Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:651

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
11-02-2015
Datum publicatie
11-02-2015
Zaaknummer
C/13/519899 / HA ZA 12-744
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Yukos. Freezing Order. Afstemmingsregel (kort geding – bodemzaak). De rechtbank veroordeelt Rosneft en Promneftstroy tot vergoeding van de schade die Yukos International heeft geleden doordat zij door hen is gedwongen zich te gedragen overeenkomstig door de Hoge Raad vernietigde beslissingen in kort geding. De hoogte van die schade zal worden vastgesteld in een zogeheten schadestaatprocedure

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/224
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/519899 / HA ZA 12-744

Vonnis van 11 februari 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

YUKOS INTERNATIONAL UK B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. B.F.H. Rumora-Scheltema te Amsterdam,

tegen

1. de rechtspersoon naar het recht van de Russische Federatie

OOO PROMNEFTSTROY,

woonplaats gekozen hebbende te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.F. Ouwehand te Amsterdam,

2. de rechtspersoon naar het recht van de Russische Federatie

ROSNEFT OIL COMPANY,

gevestigd te Moskou (Russische Federatie),

gedaagde,

advocaat mr. G.H. Gispen te Amsterdam,

3. [gedaagde 3],

woonplaats gekozen hebbende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.F. Ouwehand te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Yukos International, Promneftstroy, Rosneft en [gedaagde 3] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 27 december 2011;

  • -

    de akte houdende overlegging producties, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties, van Promneftstroy en [gedaagde 3];

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende een verzoek om aanhouding van deze procedure, met producties, van Rosneft;

  • -

    de antwoordakte naar aanleiding van het Verzoek om aanhouding van de procedure, van Yukos International;

  • -

    de akte uitlating aanhoudingsverzoek, van Promneftstroy en [gedaagde 3];

  • -

    het tussenvonnis van 28 november 2012;

  • -

    de conclusie van repliek, met een productie;

  • -

    de conclusie van dupliek van Rosneft;

  • -

    de conclusie van dupliek van Promneftstroy en [gedaagde 3];

  • -

    het op 9 januari 2014 gehouden pleidooi, het daarvan opgemaakte proces-verbaal en de daarin vermelde stukken;

  • -

    de akte antwoord eiswijzigingen, tevens akte uitlating producties, van Promneftstroy en [gedaagde 3];

  • -

    de antwoordakte inzake eiswijziging, van Rosneft.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

Partijen en overige betrokkenen

2.1.

Tot april 2005 werden de aandelen in het kapitaal van Yukos International gehouden door Yukos Finance B.V. (hierna: Yukos Finance). Vanaf april 2005 worden de aandelen in het kapitaal van Yukos International gehouden door Stichting Administratiekantoor Yukos International (hierna: StAK Yukos International) en worden de certificaten van die aandelen gehouden door Yukos Finance.

2.2.

Statutair bestuurders van Yukos Finance en Yukos International waren destijds [naam 1] (hierna: [naam 1]) en [naam 2] (hierna: [naam 2]).

2.3.

De aandelen in het kapitaal van Yukos Finance werden destijds gehouden door de rechtspersoon naar het recht van de Russische Federatie OAO Yukos Oil Company (hierna: Yukos Oil), gevestigd te Moskou (Russische Federatie).

2.4.

Volgens twee door Rosneft in het geding gebrachte Engelse vertalingen van de desbetreffende beslissingen heeft The Moscow Arbitrazh Court in maart 2006 een supervision procedure op Yukos Oil van toepassing verklaard, heeft The Moscow Arbitrazh Court Yukos Oil in augustus 2006 bankrupt verklaard, heeft The Moscow Arbitrazh Court als temporary receiver respectievelijk receiver aangesteld [naam 3] (hierna: [naam 3] q.q.) en was Rosneft als schuldeiser van Yukos Oil bij de totstandkoming van beide beslissingen betrokken.

2.5.

[naam 3] q.q. heeft de door Yukos Oil gehouden aandelen Yukos Finance in augustus respectievelijk september 2007 verkocht aan Promneftstroy, die gevestigd is te Moskou (Russische Federatie). [naam 3] q.q. heeft tevens de door het toepasselijke recht voorgeschreven leveringshandelingen verricht.

2.6.

De bankruptcy van Yukos Oil is in november 2007 geëindigd.

2.7.

[gedaagde 3] is op 7 september 2010 benoemd tot statutair bestuurder van Promneftstroy.

Bodemzaak

2.8.

Bij vonnis van 31 oktober 2007 (ECLI:NL:RBAMS:2007:BB6782), gewezen in de zaak van [naam 1], [naam 2] en Yukos Finance als eisers tegen [naam 3] q.q., [naam 4] en [naam 5] (hierna: [naam 5]) als gedaagden, heeft deze rechtbank, voor zover hier van belang, overwogen en beslist:

3.3.

