Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:7802

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-11-2015
Datum publicatie
11-11-2015
Zaaknummer
EA VERZ 15-924
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vernietiging ontslag op staande voet; ontbinding arbeidsovereenkomst bepaalde tijd; geen integrale toepassing bewijsrecht; ontbinding onvoorwaardelijk want voorwaarde vervuld; geen vergoeding 7:671 b lid 9 sub a en b BW; beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-1120
AR 2015/2178
RAR 2016/30
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

clusternummer: 103212

zaaknummers: 4413846 EA VERZ 15-924 en 4453857 EA VERZ 15-975

beschikking van: 4 november 2015

func.: 8622

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

[verzoeker]

wonende te [plaats]

verzoeker

nader te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. H. Zobuoglu

t e g e n

Stichting Sociëteit het Amstelhuis

gevestigd te Amsterdam

verweerster

nader te noemen: het Amstelhuis

gemachtigde: mr. D.F. Briedé

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoeker] heeft op 2 september 2015 een verzoek ingediend dat strekt tot vernietiging van de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst, alsmede tot beslissing op een aantal nevenvorderingen.

Amstelhuis heeft een verweerschrift ingediend en daarbij tevens verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden, voor zover deze nog bestaat.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 28 oktober 2015. [verzoeker] is verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Namens Amstelhuis is [naam 1]
( [functie] ) verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben ter zitting hun standpunten aan de hand van een pleitnota toegelicht. Na verder debat is een datum voor beschikking bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Uitgangspunten

1. Als uitgangspunt geldt het volgende.

  1. Het Amstelhuis is een stichting die zich bezig houdt met het exploiteren van een sociëteit voor ouderen. De stichting verzorgt onder meer maaltijden voor de lunch en in de avond.

  2. De sociëteit is begin juli 2015 geopend.

  3. In de aanloop naar de opening van de sociëteit heeft [verzoeker] geholpen bij het opzetten van de sociëteit.

  4. Met ingang van 1 juli 2015 is [verzoeker] voor de duur van zes maanden bij het Amstelhuis in dienst getreden in de functie van zelfstandig werkend kok. De arbeidsovereenkomst bevat geen tussentijdse opzegmogelijkheid. In de arbeidsovereenkomst is een brutoloon van € 1.600,00 per maand overeengekomen. De arbeidsovereenkomst vermeldt onder artikel 2 onder meer:
    De werktijden zijn wisselend en in overleg tussen WERKNEMER en WERKGEVER te bepalen en bedragen 40 uur per week.
    Voorts vermeldt artikel 8 van de arbeidsovereenkomst:
    WERKNEMER is gehouden de kennis en vaardigheid die nodig zijn voor de vervulling van zijn functie in beginsel in eigen tijd, bij uitzondering na voorafgaande toestemming van WERKGEVER gedurende de werktijd, te verwerven en op peil te houden.

  5. Naast [verzoeker] was ten tijde van de opening van het Amstelhuis een tweede kok werkzaam, [naam 2] .

  6. [verzoeker] heeft zich na overleg met het Amstelhuis aangemeld voor een cursus SVH Leermeester. Deze cursus hield onder meer in dat op 1 en 15 juli 2015 op locatie een cursusdag moest worden bijgewoond.

  7. [verzoeker] heeft op 1 juli 2015 de cursus gevolgd. Op donderdag 2 en vrijdag 3 juli 2015 heeft [verzoeker] gewerkt. Op 4 en 5 juli 2015 was het Amstelhuis gesloten.

  8. Op maandag 6 juli heeft [naam 1] , manager van het Amstelhuis, meermalen getracht [verzoeker] telefonisch te bereiken.

