Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:1653

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-03-2016
Datum publicatie
11-04-2016
Zaaknummer
KG ZA 16-151
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat van onrechtmatig handelen van gedaagde geen sprake is,

zodat voor een inperking van haar uitingsvrijheid met betrekking tot de in het vonnis onder 2.9 en 2.10 vermelde uitingen

onvoldoende grond bestaat. Dit geldt ook voor de in het vonnis onder 2.12 vermelde uiting op een forum.

Ook de overige vorderingen worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/602557 / KG ZA 16-151 CB/TF

Vonnis in kort geding van 10 maart 2016

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres bij dagvaarding van 17 januari 2016,

advocaat mr. R.P.F. Kamphuis te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. R. Lageweg te Oud-Beijerland.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 25 februari 2016 heeft [eiseres] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagde] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. [eiseres] heeft producties in het geding gebracht en beide partijen hebben hun standpunt toegelicht aan de hand van een pleitnota. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren voor zover van belang aanwezig:

aan de zijde van [eiseres] : [naam 1] (de dochter van [eiseres] , namens [eiseres] gemachtigd haar in rechte te vertegenwoordigen), [naam 2] (de broer van [gedaagde] ), [naam 3] (huisarts), [naam 4] (medewerker trainingen bij de organisatie van [eiseres] ), [naam 5] (ICT deskundige, werkzaam voor [eiseres] ) met mr. Kamphuis,

aan de zijde van [gedaagde] : [gedaagde] met mr. Lageweg.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is erkend psycholoog en psychotherapeut. Zij is ingeschreven in het BIG register en lid van het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) en andere beroepsorganisaties.

2.2.

[eiseres] heeft een psychologisch adviesbureau en verzorgt op het door haar opgerichte Trainingsinstituut [instituut] trainingen voor persoonlijke ontwikkeling. [eiseres] voert haar praktijk zowel onder haar eigen naam als onder de naam Trainingsinstituut [instituut] (hierna [instituut] ). Op de website [website 1] is informatie met betrekking tot [instituut] te vinden. [eiseres] laat zich bijstaan door medewerkers die (deel)trainingen geven, onder wie [naam 2] .

2.3.

[eiseres] geeft onder andere de Gestalt Opleidings Training (hierna de GOT-training), een driejarige opleiding in persoonlijke ontwikkeling. Doel van deze training is - samengevat - het verbeteren van zelfkennis, alsmede de samenwerking en relaties met anderen, zowel in werk als in privé. Per cursusjaar volgt de deelnemer onder andere 10 keer een training van vrijdagavond 21.00 uur tot zaterdag 19.00 uur op [instituut] .

2.4.

[gedaagde] heeft de onder 2.3 vermelde training van 2003 tot 2013 gevolgd in vier etappes. In 2013 heeft zij de training voortijdig afgebroken. Voorwaarde voor deelname aan een GOT-training is het schrijven van een persoonlijke motivatie. [gedaagde] heeft viermaal een persoonlijke motivatie geschreven (de aan de zijde van [eiseres] overgelegde producties 3, 5 en 6). [gedaagde] heeft op haar 12e jaar voor het eerst de praktijk van [eiseres] bezocht.

2.5.

Ook de ouders van [gedaagde] hebben vanaf de kindertijd van [gedaagde] de onder 2.3 vermelde GOT-trainingen gevolgd, alsmede workshops. De vader van [gedaagde] is in 2001 overleden. De moeder van [gedaagde] is tot op heden nog verbonden aan de praktijk van [eiseres] . Zij volgt of volgde ook groepstherapie.
De broer van [gedaagde] is als therapeut in dienst van (de praktijk van) [eiseres] .

2.6.

Bij brief van 25 augustus 2013 heeft [gedaagde] aan [eiseres] meegedeeld dat zij stopt met de GOT-training. In de brief staat voor zover van belang het volgende:

(…) Mijn vertrouwen in jouw bedoelingen is verdwenen door jouw rol als therapeut en trainster bij de laatste gebeurtenissen in mijn leven. Er is geen basis meer voor verdere samenwerking. (…)

2.7.

In een telefoonnotitie van 22 december 2014 van de secretaresse van [eiseres] staat voor zover van belang het volgende:

(…) [gedaagde] belt naar [instituut] met de volgende tekst:

AC: “Wil je doorgeven aan [eiseres] dat als zij niet meewerkt om mijn familie terug te geven, ik het haar heel moeilijk ga maken. “

(…)

AC “Het is normaal dat een moeder met dochter contact heeft.”

(…)

AC:“ Geef het maar door, (…)

2.8.

