Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:8641

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-10-2015
Datum publicatie
03-12-2015
Zaaknummer
CV EXPL 15-4829
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

consumentenkrediet, toetsen beding variabele rente aan “blauwe lijst”, zorgplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/2427
NTHR 2016, afl. 1, p. 33
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 3896341 CV EXPL 15-4829

vonnis van: 15 oktober 2015

fno.: 393

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser sub 1]

[eiser sub 2]

beiden wonende te [woonplaats]

eisers

nader te noemen: [eisers gezamenlijk]

gemachtigde: mr. M.J. Meijer

t e g e n

de besloten vennootschap Hollandsche Disconto Voorschotbank BV

gevestigd te Amsterdam

gedaagde

nader te noemen: HDV

gemachtigde: Vesting Finance Incasso B.V.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • -

    dagvaarding van 20 februari 2015 met producties;

  • -

    antwoord met producties;

  • -

    instructievonnis;

  • -

    repliek:

  • -

    dupliek;

  • -

    dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

[eisers gezamenlijk] hebben op 19 september 2006, door bemiddeling van Nifa Financieringen te Heerhugowaard, een overeenkomst gesloten met HDV, waarbij aan hen een doorlopend krediet tot een maximum van € 35.000,00 is verstrekt.

1.2.

In de overeenkomst staat onder meer vermeld:
De kredietnemer verplicht zich om maandelijks 1,00% van het ten hoogste opgenomen saldo met een minimum van € 350,00 terug te betalen (..)
HDV zal de kredietnemer maandelijks een kredietvergoeding in rekening brengen over de op grond van deze overeenkomst verschuldigde bedragen. Deze kredietvergoeding bedraagt thans 0,869% per maand en zal maandelijks ten laste van deze rekening worden geboekt. Wijzigingen van dit percentage zullen zo spoedig mogelijk ter kennis van de kredietnemer worden gebracht.
Het vermelde maandpercentage resulteert in een effectief kredietvergoedings-percentage op jaarbasis van 10,9 %.

1.3.

Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.

1.4.

Artikel 8 van de algemene voorwaarden luidt:
(..)In overleg met de kredietnemer kan het maximum kredietbedrag worden verhoogd, alsmede het maandelijks terug te betalen termijnbedrag. HDV heeft het recht de maandtermijn te herzien, indien ten gevolge van rentewijzigingen, de kredietvergoeding meer dan de maandtermijn bedraagt. HDV zal bij het bereiken van de 60-jarige leeftijd de oorspronkelijke maximum kredietlimiet met 1/96 deel per maand verlagen. De kredietnemer zal hiervan schriftelijk bericht ontvangen.

1.5.

In het door [eisers gezamenlijk] op 19 september 2006 ondertekende “Adviesbevestiging Wet Financiële Dienstverlening (WFD) ” staat onder meer:
Een doorlopend krediet heeft altijd een variabele rente (…)
Client heeft de financiële bijsluiter “doorlopend krediet” ontvangen (..)

1.6.

In de prospectus “Doorlopend Krediet ” van HDV staat onder de titel “Bepaling kredietwaardigheid en wijze van risicobeoordeling” onder meer :
Dit gebeurt onder meer aan de hand van inkomens- en lastengegevens, aard en lengte van het dienstverband en eventueel bezit van een eigen huis. Een budget calculatie vindt plaats om te bezien of verstrekking en terugbetaling van de lening verantwoord is.

1.7.

Bij brief van 11 oktober 2006 stuurt HDV aan [eiser sub 1] de “Handleiding bij uw kredietovereenkomst” hierin staat onder meer:
Maandtermijn en rente
- Doorlopend krediet; De maandtermijn bestaat uit een aflossingsdeel en een rentedeel. U betaalt alleen rente over het bedrag dat u hebt opgenomen. Het rentetarief is variabel. Als de rente wijzigt, dan wijzigt de looptijd van uw krediet, uw maandtermijn blijft hetzelfde.

