Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:1048

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-02-2016
Datum publicatie
02-03-2016
Zaaknummer
EA 15-1350
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WWZ- ontbinding op g-grond. Geen ontbinding op verkorte termijn, geen billijke vergoeding. Geen ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Schending van controlevoorschriften bij ziekte geen ernstig verwijtbaar handelen van werknemer; werknemer oprecht in veronderstelling dat zij niet in staat was aan de verplichtingen te voldoen. Transistievergoeding wordt wel toegewezen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 628
Burgerlijk Wetboek Boek 7 629
Burgerlijk Wetboek Boek 7 629a
Burgerlijk Wetboek Boek 7 669
Burgerlijk Wetboek Boek 7 671b
Burgerlijk Wetboek Boek 7 673
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/625
JAR 2016/97
AR-Updates.nl 2016-0216
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht - team kanton

zaaknummer: EA 15-1350 en EA 16 - 96

beschikking van: 24 februari 2016

func.: 245

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

de besloten vennootschap Apple Retail Netherlands B.V.

gevestigd te Amsterdam

verzoekster

nader te noemen: Apple

gemachtigde: mr. T. Ridder

t e g e n

[verweerster]

wonende te [woonplaats]

verweerster

nader te noemen: [verweerster]

gemachtigde: mr. K. Boukema

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Apple heeft op 21 december 2015 een verzoekschrift ex artikel 7:671 BW ingediend dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen.

[verweerster] heeft bij haar verweerschrift de kantonrechter verzocht bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst haar een billijke vergoeding toe te kennen. Daarnaast heeft [verweerster] een tegenverzoek ingediend, strekkende tot betaling van de transistievergoeding en een vordering uit hoofde van achterstallig loon.

De verzoeken zijn behandeld ter terechtzitting van 1 februari 2016. Apple is verschenen bij [naam 1] en [naam 2] , met de gemachtigde. [verweerster] is verschenen met haar gemachtigde.

Beide partijen hebben een toelichting verstrekt, deels aan de hand van een pleitnota, en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt, die in het dossier zijn opgenomen.

Tot slot is beschikking bepaald op heden.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

Feiten en omstandigheden

1. Als gesteld en onvoldoende weersproken staat vast:

1.1.

Apple drijft (onder meer) een winkelketen, waarbij gehandeld wordt in computers en consumentenelektronica. Apple heeft daartoe de Apple Store te Amsterdam.

1.2.

[verweerster] , thans [leeftijd] jaar oud, is sedert [datum] in dienst van Apple. [verweerster] was werkzaam als [functie] van de Apple Store, i.e. de verkoopafdeling. Het salaris bedraagt € 1.214,85 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Het betreft een partime dienstverband voor 52,63% van de arbeidstijd.

1.3.

In artikel 5 van de arbeidsovereenkomst is neergelegd dat de werknemer zich bij ziekte dient te houden aan de bedrijfsvoorschriften (Employers regulations) van Apple. Daarnaast hanteert Apple een Sanctie- en Klachtenbeleid en heeft zij een gedragscode voor Intimidatie en pesterijen. De gedragscode en het Sanctiebeleid worden gepubliceerd op het HR Web, dat voor medewerkers van Apple toegan-kelijk is.

1.4.

[verweerster] heeft zich tussen 1 augustus 2013 en 1 december 2014 18 keer ziek gemeld. De perioden van arbeidsongeschiktheid duurden telkens enkele dagen tot meerdere weken.

1.5.

Begin november 2014 heeft [verweerster] haar leidinggevende bij Apple aangespro-ken over een incident met een collega.

1.6.

Op 22 november 2014 heeft de gemachtigde van [verweerster] haar telefonisch ziek gemeld. Dat is in strijd met de regels rond ziekmelding bij Apple, volgens welke de medewerker zich persoonlijk ziek dient te melden bij de leidinggevende.

1.7.

Bij brief van 24 november 2014 heeft Apple [verweerster] op deze onjuiste ziekmelding aangesproken en haar een schriftelijke waarschuwing gegeven. Bij brief van 1 december 2014 heeft Apple [verweerster] aangesproken op het feit dat zij zonder tegenbericht niet is verschenen op de afspraak op het spreekuur van de bedrijfsarts op 28 november 2014. [verweerster] is voorts opnieuw opgeroepen voor controle bij de bedrijfsarts op 5 december 2014.

1.8.

Bij brief van 2 december 2014 heeft de (toenmalige) gemachtigde van [verweerster] Apple bericht dat de waarschuwingen ten onrechte waren gegeven, nu [verweerster] zich niet in staat achtte om persoonlijk met de werkgever of de bedrijfsarts te communiceren.

