Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:6638

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-10-2015
Datum publicatie
05-11-2015
Zaaknummer
C/13/575210 / HA ZA 14-1061
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2017:2268, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Opzet tot misleiden van de verzekeraar in de zin van artikel 7:941 lid 5 BW? Niet ten aanzien van brand 1 en 2, wel ten aanzien van brand 3.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2016/58
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/575210 / HA ZA 14-1061

Vonnis van 7 oktober 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAUNA PEIZE B.V.,

gevestigd te Drachten,

eiseres in conventie,

verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. J. Backx,

tegen

1. de naamloze vennootschap

DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de naamloze vennootschap

HDI-GERLING VERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

3. de naamloze vennootschap

AMLIN CORPORATE INSURANCE N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

4. de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

5. de naamloze vennootschap

REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

6. de naamloze vennootschap

GENERALI SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Diemen,

7. de naamloze vennootschap

ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

8. de naamloze vennootschap

AEGON SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

gedaagden in conventie,

eiseressen in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. V.R. Pool.

Partijen zullen hierna Sauna Peize en Delta Lloyd c.s. worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 25 februari 2015 waarbij een comparitie van partijen is gelast, met de daarin vermelde stukken,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 26 mei 2015 met de daarin vermelde stukken,

  • -

    de brief van de zijde van Delta Lloyd c.s. van 2 juni 2015 met een opmerking over het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Sauna Peize exploiteert te Peize (Drenthe) een sauna- en beautycomplex. [bestuurder] is middels zijn vennootschap [bedrijf] enig bestuurder van Sauna Peize.

2.2.

Sauna Peize heeft bij Delta Lloyd c.s. een property-polis afgesloten waarop de beurspolisvoorwaarden van toepassing zijn (hierna: de polis). Uit de polisvoorwaarden volgt dat onder de polis onder meer is gedekt schade ten gevolge van brand. In de polisvoorwaarden staat onder meer:

Artikel 7 SCHADEMELDING EN -VASTSTELLING

(…)

7.2

Benoeming experts

7.2.1

Als uitsluitend bewijs van de grootte van de schade geldt een taxatie die is gemaakt door een gezamenlijk te benoemen expert of door twee experts, waarvan verzekerde en verzekeraars er ieder één benoemen; (…)”

2.3.

Er hebben in het complex van Sauna Peize diverse branden plaatsgevonden, in het onderhavige geval gaat het om drie branden:

- op 13 oktober 2011 in de houtgestookte sauna, de stiltesauna en de opslagruimte die zich tussen deze twee sauna's in bevond (hierna: Brand 1);

- op 26 november 2012 in de bamboesauna, waarbij schade is ontstaan aan het hoofdgebouw, de tuinaanleg en de vijver onder en rondom de sauna (hierna: Brand 2);

- op 13 januari 2013 in de houtgestookte en kleurensauna (hierna: Brand 3).

2.4.

Delta Lloyd c.s. heeft schade-expert Crawford & Company B.V. (hierna: Crawford) ingeschakeld ter vaststelling van de schade. Sauna Peize heeft Von Reth Contra-Expertise B.V. (hierna: Von Reth) ingeschakeld voor het vaststellen van de schade. De experts hebben gezamenlijk de hierna volgende aktes van taxatie opgesteld.

2.5.

Op de dag van Brand 1 zijn namens Crawford [bouwkundige 1] en [bouwkundige 2] (bouwkundig experts) naar Sauna Peize gegaan om de schade aan de sauna's op te nemen. [bouwkundige 1] en [bouwkundige 2] deelden [bestuurder] toen mee dat de gebouwen als verloren moesten worden beschouwd en stelden voor direct een sloopbestek op te stellen om de sloop en daarna de herbouw van de sauna's in gang te kunnen zetten. Op 14 oktober 2011 heeft [bouwkundige 2] het sloopbestek opgesteld.

2.6.

Bij akte van taxatie van 12 december 2011 is de schade aan de bedrijfsuitrusting/inventaris ten gevolge van Brand 1 als volgt vastgesteld:

Bedrijfsuitrusting/inventaris - getaxeerd

Waarde vóór het evenement op basis vaste taxatie EUR 1.092.450,00

Waarde na het evenement, rekening houdend met deze taxatie EUR 1.036.471,00

Verschil/schade EUR 55.979,00

Gehanteerd waardebegrip: Taxatie volgens art. 7:900 e.v. BW

Bedrijfsuitrusting/inventaris - ongetaxeerd

Waarde vóór het evenement EUR 102.550,00

Waarde na het evenement EUR 89.981,00

Verschil/schade EUR 12.569,00

(…)

Bijkomende kosten

Opruiming EUR 2.000,00

2.7.

Bij akte van taxatie van 9 januari 2012 is de schade aan de gebouwen ten gevolge van Brand 1 als volgt vastgesteld:

“Soort zaak: Gebouwen

Waarde vóór het evenement

op basis vaste taxatie EUR 6.700.000,00

Waarde na het evenement

rekening houdend met deze taxatie EUR 6.446.427,00

VERSCHIL EUR 253.573,00

Het verschil of een gedeelte daarvan is gelijk aan de herstelkosten.

Gehanteerd waardebegrip : Taxatie ex. art 275 WvK/herstelkosten

Bijkomende kosten:

Opruiming EUR 11.250,00

Herstel tuinaanleg EUR 15.985,00

(…)”.

2.8.

Bij akte van taxatie van februari 2012 is de bedrijfsschade ten gevolge van Brand 1 vastgesteld op EUR 410.686,00.

2.9.

Bij akte van taxatie van 21 februari 2013 is de schade aan de inventaris ten gevolge van Brand 2 vastgesteld op EUR 13.550,00.

2.10.

Bij akte van taxatie van 21 februari 2013 is de inventarisschade ten gevolge van Brand 3 vastgesteld op EUR 68.735,00.

2.11.

Bij akte van taxatie van 22 april 2013 is de schade aan de opstallen ten gevolge van Brand 2 vastgesteld op:

“Soort zaak: Bamboe / vijversauna Hoofdgebouw

Herbouwwaarde vóór het evenement EUR 274.800 EUR 6.700.000

Herbouwwaarde na het evenement EUR 5.000 EUR 6.685.960

VERSCHIL / Schade EUR 269.800 EUR 14.040

Schade op basis van verkoopwaarde: EUR 150.000

Bijkomende kosten:

Opruiming EUR 8.250

Volgens voorschriften opruimen /

verwerken van vervuild vijverwater EUR 15.000

Herstel tuinaanleg EUR 12.702

Tuinaanleg eigen werk EUR 1.250

Herstel vijver met toebehoren EUR 21.860

Koikarpers- vissen (op basis opgave) EUR 10.850

(…)”

2.12.

Bij akte van taxatie van 22 april 2013 is de bedrijfsschade ten gevolge van Brand 2 vastgesteld op EUR 90.831,00.

2.13.

Bij akte van taxatie van 22 april 2013 is de schade aan de opstallen ten gevolge van Brand 3 vastgesteld op:

“Soort zaak: Houtgestookt/lichtherapiesaunagebouw

Herbouwwaarde vóór het evenement EUR 320.100

Herbouwwaarde na het evenement EUR 11.000

VERSCHIL/Schade EUR 309.100

Schade op basis van verkoopwaarde EUR 170.000

Bijkomen kosten:

Opruiming EUR 9.200

Herstel tuinaanleg EUR 3.844

(…).”

2.14.

In verband met het vermoeden van misleiding van verzekeraars door Sauna Peize, is Delta Lloyd omstreeks maart 2013 een onderzoek gestart. Op 3 september 2013 heeft Delta Lloyd een rapport (hierna: het Onderzoeksrapport) uitgebracht dat, voor zover van belang, als volgt luidt:

3. AANLEIDING

Op 19 maart 2013 is bij de Integriteit Desk van Delta Lloyd in Amsterdam een melding binnengekomen van een externe onderzoeker. Deze onderzoeker is werkzaam bij een andere verzekeraar die geen enkele betrokkenheid heeft bij deze kwestie. De melding had betrekking op diverse misstanden bij Sauna Peize B.V. te Peize. Aangezien de onderzoeker geen relatie had met de betrokken verzekeraars, nam hij hierover contact op met Delta Lloyd.

(…)

3.2.

Gesprek externe onderzoeker - medewerkers sauna

Op 19 maart 2013 is door de externe onderzoeker gesproken met een aantal medewerkers van de sauna die in eerste instantie anoniem wensten te blijven. Na dit gesprek is de inhoud daarvan terug gekoppeld aan Delta Lloyd. Hieruit bleek onder andere het volgende:

(…)

- Er zijn meerdere branden geweest bij de sauna. Bij de claims wordt gebruik gemaakt van kennelijk valselijk opgemaakte nota’s danwel offertes met het doel om een (hogere) schadevergoeding van verzekeraars te verkrijgen dan waar recht op is;

- De eigenaar van de sauna, de heer [bestuurder] , heeft aan medewerkers opdracht gegeven om vijverwater te verontreinigen zodat na keuring de afvoerkosten hoger waren. Het doel was om, na uitbetaling van die kosten, het verontreinigende water te lozen en de vergoeding ‘in eigen zak te steken’.

(…)

3.3.

Achtergrondinformatie brandschaden

De sauna is sinds 2005 in totaal vier maal getroffen door een brand. De brandschade in 2005 (7 juni) was verzekerd bij een andere verzekeraar. (…)

4 ONDERZOEK

(…) Gedurende het onderzoek zijn diverse getuigen geïnterviewd. Onder de getuigen bevinden zich huidige- en voormalige medewerkers van de sauna alsmede mensen die betrokken zijn geweest bij de bouw van de sauna('s). Daarnaast is contact geweest met leveranciers teneinde nota’s te verifiëren. (…)

4.2

Gesprekken medewerkers sauna

Er hebben diverse gesprekken plaatsgevonden met [medewerker 1] [rechtbank: hierna: [medewerker 1] ] en [medewerker 2] [rechtbank: hierna [medewerker 2] ]. Uit deze gesprekken kwam onder andere naar voren dat de heer [bestuurder] , de verzekeraars oplicht dan wel tracht dit te doen door het indienen van valse en/of vervalste facturen. Ook dient de heer [bestuurder] een claim in van goederen die niet daadwerkelijk door de branden zijn beschadigd. Een deel van deze onbeschadigde goederen zouden elders zijn opgeslagen. Er zijn bovendien bewijsmiddelen getoond van het feit dat goederen werden geclaimd die ofwel nooit aanwezig waren geweest ofwel ouder waren dan werd opgegeven.

Diverse medewerkers van de sauna hebben verklaard dat zij door de heer [bestuurder] meerdere malen zijn aangezet tot het plegen van strafbare feiten. Van hen werd verlangd daaraan hun medewerking te verlenen. Met strafbare feiten wordt bedoeld:

- Opdrachten die de heer [bestuurder] aan de medewerkers gaf met betrekking tot het vervuilen van de vijver rondom de bamboesauna met carbolineum en verf;

- Het lozen van vervuild vijverwater in een sloot;

- Het bevuilen van goederen, met de bedoeling om deze te claimen bij de verzekeraars.

Daarnaast werden medewerkers door de heer [bestuurder] aangezet om bedrijven te bewegen om bedragen op offertes te verhogen. Dit alles met het uiteindelijke doel om verzekeraars opzettelijk te misleiden en (hogere) vergoedingen te ontvangen dan waar recht op zou zijn.

(…)

4.3.

Doornemen facturen

[medewerker 1] en [medewerker 2] hebben in ons bijzijn facturen van materiaal en werkloon van eigen personeel doorgenomen. Deze facturen zijn door de heer [bestuurder] bij Crawford ingediend ter onderbouwing van de beweerdelijk als gevolg van de branden geleden schade. Over diverse materialen en middelen werd verklaard dat het valse claims betreffen. De claim van werkloon eigen personeel is volgens de medewerkers ook niet correct. De 765 geclaimde uren van [medewerker 2] zijn in ieder geval niet juist. [medewerker 2] heeft hooguit 40 uren aan de bamboesauna gewerkt. Dit is bevestigd door [medewerker 1] aangezien hij naar eigen zeggen de regie had over de bouw van deze bamboesauna. Ook de heer [bestuurder] heeft tijdens de kortgedingzitting laten weten dat het inderdaad niet correct is dat [medewerker 2] 765 uren aan de sauna zou hebben gewerkt.

Verder werd verklaard dat de door verzekerde ingediende urenregistratielijsten geen originele lijsten zijn. De door verzekerde ingediende lijsten zouden valselijk zijn opgemaakt.

(…)

Er zijn foto’s aan ons ter beschikking gesteld van goederen die zijn geclaimd maar nog steeds aanwezig zijn bij de sauna.

(…)

5.1.

Onderzoek

Op basis van diverse verklaringen en documenten is onder andere onderzoek verricht naar de claims met betrekking tot ligbedden en entreekortingen.

5.1.1.

Claim ligbedden

De ligbedden (totale vastgestelde schadebedrag € 31.850,00) vormden de belangrijkste schadepost aangaande de inventaris.

Over een deel van de geclaimde ligbedden is het volgende verklaard door de getuigen [medewerker 2] , [medewerker 3] en [ex-werknemer] :

5.1.2.

Verslag “ Beauty Sauna Peize”

“Nadat de brand is geweest in 2011 kregen wij ( [medewerker 2] , [medewerker 4] en [ex-werknemer] ) de opdracht om dingen te vernielen, ruiten inslaan, ligbedden met roet insmeren, dingen verwijderen die nog intact waren waaronder een dure hogedrukreiniger (die gewoon in de loods aanwezig is en wel is geclaimd), een stapel bijzettafels (ook geclaimd).

De meeste lig bedden waren niet beschadigd en zijn door de brandweer aan de kant gezet, hier zijn foto’s van. De ligbedden zijn geclaimd bij de brand van 2011 en opnieuw bij de brand van 2013.”

Met [medewerker 2] , [medewerker 4] en [ex-werknemer] worden de volgende personen bedoeld:

[medewerker 2] , [medewerker 4] en [ex-werknemer] . Later werd door [medewerker 2] de naam [medewerker 3] toegevoegd (…).

