Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:8791

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-12-2015
Datum publicatie
10-12-2015
Zaaknummer
13/710061-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeverdachte van voormalige directeur van woningcorporatie Rochdale die zich schuldig heeft gemaakt aan het zich laten omkopen, verduistering in dienstbetrekking, oplichting, witwassen, het doen van onjuiste belastingaangifte, valsheid in geschrift en meineed. De medeverdachte krijgt een taakstraf van 240 uur voor het opmaken van een valse factuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/710061-10

Datum uitspraak: 10 december 2015

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,

in Nederland niet ingeschreven in de Basisregistratie personen, verblijvende te Spanje.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

1.1.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22, 26 (inhoudelijke behandeling) en 27 (requisitoir) oktober 2015, 2 (pleidooi) en 3 (re- en dupliek en laatste woord gemachtigde raadsvrouw) november 2015 en 3 december 2015 (sluiting).

1.2.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. M.A. Boheur en M.J. Dontje en van wat de gemachtigde raadsvrouw van verdachte, mr. R. Croes-Hoogendoorn naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 oktober 2003 tot en met 5 december 2003 te Altea, althans in Spanje, tezamen en in vereniging met (een) ander of ander(en), althans alleen een factuur, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of heeft laten opmaken en/of heeft laten vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of haar medeverdachte(n) (telkens) valselijk – immers opzettelijk in strijd met de waarheid – inzake (ZPV-3) in een factuur d.d. 10 oktober 2003 van [verdachte] S.L. (D-0039 en D-0039a) opgenomen en/of laten opnemen dat [verdachte] S.L. advieswerkzaamheden heeft verricht in Spanje gedurende de periode januari - september 2003 voor A.M. Development International BV (voor een bedrag van 188.355,- euro), zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

en/of

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 oktober 2003 tot en met 14 oktober 2009 te Gouda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander of ander(en), althans alleen opzettelijk een valse en/of vervalste factuur - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl verdachte en/of haar medeverdachte(n) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die factuur bestemd was voor gebruik als echt en onvervalst, bestaande dat voorhanden hebben hierin dat het geschrift door verdachte en/of haar medeverdachte(n) is opgenomen in de (bedrijfs)administratie van A.M. Development International BV, en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat, inzake (ZPV-3) in een factuur d.d. 10 oktober 2003 van [verdachte] S.L. (D-0039 en D-0039a) is opgenomen dat [verdachte] S.L. advieswerkzaamheden heeft verricht in Spanje gedurende de periode januari - september 2003 voor A.M. Development International BV (voor een bedrag van 188.355,- euro).

Artikel 225 lid 1 en 2 juncto artikel 47 Wetboek van Strafrecht.

3 De bevoegdheid van de rechtbank

In de tenlastelegging staat dat de valsheid in geschrift is gepleegd in het buitenland, namelijk in Altea, Spanje. Verdachte heeft de Nederlandse nationaliteit en valsheid in geschrift wordt volgens de Nederlandse strafwet als een misdrijf beschouwd (artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht). Op een soortgelijk feit is bij de artikel 392 juncto 391 van de Código Penal (het Spaanse Wetboek van Strafrecht) ook straf gesteld. Op grond van artikel 5 (oud), tegenwoordig artikel 7, van het Wetboek van Strafrecht is onder die omstandigheden de Nederlandse strafwet toepasselijk. Deze rechtbank is dan ook bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Inleiding

De beschuldiging komt er kort gezegd op neer dat verdachte, tezamen en in vereniging met een ander (medeverdachte [medeverdachte] ) een factuur heeft opgemaakt waarin – in strijd met de waarheid – staat vermeld dat [verdachte] S.L. (verdachte) advieswerkzaamheden heeft verricht in Spanje gedurende de periode januari tot en met september 2003 voor A.M. Development International B.V. (voor een bedrag van
€ 188.355,00) en dat zij (en [medeverdachte] ) deze factuur tezamen met een ander of anderen voorhanden heeft gehad, omdat de factuur door verdachte en/of die ander(en) is opgenomen in de bedrijfsadministratie van A.M. Development International B.V.

4.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

4.2.1.

De officieren van justitie hebben overeenkomstig het schriftelijk requisitoir gerekwireerd tot bewezenverklaring van zowel het ten laste gelegde medeplegen van valsheid in geschrift (artikel 225 lid 1 juncto 47 van het Wetboek van Strafrecht) als het medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van dat valse geschrift terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik (artikel 225 lid 2 juncto 47 van het Wetboek van Strafrecht).

4.2.2.

Zij hebben zakelijk weergegeven het volgende aangevoerd. Verdachte heeft verklaard dat [naam 2] van A.M. Development International B.V. haar in 2001 of 2002 telefonisch heeft benaderd met het verzoek investeerders voor de aankoop van grond te zoeken. Zij zou tussen de 5 en 10% van de eventuele opbrengsten krijgen. [naam 2] heeft echter verklaard dat hij verdachte nooit heeft benaderd en haar nimmer een zakelijke opdracht heeft gegeven.

