Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2016:1045

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26-02-2016
Datum publicatie
02-03-2016
Zaaknummer
EA VERZ 15-918
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kantine in bedrijfsverzamelgebouw is art 7:290-bedrijfsruimte. Toegankelijk vanaf openbare weg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht - team kanton

zaaknummer: 4409058 EA VERZ 15-918

beschikking van: 26 februari 2016

func.: 245

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

1. de besloten vennootschap Padjak De Smeltkroes B.V.

2. [verzoeker sub 2]

3. [verzoeker sub 3]

4. [verzoeker sub 4]

allen gevestigd, dan wel wonende te [plaats]

verzoekers, nader te noemen: De Smeltkroes

gemachtigde: mr. C.P. Visser

t e g e n

de stichting Cultureel Educatief Centrum

gevestigd te Amsterdam

verweerster, nader te noemen: CEC

verschenen bij [naam 1]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Bij verzoekschrift van 31 augustus 2015 heeft De Smeltkroes een voorwaardelijk verzoek ex artikel 7:230a BW ingediend.

Het verzoek is mondeling behandeld ter zitting van 10 november 2015. Verschenen zijn namens De Smeltkroes [verzoeker sub 2] met de gemachtigde en namens CEC [naam 1] .

De kantonrechter heeft de zaak met partijen besproken. Beide hebben een toelichting gegeven. Van het verhandelde zijn aantekeningen gemaakt, die in het dossier zijn opgenomen.
De mondelinge behandeling is daarna gesloten.

Vervolgens is de zaak drie maanden aangehouden om partijen de mogelijkheid te bieden een schikking te bereiken. Bij brief van 4 februari 2016 heeft De Smeltkroes de kantonrechter bericht dat een schikking niet kon worden bereikt.

De Smeltkroes heeft daarbij beschikking gevraagd. Beschikking is bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

De Smeltkroes drijft (aanvankelijk middels haar rechtsvoorgangster) sinds 2 februari 2005 een restaurant in een gedeelte van het gebouw van CEC aan de Bijlmerdreef 1289 te Amsterdam (verder het gehuurde). Het betreft de kantine in een bedrijfsverzamelgebouw, waarin meerdere bedrijven en een opleidings-centrum zijn gevestigd.

1.2.

De eerste huurovereenkomst loopt van 1 september 2005 tot 1 januari 2008. De tweede huurovereenkomst loopt van 1 juni 2008 tot en met 31 mei 2013. Aansluitend is De Smeltkroes het gehuurde blijven gebruiken.

1.3.

Volgens de huurovereenkomst mag De Smeltkroes in het gehuurde een horeca-gelegenheid exploiteren, volgens de eerste huurovereenkomst met uitzondering van evenementen en of andere activiteiten voor grote groepen. De Smeltkroes exploiteert een Surinaams-Javaans restaurant. Het gehuurde is rechtstreeks toegankelijk vanaf de straat middels een eigen toegangsdeur en heeft andere openingsuren dan de bedrijven in het gebouw.

1.4.

In 2012 hebben partijen overleg gevoerd over voortzetting van de huurover-eenkomst. CEC heeft toen gesteld dat zij nog slechts tweejarige huurovereen-komsten met De Smeltkroes wilde sluiten. In dat verband heeft CEC De Smeltkroes een allonge voorgelegd, welke niet is ondertekend. De allonge vermeldt (ten onrechte) dat De Smeltkroes de huurovereenkomst heeft opgezegd.

1.5.

Bij brief van 27 juni 2014 heeft CEC de huurovereenkomst met De Smeltkroes opgezegd per 30 juni 2015, waarbij ter zitting nog is gesteld dat De Smeltkroes niet past in de nieuwe visie van CEC.

Vordering en verweer

2. De Smeltkroes vordert primair dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar verzoek en subsidiair dat de termijn, waarbinnen ontruiming van het gehuurde zou moeten plaats vinden, wordt verlengd tot één jaar na het eindigen van de huurovereenkomst, derhalve tot 1 juli 2016. Alles met veroordeling van CEC in de kosten van de procedure.

3. Zij stelt hiertoe, samengevat en zakelijk weergegeven, dat sprake is van zogenoemde ‘artikel 7:290’ -bedrijfsruimte en dat haar dus huurbescherming toekomt. In dat verband dient De Smeltkroes niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar verzoek. De onderhavige verzoekschriftprocedure ziet uitsluitend op een (voorwaardelijk) verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn ex artikel 7:230a BW, indien geen sprake is van bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 7:290 BW.

4. CEC verweert zich daartegen met de stelling dat het een groot gebouw betreft, dat zij meer werkplekken wil bieden en meer kantine-functie. CEC wil ook meer jongeren binnen haar muren halen en houden en heeft daarvoor de kantine nodig. CEC heeft getracht dit met De Smeltkroes te organiseren, maar dat is niet gelukt. CEC wil dat huurders en leerlingen vrij naar binnen kunnen lopen, maar De Smeltkroes doet de gordijnen niet open.

5. De Smeltkroes past dus niet meer binnen de visie van CEC. CEC heeft De Smeltkroes nog een andere plek binnen het gebouw aangeboden, maar die heeft De Smeltkroes niet geaccepteerd.

Beoordeling

6. Gelet op de vordering van De Smeltkroes ligt primair de vraag ter beoordeling voor of in casu sprake is van bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 7:290 BW, danwel van overige ruimte als bedoeld in artikel 7:230a BW. Nu sprake is van een restaurant c.q. een horecabedrijf, dat voor het publiek (rechtstreeks) toegankelijk is, is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 7:290 BW.

7. Dat betekent dat De Smeltkroes wordt gevolgd in haar stelling dat zij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en dat zij aanspraak kan maken op de huurbescherming als omschreven in afdeling 6, titel 4 van boek 7 BW (artikel 290 ev BW).

8. Het primaire verzoek van De Smeltkroes zal worden toegewezen.

9. CEC wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten aan de zijde van De Smeltkroes belast, als hieronder bepaald.

BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart De Smeltkroes niet-ontvankelijk in haar verzoek;

veroordeelt CEC in de kosten van het geding, aan de zijde van De Smeltkroes tot heden begroot op € 116,00 aan griffiegeld en € 400,00 aan salaris van de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt CEC tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en CEC binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

Griffier Kantonrechter