5.1.3.

Gesprekverslag [medewerker 2] / [medewerker 1] 1 juli 2013

“Ik, [medewerker 2] , kreeg samen met [medewerker 4] en [ex-werknemer] na de brand de opdracht om dingen te vernielen, ruiten in te slaan, ligbedden met roet in te smeren en dingen te verwijderen die nog intact waren (waaronder de hogedrukreiniger en bijzettafels).

V: Wie gaf jullie die opdracht?

A: De heer [bestuurder] . In eerste instantie gaf hij die opdracht aan mij, [medewerker 2] . Vervolgens liep hij naar die andere jongens aan wie hij hetzelfde opdroeg. We hebben de opdracht gezamenlijk uitgevoerd. (…)

Volgens mij zijn er destijds 30 of 40 sauna ligbedden naar de Mazzelshop gegaan om deze te laten herstellen. (…)

5.1.4

Interview overige getuigen

5.1.4.1. [medewerker 3]

Op 12 augustus 2013 werd getuige [medewerker 3] geïnterviewd. [medewerker 3] is vanaf april 2010 tot april 2012 werkzaam geweest bij de sauna. Hij werkte daar als schoonmaker en bij de technische dienst. Over het vervuilen van de ligbedden verklaarde hij als volgt:

“Op de dag van de brand was ik in Zevenhuizen.(…) Die middag rond 15:00 uur, zei [medewerker 2] tegen mij dat we terug moesten naar de Sauna. (…) Ik hoorde dat de heer [bestuurder] tegen [medewerker 2] zei dat we water en roet over de strandstoelen moesten gooien. We moesten die stoelen daarna in de afgebrande sauna gooien zodat de heer [bestuurder] de stoelen van de verzekering vergoed zou krijgen. Het waren wel 40 of 50 stoelen. (…)

V: Waar stonden de stoelen die jullie moesten vervuilen?

A: In de loods, achter de aggregaat.

V: In welke staat verkeerden die stoelen?

A: Het waren stoelen waar wat aan mankeerde, kleine dingetjes waardoor ze niet meer goed gebruikt konden worden. Officieel moesten ze naar Leeuwarden om ze te laten repareren. Om die reden stonden ze in de loods. De heer [bestuurder] gaf ons die opdracht om op die manier de stoelen volledig vergoed te krijgen.

V: Wat is er vervolgens gebeurd?

A: Wij hebben die opdracht uitgevoerd.

V: Wie?

A: [ex-werknemer] , [medewerker 2] en ik. (…)

V: Wat hebben jullie precies gedaan?

A: We hebben roet en water van de grond op die stoelen gesmeerd en de stoelen daarna in de verbrande sauna gegooid zoals de heer [bestuurder] ons had opgedragen. (…)

5.1.4.2. [ex-werknemer]

Op 13 augustus 2013 is er telefonisch contact geweest met [ex-werknemer] , ex-medewerker van de sauna. Deze persoon wordt door getuige [medewerker 3] genoemd als [ex-werknemer] . [medewerker 3] , [ex-werknemer] en [medewerker 2] zouden gezamenlijk strandstoelen hebben bevuild in opdracht van de heer [bestuurder] . (…) [ex-werknemer] vertelde dat na de brand in 2011 door de brandweer diverse ramen zijn ingegooid. Van overige vernielingen weet [ex-werknemer] niets. (…)

5.1.5.

Claim entreekorting sauna

(…) Gezien vorenstaande is op zijn minst onduidelijkheid ontstaan over het op de juiste manier toepassen van het verlenen van korting op de entreeprijs.

Door getuigen is hieromtrent verklaard dat zij vermoeden dat de heer [bestuurder] dubbele inkomsten genereerde. Klanten betaalden de volledige entreeprijs, ondanks aangeboden korting op de internetsite. Daarnaast ontving de heer [bestuurder] een aanvulling van de verzekeraars. (…)

5.2.

Interviews getuigen over kortingenbeleid

5.2.1.

[medewerker 5]

Op 22 augustus 2013 werd getuige [medewerker 5] [rechtbank: hierna: [medewerker 5] ] geïnterviewd. Vanaf april 2007 tot augustus 2013 was zij werkzaam bij Sauna Peize. Met betrekking tot het kortingenbeleid na de brand van 2011 verklaarde zij als volgt:

“(…) Ik weet daarvan dat op een gegeven moment nog wel op internet stond dat korting gegeven werd terwijl dat niet daadwerkelijk gebeurde. Klanten betaalden toen bij binnenkomst volledige entree. Als zij aangaven dat op internet stond dat er korting werd gegeven dan moesten wij tegen klanten zeggen dat de systeembeheerder ziek was en dat daarom de site nog niet was aangepast. (…)”

5.2.2.

[receptioniste]

is vanaf 1 november 2010 tot 30 april 2013 als receptioniste werkzaam geweest bij de sauna. Met betrekking tot de entreekortingen verklaarde zij als volgt:

“In de tijd van de brand van 2011 werden er bij Sauna Peize kortingen van 5 of 10 euro gegeven de eerste weken na de brand. (…) Na een paar weken werd ons opeens verteld dat er geen kortingen meer werd gegeven omdat er nog genoeg andere sauna’s open waren die wel gebruikt konden worden. (…)

6 BRANDSCHADE 26 NOVEMBER 2012 - BAMBOESAUNA

Op 26 november 2012, omstreeks 03.00 uur, ontdekte de achterbuurman de brand, die woedde in de vrijstaande bamboesauna. Door het destructieve karakter is de bamboesauna met de daarin aanwezige inventaris volledig verwoest. Er is technisch onderzoek verricht. Door de destructie kon de brandoorzaak niet meer worden achterhaald. De vijver onder de sauna met hierin koikarpers en goudvissen raakte bevuild.

(…)

6.2

Onderzoek

Op basis van diverse verklaringen en documenten is onder andere onderzoek verricht naar de valse claims met betrekking tot koikarpers, diverse facturen en offertes en geclaimde uren.

6.2.1.

Claim koikarpers

Over een door verzekerde ingediende claim van koikarpers is het volgende verklaard en gebleken:

Na de brand van november 2012 (bamboesauna) is door de heer [bestuurder] bij de verzekeraars onder andere een claim ingediend van minimaal 40 koikarpers met een waarde van EUR 400,00 a EUR 500,00 per stuk (dus in totaal EUR 16.000,00 tot EUR 20.000,00). Deze koikarpers zwommen in de vijver rondom de bamboe sauna die door brand werd verwoest. Als gevolg van de brand raakte het vijverwater verontreinigd. Volgens de heer [bestuurder] hebben de koikarpers dit niet overleefd. Hij heeft deze schade geclaimd bij verzekeraars.

De medewerkers vertellen hierover dat in die betreffende vijver niet 40 maar 20 koikarpers zwommen waarvan slechts 1 het niet heeft overleefd. De koikarpers zijn in opdracht van de heer [bestuurder] na de brand verplaatst naar een vijver aan de voorzijde van de sauna. Deze opdracht werd gegeven aan [medewerker 2] die verklaarde dit te hebben uitbesteed aan zijn zoon [naam 1] , [medewerker 4] en [naam 2] . (…)

De heer [bestuurder] wist dat er 20 nog levende koikarpers in de vijver zaten. Dat is namelijk aan hem verteld, zo werd bevestigd door betrokkenen. (…)

6.2.2.

Controle facturen/ offertes/ urenstaten

6.2.2.1. Offerte Rimato

Door het bedrijf Rimato is een offerte uitgebracht in verband met het leegzuigen vijver/opruimen verkoolde resten/afvoeren afvalwater. Deze offerte is door de heer [bestuurder] ingediend bij Crawford. De hoogte van de offerte bedraagt EUR 20.500,00.

[medewerker 1] en [medewerker 2] verklaren hierover dat dit niet de oorspronkelijk hoogte van de offerte is. De hoogte van deze offerte betrof EUR 13.335,00. In opdracht van de heer [bestuurder] , middels bemiddeling van [medewerker 2] , is deze offerte door Rimato verhoogd en op die wijze ingediend bij verzekeraars met het doel om een uitkering te ontvangen. Het was daarbij de bedoeling dat [medewerker 1] , in opdracht van de heer [bestuurder] , het vervuilde vijverwater zou lozen in een sloot. (…)

6.2.3.

Overige ten onrechte geclaimde goederen:

(…) De volgende goederen zouden ten onrechte door de heer [bestuurder] zijn geclaimd bij verzekeraars:

[bedrijf x]

Dit betreft een factuur, de dato, 24-06-2011, van Abachi planken (€ 1727,52 excl. BTW). (…)

Het hout (…) is opgeslagen in de loods behorende bij de sauna en ligt daar nog steeds. (…)

Ferro rent bv

Dit betreft een factuur, de dato 07-02-2011, met betrekking tot de huur van rijplaten (€ 400,00 excl. BTW). (…) De factuur is niet van toepassing op de bouw van de bamboesauna.

Astrimex

Betreft een factuur, de dato 04-07-2011, aangaande RF Royal plafondplaten (€ 327,17 excl. BTW). Deze plafondplaten zaten niet in de bamboesauna, enkel in het hoofdgebouw.

Record

Dit betreffen in totaal drie facturen (…) aangaande het leveren en plaatsen van 2 automatische schuifdeuren. Het totaalbedrag van de facturen is € 5.500,00 excl. BTW. (…) Er worden 2 schuifdeuren geclaimd, dit is niet juist. (…) De andere deur (…) betreft een binnendeur van een kleedkamer. Deze kleedkamer was niet gelegen in de door brand verwoeste bamboesauna. De kosten op de factuur van € 2.700,00 excl. BTW zijn derhalve ten onrechte geclaimd. (…)

LGH

Dit betreft een factuur (…) aangaande hijsmaterieel elektrische lier en transport (totaal van de facturen € 692,35 excl. BTW). (…)

De kabel ligt er nog en wordt nog steeds gebruikt. De kosten van de factuur hebben niets te maken met de brand en zijn ten onrechte geclaimd (…)

6.2.4.

Geclaimde uren

(…) Op de door de heer [bestuurder] beschikbaar gestelde lijsten, en het daarbij behorende overzicht, is onder andere te zien dat [medewerker 2] tussen februari en september 2011 in totaal 765 uren aan de bamboesauna zou hebben gewerkt. Dat klopt niet. Hij heeft hooguit 40 uren aan die sauna gewerkt. Ook de heer [bestuurder] heeft tijdens de kortgedingzitting bevestigd dat [medewerker 2] geen 765 uren aan de bamboesauna heeft gewerkt. (…)

7 BRANDSCHADE 13 JANUARI 2013 - HOUTGESTOOKTE SAUNA

Op 13 januari 2013, omstreeks 21.30 uur, werd door één van de saunagasten brand ontdekt in de houtgestookte sauna die na gewijzigde herbouw sinds juli 2012 weer in gebruik was. Het saunagebouw brandde volledig uit.

(…)

7.2.

Onderzoek

Op basis van diverse verklaringen en documenten is onder andere onderzoek verricht naar de claims met betrekking tot ligbedden, diverse facturen en offertes en geclaimde urenstaten.

7.2.1.

Factuur Mazzelshop

Volgens mededeling van de heer [bestuurder] zou hij in 2012 nieuwe ligbedden hebben aangeschaft. De aankoop leek aannemelijk omdat, tijdens de brand in 2011, 98 ligbedden zouden zijn verbrand en werden vergoed door verzekeraars. (…)

Mazzelshop Camping Totaal d.d. 16-03-2012: 100 sauna ligbedden met zonnekap. Totaal factuur:

€ 40.281,50 incl. BTW.

Volgens de medewerkers van de sauna betreft dit een valse factuur. Er zijn wel ligbedden verloren gegaan bij de brand, maar deze bedden zijn veel ouder en in ieder geval niet aangeschaft in 2012 (…).

Op 22 april 2013 werd door mij, [naam 3] , een bezoek gebracht aan de Mazzelshop, ter verificatie van de factuur. Ik sprak met de algemeen directeur, de heer [naam 4] , die de factuur desgevraagd in zijn boekhouding controleerde. (…) De heer [naam 4] deelde mij mee dat de betreffende factuur, de dato 16-03-2012, vals was. De sauna ligbedden waren niet door hen geleverd in 2012. Er had wel een levering plaatsgevonden op 20 maart 2013. De heer [naam 4] deelde mij verder mee dat een medewerker van de Mazzelshop ( [naam 5] ) benaderd was door de heer [bestuurder] , met het verzoek om een factuur op te maken met een datum van 2012. Dit zou een BTW-kwestie zijn, zo werd begrepen door [naam 5] . De heer [bestuurder] vertelde dat de mogelijkheid bestond dat de verzekering hierover zou bellen. Hij verzocht [naam 5] in dat geval met hem te overleggen alvorens met de verzekering in gesprek te gaan. [naam 5] heeft aan het verzoek van de heer [bestuurder] voldaan, een valse factuur opgemaakt en deze aan hem verstrekt. (…)

In maart 2013 zijn door de heer [bestuurder] 100 nieuwe ligbedden besteld. Deze zijn daadwerkelijk geleverd en betaald. Het factuurbedrag op deze factuur is identiek aan het factuurbedrag op de factuur van 2012 (…).

7.2.3.

Ten onrechte geclaimde goederen:

(…)

Noordhuis Roden

Dit betreft een factuur, de dato, 02-06-2012 (€207,10 excl. BTW). Volgens [medewerker 2] waren er geen schemerschakelaars aanwezig in de houtgestookte sauna. De schakelaars op de deze factuur zijn gebruikt bij de personeelsingang, bij de hoofdingang en in het kantoor.

Sauna City

Betreft een factuur, de dato 11-07-2012, aangaande 4 brillenhouders (€ 498,20 excl. BTW). Volgens [medewerker 2] zijn 2 brillenhouders aangeschaft , samen met 2 kapstokken. Op deze factuur staan 4 brillenhouders.