De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of [naam 3] de hem naar Russisch faillissementsrecht toekomende vertegenwoordigingsbevoegdheid ook in Nederland kan uitoefenen ter zake van het aan Yukos Oil toekomende stemrecht op de door haar gehouden aandelen in Yukos Finance. Daarbij geldt dat, nu [naam 3]’s vertegenwoordigingsbevoegdheid zijn grondslag vindt in het vonnis waarbij Yukos Oil in de Russische Federatie in staat van faillissement is verklaard, [naam 3] die bevoegdheid slechts in Nederland zal kunnen uitoefenen, indien en voor zover het Russische faillissementsvonnis in Nederland kan worden erkend. Tussen de Russische Federatie en Nederland bestaat geen verdrag met betrekking tot de erkenning van faillissementsprocedures, zodat de rechtbank zelfstandig zal moeten beoordelen of en in hoeverre het Russische faillissementsvonnis en de daarop gebaseerde bevoegdheid van [naam 3] Yukos Oil te vertegenwoordigen, in Nederland voor erkenning in aanmerking komen.

3.4.

Buitenlandse rechterlijke uitspraken komen bij gebreke van een desbetreffend verdrag slechts voor erkenning in Nederland in aanmerking indien:
(i) de rechtsmacht van de buitenlandse rechter is gebaseerd op een naar internationale maatstaven aanvaardbare rechtsmachtgrond;
(ii) de buitenlandse procedure is gevoerd met inachtneming van de beginselen van een behoorlijke procesorde;
(iii) de buitenlandse uitspraak niet strijdig is met de Nederlandse openbare orde.
De stellingen van [naam 1] c.s. strekken onder meer ertoe te betogen dat niet aan de onder (ii) en (iii) genoemde voorwaarden voor erkenning van het faillissementsvonnis is voldaan.

(…)

3.21.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het Russische faillissementsvonnis waarbij [naam 3] tot curator in het faillissement van Yukos Oil is benoemd tot stand is gekomen op een wijze die niet in overeenstemming is met de Nederlandse beginselen van een behoorlijke procesorde en aldus strijdig is met de Nederlandse openbare orde. Het faillissementsvonnis kan om die reden niet worden erkend en de daaruit naar Russisch recht voortvloeiende bevoegdheden van de curator kunnen door [naam 3] in Nederland niet worden uitgeoefend. Dit brengt mee dat [naam 3] niet bevoegd was Yukos Oil in Nederland te vertegenwoordigen ter zake van de uitoefening van het stemrecht op de door haar gehouden aandelen in Yukos Finance. De door [naam 3] namens Yukos Oil genomen aandeelhoudersbesluiten, waaronder het besluit tot ontslag van [naam 1] en [naam 2] van 11 augustus 2006 en de besluiten tot benoeming van [naam 5] en [naam 4] als bestuurders van Yukos Finance, zijn dan ook niet genomen door het daartoe door de wet aangewezen orgaan van de vennootschap en derhalve nietig.
Dit brengt voorts mee dat [naam 5] en [naam 4] nooit tot bestuurders van Yukos Finance zijn benoemd, zodat ook alle door hen in die hoedanigheid genomen besluiten nietig zijn.

De beslissing

De rechtbank:

- verklaart voor recht dat alle aandeelhoudersbesluiten met betrekking tot Yukos Finance, voor zover genomen door [naam 3] in zijn hoedanigheid van curator van Yukos Oil, daaronder begrepen doch niet beperkt tot het besluit tot ontslag van [naam 1] en [naam 2] als bestuurder van Yukos Finance B.V. d.d. 11 augustus 2006 alsmede de beweerdelijke besluiten tot benoeming van [naam 5] en [naam 4] als bestuurder van Yukos Finance, nietig zijn;

- verklaart voor recht dat alle besluiten genomen door [naam 5] en/of [naam 4] in hun vermeende hoedanigheid van bestuurder van Yukos Finance B.V. nietig zijn (…).

2.9.

Bij deelarrest van 19 oktober 2010 (ECLI:NL:GHAMS:2010:BO1035), gewezen in de gevoegde zaken van (i) [naam 3] q.q. als appellant en Promneftstroy en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [gedaagde 3] en [naam 6] (hierna: [naam 6]), beiden door [naam 3] q.q. benoemd als statutair bestuurder van Yukos Finance) als tussenkomende partijen tegen [naam 1], [naam 2] en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2]) als geïntimeerden en (ii) [naam 5] als appellant en Promneftstroy en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [gedaagde 3] en [naam 6]) als tussenkomende partijen tegen [naam 1], [naam 2] en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2]) als geïntimeerden heeft het gerechtshof te Amsterdam de vorderingen van Promneftstroy en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [gedaagde 3] en [naam 6]) als tussenkomende partijen afgewezen en voor recht verklaard dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen Yukos Finance is geworden.

2.10.

Bij arrest van 13 september 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ5668), gewezen in de zaak van Promneftstroy en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [gedaagde 3] en [naam 6]) als eiseressen tot cassatie, verweersters in het incidentele cassatieberoep, tegen [naam 1], [naam 2] en Yukos Finance (vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2]) als verweerders in cassatie, eisers in het incidentele cassatieberoep, heeft de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 19 oktober 2010 vernietigd en het geding verwezen naar dat gerechtshof ter verdere behandeling en beslissing.

Kort geding

2.11.

Bij Order van 26 mei 2006 heeft de United States Bankruptcy Court (Southern District of New York) op verzoek van [naam 3] q.q. (onder anderen) Yukos International bevolen de opbrengst van de verkoop van haar belang in AB Mazeikiu Nafta te storten op “a segregated interest bearing bank account (the “Bank Account”) in the name of Yukos International” en bepaald dat de verkoopopbrengst “shall not be used for any purpose, nor distributed from the Bank Account, absent an agreement of the Parties or an order of the Dutch court”.