4.2.3.

De factuur is opgemaakt om de betaling van een steekpenning door A.M. Development International B.V. aan [medeverdachte] (in het kader van de verkoop van het Bruggebouw Zuid aan Patrimonium) administratief af te dekken. [medeverdachte] komt in beeld door de verklaring van [naam 1] , op wier computer de factuur in Altea (Spanje) is gemaakt. Zij heeft verklaard dat verdachte en [medeverdachte] samen naar haar winkel kwamen met het verzoek om de computer te gebruiken omdat die van hen kapot was. Zij weet niet wie van de twee de computer gebruikte, maar verdachte en [medeverdachte] waren wel samen in haar kantoor, terwijl zij in de winkel klanten hielp.

4.2.4.

De factuur is naar het hoofdkantoor van A.M. Development International B.V. verzonden en daar op 17 oktober 2003 binnengekomen. Bij de doorzoeking op 14 oktober 2009 is in het digitale systeem bij Multi Development B.V. (voorheen A.M. Development International B.V.) een scan van de factuur van [verdachte] SL aangetroffen. Verdachte en [medeverdachte] zijn samen verantwoordelijk voor het opmaken van die factuur en ook voor het voorhanden hebben van die factuur samen met A.M. Development International B.V./Multi Development B.V. Ten aanzien van A.M. Development International B.V./Multi Development B.V. geldt dat een of meer personen binnen die organisatie betrokken moeten zijn geweest bij de omkoping en het ter afdekking daarvan voldoen van de valse factuur, zodat bewezen kan worden dat verdachte en [medeverdachte] tezamen en in vereniging met een of meer anderen hebben gehandeld, aldus de officieren van justitie.

4.3.

Het standpunt van de verdediging

4.3.1.

De raadsvrouw van verdachte heeft overeenkomstig de door haar overgelegde pleitnota vrijspraak bepleit en daartoe kort samengevat het volgende aangevoerd.

4.3.2.

Ten aanzien van het opmaken van de factuur geldt dat voor een bewezenverklaring, dat deze in strijd met de waarheid is opgemaakt, wettig en overtuigend moet komen vast te staan dat verdachte in het geheel geen werkzaamheden heeft verricht. Er is geen bewijs dat dit het geval is. Er mag niet worden uitgegaan van de (ongeloofwaardige) verklaring van [naam 2] die inhoudt dat verdachte geen werkzaamheden heeft verricht, en de verklaringen die door de FIOD worden aangehaald dat verdachte niet werkte, vormen geen bewijs dat in het geheel geen werkzaamheden zijn uitgevoerd.

4.3.3.

Met betrekking tot het voorhanden hebben van de factuur geldt dat ten aanzien van geen van de facturen die zich in het dossier bevinden, kan worden bewezen dat deze waren opgenomen in de (bedrijfs)administratie van Multi Development B.V, zodat ook niet gezegd kan worden dat de factuur is gebruikt als bedoeld in artikel 225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht, aldus de raadsvrouw.

4.4.

Het oordeel van de rechtbank

4.4.1.1. De rechtbank heeft uit de wettige bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de bijlage de overtuiging gekregen dat verdachte op 10 oktober 2003 in Altea (Spanje) een factuur heeft opgemaakt die in strijd met de waarheid is. In de factuur staat dat [verdachte] S.L. (verdachte) werkzaamheden heeft verricht voor A.M. Development International B.V. terwijl boven redelijke twijfel is verheven dat dit niet het geval is geweest. Verdachte heeft verklaard dat zij de door haar gefactureerde werkzaamheden, die volgens haar bestonden uit het benaderen van vijf van haar contacten, in opdracht van [naam 2] (destijds de directeur van A.M. Development International B.V.) heeft verricht. Laatstgenoemde heeft echter stellig verklaard dat hij aan verdachte geen enkele opdracht heeft gegeven. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan deze verklaring. Zij laat hierbij meewegen dat verdachte de beschuldiging dat zij geen werkzaamheden heeft verricht, betrekkelijk eenvoudig had kunnen ontkrachten en weerleggen door de naam te noemen van een of meer van de personen die zij zegt te hebben benaderd of bijvoorbeeld de door haar in het kader van de gestelde werkzaamheden gemaakte kosten aan te tonen. De rechtbank wordt ten slotte gesterkt in haar overtuiging dat de desbetreffende factuur vals is doordat deze tal van ongerijmdheden bevat, ten aanzien waarvan verdachte evenmin een concludente verklaring heeft afgelegd. De factuur staat bijvoorbeeld op naam van [verdachte] S.L , maar dat bedrijf is niet bekend bij de Spaanse Kamer van Koophandel. S.L. (Sociedad Limitada) is het Spaanse equivalent van een Nederlandse bv. In de factuur staat echter een Número de Identificatión Fiscal (X-2668541-N) vermeld, dat door de Spaanse autoriteiten aan natuurlijke personen wordt verstrekt. De factuur voldoet verder niet aan de wettelijke (administratieve) eisen van artikel 35a, lid 1 Wet Omzetbelasting. Deze eisen gelden ook voor een factuur afkomstig uit een ander EU-land, zoals Spanje. Hierbij valt onder meer te denken aan de adresgegevens van de dienstverlener, die op de onderhavige factuur ontbreken.