[gedaagde] heeft in september 2015 de domeinnamen [website 2] en [website 3] geregistreerd bij de registrar firma Realtime Register.

2.9.

Op de website www. [website 2] hebben tot 3 februari 2016 uitingen van [gedaagde] over [eiseres] en [instituut] gestaan. De totale uiting vangt aan met de volgende tekst:

[eiseres]

Heeft de organisatie [instituut] van [eiseres] kenmerken van een sektarische psychogroep?

Mijn naam is [gedaagde] en mijn doel van deze website is om mensen bewust te maken van de gevaren van de therapeutische gemeenschap rondom [eiseres] .

Wat ik de afgelopen 25 jaar bij [instituut] /[eiseres] heb gezien en zelf ervaren, wil ik graag delen aan de hand van een aantal kenmerken die veel voorkomen bij een sektarische psychogroep (zie voor de relevante literatuur helemaal onderaan deze pagina):

Vervolgens worden er de volgende kenmerken van een sektarische groep genoemd:

afhankelijk maken, sturend en bepalend, verbreken van familiebanden, uitputtingsmethodes, creëren van problemen, privacy, omgedraaide wereld, uitverkoren, (schijn)heiligheid, voorschot vragen op erfenissen, cadeaus en dankbaarheid opeisen, alwetende, groepsdruk, kritiek, de opluchting.

Onder (bijna) elk kenmerk heeft [gedaagde] eerst een algemene toelichting op het kenmerk gegeven en daarna voorbeelden van het handelen van [eiseres] genoemd. Hieronder volgen enkele voorbeelden:

Na deze opsomming volgt een conclusie van [gedaagde] die voor zover van belang als volgt luidt:

Conclusie

In al die 30 jaren dat ik hier onderdeel van was, is mij soms gevraagd of het geen sekte was waar ik in zat. Bij het woord sekte had ik beelden van Amerikaanse sekten met verschrikkelijke toestanden. Ik kon altijd voluit ontkennen en vertellen dat ik juist vrijer was dan ooit. (…)

Nu ik terugkijk zie ik dat ik constant problemen had, onzeker was, en continu aan [eiseres] en aan groepsleden moest vragen welke beslissingen ik moest maken. In de sessies werd alles uitvergroot waardoor ik in mijn relaties continu problemen zag en maakte. Er mankeerde vanalles aan mij en er moest nog veel ontwikkeld worden voordat ik een goed mens kon zijn.

(…)

In de periode net na mijn vertrek heb ik erg getwijfeld aan mijzelf en had ik veel angsten. Pas toen ik in boeken over sekten of sektarische groepen las en ik zoveel dingen herkende, kwam de opluchting dat het niet raar was. (…)

Ik hoop dat ik hiermee mensen heb gewaarschuwd. Het zijn juist de mensen die in een kwetsbare situatie zitten die hier ingezogen kunnen worden.

2.10.

Tot 3 februari 2016 hebben op de website [website 2] anonieme reacties op hiervoor vermelde uitingen van [gedaagde] gestaan. Het gaat om een zestal reacties van beweerde ex-cliënten van [eiseres] die zich herkennen in de door [gedaagde] beschreven situaties en haar ervaringen delen. Na de weergave van deze reacties nodigt [gedaagde] tot slot mensen uit hun verhaal of reactie te delen door deze te mailen naar [e-mailadres] en wordt [gedaagde] als contactpersoon genoemd.

2.11.

Bij het gebruik van de zoekterm [eiseres] of [instituut] op Bing volgt er als één van de zoekresultaten:

[website 2]

[eiseres] . Heeft de organisatie [instituut] van [eiseres] kenmerken van een sektarische psychgroep?

Bij het gebruik van de zoekterm [eiseres] of [instituut] op Google volgt er als één van de zoekresultaten:

[website 2]

Waarschuwing voor sektarische psychogroep “ [instituut] ” van [eiseres] .

2.12.

Op het forum [forum] staat op de pagina “Sekten in Nederland” een reactie van [gedaagde] van 5 augustus 2015 die luidt als volgt:

Ik ben opgegroeid in de sekte van [eiseres] , bekend nu als [instituut] . Zijn er mensen die hier meer van weten? Sinds ik eruit gestapt ben, heb ik contact met mijn dochter, moeder en broer verloren doordat zij gehersenspoeld zijn.

2.13.

[gedaagde] heeft een klacht ingediend over [eiseres] bij het Nederlands Instituut voor Psychologen. Een afschrift van de klacht is op 19 januari 2016 aan [eiseres] gestuurd.

2.14.

