Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:1284

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-03-2016
Datum publicatie
11-03-2016
Zaaknummer
C/13/602277 / KG ZA 16-131
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot rectificatie van een in de Volkskrant verschenen artikel afgewezen.

Een onafhankelijk journalist heeft de Volkskrant in kort geding gedagvaard tot rectificatie van het artikel met de kop “Eritrese intimidatie breidt zich uit”. In dat artikel werd een bericht op twitter van de journalist genoemd als voorbeeld van intimidatie. Gezien de context waarin het twitterbericht moet worden gelezen, komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de Volkskrant de grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet heeft overschreden.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2016/19 met annotatie van mr. K. Konings
Onder redactie van mr. M. van der Linden – Smit en <br/>mr. C.C.M. Kroeks – de Raaij annotatie in UDH:IR/13294
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/602277 / KG ZA 16-131 CB/MV

Vonnis in kort geding van 11 maart 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser bij dagvaarding van 12 februari 2016,

advocaat mr. Chr.A. Alberdingk Thijm te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE VOLKSKRANT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. C. Wildeman te Amsterdam.

Partijen zullen hierna ook [eiser] , de Volkskrant, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 24 februari 2016 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen.
Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Ter zitting was [eiser] aanwezig met mr. Alberdingk Thijm.

Aan de zijde van gedaagden waren aanwezig [gedaagde sub 2] ( [werkzaam bij] de Volkskrant), [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] met mr. Wildeman en haar kantoorgenoot

mr. E.W. Jurjens.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is werkzaam als zelfstandig journalist.

2.2.

[gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] werken als journalist voor de Volkskrant. Op

27 januari 2016 is een artikel van hun hand verschenen op de voorpagina van de Volkskrant. Dit artikel is vervolgd op de pagina’s 12 en 13. De kop van het artikel luidt:
Eritrese intimidatie breidt zich uit.
Het artikel op de voorpagina bevat onder meer de volgende passages :
Hoogleraar [naam 1] publiceert geregeld over Eritrea. Tegen haar dient vandaag een kort geding. [naam 2] , een in Nederland wonend actief lid van de partij van dictator Isaias Afewerki beschuldigt haar van smaad en laster.
(…)
[naam 1] voelt zich al jaren geïntimideerd door enkele Eritreeërs. Volgens hen zou zij ‘een coup’ beramen tegen Eritrea. Met enkele buitenlandse wetenschappers en journalisten is ze getypeerd als ‘moordenaar van Eritrea’. Ze vertelt ’s nachts te zijn achtervolgd in haar auto op weg naar huis en intimiderende tweets te ontvangen.
‘This could be a career ending case of the both of you’ (deze zaak kan het einde van jullie carrière betekenen) luidde een tweet aan de hoogleraar en aan journaliste [naam 3] van het magazine OneWorld twee dagen geleden over het kort geding van vandaag. Ook [naam 3] zegt herhaaldelijk in tweets te worden geïntimideerd. (…)

2.3.

Op pagina 13 van de Volkskrant van 27 januari 2016 is in een kader de hiervoor genoemde tweet als volgt afgebeeld:
This could be a career ending case for the both of you @ [naam 1] and @ [naam 3]

2.4.

De Volkskrant heeft het onder 2.2 en 2.3 genoemde artikel eveneens op haar website gepubliceerd. Hierbij is ook de onder 2.3 genoemde tweet afgebeeld, waarbij te zien is dat [eiser] de afzender van de tweet is en waarbij een kleine portretfoto van [eiser] is afgebeeld. [eiser] heeft hiertegen onmiddellijk telefonisch bezwaar gemaakt bij de Volkskrant, hetgeen ertoe heeft geleid dat de Volkskrant de afbeelding van de tweet de volgende ochtend (om ongeveer 10.00 uur) heeft verwijderd.

2.5.

Bij e-mail van 29 januari 2016 heeft [eiser] de Volkskrant onder meer verzocht het artikel te verwijderen van het internet en een rectificatie te plaatsen. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat het artikel ten onrechte suggereert dat [eiser] een aanhanger is van het Eritrese regime, dat ten onrechte niet is vermeld dat [eiser] journalist is en dat het woord ‘kan’ geen juiste vertaling is van de Engelse woorden ‘could be’ die in de tweet voorkomen. Volgens de e-mail is de tweet in wezen volstrekt neutraal, terwijl dat door [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] niet is onderkend.