  9. Op dinsdag 7 juli 2015 heeft [naam 1] aan [verzoeker] een sms-bericht gestuurd met de volgende inhoud: “Mogge [verzoeker] , heb jij enig idee wanneer hoe laat je op het Amstelhuis kan zijn? Hoor graag van je”. [verzoeker] heeft een vriend van hem, [naam 4] , diezelfde middag met [naam 1] laten bellen. [naam 4] heeft toen laten weten dat [verzoeker] niet vijf dagen kon werken en daarnaast de cursus kon doen. Op diezelfde dag heeft [verzoeker] in de avond een e-mail aan [naam 1] gestuurd, waarin hij een aantal vragen stelt over zijn arbeidsovereenkomst. In deze e-mail staat onder meer het volgende vermeld:
    Ten tweede is er onduidelijkheid over de afspraken m.b.t. de cursus SVH Leermeester. Ik heb op 1 juli (…) de eerste van 3 cursusdagen gevolgd. Buiten deze dagen op locatie bestaat de cursus uit een uitgebreid onderdeel on-line huiswerk, uit te voeren op werkdagen wanneer de begeleiders van het opleidingsinstituut direct benaderbaar zijn voor feedback. De omvang van dit stuk E-learning wordt geschat op ongeveer 3x24 uur. Blijkbaar was dit U onvoldoende bekend. Gezien de deadlines die er aan de verschillende lesonderdelen worden gesteld, ben ik vandaag meteen begonnen met het eerste onderdeel, geschat op 3 werkdagen, dat op 10 juli afgerond zou moeten zijn. (…) Aangezien de cursus een voorwaarde is voor het uitvoeren van deze baan, ga ik er vanuit (evenals het UWV) dat ik de cursus volledig kan doen onder werktijd (…).

  10. Op 8 juli 2015 heeft het Amstelhuis per e-mail een bericht gestuurd, waarin onder meer het volgende staat vermeld:
    Vervolgens heeft u op 6 juli 2015 ons medegedeeld diezelfde dag en dinsdag t/m donderdag niet in het Amstelhuis te zullen verschijnen voor de uitoefening van uw functie, aangezien u met de cursus bezig zou zijn. Ook dit is niet van tevoren met ons besproken. In uw e-mailbericht geeft u tenslotte aan dat u er van uit gaat dat u het online-deel van de cursus, zoals u aangeeft 3 x 24 uur (9 werkdagen) gedurende werktijd kunt vervullen. Ook dit feit heeft u niet eerder met ons besproken. (…)

Gezien de bovenstaande feiten zijn wij van mening dat de arbeidsrelatie inmiddels helaas dusdanig is gefrustreerd, dat wij per heden de arbeidsovereenkomst dan ook zullen ontbinden.

11. [verzoeker] heeft hierop per e-mail van 9 juli 2015 als volgt gereageerd:
Proeftijd bij een halfjaar contract is per 1-1-2015 niet rechtsgeldig . Ik blijf daarom beschikbaar voor werk .

11. Vervolgens heeft de gemachtigde van het Amstelhuis in een brief van 10 juli 2015 meegedeeld: “Zoals cliente u reeds bij brief d.d. 8 juli 2015 heeft gemeld, is sprake van een dringende reden en bent u met onmiddellijke ingang op staande voet ontslagen”. Vervolgens heeft de gemachtigde de gronden van het ontslag opgesomd.

11. Bij vonnis in kort geding van 21 augustus 2015 is het Amstelhuis onder meer veroordeeld tot wedertewerkstelling van [verzoeker] .

11. [verzoeker] is vervolgens op 26 augustus 2015 op het werk verschenen en heeft zich toen ziek gemeld.

Verzoek

2. [verzoeker] verzoekt primair te verklaren voor recht dat hem niet rechtsgeldig ontslag is aangezegd, zodat de arbeidsovereenkomst voortduurt. Subsidiair vordert hij het ontslag op staande voet nietig te verklaren. Zowel primair als subsidiair vordert hij daarnaast wedertewerkstelling zodra hij hersteld is, betaling van (achterstallig) salaris met rente en wettelijke verhoging en veroordeling van het Amstelhuis in de kosten van de procedure.

