Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:8336

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
23-11-2015
Datum publicatie
25-11-2015
Zaaknummer
KG ZA 15-1205 CB/MV
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In De Volkskrant van 19 december 2014 is een artikel verschenen naar aanleiding van een uitspraak van 18 december 2014 van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Het artikel ging over het onderzoek dat de ex-accountant in 2011 heeft verricht naar de toenmalige burgemeester van Schiedam. Volgens de ex-accountant is het artikel onrechtmatig omdat de feiten verkeerd worden weergegeven en omdat het lukrake beschuldigingen aan zijn adres bevat. Hij vordert daarom onder meer een rectificatie en een schadevergoeding van € 100.000,-. De voorzieningenrechter wijst deze vorderingen af, omdat het artikel wel voldoende steun vindt in de feiten. Na een belangenafweging weegt de vrijheid van meningsuiting van De Volkskrant zwaarder dan de belangen van eiser.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/594732 / KG ZA 15-1205 CB/MV

Vonnis in kort geding van 23 november 2015

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaats] ,

eiser bij dagvaarding van 16 oktober 2015,

advocaat mr. P.S. Jonkers te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE VOLKSKRANT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. C. Wildeman te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en De Volkskrant worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 9 november 2015 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.
De Volkskrant heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen.
Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.

Ter zitting was [eiser] aanwezig met mr. Jonker. Namens De Volkskrant waren aanwezig [naam 1] en [de journalist] met mr. Wildeman.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is tot aan zijn pensionering in 2005 als registeraccountant verbonden geweest aan accountantskantoor KPMG. Nadien heeft hij het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (hierna BING) opgericht. Tot 1 januari 2013 is hij voor BING werkzaam geweest. Thans is hij aandeelhouder van BING.

2.2.

In 2011 heeft [eiser] , in zijn hoedanigheid van directeur van BING, van de gemeenteraad van Schiedam de opdracht gekregen een onderzoek uit te voeren naar [burgemeester] (hierna [burgemeester] ), toenmalig burgemeester van Schiedam. Op 24 augustus 2011 is over [burgemeester] een rapport gepubliceerd, waarin [eiser] meerdere ernstige tekortkomingen in het functioneren van [burgemeester] heeft vastgesteld.

2.3.

Naar aanleiding van het hiervoor genoemde rapport heeft [burgemeester] een klacht ingediend tegen [eiser] bij de Accountantskamer. Bij uitspraak van 14 mei 2012 heeft de Accountantskamer de klacht van [burgemeester] ongegrond verklaard.

2.4.

Op 20 juni 2012 heeft [burgemeester] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Accountantskamer bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). [eiser] heeft op 25 juni 2012 eveneens hoger beroep ingesteld.

2.5.

Het CBb heeft op 18 december 2014 uitspraak gedaan. Hierin is – kort gezegd – het hoger beroep van [eiser] ongegrond verklaard. Het hoger beroep van [burgemeester] is gegrond verklaard. [eiser] is de maatregel van berisping opgelegd. Ten aanzien van deze tuchtrechtelijke maatregel heeft het CBb als volgt overwogen:
Het College is van oordeel dat [eiser] op belangrijke onderdelen van het onderzoek heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van objectiviteit. De aard en ernst van deze onzorgvuldigheden zijn naar het oordeel van het College zodanig dat daarmee het accountantsberoep in diskrediet is gebracht, waarmee [eiser] ook het fundamenteel beginsel van professioneel gedrag heeft geschonden. Naar het oordeel van het College is, gelet hierop, oplegging van de maatregel van berisping passend en geboden.

2.6.