2.6.

Nadien is aan het artikel op de website van de Volkskrant de volgende mededeling toegevoegd:
NB: De hieronder aangehaalde tweet This could be a career ending case for the both of you” is van de Amerikaans-Nederlandse journalist [eiser] . Bij een eerdere versie van dit bericht stond ook een afbeelding van deze tweet. Voorzover daardoor de indruk is gewekt dat [eiser] een Eritreeër is en een aanhanger van het Eritrese regime, is dat ten onrechte. Die indruk heeft de Volkskrant niet willen wekken.

2.7.

Bij brief van 4 februari 2016 heeft de raadsman van [eiser] de Volkskrant onder meer bericht dat [eiser] ten onrechte is beticht van intimidatiepraktijken in opdracht van het regime in Ertitrea. Volgens de brief is [eiser] vanzelfsprekend geen aanhanger van dit regime en komt hij juist op voor de mensenrechten.

De Volkskrant is vervolgens verzocht en zo nodig gesommeerd het artikel van de website te verwijderen, een rectificatie te plaatsen in de papieren krant en op de website van de Volkskrant en een schadevergoeding van € 13.500,- te betalen.

2.8.

In de Volkskrant van 9 februari 2016 is in de rubriek Aanvullingen & verbeteringen het volgende bericht geplaatst:
In het artikel ‘Eritrese intimidatie in Nederland breidt zich uit’ (Voorpagina,

27 januari) wordt een tweet van de Amerikaans-Nederlandse journalist [eiser] aangehaald. Voorzover daardoor de indruk is gewekt dat [eiser] een Eritreeër is en een aanhanger van het Eritrese regime, is dat ten onrechte. Die indruk heeft de Volkskrant niet willen wekken.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – kort gezegd – het volgende:
I. gedaagden te bevelen een rectificatie te plaatsen (in de papieren krant en op de website) met de volgende tekst:
Rectificatie op last van de voorzieningenrechter

Op 27 januari 2016 heeft de Volkskrant een artikel op de voorpagina van de

krant en op de website gepubliceerd met de titel: ‘Eritrese intimidatie in

Nederland breidt zich uit’. In dit artikel wordt een bericht van Twitter van de

Amerikaans-Nederlandse journalist [eiser] geciteerd. Hierdoor

heeft de Volkskrant de indruk gewekt dat de heer [eiser] betrokken is bij

intimidatiepraktijken in opdracht van het dictatoriale regime in Eritrea. De

voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat deze

beschuldiging onrechtmatig is tegenover [eiser] , onder meer omdat deze

feitelijk niet juist is en de Volkskrant onvoldoende onderzoek heeft gedaan

naar de juistheid van haar berichtgeving. [naar keuze:] Wij bieden hierbij

onze excuses aan de heer [eiser] aan.
II. gedaagden te bevelen het artikel althans de daarin genoemde onrechtmatige passages van het internet te verwijderen, meer in het bijzonder de tweet This could be a career ending case for the both of you inclusief de vertaling hiervan en andere gegevens die herleidbaar zijn tot [eiser] ;
III. gedaagden te bevelen om op verzoek van [eiser] aan derden die hem in verband brengen met de in de dagvaarding omschreven beschuldigingen van intimidatie een kennisgeving te sturen met de in De Volkskrant opgenomen rectificatie;
IV. gedaagden te bevelen Google op deugdelijke wijze te verzoeken om de cache van de zoekmachine van Google met betrekking tot het artikel te verwijderen, zodat het artikel niet meer vindbaar zal zijn;
V. een en ander op straffe van dwangsommen;
VI. gedaagden hoofdelijk te bevelen € 7.500,- als voorschot op de schadevergoeding te betalen;
VII. gedaagden hoofdelijk te bevelen € 2.500,- aan buitengerechtelijke kosten te betalen; en
VIII. gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

[eiser] stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat de tweet niet intimiderend van aard is. Indien de tweet mogelijk als intimiderend is ervaren, komt dit niet voor risico van [eiser] . De Volkskrant mag niet afgaan op de subjectieve gevoelens hierover van [naam 1] of van [naam 3] .