Okaphone

Betreft een factuur (…) aangaande LED lampjes (€418,07 excl. BTW). Volgens [medewerker 2] zaten er geen 50 LED lampjes in de houtgestookte sauna maar ongeveer 9 (per stuk € 8,36 = €75,24 excl. BTW). Volgens [medewerker 2] zijn er wel 50 LED lampjes geleverd maar deze zijn veelal gebruikt voor het zwembad. De Lichtsturing is retour gegaan (€ 83,99 excl. BTW). (…)”

2.15.

Als bijlage 9 is bij het Onderzoeksrapport onder meer een e-mail gevoegd van de zoon van [medewerker 2] , [naam 1] waarin hij aan de onderzoeker van Delta Lloyd, mevrouw [naam 3] , schrijft:

“Bij deze een korte samenvatting van de koi's van de beauty sauna peize [bestuurder] is bij ons gekomen naar de brand van de bamboe sauna om de vissen uit de vijver te halen en ze voor bij de rotonde in de vijver te doen en dat hebben wij gedaan,ik [naam 1] , [naam 2] , [medewerker 4] ,en mijn vader [medewerker 2] .

Wij hebben een heftruck gebruikt met daarop een houten pallet en een specie ton.

Wij hebben totaal 19 koi's eruit gehaald en heel veel goud vissen toen kwam [bestuurder] bij ons om te vragen hoeveel er waren totaal 19 koi's.”

2.16.

De schade met betrekking tot Brand 1 bedraagt in totaal € 762.042,00 en is door Delta Lloyd c.s. volledig aan Sauna Peize vergoed.

2.17.

De inventaris-goederenschade van € 13.550,00 ten aanzien van Brand 2 is door Delta Lloyd c.s. volledig vergoed. Voor de overige schade heeft Delta Lloyd c.s. voorschotten betaald van in totaal € 80.000,00. Derhalve is van de getaxeerde schade een bedrag van € 364.583,00 onbetaald gelaten.

2.18.

Door de expert van Sauna Peize is een offerte opgevraagd bij de Holland Herstelgroep/Ureco voor de afvoer van het vijverwater welke offerte uitkwam op afgerond € 30.000,00.

2.19.

Met betrekking tot de inventaris-goederenschade van Brand 3 is door Delta Lloyd c.s. een bedrag van € 68.753,00 aan Sauna Peize vergoed. Ten aanzien van de opstalschade van Brand 2 en Brand 3 is een voorschot van € 100.000,00 betaald.

2.20.

Delta Lloyd c.s. heeft op of omstreeks maart 2013 het vaststellen van de bedrijfsschade met betrekking tot Brand 3 gestaakt.

2.21.

Bij brieven van 28 juni 2013 respectievelijk 2 juli 2013 zijn [medewerker 2] en [medewerker 1] aansprakelijk gesteld door Sauna Peize vanwege onder meer de volgens Sauna Peize valse verklaringen die zij hebben afgegeven aan Delta Lloyd c.s. Daarna zijn [medewerker 2] en [medewerker 1] door Sauna Peize ontslagen.

2.22.

Op 31 juli 2013 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank de vordering van Sauna Peize om Delta Lloyd c.s. te veroordelen tot betaling van € 364.583,00 afgewezen omdat voorshands niet kan worden uitgesloten dat Sauna Peize heeft getracht verzekeraars te misleiden teneinde een hogere uitkering te verkrijgen.

2.23.

Bij brief van 24 september 2013 heeft Delta Lloyd c.s. aan Sauna Peize kenbaar gemaakt dat zij zich beroept op artikel 7:941 lid 5 juncto lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) nu Sauna Peize een onjuiste opgave heeft gedaan van haar schade met het opzet om verzekeraars te misleiden. Delta Lloyd c.s. heeft de verdere schadevaststelling gestaakt, de polis beëindigd en de gegevens van Sauna Peize geregistreerd in het Interne Incidentenregister van Delta Lloyd, het Externe Verwijzingsregister en het Fraudeloket van het Verbond van Verzekeraars. Hierdoor zijn de opstallen van Sauna Peize sinds 15 oktober 2013 niet meer verzekerd. Delta Lloyd c.s. heeft de eerder verrichte betalingen onder de polis teruggevorderd van Sauna Peize.

2.24.

Op verzoek van Sauna Peize heeft een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden. Op 25 oktober 2013 zijn van de zijde van Sauna Peize gehoord: [medewerker 1] , [medewerker 2] , [medewerker 5] en [naam 3] (als onderzoeker in dienst van Delta Lloyd). Op 28 maart 2014 (in het proces-verbaal abusievelijk aangeduid als 2013) zijn aan de zijde van Sauna Peize gehoord: [bouwkundige 1] (schade-expert in dienst bij Crawford), [bouwkundige 2] (schade-expert in dienst bij Crawford), en [bestuurder] . Op 16 juli 2014 zijn aan de zijde van Sauna Peize gehoord: [bouwkundige 3] (bouwkundig schade-expert), en [schade-expert] (schade-expert en directeur van Von Reth). Aan de zijde van Delta Lloyd c.s. is gehoord [naam 6] (hoofd huishoudelijke dienst bij Sauna Peize).

2.25.

In een e-mail van 22 mei 2013 heeft [naam 4] , directeur van de Mazzelshop Exploitatie B.V. onder meer het volgende aan de advocaat van Sauna Peize geschreven:

“(…)

Op uw verzoek uitleg te geven over onze factuur (…) d.d. 16 maart 2012 wil ik graag ingaan.

Het betreffende stuk is opgemaakt door onze medewerker [naam 7] en per post verzonden.

De heer [bestuurder] van Beautysauna Peize had hem verzocht om een schriftelijke waarde- indicatie cq een proforma factuur per 2012, voor ligbedden zoals hij reeds jaren van ons in bezit heeft en zoals hij recent 100 stuks had besteld. Een en ander ten behoeve van de brandverzekering.

De exacte bewoordingen kan onze medewerker zich niet meer herinneren. (wij waren op de hoogte van het feit dat er brand had gewoed)

Geheel ten onrechte en per abuis heeft hij een factuur opgemaakt. De vermelde goederen op deze factuur zijn nimmer besteld, noch geleverd en er heeft ook geen betaling plaats gevonden. De factuur is inmiddels gecrediteerd naar onze klant.

Het verzoek kwam op een voor ons zeer druk moment. De medewerker heeft ondoordacht een factuur opgemaakt op basis van het eerst volgende factuurnummer in ons systeem. Vervolgens heeft hij de datum aangepast naar 2012 en het totaal bedrag van een lopende bestelling/order opgevoerd. Dit eindbedrag inclusief BTW heeft hij tenslotte teruggerekend naar het lagere BTW tarief van voor 1 oktober 2012.

Het spreekt voor zich dat wij de gang van zaken zeer betreuren.

(…)”

2.26.

Tijdens het voorlopig getuigenverhoor van 25 oktober 2013 heeft [medewerker 2] verklaard te blijven bij zijn verklaring zoals afgelegd bij de onderzoekers van Delta Lloyd c.s. Voorts heeft hij onder andere verklaard:

“(…)

Op vragen van mr. Backx antwoord ik als volgt:

(…)

De eerste brand was op 13 oktober 2011. Het klopt dat ik de opdracht heb gekregen dingen te vernielen, ruiten in te slaan, onbeschadigde ligbedden in de afgebrande sauna te gooien en ligbedden met roet te besmeuren. Die opdracht heb ik ook diezelfde dag nog uitgevoerd. De brandweer was toen al weg. De ruiten zijn niet ingeslagen maar ingegooid. Ik heb de ruiten ingegooid samen met [medewerker 3] . De ruiten van de kleurensauna, die nog helemaal in intact was, zijn aan de voorkant ingegooid. Het was het glas van de deur, een glazen binnendeur en een twee gewone ramen aan weerszijden van de deur. U vraagt mij wanneer de ramen zijn ingegooid. Dat is gebeurd direct op de dag van de brand. De brandweer was toen al weg. Nu ik u dit hoor voorlezen wil ik u zeggen dat dat niet juist is. De ramen zijn later ingegooid. Ik denk dat dat de vrijdag is geweest of het weekend. Ik weet niet meer hoeveel bedden erop zijn gegooid. Dat waren er tientallen.

U houdt mij voor foto A, die wordt aangehecht aan het proces-verbaal. Op de foto ziet u rechts de houtgestookte sauna die is afgebrand, en links de kleurensauna die onbeschadigd was. De ruiten die zijn ingegooid zijn de ruiten die op de foto zijn aangemerkt met A, B en C. En ook nog de glazen binnendeur achter deur B. U vraagt mij welke figuur ik rechts op de foto zie. Dat is een brandweerman. U houdt mij voor dat ik zojuist heb verklaard dat de ruiten zijn ingegooid toen de brandweer al vertrokken was. Dat klopt. Op de foto zitten de ruiten er nog in. De afgebrokkelde stukken die je bij raam A en deur B kunt zien zijn stukken plastic die op de ruit geplakt waren.

U houdt mij nog twee foto’s voor die aan het proces-verbaal zullen worden gehecht (foto B en C). Ik kan u op deze foto’s niet de ligbedden aanwijzen die erop zijn gegooid, omdat dit niet het gedeelte is waar die bedden naartoe gebracht zijn. In het onbeschadigde gedeelte stonden aan de achterkant ligbedden en in de loods. De ruimte tussen de sauna’s in was verschroeid. Daar zijn de bedden geplaatst.

U houdt mij nog vier foto’s voor (foto’s D, E, F en G). De ligbedden die in die ruimte zijn gezet zijn de bedden die te zien zijn op foto F. Ik herken de mat die daarover gedrapeerd is. Je kunt zien dat die stoelen nieuw en onbeschadigd zijn. De bedden zijn daar neergezet door [medewerker 4] en [medewerker 3] . Ik heb daartoe de opdracht gegeven. Ik heb gezien dat dat is gebeurd. De ligbedden op foto D stonden er al. Dezelfde ligbedden zijn besmeurd met roet, maar dat is gebeurd bij de loods. De bedden zijn daarheen gebracht. [bestuurder] heeft dat gevraagd. Er zou een inspectie komen, ik dacht van een expert, en het moest lijken dat de bedden waren geschroeid. Zo moesten ze bij de loods geplaatst worden. Ik weet niet of de situatie op de foto ook de situatie is zoals de expert hem aantrof. Op de dag van de brand zijn de ligbedden in de tussenruimte gezet nadat de brandweer weg was. Daar heeft [bestuurder] nog bij geholpen, hij heeft dat matje aangereikt. De ligbedden zijn er later uitgehaald en naar achteren gebracht. Ik heb [medewerker 4] er nog mee zien slepen, ik weet niet meer wanneer dat was.

(…)

Op vragen van mr. Zwijnenberg antwoord ik als volgt:

Met de offerte van Rimato ben ik bekend. Ik ben daarmee bekend geworden doordat ik Rimato benaderd heb. Ze deden vaker dingen voor Sauna Peize. Ik heb de offerte aan [bestuurder] gegeven die mij per e-mail was toegezonden. Er klopte iets niet aan de offerte volgens [bestuurder] . Er stond 50 kubieke meter op, maar dat moest 450 kubieke meter zijn. Ik heb Rimato gebeld en zij erkenden dat er iets niet klopte, dit is aangepast. De verzekering had een monster nodig van het water in de vijver. [bestuurder] wilde dat wij het water extra zouden vervuilen. Hij belde mij toen ik in de auto zat op weg naar Groningen, op mijn diensttelefoon. Ik wilde daar toen niet over spreken, omdat ik aan het rijden was. Ik heb [medewerker 1] gebeld en gezegd dat mij dat was gevraagd. Later hebben wij het op de sauna besproken. [medewerker 1] en ik wilden ons er niet aan branden en we hebben er niets aan gedaan.

U vraagt mij of ik iets weet van het aanpassen van de offerte. Dat klopt. De offerte is aangepast. [bestuurder] kwam bij mij en zei dat hij vernomen had dat er kankerverwekkende stoffen uit de analyse zouden komen. Hij wilde dat snel op schrift hebben. Ik heb Rimato gevraagd om mij een e-mail te sturen. Die kwam maar niet. Ik heb toen met medeweten van [bestuurder] om gevraagd om die e-mail naar mijn privéaccount te sturen, omdat de e-mail op het bedrijf soms niet doorkwam. Van daaruit heb ik de e-mail doorgestuurd naar [bestuurder] . [bestuurder] heeft mij gevraagd om met Rimato contact op te nemen om te vragen of de offerte niet moest worden verhoogd vanwege de aanwezigheid van kankerverwekkende stoffen. Dat hoefde niet, dat zat allemaal bij de prijs inbegrepen. Alleen de watermonsters werden apart gedeclareerd. [bestuurder] vroeg toch of de offerte niet kon worden verhoogd en de man van Rimato zei dat hij wel begreep wat de bedoeling was, omdat het een verzekeringskwestie was. De offerte is ook verhoogd. Ik heb gebeld met de vraag om mijn naam van de offertes af te halen en ze rechtstreeks naar [bestuurder] te sturen. De offerte is verhoogd van € 13.500,- naar € 20.500,-. De kosten van de analyse waren € 700,- à € 800,-.

De brand heeft ’s nachts of ’s avonds gewoed in de bamboesauna. De volgende dag, ’s middags heb ik met [bestuurder] gesproken, in de tuin. Alle vissen moesten uit de vijver gehaald worden. Er was geen plaats voor. De koikarpers zijn toen naar de vijver voor met de fontein gegaan. Ik heb [bestuurder] gezegd dat dat geen probleem was omdat daar stromend water was en ze in de andere vijver ook in de winter onder het ijs zaten. De opdracht heb ik uitbesteed aan de jongens die erbij waren. Dat waren [medewerker 4] , mijn zoon [naam 1] die werkzaam was bij een ander bedrijf van [bestuurder] en [naam 2] . Op de heftruk hadden ze een pallet gelegd met daarop een speciekuip. Er zijn negentien vissen verplaatst. Eén vis lag dood in de vijver, de rest was nog in leven. [bestuurder] wilde weten hoeveel vissen er waren gestorven en ik heb hem verteld dat alle vissen op één na het hadden overleefd. Ik heb hem gezegd dat er nog negentien vissen over waren.”

2.27.

