Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:2370

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
12-04-2016
Datum publicatie
11-05-2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 6802
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verweerder één traplift toekent en bekostigt op de voorwaarde dat eiseres en [betrokkene]liet ook één traplift bekostigen. De rechtbank beoordeelt de oplegging van de eigen bijdrage in het licht van de toepassing van deze hardheidsclausule door verweerder. In het voortraject is uitdrukkelijk besproken onder welke (financiële) voorwaarden verweerder de woonruimteaanpassing met toepassing van de hardheidsclausule zou toekennen aan eiseres. Daarbij is de eigen bijdrage geen onderwerp van bespreking geweest. Indien verweerder voornemens was om – bovenop het akkoord – een eigen bijdrage op te leggen als financiële voorwaarde. Dan was het in het kader van een zorgvuldig onderzoek nodig geweest dat dit onderwerp van gesprek was, voordat tot toekenning van de woonruimteaanpassing zou worden overgegaan. Gelet op het voorgaande heeft verweerder niet in redelijkheid een eigen bijdrage kunnen opleggen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 15/6802

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2016 in de zaak tussen

[de vrouw] , te Amsterdam, eiseres,

en

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. J.C. Smit).

Procesverloop

Bij besluit van 13 juli 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een traplift van de begane grond naar de eerste verdieping toegekend.

Bij besluit van 15 september 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 maart 2016. Eiseres is verschenen.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1 Feiten en omstandigheden

1.1.

De woning van eiseres bevindt zich op de derde etage van een appartementencomplex.

1.2.

Op 14 januari 2015 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor drie trapliften. De MO-zaak heeft naar aanleiding van deze aanvraag een negatief advies uitgebracht. Vervolgens heeft verweerder in het besluit van 10 maart 2015 de aanvraag van eiseres op basis van het advies van de MO-zaak afgewezen. Eiseres is hiertegen in bezwaar gegaan.

1.3.

In het besluit van 12 mei 2015 heeft verweerder overwogen dat het besluit van 10 maart 2015 terecht is genomen, maar dat op basis van de hardheidsclausule van artikel 9.1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam (Verordening 2015) zal worden afgeweken van de bestreden beslissing vanwege bijzonder omstandigheden.

1.4.

In het primaire besluit staat – kort samengevat – dat eiseres in aanmerking komt voor een traplift over één verdieping van de begane grond naar de eerste verdieping. De traplift wordt alleen geplaatst als gelijktijdig de traplift van 2 naar 3 hoog door [betrokkene] en [de vrouw] voor eigen rekening cliënten wordt besteld en afgenomen bij [bedrijf] . De gemeente vraagt voor deze voorziening een eigen bijdrage. De hoogte van de maximale periode bijdrage (per 4 weken) wordt vastgesteld door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).

1.5.

Eiseres heeft op 20 augustus 2015 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

1.6.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaarschrift van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder heeft daartoe – kort samengevat – overwogen dat de overweging dat eiseres een eigen bijdrage moet gaan betalen niet is aan te merken als een besluit dat vatbaar is voor bezwaar bij de gemeente. De hoogte van de eigen bijdrage wordt vastgesteld door het CAK. Van het CAK zal eiseres daarover een vaststellingsbesluit ontvangen, waartegen zij wel in bezwaar kan gaan, aldus verweerder.

1.7.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Op de beroepsgronden zal hierna worden ingegaan.

2 Wettelijk kader

2.1.

Op grond van artikel 2.1.4, eerste lid onder b van de WMO 2015 kan – voor zover van belang – bij verordening worden bepaald dat een cliënt een bijdrage in de kosten is verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget. In het zesde lid is – voor zover van belang – bepaald dat de bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt vastgesteld en voor de gemeente geïnd door het CAK.

2.2.

Artikel 2.6, derde lid van de Verordening 2015 van de gemeente Amsterdam bepaalt dat als er sprake is van een te betalen bijdrage in de kosten, dit in de beschikking wordt opgenomen.

2.3.

