Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:6019

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
04-09-2015
Datum publicatie
14-09-2015
Zaaknummer
CV EXPL 15-3689
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verkoop van aandelen tegen €1 geen aandeelhoudersaansprakelijkheid, geen bestuurdersaansprakelijkheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1685
RF 2016/5
JONDR 2016/178
OR-Updates.nl 2015-0326
INS-Updates.nl 2015-0262
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Zaaknummer en rolnummer: 3853353 \ CV EXPL 15-3689

Uitspraak: 4 september 2015

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

de openbare maatschap

Zaam Accountants & Adviseurs,

gevestigd te Limmen, gemeente Castricum

nader te noemen Zaam

eiseres,

gemachtigde mr. J.F.M. Verheij,

t e g e n

1. Ko-Finance B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verschenen in persoon,

nader te noemen Ko-Finance,

2. Ko-Vast B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verschenen in persoon,

nader te noemen Ko-Vast,

3. [gedaagden 3] ,

wonende te [plaats] ,

nader te noemen [gedaagden 3] ,

verschenen in persoon,

gedaagden,

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

  • -

    de dagvaarding van 3 februari 2015 inhoudende de vordering van Zaam, met producties,

  • -

    de conclusie van antwoord van [gedaagden 3] , met producties.

Ingevolge tussenvonnis van 14 april 2015 heeft op 5 augustus 2015 een bijeenkomst van partijen plaatsgevonden. Het proces-verbaal hiervan en de daarin genoemde andere stukken bevinden zich bij de processtukken.

Tenslotte is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:

1.1 Zaam is een accountantskantoor.

1.2 [gedaagden 3] is voormalig enig aandeelhouder en bestuurder van Ko-Finance, die op haar beurt alle aandelen houdt/hield in en bestuurder was van Ko-Vast. [gedaagden 3] verrichtte, via Ko-Finance en Ko-Vast, renovatiewerk voor een liftenbedrijf.

1.3 [gedaagden 3] heeft namens Ko-Finance en Ko-Vast aan Zaam opdrachten verstrekt tot het verrichten van accountantswerkzaamheden.

1.3 Zaam heeft aan Ko-Finance en Ko-Vast facturen verstuurd voor door haar verrichte haar werkzaamheden.

1.4. Ko-Finance heeft elf facturen uit de periode april 2012 tot en met juli 2014 van in totaal € 7.700,72 onbetaald gelaten. Ko-Vast heeft vier facturen uit de periode oktober 2012 tot en met april 2014 van in totaal € 2.511,42 onbetaald gelaten.

1.5 Op 19 maart 2014 heeft [gedaagden 3] bij notariële akte alle aandelen in Ko-Finance overgedragen aan Stichting Wome Beheer. Die laatste werd daarbij vertegenwoordigd door haar bestuurder [naam 1] (hierna: [naam 1] ). De koopprijs voor de aandelen was € 1,00.

1.6. Bij brief van 15 januari 2015 heeft de advocaat van Zaam Ko-Finance en Ko-Vast gesommeerd tot betaling van de openstaande facturen.

Vordering en verweer

2. Zaam vordert - samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Ko-Finance te veroordelen tot betaling van:
a. € 7.700,72 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen;
b. € 760,04 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van veertien dagen na betekening van het vonnis;

Ko-Vast te veroordelen tot betaling van:
a. € 2.511,42 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen;
b. € 376,14 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van veertien dagen na betekening van het vonnis;

[gedaagden 3] te veroordelen tot betaling van:
a. € 10.212,14 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen, voor zover Ko-Finance en Ko-Vast niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis aan hun verplichtingen hebben voldaan;
b. € 877,12 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van veertien dagen na betekening van het vonnis, voor zover Ko-Finance en Ko-Vast niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis aan hun verplichtingen hebben voldaan;

Gedaagden te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met rente en nakosten.

