Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:626

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
02-02-2015
Datum publicatie
10-02-2015
Zaaknummer
KG ZA 14-1557
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorzieningenrechter oordeelt in kort geding dat de Schipholpas niet hoeft te worden teruggegeven aan een medewerker van KLM.

Op grond van de feitelijke bevindingen in een Bestuurlijke Rapportage van de Koninklijke Marechaussee, die aanleiding geven te veronderstellen dat de medewerker op enigerlei wijze betrokken is geweest bij drugshandel, heeft Schiphol tot de beslissing kunnen komen de toegangspas in te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/220
RAR 2015/68
AR-Updates.nl 2015-0135
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/577624 / KG ZA 14-1557 SP/MV


Vonnis in kort geding van 2 februari 2015

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eiser bij dagvaarding van 7 januari 2015,

advocaat mr. B. Coskun te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHIPHOL NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Schiphol,

gedaagde,

advocaat mr. R. van Tricht te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en Schiphol worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 19 januari 2015 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Schiphol heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening.
Beide partijen hebben producties in het geding gebracht. Schiphol heeft tevens een pleitnota in het geding gebracht.

Ter zitting was mr. Coskun aanwezig. Namens Schiphol waren aanwezig [naam 1], en [naam 2], met mr. Van Tricht.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is in dienst bij de Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V. (hierna KLM) in de functie van bagageafhandelaar. Hij werkt parttime (50%). Uit hoofde van zijn functie dient [eiser] te beschikken over een zogenoemde Schipholpas. Deze pas, waarmee toegang kan worden verkregen tot zogenaamde security restricted areas, dient door Schiphol te worden verstrekt.

2.2.

Op personen die in het bezit worden gesteld van een Schipholpas zijn de Schipholregels van toepassing. Bijlage 1 bij de Schipholregels is de Regeling Toelating Schiphol (RTS). Tevens zijn van toepassing de Voorwaarden Schipholpas Personen.

2.3.

In artikel 7 lid 1 sub g van de Schipholregels is het volgende openomen:
Regels binnen het luchthavengebied
1. Het is binnen het luchthavengebied niet toegestaan:
(…)
g. in het algemeen iets te doen of na te laten, waardoor de orde of veiligheid binnen het luchthavengebied wordt verstoord of waardoor lichamelijk letsel van personen of schade aan eigendommen zou kunnen worden veroorzaakt;
(…)

2.4.

Op 28 augustus 2013 heeft Schiphol de Schipholpas van [eiser] ingenomen omdat de Koninklijke Marechaussee een strafrechtelijk onderzoek naar [eiser] had ingesteld.

2.5.

Op 28 juli 2014 is de Schipholpas wederom aan [eiser] verstrekt omdat de officier van justitie had besloten om [eiser] niet verder strafrechtelijk te vervolgen omdat daarvoor onvoldoende wettig bewijs aanwezig was.

2.6.

Op 19 november 2014 heeft de Koninklijke Marechaussee over [eiser] een zogenoemde Bestuurlijke Rapportage opgesteld. Schiphol heeft deze rapportage op 24 november 2014 ontvangen.

2.7.