1.8.

HDV heeft aan [eisers gezamenlijk] maandelijks een overzicht gestuurd waarin onder meer de berekende rente, termijnbedrag en openstaand saldo staan vermeld.

1.9.

Op 8 september 2011 schrijft de HDV aan [eiser sub 1] onder meer:
U heeft via GELDSHOP.NL B.V. een rente krediet onder contract nummer (..) afgesloten.
Een van de voorwaarden van dit aflosvrije doorlopend krediet is dat de maandtermijn na 5 jaar (60 maanden) wordt herzien tot een maximum van 2 % van de kredietlimiet.
Om aan bovengenoemde voorwaarden te kunnen voldoen, hebben wij de maandtermijn gesteld op EUR 700,00. (…)

1.10.

Bij brief van 4 juni 2014 schrijft HDV aan de gemachtigde van [eisers gezamenlijk] onder meer:
(…) In onze brief van 24 juni 2013 hebben wij erkend dat de verhoging van de maandtermijn over de periode van oktober 2011 tot en met december 2012 ten onrechte was doorgevoerd. Wij hebben aangegeven dat wij op verzoek van cliënten de verhoging van de maandtermijn over deze periode ongedaan konden maken. Cliënten hebben geen verzoek hiervoor ingediend.

Tevens hebben wij cliënten erop gewezen dat bij het bereiken van de 60- jarige leeftijd de afbouwregeling van toepassing is. (…) Met ingang van januari 2013 is in verband met het bereiken van de 60-jarige leeftijd de afbouwregeling van toepassing en hebben wij de maandtermijn verhoogd naar € 700,00 zodat het krediet uiteindelijk wordt ingelost.

1.11.

Het saldo van het krediet bedroeg op 10 april 2015 € 13.004,64.

Vordering

2. [eisers gezamenlijk] vorderen te bepalen
- dat HDV jegens [eisers gezamenlijk] toerekenbaar tekort is geschoten/haar (pre-)contractuele zorgplicht heeft geschonden en/of onrechtmatig heeft gehandeld en mitsdien aansprakelijk is voor de hierdoor bij [eisers gezamenlijk] opgetreden schade en hierbij te bepalen dat HDV deswege gehouden is tot vergoeding van die schade, die [eisers gezamenlijk] hebben geleden of nog zullen lijden (nader op te maken bij Staat en te vereffenen volgens de Wet), de een betalend de ander hiertoe gekweten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 september 2006, dan wel 5 mei 2014, danwel de dag dezer dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening hiervan;
- HDV tegen behoorlijk bewijs van kwijting te veroordelen om aan [eisers gezamenlijk] te voldoen de somma van € 10.000, berekend tot 1 januari 2014 + PM, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 september 2006, danwel 5 mei 2014, danwel de dag dezer dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening hiervan, met kosten en nakosten.

3. [eisers gezamenlijk] stellen daartoe, kort samengevat en voorzover van belang, dat zij vrijwel direct na ingang van de overeenkomst geconfronteerd werden met een oplopende spaarrente. Ook het maandbedrag werd aanzienlijk hoger, terwijl de overeenkomst daar geen grondslag voor geeft. De effectieve jaarrente vanaf 2006 tot 2013 is opgelopen naar (soms) meer dan 15%. [eisers gezamenlijk] hebben herhaaldelijk bezwaar gemaakt tegen deze rentestijgingen, maar zonder succes. Het te betalen maandbedrag is van € 350,00 in 2006 opgelopen tot € 700,00 vanaf 2011, zonder contractuele grondslag. [eisers gezamenlijk] zijn zich in 2013 bewust geworden van het feit dat HDV hen op deze wijze onrechtmatige schade toebrengt in financiële zin en op een ongeoorloofde wijze uitvoering heeft gegeven aan de overeenkomst gedurende de jaren die zijn verstreken.
begroten hun schade op € 10.000,00. Dit betreft de teveel betaalde rente over 2007 tot en met 2013. [eisers gezamenlijk] heeft om aan haar betalingsverplichting te voldoen een deel van hun roerende zaken moeten verkopen, waarvan sommige grote emotionele waarde vertegenwoordigen. De door [eisers gezamenlijk] geleden schade dient te worden verrekend met wat [eisers gezamenlijk] nog aan HDV verschuldigd zijn.
stelt voorts dat HDV tekort is geschoten in haar zorgplicht jegens [eisers gezamenlijk] in de advisering en de verkoop van het financiële product. Zij heeft bij het aangaan van de overeenkomst niet de zorg heeft betracht die verwacht mag worden van een professionele kredietvertrekker.

