deze weg ligt op enkele meters afstand van het Servaasplein te Eindhoven, de plaats waar de BMW 3-serie en de BMW 1-serie geparkeerd stonden

Zowel de PGP BlackBerry van verdachte (eindigend op [nummer 1] ) als die van [medeverdachte 2] (eindigend op [nummer 3] ) peilen die dag uit in Eindhoven, respectievelijk om 20.35 uur en om 21.57 uur.

Op 25 januari 2015 wordt de BMW 3-serie rond 02.40 uur verplaatst. De PGP BlackBerry van [medeverdachte 1] (eindigend op [nummer 4] ) bevindt zich om 03.06 uur en om 03.35 uur in Eindhoven.

Gelet op voorgaande bevindingen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 1] in december 2014 en in januari 2015 meermalen van Amsterdam naar Eindhoven heeft gereisd. Op een aantal van die reismomenten is in de nabije omgeving en soms zelf gelijktijdig, de gestolen BMW 1-serie of BMW 3-serie geregistreerd. Uit voornoemde gegevens blijkt ook dat verdachte en [medeverdachte 2] in dezelfde periode meermalen in Eindhoven zijn geweest.

Verdachte heeft ter terechtzitting slechts in algemene zin verklaard dat hij weleens in Eindhoven komt. Hij heeft niet willen verklaren met welk doel en met wie hij op de genoemde data in Eindhoven is geweest. In Eindhoven bevonden de gestolen auto’s en de wapens zich. Verdachte is voorts vanaf Eindhoven gereisd naar Amsterdam, in een auto waarin zich die wapens bevonden, en geflankeerd door een auto waarin zich [medeverdachte 1] bevond, die meermalen via zijn tablet heeft ingelogd op een peilbaken dat zich onder de auto van [persoon 1] bevond. Al deze omstandigheden in aanmerking genomen, en gelet op zijn veelvuldige aanwezigheid in Eindhoven, gaat de rechtbank er vanuit dat verdachte al eerder, te weten in ieder geval vanaf 24 december 2014, betrokken is geweest bij de in Eindhoven geparkeerde auto’s. De rechtbank betrekt dit bij het bewijs voor het medeplegen van verdachte.

4.4.4.4 De aanschaf van de peilbakens

Op 16 januari 2015 zijn door een zogenoemde IMSI catcher twee peilbakens gescand op het woonadres van [medeverdachte 1] , [adres 2] te Amsterdam, deze bakens waren voorzien van de inlogcodes eindigend op de cijfers 65 en 71. Het baken eindigend op nummer 71 is teruggevonden onder de auto in gebruik bij [persoon 1] . Het baken eindigend op nummer 65 en nog weer een ander baken, eindigend op nummer 30, zijn op 1 februari 2015 bij de doorzoeking aan de [adres 2] te Amsterdam aangetroffen in de slaapkamer van [medeverdachte 1] . De rechtbank stelt vast dat deze drie bakens afkomstig zijn uit de [naam Spyshop] aan de [adres 3] te Arnhem. Uit facturen van de [naam firma] te Calais in Frankrijk, blijkt immers dat deze drie bakens op dezelfde dag, 9 januari 2015, zijn geactiveerd als de dag waarop een 4-tal bakens in deze winkel aan een passant werd verkocht. De bakens zijn geactiveerd vanuit [naam Spyshop] te Arnhem. Uit verstrekking van de historische gegevens van het baken eindigend op nummer 65 blijkt dat dit baken op 9 januari 2015 bovendien een rechtstreekse route heeft gevolgd vanaf de [naam Spyshop] te Arnhem naar het woonadres van [medeverdachte 1] , de [adres 2] te Amsterdam.

De rechtbank concludeert uit het voorgaande dat het [medeverdachte 1] is geweest die het peilbaken heeft aangeschaft dat uiteindelijk onder de auto van [persoon 1] is geplakt. Dat verdachte wist van dit peilbaken blijkt onder meer uit de PGP gesprekken, waarop later in dit vonnis zal worden teruggekomen. Zo wordt via de PGP BlackBerry op 31 december door “ [naam 1] ” aan verdachte gezegd: “we hebben nu iets onder zn waggie. Hou het wel voor je”. Die wetenschap blijkt ook uit de omstandigheid dat verdachte tezamen met [medeverdachte 1] , die via zijn tablet heeft ingelogd op het baken, van Eindhoven naar Amsterdam is gereisd.

4.4.4.5 Aantreffen van de BMW 3-serie op het Servaasplein – Onderzoek 13Kourion

Op 14 januari 2015 is de BMW 3-serie, met daarop gestolen kentekenplaten, op het Servaasplein aangetroffen in een ander onderzoek. In de nacht van 16 op 17 januari 2015 is de auto door de politie doorzocht en zijn twee geladen aanvalsgeweren aangetroffen (Kalasjnikovs) en een half geladen Uzi. De wapens zijn vervolgens onklaar gemaakt en teruggeplaatst in de auto. De in de auto aangetroffen jerrycan met benzine is vervangen door een vergelijkbare jerrycan, gevuld met water.

De BMW 1-serie, met daarop gestolen kentekenplaten, is op 25 januari 2015 aangetroffen op het Servaasplein in Eindhoven. Die dag is de BMW 3-serie enkele meters verplaatst en is de BMW 1-serie op de eerdere parkeerplek van de BMW 3-serie geplaatst.