Bij brief van 26 november 2014 heeft Schiphol KLM onder meer het volgende bericht:
(…)
Middels de inhoud van deze Bestuurlijke Rapportage blijkt dat de heer [eiser] zich in 2013 op de luchthaven Schiphol heeft bezig gehouden met werkzaamheden waarvoor de Schipholpas niet is afgegeven. Het betreft onder andere;
● Tijdens zijn werkzaamheden medio april 2013 in beschermd gebied heeft de heer [eiser] samen met een aantal andere Schipholpashouders zich actief bezig gehouden met activiteiten op het gebied van invoer van verdovende middelen via Schiphol.
Naar oordeel van de Schiphol Group heeft de heer [eiser] hierdoor Hoofdstuk 3 Algemene gedragsregels, artikel 7 lid 1 onder g van de Schipholpasregels overtreden. (…)
Gezien de ernst van de overtreding heeft de Schiphol Group besloten de Schipholpas van de heer [eiser] met onmiddellijke ingang definitief te blokkeren.
Wij verzoeken u als werkgever ervoor zorg te dragen dat de Schipholpas van de heer [eiser] (…) wordt ingeleverd. (…)
2.8. Bij brief van 5 december 2014 heeft KLM [eiser] onder meer het volgende medegedeeld:
KLM heeft een schrijven ontvangen van de Luchthaven Schiphol waarin vermeld staat dat uw Schipholpas per 26 november 2014 is geblokkeerd. Ten gevolge van deze blokkade bent u niet in staat uw werkzaamheden te verrichten. U hebt daardoor geen recht meer op doorbetaling van loon zodat het loon zal worden stopgezet met ingang van 26 november 2014.
(…)
Wij hebben u gewezen op de mogelijkheid om ‘bezwaar te maken’ tegen de blokkade van uw Schipholpas bij de Sanctioneringscommissie van Amsterdam Airport Schiphol en te verzoeken de blokkade van de pas in een zitting van deze commissie te laten behandelen.
(…)
Wij geven aan dat we ons moeten gaan beraden op de arbeidsrechtelijke maatregelen die horen bij de blokkade van de Schiphol pas en wijzen erop dat een beëindiging van uw dienstverband tot de serieuze mogelijkheden behoort.

2.9.

Bij e-mail van 16 januari 2014 heeft de officier van justitie van het arrondissementsparket Noord-Holland de raadsman van Schiphol onder meer het volgende medegedeeld:
Hierbij bevestig ik u schriftelijk de afspraken met betrekking tot verstrekking van de Bestuurlijke Rapportage.
De Bestuurlijke Rapportage is uitsluitend bestemd voor het mogelijk nemen van disciplinaire dan wel arbeidsrechtelijke maatregelen tegen betrokkene.
Informatie uit deze rapportage wordt alleen voor dit doel verstrekt.
Gelet op het bovenstaande kan/mag de rapportage binnen een civiele procedure vanzelfsprekend worden overlegd aan de rechtbank en de raadsman van betrokkene.
Bespreking en inzage van de Bestuurlijke Rapportage door betrokkene kan vervolgens ten kantore van de raadsman plaatsvinden.
Het Openbaar Ministerie geeft echter geen toestemming tot (door)verstrekking van de Bestuurlijke Rapportage aan betrokkene zelf of aan anderen, noch digitaal, noch in hard copy. (…)

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – op straffe van dwangsommen – Schiphol te veroordelen tot het retourneren van de Schipholpas aan [eiser], met veroordeling van Schiphol in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, en in de nakosten.

3.2.

[eiser] stelt hiertoe – samengevat weergegeven – dat Schiphol zonder enige valide motivering heeft besloten tot het innemen van zijn pas. Schiphol heeft hiermee onzorgvuldig en in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor gehandeld. [eiser] voert hiertoe aan dat hij nimmer is veroordeeld voor enig strafbaar feit. Hij is ook niet vervolgd voor een strafbaar feit. In juli 2014 is de zaak tegen hem door het Openbaar Ministerie (OM) geseponeerd. Dat hem desondanks een verwijt wordt gemaakt in de strafrechtelijke sfeer is rechtens onhoudbaar. Het is ongepast dat Schiphol zich kennelijk de rol van strafrechter aanmeet. [eiser] bestrijdt de juistheid van de Bestuurlijke Rapportage en er zijn geen bewijzen dat hij zich heeft ingelaten met strafbare feiten. De Bestuurlijke Rapportage berust enkel op aannames, hetgeen blijkt uit bewoordingen als “vermoedens”, “het lijkt zo dat…” en “we nemen aan dat…”. Dat [eiser] niet mag beschikken over een kopie van de Bestuurlijke Rapportage (hij mag de rapportage slechts inzien) acht [eiser] in strijd met het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM) en in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor.

Het innemen van de pas heeft ertoe geleid dat KLM de loonbetaling aan [eiser] heeft gestaakt. Omdat hij nog wel een arbeidsovereenkomst heeft met KLM, komt hij niet in aanmerking voor een bijstandsuitkering. [eiser] heeft dan ook een spoedeisend belang bij toewijzing van de gevraagde voorziening.

3.3.