4. HDV verweert zich tegen de vordering en voert, samengevat en voorzover van belang, primair aan dat partijen een doorlopend kredietovereenkomst hebben gesloten tegen een variabele rentevergoeding. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing, deze voorwaarden staan op de achterzijde van de overeenkomst en zijn [eisers gezamenlijk] ter hand gesteld. De overeenkomst is tot stand gekomen door bemiddeling van Nifa financieringen. Handelingen of gedragingen van een tussenpersoon dienen aan [eisers gezamenlijk] te worden toegerekend, niet aan HDV.
HDV heeft [eisers gezamenlijk] maandelijks overzichten verstrekt. In die overzichten staat (de wijziging van) de maandrente vermeld. HDV heeft in 2013 reeds erkend dat de in 2011 doorgevoerde verhoging van de maandtermijn niet conform de toepasselijke algemene voorwaarden is uitgevoerd en aangegeven dat zij, indien gewenst, de verhoging over de periode van oktober 2011 tot en met 31 december 2012 ongedaan wilden maken. HDV heeft nimmer een schriftelijke bevestiging gekregen dat [eisers gezamenlijk] gebruik wilden maken van dit aanbod. HDV betwist dat [eisers gezamenlijk] schade hebben geleden; de rentevergoeding is binnen de contractuele en wettelijk toegestane kaders gebleven en door de verhoging van het maandbedrag is er meer afgelost en dus was per saldo minder rente verschuldigd. HDV betwist dat zij de zorgplicht heeft geschonden.

5. Bij conclusie van repliek stellen [eisers gezamenlijk] in reactie op het verweer van HDV, samengevat en voor zover van belang, dat het in de overeenkomst opgenomen rentewijzigingsbeding onredelijk bezwarend is en [eisers gezamenlijk] dus niet kan binden. [eisers gezamenlijk] persisteren bij hun stelling dat er meer rente is betaald dan overeenkomen, waardoor zij schade hebben geleden. [eisers gezamenlijk] hoefden in 2006 geen rekening te houden met het feit dat HDV in 2011 de maandlasten zou verdubbelen. Zij hoefden er slechts rekening mee te houden dat vanaf 15 januari 2013 de kredietlimiet maandelijks met 1/96 verlaagd zou worden, conform artikel 8 van de algemene voorwaarden. Op HDV ruste als professionele financiële dienstverlener een zorgplicht tegenover [eisers gezamenlijk] . Deze zorgplicht vloeit voort uit artikel 4:34 Wft en geldt ook voor de pre-contract-uele fase.

6. Bij conclusie van dupliek heeft HDV onder meer nog aangevoerd, samengevat en voor zover van belang, dat het gehanteerde rentepercentage altijd binnen de kaders van artikel 35 Wet consumentenkrediet en artikel 4 Besluit kredietvergoeding is gebleven. [eisers gezamenlijk] heeft derhalve niet meer rente betaald dan wettelijk is toegestaan. In de lijn van de Hoge Raad en Hof ’s Hertogenbosch meent HDV dat het gehanteerde rentepercentage geen onredelijk beding is in de zin van de Richtlijn Oneerlijke bedingen 93/13 EEG. HDV betwist dat [eisers gezamenlijk] schade heeft geleden en dat zij haar zorgplicht heeft geschonden.

