Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:975

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-02-2015
Datum publicatie
25-02-2015
Zaaknummer
C/13/579458 / KG ZA 15-34
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding. Ontbinding samenwerkingsovereenkomst. Verbod gebruik maken handelsnaam, merkenrechten en domeinnaam toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/579458 / KG ZA 15-34 SP/SvE

Vonnis in kort geding van 16 februari 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE KORTE WEG B.V.,

gevestigd te Moerdijk,

eiseres in conventie bij dagvaarding van 22 januari 2015,

verweerster in reconventie,

advocaten mr. H.A.J.M. van Kaam en mr. N.A. Winthagen te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE VEGETARISCHE SLAGER AMSTERDAM B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. R.R.E. Roosjen te Amsterdam.

Eiseres zal hierna de Korte Weg worden genoemd. Gedaagden zullen hierna afzonderlijk worden aangeduid als DVSA en [gedaagde sub 2] en gezamenlijk als DVSA c.s.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 30 januari 2015 heeft de Korte Weg gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. DVSA c.s. heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen en in reconventie gevorderd als blijkt uit de eveneens in fotokopie aan dit vonnis gehechte akte houdende (deels voorwaardelijke) eis in reconventie. De Korte Weg heeft de vorderingen in (deels voorwaardelijke) reconventie bestreden. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. Ter zitting is aan partijen medegedeeld dat op 13 februari 2015 vonnis zou worden gewezen. Nadien zijn partijen er telefonisch van op de hoogte gesteld dat vonnis zal worden gewezen op 16 februari 2015. Ter terechtzitting waren, voor zover van belang, aanwezig:

aan de zijde van de Korte Weg: [persoon 1], hierna [persoon 1], en [persoon 2], hierna [persoon 2], met mrs. Van Kaam en Winthagen;

aan de zijde van DVSA c.s.: [gedaagde sub 2] met mr. Roosjen.

2 De feiten in conventie en in reconventie

2.1.

De Korte Weg, handelend onder de naam De Vegetarische Slager (hierna ook: DVS), houdt zich bezig met de productie en verkoop van vegetarische producten. DVS heeft een eigen vegetarische slagerij in Den Haag. Zij maakt voor haar vegetarische producten gebruik van door haar gehouden beeldmerken met daarin verwerkt de bewoordingen De Vegetarische Slager en De Vegetarische Viswinkel.

2.2.

De Korte Weg, althans [persoon 1], [persoon 2], en [gedaagde sub 2] hebben op enig moment met elkaar gesproken over het verkopen van het assortiment van DVS door [gedaagde sub 2] door middel van eigen winkels. [gedaagde sub 2] heeft naar aanleiding hiervan een intentieverklaring opgesteld, die door [persoon 1] en [persoon 2] is ondertekend, waarin voorwaarden voor de samenwerking tussen partijen zijn neergelegd.

2.3.

Op 16 maart 2013 hebben de Korte Weg en DVSA een samenwerkingsovereenkomst gesloten (hierna: de samenwerkingsovereenkomst), waarin de in de intentieverklaring opgenomen afspraken nader zijn uitgewerkt. De samenwerkingsovereenkomst luidt, voor zover van belang:

1. De afspraken uit de brief

1.1.

De tussen DVS en [gedaagde sub 2] bereikte overeenstemming is vastgelegd in een brief van [gedaagde sub 2] (…) Die afspraken doen Partijen gestand en komen overeen integraal uitvoering te geven aan die afspraken. Om efficiency redenen worden de afspraken uit die brief hieronder herhaald (en op enkele plaats nog iets bewerkt) en omwille van de leesbaarheid voorzien van kopjes

a. “Start winkel / gebruik logo / ondersteuning: Ik (althans een vennootschap waarover ik controle heb) start een vegetarische slager in Amsterdam, Rozengracht 217. Daarbij gebruik ik jullie logo en naam. Naar buiten toe moet het zo lijken dat De Vegetarische Slagerij deze winkel heeft. Dat betekent onder meer dat dat als zodanig ook op jullie website moet worden gepresenteerd. Ook betekent dat dat ik goed geïnformeerd moet worden over product en productontwikkeling en betrokken wil zijn bij productinnovatie. (…)

b. Product aanbod winkel – vlees èn vis: Het product aanbod van de winkel zal zijn: alleen vegetarische producten, eventueel in combinatie met traiteursactiviteiten en beperkte horeca. Voor alle duidelijkheid: het gaat mij om zowel de vleesvervangers, als ook de visvervangers (…)