De Volkskrant heeft met het bericht dat bij het artikel op de website is geplaatst (zie 2.6) en met het bericht in de krant van 9 februari 2016 (zie 2.8) weliswaar duidelijk gemaakt dat [eiser] geen Eritreeër is en geen aanhanger van het Eritrese regime, maar de beschuldiging van de Volkskrant dat [eiser] zich schuldig maakt aan intimidatie is hiermee niet weggenomen. Deze berichten kunnen dan ook niet als een rectificatie worden aangemerkt. Dat de Volkskrant [eiser] nog steeds (en bewust) koppelt aan intimidatiepraktijken, is volgens [eiser] een onrechtmatige schending van zijn eer en goede naam. Het gaat immers om zeer ernstige beschuldigingen. Weliswaar is in de papieren krant zijn naam niet genoemd, maar de tweet is rechtstreeks herleidbaar tot [eiser] . De beschuldigingen van de Volkskrant vinden geen steun in het feitenmateriaal. Dit is te meer van belang omdat het in het artikel gaat om feitelijke stellingen, niet om waardeoordelen.

De Volkskrant had dan ook een nader onderzoek moeten doen. Ook heeft de Volkskrant ten onrechte geen wederhoor toegepast, terwijl [eiser] eenvoudig via Twitter bereikbaar is. Voorts stelt [eiser] dat hij geen ‘public figure’ is en dat de toon van het artikel buitengewoon suggestief en sensatiebelust is. Er is geen sprake van neutrale verslaggeving en er is naar een resultaat toegeschreven. Om al deze redenen dient de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [eiser] te prevaleren boven de vrijheid van meningsuiting van gedaagden.
Daarnaast grondt [eiser] zijn vorderingen erop dat zijn tweet aangemerkt moet worden als een persoonsgegeven in de zin van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp). De tweet is direct tot hem herleidbaar. De Volkskrant heeft geen rechtvaardigingsgrond voor het gebruik van de tweet. Dit gebruik was ook niet noodzakelijk om het artikel te kunnen schrijven. Ook maakt [eiser] bezwaar tegen het gebruik van zijn portret in de tweet zoals aanvankelijk afgebeeld in de onlineversie van het artikel.
Tot slot voert [eiser] aan dat hij schade heeft geleden als gevolg van het artikel in de Volkskrant. Zijn zakelijke belangen als journalist zijn geschaad door de publicatie. Ook heeft hij immateriële schade geleden.

3.3.

De Volkskrant, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] hebben verweer gevoerd. Op dit verweer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Toewijzing van de vorderingen van [eiser] houdt een beperking in van het in artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde grondrecht van gedaagden op vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan slechts worden beperkt, indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (zie artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij wet is voorzien is sprake, indien de uitlatingen van de Volkskrant onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag of dit het geval is, moeten alle wederzijdse – in beginsel gelijkwaardige – belangen tegen elkaar worden afgewogen. Het belang van de Volkskrant is er met name in gelegen dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van [eiser] is er met name in gelegen dat zijn persoon niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan verdachtmakingen en dat zijn privacy niet onnodig wordt geschonden. Bij deze belangenafweging dienen alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te worden genomen. Een van die omstandigheden is de mate waarin de inhoud van de publicatie steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal.

4.2.

Het door [eiser] gewraakte artikel in de Volkskrant is verschenen onder de kop ‘Ertirese intimidatie breidt zich uit’. De tweet van [eiser] (This could be a career ending case for the both of you @ [naam 1] and @ [naam 3]) is in het artikel genoemd als een van de voorbeelden waaruit de in de kop genoemde intimidatie moet blijken. Door [eiser] is dan ook aangevoerd dat de Volkskrant hem beschuldigt van intimidatie. Na de bezwaren van (de raadsman van) [eiser] tegen het artikel heeft de Volkskrant de onder 2.6 en 2.8 van dit vonnis genoemde berichten geplaatst. Hierin is opgenomen dat als de Volkskrant de indruk dat [eiser] een Eritreeër is en een aanhanger van het Eritrese regime heeft gewekt dit ten onrechte is gebeurd. Uit die twee berichten volgt volgens [eiser] niet dat de Volkskrant de beschuldiging van intimidatie aan het adres van [eiser] wegneemt. Derhalve ligt in dit kort geding de vraag voor of de Volkskrant [eiser] beschuldigt van intimidatie en zo ja, of deze beschuldiging door de beugel kan. Dat het volgens het artikel gaat om Eritrese intimidatie, betekent voorshands niet dat de Volkskrant voldoende aannemelijk zou moeten maken dat de (beweerde) door [eiser] gepleegde intimidatie in opdracht van het regime in Eritrea heeft plaatsgevonden. Ook op grond van andere feiten of omstandigheden kan de uitlating dat [eiser] zich schuldig heeft gemaakt aan “Eritrese” intimidatie mogelijk gerechtvaardigd zijn.