Aan het proces-verbaal van het voorlopig getuigenverhoor van 25 oktober 2013 zijn de volgende foto’s gehecht:

2.28.

[medewerker 1] heeft tijdens het voorlopig getuigenverhoor van 25 oktober 2013 verklaard te blijven bij hetgeen hij tegenover de onderzoekers van Delta Lloyd c.s. heeft verklaard. Over de koikarpers en het vijverwater heeft hij verklaard:

“(…)

Op vragen van mr. Zwijnenberg antwoord ik als volgt:

(…)

Ik ben over de koikarpers door de heer [bestuurder] benaderd. Dit was omdat de verzekering had gevraagd naar iemand die betrokken was geweest bij de koikarpers. Hij zei mij dat ik moest zeggen dat er dertig tot vijfendertig karpers in een container waren gegooid en dat er nog vier à vijf in de vijver zwommen. Ik heb Delta Lloyd gebeld dat ik de contactpersoon was. Het was eigenlijk raar dat ik als contactpersoon zou optreden, want de koikarpers waren in november uit de vijver gehaald, toen was ik helemaal niet werkzaam bij Sauna Peize. Ik heb dit de onderzoeker van Delta Lloyd verteld. Ik ben ermee bekend dat het vijverwater door de brand vervuild is geraakt. Ik ben over het vervuilde vijverwater door [bestuurder] benaderd. De heer [medewerker 2] kreeg de vraag of hij het vijverwater extra kon vervuilen in verband met een analyse door de verzekeraar. [bestuurder] had hem daarover gebeld. [medewerker 2] zat toen in de auto en kwam naar Sauna Peize. Het klopt dat ik daar niet zelf bij aanwezig was toen [bestuurder] met [medewerker 2] belde, dat heb ik later van [medewerker 2] gehoord. Vervolgens zijn we daarover in gesprek gegaan samen met [bestuurder] . Hij deed ons het verzoek de vijver extra te vervuilen, dat hebben wij niet gedaan. Op een gegeven moment kwam [bestuurder] bij mij op kantoor en zei dat de vijver leeggepompt kon worden. Hij wilde dat de vijver in de achterliggende sloot leeggepompt zou worden. Toen [bestuurder] mij dat vroeg was [naam 2] daarbij aanwezig. Dit heb ik gemeld bij de recherche (…).

Ik heb de vijver niet in de sloot leeggepompt, er zaten kankerverwekkende stoffen in, zo bleek uit de analyse. (…) Een dag later werd ik gebeld door [bestuurder] met de vraag of de vijver al was leeggepompt. Dat had ik nog niet gedaan. [bestuurder] heeft mij toen gevraagd ermee te wachten totdat de verzekering een schriftelijke bevestiging had gegeven. Toen is hij er bij mij niet meer op teruggekomen.

(…)

Het klopt dat het water extra vervuild moest worden. U vraag mij of ik weet waarom het extra vervuild moest worden. Ja dat weet ik, [bestuurder] vroeg dat omdat het water geanalyseerd zou gaan worden door Rimato.

U vraagt mij of ik weet wat precies de claim is geweest die [bestuurder] bij de verzekering heeft ingediend. Dat weet ik niet.”

2.29.

[medewerker 5] heeft tijdens het voorlopig getuigenverhoor van 25 oktober 2013 verklaard te blijven bij haar getuigenis zoals afgelegd ten overstaan van de onderzoekers van Delta Lloyd c.s. en voorts heeft zij verklaard:

“(…)

Op vragen van mr. Zwijnenberg antwoord ik als volgt:

(…)

Het besluit om de korting die op de website vermeld stond niet te verstrekken was een besluit van [bestuurder] . Ik heb daar niet met [bestuurder] over gesproken. Het is wel aan de orde geweest in het MT, maar daar was [bestuurder] nooit aanwezig. [partner] , zijn partner was wel altijd bij de MT vergaderingen aanwezig. De verzekeraar mocht er niet achterkomen dat de kortingen niet werden verstrekt. Dat is in algemene zin in het MT besproken. Ik heb het later nog besproken met iemand van de administratie, [naam 8] Ridderbos. Zij heeft mij toen een boekje opengedaan en bevestigd wat ik al dacht. Dat wil zeggen ik denk dat er aan Delta Lloyd meer kortingen zijn opgegeven dan er daadwerkelijk zijn verstrekt.

U vraagt mij of de instructie met betrekking tot de kortingen afkomstig was van [bestuurder] . Ze waren afkomstig van [bestuurder] of van [partner] , dat was voor mij één.”

2.30.

[bouwkundige 1] heeft tijdens het voorlopig getuigenverhoor van 28 maart 2014 onder andere verklaard:

“(…)

Op vragen van mr. Backx antwoord ik als volgt:

(…)

Ik ben als expert betrokken geweest bij de brand in Sauna Peize, die in de houtgestookte en de stiltesauna op 13 oktober 2011 gewoed heeft.Ik weet nog dat ik daar voor het eerst ter plaatse was, dat was de middag dat de brand ontstaan is. Wij gingen daar meteen heen naar aanleiding van een spoedopdracht van de assurantiemakelaar van de verzekeraar. We waren vrij snel te plaatse, de brandweer was nog bezig met blussen. Met wij bedoel ik mijn collega de heer [bouwkundige 2] en ikzelf. (…) U vraagt mij of ik mij kan herinneren dat er ligbedden waren beschadigd. Ik kan mij dat herinneren. Die ligbedden bevonden zich in een ruimte achter een van de sauna's. Ik kan mij nu niet meer precies herinneren of dat de houtgestookte sauna of de stiltesauna was. Nu ik erover nadenk herinner ik mij dat het aan de linkerkant was en dat het achter de stiltesauna moet zijn geweest.

U laat mij de foto's zien die als producties D, E, F en G zijn gehecht aan het proces-verbaal van 25 oktober 2013. Ik herken die foto's als foto's van de betreffende ligbedden. Ik heb die foto's denk ik zelf genomen. Ze zijn de eerste dag genomen. De ligbedden waren wat mij betreft total-loss, ze waren aangetast door de hitte. De schade was van dien aard dat reconditionering geen optie meer was. Ik heb de ligbedden meteen geteld, ik heb er 98 geteld als ik mij goed herinner. Het aantal is door de expert van Von Reth, zonder dat hij zelf geteld heeft overgenomen, althans in mijn aanwezigheid heeft hij ze niet geteld. Verder is mij aan die bedden niets bijzonders opgevallen.

U vraagt mij of er ook bijzettafels waren. Ja, er waren meerdere soort bijzettafels. Ik heb ze geteld. Ik heb de schadeclaim ontvangen van de heer [schade-expert] . Hij was daarbij vergeten de bijzettafels op te voeren. Ik heb hem daarop gewezen. Ik vind dat dat mijn taak is als onafhankelijk schade-expert. Hij heeft daarna de bijzettafels opgenomen in de claim. U vraagt mij naar een schoonmaakmachine of hogedrukreiniger. Ik herinner mij dat. In het voortaxatie-rapport stond in die ruimte een hogedrukreiniger vermeld, maar er stond geen hogedrukreiniger maar een schoonmaakmachine. In de schadeclaim was een hogedrukreiniger opgenomen. Ik kan het mij niet met zekerheid herinneren, maar ik denk dat ik dat wel heb gecorrigeerd. (…) Ik zie nu dat in het interim-rapport een hogedrukreiniger is opgenomen. Kennelijk is het dus niet in het interim-rapport gecorrigeerd. U vraagt mij of het dan in een later rapport is gecorrigeerd. (…) U vraagt mij of de zaak van de hogedrukreiniger dan bij de schadevaststelling is gecorrigeerd. Ik denk het wel, maar dat is niet meer na te gaan. Bij de schadevaststelling is tussen mij en de contra-expert de schade vastgesteld. (…) De rechter-commissaris vraagt mij op grond waarvan ik de schade aan de ligbedden als total-loss heb gekwalificeerd. De ligbedden waren aangetast door de hitte. Het metaal was verkleurd. Bij zo'n brand komen ook vaak chemische stoffen vrij door verbranding van kunststof, hetgeen tot corrosie leidt. U vraagt mij of ook roet een rol speelde, dat speelde wel een rol, maar roet is in beginsel te reinigen. Het speelde dus geen doorslaggevende rol. (…)”

2.31.

[bouwkundige 2] heeft tijdens het voorlopig getuigenverhoor op 28 maart 2014 onder meer verklaard:

"Op vragen van mr. Backx antwoord ik als volgt:

(…)

Ik heb een berekening gemaakt op basis van de bouwtekening, facturen verkregen van de contra-expert, eigen waarnemingen en foto's. Ik heb uiteraard geprobeerd zoveel mogelijk informatie te krijgen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan materiaalprijzen. Die materiaalprijzen baseerde ik onder meer op overgelegde facturen. Ik heb wel, voor zover mogelijk, de facturen gecontroleerd. Dat is met name lastig indien het gaat om technische installaties en het een eindnota betreft. Als het gewoon om materialen gaat dan kan ik daar wel een inschatting van maken.

De uren die aan de bouw van de bamboesauna zijn besteed heb ik berekend aan de hand van de maten, de uren en aan de materialen. Ik heb een eigen inschatting van de uren gemaakt. Het is lastiger om van een uniek bouwwerk, zoals dit, een inschatting te maken, er is weinig referentiemateriaal.

U vraagt mij of ik een claim heb ontvangen van Sauna Peize, althans van Von Reth, over de bamboesauna. Ik kan mij niet herinneren dat ik een echte claim heb ontvangen. In feite was het een opsomming van facturen en eigen gewerkte uren van het saunapersoneel. Ik had om die gegevens gevraagd. Er is toen niet een berekening overgelegd, maar in de eindfase had Von Reth wel een berekening gemaakt. (…) U vraagt mij hoe de schade is vastgesteld als er geen claim is ingediend. Aan de hand van de materialen en het volume van het gebouw heb ik een schadeberekening gemaakt. (…)

U vraagt mij of ik mij kan herinneren dat er bij de vaststelling van de schade aan de bamboesauna bij de stukken die ik ontvangen heb lijsten met gewerkte uren zaten. Dat is het geval. Ik vond het aantal manuren enorm hoog in verhouding tot het gebouw. Ik heb ernaar gekeken, maar ik heb ze wel geïnterpreteerd naar mijn eigen normen. Aan de hand van mijn eigen normen maak ik dan een berekening. U vraagt mij te kijken naar de verklaring die ik eerder heb afgelegd en met name de zinsnede waar staat dat indien uit onderzoek zou blijken dat een evident onjuiste opgave is gedaan van bijvoorbeeld de kosten of de manuren die aan de bouw zijn besteed, de schadevaststelling daarmee op losse schroeven komt te staan. In die verklaring bedoel ik eigenlijk meer de posten die voor mij moeilijk zijn in te schatten, zoals bijvoorbeeld de technische installaties. Het casco van het gebouw daar kom ik wel uit, op de opgegeven uren heb ik een eigen correctie los gelaten.

U vraagt mij of ik de opgegeven manuren mee heb laten wegen bij de berekening van de schade. Dat vind ik lastig te zeggen. Het is informatie die ik heb ontvangen.

Op de vraag van de rechter-commissaris of ik tot een andere slotsom was gekomen als ik die lijst van manuren niet ontvangen had antwoord ik dat die vraag moeilijk is te beantwoorden. Het gaat om een heel lastig bouwwerk waarbij ik geen eigen referentiekader heb. Op het moment dat ik die lijst gezien heb speelt die wel een rol, maar ik kan niet goed zeggen wat die rol precies is geweest. (…)"

2.32.

[bestuurder] heeft tijdens het voorlopig getuigenverhoor op 28 maart 2014 onder meer verklaard:

“Op vragen van mr. Backx antwoord ik als volgt:

(…)

U laat mij het rapport zien van Delta Lloyd van 3 september 2013. Dit rapport ken ik. U houdt mij voor dat bij dit rapport een aantal verklaringen is gevoegd van oud medewerkers van de sauna en u vraagt mij of ik ooit aan een van hen opdracht heb gegeven om bij de sauna ramen in te gooien, ligbedden met roet te besmeuren, ligbedden op de brandresten te gooien of op andere manieren vernielingen aan de sauna's te bewerkstelligen. Nee, zulke opdrachten heb ik nooit gegeven. (…)

U vraagt mij waarom er besloten is om kortingsbonnen uit te geven. Vanwege het feit dat er minder mogelijkheden waren voor de gasten, twee van de vier buitensauna's waren buiten gebruik, moesten we wel korting geven. Ik heb dit plan voorgesteld en de experts, zowel die van mij als die van Delta Lloyd, konden zich hierin vinden.

U vraagt mij waarom die kortingen op een gegeven moment zijn ingetrokken. Ik had contact met mijn expert. Hij had contact gehad met de expert van Delta Lloyd. Ze wilden tot een deal komen om de schade in een bedrag af te wikkelen. Ik heb het dan over de gevolgschade, de bedrijfsschade. Dan konden we van de kortingen afkomen. De rechter-commissaris vraagt mij waarom als de bedrijfsschade is geregeld, dat ertoe zou moeten leiden dat de kortingen worden beëindigd, omdat immers die kortingen verbonden waren aan het gebruik dat de gasten konden maken van de sauna's. Op zichzelf is dat juist, maar door de deal was het voor de berekening van de schade niet meer van belang en kon ik zelf bepalen of ik nog korting wilde geven of niet. (…)

U vraagt mij naar de brand in de bamboesauna, de tweede brand, waarbij de vijver waarin de bamboesauna was gebouwd was vervuild, en u vraagt mij of ik wist hoeveel koikarpers er in de vijver zaten. Dat wist ik niet. Het klopt dat ik opdracht heb gegeven om de nog levende koikarpers uit de vijver te halen en naar de fontein bij de parkeerplaats te brengen. Ik heb die opdracht gegeven aan het hoofd van de technische dienst. Ik weet niet hoeveel karpers er toen uit de vijver zijn gehaald. Er waren nog levende karpers. Mevrouw [naam 3] weet waar die karpers naartoe zijn gebracht, zij is later bij ons geweest. Toen heb ik haar erop geattendeerd dat er nog een aantal koikarpers leefden. Wij zijn toen nog langs dat vijvertje gelopen. U vraagt mij of ik aan mevrouw [naam 3] een naam heb doorgegeven bij wie zij nadere vragen kon stellen over de koikarpers. Dat klopt. Ik heb de naam van [medewerker 1] doorgegeven. De onderhouds- en technische dienst bestond uit drie man, maar twee waren er ziek. Ik heb dus de naam van [medewerker 1] doorgegeven, omdat hij de enige was die nog aanwezig was van de technische dienst. U vraagt mij of ik de heer [medewerker 1] heb gevraagd om aan mevrouw [naam 3] of aan iemand anders een verklaring af te leggen met betrekking tot de koikarpers die niet juist was. Absoluut niet.