k. Belevering door derden: Ik moet de mogelijkheid hebben om elders producten af te nemen als jullie onverhoopt niet in staat zijn om voldoende producten te leveren. Dan zal de consument in de winkel duidelijk worden gemaakt dat de alternatieve producten niet van DVS zijn. Het spreekt voor zich dat we hier terughoudend mee moeten zijn: de winkel heeft immers de uitstraling een winkel van DVS zelf te zijn. Zie het dus als een noodmaatregel om de consument als klant voor de winkel te kunnen behouden en dat is in het belang van ons beiden. De condities waaronder van die noodmaatregel gebruik mag worden gemaakt zijn (i) jullie zijn niet in staat om voldoende producten te leveren waarmee ik in de vraag naar die producten kan voorzien (ii) ik heb jullie dat schriftelijk gemeld en jullie zijn niet in staat om binnen 2 weken alsnog mij te beleveren. Ik zal daarbij dan niet langer bij anderen inkopen op het moment dat jullie weer in staat zijn om voldoende te leveren.

l. Prijsvorming: De prijs die jullie rekenen voor de producten zal steeds concurrerend zijn. (…) Concurrerend is wat mij betreft de gemiddelde daadwerkelijk gehanteerde verkoopprijs die jullie rekenen aan de grote supermarkten.

(…)

o. Tegenvallende exploitatie: Als de exploitatie van de winkel onvoldoende rendabel blijkt: dan zullen we overleggen over of en hoe we verder kunnen gaan. Het uitbreiden van productenassortiment is dan uitdrukkelijk een optie die door mij kan worden ingeroepen in het geval de winkel financieel onvoldoende rendeert om op de ingeslagen weg voort te blijven gaan. Ingeval van een uitbreiding die niet jullie instemming heeft, vervalt de exclusiviteit en het recht op gebruik van naam en logo.

(…)

4. Beëindiging en gevolgen van beëindiging

4.1.

Iedere Partij heeft het recht deze Overeenkomst per direct te beëindigen indien de andere Partij voorwerp is van een van de hierna gemelde situaties:

a. de andere Partij voldoet niet aan haar verplichtingen nadat zij daarvan schriftelijk op de hoogte is gesteld en een redelijke termijn is gegund om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen (…)

4.2.

Indien deze Overeenkomst eindigt, zal [gedaagde sub 2] direct stoppen met het gebruik maken van de handelsnaam De Vegetarische Slager en zal [gedaagde sub 2] direct haar statutaire naam wijzigen, waarbij De Vegetarische Slager of hiervan direct afgeleide benamingen niet zullen worden gebruikt. (…)”

2.4.

Op 1 mei 2013 heeft [gedaagde sub 2] DVSA opgericht. De winkel van DVSA aan de Rozengracht 217 te Amsterdam is op 4 oktober 2013 officieel geopend.

2.5.

Bij e-mail van 16 april 2014 heeft [persoon 1] [gedaagde sub 2] onder meer het volgende geschreven:

“Goed dat we elkaar gesproken hebben deze morgen in de winkel aan Rozengracht en dank voor je openhartigheid in het gesprek. Je begrijpt dat de ontstane situatie ook voor ons buitengewoon zorgelijk en onacceptabel is en in strijd met de gemaakte afspraken en intenties:

Lege vriezers, althans geen consumentenverpakkingen van ons diepvriesassortiment voorradig, alleen horecadozen.

Vegetarische maaltijden van Maass met in plaats van onze producten diverse kaassoorten als vervanging voor het vlees.

Versproducten met Vegetarische Slager logo die niet door ons zijn goedgekeurd.

Ik hebt aangegeven in het gesprek dat dit onacceptabel is en je hebt daarvoor ook alle begrip getoond en als reden aangegeven dat er geen financiële ruimte is om op dit moment een bestelling te doen bij ons. (…)

Het is van het grootste belang om de 3 genoemde probleem punten op zo kort mogelijke termijn op te lossen en in de volgorde zoals genoemd. (…)”

2.6.

Bij e-mail van 17 april 2014 heeft [gedaagde sub 2] als volgt gereageerd op de mail van 16 april 2014:

“Natuurlijk ben ik de eerste die verbeteringen en aanpassingen doorvoert als die mij door jou worden aangedragen. (…)

De aandacht en verbeter punten heb ik direct aangepakt:

1) de maaltijden van Maass waar geitenkaas in was verwerkt (overigens zonder stremsel) heb ik toch uit het assortiment verwijderd.

2) morgen zal ik de consumenten verpakkingen bestellen, ik streef ernaar deze 1 keer per week te bestellen.