1.9.

De brief stelt:
Aangezien cliënte, zowel om psychische als fysieke redenen, niet in staat was om op 28 november 2014 bij de bedrijfsarts op het spreekuur te komen, heb ik dit bij schrijven van 27 november 2014 aan ArboNed kenbaar gemaakt. In genoemd schrijven berichtte ik namens cliënte aan ArboNed dat cliënte op dit ogenblik volledig overstuur is ten gevolge van een fysiek en geestelijk bedreigende, en volstrekt onveilige situatie op de werkvloer.
Verder berichtte ik dat cliënte, gezien deze voor haar traumatische gebeurtenis, dringend de behoefte heeft om haar omstandigheden eerst met een vertrouwelijke persoon, haar huisarts te bespreken. De huisarts heeft haar aangeraden om eerst voor zover mogelijk wat rust te nemen. Tevens heeft de huisarts met haar voor aanstaande dinsdag 9 december 2014 een afspraak gemaakt om een gesprek met haar te voeren.
Gezien het voorgaande verzoek ik u vriendelijk in het belang van het geestelijke en fysieke welzijn van cliënte het bezoek aan haar huisarts eerst af te wachten. Cliënte is vooralsnog niet in staat om aanstaande vrijdag het spreekuur van de bedrijfsarts te bezoeken. Naar aanleiding van het gesprek met de huisarts, zal ik u per omgaande informeren over een te maken afspraak met de bedrijfsarts.
Vertrouwende op uw begrip, […]

1.10.

Op 4 december 2014 heeft de leidinggevende [naam 1] (verder [naam 1] ) over het incident begin november 2014 per e-mail aan haar (HR) collega’s verslag gedaan. Volgens (het verslag van) [naam 1] stond [verweerster] af te rekenen bij de express kassa en was een mannelijke collega onder de opmerking: “mag ik even bij je in het laatje” voor haar langs in de kassa gegaan. [verweerster] had zich bij die opmerking niet prettig gevoeld en dat gemeld bij [naam 1] .

1.11.

Het verslag van [naam 1] vermeldt voorts :
Ik sprak haar denk ik later in de week, waarbij zij vroeg wat wij doen in een geval van werk intimidatie. Toen ik door vroeg kwam ik achter dit verhaal. Ik heb toen voorgesteld samen met die collega te gaan zitten om deze situatie te bepraten, ook aangegeven dat HR en People manager haar konden ondersteunen. Zij wilde hier nog even over nadenken. Later in de week zei ze dat het gesprek niet hoefde, aangezien met mij praten haar al had opgelucht.
Rond 13 november sprak ik haar weer en toen dacht ze dat een gesprek toch wel nut zou hebben. We zouden dit zaterdag gaan doen. Ik had zaterdag verschillende gesprekken gepland. Ik zat 15 november in een gesprek in het Atrium toen ze naar mijn toe kwam of ik nog tijd had voor ze weg ging, want ze zag dat ik het druk had. Ik heb toen duidelijk vermeld dat ik tijd zal vrij maken en het gesprek met haar wilde voeren. Zij heeft toen zelf aangegeven hier geen behoefte aan te hebben en zij zei dat alles goed was. Ik ben toen op vakantie gegaan en ook doorgegeven aan [verweerster] dat ze ook bij andere managers in het team terecht kon mocht ze daar behoefte aan te hebben.

1.12.

Op 5 december 2014 heeft Apple op de brief van de gemachtigde gereageerd en gesteld dat [verweerster] uitstel kreeg voor de controle door de bedrijfsarts tot na het gesprek met de huisarts op 9 december 2014, maar dat het uiteindelijk aan de bedrijfsarts is om te bepalen of [verweerster] al dan niet kan werken, terwijl Apple aan haar reïntegratie-verplichtingen dient te voldoen.

1.13.

Op 18 december 2014 heeft Apple met de gemachtigde van [verweerster] besproken, dat er een telefonische afspraak met de bedrijfsarts zou worden gemaakt. Op 22 december 2014 heeft de bedrijfsarts met de huisarts van [verweerster] gesproken, waarna de bedrijfsarts Apple heeft bericht dat hij [verweerster] in staat achtte om fysiek op het spreekuur te verschijnen. Ook voor telefonische afspraken was [verweerster] voor de bedrijfsarts niet bereikbaar. [verweerster] heeft zich steeds afgemeld, middels haar gemachtigde.

1.14.

Op 16 januari 2015 heeft Apple het loon van [verweerster] opgeschort. Bij brief van 12 februari 2015 heeft de gemachtigde van [verweerster] Apple daarover aangeschreven, onder sommatie om het loon door te betalen. Apple heeft op 17 februari 2015 [verweerster] door de bedrijfsarts laten oproepen, welke oproep door de gemachtigde van [verweerster] is afgezegd.