Op 18 december 2014 heeft het CBb een persbericht gepubliceerd over bovengenoemde uitspraak. Hierin is onder de kop Klacht oud-burgemeester Schiedam tegen accountant deels gegrond onder meer het volgende opgenomen:
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) verklaart de klacht van de voormalige burgemeester van Schiedam tegen de accountant die in 2011 onderzoek deed naar haar handelen deels gegrond en legt de accountant een berisping op.
Bij dat onderzoek handelde de accountant op een aantal belangrijke onderdelen in strijd met de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van objectiviteit.
Zo liet hij na om de oud-burgemeester tijdig schriftelijk te informeren over de onderzoeksopdracht en de uitbreiding daarvan. Verder bood hij haar niet op juiste wijze de gelegenheid om op een concept van het rapport te reageren. Het rapport vermeldt bovendien ten onrechte dat de oud-burgemeester niet had gereageerd op interviewverslagen.
De conclusies over de vermindering van opdrachtverstrekkingen aan een aannemingsbedrijf en de rol van de voormalig burgemeester hierin zijn te ongenuanceerd en onvolledig.
(…)

2.7.

Op 19 december 2014 is naar aanleiding van de uitspraak van het CBb in De Volkskrant een artikel verschenen van de hand van de verslaggevers [de journalist] en [naam 2] met de kop: Onderzoek naar integriteit was onzorgvuldig. Dit artikel luidt als volgt.
Oud-burgemeester [burgemeester] van Schiedam haalde donderdag haar gelijk. Het integriteitsonderzoek dat haar de kop kostte was 'ongenuanceerd en onvolledig'. Onderzoeker [eiser] ging wel vaker in de fout.
Het integriteitsonderzoek dat de Schiedamse oud-burgemeester [burgemeester] in 2011 de kop kostte, was onzorgvuldig en niet objectief. De onderzoeker, voormalig KPMG-kopstuk [eiser] , wordt om die reden berispt.
Dit staat in een donderdag gepubliceerd vonnis van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Volgens deze rechtbank zijn de conclusies die [eiser] trok over de Schiedamse burgemeester 'ongenuanceerd en onvolledig'. Ook bood [eiser] , een van de grondleggers van integriteitonderzoeken bij politici, haar 'niet op de juiste wijze gelegenheid om op een concept van het rapport te reageren'.
[eiser] concludeerde in 2011 dat [burgemeester] haar macht als burgemeester had misbruikt om een conflict met de aannemer die haar huis verbouwde te beïnvloeden. [burgemeester] wachtte het rapport niet af, stapte op, en is sindsdien mikpunt van hoon en spot - onder meer vanuit de Schiedamse gemeenteraad.

Het vonnis van donderdag is niet alleen een gevoelige nederlaag voor [eiser] , maar ook voor het door hem opgerichte Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING) dat het onderzoek in Schiedam uitvoerde. BING - anders dan vaak wordt gedacht een commerciële instelling - deed het afgelopen decennium honderden onderzoeken bij lagere overheden, maar ligt steeds vaker onder vuur. Zo was de Accountantskamer recentelijk zeer kritisch over BING-onderzoeken naar vermeende misstanden in Wassenaar en Nieuwegein.
Geen van de rapporten heeft echter zoveel stof doen opwaaien als dat over Schiedam. 'Dit vonnis voelt als gerechtigheid en eerherstel, na meer dan drie jaar ellende', zegt [burgemeester] in een reactie. 'Ik ben in 2011 gevloerd door een roddelcampagne, die werd opgepikt door de gemeenteraad en tot officiële waarheid verheven door BING. Er was al die tijd niets van waar. Ik moet nog nadenken over verdere stappen, maar excuses aan mijn adres lijken in ieder geval op zijn plaats.'
Eerder deze maand werd [eiser] , die zich twee jaar geleden uitschreef als accountant, al geschorst door zijn voormalige beroepsgroep. In een rapport over [naam 3] - oud-bestuurder van de Maastrichtse woningcorporatie Servatius - trok [eiser] volgens de Accountantskamer zware conclusies, terwijl die 'geen enkel feitelijk aanknopingspunt bevatten'.