Bij brief van 2 februari 2016 heeft de advocaat van [eiseres] [gedaagde] gesommeerd om de onder 2.9 en 2.10 vermelde uitingen te verwijderen en verwijderd te houden.

2.15.

Op 3 februari 2016 heeft [gedaagde] de uitingen van de website verwijderd, maar op 4 februari 2016 de uitingen weer teruggeplaatst.

2.16.

Bij brief van 4 februari 2016 heeft de advocaat van [eiseres] aan [gedaagde] aangekondigd haar te zullen dagvaarden.

2.17.

Vanaf 9 februari 2016 tot op heden zijn de uitingen van de website verwijderd en zijn alleen de onder 2.10 vermelde anonieme reacties op de tekst van [gedaagde] nog zichtbaar.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat – [gedaagde] op straffe van een dwangsom:

I te bevelen de in de producties 15 en 23 vermelde tekst die op de website [website 2] .com is geplaatst (het betreft die hiervoor onder 2.9 en 2.10 genoemde teksten) integraal te verwijderen en verwijderd te houden, alsmede verdere openbaarmaking van voornoemde teksten te staken en gestaakt te houden;

II te verbieden op de website [website 2] , de website [website 3] , dan wel via enige andere website dan wel enig ander openbaar medium, waaronder social media zoals Facebook of Twitter, dan wel schriftelijk uitlatingen en beweringen over [eiseres] te doen welke de eer, goede naam en integriteit van [eiseres] en het door [eiseres] geleide instituut [instituut] (kunnen) aantasten, althans meer specifiek te suggereren dat [eiseres] een sekteleidster is en instituut [instituut] , de deelnemers van aldaar gegeven trainingen en de medewerkers van [instituut] een sekte dan wel een sekte achtige (psycho)groep zijn;

III te bevelen om op de website [website 2] de volgende duidelijk leesbare en zichtbare rectificatie te plaatsen en drie maanden geplaatst te houden:

RECTIFICATIE

De beschuldigingen die ik aan het adres van [eiseres] eerder op deze website heb geplaatst, kan ik niet onderbouwen en vinden geen steun in de feiten. De beschuldigingen betroffen mijn persoonlijke mening en zijn onrechtmatig jegens [eiseres] . Op bevel van de voorzieningenrechter in het kort geding vonnis van 10 maart 2016 rectificeer ik daarom hierbij mijn eerder geuite beschuldigingen.

[gedaagde]

IV te bevelen om de op het forum [forum] op de pagina “Sekten in Nederland” door [gedaagde] geplaatste oproep te verwijderen en verwijderd te houden en voor zover zij dat niet zelf kan doen te doen te bewerkstelligen bij de webbeheerder van dit forum dat de door [gedaagde] geplaatste oproep definitief wordt verwijderd;

V te bevelen om in plaats van de onder IV te verwijderen oproep van gedaagde op het forum [forum] op de pagina “Sekten in Nederland” in reactie de onder III vermelde tekst te plaatsen;

VI te bevelen om te doen bewerkstelligen dat de in de producties 15 en 23 vermelde teksten en gedeelten daarvan volledig worden verwijderd uit zoekmachines op het internet, waaronder Bing en Google, met alle mogelijke middelen, onder meer door het verstrekken van de opdracht aan de eigenaar of exploitant van de zoekmachine(s) om de tekst bij de zoekmachine(s) te actualiseren en de oude tekst te verwijderen uit de “cache” van de zoekmachine(s);

VII te veroordelen naar medewerking te verlenen aan de overdracht aan [eiseres] van de domeinnamen [website 2] en [website 3] door alle daartoe benodigde formulieren te ondertekenen en aan [eiseres] te verschaffen;

[eiseres] vordert tot slot [gedaagde] te veroordelen bij wijze van voorschot een bedrag van € 15.000,00 aan schade te voldoen en [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding (inclusief nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eiseres] stelt hiertoe het volgende.