1.15.

In de volgende maanden is op verschillende manieren tussen Apple en (de gemachtigde van) [verweerster] gecorrespondeerd. [verweerster] is niet door de bedrijfsarts gezien. Apple heeft de salarisbetalingen niet hervat.

1.16.

Bij brief van 15 juni 2015 heeft de (huidige) gemachtigde van [verweerster] Apple bericht dat haar cliënte was gezien door een onafhankelijke bedrijfsarts, die oordeelde dat zij tot 7 juli 2015 arbeidsongeschikt was en per die datum weer volledig arbeidsgeschikt was te achten. Apple werd daarbij verzocht het salaris van [verweerster] alsnog uit te keren. De onafhankelijke bedrijfsarts heeft geen contact met Apple over deze controle gehad.

1.17.

Bij e-mail van 24 juni 2015 heeft Apple de gemachtigde van [verweerster] bericht dat [verweerster] werd uitgenodigd voor een gesprek bij Apple op 29 juni 2015. De brief besluit:
Gezien het feit dat zij vanaf 9 juni door een bedrijfsarts begeleid wordt en zich dus in principe aan de richtlijnen van de Wet Poortwachter houdt, zich namelijk ‘toetsbaar’ opstelt, zullen wij de betaling van haar salaris vanaf die datum hervatten. We hopen dat we tijdens het gesprek een goede weg vooruit vinden.

1.18.

[verweerster] is niet op de afspraak verschenen, Apple heeft het salaris van [verweerster] weer stopgezet. Apple heeft in juni 2015 één keer salaris aan [verweerster] uitgekeerd.

1.19.

De gemachtigde van [verweerster] heeft Apple bij brief van 9 juli 2015 bericht dat [verweerster] niet meer in staat is te reïntegreren en met Apple in gesprek te gaan. De brief vermeldt:
w
Apple heeft de voorwaarden niet geaccepteerd.

1.20.

Apple heeft [verweerster] vanaf juli 2015 meerdere keren opgeroepen om op de oproep van de bedrijfsarts te reageren. Apple en de gemachtigde van [verweerster] hebben over een mogelijk einde van de arbeidsovereenkomst gecorrespondeerd.

1.21.

[verweerster] heeft het werk niet meer hervat. Het salaris van [verweerster] is niet doorbetaald.

Verzoek ex art 7:671b BW

2. Apple verzoekt de arbeidsovereenkomst primair op grond van artikel 7:671b lid 1 sub a jo artikel 7:669 lid 3 sub e BW, te ontbinden nu [verweerster] zodanig verwijtbaar heeft gehandeld dat het in redelijkheid niet van Apple gevergd kan worden de arbeids-overeenkomst te laten voortduren. Subsidiair meent Apple dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en verzoekt zij ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:699 lid 3 sub g BW.

3. Apple meent daarbij dat herplaatsing niet aan de orde is en dat zij [verweerster] geen transistievergoeding verschuldigd is, nu spake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten zijdens [verweerster] . Zo een transistievergoeding verschuldigd zou zijn, bepleit Apple dat de transistievergoeding € 1.093,37 bruto bedraagt.

4. Aan haar primaire verzoek legt Apple - kort gezegd - ten grondslag dat het gedrag van [verweerster] rond haar ziekmelding is aan te merken als ernstig verwijtbaar gedrag, maar in ieder geval als dusdanig gedrag dat van Apple in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten bestaan.

5. Met betrekking tot het subsidiaire verzoek stelt Apple - samengevat - dat sprake is van een ernstige en langdurig verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Herplaatsing van [verweerster] binnen de organisatie van Apple is niet mogelijk, waarbij Apple aanvoert dat een plicht tot herplaatsing alleen dan geldt als het een verstoorde arbeidsrelatie op de werkvloer betreft en niet met de werkgever zelf. Dat laatste nu is hier wel het geval.

6. Bij dit alles bepleit Apple dat het einde van de arbeidsovereenkomst wordt bepaald overeenkomstig artikel 7: 671b lid 8 BW, onmiddellijk althans op de korts mogelijke termijn, nu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten zijdens [verweerster] .

Verweer

7. [verweerster] betwist niet dat sprake is van een (ernstig) verstoorde arbeidsverhouding. Zij ziet zichzelf niet meer terugkeren bij Apple. De arbeidsovereenkomst kan, volgens [verweerster] , dan ook op die grond worden ontbonden. Wel is zij van mening dat haar salaris uitbetaald dient te worden en dat naast de transistievergoeding ook een billijke vergoeding aan haar dient te worden voldaan.