Artikel 5.3.1, eerste lid van de Verordening 2015 bepaalt – voor zover van belang – dat de bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening inkomensafhankelijk is. Het tweede lid van dit artikel bepaalt – voor zover van belang – dat de bijdrage voor een maatwerkvoorziening ten hoogste gelijk is aan de maximale bijdrage die mogelijk is op grond van het uitvoeringsbesluit, waarbij geldt dat zij nooit hoger is dan de kostprijs van de voorziening.

2.4.

Op grond van artikel 9.1. van de Verordening 2015 (de hardheidsclausule) kan het college in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt met een vastgestelde ondersteuningsbehoefte afwijken van de bepalingen van deze verordening, als toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

3 Inhoudelijke beoordeling

3.1.

Eiseres voert – kort samengevat – aan dat verweerder ten onrechte heeft vastgesteld dat zij een eigen bijdrage moet betalen voor de toegekende woonruimteaanpassing in de vorm van een traplift. Dit is in strijd met het akkoord dat zij met verweerder had.

3.2.

De rechtbank stelt allereerst vast dat uit het besluit van 12 mei 2015 blijkt dat op basis van de hardheidsclausule een akkoord is bereikt tussen eiseres en verweerder over de toekenning van een woonruimteaanpassing. Het akkoord houdt – kort samengevat – in dat verweerder één traplift zal toekennen en bekostigen (van de begane grond naar de eerste verdieping) op de uitdrukkelijke voorwaarde dat eiseres en [betrokkene] ook één traplift bekostigen (van de tweede naar de derde verdieping). Bij het primaire besluit is de woonruimteaanpassing – in afwijking van de bepalingen in de Verordening 2015 – toegekend op basis van de hardheidsclausule onder de hiervoor genoemde specifieke (financiële) voorwaarden.

3.3.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn alle (financiële) voorwaarden van het akkoord onderdeel van de toepassing van de hardheidsclausule en om deze reden gericht op rechtsgevolgen. In zoverre is eiseres daarom ontvankelijk in haar bezwaar en in haar beroep tegen de vaststelling van de eigen bijdrage. Het beroep tegen het bestreden besluit waarbij verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, is daarom gegrond. De overige beroepsgronden van eiseres kunnen daarom onbesproken blijven. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien en overweegt daartoe het volgende.

3.4.

Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat ten aanzien van elke voorziening op grond van de WMO 2015 een eigen bijdrage wordt opgelegd. Dat volgens het akkoord met eiseres, verweerder één traplift toekent en bekostigt op de voorwaarde dat eiseres en [betrokkene] ook één traplift bekostigen, maakt volgens verweerder niet dat geen eigen bijdrage mag worden opgelegd. De rechtbank volgt verweerder hierin niet en benadrukt allereerst dat zij de oplegging van de eigen bijdrage beoordeelt in het licht van de toepassing van de hardheidsclausule door verweerder. Het akkoord tussen eiseres en verweerder is bereikt na een voortraject van negen maanden waarin eiseres gesprekken heeft gevoerd met verweerder, waarbij ook [betrokkene] en de gemeentelijke ombudsman betrokken zijn geweest. In dit voortraject is uitdrukkelijk besproken onder welke (financiële) voorwaarden verweerder de woonruimteaanpassing met toepassing van de hardheidsclausule zou toekennen aan eiseres. Daarbij is, zoals ook door verweerder ter zitting is bevestigd, de eigen bijdrage geen onderwerp van bespreking geweest. Indien verweerder voornemens was om – bovenop het akkoord – een eigen bijdrage op te leggen als financiële voorwaarde. Dan was het in het kader van een zorgvuldig onderzoek nodig geweest dat dit onderwerp van gesprek was, voordat tot toekenning van de woonruimteaanpassing zou worden overgegaan. Gelet op het voorgaande heeft verweerder niet in redelijkheid een eigen bijdrage kunnen opleggen.

3.5.

De rechtbank herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiseres niet is gehouden een eigen bijdrage te betalen voor de toegekende woonruimteaanpassing.

3.6.

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    herroept het primaire besluit voor zover daarbij is bepaald dat op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning de gemeente een eigen bijdrage vraagt voor deze voorziening en eiseres een eigen bijdrage betaalt tot aan de werkelijke kosten, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45,- aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van mr. M. den Toom, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 april 2016.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.