Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:8098

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-11-2015
Datum publicatie
25-11-2015
Zaaknummer
C/13/580227 / HA ZA 15-104
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis. Toepassing Nederlands internationaal privaatrecht. Vraag of partijen een geldige overeenkomst tot arbitrage zijn overeengekomen voor het scheidsgerecht dat het vonnis heeft gewezen waarvan vernietiging wordt gevraagd. De koopovereenkomst tussen partijen is vastgelegd in een Purchase Confirmation van 13 april 2012. De daarin genoemde MPC-voorwaarden, die als algemene voorwaarden kwalificeren, zijn van toepassing. Dat geldt naar het oordeel van de rechtbank ook voor de algemene voorwaarden zoals vervat in de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst van 3 april 2007. Zowel de MPC-voorwaarden als de overeenkomst van 3 april 2007 voorzien in arbitrage. De op deze arbitrages toepasselijke regels, waaronder plaats/instituut van arbitrage, verschillen. Toepassing van de norm uit HR 24 april 2015, ECLI:NL:2015:1125, leidt de rechtbank tot de slotsom dat het arbitragebeding in de MPC-voorwaarden dient te prevaleren boven het in de overeenkomst van 3 april 2007 opgenomen arbitragebeding. Het scheidsgerecht was derhalve bevoegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2016/160
TvA 2016/39
NTHR 2016, afl. 2, p. 102
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/580227 / HA ZA 15-104

Vonnis van 11 november 2015

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

MARIJAMPOLÉS PIENO KONSERVAI UAB,

gevestigd te Litouwen,

eiseres,

advocaat mr. M.E. Koppenol-Laforce,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERFOOD B.V.,

gevestigd te Bladel,

gedaagde,

advocaat mr. H.H.T. Beukers.

Partijen zullen hierna Marijampolés en Interfood worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 7 januari 2015, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord van Interfood, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 22 april 2015, waarin een comparitie van partijen is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 27 augustus 2015 en de daarin vermelde stukken; waar in het proces-verbaal wordt verwezen naar spreekaantekeningen van respectievelijk mr. R.R. Verkerk en mr. A.C.M. Wassink wordt gedoeld op het stuk getiteld “Aantekeningen ten behoeve van comparitie na antwoord” van Marijampolés,

  • -

    de rolberichten van partijen voor de rol van 30 september 2015 waarin zij vonnis vragen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Marijampolés en Interfood hebben op 3 april 2007 een overeenkomst gesloten. Daarin is onder meer bepaald:

“Agreement No. 40/2007MPK (…)

1. SUBJECT OF THE AGREEMENT

1.1.

According to this Agreement, the Seller [Marijampolés, rb] commits himself to supply and the Buyer [Interfood, rb] commits himself to receive and to pay for spray skimmed milk powder produced by JSC “Marijampolés pieno konservai”, hereinafter called the “Goods”, in the amount and of the quality included in the specifications, which make the inseparable part of this agreement.

2. BASIC CONDITIONS OF THE AGREEMENT

2.1.

This agreement is concluded on the conditions of FCA Marijampole (Lithuania) in interpretation of International Commercial Terms (conditions, terms) ‘Incoterms 2000’. The change of the basic supply conditions may be included in the specifications. In this case definite supply conditions shall be agreed during signing the specifications and shall be formalized as an addendum to this agreement. (...)

11. ADDITIONAL CONDITIONS

(…)

11.4.

Any changes or additions to this Agreement come into force on condition that they are made in writing and signed by the authorized representatives of the both parties. (...)

12. ARBITRATION

12.1.

The Seller and the Buyer shall use their best efforts to settle amicably all disputes arising out of or in the connection with this Contract.

12.2.

If the parties cannot settle the dispute amicably, it may be submitted to the Arbitration Court in the country of the manufacturer of goods.

12.3.

The decision of the Arbitration Court shall be final and binding for the both parties.”

2.2.