2.12.

Bij Order van 4 januari 2008 heeft de United States Bankruptcy Court (Southern District of New York), voor zover hier van belang, overwogen en beslist:

The obligation under the May 26 Order to maintain the proceeds from the sale of the interest of Yukos International in AB Mazeikiu Nafta in a segregated interest bearing bank account (the “Bank Account”) in the name of Yukos International, and the prohibition on use or distribution from the Bank Account (collectively, the “Injunctive Relief”), shall terminate (…) on January 21, 2007 (2008; rechtbank) (the “Termination Date”), (…) unless Mr. [naam 3], Promneftstroy, or any other party that may have standing under Dutch law shall have properly commenced, prior to the Termination Date, a proceeding in accordance with Dutch law before a Dutch court of competent jurisdiction seeking to impose Injunctive Relief or similar relief as may be available in accordance with Dutch law (…), in which case (x) the Dutch court shall have exclusive authority to determine whether to grant or deny such relief and (y) (…) the Injunctive Relief issued by this Court in the May 26 Order shall continue until the Dutch Court renders a decision on such request, subject to further or other direction of the Dutch Court.

2.13.

Bij vonnis in kort geding van 6 maart 2008 (ECLI:NL:RBAMS:2008:BC6191), gewezen in de zaak van Promneftstroy en Rosneft als eiseressen en Yukos International, [naam 1] en [naam 2] als gedaagden, heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank, voor zover hier van belang, overwogen en beslist:

5.21.

Blijft over de vraag of er grond bestaat om het na voldoening van de vordering van Moravel resterende tegoed verder te bevriezen en om Yukos International te verbieden verdere vermogensbestanddelen te verkopen.

5.22. (…)

Het door Rosneft en Promneftstroy gevraagde verbod tot verkoop van de deelneming in Transpetrol wordt (…) afgewezen. Wel wordt in de omstandigheid dat nog niet zeker is wie de aandeelhouder is van Yukos Finance en daarmee (…) eigenaar van Yukos International, aanleiding gevonden om Yukos International te bevelen de opbrengst van eventueel te verkopen activa te storten op de Fortisrekening en dit samen met het restant tegoed na betaling van Moravel, op die rekening te laten staan, totdat is beslist wie als aandeelhouder van Yukos Finance moet worden aangemerkt en deze aandeelhouder kan beslissen wat met de tegoeden moet gebeuren, dan wel in een bodemprocedure hierover een beslissing wordt gegeven. Het door Rosneft en Promneftstroy gevorderde bevel wordt in zoverre toegewezen evenals de door Rosneft en Promneftstroy in verband met het bevel gevorderde dwangsom, een en ander als na te melden.

(…)

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

(…)

6.1.

beveelt Yukos International, [naam 1] en [naam 2] de opbrengsten van de verkoop van de olieraffinaderij Mazeikiu Nafta en de 49% deelneming in Transpetrol op een afzonderlijke rentedragende bankrekening ten name van Yukos International te storten en te houden en daarover niet te beschikken (…) totdat daarover bij in kracht van gewijsde gegaan of uitvoerbaar bij voorraad gegane uitspraak van een Nederlandse rechterlijke instantie anders is beslist;

6.2.

bepaalt dat Yukos International, [naam 1] en [naam 2] voor iedere keer dat zij in strijd handelen met het onder 6.1 bepaalde, aan Rosneft en Promneftstroy een dwangsom verbeuren van EUR 10.000.000,-;

(…)

6.4.

verklaart het vonnis in deze procedure uitvoerbaar bij voorraad (…).

2.14.

Bij exploot van 13 maart 2008 (i) heeft Promneftstroy het vonnis van de voorzieningenrechter van 6 maart 2008 aan Yukos International betekend, (ii) heeft Promneftstroy Yukos International bevel gedaan om onmiddellijk de opbrengsten van de verkoop van Mazeikiu Nafta en de 49% deelneming in Transpetrol op een afzonderlijke rentedragende bankrekening ten name van Yukos International te storten en te houden en daarover niet te beschikken (met uitzondering van de betaling door Yukos International van de vordering van Moravel), totdat daarover bij in kracht van gewijsde gegane of uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak van een Nederlandse rechterlijke instantie anders is beslist, op verbeurte van een dwangsom van EUR 10 miljoen aan Promneftstroy en Rosneft voor iedere keer dat Yukos International in strijd met dat bevel handelt en (iii) heeft Promneftstroy Yukos International aangezegd dat bij niet tijdige voldoening aan dat bevel zal worden overgegaan tot de tenuitvoerlegging van het vonnis van de voorzieningenrechter door alle wegen en middelen rechtens, waaronder opeising van verbeurde dwangsommen.

2.15.

Yukos International heeft bij brief van haar advocaat van 1 oktober 2008 aan de advocaat van Rosneft onder meer gevraagd om in te stemmen met removal of the Freezing Order (het door de voorzieningenrechter in deze rechtbank bij vonnis van 6 maart 2008 aan Yukos International gegeven bevel, zie hiervoor onder 2.13).

