Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:9150

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-12-2015
Datum publicatie
28-12-2015
Zaaknummer
C/13/574392 / FA RK 14-7729
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De Postcode Kanjer van € 2.109.655,- die in januari 2015 is gevallen op een lot dat op naam van de vrouw stond, valt niet in de huwelijksgoederen gemeenschap nu de rechtbank anders dan de man van oordeel is dat de prijs na de peildatum is gevallen. Er is geen sprake van betaling van de premie van het winnende lot die reeds voldaan was vóór de ontbinding van de gemeenschap, ook geen positief saldo op het rekeningnummer van de vrouw afkomstig van de gemeenschap, de premie behoort niet tot de kosten van de huishouding en ook geen redelijkheid en billijkheid.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 94
Burgerlijk Wetboek Boek 1 99
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2016-0005
JIN 2016/31 met annotatie van E.A. Slappendel
JPF 2016/96 met annotatie van prof. mr. B.E. Reinhartz
RFR 2016/50
FJR 2016/24.8

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/574392 / FA RK 14-7729 (HH-RK)

Beschikking van 23 december 2015

in de zaak van:

[vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende tevens verwerende partij,

hierna mede te noemen de vrouw,

advocaat mr. S. Mathoerapersad te Amsterdam,

tegen

[man] ,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende tevens verzoekende partij,

hierna mede te noemen de man,

advocaat mr. J.H. van der Tol te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1

De rechtbank houdt rekening met haar beschikking van 17 juni 2015 waarin de echtscheiding is uitgesproken en de beslissing ten aanzien van de nevenvoorzieningen pro forma is aangehouden tot een nader te bepalen datum. De beschikking is op 1 oktober 2015 ingeschreven in de registers van de Burgerlijke stand.

1.2

De zaak is vervolgens behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 26 november 2015.

1.3

Gehoord zijn: partijen bijgestaan door hun advocaten.

2 De verdere beoordeling

2.1

De vrouw heeft haar verzoek tot het bepalen van een bijdrage in haar levensonderhoud ingetrokken.

2.2

Thans dient een beslissing te worden genomen over de verdeling van de huwelijksgoederen gemeenschap van partijen, waarbij de rechtbank de verdeling zal vast stellen.

Peildatum

Peildatum omvang huwelijksgemeenschap

2.3

De peildatum van de huwelijksgemeenschap wordt bepaald op datum van de indiening van het verzoekschrift. Nu het verzoekschrift is ingediend op 20 oktober 2014, geldt voornoemde datum als peildatum voor de omvang van de gemeenschap.

2.4

Op de peildatum bestond de huwelijksgoederengemeenschap volgens partijen uit het navolgende:

  1. de echtelijke woning aan de [adres] (hierna de woning),

  2. een hypotheekschuld bij de ING-bank (hierna de hypotheek),

  3. de inboedel,

  4. een Kia Picanto 1.1,

  5. Hyundai,

  6. Nissan,

  7. Mitsubishi,

  8. et saldo op de bankrekeningen (hierna bankrekeningen)

- [rekeningnummer] tnv de vrouw

-rekening bij de ABN-Amro bank tnv de man

i. de schuld bij S.S. Rangatie

2.5

Partijen verschillen van mening of de ‘Postcode Kanjer’ van € 2.109.655,- die in januari 2015 is gevallen op postcode [postcode] , op een lot dat op naam van de vrouw stond, in de gemeenschap valt. De rechtbank zal alvorens de hiervoor genoemde bestanddelen te bespreken eerst ingaan op de vraag of deze prijs tot de gemeenschap behoort.

2.6

De man stelt dat deze prijs in de gemeenschap valt en voert hiertoe een viertal argumenten aan, te weten:

  • -

    dat de premie van het winnende lot reeds vóór de ontbinding van de gemeenschap was voldaan;

  • -

    dat op het rekeningnummer van de vrouw een positief saldo stond ten tijde van de betaling van het lot;

  • -

    dat de premie die betaald is dient te worden aangemerkt als kosten van de huishouding;

  • -

    dat de prijs op grond van redelijkheid en billijkheid bij helfte verdeeld dient te worden.