Het vonnis over Schiedam van donderdag betreft een hoger beroep. 'De uitspraak heeft ons verrast, zeker na de eerdere uitspraak van de Accountantskamer waarin alle klachten van mevrouw [burgemeester] ongegrond waren verklaard', reageert BING-directeur [naam 4] . 'Onze juristen buigen zich nu over de discrepantie tussen beide uitspraken, en de betekenis daarvan.'
Het CBb oordeelde donderdag eveneens dat de BING-onderzoekers onzorgvuldig waren ten opzichte van de gewezen Schiedamse topambtenaar [naam 5] . Die verloor zijn baan door het onderzoek, waarvan nu is vastgesteld dat het op vele vlakken rammelde.
De intussen gepensioneerde [eiser] , die recentelijk het boekje Ik ben integer, Jij bent integer schreef, wil niet reageren. De voormalige KPMG-accountant, die twaalf jaar geleden ook al eens werd berispt vanwege de manier waarop hij de bonnetjesaffaire van de Rotterdamse burgemeester [naam 6] had onderzocht, heeft zich twee jaar geleden uitgeschreven als accountant. BING-directeur [naam 4] deed eerder dit jaar hetzelfde. Volgens hem is het tuchtrecht van accountants niet geschikt om BING-onderzoeken mee te toetsen.

2.8.

Op 22 december 2014 is in De Volkskrant een column gepubliceerd van
[naam 7] over [eiser] , BING en [burgemeester] .

2.9.

Op 3 april 2015 heeft [eiser] een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek tegen [de journalist] , een van de auteurs van het hiervoor geciteerde artikel, alsmede tegen de hoofdredacteur van De Volkskrant. De klacht richtte zich onder meer tegen het artikel van 19 december 2014.

2.10.

Op 16 juni 2015 heeft de Raad voor de Journalistiek uitspraak gedaan. In de overwegingen van deze uitspraak is onder meer het volgende opgenomen:
Volgens de Raad mag een journalist zich in berichtgeving over een gerechtelijke uitspraak baseren op een persbericht dat door de betreffende rechterlijke instantie is uitgebracht. In het persbericht van het CBb (…) staat duidelijk dat het beroep van de oud-burgemeester deels gegrond is verklaard. Verder is in het persbericht vermeld dat klager op een aantal belangrijke onderdelen in strijd heeft gehandeld met fundamentele beginselen van deskundigheid, zorgvuldigheid en objectiviteit. Daarbij zijn twee specifieke conclusies als te ongenuanceerd en onvolledig aangeduid.
In het artikel is echter gemeld dat volgens de uitspraak van het CBb het onderzoek van klager onzorgvuldig en niet objectief was, en dat de conclusies van klager ongenuanceerd en onvolledig waren. Hiermee hebben [de journalist] en de krant niet waarheidsgetrouw en journalistiek onzorgvuldig over de uitspraak van het CBb bericht.
In de conclusie van deze uitspraak is onder meer het volgende opgenomen:
Voor zover de klacht is gericht tegen de wijze waarop in het artikel van 19 december 2014 de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is weergegeven, hebben [de journalist] en de Volkskrant journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verder was de werkwijze van [de journalist] en de krant ten aanzien van dit artikel en de afhandeling van klagers klacht hierover journalistiek zorgvuldig.
De Raad doet de aanbeveling aan de Volkskrant om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

2.11.

Op 19 juni 2015 is in De Volkskrant een artikel verschenen met de kop:
Raad voor Journalistiek bekritiseert Volkskrant.
Hierin is onder meer opgenomen:
De Volkskrant heeft op 19 december 2014 een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) ‘onzorgvuldig’ weergegeven. Dat oordeelt de Raad voor Journalistiek (…). Onderzoeker en voormalig accountant [eiser] had een klacht ingediend.
(…)
De oud-burgemeester ging na de publicatie van het onderzoek in beroep bij het CBb, dat haar klachten ‘deels’ gegrond verklaarde. In het persbericht van het CBb stond ook dat [eiser] ‘op een aantal belangrijke onderdelen’ had gehandeld in strijd met fundamentele beginselen van deskundigheid, zorgvuldigheid en objectiviteit.
In de krant waren deze nuances echter weggelaten. Daar stond dat het onderzoek onzorgvuldig en niet objectief was, en dat de conclusies van [eiser] ongenuanceerd en onvolledig waren. Deze samenvatting van het persbericht kwalificeert de Raad als ‘ongenuanceerd en onvolledig’. Zijn klacht over het gebrek aan wederhoor achtte de Raad echter ongegrond. Ook was de krant niet verplicht een ingezonden brief te plaatsen, wat [eiser] ook had betoogd.