De advocaat van Rosneft heeft daarop bij brief van 2 oktober 2008 aan de advocaat van Yukos International (onder meer) bericht:

“(..) Rosneft cannot reasonably be expected to simply comply with your unspecified request and lift the freezing order without any of the requested relevant information and without any of the safeguards currently applicable to the Funds.”

2.16.

Bij arrest van 24 februari 2009 (ECLI:NL:GHAMS:2009:BI4330), gewezen in de zaak van Yukos International, [naam 1] en [naam 2] als appellanten in het principaal hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter van 6 maart 2008, geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep, tegen Promneftstroy en Rosneft als geïntimeerden in het principaal hoger beroep (en Promneftstroy als appellante in het incidenteel hoger beroep) heeft het gerechtshof te Amsterdam, voor zover hier van belang, beslist:

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep (…) en doet in zoverre opnieuw recht;

wijst de vordering van Rosneft af;

(…)

beveelt Yukos International, [naam 1] en [naam 2] ten behoeve van Promneftstroy

  • -

    de opbrengsten van de verkoop van de olieraffinaderij Mazeikiu Nafta op de in (…) het vonnis bedoelde Fortisrekening ten name van Yukos International, bij partijen bekend, te houden en daarover niet te beschikken, en

  • -

    de opbrengsten van de verkoop van de 49% deelneming in Transpetrol (…) op een afzonderlijke rentedragende bankrekening ten name van Yukos International te storten en te houden en (…) daarover niet te beschikken,

met uitzondering van de betaling door Yukos International van de vordering van Moravel tot een bedrag van maximaal USD 875.000.000,-,

een en ander totdat daarover bij in kracht van gewijsde gegaan of uitvoerbaar bij voorraad gegane uitspraak van een Nederlandse rechterlijke instantie anders is beslist (…);

bepaalt dat Yukos International, [naam 1] en [naam 2] voor iedere keer dat zij in strijd met dit bevel handelen aan Promneftstroy een dwangsom verbeuren van € 10.000.000,-;

(…)

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

2.17.

Bij arrest van 7 januari 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP0015), gewezen in de zaak van Yukos International, [naam 1] en [naam 2] als eisers tot cassatie tegen Promneftstroy en Rosneft als verweersters in cassatie, heeft de Hoge Raad ten aanzien van het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 24 februari 2009, voor zover hier van belang, overwogen en beslist:

3.4.2

De rechter die in kort geding moet beslissen op een vordering tot het geven van een voorlopige voorziening nadat de bodemrechter reeds een vonnis in de hoofdzaak heeft gewezen, dient in beginsel zijn vonnis af te stemmen op het oordeel van de bodemrechter, ongeacht of dit oordeel is gegeven in een tussenvonnis of in een eindvonnis, in de overwegingen of in het dictum van het vonnis, en ongeacht of het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Onder omstandigheden kan er plaats zijn voor het aanvaarden van een uitzondering op dit beginsel, hetgeen het geval zal kunnen zijn indien het vonnis van de bodemrechter klaarblijkelijk op een misslag berust en de zaak dermate spoedeisend is dat de beslissing op een tegen dat vonnis aangewend rechtsmiddel niet kan worden afgewacht, alsook indien sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden dat moet worden aangenomen dat de bodemrechter ingeval hij daarvan op de hoogte zou zijn geweest, tot een andere beslissing zou zijn gekomen.

3.4.3

Deze afstemmingsregel geldt ook in het zich hier voordoende geval dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat een in het buitenland uitgesproken faillissement hier te lande niet kan worden erkend omdat het tot stand gekomen is op een wijze die strijdig is met de Nederlandse openbare orde, terwijl vervolgens in een kort geding de vraag moet worden beantwoord of de curator in dat faillissement hier te lande rechtsgeldig rechtshandelingen, in dit geval: levering van de aandelen Yukos Finance aan Promneftstroy, heeft kunnen verrichten.

3.4.4

Bij dat uitgangspunt treft zowel de rechtsklacht van onderdeel 2.1 als die van onderdeel 2.2 doel. Ingevolge het vonnis van 31 oktober 2007 mist het Russische faillissementsvonnis hier te lande iedere rechtskracht, zodat het hof – nu uit de stukken van het geding niet blijkt van een omstandigheid die een uitzondering op voormelde regel zou kunnen rechtvaardigen – tot geen ander oordeel had kunnen komen dan dat Promneftstroy geen aandeelhouder in Yukos Finance is geworden.

3.5

Onderdeel 3 is gericht tegen oordelen en beslissingen die berusten op het hiervoor onjuist bevonden oordeel dat rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat Promneftstroy de aandelen Yukos Finance rechtmatig heeft verworven en treft dus eveneens doel.

3.6

De overige onderdelen behoeven geen behandeling. Het bestreden arrest kan, voor zover gewezen tussen Yukos International c.s. en Promneftstroy, niet in stand blijven. De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door ook het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover gewezen tussen Yukos International c.s. en Promneftstroy te vernietigen en de vorderingen van deze laatste af te wijzen. Yukos International c.s. hebben geen belang bij hun cassatieberoep tegen het arrest voor zover gewezen tussen hen en Rosneft. Dit beroep zal daarom worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 24 februari 2009 alsmede het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 6 maart 2008, beide voor zover gewezen tussen Yukos International c.s. en Promneftstroy, en opnieuw rechtdoende:

weigert de gevraagde voorziening;

(…)

verwerpt het beroep tegen genoemd arrest voor zover gewezen tussen Yukos International c.s. en Rosneft (…).