2.7

De rechtbank stelt allereerst vast dat de Postcode Kanjer, die in januari 2015 is gevallen, na de peildatum is gevallen, te weten 20 oktober 2014. Verder staat vast dat van de rekening ten name van de vrouw op 26 november 2014, dus ook na de peildatum, de maandelijkse bijdrage van € 11,25 voor deelname aan de Postcodeloterij voor de maand december 2014 is afgeschreven. De rechtbank zal hieronder de argumenten van de man bespreken, die er volgens hem toe zouden moeten leiden dat de prijs desondanks in de gemeenschap valt.

Premie voldaan vóór de ontbinding van de gemeenschap

2.8

De man stelt dat partijen gedurende het huwelijk een overeenkomst met de Postcode loterij hebben gesloten waarmee zij automatisch iedere maand meespelen met de trekking. De man stelt dat de gewonnen Postcode Kanjer een extra jaarlijkse trekking betreft waar maandelijks een bedrag van circa € 2,- voor wordt gereserveerd. Hiervoor worden geen extra kosten in rekening gebracht. De deelnemers betalen 12 maanden lang maandelijks een bedrag van € 11,25 waarmee partijen dus automatisch meespelen. De betaling die de vrouw heeft gedaan op 26 november 2014 betreft aldus niet het lot waarop de Postcode Kanjer is gevallen, maar de loterij voor de maand december 2014. Naar de mening van de man was de premie voor de Postcode Kanjer al voldaan via de maandelijkse reserveringen voordat de vrouw het verzoekschrift tot echtscheiding had ingediend. Dit maakt dat de betaling van het winnende lot al heeft plaatsgevonden voordat de gemeenschap van goederen is ontbonden. Nu de overeenkomst met de Postcode loterij is aangegaan tijdens het huwelijk en partijen automatisch meespeelden voor deze extra trekking, valt de prijs op het winnende lot dan ook in de gemeenschap en dient naar de mening van de man te worden verdeeld.

2.9

De vrouw bestrijdt de stelling van de man. De vrouw stelt dat zij al lid was van de Postcode loterij voordat zij de man kende. Ook stelt de vrouw dat zij de kosten van de premie altijd zelf heeft voldaan vanaf een rekening die alleen op haar naam stond en dat de man hier nimmer een bijdrage aan heeft geleverd.

2.10

De rechtbank overweegt dat de stelling van de man dat de premie voor de Postcode Kanjer wordt voldaan middels een maandelijkse reservering van € 2,- per maand niet opgaat. Immers indien de vrouw niet op 26 november 2014 het lot voor december 2014 zou hebben betaald, zou zij die maand niet (meer) meespelen en zou zij ook geen recht hebben op de Postcode Kanjer. Dit blijkt uit het Reglement van de Postcode loterij, waarin staat dat iemand deelnemer is indien de maandelijkse inleg tijdig is voldaan, zodat een lotnummer kan worden toegekend dat op de deelnemerslijst kan worden geplaatst. Indien de stelling van de man juist zou zijn, dan zou ook iedereen meedelen in de prijs (al dan niet pro-rato) van de Postcode Kanjer, die in het jaar voorafgaande aan de trekking in enige maand zou hebben deelgenomen, terwijl geen lot voor de Kanjer trekking is aangeschaft. Dat strookt niet met het Reglement. Uit het door de man in artikel 4.4 aangehaalde artikel uit het reglement maakt de rechtbank veeleer op dat het gereserveerde bedrag van € 2,- gereserveerd prijzengeld betreft en geen inleg voor deelname.

