Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:7167

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-10-2015
Datum publicatie
19-10-2015
Zaaknummer
C/13/595322/KG ZA 15-1253 MvdV/MRSB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter in Amsterdam stelt eiseres in het gelijk en veroordeelt gedaagde tot het plaatsen van een rectificatie op haar website en in de eerstvolgende papieren en digitale editie van haar tijdschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/595322 / KG ZA 15-1253 MvdV/MRSB

Vonnis in kort geding van 16 oktober 2015

in de zaak van

WENDY VAN DIJK,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres bij dagvaarding op verkorte termijn van 15 oktober 2015,

advocaat mr. drs. C. Hellingman te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HEARST MAGAZINES NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. Chr. Alberdingk Thijm te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Van Dijk en Quote worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 16 oktober 2015 heeft Van Dijk gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding op verkorte termijn. Quote heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en hun standpunten toegelicht aan de hand van een overgelegde pleitnota. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is heden de beslissing gegeven. De voorzieningenrechter heeft deze beslissing ter zitting (in grote lijnen) mondeling meegedeeld en gemotiveerd.

Het navolgende bevat de schriftelijke uitwerking daarvan en is, zoals ter zitting aan partijen aangekondigd, afgegeven op 30 oktober 2015.

Ter zitting waren - voor zover van belang - aanwezig Van Dijk, vergezeld van haar broer tevens manager [naam] , en mr. Hellingman en aan de zijde van Quote [naam 1] , hoofdredacteur van het door Hearst Magazines uitgegeven tijdschrift “Quote”, mr. Alberdingk Thijm en mr. C.F.M. de Vries, een kantoorgenoot van mr. Alberdingk Thijm.

2. De feiten

2.1.

Van Dijk is een bekende televisiepresentatrice. Zij is gehuwd en heeft twee kinderen.

2.2.

Quote is uitgever van het maandelijkse tijdschrift “Quote”. Het tijdschrift is in papieren vorm en digitale vorm (na het afsluiten van een abonnement) verkrijgbaar.

2.3. “

AchterQlap” is een rubriek in de Quote waarin geruchten over bekendheden op een roddelachtige wijze worden weergegeven. In de linkerkolom van de rubriek staat naast elke roddel de tekst “Volstrekt ongefundeerde geruchten waar u helemaal niks van moet geloven”.

2.4.

In de papieren en digitale oktobereditie van de Quote is in de rubriek AchterQlap het volgende bericht (hierna het bericht) over Van Dijk geplaatst:

“NEUS POEDEREN

Dat her en der werd gefluisterd dat Wendy van Dijk een cocaïneverslaving zou hebben, hadden we vermoedelijk al eens gemeld. Nog niet dat ze inmiddels weer clean zou zijn. Ze zou voor haar huwelijk met [echtgenoot] enige tijd opgenomen zijn geweest in een afkickkliniek. En met succes dus. Al vonden wij dat ze er op de foto’s van haar huwelijk toch nog best doorgesnoven bij stond. Maar goed, dat zal de champoepel wel zijn geweest.

GEHOORD Op een borrel in Laren.”

2.5.

Quote is eigenaar van de website quotenet.nl. Zij stelt tegen betaling ruimte op haar website ter beschikking aan derden voor reclamedoeleinden. Blendle, een digitaal medium waarop lezers tegen betaling losse artikelen kunnen lezen, heeft voorafgaand aan de verschijning van de oktobereditie van Quote op 13 oktober 2015 op door haar gekochte advertentieruimte onder het kopje “Lees op Blendle” een deel van het bericht geplaatst. De lezer kan tegen betaling aan Blendle het gehele bericht lezen op de website van Blendle. Na de betaling wordt de lezer daartoe via een link in het op quotenet.nl geplaatste bericht naar de website van Blendle geleid.

2.6.

Het door Blendle op quotenet.nl geplaatste bericht is door verschillende media overgenomen. De raadsman van Van Dijk heeft Quote bij brief van 13 oktober 2015 kort samengevat gesommeerd het bericht te rectificeren, zich in te spannen de verspreiding en verdere kennisname van het artikel via internet tegen te gaan en aan Van Dijk een schadevergoeding van € 15.000,- te voldoen. Quote heeft aan de sommatie geen gehoor gegeven.

3 Het geschil

3.1.