4.3.

Volgens [eiser] is de inhoud van de tweet volstrekt neutraal. Op de vraag van de voorzieningenrechter ter zitting waarom hij de tweet in de openbaarheid heeft gebracht, heeft hij geantwoord dat hij sinds mei 2015 contact heeft met [naam 2] , dat hij met [naam 2] mee is geweest bij het doen van aangifte tegen [naam 1] en [naam 3] wegens smaad en laster en dat [naam 2] naar aanleiding van het kort geding van [naam 2] tegen [naam 1] contact heeft gezocht met [eiser] . Verder heeft [eiser] op de vraag van de voorzieningenrechter geantwoord dat hij als onafhankelijk journalist creatief moet zijn om met mensen in contact te komen en dat hij om die reden veelvuldig gebruik maakt van Twitter.

4.4.

De Volkskrant heeft aangevoerd dat de inhoud van de tweet in het geheel niet “volstrekt neutraal” is en gezien moet worden in de context van andere tweets en gedragingen van [eiser] en van andere twitteraars onder wie [naam 2] . In de periode van mei 2015 tot en met januari 2016 heeft [eiser] 106 tweets aan [naam 3] gericht en 81 aan [naam 1] . Ook de tweet This could be a career ending case for the both of you is direct aan [naam 1] en [naam 3] gericht. Deze tweet heeft een dreigende ondertoon en is zonder meer als intimiderend aan te merken. Dit is niet louter de subjectieve beleving van [naam 1] en [naam 3] , aldus de Volkskrant. Ook heeft de Volkskrant aangevoerd dat zij van de tweet melding mag maken omdat dit is gedaan in het kader van een publiek debat over een ernstige misstand. Bovendien wordt een tweet door de twitteraar zelf in de openbaarheid gebracht, met als doel maximale aandacht.

4.5.

Met de Volkskrant is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de gewraakte tweet niet op zichzelf kan worden beoordeeld maar in de context moet worden gezien van andere tweets en gedragingen van [eiser] . Op grond van de grote hoeveelheid tweets die door de Volkskrant als productie 1 in het geding is gebracht, is in dit kort geding voldoende aannemelijk geworden dat [eiser] sympathiseert met [naam 2] en stelling neemt tegen [naam 1] en [naam 3] . [eiser] is met [naam 2] meegegaan naar het politiebureau om aangifte te doen tegen [naam 1] en [naam 3] en heeft hierover op 22 mei 2015 een tweet in de openbaarheid gebracht. De tweet die [naam 2] hierover heeft gestuurd is door [eiser] (net als tal van andere tweets van [naam 2] ) geretweet. Op 23 mei 2015 heeft [eiser] een tweet aan [naam 2] gericht waarin hij hem mededeelt dat hij ook een klacht kan indienen tegen [naam 3] bij de Raad voor de Journalistiek. Deze tweet is ook gericht aan [naam 1] . [naam 3] wordt in verschillende tweets van [eiser] “de les gelezen” dat zij geen gebruik mag maken van anonieme bronnen. Voorts heeft [eiser] tweets van ene [naam 4] geretweet (zie pagina 10 van productie 1 van de Volkskrant) waarin onder meer is opgenomen “Stop 21 century linchin of @ [naam 2] by racists @ [naam 1] @ [naam 3]” en
@ [naam 2] being attacked by racists @ [naam 1] @ [naam 3] We must defend him!”. Eén dag voor de zitting in het kort geding tussen [naam 2] en [naam 1] heeft [eiser] de volgende tweet naar [naam 1] en [naam 3] gestuurd: “Hoor net van @ [naam 2] dat hij verklaringen heeft die bronnen onderuit halen. Tot morgen! @ [naam 3] (…) @ [naam 1]”. Nadat in het kort geding tussen [naam 2] en [naam 1] vonnis is gewezen heeft [eiser] getwitterd: “Er is nog steeds geen duidelijk bewijs getoont dat @ [naam 2] en spion is voor Eritrea of dat er info is door gespelt (...)” en “Ik begrijp niet hoe iemand een spil van een regiem noemen onder VvMU valt (…)”.