2.12.

In het digitale archief van De Volkskrant is het artikel van 19 december 2014 voor eenieder te raadplegen. Thans is door De Volkskrant boven dit artikel de volgende tekst geplaatst:
N.B.: De Raad voor de Journalistiek heeft onderstaande weergave van de uitspraak van het CBb bekritiseerd. Het CBb verklaarde de klachten van oud-burgemeester [burgemeester] 'deels' gegrond en in het persbericht van het CBb stond dat de [eiser] 'op een aantal belangrijke onderdelen' heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen ven deskundigheid, zorgvuldigheid en objectiviteit. Deze nuances ontbreken in onderstaand artikel.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – kort gezegd – het volgende:
1. De Volkskrant te bevelen zich met onmiddellijke ingang te onthouden van beschuldigingen aan het adres van [eiser] van gelijke aard of strekking als in de in de dagvaarding genoemde publicaties;
2. De Volkskrant te veroordelen een rectificatie te plaatsen met de volgende tekst:
Volkskrant heeft onzorgvuldig bericht over BING onderzoek Schiedam

Het beeld dat De Volkskrant heeft opgeroepen in enkele artikelen in 2014, dat het onderzoek van

BING/ [eiser] onzorgvuldig was, dat de conclusies ‘onzorgvuldig en niet objectief’ en

‘ongenuanceerd en onvolledig’ waren, is niet correct. Ook is ten onrechte gesuggereerd in het artikel van 19 december 2014 dat dat BING/ [eiser] het rapport niet in wederhoor zou hebben voorgelegd aan [burgemeester] , de oud burgemeester van Schiedam.

[eiser] heeft naar aanleiding van het artikel van 19 december 2014 de Volkskrant tevergeefs verzocht een ingezonden brief te plaatsen. Nadat hij ook bij de ombudsvrouw van De Volkskrant geen gehoor vond, heeft hij vergeefs de hoofdredactie gewezen op een groot aantal onjuistheden en journalistieke tekortkomingen, zoals het kritiekloos en/of zonder eigen onderzoek ruimte bieden aan beschuldigende citaten en het niet plegen van wederhoor. [eiser] heeft vervolgens een klacht ingediend bij de Raad van de Journalistiek. Deze concludeerde dat de Volkskrant en de betrokken [de journalist] met betrekking tot het artikel van 19 december onzorgvuldig hebben gehandeld. De rectificatie die de Volkskrant naar aanleiding van die uitspraak publiceerde zette het onjuiste beeld naar de mening van [eiser] onvoldoende recht. Hij heeft de kortgedingrechter om een uitspraak gevraagd. In de uitspraak d.d. xxxx draagt de rechter De Volkskrant op een rectificatie

te plaatsen die het eerder opgeroepen onjuiste beeld corrigeert.

Nadat de Accountantskamer alle klachten van [burgemeester] gemotiveerd had afgewezen, heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) een drietal klachten van formele aard ten dele gegrond verklaard en heeft het ten aanzien van een van de 17 conclusies van BING geoordeeld dat deze te ongenuanceerd en onvolledig was. De overige 16 conclusies van BING, waaronder enkele van ernstige aard zoals belangenverstrengelingen en machtsmisbruik, staan derhalve nog overeind. Dit omdat er niet over is geklaagd of omdat de klacht ongegrond is verklaard. Ook de klachten over de onderzoeksmethodiek zijn door het CBb ongegrond verklaard.

