Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:1685

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-03-2016
Datum publicatie
11-04-2016
Zaaknummer
13/669218-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie
-
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/669218-15

Datum uitspraak: 11 maart 2016

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] (Frankrijk),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans gedetineerd in de [detentie adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkorte vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 19 februari 2016 en 26 februari 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. F.E.A. Duyvendak, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. P.J. Roelse, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij

1. op of omstreeks 11 november 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een auto (Volkswagen Golf) heeft weggenomen een (sport)tas (met hennep), geheel of ten dele toebehorend aan [persoon 1] en/of [persoon 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die/dat (sport)tas heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen (sport)tas onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak op en/of verbreking van een ruit van voornoemde auto;

2. op of omstreeks 11 november 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (en met voorbedachte rade) [verbalisant 1] (hoofdagent van de Politie Eenheid Amsterdam) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met een auto met (relatief) hoge snelheid op die [verbalisant 1] is ingereden, althans met (relatief) hoge snelheid in de richting van die [verbalisant 1] is gereden;

subsidiair: op of omstreeks 11 november 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [verbalisant 1] (hoofdagent van de Politie Eenheid Amsterdam) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend met een auto met (relatief) hoge snelheid op die [verbalisant 1] ingereden, althans met een auto met (relatief) hoge snelheid in de richting van die [verbalisant 1] gereden;

3. op of omstreeks 11 november 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (en met voorbedachte rade) [verbalisant 2] (motoragent van de Politie Eenheid Amsterdam) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met een auto met (relatief) hoge snelheid op die [verbalisant 2] - die toen en daar was gezeten op een dienstmotor - is ingereden, althans met (relatief) hoge snelheid in de richting van die [verbalisant 2] - die toen en daar was gezeten op een dienstmotor - is gereden;

subsidiair: op of omstreeks 11 november 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [verbalisant 2] (motoragent van de Politie Eenheid Amsterdam) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend met een auto met (relatief) hoge snelheid op die [verbalisant 2] - die toen en daar was gezeten op een dienstmotor - ingereden, althans met een auto met (relatief) hoge sneldheid in de richting van die [verbalisant 2] - die toen en daar was gezeten op een dienstmotor) gereden;

4. op of omstreeks 11 november 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 10 kilogram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram, van een materiaal bevattende een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hashish), in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

5. op of omstreeks 11 november 2015, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp, te weten een geldbedrag (van ongeveer 5193,21 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemd geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

6. als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Amsterdam op/aan de Amstelveenseweg, op of omstreeks 11 november 2015 om 21.45 uur, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [persoon 3] ) letsel en/of schade was toegebracht;

7. op of omstreeks 11 november 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool (Merk, Model, Type: Crvena Zastava, M70, 7.65mm Browning) en/of munitie van categorie III, te weten 5 patronen (Kaliber: 7.65mm Browning), voorhanden heeft gehad.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn voorts geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Inleidend

Op 11 november 2015 kwam omstreeks 21.40 uur bij de politie een melding binnen van een inbraak in een auto van het merk en type Volkswagen Golf, die stond geparkeerd in de Theseusstraat te Amsterdam. Getuigen zagen dat mannen heen en weer liepen tussen de Volkswagen en een auto met het Franse kenteken [kenteken 1] , die naast de Volkswagen op de weg stilstond. De mannen, waarvan er volgens de getuigen één een vuurwapen in zijn handen had, haalden via een ingeslagen ruit een tas, die leek op een zwarte sporttas, uit de Volkswagen. Daarna stapten zij in de auto met het Franse kenteken en reden hard weg. (Onder 1 ten laste gelegd.)