Positief saldo op de bankrekening van de vrouw

2.11

De man stelt dat het saldo op het rekeningnummer van de vrouw op 20 oktober 2014

€ 462,66 bedroeg. Dit betekent naar het oordeel van de man dat het positieve saldo in de gemeenschap van goederen van partijen valt en dat dit bedrag voldoende was om (onder andere) de premie van € 11,25 in november 2014 te voldoen. De man is het niet eens met de stelling van de vrouw dat zij het saldo heeft gebruikt om de kosten van de woning van partijen te voldoen. Hij stelt dat het saldo op de bankrekening van de vrouw op 31 oktober 2014
€ 1.033,48 bedroeg. Dit saldo was naar de mening van de man voldoende om het bedrag van in totaal € 939,60 (hypotheekrente van € 829,18 en de bijdrage voor de VVE van € 110,42) te voldoen.

2.12

De vrouw betwist dat er een saldo van de gemeenschap op haar bankrekening aanwezig was, waarmee zij het winnende lot heeft betaald. De vrouw stelt dat het lot betaald is uit gelden die op de persoonlijke rekening van de vrouw stonden welke niet afkomstig zijn van de gemeenschap. De vrouw stelt dat in elk geval op 1 september 2014, 14 oktober 2014 en 4 november 2014 een negatief saldo op haar bankrekening stond, zodat uitgesloten is dat gelden van de man of de gemeenschap zijn aangewend voor het betalen van het winnende lot op 26 november 2014.

2.13

De rechtbank overweegt dat het op zich juist is dat op het rekeningnummer van de vrouw op de peildatum een positief saldo stond en dat dit positieve saldo voor verrekening in aanmerking komt. Dit betekent echter niet dat de vrouw namens de man het voor verrekening komende saldo aangewend heeft voor het winnende lot. De man heeft per 20 oktober 2014 een vordering op de vrouw ter verrekening, maar dit leidt er niet toe dat de man – achteraf – kan stellen dat de vrouw geacht wordt deze verrekening deels te hebben voldaan door betaling van € 5,63 aan de Postcode loterij. Daarbij heeft de vrouw aangetoond dat het saldo op haar bankrekening begin november 2014 negatief was en dat dit aangevuld is met haar inkomsten.

Kosten van de huishouding

2.14

De man stelt voorts dat de bedragen die partijen betaalden aan de Postcode loterij door de lange deelnameduur van ca. 20 jaar aan te merken zijn als kosten van de huishouding conform artikel 1:84 van het Burgerlijke Wetboek (BW). De man meent dat deze verplichting blijft bestaan totdat het huwelijk is ontbonden en stelt dat dit pas op 1 oktober 2015 plaatsvond. Dit betekent naar het oordeel van de man dat al zou de betaling van het winnende lot pas na de ontbinding van de gemeenschap hebben plaatsgevonden, op grond van het feit dat de betaling kosten van de huishouding betroffen, de prijs in de gemeenschap van goederen valt.

2.15

De vrouw betwist dat de betaling van het winnende lot behoort tot de kosten van de huishouding, nu partijen al jaren geen gemeenschappelijke huishouding meer voerden. De vrouw stelt dat man inmiddels 4 jaar uit de echtelijke woning is vertrokken. De vrouw stelt voorts dat de man gedurende het huwelijk geen bijdrage heeft geleverd aan de kosten van de echtelijke woning en ook niet op een andere manier de gezamenlijke kosten voldeed.

2.16

De rechtbank overweegt dat uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat partijen reeds 4 jaar gescheiden wonen en dat zij geen gemeenschappelijke huishouding (meer) voeren. Ook wordt er geen bijdrage over en weer voldaan ter zake levensonderhoud. Partijen hadden ieder een eigen bankrekening en de vrouw voldeed zelf de kosten van de echtelijke woning. Bovendien betreft deelname aan de Postcode loterij geen kosten die dienen tot het lichamelijk en geestelijk welzijn van de echtgenoten.

