Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:6179

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-09-2015
Datum publicatie
21-09-2015
Zaaknummer
CV EXPL 14-7524
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 6:163 BW en artikel 6:212 BW. In conventie: het relativiteitsvereiste staat in de weg aan verhaal op ex-partner wegens veroorzaken verkeersongeval waardoor tijdens de samenleving schade aan gemeenschappelijke auto is ontstaan. In reconventie: grotere inbreng in gemeenschappelijke huishouding levert geen ongerechtvaardigde verrijking partner op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2015/534
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 3988595 CV EXPL 15-7524

vonnis van: 8 september 2015

fno.: 842

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser in conventie, verweerster in reconventie]

wonende te [plaats]

eiseres in conventie

verweerster in reconventie

nader te noemen: [eiser in conventie, verweerster in reconventie]

gemachtigde: mr. C.J. Gebuijs, advocaat te Amsterdam

t e g e n

[gedaagde in conventie, eiser in reconventie]

wonende te [plaats]

gedaagde in conventie

eiser in reconventie

nader te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]

gemachtigde: mr. M.K. Rack, advocaat te Amsterdam.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • -

    dagvaarding van 19 maart 2015, met producties;

  • -

    conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie, met producties;

  • -

    instructievonnis;

  • -

    conclusie van repliek in conventie, tevens verweer in reconventie;

  • -

    conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie, met een productie;

  • -

    conclusie van dupliek in reconventie;

  • -

    dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten in conventie en in reconventie

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad en zij hebben acht jaar samengewoond tot september [jaar] . Zij hebben een dochter die is geboren in [jaar] en tijdens de samenleving van partijen woonde bij hen een zoon uit een eerdere relatie van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] .

1.2.

Tijdens de relatie is medio 2004 een auto met het [kenteken] aangeschaft, waarbij partijen elk een eigen auto hebben ingeruild. De auto is op naam van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] gesteld.

1.3.

Op 1 november 2009 heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als bestuurder van de auto een ongeval gehad. Ten tijde van het ongeval verkeerde [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] onder invloed van alcohol. Door het ongeval is schade ontstaan aan de auto. De herstelkosten zijn vastgesteld op € 6.700,- en de dagwaarde van de auto was € 1.550,-.

1.4.

Op 11 december 2009 is een vervangende auto gekocht, waarvoor € 3.850,- is betaald. Deze auto is eveneens op naam van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] gesteld. Na het uit elkaar gaan van partijen is deze auto in het bezit van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] gebleven en op 10 december 2012 op naam van een derde gesteld.

1.5.

Tijdens de samenleving verdiende [eiser in conventie, verweerster in reconventie] een inkomen van ongeveer € 1.100,- netto per maand en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ongeveer € 1.800,- netto per maand.

Standpunten van partijen

2. [eiser in conventie, verweerster in reconventie] vordert in conventie:

- voor recht te verklaren dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aansprakelijk is voor de door [eiser in conventie, verweerster in reconventie] geleden schade als gevolg van het ongeval;
- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen tot betaling van primair € 3.850,- en subsidiair € 1.550,-;

- [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te veroordelen in de proceskosten.

3. Zij stelt daartoe – kort gezegd – dat de auto waarin [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 1 november 2009 reed haar eigendom was. De auto stond op haar naam en zij heeft vrijwel alle kosten van de auto betaald. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft inbreuk gemaakt op haar eigendomsrecht door aan de auto schade toe te brengen. Hij verkeerde onder zodanige invloed van alcoholhoudende drank dat dit zijn rijvaardigheid verminderde en dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat was. [eiser in conventie, verweerster in reconventie] had weliswaar aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] toestemming gegeven om haar auto te gebruiken, maar alleen op normale wijze en niet onder invloed van alcohol . [eiser in conventie, verweerster in reconventie] was genoodzaakt om een vervangende auto te kopen, omdat de herstelschade hoger was dan de dagwaarde van de auto. Daarom vordert zij als schadevergoeding de aanschafwaarde van de vervangende auto, althans de dagwaarde van de beschadigde auto.

4. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voert daartegen – samengevat – aan dat beide partijen als eigenaar van de auto moeten worden beschouwd. Hij wijst erop dat de auto weliswaar op naam van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] stond, maar dat beide partijen een auto hebben ingeruild voor de aanschaf van de auto, dat zijn financiële inbreng in de gemeenschappelijke huishouding van partijen tijdens hun samenleving hoger is geweest dan die van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] en dat hij aan doorlopende kosten meer heeft betaald voor de auto dan [eiser in conventie, verweerster in reconventie] . Verder voert hij aan dat [eiser in conventie, verweerster in reconventie] niet genoodzaakt was om een vervangende auto aan te schaffen en dat hij in de kosten van die auto meer heeft bijgedragen dan [eiser in conventie, verweerster in reconventie] . [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] wijst er tot slot op dat partijen tijdens hun samenleving een financiële lotsverbondenheid hadden, die in de weg staat aan zijn aansprakelijkstelling.

5. In reconventie vordert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] [eiser in conventie, verweerster in reconventie] te veroordelen tot betaling van € 85.197,-. Hij stelt daartoe dat hij tijdens de samenleving van partijen een significant hogere inbreng in de gemeenschappelijke huishouding heeft gehad dan [eiser in conventie, verweerster in reconventie] doordat hij een hoger inkomen had. Bovendien heeft hij in de kosten van het levensonderhoud van de zoon van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] bijgedragen en heeft hij bij het einde van de samenleving de gehele inboedel achtergelaten bij [eiser in conventie, verweerster in reconventie] . In totaal is [eiser in conventie, verweerster in reconventie] volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor een bedrag van € 85.197,- ongerechtvaardigd verrijkt.

6. [eiser in conventie, verweerster in reconventie] voert als volgt verweer daartegen. In de eerste plaats behoort de vordering niet tot de competentie van de kantonrechter, omdat het gevorderde geldbedrag hoger is dan € 25.000,-. Bovendien is er onvoldoende samenhang tussen de conventie en de reconventie. Verder voert [eiser in conventie, verweerster in reconventie] aan dat tussen partijen geen enkele afspraak is gemaakt over de kostenverdeling in hun gemeenschappelijke huishouding. Zij betwist dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] daadwerkelijk meer heeft ingebracht in de gemeenschappelijke huishouding dan zij. Bovendien hebben beide partijen vrijwillig en met instemming hun aandeel in de gemeenschappelijke huishouding voldaan.

Beoordeling

In conventie

7. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op 1 november 2009 door deel te nemen aan het verkeer terwijl hij onder invloed van alcoholhoudende drank verkeerde, gevaarzettend en onrechtmatig gehandeld. Het is echter de vraag of hij jegens [eiser in conventie, verweerster in reconventie] aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade aan de auto. Artikel 6:163 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat er geen verplichting tot schadevergoeding bestaat, wanneer de geschonden norm niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden.

8. De in dit geval door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geschonden norm, dat automobilisten niet aan het verkeer mogen deelnemen indien zij (te veel) onder invloed zijn van alcohol, strekt ertoe dat er geen ongevallen worden veroorzaakt waardoor overige verkeersdeelnemers in gevaar kunnen worden gebracht en – al dan niet ernstige – schade aan andermans eigendommen kan worden toegebracht. Voor deze zaak is van belang om te onderzoeken tot welke schade de beoogde bescherming van andermans eigendommen zich uitstrekt.