Omstreeks 21.45 uur zagen verbalisanten ter hoogte van het Scheldeplein een auto van het merk en type Citroën C5 met het Franse kenteken [kenteken 1] rijden. In deze auto bevonden zich, zo bleek later, drie personen, namelijk [mededader 1] (hierna: [mededader 1] ), die de Citroën bestuurde, en verdachte en [mededader 2] (hierna: [mededader 2] ). Om de auto tot stoppen te dwingen hebben verschillende politie-eenheden de achtervolging ingezet op deze auto over de rijksweg A10, door Amsterdam Oud Zuid en door de Stadionbuurt. De Citroën reed echter met hoge snelheid door en bij de politie vandaan. Tijdens de achtervolging reed de Citroën onder andere af op [verbalisant 1] (hierna: [verbalisant 1] ), die met zijn politiemotor deel uitmaakte van een politieblokkade bij de afrit Oud Zuid, en [verbalisant 2] (hierna: [verbalisant 2] ), die op zijn politiemotor op de Parnassusweg reed. (Onder 2 en 3 ten laste gelegd.)

Nadat de Citroën op de rotonde Haarlemmermeer Circuit uit de bocht vloog, ramde de Citroën de auto van [persoon 3] en kwam hij tot stilstand tegen de gevel van een portiek aan de Amstelveenseweg. Verbalisanten zagen vervolgens dat de verdachten de Citroën verlieten en wegrenden over de Cornelis Krusemanstraat, waar verbalisanten hen kort daarna aanhielden. (Onder 6 ten laste gelegd.) De verdachten bleken in het bezit te zijn van grote contante geldbedragen, namelijk voor [mededader 1] een geldbedrag van € 8.000,-, voor verdachte een geldbedrag van € 5.193,21 en voor [mededader 2] een geldbedrag van € 4.080,-. (Onder 5 ten laste gelegd.)

Tijdens het latere sporenonderzoek bleek in de Citroën een zwarte sporttas met 8,35 kilo hennep te liggen. (Onder 4 ten laste gelegd.) Langs de vluchtroute van de verdachten op de Cornelis Krusemanstraat troffen verbalisanten voorts een vuurwapen van het merk Crvena Zastava aan. (Onder 7 ten laste gelegd.)

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich, al dan niet samen met [mededader 1] en [mededader 2] , heeft schuldig gemaakt aan de hierboven omschreven strafbare feiten. De vraag die voorligt, is of de in het dossier aangedragen feiten en omstandigheden, alsmede de resultaten van het onderzoek ter terechtzitting, voldoende redengevend zijn voor het bewijs van de betrokkenheid van verdachte bij deze strafbare feiten.

4.2.

Het oordeel van de rechtbank

4.2.1.

Diefstal met braak uit een auto, drugsbezit en wapenbezit (feiten 1, 4 en 7)

De rechtbank heeft bij de beoordeling van de onder 1, onder 4 en onder 7 ten laste gelegde feiten acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken en overweegt als volgt.

Uit de verklaringen van [mededader 1] bij de rechter-commissaris en de politie kan worden afgeleid dat hij samen met [mededader 2] en verdachte naar Nederland is gekomen om een ripdeal te plegen. Op 11 november 2015 zag [mededader 1] echter dat een sporttas in de Volkswagen werd gezet en vermoedde hij dat de inhoud ervan drugs betrof. [mededader 1] ging daarom met [mededader 2] en verdachte naar de Volkswagen toe met de bedoeling om die tas te stelen. De rechtbank leidt uit de verklaringen van [mededader 1] en getuige [getuige 1] af dat zij, anders dan de raadsman heeft betoogd, alle drie de Citroën uitstapten. Vervolgens sloegen zij de ruit van de Volkswagen in en pakten zij daaruit een zwarte tas, die zij in de kofferbak van de Citroën zetten. Daarna zijn de verdachten in de Citroën gevlucht. Later is gebleken dat de inhoud van de zwarte sporttas 8,35 kilo hennep betrof. Deze door [mededader 1] genoemde feitelijkheden passen bij de verklaringen van de getuigen, die ten tijde van de inbraak de mannen bij de Volkswagen zagen lopen en een sporttas zagen wegnemen, voordat zij er in een auto snel vandoor gingen.