Schiphol heeft verweer gevoerd. Op dit verweer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Over de Bestuurlijke Rapportage overweegt de voorzieningenrechter het volgende. In de onder 2.9 geciteerde e-mail van de officier van justitie is opgenomen dat het OM geen toestemming verleent voor het verstrekken van de Bestuurlijke Rapportage (digitaal of in hard copy) aan [eiser]. Schiphol is wel in het bezit gesteld van de Bestuurlijke Rapportage. Dat Schiphol de Bestuurlijke Rapportage niet aan [eiser] mag verstrekken, kan niet in het nadeel van Schiphol worden uitgelegd. Schiphol is voorshands gehouden de regels van het OM na te leven en indien [eiser] desondanks wenst te beschikken over een exemplaar van de Bestuurlijke Rapportage zal hij dit bij het OM en niet bij Schiphol moeten aankaarten. Ter zitting is door Schiphol aan de voorzieningenrechter een exemplaar van de Bestuurlijke Rapportage overhandigd. Mr. Coskun heeft hiermee ingestemd. Hij is – net als Schiphol – van mening dat de voorzieningenrechter kennis dient te nemen van de inhoud van de Bestuurlijke Rapportage. Daarbij heeft mr. Coskun de voorzieningenrechter wel verzocht om in dit vonnis een oordeel te geven over de in zijn ogen onjuiste gang van zaken met betrekking tot het niet verstrekken van de Bestuurlijke Rapportage aan [eiser].

De voorzieningenrechter heeft zich vrij geacht de Bestuurlijke Rapportage ter zitting in ontvangst te nemen, aangezien beide partijen van mening waren dat dit voor de oordeelsvorming in deze zaak van belang is en – zoals ter zitting is gebleken – beide partijen kennis hebben van de inhoud ervan. Van een schending van artikel 6 EVRM, het beginsel van hoor en wederhoor of van het zorgvuldigheidsbeginsel door Schiphol is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake. [eiser] heeft de Bestuurlijke Rapportage mogen inzien en zijn raadsman mag wel in het bezit worden gesteld van een exemplaar, mits hij bereid is toe te zeggen dat hij dit exemplaar niet aan [eiser] verstrekt. Ook al heeft mr. Coskun ter zitting verklaard niet bereid te zijn een dergelijke toezegging te doen omdat hem dat mogelijk ten opzichte van zijn cliënt in een lastig parket kan brengen, neemt dit niet weg dat hij, net als [eiser], van de inhoud van het rapport kennis heeft kunnen nemen. Overigens is door mr. Coskun verklaard dat hij de Bestuurlijke Rapportage als gevolg van een fout of vergissing reeds in zijn bezit heeft gekregen en dat hij kennis heeft genomen van de inhoud ervan. Daarna heeft hij – naar eigen zeggen – de rapportage vernietigd.

4.2.

Vervolgens ligt de vraag voor of Schiphol gerechtigd is de Schipholpas van [eiser] te blokkeren. Uitgangspunt hierbij is dat Schiphol terecht heeft aangevoerd dat zij verplicht is de veiligheid en beveiliging op haar luchthaven te borgen en dus een groot belang heeft bij strikte handhaving van de in dat verband opgestelde regels. Uit veiligheidsoogpunt zijn verschillende delen van de luchthaven aangemerkt als security restricted areas, die slechts toegankelijk zijn voor een beperkte categorie werknemers met een Schipholpas. [eiser] heeft niet bestreden dat op personen die in het bezit worden gesteld van een Schipholpas de Schipholregels (inclusief Bijlage 1, de RTS) en de Voorwaarden Schipholpas Personen van toepassing zijn. Aan de hand van die regels dient dan ook te worden beoordeeld of Schiphol de pas van [eiser] terecht heeft geblokkeerd, waarbij wordt uitgegaan van een beleidsvrijheid van Schiphol, zodat haar beslissingen in dit kort geding slechts marginaal kunnen worden getoetst. De vraag ligt derhalve voor of Schiphol op grond van de van toepassing zijnde regels in redelijkheid de beslissing heeft kunnen nemen de pas van [eiser] te blokkeren. Hierbij is niet doorslaggevend dat de officier van justitie op 28 juli 2014 de strafzaak tegen [eiser] heeft geseponeerd vanwege het ontbreken van voldoende wettig bewijs.

4.3.