Partijen onderhandelden daarna (veelal telefonisch) over prijs, hoeveelheid etc. van de goederen. Interfood stuurde vervolgens zogenaamde Purchase Confirmations aan Marijampolés die bestonden uit twee pagina’s. Daarop waren (op de eerste pagina) onder meer de gewenste hoeveelheid spray skimmed milk powder, de prijs en de leveringsperiode vermeld. Op de tweede pagina was steeds een aantal opmerkingen vermeld. De eerste daarvan luidt steeds:

“All our offers and contracts are based on M.P.C.-conditions and the M.P.C. arbitration regulation as filed at the District Registrar’s Office in The Hague under number 33/2010 on 28 April 2010”

Op deze wijze zijn Purchase Confirmations betreffende spray skimmed milk powder gezonden op (in ieder geval) 28 november 2005, 1 juni 2007, 12 juli 2007, 11 juni 2008, 23 oktober 2008, 23 februari 2009, 5 oktober 2009, 27 oktober 2009, 10 december 2010, 17 december 2010, 11 januari 2011, 19 oktober 2011, 22 november 2011, 12 juli 2012, 27 juli 2012 en 14 augustus 2012. Interfood heeft daarbij in de meeste gevallen per (separate) e-mail de MPC-voorwaarden aan Marijampolés toegezonden. Marijampolés heeft deze M.P.C-voorwaarden zonder protest behouden.

De Purchase Confirmations zijn steeds ondertekend door Interfood en Marijampolés.

Marijampolés stuurde na levering facturen, waarop steeds is vermeld “Contract No. 40/2007MPK”, gevolgd door het nummer van de Purchase Confirmation. De facturen zijn door Interfood ondertekend.

2.3.

In artikel 15 van de MPC-voorwaarden (for use within the European Union, versie 2010) staat:

“1. Any legal or factual disputes of any nature whatsoever that may arise between a seller and a buyer on account of or in relation to a contract governed by the ‘MPC Conditions’ or any other related contracts shall be brought before arbitrators to the exclusion of the ordinary judiciary and be governed by the ‘MPC Arbitration Regulations’. (…)”

Uit artikel 2 van de MPC Arbitration Regulations volgt dat het scheidsgerecht wordt samengesteld onder administratie van VGM (de Vereniging van Groothandelaren in Melkproducten). De in de VGM verenigde organisaties zijn in 2011 gefuseerd met de Gemeenschappelijke Nederlandse Zuivelhandelvereniging (hierna: Gemzu).

Artikel 16 van de MPC-voorwaarden bevat een rechtskeuze. In dat artikel staat:

“Any and all contracts entered into by and between the parties shall be governed by the law of the Netherlands - to the exclusion of the United Nations Convention on Contracts for the International Sale of Goods - in respect of which the ‘MPC Conditions’ and the ‘MPC Arbitration Regulations’ shall be considered to constitute an addition and, in so far as not dictated otherwise by mandatory provisions, a departure.”

2.4.

Op 13 april 2012 heeft Interfood een Purchase Confirmation met nummer P201873 aan Marijampolés gezonden betreffende 3.000.000 kilogram spray skimmed milk powder voor een prijs van € 2.000 per mt in gedeeltelijke leveringen van 1.000 mt in het derde en vierde kwartaal van 2012 en het eerste kwartaal van 2013 (hierna ook: de Purchase Confirmation van 13 april 2012). Bij e-mail van 17 april 2012 heeft Interfood de MPC-voorwaarden aan Marijampolés toegezonden. Marijampolés heeft bij e-mail van diezelfde datum een ondertekend exemplaar van de Purchase Confirmation van 13 april 2012 aan Interfood geretourneerd.

2.5.

Uit hoofde van deze Purchase Confirmation van 13 april 2012 hebben zes deelleveringen plaatsgevonden. Naar aanleiding van deze leveringen is een geschil ontstaan tussen partijen. Interfood heeft op 15 november 2012 - ter verkrijging van schadevergoeding - een arbitrageverzoek gericht tot Gemzu welke organisatie vervolgens het scheidsgerecht (hierna: Scheidsgerecht) heeft ingesteld. Het Scheidsgerecht heeft op 26 september 2013 een arbitraal tussenvonnis gewezen waarin het zich bevoegd heeft verklaard van de vordering kennis te nemen. Het Scheidsgerecht heeft daartoe overwogen, voor zover van belang:

“18. Since Interfood bases its claims on the Purchase Confirmation of 13 April 2012 in which the MPC Conditions have been declared applicable and the MPC Conditions comprise a choice of Dutch law, the arbitrators shall answer the question whether arbitration has been agreed with regard to the claims that Interfood has lodged which is governed by the MPC Arbitration Regulations based on Dutch law.