De verdachten zijn later nabij het Haarlemmermeer Circuit uit de auto gestapt en weggerend. Op hun vluchtroute is daar uiteindelijk een wapen aangetroffen. [mededader 1] heeft verklaard dat [mededader 2] een vuurwapen uit Frankrijk had meegenomen, namelijk het vuurwapen dat verbalisanten op de vluchtroute op de Cornelis Krusemanstraat hebben aangetroffen. [mededader 2] heeft [mededader 1] dit vuurwapen laten zien toen zij in de Citroën zaten. Voorts hebben getuigen [getuige 2] en [getuige 3] gezien dat twee mannen tussen de Volkswagen en de Citroën liepen terwijl één van hen zichtbaar een vuurwapen in de hand had, en heeft getuige [getuige 1] drie mannen tussen beide auto’s zien lopen.

Gelet op de verklaring van [mededader 1] , de waarneming van de getuigen en het aantreffen van het vuurwapen op de vluchtroute, kan het niet anders dan dat verdachte in meerdere of mindere mate bewust was van de omstandigheid dat zij een vuurwapen bij zich hadden.

In het licht van deze feiten en omstandigheden zijn de onder 1 en onder 4 ten laste gelegde feiten bewezen, namelijk dat verdachte zich samen met [mededader 1] en [mededader 2] heeft schuldig gemaakt aan diefstal met braak uit de Volkswagen Golf van een sporttas met ongeveer acht kilo hennep en daarna het aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep. Ook kan worden bewezen dat alle verdachten wetenschap hadden van en beschikkingsmacht hadden over het aangetroffen vuurwapen, wat betekent dat het onder 7 ten laste gelegde feit is bewezen.

Als tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring, opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

4.2.2.

Inrijden op verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (feiten 2 en 3)

Uit het dossier blijkt dat [mededader 1] , als bestuurder van de Citroën, voor de politie op de vlucht is gegaan en tijdens de daaropvolgende achtervolging door Amsterdam is afgereden op verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Dit is onder 2 en onder 3 primair ten laste gelegd als poging tot moord, doodslag dan wel zware mishandeling en subsidiair als bedreiging. Verdachte wordt verweten dat hij zich aan het medeplegen van deze feiten heeft schuldig gemaakt.

Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat wordt vastgesteld dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen, waarbij het accent ligt op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. In dit verband is nodig dat alle medeplegers zich bewust zijn van het feit dat zij samenwerken en weten waarop die samenwerking is gericht.

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om tot een veroordeling van medeplegen te komen. Weliswaar is het zo dat verdachten na het al dan niet slagen van de beraamde diefstal van de plaats delict zouden moeten wegrijden, maar dit betekent niet dat verdachte, als passagier, bewust zou hebben ingestemd met het gevaarlijke en risicovolle rijgedrag van [mededader 1] dat daarop is gevolgd. Omdat de rechtbank in het dossier geen aanknopingspunten ziet voor het identificeren van verdachte met de gedragingen van [mededader 1] en aldus voor actief meerijden, zijn de onder 2 primair en subsidiair en onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten niet bewezen en wordt verdachte hiervan vrijgesproken.

4.2.3.

Witwassen (feit 5)

Op 11 november 2015 is onder verdachte een geldbedrag van € 5.193,21 in beslag genomen. Verdachte heeft hierover ter terechtzitting verklaard dat dit geldbedrag spaargeld betreft en dat hij dit geldbedrag bij zich had om tijdens zijn vakantie in Nederland te winkelen en softdrugs te kopen.

Voor een bewezenverklaring van witassen moet vast komen te staan dat voormeld geldbedrag (on)middellijk van enig misdrijf afkomstig is en dat verdachte dat wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden. Als voorts sprake is van de omstandigheid dat het geldbedrag uit een eigen misdrijf afkomstig is, dan geldt als vereiste voor witwassen dat er een handeling moet zijn die is gericht op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat geldbedrag.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de hoogte van het in beslag genomen contante geldbedrag vraagtekens kunnen worden gezet bij de herkomst hiervan. Op basis van het dossier kan echter niet worden bewezen dat het geldbedrag van enig misdrijf afkomstig is. Dit betekent dat het onder 5 ten laste gelegde feit niet is bewezen en verdachte hiervan wordt vrijgesproken.