Van Dijk vordert samengevat - en na mondelinge aanvulling van haar eis

  1. Quote te bevelen iedere verspreiding van de onder randnummer 3 van het lichaam van de dagvaarding genoemde berichten, in al of niet gewijzigde vorm, te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden;

  2. Quote te bevelen ervoor zorg te dragen dat binnen 6 uur na betekening van dit vonnis voor de duur van een kalendermaand op de openingspagina van haar website www.quotenet.nl en op haar pagina’s in Blendle een rectificatie wordt geplaatst met de onder II van het petitum van de dagvaarding vermelde inhoud, in een lettertype in (de voorzieningenrechter leest hier: en) grootte gelijk aan de hoofdletters in de kop van het op quotenet.nl en Blendle geplaatste bericht, met dien verstande dat het bericht zo dient te zijn geplaatst dat het direct als eerste zichtbaar is wanneer de openingspagina van de website quotenet.nl of van de Quotepagina;s in Blendle wordt opgeroepen en zonder dat daar enig commentaar wordt bijgevoegd;

  3. Quote te veroordelen op de voorpagina van de eerstvolgende papieren en digitale versie van Quote (en indien er sprake is van een dubbelnummer op gelijke wijze op de andere voorpagina) in een wit kader en in kapitale zwarte letter RECTIFICATIE WENDY VAN DIJK te vermelden en voorts op hetzelfde paginanummer als waar het bericht is geplaatst de onder III van het petitum van de dagvaarding vermelde rectificatie te plaatsen, in een lettertype in (de voorzieningenrechter leest hier: en) grootte gelijk aan het artikel en zonder dat daar enig commentaar wordt bijgevoegd;

  4. Aan overtreding of niet nakoming van het onder 1) tot en met 3) gevorderde een dwangsom te verbinden van € 25.000,- per dag met een maximum van € 250.000,-;

  5. Quote te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 15.000,-;

  6. Quote te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Van Dijk legt aan haar vordering kort samengevat ten grondslag dat het bericht zware en pijnlijke beschuldigingen aan haar adres bevat die volledig ongefundeerd zijn en haar persoonlijke levenssfeer aantasten. Zij wil niet dat haar kinderen worden blootgesteld aan dergelijke lasterlijke en onwaarachtige berichtgeving over hun moeder. Het bericht doet daarnaast ongerechtvaardigd afbreuk aan het imago dat zij met haar werkzaamheden in de afgelopen jaren heeft opgebouwd als iemand die in staat en opkomt voor gezondheid. Onder deze omstandigheden is gerechtvaardigd dat de vrijheid van meningsuiting van Quote wordt beperkt. De gevorderde rectificaties en de schadevergoeding zijn toewijsbaar. Aldus Van Dijk.

3.3.

Quote betwist dat het bericht onrechtmatig is. Voor zover het bericht door Blendle is geplaatst op door haar op quotenet.nl gekochte reclameruimte en op haar eigen website heeft te gelden dat Blendle niet onder de redactionele verantwoordelijkheid van Quote staat en dat Quote geen invloed kan uitoefenen op hetgeen Blendle wenst te publiceren. Het bericht in de (oktobereditie van Quote) is evident niet onrechtmatig, aangezien het bericht een roddel betreft, in de rubriek “AchterQlap” is geplaatst, die is voorzien van een opdracht aan de lezer om de inhoud van het bericht vooral niet te geloven, het cocaïnegebruik van Van Dijk een gerucht is dat al vaker in de media heeft gecirculeerd, het bericht gelet op de maatschappelijke positie die Van Dijk inneemt geen schadelijke gevolgen voor haar kan hebben en Quote niet meer heeft gepubliceerd dan nodig is. Voor zover de gepubliceerde roddel steun dient te vinden in de feiten heeft te gelden dat andere media eerder uitvoerig over cocaïnegebruik door Van Dijk en haar mogelijke verblijf in een centrum voor verslavingszorg hebben bericht, dat het gerucht op sociale media wordt bevestigd en dat zes afzonderlijke anonieme bronnen, die Van Dijk in verschillende hoedanigheden kennen, aan Quote gedetailleerde verklaringen hebben afgelegd die de geruchten ondersteunen. Quote kan de identiteit van deze personen niet prijsgeven nu zij in de televisiewereld werkzaam zijn en vrezen voor represailles van Van Dijk en haar echtgenoot, de baas van RTL. Het belang van Quote bij bescherming van haar recht op vrijheid van meningsuiting dient op grond van het voorgaande boven de belangen van Van Dijk te prevaleren, zodat de vorderingen moeten worden afgewezen. Aldus Quote.