3. Ter onderbouwing daarvan heeft [verzoeker] naar voren gebracht dat de brief van 8 juli 2015 geen ontslag op staande voet inhoudt, nu daarin niet van een dringende reden wordt gesproken terwijl voorts van opzegging geen sprake is, nu enkel de term “ontbinding” in de brief voorkomt. Ook inhoudelijk is hetgeen in deze brief wordt opgesomd onvoldoende om een dringende reden aan te nemen. De brief van 10 juli 2015 kan wel als opzegging wegens dringende reden worden aangemerkt, maar is niet onverwijld en om die reden nietig.

Verweer en voorwaardelijk verzoek

4. Het Amstelhuis voert verweer. Zij voert aan dat bij brief van 8 juli 2015 wel degelijk en op goede gronden de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden is opgezegd. In de brief van 10 juli 2015 is dit bevestigd.

5. Voor zover de arbeidsovereenkomst nog mocht bestaan verzoekt het Amstelhuis deze te ontbinden omdat evident sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding.

Verweer tegen het voorwaardelijk verzoek

6. [verzoeker] voert verweer tegen het voorwaardelijk verzoek tot ontbinding. Het verzoek is in het geheel niet onderbouwd, aldus [verzoeker] . Voor zover het verzoek toch zou worden toegewezen, verzoekt [verzoeker] een vergoeding toe te kennen op de voet van artikel 7:671 b lid 9 sub a en b Burgerlijk Wetboek (BW).

Beoordeling

4. Op 8 juli 2015 is aan [verzoeker] schriftelijk meegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang werd beëindigd. De bewoordingen in die brief sluiten weliswaar niet aan bij een ontslag op staande voet, maar bij brief van 10 juli 2015 heeft de gemachtigde van het Amstelhuis bevestigd dat sprake was van ontslag op staande voet. Het primaire standpunt van [verzoeker] dat in het geheel geen ontslag op staande voet is aangezegd gaat dan ook niet op.

5. Vervolgens is de vraag of het ontslag op staande voet stand houdt. Uit hetgeen [verzoeker] op 6 en 7 juli 2015 aan het Amstelhuis heeft laten weten, blijkt dat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij een groot aantal uren moest studeren en dat hij daartoe tijdens werktijd in de gelegenheid gesteld moest worden. Nu het Amstelhuis hier anders tegenaan keek, had het op haar weg gelegen dit [verzoeker] duidelijk te maken, alvorens tot een vergaande maatregel als ontslag op staande voet over te gaan. Dat geldt ook als [verzoeker] beter had kunnen weten, zoals het Amstelhuis betoogt. Er was voor het Amstelhuis ook voldoende gelegenheid [verzoeker] te waarschuwen. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat van een dringende reden geen sprake is. De opzegging zal daarom worden vernietigd. De vordering tot veroordeling tot betaling van achterstallig en toekomstig loon met wettelijke rente en verhoging zal worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat het Amstelhuis met betaling van het loon in gebreke is of dreigt te komen. Integendeel, [verzoeker] heeft ter zitting erkend dat van achterstallig loon geen sprake is.

6. Vervolgens is de vraag of de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden, zoals het Amstelhuis heeft verzocht. Voorop wordt gesteld dat uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. De kantonrechter begrijpt het Amstelhuis zo, dat de door haar aangevoerde grond luidt: een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder g). In de Memorie van Toelichting is hierover opgemerkt dat “ook bij een minder duurzaam verstoorde arbeidsverhouding de arbeidsovereenkomst opgezegd moet kunnen worden als de ernst daarvan zodanig is dat voorzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd”.

7. Alhoewel aan [verzoeker] kan worden toegegeven dat het Amstelhuis de feitelijke grondslag voor een verstoorde arbeidsverhouding niet heeft onderbouwd, kan het niet anders dan dat zij daarbij het oog heeft gehad op de feiten die zij aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd. Die feiten worden door [verzoeker] voor een groot deel betwist. Nu ontbinding wordt gevraagd van een arbeidsovereenkomst die in ieder geval zal eindigen op 31 december 2015, is de kantonrechter van oordeel dat de aard van de zaak zich verzet tegen integrale toepassing van het bewijsrecht. Op basis van hetgeen partijen over en weer hebben gesteld en de stukken die in het geding zijn gebracht neemt de kantonrechter dan ook het volgende tot uitgangspunt.