4.4.4.6 De gebeurtenissen in de nacht van 30 op 31 januari 2015

Het baken eindigend op nummer 71, dat al eerder door middel van een IMSI scan was waargenomen in de woning van [medeverdachte 1] , blijkt op 30 januari 2015 in beweging te komen. [medeverdachte 1] had op 30 januari 2015 een door [persoon 3] gehuurde Citroën met kenteken [kenteken 1] in gebruik. Die avond bevinden deze Citroën en het baken zich in elkaars nabije omgeving. Zo bevindt de Citroën zich om 23.19 uur aan de Jan van Galenstraat te Amsterdam en op dat moment bevindt het baken zich daar ook. De locatie van het baken is dan in de nabije omgeving van de woning van [persoon 2] ( [adres 4] Amsterdam) en de woning van [persoon 1] ( [adres 5] . Daarna bewegen zowel het baken als de PGP BlackBerry van [medeverdachte 1] (eindigend op [nummer 4] ) naar Almere. In een chatgesprek via de PGP-BlackBerry ’s zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 3] om 23.58 uur dat hij in Almere is geweest. Dat gegeven komt overeen met de gegevens van het baken dat zich om 23.26 uur in Almere begeeft. De Vialis registraties van de Citroën met kenteken [kenteken 1] komen ook overeen met de bewegingen van het baken wanneer het terugkeert van Almere naar Amsterdam.

Op 31 januari 2015 om 00.43 uur bevindt het baken zich aan de Kattenburgerstraat te Amsterdam. Het baken wordt om 00.45 uur uitgezet. Een verbalisant ziet dan op de kruising Kattenburgerstraat/Kattenburgerkruisstraat de door [medeverdachte 1] in gebruik genomen Citroën met kenteken [kenteken 1] staan. Omstreeks 01.00 uur ziet de verbalisant de Citroën wegrijden.

4.4.4.7 De gebeurtenissen op 31 januari 2015

Het hiervoor genoemde baken wordt om 11.00 uur weer aangezet. Dan wordt de laatste locatie weergegeven, te weten de Kattenburgerstraat te Amsterdam. Daar is het baken immers uitgezet. Om 13.10 uur blijkt het baken weer in beweging te zijn. De weergegeven locatie is dan de Jan van Galenstraat te Amsterdam. De Jan van Galenstraat bevindt zich nabij de parkeergarage aan de [adres 4] , waar de door [persoon 1] gebruikte Opel Corsa geparkeerd stond. Vanaf dat tijdstip volgt het baken de route van deze Opel Corsa. De rechtbank concludeert hieruit dat het peilbaken zich dan bevindt onder de bij [persoon 1] in gebruik zijnde auto. Even voordat het baken om 11.00 uur werd aangezet om 10.38 uur, is de Citroën waarin [medeverdachte 1] rijdt, geregistreerd door een Vialis camera aan de Jan van Galenstraat. Deze camera bevindt zich vlakbij de parkeergarage aan de [adres 4] . Ook de Samsung tablet van [medeverdachte 1] bevindt zich dan in de nabije omgeving, namelijk om 11.03 uur in de Jan Voermanstraat te Amsterdam. Dat [medeverdachte 1] degene is geweest die het baken heeft bevestigd onder de door [persoon 1] gebruikte Opel Corsa, wordt verder versterkt door de inhoud van de gesprekken die zijn gevoerd door en/of tussen verdachte en de medeverdachten. Om 14.16 uur zegt ene [naam 1] immers tegen verdachte: “We hebben nu iets onder zijn waggie”. Om 16.52 uur vraagt [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 1] : “Heb je die ding geplakt dan?”. Op die dag heeft [medeverdachte 1] met zijn Samsung tablet bovendien meermalen ingelogd op dit peilbaken via de website [website] , namelijk om 10.05 uur, om 15.57 uur, om 19.33 uur en om 23.16 uur.

De Opel Corsa die in gebruik is bij [persoon 1] wordt om 20.15 uur aangetroffen in de parkeergarage aan de [adres 4] te Amsterdam. Om 22.35 uur zien verbalisanten [persoon 1] in gezelschap van twee anderen richting de Opel Corsa lopen. Omdat [persoon 1] en [persoon 2] mogelijk eerder doelwit waren van een liquidatie worden ze gewaarschuwd en gemaand de sleutels af te geven. Het baken wordt aangetroffen onder de Opel Corsa. De auto wordt vervolgens onklaar gemaakt en geplaatst te Tussenmeer in Amsterdam. Het baken wordt aan gelaten.

De voornoemde feiten en omstandigheden – in onderlinge samenhang bezien – , brengt de rechtbank tot de conclusie dat het [medeverdachte 1] moet zijn geweest die het peilbaken onder de huurauto van [persoon 1] heeft geplakt. Uit de gegevens blijkt dat hij daartoe immers de mogelijkheid had en ondersteuning hiervoor vindt de rechtbank in de hiervoor aangehaalde inhoud van de gevoerde gesprekken tussen [naam 1] en verdachte en tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] ,

waarbij met name uit het laatstgenoemde bericht blijkt dat het de bedoeling was dat [medeverdachte 1] dit zou doen en dat [medeverdachte 3] daarvan op de hoogte was.