4.4.1.2. Het Openbaar Ministerie heeft betoogd dat verdachte de factuur tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] heeft opgemaakt. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte. Deze kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de – intellectuele en/of materiële – bijdrage van ieder der verdachten aan het delict van voldoende gewicht is. Hoewel uit de verklaring van [naam 1] naar voren komt dat verdachte op 10 oktober 2013, toen verdachte volgens haar eigen verklaring de factuur heeft opgemaakt, werd vergezeld door medeverdachte [medeverdachte] en zij hebben gevraagd of zij haar computer mochten gebruiken omdat die van hen kapot was en uit het dossier blijkt dat [medeverdachte] een zakelijke relatie met A.M. Development International B.V. had en verdachte en medeverdachte [medeverdachte] op 5 december 2003 € 188.336,50 op hun Spaanse “en/of bankrekening” hebben ontvangen, zal verdachte worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat medeverdachte [medeverdachte] (noch een ander) enigerlei uitvoeringshandeling heeft verricht bij het valselijk opmaken van de factuur, terwijl evenmin uit de bewijsmiddelen is af te leiden dat hij (of iemand anders) bij (de voorbereiding van) het opmaken van de factuur een intellectuele en/of materiële – bijdrage heeft geleverd. Met andere woorden van een nauwe en bewuste samenwerking bij het opmaken van de factuur is niet gebleken. De enkele omstandigheid dat [medeverdachte] aanwezig was in het kantoor ten tijde van het opmaken van de factuur en de omstandigheid dat het gefactureerde bedrag kan worden aangemerkt als een steekpenning voor [medeverdachte] , is hiervoor onvoldoende.

4.4.2.1. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het voorhanden hebben van het valse geschrift zoals cumulatief en als tweede alternatief is ten laste gelegd. Verdachte wordt kort gezegd verweten dat zij de door haar opgemaakte valse factuur samen met een ander of anderen voorhanden heeft gehad. Het (medeplegen van het) voorhanden zou hierin hebben bestaan dat de factuur is opgenomen in de (bedrijfs)administratie van A.M. Development International B.V./Multi Development B.V. Een of meer personen binnen die organisatie moeten, aldus de officieren justitie, betrokken zijn geweest bij de omkoping van [medeverdachte] zodat bewezen kan worden dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] tezamen en in vereniging met een of meer anderen hebben gehandeld.

4.4.2.2. Het voorhanden hebben van een vals geschrift houdt niet in dat het geschrift direct voor het grijpen moet liggen, het kan ook bij een derde worden bewaard. Essentieel bij het voorhanden hebben van een vals geschrift is het tot zijn beschikking hebben van dat geschrift, in die zin dat indien dat wordt gewenst gebruik kan worden gemaakt van de bewijsbestemming ervan (Kamerstukken II 1988/89, 21 186, nr. 3, p. 15). Voor zover de in de tenlastelegging genoemde factuur in de bedrijfsadministratie van A.M. Development International B.V./Multi Development B.V. is opgenomen, blijkt niet dat dit door verdachte is gedaan. Uit de bewijsmiddelen blijkt evenmin dat zij over de desbetreffende factuur kon beschikken. Uit het dossier volgt wat betreft het opnemen van de factuur in de administratie van A.M. Development International B.V. ook niet dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en ((een van) de medewerkers van) A.M. Development International B.V. Het enkel afleveren van de factuur in de wetenschap dat de factuur (mogelijk) zal worden opgenomen in de administratie is hiervoor onvoldoende. De slotsom is dat niet kan worden bewezen dat verdachte, zoals is ten laste gelegd, de desbetreffende factuur (die in de administratie van A.M. Development International BV is opgenomen) voorhanden heeft gehad.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 10 oktober 2003 te Altea (Spanje), een factuur, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk – immers opzettelijk in strijd met de waarheid – in een factuur d.d. 10 oktober 2003 van [verdachte] S.L. opgenomen dat [verdachte] S.L. advieswerkzaamheden heeft verricht in Spanje gedurende de periode januari - september 2003 voor A.M. Development International BV (voor een bedrag van 188.355,- euro), zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straf

8.1.