9. Tussen partijen is allereerst in geschil of de auto aan [eiser in conventie, verweerster in reconventie] toebehoorde, zoals zij stelt, of aan beide partijen, zoals [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aanvoert. Partijen hebben de auto bij aanschaf mede gefinancierd door inruil van hun beider vorige auto’s. Hoe de auto voor het overige is gefinancierd, is onduidelijk gebleven. Geen van partijen heeft de (over en weer betwiste) stellingen daarover voldoende onderbouwd. De auto is op naam van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] gesteld. Een tenaamstelling op twee personen is niet mogelijk. Beide partijen hebben ruim vijf jaar gebruik gemaakt van de auto en bijgedragen aan de doorlopende kosten van de auto. Niet is gesteld of gebleken dat partijen op enig moment hebben afgesproken aan wie de auto toebehoort. Volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] had hij de auto nodig voor het verwerven van inkomsten, terwijl dat voor [eiser in conventie, verweerster in reconventie] niet gold. Dit is niet weersproken. Onder deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de auto geacht moet worden tot de gemeenschappelijke huishouding van partijen te hebben behoord. Daarom wordt het ervoor gehouden dat de auto aan beide partijen voor de helft toebehoorde.

10. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft dus door het ongeval schade toegebracht aan de auto die aan hem en [eiser in conventie, verweerster in reconventie] in mede-eigendom toebehoorde. Beide partijen hebben de auto jarenlang gebruikt. Dit gebruik brengt altijd een zeker risico op verkeersongevallen mee, welk risico partijen tijdens hun samenleving hebben aanvaard. Zij hebben na het ongeval een vervangende auto gekocht. Tussen hen is in geschil wie (grotendeels) de aanschafkosten en doorlopende kosten van deze auto heeft gedragen. Na het einde van de samenleving is de auto in het bezit van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] gebleven. Onder deze omstandigheden strekken de gevolgen van het rijgedrag van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich naar het oordeel van de kantonrechter niet uit tot de schade die [eiser in conventie, verweerster in reconventie] als mede-eigenaar van de beschadigde auto heeft geleden.

11. Hieruit volgt dat de vorderingen van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] in conventie niet toewijsbaar zijn.

In reconventie

12. In beginsel is niet de kantonrechter, maar de civiele rechter bevoegd om kennis te nemen van de geldvordering van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ten bedrage van € 85.197,-. Naar het oordeel van de kantonrechter verzet echter de samenhang tussen de conventionele en reconventionele vorderingen zich ertegen dat de reconventie wordt verwezen. De vorderingen van partijen hebben immers alle betrekking op de periode waarin zij samenwoonden en op de financiële gevolgen daarvan. Daarom zal de kantonrechter de reconventie zelf beoordelen en niet verwijzen.

13. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] stelt dat [eiser in conventie, verweerster in reconventie] ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van hem. De kantonrechter volgt hem daarin niet. Partijen hebben acht jaar samengewoond, waarbij zij een gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd. Tot die huishouding behoorde ook de zoon van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] . Partijen hebben, zo heeft [eiser in conventie, verweerster in reconventie] onweersproken gesteld, geen afspraken gemaakt over hun beider bijdrage in de kosten van de huishouding. Voor zover [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in die huishouding meer heeft bijgedragen dan [eiser in conventie, verweerster in reconventie] , is dat niet zonder redelijke grond gebeurd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] had immers een hoger inkomen dan [eiser in conventie, verweerster in reconventie] en heeft bovendien nagelaten om met haar afspraken te maken over de verdeling van hun beider inbreng in de kosten van de gemeenschappelijke huishouding. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] kan geacht worden zijn bijdrage aan de gemeenschappelijke huishouding vrijwillig, en dus niet zonder redelijke grond, te hebben geleverd. Ook het achterlaten van de inboedel heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] , naar moet worden aangenomen, vrijwillig gedaan zodat dit evenmin als een ongerechtvaardigde verrijking van [eiser in conventie, verweerster in reconventie] kan worden gezien.

14. De vorderingen in reconventie zullen, zoals uit het voorgaande volgt, worden afgewezen. Zowel in conventie als in reconventie zullen de proceskosten tussen partijen, als voormalige partners, worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

Wijst het gevorderde in conventie en in reconventie af;

Bepaalt in conventie en in reconventie dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door mr. M. van Walraven, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.