4.4.4.8 De gebeurtenissen in de nacht van 1 februari 2016

Op de beelden afkomstig van de camera die staat gericht op het Servaasplein te Eindhoven is waar te nemen dat de bij [medeverdachte 1] in gebruik zijnde Citroën in de nacht van 1 februari 2015 het plein op komt rijden. Het is dan 02.30 uur. De Citroen wordt naast de gestolen BMW 3-serie geparkeerd. Er zijn vervolgens drie personen zichtbaar die de kentekenplaten van de BMW 3-serie verwisselen waardoor deze auto nu is voorzien van valse kentekenplaten [kenteken 3] . Het drietal loopt ook naar de gestolen BMW 1-serie, maar doet daar verder niets mee. Er worden kentekenplaten in de Citroën neergelegd en bij het wegrijden van de Citroën wordt een vierde persoon in deze auto gezien, die blijkbaar in de auto is blijven zitten gedurende de wisseling van de kentekenplaten. Het is medeverdachte [medeverdachte 3] , zoals blijkt uit zijn verhoor bij de politie. De drie in beeld gekomen personen worden herkend als [medeverdachte 1] , verdachte en [medeverdachte 2] . Verdachte heeft ter terechtzitting van 4 april 2016 erkend dat hij in beeld is.

Even later, omstreeks 02.48 uur, rijdt het viertal met zowel de Citroën als de BMW 3-serie, richting Amsterdam. Vanaf 03.12 wordt het viertal in de gaten gehouden door het arrestatieteam en het onderzoeksteam. Onderweg rijdt de BMW steeds voorop. Vlakbij Amsterdam komt de Citroën echter naast de BMW rijden en de Citroën neemt na korte communicatie tussen de twee auto’s, de leiding. De BMW rijdt nu achter de Citroën aan. Bij de afslag S107, Sloten, worden beide auto’s door het arrestatieteam tot stoppen gedwongen en worden de vier verdachten aangehouden.

Na de aanhouding is op de rijbaan één van de drie onklaar gemaakte vuurwapens aangetroffen, een aanvalsgeweer (Kalasjnikov). Dit vuurwapen blijkt dan te zijn doorgeladen. In de BMW 3-serie, te weten in de kofferbak, zijn vervolgens de andere twee wapens aangetroffen. Ook de pistoolmitrailleur (Uzi) blijkt te zijn doorgeladen. Bij het terugplaatsen van de drie onklaar gemaakte wapens waren deze niet doorgeladen.

4.4.4.9 Medeplegen van het voorbereiden van een liquidatie op [persoon 1]

Hiervoor is vastgesteld dat [medeverdachte 1] zich veelvuldig van Amsterdam naar Eindhoven heeft begeven in de periode voorafgaand aan 1 februari 2015. Ook is vastgesteld dat [medeverdachte 1] meermalen op verschillende locaties gelijktijdig is geregistreerd met de gestolen BMW 1-serie en BMW 3-serie en dat ook [medeverdachte 2] en verdachte zich blijkens de gegevens van de door hun gebruikte PGP BlackBerry ‘s meermalen in Eindhoven hebben begeven op tijdstippen dat [medeverdachte 1] daar ook was.

Ook heeft de rechtbank in het voorgaande vastgesteld dat [medeverdachte 1] zich op 30 januari 2015 heeft begeven in de omgeving van zowel de woonadressen van [persoon 1] als [persoon 2] en dat het peilbaken, dat later is aangetroffen onder de door [persoon 1] gebruikte auto, zich op 30 januari 2015 in de door [medeverdachte 1] gehuurde auto, de Citroën, bevond. Die volgende ochtend, op 31 januari 2015, heeft [medeverdachte 1] het desbetreffende peilbaken onder de door [persoon 1] gebruikte auto geplaatst. Tevens is vastgesteld dat [medeverdachte 3] er op 31 januari 2014 weet van had dat [medeverdachte 1] dit zou doen.

Die avond zijn de vier verdachten tezamen van Amsterdam naar Eindhoven gereden om de BMW 3-serie op te halen die zij, alvorens zij weer naar Amsterdam zouden reizen, eerst hebben voorzien van andere kentekenplaten. Verdachte heeft ter terechtzitting van 4 april 2016 verklaard dat hij – over de op de originele kentekenplaten ( [kenteken 7] ) van de BMW 3-serie geplaatste kentekenplaten ( [kenteken 8] ) de valse kentekenplaten heeft geschroefd die bij de aanhouding op de BMW 3-serie zijn aangetroffen ( [kenteken 3] ). Hij heeft deze kentekenplaten uit een tasje gepakt dat in de Citroën lag, waar zich ook een schroevendraaier in bevond. Verdachte was ook degene die al eerder de kentekenplaten [kenteken 8] op de BMW 3-serie heeft geschroefd, dat heeft hij ter zitting verklaard. [medeverdachte 2] en verdachte zijn vervolgens in de BMW 3-serie gestapt en [medeverdachte 1] is in de Citroën gestapt waarin [medeverdachte 3] zich ook bevond. In de BMW 3-serie lagen geladen automatische vuurwapens waarover in ieder geval [medeverdachte 2] en verdachte feitelijk de beschikking hadden. Twee van de drie vuurwapens zijn na de aanhouding aangetroffen in de auto waarin verdachte en [medeverdachte 2] zaten, waarvan één inmiddels doorgeladen was. [medeverdachte 2] is nadat de auto tot stoppen is gedwongen door het arrestatieteam met het derde, inmiddels ook doorgeladen vuurwapen uit de BMW 3-serie gestapt. Het kan niet anders zijn dan dat verdachte heeft moeten zien dat [medeverdachte 2] op enig moment deze Kalasjnikov vanuit de kofferbak in handen heeft genomen. Aan de verklaring van verdachte, dat hij geen wapen heeft gezien, gaat de rechtbank dan ook voorbij.