19. It is beyond argument that Marijampoles signed and returned the Purchase Confirmation to Interfood, that Interfood sent the MPC Conditions to Marijampoles and that at least 6 partial deliveries took place in accordance with the provisions of the Purchase Confirmation for which Marijampoles sent invoices to Interfood.

20. (…) the arbitrators adopt as a starting point that Marijampoles has agreed without reservation to the conditions as they have been laid down in the Purchase Confirmation of 13 April 2012 by signing the Purchase Confirmation on 17 May 2012. The arbitrators are not reaching a decision on whether the Agreement of April 2007 will still be in effect. After all, even if this would be the case, the arbitrators conclude from the signing without reservations by Marijampoles of the Purchase Confirmation that Marijampoles has agreed in writing with a change of the Agreement of April 2007. Since the arbitration agreement has been set down in a written stipulation, that is, the MPC Conditions, and reference is made to this in the Purchase Confirmation, the ‘written’ requirement of Section 1021 of the Dutch Code of Civil Procedure has been met.”

2.6.

Bij arbitraal tussenvonnis van 2 april 2014 heeft het Scheidsgerecht (onder meer) overwogen dat het geen grond ziet terug te komen op zijn eerdere bevoegdverklaring. Bij eindvonnis van 6 oktober 2014 heeft het Scheidsgerecht het materiële geschil in het voordeel van Interfood beslist.

2.7.

Hangende voormelde arbitrage is Marijampolés op 21 januari 2013 een arbitrale procedure gestart bij het Vilnius Court of Commercial Arbitration (hierna: het VCCA) in Litouwen, in welke procedure zij betaling van haar openstaande facturen heeft gevorderd. Het VCCA heeft op 2 augustus 2013 een arbitraal vonnis gewezen waarin het zich onbevoegd heeft verklaard om van het geschil kennis te nemen. De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 16 januari 2014 de Partial Arbitral Award on Jurisdiction van het VCCA erkend op de voet van artikel 1075 Rv en het Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, New York, 10-06-1958 (hierna: Verdrag van New York 1958).

2.8.

Marijampolés heeft haar vordering tot betaling van facturen ingesteld bij de Litouwse overheidsrechter, de rechtbank te Kaunas. De rechtbank te Kaunas heeft zich onbevoegd verklaard en daartoe (onder meer) overwogen dat zij niet bevoegd is zolang tussen partijen nog een arbitrageprocedure aanhangig is (lees: de arbitrageprocedure bij het Scheidsgerecht). Deze uitspraak van de rechtbank te Kaunas is op 24 april 2014 bevestigd door de Litouwse appelrechter. Laatstgenoemde uitspraak is op 6 maart 2015 bevestigd door de Litouwse cassatierechter. In de uitspraak van de cassatierechter staat, voor zover van belang:

“When deciding on jurisdiction, the VCCA case involved the same parties, and the subject matter of evidence in the case in question was the jurisdiction of the VCCA to settle the dispute. Due to the subject matter of consideration, the circumstances stated and findings provided by the VCCA have the force of prejudicial facts. However, the subject matter of the VCCA case did not include the determination of circumstances as to whether another arbitral tribunal had jurisdiction to settle the dispute, and therefore the findings of the arbitral tribunal regarding the non-arbitrability of the dispute by other arbitral tribunals has no prejudicial force.”

3 De vordering en het verweer

3.1.

Marijampolés vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

(i) de arbitrale vonnissen van 26 september 2013, 2 april 2014 en 6 oktober 2014 die door het Scheidsgerecht zijn gewezen te vernietigen;

(ii) Interfood te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis;

(iii) Interfood voorwaardelijk te veroordelen in de kosten van de arbitrage, in die zin dat de kosten van de arbitrage moeten worden voldaan en eventuele betalingen uit hoofde van de vonnissen moeten worden gerestitueerd zodra de vonnissen onherroepelijk vernietigd zijn.