4 De beoordeling

4.1.

Uitgangspunt is dat de toewijzing van de vorderingen van Van Dijk in beginsel een beperking inhoudt van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) neergelegde grondrecht van Quote op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van Quote onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

In deze zaak dient getoetst te worden of de uitlatingen van Quote inbreuk maken op de rechten van Van Dijk. Vervolgens dient te worden beoordeeld of die inbreuk in de gegeven omstandigheden wordt gerechtvaardigd omdat het recht op vrije meningsuiting zwaarder dient te wegen. Daartoe dient een belangenafweging te worden gemaakt.

4.2.

Het belang van Van Dijk is daarin gelegen dat zij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan voor haar ongewenste inbreuken op haar privéleven en/of aan beschadiging van haar reputatie. Zij zal weliswaar als bekende persoonlijkheid in de regel een verdergaande inbreuk op haar privéleven hebben te dulden dan een persoon die geen algemene bekendheid geniet, maar ook zij heeft binnen bepaalde grenzen recht op bescherming van haar privacy.

In dit geval is het bericht geplaatst in een breed gelezen landelijk tijdschrift. Het aanvankelijk door Blendle op quotenet.nl geplaatste extract van het bericht (waarover hierna meer) is door meerdere media overgenomen. Het bericht bevat de grievende beschuldiging dat Van Dijk een cocaïneverslaving heeft gehad, waarvan zij in een kliniek heeft moeten afkicken. Het mag zo zijn, zoals Quote heeft aangevoerd, dat het gebruik van cocaïne in bepaalde lagen van de bevolking steeds meer ingeburgerd raakt, maar dat laat onverlet dat de associatie met de drug schadelijke gevolgen kan hebben voor degene die van het gebruik daarvan wordt beschuldigd. Van Dijk heeft gesteld dat met name haar oudste kind met de inhoud van het bericht op school wordt geconfronteerd. Daarnaast doet de beschuldiging volgens Van Dijk afbreuk aan het imago dat zij in de afgelopen jaren heeft opgebouwd als iemand die gezondheid hoog in het vaandel heeft staan. Niet onaannemelijk is dat het bericht de door Van Dijk beschreven negatieve effecten heeft gehad of nog zal hebben. Dat Quote het artikel in een rubriek getiteld “AchterQlap” heeft geplaatst en naast het bericht in grote letters de tekst “Volstrekt ongefundeerde geruchten waar u helemaal niks van moet geloven” heeft geplaatst doet daar niet aan af, en wel om meerdere redenen. Het zou ertoe leiden dat een gepubliceerd bericht dat op de privacy van iemand inbreuk maakt, en dat is ‘verpakt’ als roddel waar je niets van moet geloven nooit onrechtmatig kan zijn, hetgeen als uitgangspunt niet kan worden aanvaard. Bovendien, alhoewel voor de gemiddelde lezer duidelijk zal zijn dat het bericht daarmee niet op gedegen onderzoeksjournalistiek berust, kan aan Van Dijk worden toegegeven dat met woorden als “volstrekt” en “helemaal niks” bij de lezer juist de suggestie wordt gewekt dat wat Quote betreft de inhoud van het bericht mogelijk best waar zou kunnen zijn. Daar komt bij dat een bericht waarvan de lezer weet of moet weten dat het met een flinke korrel zout moet worden genomen toch aan de persoon kan blijven ‘kleven’. Het kan bij de lezer - tegen beter weten in - tot lang na de datum van publicatie vragen naar de juistheid van het bericht blijven oproepen. Los daarvan weegt ook het volgende zwaar mee. Quote heeft de suggestie van cocaïnegebruik verder gevoed door met de zin “Al vonden wij dat ze er op de foto’s van haar huwelijk toch nog best doorgesnoven bij stond.” in twijfel te trekken dat Van Dijk van haar verslaving af zou zijn. Het bericht betreft dus door de manier waarop het is opgeschreven meer dan enkel de weergave van een roddel die over Van Dijk mogelijk al langer de ronde doet. Quote heeft zich met het bericht de beschuldiging aan het adres van Van Dijk eigen gemaakt en doet daar, door in twijfel te trekken of zij ondanks het beweerdelijk succesvolle bezoek aan een afkickkliniek daadwerkelijk van haar verslaving af is, nog een schep bovenop. Uit het voorgaande vloeit voort dat het bericht inbreuk maakt op het recht van Van Dijk op bescherming van haar persoonlijke levenssfeer.