3 Het geschil

3.1.

Yukos International vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Promneftstroy, Rosneft en [gedaagde 3] hoofdelijk veroordeelt aan haar te betalen USD 50.097.062,92, althans USD 333.294.677,05, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 7 februari 2011, althans 27 december 2011, althans Promneftstroy, Rosneft en [gedaagde 3] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met hoofdelijke veroordeling van Promneftstroy, Rosneft en [gedaagde 3] in de kosten van het geding.

3.2.

Yukos International legt hieraan, kort samengevat, het volgende ten grondslag.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 7 januari 2011 het vonnis van de voorzieningenrechter van 6 maart 2008 en het arrest van het gerechtshof van 24 februari 2009 vernietigd. Daarmee staat vast dat Promneftstroy en Rosneft niet het recht hadden van Yukos International te vergen dat zij zich overeenkomstig die beslissingen gedroeg. Toch hebben Promneftstroy en Rosneft, die in dit verband (mede) optraden als een groep in de zin van artikel 6:166 Burgerlijk Wetboek (BW), haar daartoe gedwongen. Yukos International heeft daardoor schade geleden, bestaande uit het verschil tussen de op de Fortisrekening ontvangen rente en de vruchten die elders hadden kunnen worden gekweekt. Deze schade kan worden gesteld op USD 50.097.062,92, althans USD 333.294.677,05. Voor deze schade is ook [gedaagde 3] aansprakelijk, zowel pro se als in zijn hoedanigheid van feitelijk respectievelijk statutair bestuurder van Promneftstroy.

3.3.

Promneftstroy, Rosneft en [gedaagde 3] voeren verweer.

3.4.

Op de (nadere) stellingen zal hierna, in het kader van de beoordeling, (nader) worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank stelt voorop dat Yukos International een rechtspersoon is. Daarmee is zij een rechtssubject, een zelfstandig drager van rechten en verplichtingen. In die hoedanigheid kan Yukos International de onderhavige vorderingen instellen. De omstandigheid dat boven haar hoofd een juridische strijd wordt gevoerd die er uiteindelijk toe kan leiden dat Promneftstroy (ook) naar Nederlands recht heeft te gelden als aandeelhouder van Yukos Finance en via deze (en met voorbijgaan aan StAK Yukos International) haar rechten bij Yukos International kan doen gelden – een afloop die Promneftstroy, Rosneft en [gedaagde 3] waarschijnlijk achten –, doet hieraan niet af. Ook in dat geval zal Yukos International immers een rechtssubject blijven dat niet met Promneftstroy kan worden vereenzelvigd.

4.2.

Yukos International heeft ter gelegenheid van het pleidooi betoogd dat de door haar gewraakte gedragingen van Promneftstroy en Rosneft dienen te worden aangemerkt als gedragingen in groepsverband in de zin van artikel 6:166 lid 1 BW. De rechtbank volgt haar daarin niet. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

Artikel 6:166 lid 1 BW bepaalt dat, indien één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zij hoofdelijk aansprakelijk zijn indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend. Yukos International stelt dat Rosneft en Promneftstroy “in deze procedure samen (zijn) opgetrokken” (pleitnota mr. Rumora-Scheltema, nummer 33). Zij legt daarbij het accent op de procedure bij de voorzieningenrechter. Zij stelt echter niet dat Promneftstroy en Rosneft door het instellen van de vorderingen bij de voorzieningenrechter onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld. Zij stelt slechts dat Promneftstroy en Rosneft onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld door haar te dwingen zich overeenkomstig de – uiteindelijk vernietigde – beslissing van de voorzieningenrechter te gedragen. Yukos International stelt in dat verband niet meer dan dat “Rosneft en Promneftstroy (…) allebei (hebben) laten blijken van Yukos International te eisen dat zij de freezing order zou naleven” (pleitnota mr. Rumora-Scheltema, nummer 33). Gesteld noch gebleken is dat Promneftstroy en Rosneft in dat stadium een groep vormden, dat in dat stadium sprake was van gedragingen in groepsverband, dat de kans op het onrechtmatig toebrengen van schade door de een de ander had behoren te weerhouden van zijn gedragingen in groepsverband en dat de gedragingen van de een aan de ander kunnen worden toegerekend, alles in de zin van artikel 6:166 lid 1 BW. Ook uit de stellingen van Yukos International zelf komt veeleer naar voren dat Promneftstroy en Rosneft toen ieder hun eigen weg zijn gegaan.

4.3.1.

Aldus spitst het geschil zich allereerst toe op de vraag of Promneftstroy en Rosneft (ieder voor zich) onrechtmatig jegens Yukos International hebben gehandeld door haar te dwingen zich overeenkomstig de beslissingen van de voorzieningenrechter en het gerechtshof te gedragen. Partijen beantwoorden die vraag in hun processtukken consequent aan de hand van Nederlands recht. De rechtbank is van oordeel dat zij daarmee voldoende duidelijk een rechtskeuze voor Nederlands recht hebben gedaan.

4.3.2.