3.2.

Marijampolés legt aan haar vordering ten grondslag dat de arbitrale vonnissen vernietigbaar zijn wegens het ontbreken van een geldige overeenkomst tot arbitrage (artikel 1065 lid 1 sub a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hierna: Rv) althans wegens schending van de opdracht (artikel 1065 lid 1 sub c Rv) dan wel onvoldoende motivering (artikel 1065 lid 1 sub d Rv).

3.3.

Interfood voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling

Inleidende opmerkingen

4.1.

De rechtbank stelt voorop dat naar Nederlands internationaal privaatrecht op de wijze van procederen in onderhavige zaak het Nederlands recht van toepassing is (artikel 10:3 Burgerlijk Wetboek (BW)). Daarbij moet de vordering worden beoordeeld naar het tot 1 januari 2015 geldende (arbitrage)recht nu de arbitrage is aangevangen voor 1 januari 2015.

4.2.

De rechtbank stelt verder vast dat zij bevoegd is van de vordering tot vernietiging kennis te nemen op grond van artikel 1064 lid 2 Rv. Ingevolge dit artikel wordt de vordering tot vernietiging van een arbitraal eindvonnis ingesteld bij de rechtbank ter griffie waarvan het origineel van het vonnis volgens artikel 1058 lid 1 Rv moet worden neergelegd. Gesteld noch gebleken is dat het origineel van het vonnis ter griffie van een andere dan deze rechtbank diende te worden neergelegd.

4.3.

Voorts is de vordering tijdig ingesteld, te weten binnen drie maanden nadat het arbitraal eindvonnis op 8 oktober 2014 ter griffie van deze rechtbank was neergelegd (artikel 1064 lid 3 Rv).

Artikel 1065 lid 1 onder a Rv

4.4.

Marijampolés beroept zich in de eerste plaats op de in artikel 1065 lid 1 onder a Rv bedoelde vernietigingsgrond en voert aan dat partijen geen geldige overeenkomst tot arbitrage door het Scheidsgerecht zijn overeengekomen.

4.5.

Ingevolge Nederlands arbitragerecht, meer in het bijzonder artikel 1020 lid 1 Rv, kunnen partijen bij overeenkomst geschillen die tussen hen uit een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan, aan arbitrage onderwerpen. Het aldus benoemde scheidsgerecht is gerechtigd te oordelen over zijn bevoegdheid (artikel 1052 lid 1 Rv), maar het fundamentele karakter van het recht op toegang tot de rechter brengt mee dat de beantwoording van de vraag of een geldige arbitrageovereenkomst is gesloten, uiteindelijk aan de rechter is opgedragen. Dit fundamentele karakter brengt voorts mee dat een vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis op de grond vermeld in artikel 1065 lid 1 sub a Rv, door de rechter niet terughoudend wordt getoetst (HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2837).

Toepasselijk recht

4.6.

De rechtbank dient te beoordelen of partijen een geldige overeenkomst tot arbitrage krachtens de MPC Arbitration Regulations (hierna ook: Gemzu-arbitrage) zijn overeengekomen. Of Gemzu-arbitrage geldig is overeengekomen, dient te worden beoordeeld naar het recht dat op die overeenkomst van toepassing is. Het recht dat op overeenkomsten van toepassing is, wordt in beginsel in Nederland beheerst door Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I). Weliswaar bepaalt Rome I in artikel 1 lid 2 onder e dat de verordening niet van toepassing is op overeenkomsten tot arbitrage, maar artikel 10:154 BW bepaalt dat naar Nederlands internationaal privaatrecht op verbintenissen die buiten de werkingssfeer van Rome I vallen en die als verbintenissen uit overeenkomst kunnen worden aangemerkt de bepalingen van Rome I van overeenkomstige toepassing zijn.