In de BMW 3-serie zijn verder aangetroffen, naast de meergenoemde vuurwapens, een extra patroonhouder met munitie voor de Uzi in het deurvak aan de kant van de bijrijder, een handflare en een jerrycan die oorspronkelijk was gevuld met benzine. Deze uitrusting was zonder meer geschikt voor het plegen van een moord. In combinatie met het door [medeverdachte 1] geplaatste peilbaken kon de locatie van het potentiële slachtoffer, [persoon 1] , bovendien nauwkeurig worden getraceerd. Daar komt nog bij dat bij medeverdachte [medeverdachte 2] ook een bivakmuts en handschoenen zijn aangetroffen en dat de verdachten donkere kleding droegen. De aanwezigheid van de handflare en de benzine wijzen erop dat ook rekening was gehouden met de mogelijkheid om de BMW 3-serie in brand te steken teneinde sporen uit te wissen, een ingeval van liquidatie beproefde en veel toegepaste methode. Onder medeverdachte [medeverdachte 2] is bovendien bij zijn aanhouding een middel aangetroffen dat geschikt is voor het schoonmaken van wapens.

In het kader van het voorgaande is nog van belang de inhoud van de chatgesprekken die tussen verdachten zijn gevoerd op 31 januari 2015, voorafgaand aan het ophalen van de BMW 3-serie vanuit Eindhoven en de terugkeer met beide auto’s naar Amsterdam. Hieronder zullen een aantal van die gesprekken worden aangehaald.

Verdachte zegt tegen ene [naam 1] op 31 januari 2015 om 14.14 uur: “[naam 2] heb [bijnaam persoon 1] se mail hij wil lokken segtvie”. [naam 1] zegt tegen verdachte: “we hebben nu iets onder zn waggie. Hou het wel voor je. Als het nodig is laten we [naam 2] m lokken”.

Verdachte zegt vervolgens tegen [naam 1]: “wnr bosse we em” en [naam 1] antwoordt: “wacht tot ik je zeg. Moet wel snel”.

Om 16.04 uur zegt [medeverdachte 1] tegen verdachte: “heb die duplicaat we moeten straks die waggies terug rijden”.

[medeverdachte 3] zegt om 16.43 uur tegen [medeverdachte 1] : “en sama dan die andere man geen getimer meer??” waarop [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 3] zegt: “Regel dat die motro vandaag helemaal word schoongemaakt alles shi paar herkenbare dingen weghale”. [medeverdachte 1] zegt: “Morge of overmorge gaan we m vegen” waarop [medeverdachte 3] zegt: “Hoe dan waar gaan we em vege moet tog weggetje skennoes”. [medeverdachte 3] zegt tegen [medeverdachte 1] : “heb je die ding geplakt dn?”. Waarop [medeverdachte 1] antwoordt: “Regel die motro gwn vandaagoes ff we gaan no skenne”.

Om 16.58 uur zegt verdachte tegen [medeverdachte 2] : “Gaan we so die wags pepp directeur heb die kenies”. Om 17.16 uur zegt verdachte tegen [medeverdachte 2] : “haha er moe sowiso ieman mee om terug te drive we heb 3 driver nodig”.

Om 18.50 uur zegt [medeverdachte 3] tegen [medeverdachte 2] : “Ik bn ondrweg chil em daar we gaan morge of overmorge die gast geve we moete die motro ff schoonfixe en die achterlampje enso hij moet ready zyn”.

De raadsvrouw heeft met betrekking tot voornoemde gesprekken aangevoerd dat de bewijswaarde daarvan gering is. De methode om de PGP-BlackBerry ‘s te ontsleutelen en daarmee de berichten uit te lezen staat nog in de kinderschoenen. Foutjes, zoals het ontbreken van gesprekken tussen de weergegeven gesprekken door, vallen niet uit te sluiten, aldus de raadsvrouw.


De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De deskundige van het NFI, heeft ter terechtzitting van 4 april 2016 verklaard dat om de encrypted PGP-BlackBerry ’s te kunnen uitlezen, een wachtwoord was vereist. Dit wachtwoord is achterhaald. Voor het overige betrof het een procedure waarbij een kopie van de gegevens van de PGP BlackBerry ‘s is gemaakt. Er is dus geen zodanig vernieuwende methode toegepast dat gesteld kan worden dat deze in de kinderschoenen staat. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding dit verweer te honoreren.

De rechtbank neemt daarbij ook in aanmerking, dat verdachte over deze chatgesprekken niets heeft verklaard en niet uit het dossier is gebleken, dat er sprake is van meer, niet door het NFI achterhaalde berichten. Nu er aldus geen aanwijzingen zijn dat er ontlastende gesprekken zijn gevoerd met de PGP BlackBerry ‘s, gaat de rechtbank uit van de onderzoeksresultaten van het NFI.