4.2.4.

Verlaten van de plaats van een verkeersongeval (feit 6)

Op basis van de bewijsmiddelen kan worden bewezen dat [mededader 1] als bestuurder van de Citroën C5 op de rotonde Haarlemmermeer Circuit een verkeersongeval heeft veroorzaakt en daarna, terwijl aan de auto van [persoon 3] schade was toegebracht, de plaats van het verkeersongeval heeft verlaten. Verdachte en [mededader 2] hebben als passagiers geen gedragingen verricht waardoor het verkeersongeval mede is veroorzaakt. Dit betekent dat het onder 6 ten laste gelegde feit niet is bewezen en verdachte ook hiervan wordt vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit

op 11 november 2015 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een auto (Volkswagen Golf) heeft weggenomen een sporttas met hennep, toebehorend aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en zijn mededaders, waarbij hij, verdachte, en zijn mededaders die weg te nemen sporttas onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking van een ruit van voornoemde auto;

ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit

op 11 november 2015 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8 kilogram hennep;

ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde feit

op 11 november 2015 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen een wapen van categorie III, te weten een pistool (Merk, Model, Type: Crvena Zastava, M70, 7.65mm Browning) en munitie van categorie III, te weten 5 patronen (Kaliber: 7.65mm Browning), voorhanden heeft gehad.

Voor zover taal- en schrijffouten in de tenlastelegging staan, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. In de tenlastelegging staat onder 4 dat verdachte (samen met anderen) een hoeveelheid van ongeveer 10 kilo hennep aanwezig heeft gehad. Uit het dossier blijkt echter dat het gaat om een hoeveelheid van ongeveer 8 kilo. De rechtbank ziet dit als een kennelijke verschrijving en heeft de bewezenverklaring op dit punt dan ook aangepast. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten en van verdachte

De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder die feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een diefstal met braak, door een ruit van een auto in te slaan en uit die auto een tas met een handelshoeveelheid hennep weg te nemen. Daarbij waren verdachte en zijn mededaders in het bezit van een vuurwapen.

Met de diefstal uit de auto hebben verdachte en zijn mededaders schade veroorzaakt. Verdachte en zijn mededaders hebben zich verder met een vuurwapen op de openbare weg begeven, waardoor een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen is ontstaan.

Verdovende middelen zijn voorts voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijke stoffen en het gebruik ervan is bezwarend voor de samenleving, onder meer vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit, waaronder wapenbezit. De handel in en het bezit van verdovende middelen worden daarom krachtig bestreden.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting ook acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel van het European Criminal Records Information System van 17 december 2015 en de door de verdediging naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank ziet hierin echter geen strafmatigende omstandigheid.

Alles afwegende, waaronder de toepassing van de artikelen 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de straffen die rechtbanken en gerechtshoven in soortgelijke zaken plegen op te leggen, acht de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden gerechtvaardigd.

8 Het beslag

Na de aanhouding van verdachte zijn onder hem een geldbedrag van € 4.920,- (itemnummer 5081798) en een geldbedrag van € 273,21 (itemnummer 5081799) in beslag genomen. Deze geldbedragen behoren aan verdachte toe en moeten aan hem worden geretourneerd.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 55, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10 Beslissingen

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissingen.

Verklaart de onder 2 primair en subsidiair, onder 3 primair en subsidiair, onder 5 en onder 6 ten laste gelegde feiten niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, onder 4 en onder 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 5. is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van de onder 1 en onder 4 bewezen verklaarde feiten

de eendaadse samenloop van

- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, en

- medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van het onder 7 bewezen verklaarde feit

- medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, en

- medeplegen van het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte [verdachte] daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) maanden en beveelt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van de hiervoor onder 8. vermelde geldbedragen met itemnummers 5081798 en 5081799.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde gevangenisstraf.

Dit verkorte vonnis is gewezen door

mr. R.A. Overbosch, voorzitter,

mrs. J.B. Oreel en M.J.A. Duker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. P.H. Boersma, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 maart 2016.