De uitingen van [gedaagde] op internet tasten de goede naam van [eiseres] aan en zijn daarmee onrechtmatig in de zin van de wet (artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Bij een afweging van de belangen van partijen dient het recht op vrije meningsuiting van [gedaagde] te worden beperkt. De uitingen zijn namelijk onjuist. [gedaagde] is niet zoals onder 2.12 is vermeld opgegroeid in de door haar beweerde sekte van [eiseres] , laat staan dat familie van [gedaagde] door [eiseres] is gehersenspoeld. [instituut] is geen sekte en het instituut van [eiseres] heeft geen sektekenmerken. De door [gedaagde] onder iedere koptekst genoemde kenmerken van een sekte houden op geen enkele wijze verband met (de trainingen van) [eiseres] . Zij maakt mensen niet afhankelijk. [eiseres] heeft voorts geen bemoeienis met familie van deelnemers van haar trainingen, tenzij op eigen verzoek voor consultaties in verband met het oplossen van conflicten. [eiseres] is geen spiritueel leidster, zij geeft slechts trainingen. Ook alle andere beschuldigingen worden niet met enig feitenmateriaal onderbouwd. [gedaagde] laat na te verduidelijken dat de door haar gestelde omstandigheden haar eigen ervaringen betreffen en niet de ervaringen van alle (of een significant deel van de) deelnemers aan de trainingen. De uitingen zijn voor [eiseres] zeer schadelijk omdat de trainingen die zij geeft zich kenmerken door een intensief contact tussen haar en de deelnemers. Vertrouwen tussen [eiseres] en een deelnemer is een noodzakelijke voorwaarde. De beweringen van [gedaagde] tasten het vertrouwen aan van potentiële deelnemers, die stuiten op de schadelijke uitingen van [gedaagde] . Er is al sprake van concrete schade omdat er minder deelnemers zijn. Verder heeft [eiseres] een opdracht van RTL voor deelname aan een tv-programma moeten laten schieten omdat schadelijk informatie over haar op internet staat. [eiseres] vreest dat [gedaagde] haar tekst weer terugplaatst. De website [website 2] met daarop de voor [eiseres] schadelijke anonieme reacties is nog steeds actief en ook verschijnen na zoekacties met de onder 2.10 vermelde zoektermen op internet de onder 2.11 vermelde koppen nog.

3.3.

[gedaagde] voert verweer. Hierop wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De stand van zaken is thans dat de uitingen van [gedaagde] zelf niet meer op de website [website 2] staan, maar nog wel de (anonieme) reacties van derden die op de uitingen van [gedaagde] zijn gevolgd. Ter zitting heeft [gedaagde] verklaard dat zij haar eigen uitingen weer op de website wil plaatsen. Zij wil andere mensen waarschuwen voor de handelwijze van [eiseres] . In dit geding zal dan ook dienen te worden beoordeeld of deze uitingen, de reacties en de onder 2.12 vermelde oproep van [gedaagde] op het forum [forum] , alsmede de onder 2.11 vermelde zoekresultaten de goede naam van [eiseres] aantasten en derhalve onrechtmatig zijn jegens haar.

4.2.

Uitgangspunt bij beantwoording van deze vraag is dat de toewijzing van de vorderingen van [eiseres] een beperking inhoudt van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) neergelegde grondrecht van [gedaagde] op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van [gedaagde] onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag welk recht – het recht op vrije meningsuiting of het recht ter bescherming van eer of goede naam – in dit geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen.

4.3.

Het belang van [gedaagde] is dat zij zich in het openbaar kritisch moet kunnen uitlaten over haar ervaringen met personen/organisaties, daarover haar mening moet kunnen geven en die mening op internet moet kunnen plaatsen. Het belang van [eiseres] is erin gelegen dat haar persoon (dan wel haar onderneming) niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan (ernstige) beschuldigingen die haar reputatie aantasten en/of een ongerechtvaardigde inbreuk maken op haar persoonlijke levenssfeer. Welke van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven, hangt af van de omstandigheden van het geval.

Hierbij kan onder meer worden betrokken de aard en de inhoud van de publicatie, (de omvang van) het publiek dat daarmee wordt bereikt en de ernst van de beschuldigingen.

4.4.

[gedaagde] heeft op een speciaal daarvoor door haar opgerichte website haar persoonlijke ervaringen met [eiseres] en [instituut] gezet. [gedaagde] heeft dit gedaan door steeds als koptekst een door haar in de literatuur gevonden kenmerk van een sekte te noemen met daaronder een korte uitleg en vervolgens een of meerdere voorbeelden van het handelen van [eiseres] waaruit volgens [gedaagde] volgt dat [eiseres] of haar organisatie voldoet aan dit kenmerk. Voldoende duidelijk is gemaakt dat de uitingen van [gedaagde] op haar website haar eigen ervaringen zijn. Dit volgt uit de aanvang en de conclusie van de totale uiting (zie onder 2.9) en uit de wijze waarop de handelwijze van [eiseres] onder elke kopje wordt omschreven. Vast staat dat [gedaagde] ook uit haar eigen ervaringen kan putten omdat zij jarenlang trainingen bij [eiseres] en [instituut] heeft gevolgd en ook haar familie al jarenlang aan [eiseres] en haar praktijk is verbonden.