De verklaring van verdachte, dat hem in de nacht van 31 januari 2015 op 1 februari 2015 enkel is gevraagd een auto van de ene naar de andere locatie te verplaatsen en dat hij niets zou hebben geweten van de zich in de BMW 3-serie bevindende vuurwapens, handflare, jerrycan en munitie, dan wel van een onder een auto geplakt peilbaken, is – gezien de inhoud van voornoemde gesprekken – ongeloofwaardig.

De inhoud van voornoemde gesprekken leveren niet alleen bewijs maar overtuigen de rechtbank er ook van in het licht van de overige bewijsmiddelen dat in ieder geval een liquidatie op handen was. Het is naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan dat de liquidatie ook daadwerkelijk die bewuste avond zou plaatsvinden. Wel staat vast dat in ieder geval [persoon 1] , die de bijnaam ‘ [bijnaam persoon 1] ’ heeft, welke naam ook in de chatgesprekken op 31 januari 2015 voorkomt, het beoogde doelwit was van een liquidatie die op korte termijn zou plaatsvinden. Ook toont de inhoud van de berichten aan dat elke verdachte met dezelfde criminele intentie handelde. Hoewel de rollen van de verdachten verschilden, kan aan de hand van de inhoud van de gesprekken worden geconcludeerd dat alle verdachten van de spreekwoordelijke hoed en de rand wisten en dat zij dus ook allen handelden in die wetenschap.

Zoals hiervoor is overwogen, stelt de rechtbank vast dat verdachte meermalen tezamen met –in ieder geval- de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in Eindhoven is geweest, de plek waar een gestolen BMW 3-serie stond geparkeerd met daarin automatische vuurwapens, benzine, en munitie. Verdachte is vervolgens, ook volgens zijn eigen verklaring, betrokken geweest bij het ophalen van die auto, en bij het verwisselen van de kentekenplaten van die auto. Verdachte was in Eindhoven ten tijde van het verwisselen van die kentekenplaten tezamen met de eerder genoemde medeverdachten. De medeverdachte [medeverdachte 1] was in het bezit van een tablet, waarmee hij diverse malen heeft ingelogd op een peilbaken dat hij eerder had aangeschaft en dat zich onder de auto van [persoon 1] bevond. Verdachte heeft door middel van zijn PGP BlackBerry diverse gesprekken gevoerd, die deels hierboven zijn weergegeven. Uit de gesprekken leidt de rechtbank af dat verdachte weet had van de plannen om een ander van het leven te beroven. Hij wist aldus wat de criminele bedoeling was van zijn handelingen, die onder meer hebben bestaan uit het tezamen met zijn mededaders vervoeren van automatische wapens en een gestolen auto. De rechtbank acht hem dan ook als medepleger verantwoordelijk voor het voorbereiden van een moord.

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen met uitzondering van het voorhanden hebben van de BMW 1-serie en de daarop bevestigde kentekenplaten ter voorbereiding van een liquidatie, omdat niet vast is komen te staan dat deze 1-serie daartoe voorhanden is geweest.

4.4.4.10 Medeplegen van het voorbereiden van een brandstichting

Gelet op de hiervoor beschreven overwegingen acht de rechtbank ook het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor een brandstichting bewezen. In de periode van 22 december 2014 tot en met 1 februari 2015 hebben zich, weliswaar opvolgend, de handflare en de benzine in de auto bevonden. Deze combinatie van goederen is geschikt voor brandstichting. Dat de jerrycan met benzine door het onderzoeksteam was vervangen door water en met water niet daadwerkelijk brand kan worden gesticht, doet aan het voorgaande niet af, gezien de bewezen te achten periode.

De rechtbank kent daarbij bijzondere betekenis toe aan de omstandigheid dat op 1 februari 2015 een handflare in de auto aanwezig was, waar dit tijdens de eerdere heimelijke doorzoeking van de auto nog niet het geval was. Daarbij komt dat verdachten in de veronderstelling waren dat zij in het bezit waren van een jerrycan met benzine.

Hiervoor heeft de rechtbank reeds overwogen dat kan worden bewezen dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachten zich heeft bezig gehouden met het voorbereiden van een liquidatie. Het is een feit van algemene bekendheid dat daders van een liquidatie daarbij gebruikte (vlucht)auto(s) in brand steken om sporen uit te wissen en opsporing te bemoeilijken. Nu verdachten dezelfde criminele intentie hadden en er sprake was van een gezamenlijke uitvoering houdt de rechtbank de verdachten ook voor dit feit als medeplegers verantwoordelijk. Dit laatste geldt overigens niet voor [medeverdachte 3] omdat ten aanzien van hem niet enige eerdere bemoeienis met de BMW 3-serie kan worden aangenomen en hij anders dan de andere verdachten ook op de bewuste nacht niet uit de Citroën en bij of in de BMW 3-serie is geweest. Uit de ontsleutelde PGP- gesprekken volgt dat hij wist van een plan tot liquidatie, maar niet dat hij ook weet had van brandstichting.

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen.