8. Op vrijdag 3 juli 2015 is in overleg tussen partijen het rooster voor de week erna vastgesteld. [naam 1] en [naam 2] hebben dit verklaard en het door [verzoeker] geschetste alternatief is onvoldoende consistent om aan die verklaringen te twijfelen. Het rooster kwam er op neer dat [verzoeker] de ochtenddienst zou werken en [naam 2] de middag, behalve op donderdag. Op maandagochtend 6 juli 2015 is [verzoeker] echter niet verschenen. Na een aantal pogingen hem te bellen heeft [naam 1] telefonisch contact gehad met [verzoeker] , maar ook daarna is hij niet verschenen, zo blijkt uit verklaringen van [naam 1] en de huismeester, [naam 3] . Ook op 7 juli 2015 is [verzoeker] niet verschenen, terwijl hij na een telefonisch bericht van het Amstelhuis een vriend heeft laten bellen met de mededeling dat hij de dagen erna vanwege studie niet zou verschijnen. Dit heeft [verzoeker] zelf bevestigd in zijn e-mail van 7 juli 2015. Vervolgens is [verzoeker] ook de dagen daarna niet op het werk verschenen.

9. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [verzoeker] door op deze manier te handelen in strijd met zijn verplichtingen als werknemer volledig zijn eigen weg gekozen, zonder overleg met of toestemming van het Amstelhuis, waar dat wel vereist was. Het moest hem duidelijk zijn dat zijn handelen gezien het kleine team en het feit dat collega [naam 2] ziek was, grote problemen zou veroorzaken voor de gang van zaken binnen het Amstelhuis, dat net een paar dagen open was. Bovendien blijkt uit de schriftelijke verklaring van het instituut dat de opleiding van [verzoeker] verzorgde, dat hij de studiebelasting van de cursus die hij volgde schromelijk heeft overdreven.

10. Al met is de kantonrechter van oordeel dat het niet anders kan dan dat de arbeidsverhouding door dit handelen van [verzoeker] ernstig verstoord is. Niet gebleken is dat die verstoring duurzaam is, maar gezien de ernst van de (achtergrond van de) verstoring en de aard van de bedrijfsvoering van het Amstelhuis – een klein team dat met beperkte middelen moet werken – is de kantonrechter van oordeel dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van het Amstelhuis kan worden gevergd. De arbeidsovereenkomst zal dan ook worden ontbonden. Daaraan zal geen voorwaarde worden verbonden, nu de door het Amstelhuis genoemde voorwaarde – vernietiging van het ontslag op staande voet – zich met deze beschikking verwezenlijkt.

11. Gezien het vorengaande bestaat voor toekenning van een vergoeding aan [verzoeker] op de voet van artikel 7:671 b lid 9 sub a en/of b (BW) geen grond.

12. Gezien deze beslissing zal de vordering tot wedertewerkstelling worden afgewezen.

13. De ziekte van [verzoeker] staat aan ontbinding niet in de weg, nu de ontbinding daarmee geen verband houdt.

14. Nu aan de ontbinding geen vergoeding wordt verbonden, hoeft de werkgever geen gelegenheid te krijgen het verzoek in te trekken.

15. De proceskosten worden gecompenseerd in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

16. Nu met deze beschikking enkel op twee punten een rechtstoestand wordt vastgesteld, welke beslissingen niet vatbaar zijn voor executie en voorts gezien artikel 7:683 lid 1 BW, zal deze beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

BESLISSING

De kantonrechter:

vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] zoals deze op 8 en 10 juli 2015 heeft plaatsgevonden;

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 4 november 2015;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Aldus gegeven door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.