De rechtbank overweegt dat artikel 6:162 BW vier vereisten stelt voor aansprakelijkheid: (i) onrechtmatige daad, (ii) toerekenbaarheid van de onrechtmatige daad aan de dader, (iii) schade en (iv) causaal verband tussen onrechtmatige daad en schade. Voor de vestiging van de aansprakelijkheid is, wat punt (iii) betreft, voldoende dat er enigerlei nadeel is geleden en, wat punt (iv) betreft, dat de schade zou zijn uitgebleven indien de gewraakte daad was uitgebleven (de daad als ‘conditio sine qua non’).

4.3.3.

Met betrekking tot vereiste (i), de onrechtmatige daad, stelt de rechtbank voorop dat Promneftstroy en Rosneft aan de Amerikaanse order van 4 januari 2008 onmiddellijk een vervolg hebben gegeven in de vorm van het kort geding dat heeft geleid tot het vonnis van de voorzieningenrechter van 6 maart 2008. Op overtreding van het daarin gegeven bevel is een aanzienlijke dwangsom gesteld, zoals door Promneftstroy en Rosneft gevorderd. Zoals hiervoor onder 2.14 is vermeld, heeft Promneftstroy het vonnis op 13 maart 2008 aan Yukos International betekend en aangezegd bij niet tijdige voldoening aan voormeld bevel over te gaan tot tenuitvoerlegging van het vonnis. Ook Rosneft heeft blijkens de hiervoor onder 2.15 vermelde correspondentie jegens Yukos International aanspraak gemaakt op naleving van het door de voorzieningenrechter gegeven bevel. Op de achtergrond speelde de meer omvattende felle strijd om de zeer waardevolle activa van het voormalige Yukos Oil mee. Onder die omstandigheden had Yukos International door toedoen van Promneftstroy en Rosneft geen andere keus dan zich overeenkomstig de beslissing van de voorzieningenrechter (en later die van het gerechtshof) te gedragen. Dit zou anders zijn geweest indien Promneftstroy en Rosneft haar duidelijk hadden gemaakt dat zij niet langer van haar vergden dat zij zich overeenkomstig de rechterlijke bevelen gedroeg, althans dat zij in geval van overtreding daarvan niet langer aanspraak maakten op dwangsommen. Vaststaat dat Promneftstroy en Rosneft een dergelijke mededeling aan Yukos International niet hebben gedaan. Integendeel, uit de gang van zaken rond het dreigende faillissement van Fortis heeft Yukos International terecht opgemaakt dat Promneftstroy en Rosneft vasthielden aan naleving van het bevel van de voorzieningenrechter. Feitelijk hebben zij Yukos International aldus door te dreigen met executie gedwongen zich naar de bevelen van de voorzieningenrechter, respectievelijk het gerechtshof, te gedragen.

4.3.4.

Dat zo zijnde, geldt hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen en beslist in zijn arrest van 11 april 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC5602), te weten dat “in beginsel dient te worden aangenomen dat degene die door dreigen met executie zijn wederpartij heeft gedwongen zich naar een in kort geding gegeven bevel te gedragen, onrechtmatig jegens deze heeft gehandeld, wanneer hij, naar achteraf in hoger beroep van het kortgedingvonnis of in een bodemgeschil blijkt, niet het recht had van de wederpartij te vergen dat deze zich overeenkomstig dit bevel gedroeg” (rechtsoverweging 4.3).

Partijen hebben uitvoerig gedebatteerd over de betekenis van de zojuist geciteerde passage, in het bijzonder voor de verhouding tussen de beslissing in hoger beroep (en in cassatieberoep) van het kortgedingvonnis en de beslissing in het bodemgeschil. Naar het oordeel van de rechtbank kan die passage niet anders worden gelezen dan dat de enkele vernietiging in hoger beroep (of in cassatieberoep) van het kortgedingvonnis de door de Hoge Raad geschetste gevolgen heeft. Door vernietiging van het kortgedingvonnis heeft de executant immers achteraf bezien zonder titel gehandeld, hetgeen als onrechtmatig moet worden beschouwd.

In het onderhavige geval staat vast dat de Hoge Raad met zijn arrest van 7 januari 2011 het vonnis van de voorzieningenrechter van 6 maart 2008 en het arrest van het gerechtshof van 24 februari 2009 heeft vernietigd.

4.3.5.

In de door de Hoge Raad in zijn arrest van 11 april 2008 gebezigde woorden “in beginsel” ligt een voorbehoud. Naar het oordeel van de rechtbank zou de door de Hoge Raad geformuleerde regel in het onderhavige geval uitzondering lijden indien in een bodemzaak tussen partijen is vastgesteld dat Promneftstroy en/of Rosneft aanspraak konden maken op bevriezing van de door Yukos International gerealiseerde verkoopopbrengst van haar deelnemingen. De rechtbank verwijst in dit verband ook naar het arrest van 27 november 2012 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage (ECLI:NL:GHSGR:2012:BY4189).

Promneftstroy en Rosneft hebben niet gesteld dat reeds in een andere bodemprocedure tussen hen en Yukos International is vastgesteld dat zij aanspraak konden maken op (bevriezing van) de door Yukos International gerealiseerde verkoopopbrengst van haar deelnemingen, althans dat Yukos International onrechtmatig jegens hen handelt door te beschikken over deze vermogensbestanddelen. Ook in deze bodemprocedure hebben Promneftstroy en Rosneft daartoe, tegenover de gemotiveerde betwisting door Yukos International, onvoldoende gesteld. Reeds om die reden doet de hiervoor bedoelde uitzonderingssituatie zich hier niet voor.