U vraagt mij of ik aan het hoofd van de technische dienst, de heer [medewerker 2] , heb gevraagd aan Rimato een offerte te vragen voor het afvoeren van het vervuilde water. Dat klopt. Dat was op mijn initiatief. Het is ook juist dat ik later Rimato opnieuw heb benaderd. Mijn expert had namelijk ook een offerte gevraagd voor het afvoeren van het vervuilde water, maar die prijs lag ruim tweemaal zo hoog. Mijn expert zei toen dat de offerte van Rimato een aantal risico's bevatte over bijvoorbeeld overwerk en dergelijke, terwijl de offerte die hij had opgevraagd een vaste prijs was. Ik heb toen opnieuw contact opgenomen met Rimato en gevraagd een offerte te maken zonder die risico's. Die offerte is ook gekomen en die was iets hoger dan de oorspronkelijk offerte maar nog niet zo hoog als de offerte die mijn expert had ontvangen.

Het klopt dat ik heb overwogen het water van de vijver zelf via het riool of het oppervlaktewater af te laten voeren. De afwikkeling van de schade duurde lang en al die tijd konden wij niets doen. De vervuiling van het water was ondertussen naar de bodem gezakt. Ik heb met [medewerker 1] overlegd, omdat het water nagenoeg schoon leek, om het dan weg te pompen. Uiteindelijk heb ik het water officieel door Rimato af laten voeren en Rimato daarvoor ook betaald.

(…)

Op vragen van mr. Van de Meent antwoord ik als volgt:

(…)

Ten aanzien van de offerte van Rimato vraagt u mij of ik de heer [medewerker 2] gevraagd heb om Rimato de offerte te laten verhogen. Dat heb ik inderdaad gedaan, omdat ik een stuk risico eruit wilde laten halen en dat leidde tot een verhoging van de prijs. Ik weet niet zeker of in de nieuwe offerte van Rimato met zoveel woorden stond dat het een vaste prijs was, maar ik had voldoende zekerheid gekregen dat er geen risico's waren ten aanzien van de prijs. (…)

Het kan best zijn dat ik eens iemand heb gevraagd om de karpers te tellen of iets dergelijks, maar ik heb zeker niet aan [medewerker 1] gevraagd om over de karpers onwaarheid te verklaren. Dat had helemaal geen zin. (…)

U vraagt mij of er facturen in 2013 door Sauna Peize zijn opgestuurd. Dat klopt, de heer [schade-expert] heeft mij gevraagd om rekeningen van het saunabedrijf van het gehele jaar op te sturen, want die had de expert nodig bij de schadebehandeling. Ik heb de administratie opdracht gegeven om alle facturen van het bedrijf op te sturen aan de heer [schade-expert] . Ik heb die facturen niet gezien voordat zij ze hebben opgestuurd. Ik heb ze gewoon gevraagd om alles op te sturen. (…) Ik bedoel daarmee de facturen die betrekking hebben op de opstallen. (…) U toont mij bijlage 1 bij productie 8 van het verzoekschrift, een staat met het werkloon van de bamboesauna. Ik ken dat formulier. Het is bedoeld voor de accountant. Het zijn kosten die gemaakt zijn voor de bouw van de sauna en zo kan de accountant die in de jaarrekening activeren niet als onkosten opvoeren. Ik wist niet dat de administratie dit formulier meegestuurd had met de facturen. Ik heb daar dus niet bewust om gevraagd. (…)

U vraagt mij of het juist is dat de uren per werknemer op die lijst niet in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. Dat klopt. Het totale aantal uren klopt globaal wel, maar per werknemer wijkt het af. Er zijn misschien wel vijftien werknemers geweest die werkzaamheden hebben gedaan. Soms wordt er ergens op een dag een paar uur besteed aan het doen van boodschappen of opruimwerkzaamheden. Je kunt dat niet allemaal afzonderlijk noteren. Het totaal is een schatting. (…)”

2.33.

[schade-expert] heeft tijdens het voorlopig getuigenverhoor van 16 juli 2014 onder meer verklaard:

“(…)

Op vragen van mr. Backx antwoord ik:

(…)

Ik ben betrokken geweest bij het opstellen van de schade van de brand van 13 oktober 2011.

(…) U vraagt mij of ik nog weet wie er ter plaatse waren. (…) De heer [bestuurder] was toen in bespreking en daar heb ik op gewacht. Verder waren de heren [bouwkundige 2] en [bouwkundige 1] van Crawford er, (…).

De sauna’s waren, in mijn beleving, volledig verloren gegaan. Het stukje dat nog overeind stond, was door rook, hitte, water en roet volledig aangetast. Dit was mij meteen duidelijk.

Ik heb ook gekeken naar de inventaris, waaronder de ligbedden. De inventaris lag in een opslagruimte en dat kon als gevolg van rook en hitte als verloren worden beschouwd.

U vraagt mij of mij iets was opgevallen aan de ligbedden. Alleen dat ze total-loss waren.

U vraagt mij wat de claim is die is neergelegd bij de verzekeraar van de brand- en inventarisschade.

U houdt mij productie 15 bij het rapport van Delta Lloyd voor en vraagt of dat de claim is die is ingediend. Nee, dit is niet de claim van de eerste brand bij de sauna. Dit is de claim van de brand op 13 januari 2013. Ik heb een soortgelijke claim opgesteld voor de eerste brand.

Ik heb aan de hand van het taxatierapport van Lengkeek en foto’s en mijn eigen waarnemingen de claim opgesteld.

U vraagt mij of ik mij nog kan herinneren of er bij de eerste brand bijzettafels beschadigd zijn geraakt. Dat kan ik me nog herinneren. Ik was vergeten die op te nemen, de expert van Crawford heeft mij erop gewezen dat ik ze niet had meegenomen in de claim.

U vraagt mij of ik me kan herinneren dat ik een hogedrukreiniger heb geclaimd waarover discussie is geweest. Ik heb een hogedrukreiniger vermeld in mijn claim, die stond ook vermeld in het rapport van Lengkeek, maar blijkbaar was dit een ander merk dan de werkelijk beschadigde hogedrukreiniger. Deze fout is toen gecorrigeerd. De waarde van de eerst geclaimde machine was ongeveer gelijk aan die van de uiteindelijke hogedrukreiniger, er zat een verschil tussen van ongeveer € 600,- tot € 700,-. We hebben snel overeenstemming bereikt over de schade aan de inventaris.

Met betrekking tot de afwikkeling van de bedrijfsschade vraagt u mij waarom besloten is korting te verlenen. Daartoe is besloten omdat met het wegvallen van twee buitensauna’s de aantrekkelijkheid van Sauna Peize minder was en 50 % van de capaciteit weggevallen was. Er is besloten om gasten te compenseren door een korting van € 5,- te geven. Om de bezoekersaantallen op peil te houden werd in combinatie met de korting ook extra reclame gemaakt. De heer [bestuurder] kwam met het initiatief van de korting, schade-experts zijn daar wat huiveriger voor. Het kortingsbedrag was in dit geval inclusief BTW, dus de werkelijke gevolgen zouden toch lager zijn.

De korting is ingetrokken tijdens de kerstperiode van 2011. Dit omdat dat sowieso een heel drukke periode is en om de bedrijfsschade te beperken. De heer [naam 9] [rechtbank: [naam 9] is in dienst van Crawford] maakte zich zorgen over de hoeveelheid korting, aangezien het bezoekersaantal redelijk op peil bleef. Medio of eind januari is de heer [bestuurder] toen gestopt met het verlenen van korting.

U vraagt mij of de expert van Crawford en ik bij het afwikkelen van de schade volledig op de hoogte waren van het kortingsbeleid. Ja, dat waren we. We hebben de bedrijfsschade vooraf geregeld. Met vooraf bedoel ik voor het werkelijke herstel. We hebben rekening gehouden met de wederopbouw en met schade als gevolg van minder bezoekers en tevens een bedrag voor reclame meegerekend. We wisten niet hoe de bezoekersaantallen zich zouden ontwikkelen en ook niet wanneer de sauna herbouwd zou zijn.

Op het moment van berekening weet je wat de werkelijke kosten zijn, maar voor de toekomst was dat natuurlijk nog een schatting. Korting speelde toen echter geen rol meer. (…)

U vraagt mij waarom ik facturen en dergelijke ten aanzien van de investeringen in de Bamboesauna aan Crawford heb toegezonden. Ik deed dat op verzoek van de heer [bouwkundige 2] . Hij vroeg ons alles aan te leveren wat betrekking had op de eerder gedane investeringen van de sauna’s in de ruimste zin van het woord. U vraagt mij wie die stukken heeft verzameld. Wie dat precies heeft gedaan, weet ik niet. Ik heb gebeld met [naam 8] , van de administratie van Sauna Peize, en zij bevestigde dat ze die stukken zou versturen. Zij heeft zich er dus mee bezig gehouden, maar verder weet ik het niet.

U vraagt mij of de facturen e.d. die ik heb doorgestuurd naar Crawford ook deel uitmaakten van de claim voor de opstalschade. Dat denk ik niet. De heer [bouwkundige 3] heeft zijn eigen berekeningen gemaakt. Ik heb de facturen ook niet gebruikt voor het opstellen van de inventaris- en goederenschade.

U vraagt of de expert van Crawford mij ooit vragen heeft gesteld over de facturen of andere formulieren die hij van Peize zou hebben ontvangen. Nee.

U vraagt mij hoe het traject voor de schadevaststelling verliep. Voor de inventaris had ik te maken met de heer [naam 10] . De heer [naam 10] was wat vlotter dan de heer [bouwkundige 2] . Ik kreeg het idee dat de heer [bouwkundige 2] andere schadebedragen in zijn hoofd had, waarmee de waarheid geweld werd aangedaan.

Ik heb overeenstemming bereikt met de schade-expert over de hoogte van de inventaris- en goederenschade.

U vraagt mij hoe ik heb vastgesteld hoe veel koikarpers als gevolg van de brand dood zijn gegaan. Ik had een idee van de oppervlakte en de inhoud van de vijver. Ik zag op de dag van de brand ook dat er vissen boven waren komen drijven. Ik heb toen gevraagd om die vissen te beredden. De nog vitaal ogende vissen zijn toen naar de fontein bij de parkeerplaats gebracht. Ik heb navraag gedaan bij de heer [bestuurder] en de heer [medewerker 2] . De heer [medewerker 2] was betrokken bij het beredden van de koikarpers. Hij kon geen antwoord geven op de vraag hoeveel vissen er in de vijver zaten en hoeveel er dood waren gegaan. Ook heb ik gevraagd hoeveel hij er heeft overgebracht. Hij kon daarop geen antwoord geven. Ik heb toen een schatting gemaakt dat er 30-50 vissen in zaten. De hovenier van Sauna Peize vertelde dat er ook zeker tien koikarpers uit de privéverzameling van de heer [bestuurder] in de vijver waren gezet. Er was voor de realisatie van de Bamboesauna ook al een vijver aanwezig met koikarpers erin. Ook gasten hebben koikarpers geschonken. Deze aantallen zijn bij elkaar opgeteld en ik kwam tot 30 tot 50 exemplaren. Ik heb met de heer [naam 10] een bedrag vastgesteld op basis van het aantal en de prijs. Hier is wel uitgebreid over gediscussieerd met de heer [naam 10] . We hebben elkaar uiteindelijk getroffen op een bedrag van ongeveer € 10.000,-. Dit was een pure inschatting, omdat er geen andere gegevens voorhanden waren. Ook de schade-expert van Crawford was niet in staat het exacte aantal te achterhalen.

U vraagt mij of het juist is dat de schade is vastgesteld op basis van schattingen. Dat klopt, op basis van schattingen en op koopmanschap. Je moet een dossier natuurlijk afwerken en dat hebben we gedaan op basis van inschattingen.

U vraagt mij of ik kan aangeven hoe het traject is verlopen om het vervuilde water uit de vijver af te voeren. Uit monsters is gebleken dat het water chemicaliën bevatte en niet zomaar afgevoerd kon worden. We hadden goede ervaringen met het bedrijf Holland Herstelgroep/Ureco. De heer [bouwkundige 3] heeft contact met hen opgenomen en zij hebben een offerte uitgebracht. Daar kwam een bedrag uit van ongeveer € 30.000,-. De heer [bestuurder] gaf aan dat er een offerte lag van Rimato van ca. € 13.000,-. Ik heb de heer [bestuurder] gevraagd die offerte goed te controleren, om te voorkomen dat er onvoorziene posten of open eindjes in zaten verborgen, zodat er meerwerk in rekening zou worden gebracht. Daarop heeft de heer [bestuurder] contact opgenomen met Rimato en is er een tweede offerte van rond de € 20.000,- opgesteld.

U vraagt mij of ik weet welke offertes zijn verstuurd aan Crawford. Volgens mij zijn er twee offertes verstuurd, een mail met de uitgangspunten van de Holland Herstelgroep en de tweede offerte van Rimato à € 20.000,-.

U vraagt mij of ik nog andere opmerkingen heb met betrekking tot deze zaak. Volgens mij is de schade door twee professionele experts afgewikkeld. Crawford is met Cunningham een van de grootste schade-experts ter wereld. Bij een dergelijke schade worden ook geen beginners ingezet. Het is niet altijd eenvoudig om tot bedragen te komen, maar het is uiteindelijk wel gelukt en gelet op de problematiek ook nog snel. De schadevaststelling heeft buiten de heer [bestuurder] om plaatsgevonden. We hebben hem wel op de hoogte gehouden van hoe ver we waren, maar we komen tot schadebedragen op basis van eigen berekeningen en eigen inschattingen. Wel heeft de heer [bestuurder] invloed op het accepteren van een voorstel of niet. De heer [bestuurder] kon zich na wat discussie uiteindelijk verenigen met de vastgestelde bedragen.”

