Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:8955

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
01-12-2015
Datum publicatie
26-04-2017
Zaaknummer
AMS 14/6729
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De gemeente heeft de aan eiseres verleende omgevingsvergunningen om een aantal appartementen in strijd met het bestemmingsplan Westelijke Binnenstad te gebruiken ten behoeve van short stay, in de bezwaarfase herroepen. In de beroepsfase heeft

verweerder bij eiseres gegevens opgevraagd over de verblijfsduur van gasten in de appartementen. Vervolgens heeft de gemeente, zich baserend op de door eiseres aangeleverde boekingsbescheiden, te kennen gegeven dat het totale aantal gebruikers van de appartementen ruimschoots beneden het in het rekenmodel van gemeente genoemde maximum van 750 (wisselingen in verschillende gebruikers) per jaar blijft. Tevens is volgens verweerder gebleken dat eiseres in hoofdzaak verhuurt aan werknemers van bedrijven. Het beroep wordt gegrond verklaard en de gemeente moet een nieuw besluit nemen, nu de gemeente nog opnieuw zal moeten beslissen op het bezwaar van de derde-partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 14/6729

uitspraak van de meervoudige kamer van 1 december 2015 in de zaak tussen

[eiseres] , te Amsterdam, eiseres

en

het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Centrum van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. M.D. Hosper).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:

[derde belanghebbende] , te Amsterdam

(gemachtigde: mr. J. Kuijper).

Procesverloop

Bij besluiten van 16 april 2014 (de primaire besluiten) heeft verweerder aan eiseres omgevingsvergunningen verleend om de woningen aan [adres] in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken.

Bij besluit van 12 september 2014 (het bestreden besluit) is het bezwaar van de derde-partij tegen de primaire besluiten gegrond verklaard, zijn de primaire besluiten herroepen en zijn de omgevingsvergunningen alsnog geweigerd.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2015.

Eiseres is vertegenwoordigd door [bestuurder] , bestuurder van eiseres. Tevens is namens eiseres verschenen [betrokkene] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Derde-partij is vertegenwoordigd door bovengenoemde gemachtigde.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om partijen in de gelegenheid te stellen om in onderling overleg een oplossing te vinden voor het geschil.

Bij brief van 27 augustus 2015 heeft verweerder een nader verweerschrift en enkele nieuwe stukken naar de rechtbank gestuurd.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten nadat partijen toestemming, als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), hebben gegeven om uitspraak te doen zonder dat een nadere zitting plaatsvindt.

Overwegingen

1. Bij de primaire besluiten heeft verweerder aan eiseres omgevingsvergunningen verleend om de woningen aan [adres] (de appartementen) in strijd met het bestemmingsplan Westelijke Binnenstad te gebruiken ten behoeve van short stay.

2. Bij het bestreden besluit zijn – onder meer – deze besluiten herroepen en de omgevingsvergunningen alsnog geweigerd, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie. In het advies staat dat het gebruik ten behoeve van short stay van meerdere woningen in één pand een ruimtelijke uitstraling heeft die te vergelijken is met de hotelfunctie. Daardoor ontstaat een belasting voor de directe omgeving die niet aanvaardbaar is. Er is ter onderbouwing een berekening uitgevoerd op basis van het rekenmodel dat verweerder hanteert bij de beoordeling of het gebruik van appartementen/woningen voor short stay doeleinden nog als planologisch aanvaardbaar kan worden aangemerkt. De uitkomst daarvan in het geval van eiseres is dat het totale aantal wisselingen in verschillende gebruikers (wisselingen) op maximaal 790 personen op jaarbasis ligt, en dat is boven het door verweerder aanvaardbaar geachte maximum van 750.

3. Het bestreden besluit is ondertekend door het Hoofd Juridische Zaken, namens het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie, terwijl naar het oordeel van de rechtbank het algemeen bestuur van de bestuurscommissie bevoegd is tot het nemen van het bestreden besluit. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van deze rechtbank van 22 oktober 2015 (ECLI:NL:RBAMS:2015:7307). De rechtbank ziet aanleiding om dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren, omdat aannemelijk is dat eiseres en derde-partij daardoor niet in hun belangen zijn geschaad. Daarbij komt dat het advies van de bezwaarschriftencommissie wel aan het algemeen bestuur is gericht en het verweerschrift, waarin is gepleit voor ongegrondverklaring van het beroep, is ingediend namens het algemeen bestuur. De rechtbank concludeert hieruit dat het algemeen bestuur de inhoud van het bestreden besluit voor zijn rekening neemt.

4. Nadat de rechtbank het onderzoek ter zitting heeft geschorst, heeft verweerder bij eiseres gegevens opgevraagd over de verblijfsduur van gasten in de appartementen. Vervolgens heeft verweerder bij brief van 27 augustus 2015, zich baserend op de door eiseres en haar exploitant aangeleverde boekingsbescheiden over de periode van mei 2014 tot en met april 2015, te kennen gegeven dat het totale aantal gebruikers van de vijf appartementen ruimschoots beneden het in het rekenmodel van verweerder genoemde maximum aantal van 750 per jaar blijft. Tevens is volgens verweerder gebleken dat eiseres in hoofdzaak verhuurt aan werknemers van bedrijven.

Verweerder heeft de rechtbank in overweging gegeven uitspraak te doen en het onderdeel van het bestreden besluit dat ziet op [adres] gegrond te verklaren (de rechtbank begrijpt: het bestreden besluit in zoverre te vernietigen), zodat de vergunningen zullen herleven.

5. De rechtbank overweegt dat uit de brief van verweerder van 27 augustus 2015 volgt dat verweerder de motivering in het bestreden besluit ten aanzien van de appartementen niet langer handhaaft, nu de berekening volgens het rekenmodel op basis van specifieke, op de appartementen betrekking hebbende, gegevens tot een andere – voor verweerder aanvaardbare – uitkomst heeft geleid. Daarmee ontvalt naar het oordeel van de rechtbank de motivering aan het bestreden besluit voor zover die ziet op de weigering van de omgevingsvergunningen. De rechtbank zal het beroep van eiseres daarom gegrond verklaren en het bestreden besluit in zoverre vernietigen. Zowel verweerder als eiseres zijn van mening dat de primaire besluiten zouden moeten herleven en er is tussen deze partijen geen geschil over de inhoud van de omgevingsvergunningen. De rechtbank ziet echter geen mogelijkheid voor finale geschilbeslechting, omdat verweerder nog opnieuw zal moeten beslissen op het bezwaar van de derde-partij. De rechtbank zal verweerder dan ook opdragen om binnen zes weken een nieuw inhoudelijk besluit te nemen.

6. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

7. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de omgevingsvergunningen voor de woningen aan [adres] alsnog zijn geweigerd;

  • -

    draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 328 aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Verberne, voorzitter, en

mr. J.W. Vriethoff en mr. C. Bakker, leden, in aanwezigheid van mr. J.M. Breimer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2015.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.