De beslissing van Schiphol is gebaseerd op de inhoud van de Bestuurlijke Rapportage. Hierin is in hoofdstuk 3 “Bevindingen” onder meer opgenomen dat [eiser] in een zaaksdossier (B4) als verdachte is aangemerkt in verband met de invoer van 10 kilogram cocaïne op 11 juni 2013 tezamen met één andere Schipholpashouder. Deze andere Schipholpashouder wordt wel strafrechtelijk vervolgd voor zijn aandeel in diverse andere zaaksdossiers. In de Bestuurlijke Rapportage is in paragraaf 3.1.1 (pagina 8 tot en met 10) een aantal bevindingen uit het rechercheonderzoek in de periode van april-juni 2013 opgenomen. Volgens de Bestuurlijke Rapportage is op grond van die bevindingen vastgesteld dat [eiser] veelvuldig (telefonisch) contact heeft gehad met de verdachte andere Schipholpashouder en is waargenomen dat zij elkaar meerdere malen zowel op als buiten het werk hebben ontmoet. Hierbij spraken zij over het plaatsen van een koffer met verdovende middelen in een zogenoemde SHOCON-container (short connection), waarbij bagage van een transitpassagier met een korte overstaptijd voorrang krijgt. [eiser] vertelde hierbij dat ze een doorvlucht naar Barcelona konden gebruiken. Op 11 juni 2013 werd in een SHOCON-container een koffer met bestemming Barcelona met 10 kilogram cocaïne aangetroffen in de bagagekelder van Schiphol. Na zijn aanhouding werd in de auto van [eiser] zowel het betreffende SHOCON-label aangetroffen, als een kopie van de boekingsgegevens van de betreffende drugskoerier. Aan de lay-out was te zien dat deze uitdraai niet afkomstig was uit een KLM-computer. Het betrof de kopie van de originele boeking bij het reisbureau die als bijlage via G-mail was verstuurd. In de auto van [eiser] werden geen verdere passagiersgegevens aangetroffen. Verder werden in zijn auto diverse prepaid-simkaarten van verschillende telefoonnummers aangetroffen. In paragraaf 3.2 van de Bestuurlijke Rapportage is voorts onder meer opgenomen: “Het is niet wenselijk dat dergelijke personen nog werkzaam blijven op Schiphol. Het werkzaam zijn als Schipholpashouder kan ten aanzien van deze personen worden beschouwd als een aantasting van de integriteit van de luchthaven Schiphol en in casu tevens van luchtvaartmaatschappij KLM.

4.4.

Op grond van de inhoud van de Bestuurlijke Rapportage, en wel met name van de daarin op pagina 8 tot en met 10 opgenomen feitelijke bevindingen van het rechercheteam, is de voorzieningenrechter van oordeel dat Schiphol in redelijkheid heeft kunnen komen tot de beslissing om de Schipholpas van [eiser] te blokkeren. Schiphol heeft zich in dit kader terecht beroepen op artikel 7 lid 1 sub g van de Schipholregels (zie 2.3). Dat [eiser] de inhoud van de Bestuurlijke Rapportage heeft betwist maakt het voorgaande niet anders. Deze betwisting omvat niet meer dan een blote ontkenning van de in de Bestuurlijke Rapportage opgenomen feiten. [eiser] heeft zich jegens het OM op het moment dat hij als verdachte werd aangemerkt op zijn zwijgrecht beroepen, hij heeft geen bezwaarschrift ingediend als bedoeld in de brief van de KLM van 5 december 2014 (zie 2.8) en hij is niet bij de mondelinge behandeling van dit kort geding verschenen om mogelijk een en ander toe te lichten. Op welke feitelijke onderdelen de Bestuurlijke Rapportage volgens [eiser] onjuist is, is de voorzieningenrechter dan ook niet bekend. Voor zover in de Bestuurlijke Rapportage feitelijk onjuiste gegevens zijn opgenomen, biedt overigens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens [eiser] de mogelijkheid om daartegen op te komen. Niet is gesteld of gebleken dat hij van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt.

4.5.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van [eiser] niet kan worden toegewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Schiphol worden begroot op:

- griffierecht € 613,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.429,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorziening,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Schiphol tot op heden begroot op € 1.429,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.P. Pompe, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2015.1

1 type: MV coll: MBa