De hoofdredactie van De Volkskrant biedt aan de directie van BING en aan [eiser] haar excuses aan.;
3. De Volkskrant op te dragen haar columniste [naam 7] te informeren door middel van de dagvaarding in dit kort geding, het verweer daarop en dit vonnis;
4. De Volkskrant te veroordelen tot het betalen van een voorschot van
€ 100.000,- op de schadevergoeding voor geleden imagoschade en materiële schade (omzetverlies en vermindering van de waarde van de aandelen BING);
5. te bepalen dat bij niet-nakoming van de veroordeling ter zake het gevorderde onder 1 tot en met 4 De Volkskrant een dwangsom zal verbeuren van
€ 10.000,- per dag,
6. De Volkskrant te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2.

[eiser] stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat in De Volkskrant meerdere artikelen over hem en [burgemeester] zijn verschenen. Eén van die artikelen is verschenen op 11 april 2014, naar aanleiding van de zitting bij het CBb. Hierin zijn onterechte beschuldigingen aan het adres van [eiser] opgenomen. Hetzelfde geldt voor een interview met [burgemeester] dat De Volkskrant heeft gepubliceerd in het Magazine van 21 juni 2014.
Op 18 december 2014 heeft het CBb uitspraak gedaan. Het CBb heeft slechts 4 van de 16 klachten van [burgemeester] (deels) gegrond verklaard. Slechts één van die vier gegronde klachten betrof een inhoudelijke conclusie van [eiser] , de overige 3 gegronde klachten hadden een formeel karakter. Het rapport van [eiser] over [burgemeester] staat dan ook nog voor 95% overeind. In het artikel van 19 december 2014 van De Volkskrant is echter in strijd met de waarheid opgenomen dat [burgemeester] van het CBb gelijk zou hebben gekregen en dat het integriteitsonderzoek van [eiser] naar [burgemeester] ongenuanceerd en onvolledig zou zijn geweest. Deze conclusies van De Volkskrant zijn onjuist en uiterst schadelijk voor de reputatie van [eiser] en BING. [eiser] heeft zich niet tegen deze conclusies kunnen verweren. Hem is geen wederhoor aangeboden. Op basis van de genoemde artikelen heeft [naam 7] bovendien een column geschreven (zie 2.8) waarin zij karaktermoord pleegt op [eiser] . De Raad voor de Journalistiek heeft geoordeeld dat [de journalist] onzorgvuldig heeft gehandeld met het artikel van 19 december 2014. Het kleine en onopvallende bericht dat De Volkskrant naar aanleiding van deze uitspraak op haar website heeft geplaatst bij het artikel van 19 december 2014 (zie 2.12) zet het door De Volkskrant geschapen onjuiste beeld niet recht. Evenmin neemt dit bericht de schade van [eiser] weg.

[eiser] voert voorts aan dat hij een ingezonden brief naar De Volkskrant heeft gestuurd, maar dat De Volkskrant heeft geweigerd deze te plaatsten. Ook op andere manieren heeft [eiser] gepoogd De Volkskrant er op minnelijke wijze toe te bewegen het negatieve beeld over hem recht te zetten. Zo heeft zijn toenmalige raadsman De Volkskrant bij brief van 17 april 2015 verzocht een rectificatie te plaatsen. De Volkskrant heeft hier echter niet aan mee willen werken. Omdat dit veel tijd heeft gekost, heeft [eiser] thans een spoedeisend belang bij toewijzing van zijn vorderingen in dit kort geding. Met een bodemprocedure gaat te veel tijd verloren. De grondslag van de vorderingen van [eiser] is dat de publicaties van De Volkskrant onrechtmatig zijn en ernstige (reputatie)schade tot gevolg hebben. In dit geval dient de bescherming van de eer en goede naam van [eiser] te prevaleren boven de vrijheid van meningsuiting van De Volkskrant. De vrijheid van meningsuiting is geen vrijbrief om lukraak keiharde beschuldigingen te uiten.