2.34.

[bouwkundige 3] heeft tijdens het voorlopig getuigenverhoor van 16 juli 2014 onder meer verklaard:

“(…)

Op vragen van mr. Backx antwoord ik:

(…)

Ik heb voor de tweede brand voor de opstalschade eigen berekeningen gemaakt. U houdt mij voor dat in mijn verklaring wordt gesproken over eenheids- en/of elementenprijzen. Dat zijn verschillende begrippen. De elementenprijs is grofmaziger, je kijkt dan bijvoorbeeld naar een hele muur, de eenheidsprijs is gedetailleerder, op het niveau van de stenen. In de eenheids- en elementenprijzen is een component voor arbeidsuren opgenomen.

Op basis van de tekeningen kun je het vloeroppervlak berekenen en dan kun je de oppervlakte berekenen naar een prijs per vierkante meter. Er wordt door mij geen computerprogramma voor gebruikt, ik bereken op basis van mijn ervaring.

U vraagt mij of ik een afzonderlijke berekening heb gemaakt van arbeidsuren. Nee, dat heb ik niet.

U vraagt mij of ik bekend was met de facturen voor de investeringen aan de Bamboesauna die door mijn collega [schade-expert] aan Crawford zijn verstuurd. Nee, die facturen kende ik niet. Deze facturen vormden voor de opstalschade dan ook geen basis voor de claim.

Ik heb een opzet opgesteld op basis van de schade en deze uitgerekend per element en dan kom je tot een eindtotaal.

U houdt mij twee pagina’s uit productie 18 bij het rapport van Delta Lloyd voor. Ik begrijp dat de rechter-commissaris die pagina’s aan het proces-verbaal zal hechten. U vraagt mij of deze berekening de schadeclaim is die door mij is ingediend namens Peize. Dat is inderdaad de door mij ingediende claim.

U vraagt mij of ik meer kan vertellen over hoe het traject van de schadevaststelling verliep.

Ik heb in eerste instantie deze claim opgesteld. Later heeft [bouwkundige 2] een eigen berekening gemaakt. We hebben later ter plekke beide berekeningen naast elkaar gelegd en gekeken wat de juiste benadering en wat het juiste schadebedrag zou moeten zijn. We hebben toen daar ook overeenstemming bereikt.

U vraagt of tijdens die bespreking de facturen zijn besproken. Nee. We hebben per post gekeken waar mijn claim uit bestond. Ik heb de claim van de heer [bouwkundige 2] grofmaziger bekeken en ik heb aangegeven dat, volgens mij, in zijn claim de verhouding tussen de materialen en de arbeidskosten de werkelijkheid niet weerspiegelde. Er is niet uitvoerig gesproken over de arbeidsuren. De heer [bouwkundige 2] kon zich vinden in mijn opmerkingen.

De heer [bestuurder] was niet betrokken bij het opstellen van de claim. Hij heeft er ook geen invloed op kunnen uitoefenen. Ik heb de claim zelfstandig opgesteld en besproken met [bouwkundige 2] . (…)”

2.35.

[naam 6] heeft tijdens het voorlopig getuigenverhoor van 16 juli 2014 onder andere verklaard:

“(…)

Op vragen van mr. Van de Meent antwoord ik:

(…)

U vraagt mij of ik iets kan verklaren over de koikarpers. Daar was ik bij betrokken, maar ik was niet alleen, naast mij waren ook [medewerker 4] , [naam 1] en [medewerker 1] betrokken. We hebben de nog levende koikarpers gevangen en geteld. We hebben toen ongeveer 19 levende koikarpers eruit gehaald en geteld, verder ook nog goudvissen en andere kleine visjes. Hoeveel er dood waren of hoeveel er oorspronkelijk in de vijver zaten, weet ik echter niet. Ik weet ook niet of de heer [bestuurder] wel de aantallen wist.

De levende koikarpers zijn later naar de vijver in de tuin van de heer [bestuurder] gebracht. Later hebben we de koikarpers in de vijver bij de rotonde, de fontein, geplaatst. Ik weet niet hoe lang ze bij de heer [bestuurder] zijn geweest. (…)

U houdt mij voor dat de heer [medewerker 1] van de heer [bestuurder] opdracht zou hebben gekregen de vijver leeg te pompen. Ik was aanwezig toen de heer [bestuurder] dat de heer [medewerker 1] verzocht.

U vraagt mij of de heer [bestuurder] ook gezegd heeft dat het water naar de sloot moest worden gepompt. Dat heb ik hem niet horen zeggen. [medewerker 1] heeft mij later wel gebeld om te zeggen dat de medewerkers niet mochten meewerken aan het leegpompen van de vijver in de sloot, aangezien dat strafbaar zou zijn, dat gold ook voor zijn zoon [naam 1] .

(…)”

2.36.

Op verzoek van Sauna Peize heeft Von Reth op 26 september 2014 de bedrijfsschade ten gevolge van Brand 3 berekend op afgerond EUR 635.000,00.

2.37.

In een schriftelijke verklaring van 31 oktober 2013 heeft [naam 11] , algemeen directeur van Rimato, onder meer geschreven:

Rimato is (…) eind 2012 benaderd door Sauna Peize.

De heer [medewerker 1] heeft toen contact met ons opgenomen om een offerte uit te brengen voor het afvoeren van het vijverwater rondom de bamboesauna, dat door de brand vervuild was geraakt. Ik heb op 4 december 2012 een offerte uitgebracht voor EUR 2.815 (excl. BTW). Kort daarna nam de heer [medewerker 2] wederom contact met mij op. Er was mij in eerste instantie aangegeven dat het er 50 m3 afvalwater opgezogen en afgevoerd moest worden maar dat bleek in de praktijk veel meer te zijn namelijk maar liefst 450 m3. Op 7 december 2012 heb ik dan ook op basis van deze nieuwe feiten een nieuwe offerte uitgebracht voor een bedrag van EUR 13.335 (excl. BTW).

Enige tijd later heeft de heer [bestuurder] mij weer gebeld. Dit moet in februari 2013 zijn geweest. Hij vroeg mij of in de offerte van 7 december 2012 ook rekening was gehouden met onvoorziene kosten, tegenvallers etc. Dit was niet het geval. Hij vroeg mij vervolgens om een nieuwe offerte op te stellen en daarbij ook rekening te houden met onvoorziene omstandigheden, zodat hij achteraf niet zou worden geconfronteerd met een veel hogere rekening dan voorzien.

Ik heb vervolgens d.d. 25 februari 2013 een nieuwe offerte uitgebracht voor EUR 20.500 (excl. BTW). Deze offerte viel dus hoger uit dan de offerte eind 2012. Dit kwam niet alleen doordat ik rekening heb gehouden met die onvoorziene kosten, maar ook omdat:

- wij begin 2013 in een drukke periode zaten (in tegenstelling tot eind 2012);

- er per 2013 prijsverhogingen waren doorgevoerd door CAO-aanpassing en een aanzienlijke brandstofstijging;

- de kosten van de analyse nu ook in de offerte waren verwerkt;

- een prijsverhoging van de verwerking van het afvalwater als gevolg van een tegenvaller in de analyse.

(…)”

2.38.

Met betrekking tot Brand 1 zijn alle schades vastgesteld en betaald door Delta Lloyd c.s. Met betrekking tot Brand 2 zijn alle schades vastgesteld. De inventaris-/goederenschade is volledig vergoed. Op de opstalschade (van € 353.752,00) en de bedrijfsschade (€ 90.831,00) is een voorschot betaald groot € 80.000,00. Er rest dus nog een bedrag van € 364.583,00. Ten aanzien van Brand 3 zijn de opstal-/ en de inventaris-goederenschade vastgesteld. De inventaris-/goederenschade is volledig vergoed. De opstalschade niet. Die bedraagt € 322.144,00. Hierop is een voorschot betaald van € 100.000,00. De resterende opstalschade bedraagt € 222.144,00. De bedrijfsschade is nog niet vastgesteld.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Sauna Peize vordert samengevat -, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht te verklaren dat Delta Lloyd c.s. geen succesvol beroep toekomt op artikel 7:941 BW ten aanzien van Brand 1, 2 en 3;

II. voor recht te verklaren dat Delta Lloyd c.s. gehouden is de verschillende schades die Sauna Peize heeft geleden en lijdt ten gevolge van Brand 1, 2 en 3 naar rato van hun aandeel op de polis aan Sauna Peize te vergoeden;

III. Delta Lloyd c.s. te veroordelen aan Sauna Peize te betalen naar rato van hun aandeel op de polis de reeds vastgestelde maar nog niet uitgekeerde schade van € 589.727,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 september 2013, althans een door de rechtbank te bepalen datum;

IV. Delta Lloyd c.s. te gebieden de bedrijfsschade ten gevolge van Brand 3 conform de polis vast te stellen en Delta Lloyd c.s. te veroordelen aan Sauna Peize naar rato van hun aandeel op de polis een voorschot te betalen van € 635.000,00 op deze nog vast te stellen schade, althans een zodanig voorschot als de rechtbank juist zal achten;

V. Delta Lloyd c.s. te gebieden de personalia/gegevens van Sauna Peize uit het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister (en uit eventuele ander systemen en/of registers waarin zij staat vermeld) te (doen laten) verwijderen met veroordeling van Delta Lloyd c.s. tot betaling van een dwangsom voor iedere dag dat zij daarmee in gebreke blijft;

VI. Delta Lloyd c.s. te veroordelen aan Sauna Peize te betalen een bedrag aan buitengerechtelijke kosten van € 5.160,00, althans een zodanig bedrag als de rechtbank juist zal achten;

VII. Delta Lloyd c.s. te veroordelen aan Sauna Peize te betalen de (buitengerechtelijke) kosten van de contra-expert van € 33.445,00 exclusief BTW, althans een zodanig bedrag als de rechtbank juist zal achten, vermeerderd met wettelijke handelsrente;

VIII. Delta Lloyd c.s. te veroordelen in de kosten van het geding waaronder de nakosten.

3.2.

Delta Lloyd c.s. voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.4.

Delta Lloyd c.s. vordert samengevat - onder de voorwaarde dat de vordering in conventie geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, veroordeling van Sauna Peize bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad tot betaling van € 1.044.307,00, vermeerderd met rente en kosten.

3.5.

Sauna Peize voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Artikel 7:941 lid 5 BW bepaalt dat het recht op uitkering vervalt indien de verzekeringnemer of de tot uitkering gerechtigde een verplichting als bedoeld in lid 2 niet is nagekomen met het opzet de verzekeraar te misleiden, behoudens voor zover deze misleiding het verval van het recht op uitkering niet rechtvaardigt. Lid 2 van voornoemd artikel bepaalt dat de verzekeringnemer en de tot uitkering gerechtigde verplicht zijn binnen redelijke termijn de verzekeraar alle inlichtingen en bescheiden te verschaffen welke voor deze van belang zijn om zijn uitkeringsplicht te beoordelen. Op Delta Lloyd c.s. rust als verzekeraar de stelplicht, de bewijslast en het bewijsrisico dat sprake is van misleiding in de zin van voornoemd artikel aan de zijde van Sauna Peize. Voorts geldt als uitgangspunt dat ten aanzien van iedere brand (dus van Brand 1, Brand 2 en Brand 3), als afzonderlijke verzekerde evenementen onder de polis, dient te worden beoordeeld of sprake is van het opzet te misleiden. Tevens geldt dat voor het verval van het recht op uitkering in de zin van artikel 7:941 lid 5 BW in beginsel niet relevant is of de misleiding achteraf gezien relevant was voor de schadevaststelling door de verzekeraar.

Anderzijds geldt dat om het verval van het recht op uitkering te doen intreden onvoldoende is dat bij de verzekerde weliswaar het opzet bestaat om de verzekeraar te misleiden en hij daartoe wellicht voorbereidende stappen heeft genomen, maar nog niet is toegekomen aan het aan de verzekeraar opgeven van onjuiste misleidende inlichtingen. Het verval is immers gekoppeld aan het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting van lid 2 van artikel 7:941 BW.

4.2.

Delta Lloyd c.s. heeft verwezen naar het Onderzoeksrapport en -kort samengevat- aangevoerd dat sprake is van misleiding door Sauna Peize ten aanzien van:

Brand 1:

- de claim van ligbedden, de bijzettafels, de hoge drukreiniger, het beschadigen van goederen waaronder het inslaan van ruiten,

- het kortingsbeleid,

Brand 2:

- de claim met betrekking tot de koikarpers,

- de factuur van Rimato (afvoer vijverwater),

- facturen/offertes/urenstaten,

- overige geclaimde goederen,

Brand 3:

- de factuur van Mazzelshop,

- de factuur van Supercamp,

- overige geclaimde goederen.

Deze branden en de daarbij gestelde misleiding zullen hierna achtereenvolgens worden beoordeeld.

Brand 1

De ligbedden en het vernielen van ruiten

4.3.