4.3.

Zoals hiervoor onder 4.1 is overwogen dient vervolgens te worden beoordeeld of de inbreuk op het recht van Van Dijk in de gegeven omstandigheden wordt gerechtvaardigd omdat het recht van Quote op vrije meningsuiting zwaarder dient te wegen.

4.4.

Relevant voor de te maken belangenafweging is onder meer de vraag of en zo ja in welke mate het bericht in Quote een onderwerp van algemeen belang aan de orde stelt. Het publiek heeft een recht om geïnformeerd te worden over zaken van algemeen belang en de pers speelt in de verwezenlijking van dat recht een belangrijke rol. Om die rol te kunnen vervullen dient de pers in hetgeen zij publiceert een grote mate van vrijheid te hebben. Wanneer echter een publicatie geen enkel ander doel heeft dan het bevredigen van de nieuwsgierigheid van (een deel van) het lezerspubliek over het privéleven van een publiek persoon, is van een onderwerp van algemeen belang geen, althans in veel mindere mate sprake. Zoals Quote op de zitting heeft erkend, is het bericht een roddel die niet is gebaseerd op onderzoeksjournalistiek en die uitsluitend betrekking heeft op zaken die zich (beweerdelijk) in de privésfeer van Van Dijk afspelen. Quote heeft aangegeven dat het bericht is bedoeld om de lezer verstrooiing en amusement te bieden.

4.5.

Verder speelt mee dat met name de inkleuring die Quote in het bericht aan de roddel heeft gegeven maakt dat van Quote niet alleen kan worden verlangd dat zij aantoont dat de roddel al langer de ronde doet, maar ook dat zij aantoont dat haar vermoedens over het (aanhoudende) cocaïnegebruik van Van Dijk steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Alhoewel Quote zich primair op het standpunt heeft gesteld dat de roddel ongefundeerd is, heeft Quote ter feitelijke onderbouwing van het artikel gewezen op verschillende berichten, verschenen op internet, voornamelijk op sociale media, die de roddel bevestigen en op de verklaringen die zes anonieme getuigen onafhankelijk van elkaar aan Quote zouden hebben afgelegd. De berichten op sociale media zijn in de loop der jaren op internet geplaatst, hoofdzakelijk door particulieren. Deze berichten zijn vaag. Onduidelijk is wat hun bronnen van wetenschap zijn. De verklaringen van de anonieme getuigen zijn voorts door Van Dijk betwist, niet op schrift gesteld, en kunnen in kort geding niet op betrouwbaarheid worden getoetst. Voor het horen van de getuigen, zoals door Quote is aangeboden, is in kort geding geen plaats. Dat Quote ervoor kiest om het belang bij bescherming van de identiteit van haar bronnen te laten prevaleren boven het belang om haar verweer (verder) te onderbouwen, komt voor haar risico. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de berichten op internet en de anonieme verklaringen, ook in onderlinge samenhang bezien, van onvoldoende gewicht zijn om de door Quote geuite beschuldigingen over het cocaïnegebruik van Van Dijk voldoende te kunnen onderbouwen.

4.6.

Op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat het recht op vrije meningsuiting van Quote niet opweegt tegen de inbreuk op het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van Van Dijk. Dit betekent dat de inbreuk niet wordt gerechtvaardigd zodat het bericht als onrechtmatig jegens Van Dijk moet worden aangemerkt. De gevorderde rectificaties zijn, als een passende, evenredige maatregel om de onrechtmatige publicatie recht te zetten, toewijsbaar op de in het dictum vermelde wijze. Voor zover Quote heeft betoogd dat het bericht op haar website quotenet.nl is geplaatst door Blendle op door Blendle gekochte reclameruimte wordt overwogen dat ook indien Quote delen van haar website aan derden tegen betaling ter beschikking stelt voor reclamedoeleinden, zij voor de inhoud van hetgeen op haar website wordt geplaatst verantwoordelijk blijft. Bovendien bevat het door Blendle geplaatste bericht de letterlijke weergave van een deel van het artikel, zodat ervan uit moet worden gegaan dat Quote het bericht aan Blendle ter beschikking heeft gesteld. Ook de gevorderde rectificatie op de website quotenet.nl is derhalve toewijsbaar. De vordering om ook boven het bericht dat Blendle op haar eigen website heeft geplaatst een rectificatie te plaatsen zal worden afgewezen, nu niet in geschil is dat Quote over Blendle, althans over hetgeen Blendle op haar eigen website plaatst geen zeggenschap heeft.