3.3.

De Volkskrant heeft verweer gevoerd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Indien de vorderingen van [eiser] zouden worden toegewezen, zou dit een beperking inhouden van het in artikel 10 lid 1 EVRM neergelegde grondrecht van De Volkskrant op vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan slechts worden beperkt, indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (zie artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, indien de uitlatingen van De Volkskrant onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voor het antwoord op de vraag of dit het geval is, moeten alle wederzijdse – in beginsel gelijkwaardige – belangen tegen elkaar worden afgewogen. Het belang van De Volkskrant is er met name in gelegen dat zij zich als journalistiek medium in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Het belang van [eiser] is er met name in gelegen dat zijn persoon niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan verdachtmakingen en dat zijn reputatie niet onnodig wordt geschonden. Bij deze belangenafweging dienen alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te worden genomen.

4.2.

In de dagvaarding wordt melding gemaakt van meerdere publicaties in De Volkskrant die betrekking hebben op [eiser] . Achtereenvolgens worden genoemd het artikel van 11 april 2014 (naar aanleiding van de zitting bij het CBb), het interview met [burgemeester] in het Volkskrant Magazine van 21 juni 2014, het artikel van 19 december 2014 (naar aanleiding van de uitspraak van het CBb) en de column van [naam 7] van 22 december 2014. Ter zitting is echter desgevraagd door de raadsman van [eiser] verklaard dat zijn vorderingen in dit kort geding uitsluitend zien op het artikel van 19 december 2014, het artikel dat ook door de Raad voor de Journalistiek als onzorgvuldig is gekwalificeerd. Dit betekent dat de voorzieningenrechter haar beoordeling in dit kort geding zal beperken tot het onder 2.7 van dit vonnis geciteerde artikel van 19 december 2014.

4.3.

Eén van die omstandigheden die bij de belangenafweging als bedoeld onder 4.1 in ogenschouw moet worden genomen is dat de uitlatingen ten tijde van de publicatie steun moeten vinden in het op dat moment beschikbare feitenmateriaal. In dit geval geldt dat het artikel van 19 december 2014 is gebaseerd op de uitspraak van het CBb van 18 december 2014 en op het persbericht van het CBb van diezelfde datum (zie 2.5 en 2.6). De uitlatingen van De Volkskrant in het artikel van

19 december 2014 waartegen de bezwaren van [eiser] zich richten zijn – naar de voorzieningenrechter begrijpt – de volgende:
- [burgemeester] haalde haar gelijk;
- het onderzoek van [eiser] was ongenuanceerd, onvolledig en niet objectief;
- de uitspraak van het CBb is een gevoelige nederlaag voor [eiser] .

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vinden deze uitlatingen voldoende steun in de uitspraak en in het persbericht van het CBb. In de uitspraak is immers opgenomen dat “[eiser] op belangrijke onderdelen van het onderzoek heeft gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van objectiviteit.

In het persbericht is opgenomen dat “de klacht van de voormalige burgemeester van Schiedam tegen de accountant deels gegrond” is, dat [eiser] “op een aantal belangrijke onderdelen in strijd met de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van objectiviteit” handelde en dat twee conclusies “te ongenuanceerd en onvolledig [zijn]”. Weliswaar ontbreekt in het artikel van