[medewerker 2] heeft in het kader van het voorlopig getuigenverhoor van 25 oktober 2013 aanvankelijk verklaard dat hij de opdracht tot het vernielen van dingen, het in slaan van ruiten, het in de afgebrande sauna te gooien van onbeschadigde ligbedden en het met roet besmeuren van ligbedden, op de dag van de brand heeft ontvangen en heeft uitgevoerd toen de brandweer al weg was. Hij zou de ruiten samen met [medewerker 3] hebben ingegooid. Tijdens het voorlezen van zijn verklaring komt hij daar op terug en heeft hij verklaard dat de ramen later zijn ingegooid op vrijdag of in het weekend. Nadat hem een foto is getoond waarop een brandweerman is afgebeeld en de ruiten stuk lijken te zijn, heeft [medewerker 2] verklaard dat op de foto met de brandweerman de ruiten er nog inzitten en dat de op die foto zichtbare afgebrokkelde stukken bij raam A en deur B stukken plastic zijn die op de ruit geplakt waren. Over de ligbedden die zijn afbeeld op foto's D, E, F en G verklaart [medewerker 2] dat de ligbedden die onder meer door hem in de sauna zouden zijn gezet te zien zijn op foto F. Hij herkent de mat die daarover gedrapeerd is. Volgens [medewerker 2] kan je ook zien dat de stoelen nieuw en onbeschadigd zijn. De ligbedden zouden daar zijn neergezet door [medewerker 4] en [medewerker 3] in opdracht van [medewerker 2] . De ligbedden op foto D stonden er al maar zijn besmeurd met roet. De ligbedden zouden op de dag van de brand in de tussenruimte zijn gezet nadat de brandweer weg was. [medewerker 3] heeft ten aanzien van de ligbedden en het aanrichten van vernielingen ten overstaan van de onderzoekers van Delta Lloyd verklaard dat hij de opdracht zou hebben gekregen water en roet over de strandstoelen te gooien en de stoelen in de afgebrande sauna te gooien zodat [bestuurder] de stoelen van de verzekering vergoed zou krijgen. Volgens [medewerker 3] zou hij deze opdracht samen met [ex-werknemer] ( [ex-werknemer] ) en [medewerker 2] ( [medewerker 2] ) hebben uitgevoerd.

4.4.

[ex-werknemer] heeft echter ten overstaan van de onderzoekers van Delta Lloyd verklaard dat door de brandweer diverse ramen zijn ingegooid, maar dat hij van overige vernielingen niets afweet.

4.5.

De verklaringen van [medewerker 2] en die van [medewerker 3] zijn aldus in strijd met hetgeen [ex-werknemer] heeft verklaard. Hier komt bij dat de expert van Crawford, [bouwkundige 1] , tijdens het voorlopig getuigenverhoor op 28 maart 2014 heeft verklaard dat de foto's die zijn getoond aan [medewerker 2] tijdens het voorlopig getuigenverhoor van 25 oktober 2013 door hemzelf zijn genomen op de dag van de brand terwijl de brandweer nog aanwezig was, hetgeen ook strookt met de foto waarop de brandweerman is afgebeeld. Dit betekent dat de op de foto's afgebeelde ligbedden reeds in de sauna stonden op de dag van de brand, zodat de verklaringen van [medewerker 2] en [medewerker 3] dat deze ligbedden er later bij zouden zijn gezet (/gegooid) niet juist kunnen zijn. Dit alles maakt dat de verklaringen van [medewerker 2] en [medewerker 3] op dit onderdeel ongeloofwaardig zijn zodat daaraan geen bewijs kan worden ontleend van de stelling van Delta Lloyd c.s. dat Sauna Peize haar zou hebben misleid door opzettelijk dingen te vernielen, ruiten in te gooien en onbeschadigde ligbedden in de sauna te plaatsten en met roet te besmeuren, met het oogmerk een hogere uitkering te ontvangen dan waar Sauna Peize recht op had.

Hogedrukreiniger en bijzettafels

4.6.

Voor zover Delta Lloyd c.s. haar beroep op misleiding in de zin van artikel 7:941 BW stoelt op het ten onrechte claimen door Sauna Peize van een hoge drukreiniger en bijzettafels faalt dit eveneens. De expert van Crawford, [bouwkundige 1] , heeft immers tijdens het voorlopig getuigenverhoor verklaard dat er meerdere bijzettafels door de brand zijn getroffen en dat de expert van Sauna Peize deze was vergeten op te voeren, waarop [bouwkundige 1] heeft gewezen. Van misleiding is de rechtbank op dit punt dan ook niet gebleken. Met betrekking tot de hogedrukreiniger heeft - zo blijkt uit de in het kader van het voorlopig getuigenverhoor door de experts [schade-expert] en [bouwkundige 1] afgelegde verklaringen - kennelijk een misverstand bestaan,dat uiteindelijk door hen is gecorrigeerd. In dat licht is onvoldoende gesteld en onderbouwd dat hier sprake is van opzet tot misleiding door Sauna Peize van Delta Lloyd c.s.

Het kortingsbeleid

4.7.

Delta Lloyd c.s. heeft in de conclusie van antwoord in conventie betoogd dat de handelswijze van haar eigen expert, Crawford, ertoe heeft geleid dat Delta Lloyd c.s. (op basis van de informatie die zij nu heeft) niet met absolute zekerheid kan vaststellen dat Sauna Peize over een bepaalde periode heeft getracht zowel de (niet gegeven) entreekorting aan bezoekers in eigen zak te steken, als die korting uiteindelijk bij Delta Lloyd c.s. te claimen. Dit betekent dat voor misleiding op dit punt onvoldoende is gesteld.

Conclusie Brand 1

4.8.

Het voorgaande betekent dat onvoldoende is gesteld en onderbouwd dat Sauna Peize met betrekking tot Brand 1 met opzet Delta Lloyd c.s. heeft misleid in de zin van artikel 7:941 BW. Dit betekent dat de door Sauna Peize op dit punt gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen.

Brand 2

De koikarpers

4.9.

Met betrekking tot de koikarpers stelt Delta Lloyd c.s. dat Sauna Peize minimaal veertig koikarpers heeft geclaimd terwijl [bestuurder] wist dat er slechts één van twintig koikapers uit de vijver bij de bamboesauna de brand niet heeft overleefd. [bestuurder] zou volgens Delta Lloyd c.s. aan [medewerker 1] opdracht hebben gegeven om in strijd met de waarheid aan Delta Lloyd mee te delen dat er 30 tot 35 koikarpers door de brand zouden zijn overleden.

4.10.

Met betrekking tot de koikarpers heeft [medewerker 1] tijdens het voorlopig getuigenverhoor van 25 oktober 2013 verklaard dat hij door [bestuurder] is gevraagd als contactpersoon op te treden jegens Delta Lloyd c.s. en dat hij van [bestuurder] aan Delta Lloyd moest opgegeven dat er dertig tot vijfendertig karpers in een container waren gegooid en dat er nog vier à vijf in de vijver zwommen. [medewerker 1] vond het vreemd dat hij als contactpersoon zou optreden omdat de koikarpers in november uit de vijver waren gehaald toen hij niet werkzaam was bij Sauna Peize. Dat heeft [medewerker 1] ook aan de onderzoeker van Delta Lloyd verteld.

4.11.

[medewerker 2] heeft in het kader van het voorlopig getuigenverhoor op 25 oktober 2013 verklaard dat de brand 's nachts of 's avonds heeft gewoed en dat hij de volgende dag in de middag met [bestuurder] heeft gesproken. Alle vissen moesten uit de vijver gehaald worden. Die opdracht heeft [medewerker 2] uitbesteed aan [medewerker 4] , zijn zoon [naam 1] en [naam 2] . Er zijn toen negentien vissen verplaatst. Eén vis lag dood in de vijver, de rest was nog in leven, hetgeen [medewerker 2] ook tegen [bestuurder] zou hebben gezegd.

4.12.

[naam 6] heeft tijdens het voorlopig getuigenverhoor op 16 juli 2014 over de koikarpers verklaard dat zij samen met [medewerker 4] , [naam 1] en [medewerker 2] negentien koikarpers heeft gevangen en geteld. Hoeveel er dood waren of hoeveel er oorspronkelijk in de vijver zaten weet zij echter niet.

4.13.

[schade-expert] , schade-expert van Von Reth, heeft tijdens het voorlopig getuigenverhoor op 16 juli 2014 over de koikarpers verklaard dat hij aan de hand van de oppervlakte en de inhoud van de vijver de aantallen koikarpers heeft geschat. [schade-expert] verklaart dat hij op de dag van de brand heeft gezien dat vissen boven waren komen drijven. Desgevraagd had [medewerker 2] niet aan [schade-expert] kunnen aangeven hoeveel koikarpers er waren overleden of hoeveel er naar de andere vijver overgebracht waren. Vervolgens heeft [schade-expert] het aantal koikarpers geschat op 30-50. Omdat de hovenier vertelde dat er zeker tien koikarpers uit de privéverzameling van [bestuurder] in de vijver waren gezet en ook relaties van de sauna koikarpers hadden geschonken kwam [schade-expert] schattenderwijs op 30 tot 50 exemplaren. Vervolgens zijn [schade-expert] en [naam 10] (als expert in dienst van Crawford) gaan onderhandelen en hebben zij elkaar getroffen op een bedrag van ongeveer € 10.000,00 voor de overleden koikarpers. Volgens [schade-expert] was het ook de schade-expert van Crawford niet gelukt het exacte aantal koikarpers te achterhalen.

4.14.

Uit de verklaring van [schade-expert] blijkt dat de schade-experts van Delta Lloyd c.s. en Sauna Peize de aantallen koikarpers hebben geschat wegens gebrek aan informatie over het aantal overleden koikarpers. De experts hebben vervolgens onderhandeld om elkaar uiteindelijk te vinden op een schadebedrag van € 10.000,00 in verband met de overleden koikarpers. In dat licht is onvoldoende gesteld om de conclusie te rechtvaardigen dat Sauna Peize een onjuist aantal overleden koikarpers zou hebben opgegeven aan verzekeraars met het oogmerk verzekeraars te misleiden, reeds omdat - nu de experts de aantallen hebben geschat - niet is gebleken hoeveel dode koikarpers Sauna Peize precies heeft opgegeven aan Delta Lloyd c.s. Uit de verklaring van [medewerker 1] kan dat immers niet volgen nu vaststaat dat hij uit eigen wetenschap over het aantal vissen niets kan verklaren omdat hij in november niet werkzaam was voor Sauna Peize en bovendien uit die verklaring niet blijkt welk aantal overleden koikarpers aan Delta Lloyd daadwerkelijk is opgegeven. [medewerker 1] verklaart immers slechts dat hij als contactpersoon zou optreden en dat hem door [bestuurder] is gevraagd te melden dat er dertig tot vijfendertig karpers in een container waren gegooid. Wat uiteindelijk is opgegeven aan verzekeraars blijkt uit de verklaring van [medewerker 1] niet. [naam 6] heeft als getuige verklaard niet te weten hoeveel vissen er dood waren of hoeveel er oorspronkelijk in de vijver zaten. Aldus rest alleen de verklaring van [medewerker 2] omtrent het aantal doden vissen. De verklaring van [medewerker 2] en die van [schade-expert] wijken op dit punt echter van elkaar af. [medewerker 2] verklaart dat er slechts één vis dood was terwijl [schade-expert] heeft verklaard op de dag van de brand dode vissen (derhalve meer dan één) te hebben zien bovendrijven. Voor zover Delta Lloyd c.s. heeft gewezen op de e-mail van de zoon van [medewerker 2] , [naam 1] , (zie r.o. 2.15) kan dit haar evenmin baten nu uit deze e-mail niet blijkt hoeveel koikarpers er dood waren. De rechtbank acht in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen onvoldoende gesteld en onderbouwd om te kunnen zeggen dat sprake is geweest van misleiding door Sauna Peize van Delta Lloyd c.s. omtrent het aantal geclaimde dode koikarpers.

4.15.

Ten aanzien van de in het geding gebracht geluidsopnames geldt het volgende. Deze kunnen niet bijdragen aan het te leveren bewijs. Vast staat dat de data van de waarop de geluidsopnamen zijn gemaakt, niet kunnen overeenstemmen met de data die daarop als zodanig zijn vermeld. Bovendien heeft Sauna Peize slechts fragmenten van opnames in het geding gebracht, zodat de context waarin bepaalde uitlatingen zijn gedaan ontbreekt.

De factuur van Rimato

4.16.

Delta Lloyd c.s. betoogt dat de oorspronkelijke offerte van Rimato is verhoogd van € 13.335,00 naar € 20.500,00 met het opzet van Sauna Peize om een hogere uitkering te ontvangen.

4.17.

Vaststaat dat de expert van Sauna Peize een offerte heeft opgevraagd bij de Holland Herstelgroep/Ureco voor de afvoer van het vijverwater, welke offerte uitkwam op circa € 30.000,00. Tevens staat vast dat de offerte van Rimato van € 20.500,00 daar ruimschoots onder zit. Alleen [medewerker 2] heeft tijdens het voorlopig getuigenverhoor van 25 oktober 2013 verklaard dat de offerte van Rimato is verhoogd omdat het een verzekeringskwestie betrof. [bestuurder] heeft verklaard dat de offerte is verhoogd omdat de aanvankelijke offerte risico's bevatte voor bijvoorbeeld overwerk. De uiteindelijke offerte van € 20.500,00 was een vaste prijs. De expert van Sauna Peize, [schade-expert] , heeft in het kader van het voorlopig getuigenverhoor verklaard dat hij naar aanleiding van de door hem ontvangen offerte van Holland Herstelgroep/Ureco aan [bestuurder] heeft gevraagd de offerte van Rimato die uitkwam op circa € 13.000,00 goed te controleren om te voorkomen dat er onvoorziene posten of open eindjes in zaten verborgen, zodat er meerwerk in rekening zou worden gebracht. Daarop heeft [bestuurder] , aldus [schade-expert] , contact opgenomen met Rimato en is er een tweede offerte van rond de € 20.000,00 opgesteld. Deze verklaringen van [bestuurder] en [schade-expert] stroken met de schriftelijke verklaring van de directeur van Rimato (zie 2.30) die eveneens heeft verklaard dat de offerte is verhoogd in verband met het uitsluiten van onvoorziene kosten. In dit licht is de enkele verklaring van [medewerker 2] onvoldoende om de stelling te onderbouwen dat Sauna Peize met het opzet Delta Lloyd c.s. te misleiden de offerte van Rimato heeft laten verhogen.

Het afvoeren van het vijverwater

4.18.

Voor zover Delta Lloyd c.s. heeft betoogd dat sprake is van misleiding door de opdracht van [bestuurder] het vijverwater extra te vervuilen alsmede de opdracht de vijver leeg te pompen in de achterliggende sloot, heeft te gelden dat wat hier verder ook van zij, of deze opdracht nu wel of niet is gegeven, vaststaat dat de opdracht niet is uitgevoerd. Zowel [medewerker 2] als [medewerker 1] hebben immers verklaard de opdracht niet te hebben uitgevoerd. Voorts staat vast dat het vijverwater uiteindelijk daadwerkelijk is afgevoerd door Rimato. Dit betekent dat van daadwerkelijke misleiding van verzekeraars door Sauna Peize op dit punt geen sprake is.