8. [verweerster] voert ter onderbouwing aan dat nadat zij seksueel geïntimideerd werd door een collega, zij dit direct heeft gemeld aan haar leidinggevende [naam 1] . Tevens heeft zij verzocht haar dienst te mogen ruilen omdat zij zich niet meer veilig voelde met deze man. De leidinggevende gaf aan een gesprek te zullen plannen direct in die week. Die week is [verweerster] driemaal naar [naam 1] gegaan met de vraag of het gesprek als was ingepland. Dat was niet het geval en aan het einde van de week is [naam 1] met vakantie gegaan. Daarna is [verweerster] door niemand van Apple nog benaderd. Hierdoor voelde zij zich zo onveilig en gedeprimeerd dat zij zich ziek heeft moeten melden.

9. Ondanks dat de gemachtigde van [verweerster] heeft aangegeven hoe traumatisch [verweerster] alles heeft ervaren - welke ervaring volstrekt subjectief is en waarover een derde geen oordeel kan vellen - heeft Apple alles gebagatelliseerd, waardoor de toestand van [verweerster] is verslechterd.

10. Voor het geval de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden meent [verweerster] dat haar een billijke vergoeding toekomt. Zij voert daartoe aan, dat Apple zich als een slecht werkgever heeft opgesteld en wel zodanig dat het herstel van [verweerster] maanden langer heeft geduurd dan nodig was. Daarom meent [verweerster] dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Apple en maakt zij aanspraak op een billijke vergoeding van € 10.000,- bruto.

Zelfstandig tegenverzoek

11. Op 16 januari 2015 heeft Apple volgens [verweerster] ten onrechte haar salaris opge-schort. Het was voor [verweerster] namelijk onmogelijk om met Apple contact te hebben en daarvan is Apple steeds op de hoogte gehouden. [verweerster] heeft het geprobeerd op te lossen door de bedrijfsarts contact te laten hebben met haar huisarts en haar psy-choloog. Zij kon geen contact hebben met de bedrijfsarts, dit zou contraproductief zijn.

11. De onafhankelijke bedrijfsarts heeft geoordeeld dat [verweerster] arbeidsongeschikt was tot 7 juli 2015 en dat zij daarna situatief arbeidsongeschikt was. [verweerster] stelt dat van haar redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat zij haar werkzaamheden zou hervatten en dat dit voor risico van Apple dient te komen. Bovendien heeft de seksuele intimidatie op de werkvloer plaatsgevonden.

11. De conclusie van dit alles is, volgens [verweerster] , dat het loon moet worden doorbetaald tot het einde van de arbeidsovereenkomst. [verweerster] vordert daarbij proceskosten van € 4143,- nu Apple [verweerster] genoodzaakt heeft een advocaat in te schakelen.

Verweer

14. Apple meent dat zij niet gehouden is het salaris van [verweerster] tijdens ziekte door te betalen, nu [verweerster] zich niet gehouden heeft aan de aanwijzingen van de bedrijfsarts en zich niet voor Apple controleerbaar heeft gehouden. In juli 2015 is door Apple één keer per ongeluk € 597,- netto uitgekeerd en Apple heeft besloten dat bedrag niet terug te vorderen.

14. Voor 7 juli 2015 was sprake van verval van het recht op grond van artikel 7:629a BW en daarna op grond van artikel 7:628 BW. Bovendien ontbreekt het deskundige oordeel als bedoeld in artikel 7:629a BW.

Beoordeling van het verzoek

16. Het gaat in dit deel van de zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. In geval van ontbinding moet vervolgens worden beoordeeld of aan [verweerster] een billijke vergoeding dient te worden toegekend.

16. De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Bij regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 april 2015 (Stcrt. 2015/12685) zijn daarvoor nadere regels gesteld (Ontslagregeling).

16. Uit hetgeen door partijen naar voren is gebracht, alsmede uit hetgeen ter zitting is gebleken, zijn de verhoudingen tussen partijen dermate verstoord geraakt dat op die grond de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden. Naar het oordeel van de kantonrechter kan een voortzetting van het dienstverband van Apple niet gevergd worden.

16. Gelet op artikel 7:671b lid 8, onderdeel c, BW is voor toekenning van een billijke vergoeding alleen plaats indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Uit de wetsgeschie-denis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever zich slechts zal voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat of als een werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren (zie: Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34).

