Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:8181

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-11-2015
Datum publicatie
07-12-2015
Zaaknummer
AMS 15-4838
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Maatregel o.g.v. de Participatiewet. Verlaging van de bijstand met 100% voor de duur van één maand. Bijzondere doelgroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, omdat de gronden van het beroep te laat zijn ingediend. Er is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan deze termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn. Mondelinge uitspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 15/4838

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 9 november 2015 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. W. Albers),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ouder-Amstel, verweerder

(gemachtigde: A. Uzun).

Procesverloop

Bij besluit van 27 januari 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder de bijstandsuitkering van eiser voor de duur van één maand met 100% verlaagd.

Bij besluit van 23 juni 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2015. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Namens verweerder is tevens verschenen mevrouw [naam medewerker verweerder] .

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast, maar tussen partijen ook niet in geschil is, dat de gronden van beroep niet tijdig zijn ingediend. Bij brief van 5 augustus 2015 heeft de griffier de gemachtigde van eiser een termijn van vier weken geboden om de gronden van beroep mee te delen. Deze termijn is ongebruikt verstreken. Eerst op 2 november 2015 zijn per faxbericht de gronden van beroep aan de rechtbank toegezonden.

2. De gemachtigde heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat voor de termijnoverschrijding een verschoonbare reden is. Als advocaat van een cliënt die tot een bijzondere doelgroep behoort, verkeert hij in een lastige positie. Eiser is als het ware onder de radar verdwenen, zodat de gemachtigde niet binnen de termijn met eiser kon overleggen over de namens hem in te dienen beroepsgronden.

3. De rechtbank overweegt dat hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd niet een dusdanige bijzondere situatie oplevert dat de termijnoverschrijding in dit geval verschoonbaar moet worden geacht.

De rechtbank neemt daarbij in overweging dat de gemachtigde van eiser ten tijde van het instellen van beroep al wist dat eiser tot een bijzondere doelgroep behoort en dat het moeilijk was om contact met hem te krijgen. Ter zitting heeft de gemachtigde verklaard dat hij ten tijde van het instellen van beroep wel contact met eiser heeft gehad. Niet valt in te zien dat de gemachtigde op dat moment niet ook de gronden van beroep (desnoods in hoofdlijnen) met eiser had kunnen bespreken. En zelfs wanneer dat niet mogelijk zou zijn geweest, had de gemachtigde naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval de griffier binnen vier weken na de brief van 5 augustus 2015 om verlenging van de termijn moeten verzoeken, indien hij het noodzakelijk vond om met het indienen van de gronden te wachten tot hij met eiser had overlegd. De rechtbank is niet gebleken van omstandigheden waardoor dit niet mogelijk zou zijn geweest.

4. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.

5. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, voorzitter, en mr. A.W.C.M. van Emmerik en mr. M.C. Eggink, leden, in aanwezigheid van mr. M. Vogel-Frishert, griffier,
op 9 november 2015.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.