De facturen/offertes/urenstaten

4.19.

Vaststaat dat onder de stukken, welke op verzoek van de expert van Crawford zijn toegestuurd door Sauna Peize, zich een overzicht bevond van het door [medewerker 2] aan de bamboesauna gewerkte aantal uren van in totaal 765 uren tegen een (fictief) tarief van € 35,00 per uur. Van dit stuk staat onbetwist vast dat het daarop vermelde aantal uren niet juist is. [medewerker 2] heeft ongeveer 40 uren aan de sauna gewerkt. Volgens [bestuurder] (aldus zijn verklaring in het kader van het voorlopig getuigenverhoor) betreft deze staat een verzamelstaat ten behoeve van de boekhouder waarop uren van meerdere werknemers die aan de bouw van de sauna hebben gewerkt zijn opgeteld. De vraag is of door het opsturen aan de expert van verzekeraars van deze urenstaat sprake is van opzettelijke misleiding in de zin van artikel 7:941 BW door Sauna Peize. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Weliswaar staat vast dat de urenstaat is opgestuurd naar de expert van Delta Lloyd c.s. in het kader van diens verzoek om meer inlichtingen omtrent de bouw van de bamboesauna, maar ook dat deze urenstaat niet is gebruikt ter onderbouwing van de door de expert van Sauna Peize ingediende claim ten aanzien van de schade aan de baboesauna. [bouwkundige 3] heeft, als expert van Sauna Peize, in het kader van het voorlopig getuigenverhoor verklaard niet bekend te zijn met de facturen voor de investeringen aan de bamboesauna. De facturen vormden voor de opstalschade geen basis voor de claim, aldus [bouwkundige 3] . [schade-expert] heeft verklaard de facturen en dergelijke ten aanzien van de investeringen in de bamboesauna aan Crawford te hebben toegezonden op verzoek van [bouwkundige 2] die had gevraagd om alles aan te leveren wat betrekking had op de eerder gedane investeringen van de sauna's in de ruimste zin van het woord. [schade-expert] heeft verklaard dat deze stukken geen onderdeel hebben uitgemaakt van de opgestelde claim voor de opstalschade. [bouwkundige 3] heeft hiertoe eigen berekeningen gemaakt. In dit licht is onvoldoende gesteld en onderbouwd dat sprake is van misleiding door Sauna Peize van Delta Lloyd c.s. in het kader van de door verzekeraars vast te stellen uitkeringsplicht van de opstalschade van de bamboesauna. De door Sauna Peize ingediende claim bij Delta Lloyd c.s. is immers niet mede gegrond op de betreffende facturen.

Conclusie Brand 2

4.20.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de conclusie dat onvoldoende is gesteld en onderbouwd dat Sauna Peize met betrekking tot Brand 2 niet aan haar inlichtingenverplichtingen uit artikel 7:941 lid 2 BW heeft voldaan, met het opzet Delta Lloyd c.s. te misleiden. Dit betekent dat de door Sauna Peize op dit punt gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen.

Brand 3

4.21.

In het Onderzoeksrapport staat dat volgens mededeling van [bestuurder] hij in 2012 nieuwe ligbedden zou hebben aangeschaft welke aankoop aannemelijk leek, omdat tijdens de brand in 2011, 98 ligbedden zouden zijn verbrand en zijn vergoed door verzekeraars. Sauna Peize heeft ter onderbouwing van de schade aan de ligbedden een factuur van de Mazzelshop beschikbaar gesteld welke betrekking zou hebben op de aanschaf van 100 ligbedden. Deze factuur is gedateerd op 16 maart 2012. De directeur van de Mazzelshop heeft tegenover de onderzoeker van Delta Lloyd verklaard dat dit een valse factuur betreft. Er zijn in 2012 geen 100 nieuwe ligbedden door Sauna Peize aangeschaft bij De Mazzelshop (zie 7.2.1. van het Onderzoeksrapport, hiervoor onder 2.14). Het betreft derhalve een valse factuur, hetgeen kwalificeert als misleiding, aldus Delta Lloyd c.s.

4.22.

Sauna Peize voert aan dat door Brand 3 ligbedden verloren zijn gegaan. Naar aanleiding van het verzoek van de expert van Delta Lloyd om de prijs van de ligbedden in 2012 te onderbouwen heeft [bestuurder] de Mazzelshop benaderd - alwaar hij die ligbedden ooit heeft gekocht - en verzocht om een prijsopgave voor de waarde van de ligbedden in 2012. Vervolgens heeft [bestuurder] het door de Mazzelshop ontvangen stuk doorgeleid naar de expert van Delta Lloyd zonder daar verder naar te kijken. Uit de verklaring van de directeur van de Mazzelshop van 22 mei 2013 blijkt dat bij vergissing door de medewerker van de Mazzelshop een factuur is opgemaakt in plaats van een prijsopgave, aldus steeds Sauna Peize.

4.23.

De rechtbank overweegt als volgt. Sauna Peize heeft niet weersproken dat [bestuurder] aan Delta Lloyd heeft meegedeeld dat hij in 2012 nieuwe ligbedden zou hebben aangeschaft. Dit verklaart waarom de expert van Delta Lloyd heeft gevraagd om onderbouwing van de aanschafwaarde van die ligbedden. Vaststaat dat in 2012 geen nieuwe ligbedden zijn aangeschaft door Sauna Peize bij de Mazzelshop. Dit betekent dat ongeacht de gang van zaken bij de Mazzelshop ten aanzien van het verstrekken van een factuur dan wel een prijsopgaaf, sprake is van onjuiste en misleidende opgave door Sauna Peize van Delta Lloyd c.s. ten aanzien van de aanschaf van nieuwe ligbedden in 2012. De onjuiste mededeling van [bestuurder] aan Delta Lloyd c.s. dat nieuwe ligbedden zouden zijn aangeschaft in 2012 kan niet anders dan opzettelijk zijn gedaan, met het oogmerk Delta Lloyd c.s. te misleiden over de aanschaf van ligbedden in 2012. Dit betekent dat op dit punt sprake is van misleiding door Sauna Peize van Delta Lloyd c.s. in de zin van artikel 7:941 BW zodat ingevolge lid 5 van voornoemd artikel de uitkeringsplicht van Delta Lloyd c.s. jegens Sauna Peize ten aanzien van Brand 3 is komen te vervallen. Voor zover Sauna Peize heeft aangevoerd dat de factuur van De Mazzelshop niet relevant is omdat de schadevaststelling ten aanzien van de ligbedden op basis van voortaxatie heeft plaatsgevonden, faalt haar betoog. Immers - zoals hiervoor reeds overwogen in r.o. 4.1. - is voor het verval van het recht op uitkering niet van belang of achteraf gezien de misleiding relevant was voor de schadevaststelling door de verzekeraar. Dat deze misleiding het verval van het recht op uitkering ten aanzien van Brand 3 niet zou rechtvaardigen (in de zin van artikel 7:941 lid 5 BW) is gesteld noch gebleken.

Conclusie Brand 3

4.24.

Nu op grond van hetgeen hiervoor is overwogen sprake is van opzet te misleiden, hetgeen leidt tot het verval van het recht op uitkering ten aanzien van Brand 3, behoeft hetgeen partijen verder hebben aangevoerd met betrekking tot deze brand geen verdere bespreking.

Conclusie

4.25.

Op grond van hetgeen hier voor is overwogen zal de in conventie gevorderde verklaring voor recht ten aanzien van Brand 1 en Brand 2 worden toegewezen als hierna volgt. Met betrekking tot Brand 3 zullen de vorderingen in conventie worden afgewezen.

4.26.

Het onder 3.1. sub III gevorderde zal worden toegewezen tot een bedrag van € 364.583,00, nu dat het vastgestelde, maar nog niet uitgekeerde schadebedrag is ten aanzien van Brand 2. Voor het overige ziet het gevorderde op Brand 3 en zal het worden afgewezen. De wettelijke rente over voornoemd bedrag zal worden toegewezen zoals gevorderd nu deze niet is betwist.

4.27.

De gevorderde verwijdering uit de diverse registers en systemen zal worden afgewezen gelet op de misleiding die ten aanzien van Brand 3 heeft plaatsgevonden.

4.28.

Sauna Peize heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd van € 5.160,00 zijnde twee punten van het toepasselijke liquidatietarief uit het rapport Voorwerk II en zij heeft onderbouwd dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt. Deze vordering is door Delta Lloyd c.s. niet betwist. De rechtbank acht de buitengerechtelijke incassokosten redelijk en zal deze dan ook toewijzen. Ook de wettelijke rente zal - als onbetwist - worden toegewezen. Nu Sauna Peize geen ingangsdatum heeft genoemd, zal de wettelijke rente met ingang van de dag der dagvaarding worden toegewezen, derhalve met ingang van 22 oktober 2014.

4.29.

Ook heeft Sauna Peize een bedrag van € 33.445,00 (exclusief BTW) gevorderd aan kosten van haar expert, welke kosten niet zijn vergoed door Delta Lloyd c.s. Sauna Peize grondt deze vordering op artikel 6:96 lid 2 sub b BW. Ook deze vordering is door Delta Lloyd c.s. niet betwist en komen de rechtbank redelijk voor. Dit betekent dat ook deze kosten zullen worden toegewezen te vermeerderen met de wettelijke vanaf 6 mei 2013 nu ook deze rente niet is betwist.

Voor zover de rente als bedoeld in artikel 6:119a BW is gevorderd zal de vordering worden afgewezen, omdat het hier geen betalingsverplichting op grond van een handelsovereenkomst betreft.

in reconventie

4.30.

De voorwaarde waaronder de reconventie is ingesteld is ingetreden nu de rechtbank in conventie ten aanzien van Brand 3 van oordeel is dat sprake is van misleiding in de zin van artikel 7:941 lid 5 BW. De rechtbank komt derhalve toe aan de beoordeling van die vordering.

4.31.

Aangezien met betrekking tot Brand 1 en Brand 2 geen misleiding van Delta Lloyd c.s. aan de orde is hoeft hetgeen Delta Lloyd c.s. ten aanzien van die branden in reconventie heeft gevorderd geen bespreking.

4.32.

Met betrekking tot Brand 3 heeft Delta Lloyd c.s. aangevoerd de inventarisschade van € 68.735,00 minus het eigen risico van € 2.500,00, aan Sauna Peize te hebben vergoed. Ook is een voorschot betaald van € 100.000,00. Derhalve is in totaal ten aanzien van Brand 3 een bedrag betaald aan Sauna Peize van € 166.235,00 welk bedrag onverschuldigd is betaald nu de vordering onder de polis is komen te vervallen wegens de opzettelijke misleiding van Sauna Peize. Daarnaast heeft Delta Lloyd c.s. een bedrag van € 27.480,00 uitgekeerd aan kosten van de contra-expert. Ook deze kosten vordert Delta Lloyd c.s. terug. Een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding in kort geding, 8 juli 2013, althans vanaf de datum indienen conclusie van eis in reconventie zijnde 28 januari 2015.

4.33.

De door Delta Lloyd c.s. gestelde betalingen zijn door Sauna Peize niet betwist. Nu zoals in conventie overwogen de uitkeringsplicht van Delta Lloyd c.s. jegens Sauna Peize ten aanzien van Brand 3 is komen te ontvallen, zijn die bedragen onverschuldigd betaald. Sauna Peize is gehouden het bedrag van € 166.235,00 terug te betalen aan Delta Lloyd c.s.

De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis, nu niet eerder sprake is van verzuim aan de zijde van Sauna Peize.

4.34.

De vordering tot terugbetaling van de kosten van de contra-expert zal worden afgewezen. Immers is deze contra-expert betrokken bij alle drie de branden en is niet gespecificeerd welk deel van de kosten van deze expert ziet op Brand 3. Het had op de weg van Delta Lloyd c.s. gelegen om dit gemotiveerd te stellen en onderbouwen. Dat zij zulks heeft nagelaten dient voor haar rekening en risico te blijven.

Proceskosten in conventie en reconventie

4.35.

De proceskosten in zowel de conventie als reconventie zullen worden gecompenseerd nu beide partijen over en weer op hoofdpunten deels in het gelijk en deels in het ongelijk zijn gesteld

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

verklaart voor recht dat Delta Lloyd c.s. geen beroep toekomt op artikel 7:941 lid 5 BW ten aanzien van Brand 1 en Brand 2;

5.2.

verklaart voor recht dat Delta Lloyd c.s. is gehouden de schade die Sauna Peize heeft geleden en lijdt ten gevolge van Brand 1 en Brand 2 naar rato van ieders aandeel op de polis aan Sauna Peize te vergoeden;

5.3.

veroordeelt Delta Lloyd c.s. te betalen aan Sauna Peize ieder een deel evenredig aan zijn aandeel in de polis van een bedrag groot € 364.583,00 (driehonderd en vierenzestig duizend vijfhonderd en drieëntachtig euro), vermeerderd met de wettelijk rente vanaf 24 september 2013 tot aan de dag der voldoening;

5.4.

veroordeelt Delta Lloyd c.s. te betalen aan Sauna Peize een bedrag van € 5.160,00 (vijfduizend honderd en zestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2014 tot aan de dag der voldoening;

5.5.

veroordeelt Delta Lloyd c.s. te betalen aan Sauna Peize een bedrag van € 33.445,00 (exclusief BTW), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2013 tot aan de dag der voldoening;

5.6.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.7.

verklaart de veroordeling sub 5.3, 5.4. en 5.5. uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

5.9.

veroordeelt Sauna Peize te betalen aan Delta Lloyd c.s. een bedrag van € 166.235,= (honderdzesenzestigduizend tweehonderd en vijfendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

5.10.

verklaart dit vonnis in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

5.11.

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.12.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus, rechter, bijgestaan door mr. A. Vogelzang, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2015.1

1 *