16. Geoordeeld wordt dat een dergelijke situatie zich hier niet voordoet. Niet is gebleken dat Apple te kort is geschoten met de behandeling van het incident c.q. de klacht van [verweerster] . Van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten zijdens Apple is in dit opzicht geen sprake. En daarbij komt dat na de ziekmelding Apple er alles aan heeft gedaan, met een groot geduld, om [verweerster] voor het bedrijf te behouden. Apple valt ook in dat opzicht geen verwijt te maken.

16. Anderzijds is de kantonrechter van oordeel dat [verweerster] evenmin ernstig verwijtbaar handelen of nalaten valt te verwijten. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [verweerster] oprecht gemeend dat zij met de bedrijfsarts van Apple geen contact kon onderhouden en dat zulks ten onrechte was, althans uit geen enkel stuk blijkt dat daar een medische grond (fysiek of mentaal) voor was, maakt niet dat haar ernstig verwijt-baar handelen of nalaten verweten kan worden. De kantonrechter ziet derhalve geen aanleiding om de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op een eerder tijdstip te bepalen, zoals verzocht door Apple.

16. De conclusie van dit alles is dat de kantonrechter het verzoek van Apple zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel a, BW zal worden ontbonden met ingang van 1 april 2016. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure. Aan [verweerster] zal geen billijke vergoeding worden toege-kend.

16. Nu op verzoek van Apple de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden en [verweerster] geen billijke vergoeding wordt toegekend, behoeft geen termijn te worden bepaald waarin Apple het verzoek kan intrekken.

Het tegenverzoek van [verweerster]

24. Voor zover [verweerster] bij wijze van tegenverzoek heeft gevraagd om toekenning van een billijke vergoeding, behoeft dit verzoek niet te worden behandeld, omdat daarop eerder reeds in het verzoek is beslist.

24. [verweerster] heeft voorts een tegenverzoek gedaan om Apple te veroordelen de transitie-vergoeding te betalen. Volgens [verweerster] is Apple op grond van artikel 7:673 lid 1 BW een transitievergoeding verschuldigd van € 1.312,- bruto. Uit artikel 7:673 lid 1 BW volgt dat de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd is indien – kort gezegd – de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever is ontbonden. Aan deze beide voorwaarden is voldaan en gelet op artikel 7:673 lid 2 BW heeft [verweerster] aanspraak op een transitievergoeding van (naar de berekening van de kantonrechter)
€ 1.312,- bruto. Apple zal worden veroordeeld tot betaling daarvan. In het verzoek heeft de kantonrechter reeds geoordeeld dat van ernstig verwijtbaar handelen zijdens [verweerster] geen sprake is.

24. Tot slot heeft [verweerster] verzocht Apple te veroordelen om het salaris vanaf de datum van opschorting tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst door te betalen. Ook dat verzoek zal worden afgewezen.

24. Vast staat dat [verweerster] geen gehoor heeft gegeven aan de oproepen om de bedrijfs-arts te bezoeken, om op gesprek bij Apple te komen of om op welke wijze ook contact op te nemen of te onderhouden met Apple. [verweerster] heeft daarmee gehandeld in strijd met haar verplichtingen uit hoofde van de Employers Regulations en uit de wet, op grond waarvan zij controle voorschriften (ter reïntegratie) dient na te komen. Dat zij daartoe een gegronde medische reden had, is niet gebleken. Dat haar daarvan geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten valt te verwijten, is iets anders.

24. Op grond van artikel 7: 629 lid 3 BW vervalt daarmee haar recht op loon tijdens ziekte. Dat een ‘onafhankelijke bedrijfsarts’ heeft geoordeeld dat op enig moment [verweerster] ongeschikt was voor ‘de bedongen arbeid’, brengt niet mee dat zij alsnog recht heeft op het loon over de gehele periode van ziekmelding tot einde dienstverband, nog daargelaten dat Apple door die bedrijfsarts niet is gehoord, benaderd of om informatie is gevraagd, terwijl mogelijk een eerder gesprek met Apple - en een wijziging van de roosters - al de oplossing had gebracht.

24. Dat betekent dat het verzoek van [verweerster] zal worden afgewezen.

Proceskosten

30. Gelet op de uitkomst van de zaak, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

BESLISSING

De kantonrechter:


Op het verzoek van Apple (EA 15 - 1350):

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen tegen 1 april 2016;

wijst het verzoek voor het overige af;

Op het tegenverzoek van [verweerster] (EA 16 - 96):

veroordeelt Apple tot betaling aan [verweerster] van het bedrag van € 1.312,- bruto ten titel van transistievergoeding;

wijst het verzoek voor het overige af;

In beide verzoeken:

compenseert de proceskosten tussen partijen.

Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2016 in aanwezigheid van de griffier.

De griffier

De kantonrechter