De eis van de officieren van justitie

8.1.1.

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden en daarbij te kennen gegeven dat rekening is gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn.

8.1.2.

De officieren hebben de eis als volgt onderbouwd. De ten laste gelegde valsheid moet worden bezien in het licht van de grootschalige omkoping door [medeverdachte] . De factuur heeft gediend ter afdekking van een steekpenning. Dit maakt deze valsheid des te kwalijker. Ten nadele van verdachte heeft voorts te gelden dat zij geen inzicht heeft getoond in haar handelen. Zij heeft een leugenachtige verklaring afgelegd die ze niet heeft willen laten onderzoeken door de FIOD. Zij heeft immers geen details willen verstrekken over het door haar opgeworpen alibi. In de in aanloop naar de zitting ontvangen brief over de voorgenomen afwezigheid van verdachte staat dat de strafzaak grote impact heeft op de geestelijke en fysieke gesteldheid van verdachte. Hetgeen bij de persoonlijke omstandigheden aan de orde is gekomen heeft niet genoopt om een andere soort straf dan gevangenisstraf te eisen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

8.2.1.

De verdediging heeft met betrekking tot de (eventuele) strafmaat kort samengevat het volgende naar voren gebracht. Het gaat in deze zaak om valsheid in geschrift en niet om omkoping. De inhoud van het dossier en de beperkte rol van verdachte daarin, het feit dat het gaat om een factuur van meer dan 12 jaar geleden, de lange duur van het strafproces, de mate waarin verdachte is blootgesteld aan een megaproces met zeer negatieve persaandacht, haar slechte fysieke en mentale gesteldheid vanwege het hele gebeuren en het totale ontbreken van justitiële documentatie maken dat de eis van 3 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf geen enkel recht doet aan de tenlastelegging en de persoon van verdachte. De zaak dient te worden teruggebracht naar de juiste proporties. Gelet op hierboven genoemde omstandigheden in combinatie met de leeftijd (68 jaar) van verdachte, zou zelfs een uitsluitend geheel voorwaardelijke straf in de rede liggen.

8.2.2.

Subsidiair is verdachte bereid (al dan niet gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf) een (beperkte) geldboete te betalen, ervan uitgaande dat het dan niet gaat om bedragen zoals aangeboden als transactie door het Openbaar Ministerie. Ook is zij bereid een taakstraf uit te voeren, aldus de raadsvrouw.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

8.3.1.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

8.3.2.

Verdachte heeft in strijd met de waarheid een factuur opgemaakt waarin staat dat zij werkzaamheden heeft verricht. Zij heeft ruim € 188.000,00 in rekening gebracht en ontvangen. Verdachte heeft hierdoor valsheid in geschrift gepleegd en betaald gekregen voor werkzaamheden die zij nimmer heeft verricht. Het opmaken van een valse factuur schaadt het vertrouwen dat in dergelijke bescheiden moet kunnen worden gesteld.

8.3.3.

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval, gelet op de door het LOVS ontwikkelde oriëntatiepunten voor fraudedelicten (daaronder begrepen valsheid in geschrift), in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende reactie is.

8.3.4.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de brief van 19 oktober 2015 van dr. [naam 3] , werkzaam bij Clinica La Alegria, Centro Médico Calpe, waarin staat dat zij verdachte op 19 oktober 2015 heeft gezien en dat duidelijk is dat de stesshantering van verdachte tekort schiet.

8.3.5.

Verdachte is op 18 mei 2010 geconfronteerd met de verdenking van valsheid in geschrift en op die beschuldiging gehoord. Vanaf dat moment kon verdachte er in redelijkheid rekening mee houden dat zij door het Openbaar Ministerie wegens valsheid in geschrift zou kunnen worden vervolgd. De rechtbank doet heden, 10 december 2015, uitspraak. De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, die voor de behandeling in eerste aanleg 2 jaar is, met 3 jaar en bijna 7 maanden is overschreden. Van een bijzondere omstandigheid die deze overschrijding kan rechtvaardigen, is geen sprake.

8.3.6.

Uit (vaste) jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2008:BD2578) volgt dat bij een termijnoverschrijding van meer dan 12 maanden naar bevind van zaken dient te worden gehandeld.

8.3.7.

In de overschrijding van de redelijke termijn ziet de rechtbank aanleiding af te zien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Evenmin zal zij verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd opleggen, nu verdachte, voor zover bekend, niet meer met politie of justitie in aanraking is geweest.

Alles overwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke taakstraf van nader te noemen duur passend en geboden.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 225 van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezengeachte.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het (als eerste cumulatief/alternatief) ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op: valsheid in geschrift.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 4 (vier) maanden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.M. van Dijk, voorzitter,

mrs. P.J. van Eekeren en C. Klomp, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Cordia, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 december 2015.