3) op de eigen gemaakte vegan cake heb ik de dvsa sticker met de houdbaarheidsdatum erop verwijderd. (…)

Dan schrijf je over lege vriezers, dat is natuurlijk onjuist mijn vriezers boven en beneden zitten nokvol met DVS producten. (…)”

2.7.

Bij e-mail van 20 april 2014 heeft [persoon 1] [gedaagde sub 2] onder meer meegedeeld dat hij bereid is een extra korting te geven tot 10% per kwartaal, achteraf te crediteren.

2.8.

DVSA c.s. heeft als productie 13 een brief overgelegd van 24 april 2014 van [gedaagde sub 2] aan [persoon 1]. In de brief staat, voor zover relevant, het volgende:

“Naar aanleiding van jou mail van eergisteren waar je schrijft over een extra inkoopkorting van 10% bericht ik je als volgt:

Ik vind het vreemd dat ik nog steeds geen briefje of prijzen heb gekregen wat de supers betalen bij jou, en dan wil ik weten welke het goedkoopst inkoopt.

Jij zegt 10% korting achteraf, maar misschien heb ik die al, alleen geef jij die nog niet door, heb hier toch wel recht op toch.

Het is duidelijk dat ik met max 20% inkoop marge geen Flagshipstore kan exploiteren met zwarte cijfers. (…)

Mijn gehele assortiment is groot en veelzijdig, maar op al mijn producten van jou of van anderen of welke ik zelf maak, moet ik voldoende marge kunnen maken anders ga ik kopje onder. (…)

Jaap [[persoon 1], vzr.] vind het ook niet prettig dat ik weinig support en ondersteuning krijg, en als jij of jouw internet dame mij nog steeds niet op jullie website prominent vermeld, is toch ook niet ok [persoon 1]. (…)”

2.9.

Bij e-mail van 13 mei 2014 heeft [persoon 1] [gedaagde sub 2] onder meer het volgende geschreven:

“In de vriezer waren de consumentenverpakkingen van de kipstukjes en hamburgers uitverkocht. Dit zijn onze hardlopers en het is zoals al eerder besproken onacceptabel dat deze producten voor jouw klanten niet voorradig zijn. Verder lagen nog steeds de maaltijden van Maass in je winkel met kaas en ei als vleesvervanger i.p.v. maaltijden met onze ingrediënten. Deze zaken zijn door mij de vorige keer, 16 april, uitdrukkelijk genoemd als onacceptabel en jij hebt mij toen stellig beloofd dit per direct aan te pakken. We zijn nu bijna een maand verder en de beloften zijn niet nagekomen. (…)”

2.10.

Op 5 juni 2014 heeft [persoon 1] [gedaagde sub 2] per e-mail het volgende bericht:

“Helaas heb ik afgelopen woensdag 3 juni wederom moeten constateren dat in het vriesschap van jouw winkel aan de Rozengracht nauwelijks consumentenverpakkingen van onze producten aanwezig waren, de meeste producten waren uitverkocht c.q. uit voorraad. Zoals eerder met je besproken is een leeg schap in een winkel die onze naam en logo draagt onacceptabel. Het is nu de derde maal in korte tijd dat ik dit persoonlijk constateer zonder voorafgaand signaal van jouw kant dat er problemen zouden zijn. Dit geeft mij, en het spijt me dit te moeten constateren, geen vertrouwen meer in de toekomst. We houden je daarom vanaf vandaag, 5 juni 2014 aansprakelijk voor de schade in de meest brede zin van het woord die wij daardoor lijden (…) Wij kunnen niet toestaan dat een winkel waarin onze producten nauwelijks aanwezig zijn, onze naam en logo draagt. Ik verneem graag hoe je de toekomst met de (…) winkel aan de Rozengracht verder voor je ziet. We kunnen je blijven leveren, maar dan zonder dat onze naam en logo op het pand of in de winkel gevoerd worden, je wordt dan dus een regulier verkooppunt, zonder verdere privileges. (…)”

2.11.

Op 18 november 2014 heeft [persoon 3], manager Marketing & Sales bij DVS, een bezoek gebracht aan de winkel van DVSA aan de Rozengracht in Amsterdam. Tijdens dit bezoek heeft zij geconstateerd dat er in de winkel producten werden verkocht die niet van DVS afkomstig zijn. De Korte Weg heeft als productie 14 een verklaring van [persoon 3] overgelegd d.d. 18 november 2014, met daarbij een aantal foto’s.

2.12.