4.4.4.11 Medeplegen van het voorhanden hebben van de vuurwapens en munitie

Verdachte en [medeverdachte 2] hadden de feitelijke beschikking over de wapens die zich in de BMW 3-serie bevonden op het moment van de rit van Eindhoven naar Amsterdam en de daarop gevolgde aanhouding in Amsterdam. Twee van de wapens bevonden zich in de achterbak van de auto. Hoewel deze wapens door de politie niet doorgeladen in die kofferbak waren teruggelegd, was op het moment van aanhouding een van deze twee wel doorgeladen. Het derde wapen bevond zich tijdens de aanhouding onder direct bereik van [medeverdachte 2] , die voorin op de passagiersstoel zat naast verdachte. [medeverdachte 2] is met dit inmiddels ook doorgeladen wapen uit de auto gestapt. Nu in de periode tussen het terugleggen van de wapens en het gaan rijden met de BMW door verdachten, geen activiteit bij de auto (die immers onder camerabewaking stond) is gesignaleerd, kan het niet anders dan dat [medeverdachte 2] dan wel verdachte via de binnenkant van de auto, via het skiluik, zich toegang heeft verschaft tot de wapens. Daar komt nog bij dat in het portier van de BMW 3-serie munitie, passend op de inmiddels doorgeladen Uzi is aangetroffen; munitie die er bij het onderzoeken, onklaar maken en terugleggen van de wapens door de politie, nog niet lag.

De rechtbank slaat acht op mede in het licht de op 31 januari en 1 februari 2015 gevoerde chatgesprekken, waaronder een bericht van verdachte aan [naam 1] om 14.14 uur inhoudend: ‘ [naam 2] heb [bijnaam persoon 1] se mail hij wil lokken segtvie’ en diens antwoord aan verdachte ‘We hebben nu iets onder zn waggie’, om 14.35 uur vraagt verdachte aan [naam 1] ‘Wnr bosse we em’, die antwoordt met ‘Wacht tot ik je zeg. Moet wel snel’. Een bericht van [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 1] om 16.43 uur ‘Ee samsa dan die andere man geen getimer meer?’ wordt door [medeverdachte 1] beantwoord waarop [medeverdachte 3] hem vraagt ‘En dan?”. Het antwoord van [medeverdachte 1] op deze vraag van [medeverdachte 3] luidt “morge of overmorgen gaan we m vegen”. [medeverdachte 3] vraagt [medeverdachte 1] “Hoe dan waar gaan we em vege moet tog weggetje skennoes” en vraagt hem ook “heb je die ding geplakt dn?”. Waarop [medeverdachte 1] om 16.53 uur antwoordt: “Regel die motro gwn vandaagoes ff we gaan no skenne”. [medeverdachte 3] bericht aan [medeverdachte 2] om 18.50 uur “morge of overmorge die gast geve” . Om 21.41 uur bericht verdachte “ [naam 1] ” waar hij de auto zal gaan neerzetten; “Mt spullen erin”.

Al het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien kan het niet anders dan dat verdachte en [medeverdachte 2] , maar ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] op de hoogte waren van de plannen. Hoewel [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] in de Citroën zaten op het moment van terugkeer naar Amsterdam acht de rechtbank ten aanzien van beiden evenzeer de wetenschap omtrent de aanwezigheid van de wapens en de munitie in de BMW 3-serie aanwezig. Daarvoor geldt het voorgaande en voorts hetgeen reeds ten aanzien van de voorbereiding van een liquidatie in vereniging is overwogen.

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen.

4.4.4.12 Medeplegen van de heling van de BMW 3-serie en BMW 1-serie en kentekenplaten

Verdachte is aangehouden in een BMW3-serie, die van diefstal afkomstig was. Op het parkeerterrein in Eindhoven stond ook een BMW1-serie, eveneens van diefstal afkomstig.

Verdachte heeft, ook volgens zijn eigen verklaring, de kentekenplaten van de BMW 3-serie verwisseld en is vervolgens met die BMW naar Amsterdam gereden.

Ten aanzien van de BMW 1-serie geldt het volgende. Bij de aanhouding van verdachte is tijdens zijn vlucht de sleutel van de BMW 1-serie door hem weggegooid. Verdachte had dan ook de beschikking over die auto. Daartoe is ook van belang dat verdachte ter terechtzitting van 4 april 2016 verklaard dat hem is gevraagd een auto in Eindhoven op te halen en dat hij daartoe de sleutels van beide BMW ‘s had gekregen. Hij heeft niet verklaard waarom hij de sleutel weggooide. Op het parkeerterrein Servaasplein te Eindhoven zijn verdachte en [medeverdachte 2] naar de BMW 1-serie toe gelopen. Een gesprek tussen [medeverdachte 1] en verdachte over de BMW 1-serie is in dit kader van belang. Om 03.05 uur vraagt [medeverdachte 1] aan verdachte: “En die 1-serie?”, waarop verdachte antwoordt: “Doen we later is faya die shroefen”. Ter terechtzitting heeft verdachte, na confrontatie met dit bericht, verklaard dat hij daarmee bedoelde dat het lastig is om kentekenplaten te verwisselen.

De betrokkenheid van verdachte bij beide auto’s staat aldus vast. Onder de gegeven omstandigheden, de PGP gesprekken mede in aanmerking genomen, nu daaruit een criminele bedoeling met de auto’s kan worden afgeleid, is de rechtbank van oordeel dat verdachte heeft moeten begrijpen dat het hier om gestolen auto’s ging. Daarbij is nog van belang dat het wisselen van kentekens niet anders dan bedoeld kan zijn om de herkomst van de auto’s en kentekens te verhullen.