Artikel 10 lid 1 Rome I bepaalt dat het bestaan en de geldigheid van een overeenkomst of van een bepaling daarvan worden beheerst door het recht dat ingevolge de verordening toepasselijk zou zijn, indien de overeenkomst of de bepaling geldig zou zijn.

4.7.

Tussen partijen is niet in geschil dat hun rechtsbetrekking (in ieder geval mede) wordt gevormd door de Purchase Confirmations en de facturen. De rechtbank stelt vast dat indien partijen de toepasselijkheid van de MPC-voorwaarden zijn overeengekomen, daarin een geldige rechtskeuze voor Nederlands recht (met uitsluiting van het Weens Koopverdrag) is opgenomen (artikelen 3, 10, 11 en 13 Rome I). Daarom zal de vraag of partijen de toepasselijkheid van de MPC-voorwaarden zijn overeengekomen moeten worden beoordeeld naar Nederlands recht.

4.8.

Als gezegd (r.o. 4.7) is tussen partijen niet in geschil dat hun rechtsbetrekking wordt gevormd door (onder meer) de Purchase Confirmations. Of Marijampolés de MPC-voorwaarden heeft aanvaard, moet worden onderzocht aan de hand van de regels omtrent aanbod een aanvaarding. Namens Interfood is de (van Interfood afkomstige) Purchase Confirmation van 13 april 2012 ondertekend door [naam 1] ; ter zitting heeft Interfood - voor zover nog nodig - de door [naam 1] verrichte rechtshandeling bekrachtigd. Marijampolés heeft op haar beurt (na dat eerst te hebben betwist) ter zitting bevestigd dat de Purchase Confirmation van 13 april 2012 namens haar door een bevoegd vertegenwoordiger is ondertekend. Nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die tot een ander oordeel nopen is de Purchase Confirmation van 13 april 2012 tussen partijen van kracht geworden en is de toepasselijkheid van de daarin genoemde MPC-voorwaarden door partijen bedongen en aanvaard. Dienovereenkomstig staat vast dat de rechtsverhouding tussen partijen (overeenkomstig artikel 16 van de MPC-voorwaarden) wordt beheerst door Nederlands recht. Dat betekent in dit geval dat de overeenkomst tot arbitrage krachtens de MPC Arbitration Regulations materieel geldig is als zij naar Nederlands recht geldig is. (Artikel 10:166 BW is op onderhavige zaak nog niet van toepassing, zie r.o. 4.1). Marijampolés’ stelling dat het Scheidsgerecht ten onrechte Nederlands recht heeft toegepast faalt derhalve.

4.9.

Dat de MPC-voorwaarden voorzien in arbitrage, gefaciliteerd door Gemzu, staat tussen partijen vast. De rechtbank constateert dat in dit geval aan de vormvereisten van artikel 2 leden 1 en 2 van het Verdrag van New York 1958 is voldaan. Marijampolés’ stelling dat (niettemin) geen Gemzu-arbitrage is overeengekomen faalt dan ook. Zij heeft de MPC-voorwaarden als geheel aanvaard, zodat zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet tot de conclusie kan worden gekomen dat zij niet is gebonden aan het arbitragebeding in de MPC-voorwaarden.

Overeenkomst van 3 april 2007 / MPC-voorwaarden

4.10.

Marijampolés bestrijdt dat op basis van de Purchase Confirmation van 13 april 2012 een geldige arbitrageovereenkomst is overeengekomen en verwijst ter onderbouwing daarvan op de overeenkomst van 3 april 2007. Zij voert aan dat het daarin opgenomen arbitragebeding tussen partijen van toepassing is en prevaleert boven arbitrage op grond van de MPC-voorwaarden. Interfood stelt dat de overeenkomst van 3 april 2007 is geëxpireerd. Op grond van hetgeen door partijen over en weer is gesteld, komt de rechtbank tot het oordeel dat de overeenkomst van 3 april 2007, zoals door Marijampolés ter zitting desgevraagd ook is bevestigd, het karakter heeft van algemene voorwaarden voor alle daarop volgende handelstransacties. In de overeenkomst zijn immers geen kernbedingen opgenomen en de bepalingen zijn - zoals Marijampolés ter zitting heeft verklaard - bedoeld om met meerdere partijen te worden overeengekomen. De stelling van Interfood dat deze overeenkomst geëxpireerd zou zijn, wordt gepasseerd nu Interfood daartoe onvoldoende heeft aangevoerd. Vastgesteld moet dan ook worden dat op de koopovereenkomst zoals die is vastgelegd in de Purchase Confirmation van 13 april 2012 - naast de MPC-voorwaarden (die eveneens als algemene voorwaarden kwalificeren) - de algemene voorwaarden zoals vervat in de overeenkomst van 3 april 2007 van toepassing zijn.