Op verzoek van de Korte Weg heeft de heer [deurwaarder], deurwaarder bij Groot & Evers Gerechtsdeurwaarders, op 21 november 2014 een bezoek gebracht aan de winkel van DVSA. Het van dit bezoek opgemaakte proces-verbaal luidt, voor zover van belang:

“Mij begeven naar en bevonden te Amsterdam aan het adres Rozengracht 217 (…) alwaar ik ten verzoeke van requirante heb aangekocht de navolgende producten die aldaar te koop worden aangeboden:

- vegetarische worstenbroodjes, per twee stuks verpakt € 3,50

met daarom heen een doorzichtige cellofaan verpakking zonder enig opschrift

(…)

- vegetarische saucijzenbroodjes, per twee stuks verpakt € 3,50

met daarom heen een doorzichtige cellofaan verpakking zonder enig opschrift

(…)

- - Vegane Steak, per twee stuks verpakt € 3,95

verpakt in een zwart kunststof bakje met doorzichtig deksel met daarop naast de ingrediëntenlijst de tekst “Vegaan/Lactosevrij, geproduceerd in Nederland voor de Vegetarische Slager Amsterdam” (…)

- Vegane Groenteballetjes, per 12 stuks verpakt € 3,95

verpakt in een zwart kunststof bakje met doorzichtig deksel met doorzichtig deksel met daarop naast de ingrediëntenlijst de tekst “Vegaan/Lactosevrij, geproduceerd in Nederland voor de Vegetarische Slager Amsterdam” (…)

- Vegane Schnitzels, per twee stuks verpakt € 3,95

verpakt in een zwart kunststof bakje met doorzichtig deksel met daarop naast de ingrediëntenlijst de tekst “Vegaan/Lactosevrij, geproduceerd in Nederland voor de Vegetarische Slager Amsterdam” (…)

- speckblokjes, los per gewicht te koop (…)

- gerookte speckblokjes, los per gewicht te koop € 3,90

(…)

- Wilmesburger Vegan kaas, verpakt in plakjes en geraspt te koop € 3,25

(…)

Bij geen enkele van de door mij aangekochte producten staat in de koeltoonbank/vitrine een aanduiding door en/of voor wie het betreffende product is geproduceerd behalve op de verpakkingen zoals hierboven weergegeven.

(…)

In de koelvitrines/koeltoonbank alsmede in de ter plaatse aanwezige koelkasten en toonbanken heb ik een (1) verpakking (omdoos) waargenomen met o.a. het opschrift “De Vegetarische Slager” (…)”

Aan het proces-verbaal zitten foto’s gehecht van de in het proces-verbaal genoemde producten.

2.13.

Bij brief van 12 december 2014 heeft de Korte Weg de samenwerkingsovereenkomst per direct ontbonden op grond van artikel 6:267 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Zij heeft DVSA c.s. er daarbij op gewezen dat het haar niet meer is toegestaan gebruik te maken van het merk en/of de handelsnaam van de Korte Weg en haar verzocht schriftelijk te bevestigen dat zij het gebruik hiervan uiterlijk 16 januari 2015 zal hebben gestaakt. DVSA c.s. heeft aan dit verzoek geen gehoor gegeven.

2.14.

DVSA c.s. heeft als productie 19 een factuur in het geding gebracht d.d. 14 maart 2014 ten bedrage van € 1.624,91. De factuur is geadresseerd aan DVS, Spui 167, 3512 NS Utrecht.

3 Het geschil in conventie

3.1.

De Korte Weg vordert samengevat -:

I. DVSA c.s. te bevelen iedere verdere inbreuk op de handelsnaamrechten van de Korte Weg, zowel fysiek als online, waaronder tevens begrepen (maar niet beperkt tot) elk gebruik van de handelsnaam “De Vegetarische Slager Amsterdam”, waaronder begrepen (maar niet beperkt tot) online gebruik van de domeinnaam www.devegetarischeslageramsterdam.nl en inclusief gebruik op sociale media te staken en gestaakt te houden;

II. DVSA c.s. te bevelen zich te onthouden van iedere verdere inbreuk op de exclusieve merkenrechten van DVSA;

III. DVSA c.s. te bevelen voor eigen rekening al datgene te doen wat noodzakelijk is om te bewerkstelligen dat de domeinnaam www.devegetarischeslageramsterdam.nl zonder enige beperking wordt overgedragen aan de Korte Weg;

IV. een en ander of straffe van verbeurte van een dwangsom;

V. DVSA c.s. hoofdelijk te veroordelen in de volledig proceskosten, volgens productie 27 van de Korte Weg begroot op € 24.243,24;

VI. de termijn zoals bedoeld in artikel 1019i Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) te bepalen op zes maanden.