4.7.

De gevorderde dwangsommen zullen worden beperkt als na te melden.

4.8.

Voor wat betreft de gevorderde schadevergoeding overweegt de voorzieningenrechter dat aangezien het bericht enerzijds grievend is voor Van Dijk en schadelijk is voor haar persoonlijke en zakelijke belangen en anderzijds de in het bericht aan het adres van Van Dijk geuite beschuldigingen geen algemeen belang aan de orde stellen en feitelijk niet zijn onderbouwd, een schadevergoeding op zijn plaats is. Een bedrag van € 5.000,- komt in dit verband redelijk voor. Dit bedrag geldt als voorschot op en ter nadere verrekening met hetgeen Quote ten gronde zal blijken verschuldigd te zijn.

4.9.

Quote zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, begroot zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt Quote binnen 6 uur na betekening van dit vonnis voor de duur van een kalendermaand op haar website www.quotenet.nl op de plaats direct voorafgaand aan de reclameuiting van Blendle als bedoeld in productie 2 van de dagvaarding, een rectificatie te plaatsen, in een lettertype en grootte gelijk aan de reclameuiting, zonder dat daaraan enig commentaar wordt toegevoegd, met de volgende inhoud:

“RECTIFICATIE WENDY VAN DIJK

Op 13 februari 2015 hebben wij toegelaten dat op onze website het bericht is geplaatst onder de kop “NEUS POEDEREN”, waarin gemeld wordt dat Wendy van Dijk een cocaïneverslaving heeft gehad en dat zij inmiddels clean is, na een behandeling in een afkickkliniek voorafgaand aan haar huwelijk met de heer [echtgenoot] . Wij hebben in het bericht verder onze twijfel uitgesproken of zij geen cocaïne zou gebruiken. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft voorshands geoordeeld dat wij deze mededelingen niet voldoende met feiten hebben kunnen onderbouwen en dat de publicatie onrechtmatig is.

[naam 1]

Hoofdredacteur”

5.2.

veroordeelt Quote in de eerstvolgende papieren en digitale editie van het tijdschrift Quote op de pagina waarin het eerste bericht in de rubriek ‘achterqlap’ is vermeld direct aan die rubriek voorafgaand een rectificatie te plaatsen, in een lettertype en grootte gelijk aan het in de papieren respectievelijk digitale versie van de Quote geplaatste bericht met de kop “NEUS POEDEREN” met de volgende inhoud:

“RECTIFICATIE WENDY VAN DIJK

In de editie van Quote van november 2015 hebben wij het bericht geplaatst onder de kop “NEUS POEDEREN”, waarin gemeld wordt dat Wendy van Dijk een cocaïneverslaving heeft gehad en dat zij inmiddels clean is, na een behandeling in een afkickkliniek voorafgaand aan haar huwelijk met de heer [echtgenoot] . Wij hebben in het bericht verder onze twijfel uitgesproken of zij geen cocaïne zou gebruiken. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft voorshands geoordeeld dat wij deze mededelingen niet voldoende met feiten hebben kunnen onderbouwen en dat de publicatie onrechtmatig is.

[naam 1]

Hoofdredacteur”

5.3.

veroordeelt Quote om aan Van Dijk een dwangsom te betalen van € 10.000,- voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1. en 5.2. uitgesproken veroordelingen voldoet, tot een maximum van € 100.000,- is bereikt,

5.4.

veroordeelt Quote om aan Van Dijk een voorschot op schadevergoeding van € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro) te voldoen,

5.5.

veroordeelt Quote in de proceskosten, aan de zijde van Van Dijk tot op heden begroot op

- dagvaarding € 94,19

- griffierecht 876,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.786,19

te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.R.S. Bacon, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2015.1

1 type: MRSBcoll: mb