Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:6794

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-06-2015
Datum publicatie
07-10-2015
Zaaknummer
HA RK 134.2015
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. Verzoek gericht tegen een afwijzende beslissing op een verzoek van de raadsman van verzoeker om het dossier van het Rijksrechercheonderzoek aan het dossier in de strafzaak toe te voegen. De rechtbank heeft op het verzoek beslist dat het nog te vroeg is om de officier van justitie op te dragen het gehele dossier omtrent het Rijksrechercheonderzoek aan het dossier toe te voegen, dat de stukken die betrekking hebben op de aanhouding wel in het dossier gevoegd moeten worden en dat het vervolgens aan de officier van justitie is om eerst zelf te beoordelen welke stukken uit het Rijksrechercheonderzoek verder nog aan het dossier toegevoegd zullen worden. Deze beslissing, is gelet op de fase waarin de procedure zich bevindt (eerste pro forma zitting) geenszins onbegrijpelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beschikking op het op 1 mei 2015 mondeling gedane en onder rekestnummer

C/15/586350/HA RK 134.2015 ingeschreven verzoek van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd in het [ ],

verzoeker,

raadsman: mr. N. Hendriksen,

welk verzoek strekt tot wraking van mrs. J.A.A.G. de Vries, R. Hirzalla en M.B. de Boer, strafrechters te Amsterdam, hierna: de rechters.

1 Verloop van de procedure

1.1

Ter zitting van 1 mei 2015 heeft verzoeker een mondeling verzoek tot wraking van de rechters gedaan.

1.3

De rechters hebben bij monde van de voorzitter medegedeeld dat zij niet berusten in het wrakingsverzoek.

1.4

Het verzoek is behandeld op 29 mei 2015 waar de raadsman, de rechters en de officier van justitie, mr. H. Hoekstra, zijn gehoord.

2 De feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten:

a: Verzoeker is als verdachte in de zaak met parketnummer [ ] gedagvaard voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam.

b: In bovenvermelde strafzaak heeft op 1 mei 2015 een eerste pro-forma zitting plaatsgevonden, waarvan de behandeling door indiening van het wrakingsverzoek is geschorst.

3 Het verzoek en de gronden daarvan

Aan het wrakingsverzoek wordt - kort weergegeven - ten grondslag gelegd dat de rechters blijk hebben gegeven van vooringenomenheid doordat zij geweigerd hebben om het dossier van het Rijksrechercheonderzoek naar aanleiding van de aanhouding van verzoeker aan het dossier toe te voegen.

4 De reactie van de rechters

De rechters hebben, samengevat, aangevoerd dat het wrakingsverzoek zich louter en alleen richt tegen een processuele beslissing in de strafzaak en dat een wrakings-procedure daarvoor niet is bedoeld.

5 De reactie van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, samengevat, aangevoerd dat het Rijksrechercheonderzoek ten tijde van de pro-forma zitting nog niet was afgerond en dat de rechters daarom hebben besloten om het op dit moment nog niet aan het dossier toe te voegen. Dat deze beslissing verzoeker niet welgevallig voorkomt brengt niet mee dat de rechters daardoor vooringenomen zouden zijn.

6 De beoordeling van het verzoek

6.1

Op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering dient in een wrakingsprocedure te worden onderzocht of er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

6.2

Daarbij staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij partijdig is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid moet objectief gerechtvaardigd zijn. De rechtbank zal het wrakingsverzoek dan ook aan de hand van de hiervoor genoemde maatstaf beoordelen.

6.3

In een wrakingsprocedure kan niet worden opgekomen tegen een onwelgevallige (proces)beslissing. Het is immers niet de taak van de wrakingskamer om te beoorde-len of deze beslissing en de daaraan ten grondslag liggende motivering inhoudelijk juist is, maar te onderzoeken of deze beslissing en de motivering daarvan feiten en omstandigheden opleveren waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kun-nen leiden. Dat laatste kan naar het oordeel van de wrakingskamer slechts het geval zijn als in het licht van de feiten en omstandigheden van het geval de door de rechters genomen beslissing zo onbegrijpelijk is, dat daarvoor redelijkerwijze geen andere verklaring is te geven dan dat de beslissing door vooringenomenheid van de rechters is ingegeven.

6.4

Uit het proces-verbaal van de zitting van 1 mei 2015 en het verhandelde ter zitting van de wrakingskamer blijkt dat de raadsman heeft verzocht het dossier van het Rijksrechercheonderzoek aan het dossier in de strafzaak toe te voegen om inzicht te krijgen in de manier waarop verzoeker is aangehouden. Door de officier van justitie is meegedeeld dat het Rijksrechercheonderzoek nog niet was afgerond, in die zin dat nadere vragen waren gesteld die nog beantwoord moesten worden, maar dat de stukken omtrent de aanhouding van verzoeker al wel aan het dossier toegevoegd zouden worden. De rechtbank heeft vervolgens op het verzoek van de raadsman beslist dat het nog te vroeg is om de officier van justitie op te dragen het gehele dossier omtrent het Rijksrechercheonderzoek aan het dossier toe te voegen, dat de stukken die betrekking hebben op de aanhouding wel in het dossier gevoegd moeten worden en dat het vervolgens aan de officier van justitie is om eerst zelf te beoordelen welke stukken uit het Rijksrechercheonderzoek verder nog aan het dossier toegevoegd zullen worden.

De beslissing van de rechters, om het dossier van het nog niet geheel afgeronde onderzoek van de Rijksrecherche vooralsnog niet aan het dossier toe te laten voegen, is gelet op de fase waarin de procedure zich bevindt (eerste pro forma zitting) geenszins onbegrijpelijk. Daaruit kan dan ook niet volgen dat bij verzoeker de objectief gerechtvaardigde schijn is gewekt dat de rechters jegens hem vooringenomen zijn. Nu geen feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden zal het wrakingsverzoek als ongegrond worden afgewezen.

6.6

De rechtbank beslist als volgt.

BESCHIKKING

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot wraking af;

- bepaalt dat de procedure wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van het wrakingsverzoek.

Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, mrs. A.W.H. Vink en R.A. Dudok van Heel, leden, in tegenwoordigheid van de griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2015.

Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 515 lid 5 Sv geen voorziening open.