4.6.

De tweet This could be a career ending case for the both of you @ [naam 1] and @ [naam 3] kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter in de door de Volkskrant geschetste context als “intimidatie” worden aangemerkt, waardoor het voorshands gerechtvaardigd is dat de Volkskrant de tweet als een van de voorbeelden noemt in een breder artikel dat gaat over intimidatie. Hierbij is van belang dat de Volkskrant in het artikel, waarin de naam van [eiser] niet wordt genoemd, niet direct de beschuldiging aan het adres van [eiser] uit, maar er melding van maakt hoe de tweet op [naam 1] en [naam 3] is overgekomen. Gezien hetgeen hiervoor onder 4.5 is overwogen acht de voorzieningenrechter het voorshands eveneens gerechtvaardigd dat de Volkskrant de tweet koppelt aan “Eritrese” intimidatie. Hiervoor is voldoende dat is gebleken dat [eiser] sympathie heeft voor [naam 2] (die op zijn beurt als een sympathisant van het regime in Eritrea kan worden aangemerkt) alsmede voor derden die het regime in Eritrea gunstig gezind zijn. In dit kader wordt verwezen naar de tweet die [naam 2] in juni 2015 heeft gestuurd over de demonstratie in Genève tegen het rapport van de Human Rights Council van de Verenigde Naties waarin melding wordt gemaakt van ernstige schendingen van de mensenrechten in Eritrea. Deze tweet is geretweet door [eiser] .

4.7.

De conclusie tot zover is dat van ernstige beschuldigingen aan het adres van [eiser] die geen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal geen sprake is. Het artikel wordt dan ook niet onrechtmatig jegens [eiser] geacht, waardoor de onder 4.1 genoemde belangenafweging in het voordeel van gedaagden uitvalt. De Volkskrant heeft terecht aangevoerd dat zij een ernstige (publieke) misstand aan de kaak heeft gesteld en dat zij hiermee de grenzen van de vrijheid van meningsuiting niet heeft overschreden. Daar staat weliswaar tegenover dat publicatie van de tweet in het artikel mogelijk voor [eiser] nadelige gevolgen kan hebben, maar die tweet is door [eiser] zelf in de openbaarheid gebracht.

4.8.

Dat de Volkskrant jegens [eiser] geen wederhoor heeft toegepast maakt het voorgaande niet anders. Het enkel achterwege laten van wederhoor leidt niet zonder meer tot onrechtmatigheid van een gewraakte publicatie. Dat geldt ook in dit geval. [eiser] heeft in dit geding niet aannemelijk gemaakt dat wederhoor, indien de Volkskrant hiertoe was overgegaan, zou hebben geleid tot een andere inhoud van het artikel. De vraag van de voorzieningenrechter waarom hij, twee dagen vóór het kort geding van [naam 2] tegen [naam 1] , de tweet heeft verstuurd indien deze niet als intimidatie zou zijn bedoeld, heeft [eiser] immers niet afdoende kunnen beantwoorden (zie 4.3).

4.9.

Ook het beroep van [eiser] op de Wbp en zijn portretrecht leidt er niet toe dat zijn vorderingen (in enige vorm) kunnen worden toegewezen. Afgezien van het feit dat de afgebeelde tweet (en het portret) van de website van de Volkskrant zijn verwijderd, valt voorshands niet in te zien dat een twitterbericht een persoonsgegeven is. Door op Twitter de openbaarheid te zoeken, gaat de gebruiker bovendien akkoord met de voorwaarden van Twitter, die hergebruik door derden toestaan en aanmoedigen. [eiser] heeft er zelf voor gekozen de tweet (met zijn portret) de wereld in te sturen en de bedoeling hiervan is maximale aandacht. Tegen die achtergrond kan een beroep op privacy dan ook niet slagen.

4.10.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Volkskrant, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] (gezamenlijk) worden begroot op:

- griffierecht € 1.929,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 2.745,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Volkskrant, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] tot op heden begroot op € 2.745,-,

5.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Berkhout, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2016.1

1 type: MV coll: mb