19 december 2014 de nuance die wel is gelegen in de uitspraak en het persbericht van het CBb, te weten dat de klachten ‘deels’ gegrond zijn verklaard en dat [eiser] ‘op een aantal belangrijke onderdelen’ in strijd heeft gehandeld met de fundamentele beginselen van deskundigheid, zorgvuldigheid en objectiviteit, zoals ook volgt uit de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek (zie 2.10), maar het ontbreken van deze nuance maakt het artikel van 19 december 2014 niet zonder meer onrechtmatig jegens [eiser] . [eiser] heeft in dit kader aangevoerd dat na de uitspraak van het CBb nog 95% van de beslissing van de Accountantskamer (zie 2.3) overeind staat, maar dit acht de voorzieningenrechter – gezien de ernst van de bewoordingen van het CBb en gezien de berisping aan het adres van [eiser] – onvoldoende aannemelijk. Dat hoofdzakelijk alleen formele klachten van [burgemeester] bij het CBb gegrond zijn verklaard, zoals [eiser] eveneens heeft aangevoerd, maakt evenmin dat de gekozen bewoordingen van De Volkskrant onvoldoende steun vinden in de feiten. Ook formele klachten (zoals bijvoorbeeld schending van het beginsel van hoor en wederhoor) kunnen immers een feitelijke grondslag vormen voor stevige bewoordingen. Tot slot geldt in dit kader dat de mogelijke schade die het gevolg is van het ontbreken van de nuance in het artikel van 19 december 2014 is weggenomen door het artikel in De Volkskrant van 19 juni 2015 (zie 2.11) en door het bericht dat De Volkskrant in haar digitale archief heeft geplaatst bij het artikel van 19 december 2014 (zie 2.12).

4.4.

De conclusie tot zover is dat het artikel van 19 december 2014 voldoende steun vond in het op dat moment beschikbare feitenmateriaal. Wat voorts gewicht in de schaal legt ten voordele van De Volkskrant is dat zij aandacht heeft besteed aan een debat dat in de publieke belangstelling staat en dat [eiser] als een ‘public figure’ kan worden aangemerkt. Het CBb heeft [eiser] berispt, hetgeen als een ernstige maatregel kan worden aangemerkt, en een berisping van het CBb rechtvaardigt voorshands stevige kritiek in de pers, zeker nu het gaat om een publiek figuur als [eiser] , die zich profileert als specialist op het gebied van integriteit. Ook tal van andere media hebben op min of meer dezelfde wijze aandacht besteed aan [eiser] en aan de uitspraak van het CBb van 18 december 2014, zoals blijkt uit de door De Volkskrant in het geding gebrachte producties. Zo hebben De Telegraaf en het Algemeen Dagblad artikelen gepubliceerd met respectievelijk de kop College van Beroep geeft ex- burgemeester gelijk en Uitspraak is desastreus voor BING. Bovendien blijkt uit de producties van De Volkskrant dat [eiser] vaker (volgens De Volkskrant minstens acht keer, hetgeen [eiser] ter zitting niet heeft bestreden) tuchtrechtelijk is veroordeeld en dat daar veel media-aandacht voor is geweest. Er kan dan ook niet worden gesproken van lichtvaardige verdachtmakingen van De Volkskrant aan het adres van [eiser] .

4.5.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen valt de onder 4.1 bedoelde belangenafweging in het voordeel uit van De Volkskrant. De vrijheid van meningsuiting van De Volkskrant weegt zwaarder dan de belangen waarop [eiser] zich in dit kort geding heeft beroepen. Een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting is dan ook niet gerechtvaardigd. De vorderingen van [eiser] liggen daarmee voor afwijzing gereed. Daar komt bij dat De Volkskrant voorshands terecht heeft aangevoerd dat vordering 1 veel te ruim is geformuleerd, dat het spoedeisend belang bij toewijzing van de rectificatie ontbreekt omdat het gewraakte artikel al bijna een jaar oud is (waardoor een rectificatie ook zijn doel voorbij zou schieten), dat niet kan worden ingezien wat het belang is bij de vordering om

[naam 7] te informeren over deze procedure en dat de vordering tot betaling van een (voorschot op) schadevergoeding van € 100.000,- op geen enkele wijze is onderbouwd.

4.6.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Volkskrant worden begroot op:

- griffierecht € 1.909,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 2.725,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van De Volkskrant tot op heden begroot op € 2.725,00,

5.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Berkhout, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2015.1

1 type: MVcoll: SP