4.11.

Vaststaat dat in de overeenkomst van 3 april 2007 en in de MPC-voorwaarden onderling tegenstrijdige arbitragebedingen voorkomen. Dit geldt overigens niet voor de wijze van geschilbeslechting (in beide gevallen worden de geschillen aan arbitrage onderworpen) maar enkel voor de op de arbitrage toepasselijke regels, waaronder plaats/instituut van arbitrage. Via de algemene voorwaarden zijn partijen immers zowel Gemzu-arbitrage als arbitrage in Litouwen overeengekomen.

4.12.

Volgens het arrest van de Hoge Raad van 24 april 2015 (ECLI:NL:2015:1125) is er, in het geval de toepasselijkheid van twee sets algemene voorwaarden (met daarin onderlinge onverenigbare bedingen) is bedongen en aanvaard, geen grond deze beide sets algemene voorwaarden buiten toepassing te laten. In dat geval is sprake van een overeenkomst met onderling strijdige bedingen en dient door uitleg te worden vastgesteld welke van die bedingen prevaleert. Bij de beoordeling van hetgeen partijen in dit verband over en weer redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden en te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, kan de rechter gewicht toekennen aan onder meer de wijze waarop de desbetreffende bedingen in de overeenkomst zijn vermeld, dan wel geïncorporeerd (vgl. HR 13 juni 2003, ECLI:NL:HR:AF5538, NJ 2003/506). Marijampolés’ stelling dat het arbitragebeding in de MPC-voorwaarden ongeldig is omdat partijen geen uitdrukkelijke keuze hebben gemaakt tussen de (onderling tegenstrijdige) arbitragebedingen faalt derhalve.

4.13.

Toepassing van de norm uit Hoge Raad 24 april 2015 leidt tot de slotsom dat het arbitragebeding in de MPC-voorwaarden dient te prevaleren boven het in de overeenkomst van 3 april 2007 opgenomen arbitragebeding. De rechtbank stelt in dat kader voorop dat op grond van beide bedingen de geschillen aan de bevoegdheid van de gewone rechter worden onttrokken; op dit punt verschillen zij derhalve niet wezenlijk van elkaar. Zoals hiervoor is overwogen, is anders dan Marijampolés heeft gesteld, geen sprake van enerzijds een hoofdovereenkomst en anderzijds algemene voorwaarden; beide arbitragebedingen zijn opgenomen in algemene voorwaarden, zodat niet reeds uit dien hoofde sprake kan zijn van voorrang van één van de twee. Gelet op de herhaaldelijk en gedurende meerdere jaren toegezonden Purchase Confirmations en de daarin steeds vermelde eerste opmerking, waarin uitdrukkelijk wordt verwezen naar ‘the M.P.C. arbitration regulation’ (zie 2.2) had Marijampolés moeten begrijpen dat van de zijde van Interfood werd beoogd uitsluitend de MPC Arbitration Regulations toepassing te doen vinden. Door daartegen niet te protesteren of daarover vragen te stellen en - integendeel - deze Purchase Confirmations jarenlang telkenmale te ondertekenen, mocht Interfood erop vertrouwen dat Marijampolés daarmee akkoord ging. Dat geldt in het bijzonder omdat de Purchase Confirmations waarin deze verwijzing is opgenomen slechts twee pagina’s beslaan, zodat Marijampolés deze verwijzing moeilijk over het hoofd kan hebben gezien. De rechtbank kent verder betekenis toe aan het feit dat de MPC-voorwaarden zijn vermeld in het gedeelte van de overeenkomst tussen partijen dat per transactie werd ingevuld; de Purchase Confirmations vormden steeds de vastlegging van iedere handelstransactie waarover partijen daarvoor telefonisch overeenstemming hadden bereikt. Niet is gebleken dat tijdens die contacten naar de overeenkomst van 3 april 2007 is verwezen. De Purchase Confirmation van 13 april 2012 (die ten grondslag ligt aan het tussen partijen gerezen geschil) is ten slotte op 17 april 2012 - derhalve vijf jaar na de totstandkoming van de overeenkomst van 3 april 2007 - door Marijampolés zonder voorbehoud ondertekend, terwijl Interfood de MPC-voorwaarden op diezelfde dag - opnieuw, want deze waren immers reeds bij eerdere Purchase Confirmations toegestuurd - aan Marijampolés heeft toegezonden. Ook als partijen wel over het arbitragebeding in de overeenkomst van 3 april 2007 hebben onderhandeld en niet over het arbitragebeding uit de MPC-voorwaarden, zoals Marijampolés heeft aangevoerd, noopt de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten tegen die achtergrond dan ook tot de slotsom dat arbitrage krachtens de MPC Arbitration Regulations prevaleert. Dat Interfood facturen van Marijampolés heeft ontvangen en afgetekend met daarop de vermelding “Contract No. 40/2007MPK”, dus een verwijzing naar de overeenkomst van 3 april 2007, doet daaraan niet af. Ter discussie staat immers niet of die overeenkomst (nog) geldt (die vraag is in r.o. 4.10 bevestigend beantwoord), maar welk arbitragebeding in dit geval prevaleert. Concrete (andere) feiten of omstandigheden die (na bewijslevering) tot een ander oordeel zouden kunnen leiden zijn niet gebleken, zodat aan bewijslevering niet wordt toegekomen.