Anders dan voor verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , geldt voor [medeverdachte 3] dat er tegen hem onvoldoende bewijs is van enige strafbare betrokkenheid bij de BMW 1-serie en de daarbij gebruikte kentekenplaten.

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen en op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, bewezen dat verdachte:

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

in de periode van 22 december 2014 tot en met 1 februari 2015 te in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het met anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord als bedoeld in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk

  1. twee (volautomatische) militaire aanvalsgeweren, waarvan één doorgeladen, (merk: Zastava, model: M7OAB2, kaliber: 7,62 x 39 mm) en een doorgeladen pistoolmitrailleur (merk Fabrique Nationale (Licentiebouw Uzi), model Uzi M61, kaliber: 9 millimeter Luger (9x19 millimeter) en een patroonmagazijn (bestemd voor een Uzi M61) en

  2. in voornoemde Zastava’s telkens 30 volmantel patronen (kaliber 7,62x39 mm) en in voornoemde Uzi 30, patronen (kaliber: 9 millimeter Luger (9x19 millimeter)) en in voornoemd patroonmagazijn 24, patronen (kaliber: 9 millimeter Luger (9x19 millimeter)) (geschikt om verschoten te worden met voornoemde pistoolmitrailleur) en een patroon (kaliber 7,62x39 mm) (geschikt om verschoten te *worden met voornoemde Zastava’s en

  3. een gestolen personenauto’s (merk: BMW 335, origineel kenteken: [kenteken 7] ) en

  4. gestolen kentekenplaten ( [kenteken 8] ) (bevestigd op voornoemde BMW 335) en valse kentekenplaten [kenteken 3] (bevestigd op voornoemde BMW 335) en

  5. en gehuurde personenauto (merk: Citroën, kenteken: [kenteken 1] ) en

  6. een bivakmuts en

  7. donkerkleurige handschoenen en

  8. donkerkleurige kledingstukken en

  9. een schroevendraaier en

  10. een peilbaken (IMEI nummer: [IMEI nummer 2] ) en

  11. een tablet voorzien van software om een peilbaken te volgen en

  12. vier PGP (zogenaamde Pretty Good Privacy) BlackBerry ‘s (telefoonnummers: [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] ),

bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en voorhanden heeft gehad

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

in de periode van 22 december 2014 tot en met 1 februari 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het met anderen te plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten brandstichting als bedoeld in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht, opzettelijk

  1. een jerrycan met daarin benzine, en

  2. een handflare (noodseinfakkel) (merk: Painswessex, model: Red handflare MK8),

bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad

ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

in de periode van 22 december 2014 tot en met 1 februari 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, vuurwapens van categorie II, te weten

  1. twee volautomatische militaire (aanvalsgeweren, waarvan één doorgeladen, (merk: Zastava, model: M7OAB2, kaliber: 7,62 x 39 mm) en

  2. een doorgeladen pistoolmitrailleur (merk Fabrique Nationale (Licentiebouw Uzi), model: Uzi M61, kaliber: 9 millimeter Luger (9 x19 millimeter) en munitie van categorie II en III, te weten

  3. in voornoemde Zastava’s telkens 30, patronen van kaliber 7.62 x 39 mm (volmantel) en

  4. in voornoemde pistoolmitrailleur 30, patronen (kaliber: 9 millimeter Luger (9x19 millimeter) (type hollowpoint) en

  5. en patroon van kaliber 7,62 x39 mm en

  6. een patroonmagazijn, bestemd voor een Uzi M61, met daarin 24, patronen (kaliber: 9 millimeter Luger (9 x19 millimeter), voorhanden heeft gehad

ten aanzien van het onder 5, subsidiair ten laste gelegde:

in de periode van 31 januari 2015 tot en met 1 februari 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen,

  1. een motorvoertuig, te weten een BMW 335 (origineel kenteken ( [kenteken 9] ) en

  2. een motorvoertuig, te weten een BMW serie 1 (origineel kenteken [kenteken 10] ) en

  3. twee kentekenplaten, voorzien van kenteken [kenteken 8] en

  4. twee kentekenplaten, voorzien van kenteken [kenteken 11] ,

heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven en het voorhanden krijgen van deze goederen wist, dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de onder 1, 2, 4 en 5 subsidiair bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaren, met aftrek van voorarrest.

8.2

Het strafmaatverweer van de verdediging

8.2.1

Persoonlijke omstandigheden

De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht bij de oplegging van een straf rekening te houden met de jeugdige leeftijd van verdachte, met zijn beperkte verstandelijke vermogens en met de media aandacht die deze zaak heeft gekregen waardoor verdachte vreest voor zijn leven en voor dat van zijn naasten.

8.2.2

Met betrekking tot de aanhouding

De raadsvrouw heeft bepleit dat er geen enkele reden was om geweld toe te passen tegen verdachte bij zijn aanhouding. Daartoe is aangevoerd dat verdachte in zijn been is gebeten, terwijl hij reeds op zijn knieën zat, met zijn handen op zijn hoofd, zodat de situatie onder controle was. Er is in de visie van de verdediging dan ook onrechtmatig opgetreden door de leden van het arrestatieteam waardoor sprake is van een vormverzuim. Omdat geen compensatie mogelijk is, verzoekt de raadsvrouw strafvermindering toe te passen.