3.2.

De Korte Weg heeft, kort samengevat, aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat zij op meerdere momenten heeft moeten vaststellen dat DVSA vleesvervangende producten verkocht die niet van DVS afkomstig waren en ook niet door haar waren goedgekeurd, terwijl er onvoldoende eigen producten van DVS in de winkel van DVSA aanwezig waren. Dit is in strijd met de samenwerkingsovereenkomst. De Korte Weg heeft DVSA c.s. meerdere malen hierop gewezen en haar verzocht de afspraken na te komen. DVSA c.s. is echter willens en wetens in strijd blijven handelen met de tussen partijen gemaakte afspraken. De Korte Weg heeft hierdoor het vertrouwen in elke verdere samenwerking met DVSA c.s. verloren, reden waarom zij de samenwerkingsovereenkomst bij brief van 12 december 2014 heeft ontbonden.

3.3.

DVSA c.s. voert verweer. Zij betwist primair dat zij tekort is geschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst. Het is juist dat in de winkel van DVSA ook andere, niet van DVS afkomstige producten worden verkocht. Dit betreffen door DVSA zelf ontwikkelde 100% plantaardige ‘Vegan’ producten. Het is DVSA contractueel toegestaan deze producten vrijelijk in haar winkel te verkopen. De Korte Weg was er bovendien al sinds de opening van de winkel van DVSA van op de hoogte dat ook deze producten werden verkocht. De verkoop van deze producten is ook noodzakelijk gebleken, aangezien het enkel verkopen van producten van DVS niet tot een rendabele exploitatie van de winkel leidt. Subsidiair betwist DVSA c.s. dat de Korte Weg de samenwerkingsovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden, nu geen ingebrekestelling is verstuurd, althans de door de Korte Weg verstuurde ingebrekestelling niet aan de in artikel 6:82 BW genoemde eisen voldoet, waardoor geen verzuim is ingetreden. Meer subsidiair voert DVSA c.s. aan dat de door de Korte Weg gestelde tekortkomingen de ontbinding, gelet op de immense schade die DVSA c.s. lijdt bij ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst, niet rechtvaardigen.

3.4.

De stellingen van partijen zullen hierna, voor zover van belang, nader worden weergegeven.

4 Het geschil in (deels voorwaardelijke) reconventie

4.1.

DVSA c.s. vordert samengevat -:

in reconventie:

I. de Korte Weg te veroordelen om aan haar te betalen een bedrag van € 1.624,91, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;

in voorwaardelijke reconventie:

II. bij afwijzing van de conventionele vordering: de Korte Weg op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen tot integrale nakoming van de samenwerkingsovereenkomst, onder andere door:

- het plaatsen van een prominente websitevermelding op de website www.devegetarischeslager.nl;

- het verstrekken van een onafhankelijke accountantsverklaring;

III. bij toewijzing van de conventionele vordering: de Korte Weg te veroordelen tot betaling aan DVSA c.s. van een bedrag van € 452.500,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;

in (voorwaardelijke) reconventie:

IV. de Korte Weg te veroordelen in de proceskosten, nakosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.2.

De Korte Weg voert verweer.

4.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

De Korte Weg heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat zij de samenwerkingsovereenkomst heeft ontbonden, met name omdat DVSA c.s. andere, niet van DVS afkomstige vleesvervangende producten verkoopt, hetgeen volgens de Korte Weg in strijd is met de samenwerkingsovereenkomst. Volgens DVSA c.s. verbiedt de samenwerkingsovereenkomst haar niet andere, niet van DVS afkomstige vleesvervangende producten te verkopen. Partijen verschillen aldus van mening over de uitleg van de tussen hen in de samenwerkingsovereenkomst gemaakte afspraken. Bij de beoordeling van de vraag welke uitleg aan de samenwerkingsovereenkomst moet worden gegeven, dient niet alleen acht te worden geslagen op de letterlijke tekst van de samenwerkingsovereenkomst, maar ook op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

5.2.

Bij de uitleg van de samenwerkingsovereenkomst hecht de voorzieningenrechter, behalve aan de tekst daarvan, onder meer waarde aan de omstandigheid dat de samenwerkingsovereenkomst vastgelegde afspraken een nadere uitwerking zijn van de in de intentieverklaring (zie 2.2) opgenomen bepalingen, welke door [gedaagde sub 2] is opgesteld.

5.3.