Voorts geldt dat tussen partijen in confesso is dat de hiervoor bedoelde uitzonderingssituatie zich niet voordoet indien uiteindelijk rechtens tussen partijen heeft te gelden dat Promneftstroy geen aandeelhouder van Yukos Finance is geworden. De rechtbank overweegt dat zij in het (tussen andere partijen gewezen) vonnis van 31 oktober 2007 heeft geoordeeld dat het hiervoor onder 2.4 vermelde Russische faillissementsvonnis in Nederland niet kan worden erkend omdat het tot stand is gekomen op een wijze die strijdig is met de Nederlandse openbare orde. Na het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2013 (zie hiervoor onder 2.10) dient het verwijzingshof de gegrondheid te beoordelen van de daartegen door Promneftstroy gerichte grieven. Zolang voormeld vonnis niet is vernietigd, heeft dat vonnis rechtskracht tussen (in ieder geval) [naam 3] q.q. en Yukos Finance. Promneftstroy en Rosneft hebben in dit geding onvoldoende onderbouwd dat, niettemin, in hun verhouding tot Yukos International thans moet worden uitgegaan van de rechtsgeldigheid, naar Nederlands recht, van de overdracht van de aandelen Yukos Finance door [naam 3] q.q. aan Promneftstroy.

4.3.6.

Al met al is aan het hiervoor onder 4.3.2 vermelde vereiste (i) voldaan: Promneftstroy en Rosneft hebben onrechtmatig jegens Yukos International gehandeld.

4.3.7.

Met betrekking tot het hiervoor onder 4.3.2 vermelde vereiste (ii), de toerekenbaarheid van de onrechtmatige daad aan de dader, geldt hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen en beslist in zijn hiervoor reeds vermelde arrest van 11 april 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC5602): “Gegeven de aard van het vonnis in kort geding mag (…) ervan worden uitgegaan dat degene die als voormeld met executie dreigde, wist althans behoorde te weten dat hij zijn handelen baseerde op een voorlopige maatregel, zodat de door zijn handelen veroorzaakte schade in beginsel als door zijn schuld veroorzaakt heeft te gelden” (opnieuw rechtsoverweging 4.3).

4.3.8.

De rechtbank merkt nog op dat de Hoge Raad in zijn arrest van 11 april 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC5602) aan de hiervoor geciteerde overwegingen toevoegde dat de omstandigheid dat de betrokken partij slechts het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde kortgedingvonnis ten uitvoer heeft gelegd onvoldoende grond is voor een ander oordeel.

4.4.1.

Overstappend naar [gedaagde 3] overweegt de rechtbank dat partijen allereerst van mening verschillen over het, naar Nederlands internationaal privaatrecht, toepasselijke recht. Yukos International bepleit toepassing van Nederlands recht, Promneftstroy en [gedaagde 3] bepleiten toepassing van Russisch recht.

4.4.2.

Naar het oordeel van de rechtbank kan in het midden blijven welk recht te dezen toepasselijk is omdat de jegens [gedaagde 3] ingestelde vorderingen noch naar Nederlands recht, noch naar Russisch recht kunnen worden toegewezen. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

De rechtbank roept in herinnering dat hiervoor is gesproken van een strijd om de activa van het voormalige Yukos Oil. Aan die in alle opzichten complexe strijd neemt Promneftstroy, als (potentieel) aandeelhouder van Yukos Finance, nadrukkelijk deel. Het is de taak en de bevoegdheid van [gedaagde 3] om, waar nodig en mogelijk, ook in dit verband voor haar belangen op te komen, ook waar deze botsen met die van anderen. Yukos International noemt in het onderhavige kader – haar plicht zich te gedragen overeenkomstig de beslissingen van de voorzieningenrechter en het gerechtshof – slechts één concrete handeling van [gedaagde 3]: het schrijven, ondertekenen en verzenden van een brief, gedateerd 25 oktober 2010, aan Fortis Bank (Nederland) N.V. In die brief zet [gedaagde 3] de (afwijzende) visie van Promneftstroy op het arrest van het gerechtshof van 19 oktober 2010 uiteen en vraagt hij (nogmaals) aandacht voor haar onverminderde aanspraken met betrekking tot het saldo van de Fortisrekening. Yukos International is met deze uitoefening door [gedaagde 3] van zijn taak en bevoegdheid als statutair bestuurder van Promneftstroy wellicht niet gelukkig, maar een grond voor persoonlijke aansprakelijkheid kan daarin niet worden gevonden.

4.4.3.

De jegens [gedaagde 3] ingestelde vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.

4.5.

Terugkerend naar Promneftstroy en Rosneft acht de rechtbank het aannemelijk dat Yukos International door hun toerekenbaar onrechtmatig handelen mogelijk schade heeft geleden. Het verweer van Rosneft dat diezelfde schade ook zonder haar handelen (namelijk door toedoen van Promneftstroy) zou zijn geleden, stuit voor de periode tot het arrest van het gerechtshof van 24 februari 2009 (zie hiervoor onder 2.16) af op het bepaalde in artikel 6:102 lid 1, eerste volzin, BW.