Redelijkheid en billijkheid

2.17

Ten slotte meent de man dat de gewonnen prijs dient te worden verdeeld op grond van de redelijkheid en billijkheid. Hiertoe voert de man aan dat partijen ruim 30 jaar met elkaar getrouwd zijn geweest en gedurende zeer lange tijd meespelen aan de Postcode loterij.

2.18

De vrouw stelt dat de man haar geruime tijd geleden heeft verlaten en met een jongere vrouw is gaan samenwonen, terwijl zij in de echtelijke woning is blijven wonen en alle kosten voor haar rekening komen. De vrouw stelt dat juist gelet op deze omstandigheden niet in redelijkheid van haar verwacht kan worden dat zij de aanbrengsten die ontstaan zijn nadat de man haar verlaten heeft, met hem deelt.

2.19

De rechtbank overweegt dat partijen weliswaar 30 jaar getrouwd zijn, maar dat ter zitting is gebleken dat partijen gedurende het huwelijk ruim 10 jaar duurzaam gescheiden hebben geleefd en in elk geval ook de laatste 4 jaar geen gemeenschappelijke huishouding voerden. Daarnaast heeft de vrouw onbetwist gesteld dat de man al weer ruim 4 jaar met zijn vriendin samenwoont en niets bijdraagt in de kosten die de vrouw maakt. Nu de man zijn beroep op redelijkheid en billijkheid verder niet heeft onderbouwd kan ook deze stelling van de man niet slagen.

2.20

Vooraanstaande betekent dat de gewonnen prijs niet tot de gemeenschap behoort en dat de rechtbank deze prijs buiten de verdeling houdt.

2.21

De rechtbank zal de diverse bestanddelen hieronder bespreken.

De woning en de hypotheek

2.22

Tot de gemeenschap behoort de woning met een WOZ-waarde van € 152.500,- en een hypothecaire lening van € 154.210,- (stand januari 2015).

2.23

Partijen zijn ter zitting overeengekomen dat de man de woning met de bijbehorende hypothecaire lening, onder voorbehoud van financiering en zonder verdere verrekening met de vrouw over kan nemen. Daarbij zijn partijen overeengekomen dat indien de man de financiering niet binnen 3 maanden rond krijgt, de vrouw de woning zal overnemen.

2.24

De rechtbank zal dan ook bepalen dat de woning aan de man zal worden toegedeeld, waarbij de man de woning binnen 3 maanden dient over te nemen onder de opschortende voorwaarde dat de ING-bank de vrouw ontslaat uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Partijen hebben over en weet niets meer te verrekenen. Indien de man niet binnen de 3 maanden de financiering rond krijgt om de woning over te nemen, wordt de woning en de daarbij behorende hypothecaire lening aan de vrouw toegedeeld, eveneens zonder nadere verrekening.

De inboedel

2.25

Partijen hebben de inboedel reeds in onderling overleg verdeeld, zodat de rechtbank hier niet op behoeft te beslissen.

Auto’s

2.26

Partijen zijn het erover eens dat de Kia Picanto aan de vrouw dient te worden toebedeeld tegen een waarde van € 5.350,- en de Hyundai aan de man tegen een waarde van

€ 3000,- en de rechtbank zal aldus beslissen. De vrouw dient terzake van overbedeling een bedrag van € 1.175,- aan de man te voldoen.

2.27

Partijen verschillen van mening over de waarde van de Nissan met kenteken [kenteken] en de Mitsubishi. De man stelt dat de waarde van deze auto’s gezamenlijk € 300,- bedraagt. De vrouw betwist de hoogte van de waarde.

2.28

De rechtbank heeft onvoldoende gegevens om de juiste waarde van de Nissan en de Mitsubishi te bepalen. Echter gelet op de ouderdom en staat van de auto’s, zoals ter zitting is gebleken, schat de rechtbank de totale waarde van beide auto’s samen op € 300,-. De rechtbank zal deze auto’s aan de man toebedelen, onder gehoudenheid aan de vrouw € 150,- te voldoen.