Beoordeling

7. [eisers gezamenlijk] hebben op 19 september 2006, door bemiddeling van Bifa Financieringen te Heerhugowaard, een overeenkomst gesloten met HDV, waarbij aan hen een doorlopend krediet tot een maximum van € 35.000,00 is verstrekt.

8. [eisers gezamenlijk] zijn consumenten. Op de overeenkomst tussen partijen is de Wet op het consumentenkrediet (oud) (hierna te noemen WcK oud) van toepassing. In artikelen 35 lid 1 en artikel 36 WcK (oud) wordt verwezen naar het besluit Kredietvergoeding (het Besluit). In dit Besluit is vastgesteld hoe de (hoogst) toegelaten vergoedingen worden berekend en dat geen andere of hogere kosten in rekening mogen worden gebracht dan aldaar genoemd.

9. Partijen verschillen onder meer van mening over de vraag of zij contractueel een vast percentage aan rente(vergoeding) overeen zijn gekomen.

10. Volgens vaste rechtspraak en jurisprudentie worden bepalingen in overeenkomsten onder meer uitgelegd aan de hand van de zin die partijen over en weer aan de bepalingen mochten toekennen.

11. In dit geval staat in de tekst van de overeenkomst “Deze kredietvergoeding bedraagt thans 0.869 % en dat “wijzigingen van dit percentage zullen zo spoedig mogelijk ter kennis van de kredietnemer wordt gebracht” en in de gelijktijdig door partijen ondertekende adviesbevestiging Wet Financiële Dienstverlening (hierna te noemen WFD) dat “een doorlopend krediet altijd een variabele rente heeft ”. Ook staat in de bij de overeenkomst overgelegde prospectus doorlopend krediet vermeld dat de rente variabel is.
Hieruit blijkt dat partijen een variabele rente overeen zijn gekomen die HDV eenzijdig kan wijzigen. Op grond van de overeenkomst moet het voor [eisers gezamenlijk] duidelijk zijn geweest dat de rente kon veranderen en dat het de kredietgever was die de tarieven aanpast. [eisers gezamenlijk] had er derhalve rekening mee te houden dat de rente zou kunnen verhogen.

12. Partijen verschillen van mening of het in de overeenkomst opgenomen variabele rente beding onredelijk bezwarend is in de zin van de Richtlijn Oneerlijke bedingen 93/13 EEG.

13. De kantonrechter gaat er bij de beoordeling van uit dat partijen met het rentebeding doelen op de in de overeenkomst opgenomen tekst: “Deze kredietvergoeding bedraagt thans 0.869 % en dat wijzigingen van dit percentage zo spoedig mogelijk ter kennis van de kredietnemer wordt gebracht” Niet in geschil is dat deze clausule voldoet aan de definitie van een beding zoals opgenomen in artikel 6:231 sub a BW en artikel 3 lid 1 van de Richtlijn oneerlijke bedingen.

14. Een dergelijk beding is blijkens de “blauwe” lijst bij de Richtlijn Oneerlijke bedingen 93/13 artikel 3 lid 3 onder 2 b. toelaatbaar, mits de verkoper (in dit geval de leverancier van de financiële diensten) verplicht wordt de wijziging in de rente zo spoedig mogelijk ter kennis ter brengen van de consument en het de consument in een dergelijk geval vrijstaat de overeenkomst te ontbinden.
HDV heeft onweersproken gesteld dat zij wijzigingen van de rente vooraf op het maandelijkse aan [eisers gezamenlijk] verstrekte overzicht heeft vermeld. Op grond van artikel 7 van de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden is [eisers gezamenlijk] te allen tijde bevoegd de overeenkomst schriftelijk op te zeggen. De kantonrechter is van oordeel dat het beding, gelet op voornoemde omstandigheden, niet onredelijk bewarend is en dat HDV daarom een beroep op het beding kan doen.