De tekst van de samenwerkingsovereenkomst biedt steun aan de opvatting van de Korte Weg dat het DVSA niet is toegestaan om zonder toestemming van de Korte Weg andere, niet van DVS afkomstige vleesvervangende producten te verkopen. Zo is in artikel 1.1 onder k een maatregel getroffen voor het geval de Korte Weg niet in staat is voldoende producten aan DVSA te leveren. In dat geval heeft DVSA de mogelijkheid om, na schriftelijke melding daarvan aan de Korte Weg, elders producten af te nemen. Deze mogelijkheid, zo volgt uit voornoemd artikel, moet worden gezien als een noodmaatregel die geldt zolang de Korte Weg niet in staat is voldoende producten aan DVSA te leveren. Aan de klanten van DVSA zal in dat geval ook duidelijk moeten worden gemaakt dat de alternatieve producten niet van DVS afkomstig zijn. Deze bepaling duidt erop dat partijen voor ogen heeft gestaan dat in beginsel alleen vleesvervangende producten van DVS in de winkel van DVSA zouden worden verkocht. Overigens schrijft [gedaagde sub 2] dit ook in een door de Korte Weg als productie 7 overgelegde brief van 20 februari 2013: “Ik vind het prima om vast te leggen dat jullie de enige leverancier zijn voor vegetarische vleesvervangers dat in de winkels wordt verkocht.” In artikel 1.1 onder o is verder een voorziening opgenomen ingeval de exploitatie tegenvalt. Uitbreiding van het productassortiment is dan, zo volgt uit dit artikel, een uitdrukkelijke optie en ingeval deze uitbreiding niet de instemming van de Korte Weg heeft, vervalt de exclusiviteit en het recht op het gebruik van de naam en het logo. DVSA c.s. heeft voorts niet weersproken dat de samenwerking tussen partijen ten doel had het openen van een vegetarische slagerij in Amsterdam onder de vlag van DVS, waar vleesvervangende producten van DVS zouden worden verkocht. Dit volgt ook met zoveel woorden uit artikel 1.1 onder a van de samenwerkingsovereenkomst, waarin onder meer staat: “Ik (althans een vennootschap waarover ik controle heb) start een vegetarische slager in Amsterdam (…). Daarbij gebruik ik jullie logo en naam. Naar buiten toe moet het zo lijken dat De Vegetarische Slagerij deze winkel heeft.” In het licht van de tekst en doel en strekking van de samenwerking tussen partijen – het openen van een vegetarische slagerij in Amsterdam onder de vlag van DVS – is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voorshands voldoende aannemelijk dat het DVSA op grond van de samenwerkingsovereenkomst niet is toegestaan om zonder toestemming van de Korte Weg andere, niet van DVS afkomstige vleesvervangende producten, waaronder tevens wordt begrepen veganistische producten, in haar winkel te verkopen. Dit geldt eveneens voor het gebruik van deze producten voor de traiteuractiviteiten van DVSA. DVSA c.s. heeft nagelaten te stellen op grond van welke feiten en omstandigheden zij in weerwil van de tekst en doel en strekking van de samenwerking van een andere opvatting heeft mogen uitgaan. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat het niet goed denkbaar is dat de Korte Weg, behoudens in noodgevallen, met de verkoop van andere, niet van haar afkomstige vleesvervangende producten akkoord zou zijn gegaan, aangezien zij daarmee zou toestaan dat in ‘haar’ winkel concurrerende producten zouden worden verkocht en/of gebruikt. Dit alles maakt dat de stelling van DVSA c.s. dat het DVSA contractueel vrij staat om ook andere vleesvervangende producten in haar winkel te verkopen vooralsnog niet aannemelijk is.

5.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat DVSA ook andere, niet van DVS afkomstige vleesvervangende producten verkoopt. De stelling van DVSA c.s. dat de Korte Weg van meet af aan wist dat DVSA deze producten verkocht en dat zij hiervoor ook impliciet toestemming heeft gegeven, is, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door de Korte Weg, voorshands onvoldoende aannemelijk. De voorzieningenrechter gaat er in dit kort geding dan ook vanuit dat de Korte Weg DVSA geen toestemming heeft gegeven voor de verkoop van deze producten. Evenmin is tussen partijen in geschil dat DVSA, ondanks meerdere verzoeken daartoe van de zijde van de Korte Weg, de verkoop van deze producten niet heeft gestaakt. DVSA c.s. heeft dan ook, gelet op hetgeen hiervoor onder 5.3. is overwogen, in strijd gehandeld met de samenwerkingsovereenkomst. Door zonder toestemming van de Korte Weg tot verkoop van andere, niet van DVS afkomstige vleesvervangende producten over te gaan, is aan de zijde van DVSA sprake van blijvende onmogelijkheid tot deugdelijke nakoming van de samenwerkingsovereenkomst. Deze tekortkoming uit het verleden kan immers niet meer ongedaan worden gemaakt, nog daargelaten dat DVSA c.s. heeft verklaard niet bereid te zijn (omdat zij naar eigen zeggen dan geen rendabele onderneming kan exploiteren) haar productassortiment te beperken tot de producten van DVS. Overigens geldt dat de Korte Weg ook op grond van de houding van DVSA c.s. kon aannemen dat aanmaning nutteloos zou zijn, zodat zij met de onder 2.10 aangehaalde aansprakelijkstelling kon volstaan. Het verweer van DVSA c.s. dat de Korte Weg haar ten onrechte niet, althans niet op de juiste wijze, in gebreke heeft gesteld wordt dan ook gepasseerd. Ook het verweer van DVSA c.s. dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt wordt verworpen, nu de (voortdurende) tekortkoming, anders dan DVSA c.s. stelt, een kernbeding van de samenwerkingsovereenkomst betreft.