4.6.1.

Yukos International stelt dat haar schade kan worden gesteld op de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het saldo op de Fortisrekening tot het arrest van 7 januari 2011 van de Hoge Raad. Zo komt zij tot het gevorderde bedrag van USD 50.097.062,92. Met Promneftstroy en Rosneft acht de rechtbank deze benadering niet juist, ook niet naar analogie. Artikel 6:119 BW betreft, zoals lid 1 van die bepaling zelf zegt, uitsluitend schadevergoeding, verschuldigd wegens vertraging in de voldoening van een geldsom. In het onderhavige geval is geen sprake van vertraging in de voldoening van een geldsom, maar van verhindering van de beschikking over een geldsom. Dat is, mede in het licht van het arrest van 8 juli 2011 van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2011:BQ1823), een al te groot verschil. In dat arrest overwoog de Hoge Raad met betrekking tot artikel 6:119 BW: “In deze bepaling ligt (…) in meer dan één opzicht een afwijking besloten van het uitgangspunt dat de schuldeiser zijn werkelijk geleden schade vergoed dient te krijgen. Daarom verzet haar in zoverre uitzonderlijke aard zich tegen een ruime uitleg (…) die afwijkt van zowel de bewoordingen waarin deze bepaling is gesteld, als van de daarop gegeven toelichting” (rechtsoverweging 3.3).

4.6.2.

Yukos International stelde aanvankelijk dat haar schade alternatief kon worden gesteld op het hypothetische rendement dat zij tot 7 januari 2011 zou hebben behaald met belegging van het saldo van de Fortisrekening in edelmetalen. Zo kwam zij tot het gevorderde bedrag van USD 333.294.677,05. Yukos International heeft de stelling dat zij zonder het bevel van de voorzieningenrechter zou zijn overgegaan tot belegging in goud, tegenover de gemotiveerde betwisting van Promneftstroy en Rosneft, echter niet (voldoende) nader toegelicht en onderbouwd, terwijl dat wel op haar weg had gelegen. De rechtbank gaat daarom aan die stelling voorbij.

4.6.3.

Zoals hiervoor onder 4.5 reeds is overwogen, acht de rechtbank het aannemelijk dat Yukos International door het toerekenbaar onrechtmatig handelen van Promneftstroy en Rosneft mogelijk schade heeft geleden. Dat opent, gelet op het bepaalde in artikel 612 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de weg naar de ook door Yukos International gevorderde veroordeling van Promneftstroy en Rosneft tot schadevergoeding op te maken bij staat. De rechtbank zal de gevorderde hoofdelijke veroordeling afwijzen omdat thans niet vaststaat dat, althans in hoeverre, op ieder van Promneftstroy en Rosneft een verplichting tot vergoeding van dezelfde schade rust. De rechtbank wijst op artikel 6:102 lid 1, eerste volzin, BW. De rechtbank wijst voorts op het verweer van Rosneft dat zij vanaf het arrest van het gerechtshof van 24 februari 2009 geen invloed meer heeft uitgeoefend (en ook niet heeft kunnen uitoefenen) op de toegang van Yukos International tot het saldo op de Fortisrekening.

4.7.

In de schadestaatprocedure zal (ook) nader kunnen worden gedebatteerd over de door Promneftstroy en Rosneft gestelde ‘eigen schuld’ (zie artikel 6:101 BW) van Yukos International.

4.8.1.

Promneftstroy wordt in het ongelijk gesteld, [gedaagde 3] wordt in het gelijk gesteld. Promneftstroy en [gedaagde 3] hebben zich doen bijstaan door één advocaat, die hun beider positie steeds in één processtuk of proceshandeling naar voren heeft gebracht. De rechtbank zal de proceskosten tussen Yukos International, Promneftstroy en [gedaagde 3] daarom compenseren in voege als hierna, in het dictum, zal worden vermeld.

4.8.2.

Rosneft zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de aan de zijde van Yukos International gevallen proceskosten, voor zover deze de zaak tussen haar en Rosneft betreffen. Deze kosten worden als volgt begroot:

- EUR 30,27 (een derde van de kosten van de dagvaarding);

- EUR 1.176,00 (een derde van het door Yukos International betaalde griffierecht);

- EUR 602,67 (een derde van het salaris advocaat volgens het liquidatietarief, tarief II, vier punten);

in totaal EUR 1.808,94.

5 De beslissing

De rechtbank:

in de zaak tussen Yukos International en Promneftstroy en in de zaak tussen Yukos International en Rosneft:

- veroordeelt Promneftstroy en Rosneft tot betaling van schadevergoeding aan Yukos International, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

- verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak tussen Yukos International en Rosneft:

- veroordeelt Rosneft in de kosten van het geding, tot dit vonnis aan de zijde van Yukos Internationaal begroot op EUR 1.808,94;

- verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak tussen Yukos International en [gedaagde 3]:

- wijst het gevorderde af;

in de zaak tussen Yukos International en Promneftstroy en in de zaak tussen Yukos International en [gedaagde 3]:

- compenseert de proceskosten in dier voege dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

in de zaak tussen Yukos International en Promneftstroy en in de zaak tussen Yukos International en Rosneft:

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, mr. H.J. Fehmers en mr. M.E.M. James-Pater en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2015.