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat de aanhouding weliswaar gewelddadig, doch niet onrechtmatig was. Daarbij heeft de officier van justitie aangevoerd dat het OM het ervoor houdt dat verdachte zijn handen niet op zijn hoofd had gedaan, waardoor de hondenbeet nodig was om de situatie onder controle te krijgen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

8.3.1

De aanhouding

De rechtbank stelt aan de hand van de stukken uit het Rijksrecherche onderzoek, die zich in het dossier bevinden, en aan de hand van de ter terechtzitting bekeken beelden van de aanhouding, vast dat verdachte, nadat hij de auto waarin hij zat was uit gevlucht, is achtervolgd door leden van het arrestatieteam. Ter hoogte van een portiek heeft verdachte zijn vlucht opgegeven en is hij blijven staan. Hij is vervolgens door leden van het arrestatieteam gesommeerd om op zijn knieën te gaan zitten en zijn handen op zijn hoofd te doen. De rechtbank leidt uit de beelden af dat verdachte aan dit bevel gehoor heeft gegeven. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat volgens de verklaring van twee aanwezige leden van het arrestatieteam, te weten DSI11 en DSI07, de situatie op dat moment onder controle was. Daarbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat juist deze twee leden van het arrestatieteam verdachte op dat moment onder schot hielden. In deze situatie heeft de hondengeleider, DSI06, verdachte een trap in zijn rug gegeven, waarna hij zijn hond het bevel ‘vast’ heeft gegeven om verdachte in zijn been te bijten.

De rechtbank stelt vast dat in de gegeven omstandigheden de noodzaak de hond het bevel ‘vast’ te geven niet is komen vast te staan, immers was de verdachte genoegzaam onder controle. . Het toch inzetten van de hond was op dat moment een te vergaand middel. In zoverre is sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Nu dit verzuim – gelet op het nadeel dat verdachte daarvan heeft ondervonden – niet meer kan worden hersteld en geen andere compensatie mogelijk is, zal de rechtbank het verzuim verdisconteren in de strafmaat. Bij de bepaling van de hoogte van de strafkorting weegt de rechtbank tevens mee dat het herstel en de revalidatie van het ondervonden lichamelijk letsel in gevangenschap bezwarend is. Dit alles leidt tot een strafvermindering van 3 maanden.

8.3.2

De strafmaat

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte is als medepleger betrokken geweest bij het voorbereiden van de koelbloedige plannen om een geselecteerd slachtoffer te liquideren. Door zijn voorbereidingshandelingen heeft hij alle omstandigheden gecreëerd voor het voltooien van de liquidatie, die dankzij het ingrijpen van de politie is voorkomen. Naast deze voorbereidingshandelingen en de voorbereidingshandelingen voor brandstichting, heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan verboden wapenbezit en heling van auto’s en kentekenplaten.

Het gemak waarmee verdachte zich heeft ingelaten met zware automatische vuurwapens en plannen die zien op moord, baren de rechtbank en de maatschappij ernstige zorgen. De verdachten zijn in deze zaak zeer berekenend te werk gegaan. Daarbij hebben de verdachten op geen enkele wijze rekening gehouden met het gevaar dat zij met hun handelen creëren voor een ieders leven. Verdachte heeft geen enkel inzicht gegeven in zijn motieven zich in te laten met de voorbereiding van de liquidatie en enkel verklaard betrokken te zijn bij het verplaatsen van een auto van A naar B .

Hoewel de rechtbank rekening heeft gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte en zijn beperkte verstandelijke vermogen, zoals blijkt uit het rapport van Reclassering Nederland van 3 februari 2015, staat daar tegenover dat uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte blijkt, dat hij in 2014 is veroordeeld voor een levensdelict, een poging tot doodslag, waarvoor aan hem een onvoorwaardelijke jeugddetentie is opgelegd. De rechtbank acht een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor deze zaak dan ook op zijn plaats en ziet in het voorgaande aanleiding om aansluiting te zoeken bij de geëiste straf van 9 (negen) jaar, die verdachte in toekomst ervan moet weerhouden al dan niet soortelijke misdrijven te plegen. Daarnaast dient deze gevangenisstraf als signaal naar de samenleving enerzijds als bescherming, anderzijds ter afschrikking. Omdat er sprake was van een onrechtmatigheid bij de aanhouding van verdachte en daarmee sprake is van een vormverzuim, zal de rechtbank op die straf een korting toepassen van 3 (drie) maanden.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank rekening gehouden met de meerdaadse samenloop van de feiten en met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. De hierna te noemen straf is passend en geboden.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 46, 47, 57, 63, 157, 289 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezen geachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

Verklaart het onder 3 primair en subsidiair en onder 5 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4 en 5 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde:,

Medeplegen van voorbereiding van moord

Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:

Medeplegen van voorbereiding van brandstichting

Ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot wapens van categorie II en munitie van categorie III, meermalen gepleegd

Ten aanzien van het onder 5 subsidiair bewezen verklaarde:

Medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) jaar en 9 (negen) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Knol, voorzitter,

mrs. E.M.M. Gabel en E. Dinjens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Flikkenschild, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 mei 2016.