Artikel 1065 lid 1 sub d Rv

4.14.

Marijampolés heeft nog een beroep op artikel 1065 lid 1 sub d Rv gedaan, maar dat ontbeert een voldoende onderbouwing. Een ondeugdelijke motivering kan immers geen grond zijn voor vernietiging van een arbitraal vonnis. Daartoe is volgens vaste rechtspraak vereist dat een motivering ontbreekt dan wel dat in de gegeven motivering enige steekhoudende verklaring voor de desbetreffende beslissing niet valt te onderkennen. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake.

Artikel 1065 lid 1 sub c Rv

4.15.

Ook het beroep op de vernietigingsgrond van artikel 1065 lid 1 sub c Rv faalt. Marijampolés heeft daartoe enkel aangevoerd dat het Scheidsgerecht de formele zijde van zijn opdracht heeft geschonden door het gezag van gewijsde van het arbitrale vonnis van het VCCA van 2 augustus 2013 te miskennen. De rechtbank verwerpt dit beroep van Marijampolés op de artikelen 236 en 1059 Rv. De rechtbank onderschrijft in zoverre het oordeel van de Litouwse cassatierechter, geciteerd in r.o. 2.8. Ook het beroep op het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 16 januari 2014 faalt derhalve.

Overige verweren

4.16.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, behoeven de overige verweren van Interfood geen bespreking. Dit geldt in het bijzonder voor het verweer van Interfood dat in de onderhavige casus in het geheel geen beroep kan worden gedaan op de vernietigingsgrond van artikel 1065 lid 1 sub a Rv (maar slechts op de - niet aangevoerde - vernietigingsgrond van sub b).

Proceskosten

4.17.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering van Marijampolés zal worden afgewezen. Marijampolés zal worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Interfood tot op heden begroot op:

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat € 904,00 (2 punten van tarief II ad € 452,00)

Totaal € 1.517,00.

De gevorderde nakosten zullen worden begroot en toegewezen zoals in het dictum is vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt Marijampolés in de proceskosten, aan de zijde van Interfood tot op heden begroot op € 1.517,00 (inclusief eventueel verschuldigde btw), te vermeerderen met nasalaris begroot op een bedrag van € 131,00, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan;

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Korsten - Krijnen, mr. G.H. Marcus en mr. M.E.M. James-Pater en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2015.