Bankrekeningen

2.29

Partijen zijn het erover eens dat aan ieder de op eigen naam staande rekening wordt toebedeeld. Partijen verschillen van mening over het saldo op de peildatum op het rekeningnummer van de man. De man heeft ter zitting verklaard dat zijn saldo op 6 oktober 2014 € 22,81 bedroeg. De vrouw betwist dit bedrag en verzoekt te bepalen dat de man het saldo van zijn bankrekening op de peildatum dient aan te tonen.

2.30

De rechtbank zal bepalen dat ieder van partijen de op zijn/haar naam staande rekening behoudt en dat het saldo op de bankrekening bij helfte wordt gedeeld. De rechtbank gaat bij de vrouw uit van het saldo dat op de peildatum op haar bankrekening stond, te weten

€ 462,66. Aan de zijde van de man neemt de rechtbank, bij gebrek aan informatie, het saldo van € 22,81 van 6 oktober 2014 als uitgangspunt. Dit betekent dat de vrouw wordt overbedeeld met een bedrag van € 439.85 en zij de man terzake € 219,93 dient te voldoen.

Verrekeningsvordering

2.31

De vrouw dient op grond van het bepaalde hiervoor terzake van overbedeling € 1.175,- (auto’s) en € 219,93 (bankrekening) aan de man te voldoen en de man € 150,- (auto’s) aan de vrouw. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de vrouw afgerond € 1.245,- aan de man dient te voldoen.

De schuld bij Rangatie

2.32

De vrouw stelt dat zij op 15 oktober 2014 een lening is aangegaan van € 600,- om een positief saldo op haar bankrekening te hebben om zo een aantal rekeningen te kunnen betalen.

2.33

De man betwist niet dat de vrouw de schuld is aangegaan.

2.34

De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat partijen ieder voor de helft van de schuld draagplichtig is. Er is geen reden om daarvan af te wijken. De rechtbank zal dan ook bepalen dat ieder der partijen voor de helft draagplichtig is voor deze schuld.

3 De beslissing

De rechtbank:

-gelast ten aanzien van de woning de wijze van verdeling als volgt:

- aan de man wordt toegedeeld de woning aan het [adres] onder de opschortende voorwaarde, dat binnen 3 maanden, de ING-bank de vrouw ontslaat uit de hoofdelijk aansprakelijkheid;

- de man dient de hypothecaire geldleningen bij de ING-bank met [nummer] als eigen schuld te voldoen;

- indien de opschortende voorwaarde niet wordt vervuld wordt de woning aan de vrouw toegedeeld onder de verplichting de hypotheekschuld als eigen schuld te voldoen;

- stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap voor het overige als volgt vast:

- deelt toe aan de vrouw:

- de Kia Picanto

- de op haar naam staande bankrekening

- de inboedelgoederen die zij in haar bezit heeft

- deelt toe aan de man:

- de Hyundai

- de Nissan

- de Mitsubishi

- de op zijn naam staande bankrekening

- de inboedelgoederen die hij in zijn bezit heeft

- veroordeelt de vrouw ter zake van overbedeling een bedrag van € 1.245,- (zegge: twaalfhonderdvijfenveertig euro) aan de man te betalen;

- bepaalt dat partijen ieder voor de helft draagplichtig zijn voor de schuld aan Rangatie;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.C. Hoogeveen, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. R. Khattou, griffier, op 23 december 20151

1 Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).
Het beroep moet worden ingesteld:
- door de verzoeker en door de verschenen wederpartij binnen drie maanden na dagtekening van de beschikking;
- door de niet-verschenen wederpartij binnen drie maanden na de betekening van de beschikking in persoon of binnen drie maanden nadat deze beschikking op andere wijze is betekend en overeenkomstig art. 820, lid 2 Rv openlijk bekend is gemaakt.