Toegegeven moet worden dat hetgeen [gedaagde] over [eiseres] en [instituut] op internet heeft gezet heel kritisch is en dat de door [gedaagde] gemaakte vergelijking met een sekte voor [eiseres] en haar organisatie een ernstige beschuldiging inhoudt. Zoals [eiseres] heeft betoogd is immers in haar praktijk een vertrouwensbasis tussen trainer en deelnemer heel belangrijk en aangenomen kan worden dat de uitingen van [gedaagde] potentiële deelnemers kunnen afschrikken. Op grond hiervan kan echter niet worden geconcludeerd dat de uitingen van [gedaagde] onrechtmatig zijn. Er is immers geen sprake van grievende, kwetsende of beledigende uitlatingen, zoals hierboven is omschreven is voor eenieder duidelijk dat de uitingen van [gedaagde] slechts de ervaringen en conclusies van één persoon betreffen en die uitingen worden niet als objectieve informatie gepresenteerd. [eiseres] heeft nog gesteld dat de uitingen van [gedaagde] niet met feitenmateriaal kunnen worden onderbouwd. Toetsen of de ervaringen van [gedaagde] feitelijk juist zijn is in dit kort geding echter nauwelijks mogelijk en ook niet noodzakelijk nu de uitingen slechts als persoonlijke ervaringen worden gepresenteerd. Overigens blijkt uit de (anonieme) reacties op de uitingen van [gedaagde] , dat zij niet alleen lijkt te staan in haar ervaringen met [eiseres] en [instituut] .

4.5.

In het huidige digitale tijdperk kunnen [eiseres] en haar organisatie voorts verwachten dat er informatie over haar in de vorm van goede en slechte ervaringen van derden via internet wordt verspreid.

[eiseres] en haar organisatie maken zelf ook gebruik van internet om haar trainingen te promoten. Bovendien staat het haar vrij om op internet in welke vorm dan ook een weerwoord te voeren tegen de door [gedaagde] gedane uitingen.

[eiseres] heeft nog betoogd dat het plaatsen van de uitingen door [gedaagde] op internet slechts een wraakactie is omdat [eiseres] ten onrechte schuldig wordt bevonden aan een familietwist die tussen [gedaagde] en haar moeder en broer. Hoewel de familietwist inderdaad in de uitingen van [gedaagde] naar voren komt, worden ook andere, meer algemene zaken aan de orde gesteld. Van een enkele wraakactie met als doel [eiseres] te beschadigen lijkt voorshands dan ook geen sprake. [gedaagde] heeft verklaard dat zij derden wil waarschuwen voor de handelwijze van [eiseres] en haar organisatie en in dit geding zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan aan die verklaring van [gedaagde] zou kunnen worden getwijfeld.

4.6.

Alle hiervoor geschetste omstandigheden in aanmerking genomen, luidt de conclusie dat van onrechtmatig handelen van [gedaagde] geen sprake is, zodat voor een inperking van haar uitingsvrijheid met betrekking tot onder 2.9 en 2.10 vermelde uitingen in dit geval onvoldoende grond bestaat. Dit geldt ook voor uiting op het forum [forum] . Hoewel deze uiting minder als een ervaring is geformuleerd, kan deze uiting evenmin als onrechtmatig worden bestempeld. De uiting moet in het licht van al het bovenstaande worden gezien als een oproep aan anderen om ervaringen te delen, hetgeen [gedaagde] vrij moet staan. Ook de onder 2.11 vermelde zoekresultaten zijn niet onrechtmatig te noemen. Bij het doorklikken komt men immers uit bij de hiervoor onder 4.4 beschreven niet onrechtmatig geachte uitingen.

4.7.

De vordering tot overdracht van de domeinnamen [website 2] en [website 3] zal eveneens worden afgewezen. Weliswaar wordt de voornaam van [eiseres] voor deze domeinnamen gebruikt, maar nu op de websites de onder 4.4. vermelde en niet onrechtmatig geachte uitingen worden vermeld, wordt het gebruik van deze voornaam niet als onrechtmatig jegens [eiseres] gezien. [eiseres] heeft geen alleenrecht op het gebruik van de naam [eiseres] .

4.8.

Uit het voorgaande vloeit voort dat ook voor toewijzing van de gevorderde schadevergoeding geen grondslag bestaat.

4.9.

De gevraagde voorzieningen worden dan ook geweigerd met veroordeling van [eiseres] als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van dit geding. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht € 79,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 895,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 895,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Berkhout, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2016.1

1 type: GHF coll: MV