5.5.

De conclusie van het voorgaande is dat voorshands moet worden aangenomen dat de Korte Weg de samenwerkingsovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. Dit brengt met zich dat het DVSA c.s. niet langer is toegestaan gebruik te maken van de handelsnaam, de merkrechten en de domeinnaam van de Korte Weg. DVSA c.s. heeft dit in zoverre ook niet betwist. Nu de Korte Weg een voldoende spoedeisend belang heeft bij de door haar gevraagde voorzieningen zullen deze worden toegewezen als volgt. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden. De voorzieningenrechter ziet in hetgeen DVSA c.s. heeft aangevoerd geen aanleiding het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren is bovendien niet te verenigen met het spoedeisende karakter van een voorziening in kort geding.

5.6.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal DVSA c.s. hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten in conventie. Omdat het een IE-geschil betreft, kan de Korte Weg zich hierbij beroepen op artikel 1019h Rv. De voorzieningenrechter zal echter, gezien het verweer van DVSA c.s. tegen de hoogte van de kosten, de kosten matigen tot het indicatietarief in IE-zaken. Voor een eenvoudig kort geding bedraagt het tarief € 6.000,00.

6 De beoordeling in (deels voorwaardelijke) reconventie

Betaling factuur

6.1.

DVSA vordert in reconventie de Korte Weg te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 1.624,91. Deze vordering ziet op de factuur van 14 maart 2014 (zie hiervoor onder 2.12), welke volgens DVSA c.s. tot op heden onbetaald is gebleven.

6.2.

De Korte Weg betwist dat zij de factuur van 14 maart 2014 heeft ontvangen. De factuur is niet juist geadresseerd. DVS is immers gevestigd aan het Spui te Den Haag en niet, zoals op de factuur staat vermeld, aan het Spui te Utrecht. Zij heeft de factuur pas ontvangen in de aanloop naar dit kort geding. Indien de stelling van DVSA c.s. dat de betreffende factuur nog voldaan moet worden juist blijkt te zijn, dan zal zij hiertoe vanzelfsprekend overgaan, althans dan zal zij dit bedrag verrekenen met de voor DVSA c.s. nog openstaande bedragen, aldus de Korte Weg.

6.3.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. DVSA c.s. heeft ter zitting niet betwist dat de factuur van 14 maart 2014 onjuist is geadresseerd. De Korte Weg heeft ter zitting toegezegd dat zij de factuur, indien blijkt dat deze inderdaad nog betaald moet worden, binnen de op de factuur vermelde betalingstermijn van acht dagen na ontvangst van de factuur zal voldoen, althans dat zij deze betaling zal verrekenen met haar vordering(en) op DVSA c.s. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding te veronderstellen dat de Korte Weg deze toezegging geen gestand zal doen. In het licht hiervan is de voorzieningenrechter van oordeel dat DVSA c.s. onvoldoende (spoedeisend) belang heeft bij haar vordering. Deze zal dan ook worden afgewezen.

Schadevergoeding

6.4.

Nu de conventionele vorderingen zijn toegewezen, komt de voorzieningenrechter niet toe aan de voorwaardelijke eis in reconventie zoals hiervoor onder 4.1 onder II is vermeld. Wel zal zij de reconventionele vordering onder 4.1 III beoordelen.

6.5.

De gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering is in kort geding slechts plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn en uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is.

6.6.

