Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:9797

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-11-2015
Datum publicatie
11-02-2016
Zaaknummer
AMS 14/5508
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Volgens verweerder was sprake van een simpele fout. Eiser heeft de zaak kunnen regelen middels een telefoontje. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een lichte zaak. Daarom heeft verweerder bij de toekenning van een proceskostenvergoeding terecht wegingsfactor 0,5 (licht) gehanteerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 14/5508

uitspraak van de meervoudige kamer van 25 november 2015 in de zaak tussen

[naam eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. F. Boukich),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. H.H.J. ten Hoope en mr. M.H.M. Diderich).

Procesverloop

Bij besluit van 7 juli 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand toegekend tot een bedrag van € 93.-.

Bij besluit van 13 augustus 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2015. De rechtbank heeft de zaak gevoegd behandeld met de zaken met nummers AMS 15/557 en AMS 14/7771. Eiser en zijn gemachtigde zijn – met voorafgaande kennisgeving – niet ter zitting verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigden. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank de gevoegde zaken gesplitst.

Overwegingen

1.1.

Per e-mailbericht van 6 juli 2014 heeft de gemachtigde van eiser bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand aangevraagd. Daarbij heeft hij drie nota’s van in totaal € 535,- overgelegd (een nota van € 143,- en tweemaal een nota van € 196,-). Verder heeft hij op diezelfde dag nogmaals per e-mailbericht bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van griffierecht van € 45,-. Het totaalbedrag komt daarmee op € 580,-.

1.2.

Bij besluit van 7 juli 2014 heeft verweerder bijzondere bijstand toegekend voor de kosten van griffierecht tot een bedrag van € 45,-. Bij primair besluit heeft verweerder vervolgens bijzondere bijstand toegekend voor de kosten van rechtsbijstand tot een bedrag van € 93,-. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt.

2.1.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat inmiddels op 8 augustus 2015 het resterende bedrag is toegekend voor de twee nota’s die bij de behandeling van de aanvraag over het hoofd waren gezien. Verweerder heeft geen proceskostenvergoeding toegekend, omdat sprake is van een contra-indicatie zoals bedoeld in artikel 2, vierde en vijfde lid, van de Beleidsregels Wegingsfactoren Kosten Rechtsbijstand in bezwaarfase Werk en Inkomen. Er is namelijk sprake van een evident foute beslissing en eiser had de zaak kunnen regelen door een simpel telefoontje met het bestuursorgaan.

2.2.

Hiertegen heeft eiser beroep ingesteld. Eiser heeft aangevoerd dat hij – in tegenstelling tot hetgeen verweerder beweert – wel degelijk contact heeft opgenomen. De gemachtigde van eiser heeft op 21 juli 2015 gebeld met de desbetreffende ambtenaar, [naam ambtenaar] . Deze antwoordde dat eiser recht had op niet meer dan € 130,-. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiser diezelfde dag nog deze ambtenaar een e-mailbericht gestuurd dat de advocaatkosten niet volledig vergoed zijn en dat de gemachtigde bezwaar zal indienen. Op dezelfde dag reageerde deze ambtenaar per e-mail met de mededeling “succes met uw bezwaar”.

2.3.

In een nadere reactie van 18 februari 2015 heeft verweerder te kennen gegeven dat de contra-indicaties niet langer worden tegengeworpen. Verweerder heeft dan ook aan eiser een proceskostenvergoeding toegekend. Wel is de bezwaarzaak van een zodanig licht gewicht dat volstaan kan worden met een wegingsfactor 0.5. Eiser hoefde in het bezwaarschrift immers slechts aan te geven dat de verzochte vergoeding zonder reden niet volledig was toegekend.

3.1.

De rechtbank stelt vast dat verweerder bij brief van 18 februari 2015 de motivering van het bestreden besluit heeft gewijzigd, zodat reeds om die reden het beroep gegrond zal worden verklaard en het bestreden besluit zal worden vernietigd. De rechtbank ziet voorts aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit, voor zover daarbij (impliciet) is geweigerd bijzondere bijstand toe te kennen voor het resterende bedrag aan kosten van rechtsbijstand, te herroepen, nu sprake is van een wegens verweerder te wijten onrechtmatigheid. Verweerder heeft deze fout pas na het maken van bezwaar hersteld.

3.2.

Verweerder heeft eiser reeds bij brief van 18 februari 2015 proceskosten in bezwaar toegekend. Daarbij heeft verweerder een wegingsfactor 0,5 gehanteerd. Het door eiser in beroep aangevoerde geeft geen aanleiding voor het oordeel dat dat niet juist zou zijn. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat sprake is van een lichte zaak.

3.3.

In aanmerking genomen dat eiser inmiddels bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand heeft toegekend gekregen zoals verzocht, zal de rechtbank voorts bepalen dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde bestreden besluit.

4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser in beroep gemaakte proceskosten. Deze kosten bepaalt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand op € 245,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, waarde per punt van € 490,- en een wegingsfactor 0,5). De rechtbank hanteert wegingsfactor 0,5 omdat in beroep slechts de vergoeding van proceskosten onderwerp van geschil is.

5. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, dient verweerder tevens aan eiser het door hem betaalde griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 45,- aan eiser te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser in beroep tot een bedrag van € 245,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.H. Waller, voorzitter,

en mr. J.H.M. van de Ven en mr. D. Bode, leden,

in aanwezigheid van mr. C.A.R. Bleijendaal, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 november 2015.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.