15. Uit het door HDV overgelegde – en door [eisers gezamenlijk] niet bestreden - overzicht van de gehanteerde rente van 20 september 2009 tot en met 26 januari 2015, blijkt dat deze rente hetgeen krachtens artikel 35 WcK, uitgewerkt in Hoofdstuk II Besluit kredietvergoeding toelaatbaar is, niet te boven gaat.

16. Met betrekking tot de door [eisers gezamenlijk] gestelde schending van de op HDV rustende zorgplicht overweegt de kantonrechter als volgt.
Op een kredietverlenende instelling rust een zorgplicht om niet-professionele klanten voorafgaande aan het sluiten van een kredietovereenkomst te informeren over de risico’s van het aangeboden product. De reikwijdte van deze zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval.
Er is met betrekking tot het doorlopend krediet sprake van een reguliere eenvoudige kredietovereenkomst, waarin de verplichtingen van [eisers gezamenlijk] voldoende duidelijk staan omschreven. [eisers gezamenlijk] mogen geacht worden de aan die overeenkomst verbonden risico’s voldoende te hebben begrepen.
Uit de door [eisers gezamenlijk] overgelegde “prospectus doorlopend krediet” blijkt dat voor de aanvraag van een lening door de aanvrager gegevens met betrekking tot werkkring, inkomen en vaste lasten dienen te worden overgelegd en dat de kredietwaardigheid en risicobeoordelingen aan de hand van deze gegevens door HDV wordt beoordeeld. Onvoldoende gesteld en niet gebleken is dat HDV deze toets bij de aanvraag van onderhavig doorlopend krediet door [eisers gezamenlijk] niet heeft gedaan. Vaststaat dat HDV [eisers gezamenlijk] als kredietwaardig heeft beschouwd.
Dit betekent dat het door [eisers gezamenlijk] gedane beroep op schending van de zorgplicht van HDV wordt verworpen.

17. HDV erkent dat de door haar in 2011 doorgevoerde verhoging van de maandtermijn naar 2% van de kredietlimiet niet op grond van de overeenkomst noch op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden is gegrond. Daarmee staat vast dat HDV in strijd met de overeenkomst het maandbedrag heeft gewijzigd.

18. Dat [eisers gezamenlijk] daardoor schade heeft geleden is onvoldoende gesteld en niet gebleken. HDV heeft, weliswaar pas in 2013, aangeboden om de verhoging over de periode van oktober 2011 tot en met december 2012 ongedaan te maken. [eisers gezamenlijk] heeft om hen moverende redenen daar geen gebruik van gemaakt. Bovendien is door deze verhoging van het maandbedrag het openstaand saldo sneller afgenomen waardoor ook minder rente betaald hoeft te worden. Dat [eisers gezamenlijk] ter voldoening van deze maandlasten de auto en roerende goederen heeft moeten verkopen wordt door HDV gemotiveerd betwist. [eiser sub 1] heeft daar geen bewijs van overgelegd en ook niet aangeboden.

19. Mitsdien worden de vorderingen afgewezen.

20. [eisers gezamenlijk] worden als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten en de nakosten aan de zijde van HDV belast.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [eisers gezamenlijk] in de proceskosten, aan de zijde van HDV tot op heden begroot op € 500,00;

veroordeelt [eiser sub 1] tot betaling van een bedrag van € 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en HDV niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief btw;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. Y.A.M. Jacobs, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.

Overeenkomstig het bepaalde in het vonnis van 15 oktober 2015 moet voor het hierboven onder II. bepaalde, te weten:

II. veroordeelt [eisers gezamenlijk] in de proceskosten, aan de zijde van [naam] tot op heden begroot op € 500,00;

worden gelezen:

II veroordeelt [eisers gezamenlijk] in de proceskosten, aan de zijde van HDV tot op heden begroot op € 500,00;

de griffier de kantonrechter