DVSA c.s. stelt dat de Korte Weg in ernstige mate is tekortgeschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst. Er is derhalve sprake van schuldeisersverzuim, waardoor DVSA niet in verzuim kan zijn. Nu de Korte Weg in grote mate tekort is geschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst, ziet DVSA c.s. zich geconfronteerd met grote investeringskosten die zij niet meer kan terugverdienen. Zij vordert dan ook een schadevergoeding voor de gemaakte kosten.

6.7.

De Korte Weg voert allereerst aan dat in kort geding alleen een voorschot op geleden schade kan worden gevorderd, terwijl DVSA c.s. een volledige schadevergoeding vordert. De Korte Weg betwist voorts dat DVSA c.s. schade zal lijden, dit is ook in het geheel niet door haar gespecificeerd. Het staat DVSA c.s. vrij om een vegetarische slagerij te blijven exploiteren, alleen niet meer onder de vlag van DVS. De liquiditeitspositie van de Korte Weg is bovendien, in tegenstelling tot die van DVSA, zeer goed, zodat er geen enkel restitutierisico bestaat, aldus de Korte Weg.

6.8.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Hiervoor onder 5.5. is reeds geoordeeld dat voorshands aannemelijk is dat de Korte Weg de samenwerkingsovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien dat de Korte Weg desalniettemin aansprakelijk is voor door DVSA c.s. als gevolg hiervan te lijden schade. Daar komt bij dat DVSA c.s. onvoldoende concreet heeft onderbouwd op welke wijze de Korte Weg tekort zou zijn geschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst. De Korte Weg betwist overigens dat zij op enigerlei wijze tekort is geschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst. DVSA c.s. heeft bovendien de door haar gevorderde schade onvoldoende onderbouwd. Dit geldt temeer nu het DVSA c.s. vrij staat een vegetarische slagerij te blijven exploiteren, alleen niet meer onder de vlag van DVS. Het had op de weg van DVSA c.s. gelegen om nader toe te lichten en met stukken te onderbouwen waarom zij desondanks toch een vergoeding voor onder meer de resterende huurtermijn voor haar winkel aan de Rozengracht en de inrichting en inventaris van die winkel vordert. Nu het bestaan en de omvang van de vordering in dit kort geding onvoldoende aannemelijk zijn, is niet voldaan aan het criterium zoals vermeld in 6.5. Ook deze vordering van DVSA c.s. zal derhalve worden afgewezen.

6.9.

DVSA c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden in reconventie veroordeeld. Gelet op de samenhang met de vorderingen in conventie worden deze kosten tot op heden begroot op nihil.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie:

7.1.

beveelt DVSA c.s. binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis iedere verdere inbreuk op de handelsnaamrechten van de Korte Weg te staken en gestaakt te houden, zowel fysiek als online, waaronder tevens begrepen elk gebruik van de handelsnaam “De Vegetarische Slager Amsterdam”, waaronder begrepen (maar niet beperkt tot) online gebruik van de domeinnaam www.devegetarischeslageramsterdam.nl en inclusief gebruik op sociale media zoals Twitter, Facebook en YouTube,

7.2.

beveelt DVSA c.s. zich binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te onthouden van iedere verdere inbreuk op de merkrechten van de Korte Weg (Benelux registratienummers 0966267, 0969086 en 0968821),

7.3.

beveelt DVSA c.s. om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis voor eigen rekening al datgene te doen wat noodzakelijk is om te bewerkstelligen dat de domeinnaam www.devegetarischeslageramsterdam.nl zonder enige beperking wordt overgedragen aan de Korte Weg, een en ander in overeenstemming met de reglementen die gelden voor .nl domeinnamen bij de domeinnaam houdende instantie SIDN en/of de daarvoor geldende procedures bij de betreffende hosting provider en/of Registrar,

7.4.

veroordeelt DVSA c.s. hoofdelijk aan de Korte Weg een dwangsom te betalen van € 5.000,- voor iedere keer dat zij de hiervoor onder 7.1., 7.2. en 7.3. genoemde bevelen overtreedt, alsmede voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 150.000,- is bereikt;

7.5.

veroordeelt DVSA c.s. hoofdelijk in de proceskosten in conventie, aan de zijde van de Korte Weg tot op heden begroot op:

- €77,84 aan dagvaardingskosten,

- € 613,00 aan griffierecht, en

- € 6.000,00 aan salaris advocaat,

7.6.

bepaalt de termijn als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden vanaf de datum van dit vonnis,

7.7.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.8.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie:

7.9.

weigert de gevraagde voorzieningen,

7.10.

veroordeelt DVSA c.s. in de proceskosten in reconventie, aan de zijde van de Korte Weg tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.P. Pompe, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. S. van Excel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2015.1

1 type: coll: