Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:884

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-02-2015
Datum publicatie
20-02-2015
Zaaknummer
EA VERZ 14-1242
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair om dringende redenen, subsidiair verandering in de omstandigheden. Werknemer, die na een geruime periode van arbeidsongeschiktheid net weer re-integreert op het werk, wordt leugenachtig gedrag verweten. Geoordeeld wordt dat werknemer niet handig heeft geopereerd, maar dat er onvoldoende aanleiding is om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De stelling dat de arbeidsverhouding is verstoord rechtvaardigt op zichzelf geen ontbinding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/305
AR-Updates.nl 2015-0165
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 3693470 \ EA VERZ 14-1242

beschikking van: 10 februari 2015

func.: 25

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

Koninklijke Coöperatieve Bloemenveiling FloraHolland U.A.,

wonende te Aalsmeer,

verzoeker,

nader te noemen FloraHolland,

gemachtigde: mr. J.J. Sturm,

t e g e n

[verweerder],

gevestigd te [woonplaats],

verweerder,

nader te noemen FloraHolland,

gemachtigde: mr. M.H.J. van Geffen.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

FloraHolland heeft op 18 december 2014 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van 29 januari 2015. FloraHolland is verschenen bij [naam 1] (hoofd P&O), [naam 2] (verzuimcoach) en [naam 3] (leidinggevende) vergezeld door de gemachtigde. [verweerder] is in persoon verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben het woord gevoerd, mede aan de hand van pleitnotities. Na verder debat is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Uitgegaan wordt van het volgende.

1.1.

[verweerder], geboren op[geboortedatum], is sedert 10 september 2000 in dienst van FloraHolland en is laatstelijk werkzaam in de functie van medewerker verdelen bloemen. Het bruto salaris op basis van een werkweek van 21,5 uur bedraagt
€ 1.273,85 per maand, exclusief 8,33% vakantietoeslag.

1.2.

FloraHolland houdt zich onder meer bezig met het veilen van sierteelproducten. [verweerder] is werkzaam bij een vestiging van FloraHolland in [plaats] binnen een team van 32 medewerkers onder leiding van [naam 3] (hierna: [naam 3]).

1.3.

In de loop van het dienstverband heeft FloraHolland [verweerder] regelmatig waarschuwingen gegeven betreffende zijn functioneren. Het betrof hier onder meer het volgen van de voorschriften tijdens ziekte, het voldoen aan de productiviteitsnormen van FloraHolland, op tijd beginnen, tijdig terugkeren van vakantie en het gedrag van [verweerder] ten aanzien van zijn collega’s.

1.4.

[verweerder] is van 23 december 2013 tot 29 september 2014 arbeidsongeschikt geweest. Op 20 september 2014 is de re-integratie gestart volgens een door de bedrijfsarts geadviseerd opbouwschema.

1.5.

Op 3 oktober 2014 heeft in kader van de hervatting van werkzaamheden na ziekte een gesprek plaatsgevonden met [verweerder], zijn nieuwe leidinggevende [naam 3] en zijn oude leidinggevende [naam 4]. In het door FloraHolland opgestelde verslag staat, voor zover hier van belang:
“(…) Reactie van de medewerker: Meneer geeft aan dat hij zich goed zal inzetten, en zich goed voelt. Hij heeft ons beloofd op tijd hier te zijn en zich goed in te zetten.
Overige besproken zaken: Stukje over het verleden gehad. [naam 4] heeft duidelijk gemaakt dat voor Meneer [verweerder] dit de laatste kansen zijn om zich te verbeteren.
Gemaakte afspraken: [verweerder] is HOOFDVERANTWOORDELIJK om hier op tijd aanwezig te zijn. (…)
Sanctie: bij niet komen opdagen of te laat komen volgen er sancties.”

1.6.

Op 6 oktober 2014 heeft opnieuw een gesprek plaatsgevonden met [naam 3] naar aanleiding van het feit dat [verweerder] een uur verlaat was omdat de collega met wie hij altijd meereed naar het werk niet op tijd was. [verweerder] had FloraHolland wel laten weten dat hij niet op tijd zou zijn. Volgens het gespreksverslag heeft FloraHolland bij wijze van sanctie zijn aanvulling van maandag tot woensdag stopgezet.

1.7.

Op 27 oktober 2014 heeft [verweerder] FloraHolland verzocht om 1 uur verlof omdat hij in het ziekenhuis bloed laten afnemen.

1.8.

FloraHolland heeft dit verlof verleend. Daarbij heeft zij [verweerder] verzocht op zijn volgende werkdag een bewijs mee te nemen dat hij bloed had laten afnemen.

1.9.

Op 29 oktober 2014 heeft [verweerder] een formulier van het OLVG aan FloraHolland getoond. Hierop staat in de rechter bovenhoek handgeschreven: “[verweerder] [geboortedatum].”

1.10.

Op 31 oktober 2014 heeft naar aanleiding hiervan een gesprek plaatsgevonden met [verweerder]. Daarbij waren aanwezig [naam 2] (verzuimcoach, hierna: [naam 2]), [naam 3] en aanvankelijk ook [naam 4]. In het door FloraHolland gemaakte verslag staat, voor zover van belang:
“Wegens vermoeden van fraude hebben we [verweerder] geroepen om een gesprek te voeren. Aanleiding was het, 1 uur verlof opnemen van afgelopen maandag, om in het ziekenhuis bloed af te laten nemen, waarbij het ingeleverde bewijs erg onbetrouwbaar was.
De leidinggevende vroeg om een bewijs hiervan om woensdag in te leveren. Dit heeft dhr. [verweerder] gedaan, echter het was een in elkaar gefriemelde aanvraagformulier voor het afname van bloed. Bij dit formulier behoort een sticker met de patiëntgegevens van [verweerder], echter was deze afgescheurd en er was met een handschrift [verweerder] en [geboortedatum] geschreven. Tevens is dit een formulier wat ingeleverd dient te worden bij het ziekenhuis. Zie bijlage.
Dit vermoeden hebben we voorgelegd bij [verweerder] verklaarde dat dit door de ziekenhuis was afgegeven. Door hierop door te vragen, heeft meneer toegegeven dat hij het zelf had geschreven, maar hij beweerde ook nog steeds door, dat hij afgelopen maandag bij de ziekenhuis was geweest. Wij vroegen welke ziekenhuis en bij welke dokter [verweerder] in behandeling was. Nadat [verweerder] dit aan ons had doorgegeven hebben we in het bijzijn van [verweerder] het ziekenhuis gebeld. Wij hebben met toestemming van meneer om zijn gegevens gevraagd. Het antwoord van het ziekenhuis was dat hij al 2 jaar niet was geweest. Dit was voor ons de reden dat wij dhr. [verweerder] weg hebben gestuurd omdat [verweerder] niet meer te vertrouwen is. (…)”

1.11.

Op 10 november 2014 heeft opnieuw een gesprek plaatsgevonden in aanwezigheid van [naam 2] en [naam 3] namens FloraHolland en [verweerder]. In het gespreksverslag staat:
“[verweerder] is uitgenodigd om een bewijs in te leveren naar aanleiding dat meneer naar de ziekenhuis is geweest om bloed te prikken op 27 oktober. Echter [verweerder] ontkent nu dat hij naar de ziekenhuis is geweest, en alleen 1 uur verlof wilde hebben. Tevens geeft hij aan dat hij geen toestemming heeft gegeven dat wij naar de ziekenhuis mochten bellen. Dhr. [verweerder] verdraaid het hele verhaal nu, waardoor er totaal geen vertrouwen er meer is in deze meneer.”

1.12.

Bij brief van 20 november 2014 heeft FloraHolland aan [verweerder] bericht dat zij er op korte termijn naar zou streven naar beëindiging van de arbeidsovereenkomst. In afwachting daarvan is [verweerder] op non-actief gesteld, met behoud van salaris.

1.13.

Bij brief van 20 november 2014 heeft de gemachtigde van [verweerder] de visie van [verweerder] op de gebeurtenissen geschetst en laten weten dat [verweerder] bereid en beschikbaar is om werkzaamheden te verrichten in het kader van zijn re-integratie.

Verzoek

2. FloraHolland verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen, primair bestaande uit een dringende reden en subsidiair bestaande uit een verandering in de omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen billijkheidshalve zo spoedig mogelijk behoort te eindigen.

3. FloraHolland stelt hiertoe – kort gezegd – dat zij ieder vertrouwen in [verweerder] heeft verloren. Volgens FloraHolland heeft [verweerder] naar aanleiding van het verlofverzoek op 27 oktober 2014 diverse malen gelogen, terwijl hij zich bovendien schuldig heeft gemaakt aan vervalsing van een formulier van het ziekenhuis (OLVG). Dit incident vormt voor FloraHolland de druppel die de emmer doet overlopen, waarbij zij verwijst naar het grote aantal waarschuwingen dat [verweerder] in het verleden al heeft ontvangen en waarvan zij diverse stukken in het geding heeft gebracht. FloraHolland stelt dat van haar niet langer gevergd kan worden dat zij het dienstverband met [verweerder] voortzet. Er is volgens FloraHolland geen enkele aanleiding voor het toekennen van een vergoeding aan [verweerder] in het kader van de gevraagde ontbinding.

Verweer

4. [verweerder] betwist dat er gewichtige redenen voor ontbinding zijn in de door FloraHolland bedoelde zin, en verzet zich tegen de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Voor het geval de kantonrechter desondanks tot ontbinding zou overgaan, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van € 24.841,46 bruto.

5. Het verweer van [verweerder] zal, voor zover van belang, hierna aan de orde komen.

Beoordeling

6. FloraHolland verwijt [verweerder] dat hij haar op en rondom 27 oktober 2014 verschillende keren heeft voorgelogen. Volgens FloraHolland is het uitgesloten dat een arts (huisarts of specialist) een patiënt een formulier voor bloedafname geeft, zonder dat dat formulier is voorzien van een sticker met personalia van de patiënt in kwestie. Ter zitting heeft [verweerder] erkend dat hij een op het betreffende formulier aanwezige sticker met daarop een datum (geen naam) heeft verwijderd, omdat het een andere datum betrof. [verweerder] realiseert zich thans dat dat niet handig was, maar voert aan dat hij indertijd bang was dat zijn leidinggevende niet zou geloven dat het formulier voor hem bedoeld was.

7. Dat deze vrees gegrond was, blijkt uit de reactie van FloraHolland. Los van de vraag of het inderdaad uitgesloten is dat artsen dergelijke formulieren verstrekken zonder dat de personalia al zijn ingevuld (het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat dit wel gebeurt), wordt geoordeeld dat het verwijderen van de sticker op zichzelf niet reeds aangemerkt kan worden als fraude, zoals FloraHolland deed in het gesprek van 31 oktober 2014 over deze kwestie.

8. Aan FloraHolland kan worden toegegeven dat het voor de bedrijfsvoering hinderlijk was dat [verweerder] uitgerekend op maandag 27 oktober 2014 een uur eerder weg wilde om naar het ziekenhuis te gaan, terwijl hij op dat moment op dinsdag en donderdag niet werkte en dus ook op een van deze dagen had kunnen gaan. In plaats van dat punt uitdrukkelijk aan de orde te stellen, heeft zijn leidinggevende [verweerder] toch toegestaan het uur op te nemen. Of het hier ging om bijzonder verlof of een door [verweerder] opgenomen vakantie uur is niet duidelijk geworden en moet thans dan ook in het midden blijven, waarbij wel wordt opgemerkt dat het aan FloraHolland als werkgever is om ervoor zorg te dragen dat de administratie van verlofuren op orde is.

9. Bij het verlenen van het verlof heeft FloraHolland bij monde van [naam 3] geëist dat [verweerder] zou aantonen dat hij naar het ziekenhuis was geweest. Het wijzigen van het formulier, door een daarop bevestigd etiket daarvan te verwijderen en door de eigen naam daarop te schrijven, zonder dit aanstonds te bevestigen, vormt in de gegeven omstandigheden een verwijtbare gedraging van [verweerder]. Het is echter niet onbegrijpelijk dat [verweerder] zich door de opstelling van FloraHolland zodanig onder druk gezet voelde om “te bewijzen” dat hij op 27 oktober 2014 inderdaad in het ziekenhuis was geweest voor bloedafname, dat hij niet direct durfde te bekennen dat hij die dag uiteindelijk geen bloed had laten prikken omdat het hem te lang duurde. Afgaande op de diverse gespreksverslagen uit de betreffende periode, maar ook de opstelling van FloraHolland in onderhavige procedure, heeft FloraHolland zich vanaf het moment dat [verweerder] op 29 september 2014 ging re-integreren opmerkelijk hard opgesteld jegens [verweerder].

10. Een voorbeeld van dit laatste is de reactie van FloraHolland naar aanleiding van het feit dat hij op 6 oktober 2014 te laat was. In plaats van met [verweerder] te bespreken dat hij voortaan ook met de nachtbus zou kunnen komen in plaats van zich afhankelijk te maken van een collega met wie hij al jaren meereed, heeft FloraHolland hem direct een sanctie opgelegd, ook al kon [verweerder] er op dat moment weinig aan doen en had hij wel tijdig contact opgenomen.

11. Voor zover FloraHolland incidenten uit de periode vóór december 2013 aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd is, mede gelet op het gemotiveerde verweer van [verweerder], onvoldoende komen vast te staan dat [verweerder] in dat verband noemenswaardig verwijtbaar heeft gehandeld. Voorts hebben die incidenten te lang geleden plaatsgevonden om thans aan een ontbinding ten grondslag te worden gelegd.

12. Kennelijk is de repressieve houding van FloraHolland jegens [verweerder] in september en oktober 2014 ingegeven door haar oordeel over de hiervoor bedoelde incidenten in het verleden. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft FloraHolland conclusies getrokken uit de gedragingen en verklaringen van [verweerder] betreffende de gang van zaken rond 27 oktober 2014, die niet gerechtvaardigd zijn. Zo is in het geheel niet komen vast te staan dat [verweerder] op de bewuste dag niet in het ziekenhuis is geweest. Voorts blijkt uit de door [verweerder] overgelegde stukken dat hij – anders dan door FloraHolland is geconcludeerd – wel onder behandeling is in het betreffende ziekenhuis. Ook staat voldoende vast dat hij met regelmaat bloed moet laten prikken. Hierbij speelt ook een rol dat [verweerder] het Nederlands niet geheel meester is en – zoals op de zitting is gebleken – de neiging heeft om hoe dan ook met antwoorden te komen, ook als hij de vraag niet volledig heeft begrepen. In een dergelijke gespannen sfeer kunnen al gauw misverstanden ontstaan.

13. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat van een dringende reden die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt geen sprake is.

14. Vervolgens dient te worden beoordeeld of de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden wegens verandering van omstandigheden. FloraHolland heeft daaraan met name ten grondslag gelegd dat als gevolg van het optreden van [verweerder] het vertrouwen in hem volledig weg is en de verhouding is verstoord. FloraHolland miskent hiermee dat als de gestelde verstoring van de arbeidsrelatie niet wordt gerechtvaardigd door een objectief gerechtvaardigde reden, de gevraagde ontbinding op die grond niet kan worden toegewezen. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.

15. Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat FloraHolland naar het oordeel van de kantonrechter in het gesprek van 31 oktober 2014 de grenzen van het goed werkgeverschap heeft opgezocht en mogelijk zelfs overschreven door op dat moment van [verweerder] toestemming te verlangen om het ziekenhuis en de huisarts te mogen bellen. FloraHolland zou zich als professioneel werkgever dienen te realiseren dat dit mogelijk te veel druk legt op de betreffende medewerker om met zo’n verzoek in te stemmen, zonder dat deze zich voldoende bewust is van zijn (privacy) rechten.

16. Bij deze uitkomst zal FloraHolland worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerder].

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt FloraHolland in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op € 545,- voor salaris van de gemachtigde, voor zover verschuldigd, inclusief BTW;

veroordeelt FloraHolland tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden en FloraHolland niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing inclusief BTW;

wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus gegeven door mr. mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.