3. Zaam stelt kort gezegd dat Ko-Finance en Ko-Vast aan Zaam opdrachten hebben verstrekt tot het verrichten van accountantswerkzaamheden. Ko-Finance heeft, ondanks aanmaning, elf facturen van Zaam voor de werkzaamheden onbetaald gelaten en Ko-Vast vier facturen. Naast Ko-Finance en Ko-Vast is ook [gedaagden 3] gehouden tot betaling van de openstaande facturen. [gedaagden 3] heeft immers in zijn hoedanigheid van voormalig (indirect) bestuurder en aandeelhouder van Ko-Finance en Ko-Vast zodanig onzorgvuldig gehandeld jegens Zaam dat hem daarvan een ernstig persoonlijk verwijt valt te maken. Omdat Ko-Finance en Ko-Vast de facturen onbetaald laten is [gedaagden 3] nu voor de betaling ervan aansprakelijk, aldus Zaam.

4. [gedaagden 3] voert verweer tegen de vordering. Hierna zal op de stellingen van partijen, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

Beoordeling

Vordering tegen Ko-Finance en Ko-Vast

5. Na de zitting is de kantonrechter gebleken dat Ko-Finance en Ko-Vast, anders dan in het roljournaal stond vermeld, wel in het geding zijn verschenen (faxbrief van 19 februari 2015 van [naam 1] ). Ko-Finance en Ko-Vast hebben echter geen gebruik gemaakt van de gelegenheid tot het indienen van een conclusie van antwoord en zijn evenmin ter zitting van 5 augustus 2015 verschenen, hoewel zij daartoe schriftelijk zijn opgeroepen.

6. De kantonrechter stelt vast dat Ko-Finance en Ko-Vast de vorderingen van Zaam niet hebben betwist. Deze zullen dan ook als onvoldoende betwist worden toegewezen zoals gevorderd.

7. Bij deze uitkomst van de procedure worden Ko-Finance en Ko-Vast als de in het ongelijk gestelde partijen veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Zaam.

8. De door Zaam gevorderde nakosten zijn toewijsbaar op de wijze als hierna in het dictum vermeld.

Vordering tegen [gedaagden 3]

9. Zaam verwijt [gedaagden 3] dat hij zodanig onzorgvuldig heeft gehandeld jegens Zaam dat hem daarvan een ernstig verwijt valt te maken. [gedaagden 3] heeft immers als aandeelhouder en bestuurder de aandelen in Ko-Finance (en daarmee ook Ko-Vast) voor een symbolisch bedrag van € 1,00 aan een onbekende derde verkocht, zonder voorafgaand deugdelijk onderzoek te hebben verricht naar de financiële gegoedheid en de intenties van deze derde. Als goed bestuurder had [gedaagden 3] voorts pogingen moeten doen om nieuwe opdrachten binnen te halen of de vennootschap te herfinancieren zodat schuldeisers kunnen worden betaald. Stichting Wome Beheer, aan wie [gedaagden 3] de aandelen heeft verkocht, blijkt na een simpele zoekopdracht op internet al eerder betrokken te zijn geweest bij aandelentransacties waarna alsnog het faillissement van de overgenomen vennootschappen is gevolgd. Ko-Finance en Ko-Vast laten de facturen onbetaald, zodat [gedaagden 3] daar nu aansprakelijk voor is, aldus Zaam.

10. [gedaagden 3] heeft het verweer gevoerd dat de financiële situatie van Ko-Finance en Ko-Vast vanaf 2012 tot aan de aandelenoverdracht dramatisch slecht was doordat er geen werk meer was. Zaam wist daar ook van, aangezien Zaam als accountant bekend was met de financiële positie van Ko-Finance en met Zaam ook al een betalingsregeling was overeengekomen, die Ko-Finance en Ko-Vast op een gegeven moment niet meer konden nakomen. [gedaagden 3] heeft voorts vanaf 2012 tot 2013 geprobeerd met de bank tot een financiering te komen, wat op niets is uitgelopen. In die situatie is hij, op aanraden van een vriend met een meubelzaak die goede ervaringen had met het administratiekantoor van [naam 1] , met [naam 1] overeengekomen om de aandelen in Ko-Finance te verkopen. [naam 1] heeft hem verzekerd dat hij de activiteiten zou voortzetten en voor betaling van de schuldeisers van Ko-Finance en Ko-Vast zorg zou dragen. Pas bij de notaris bleek dat niet [naam 1] maar Stichting Wome Beheer de aandelen in Ko-Finance zou kopen. Als [gedaagden 3] de aandelen niet had verkocht, dan waren Ko-Finance en Ko-Vast zeker failliet gegaan, aldus [gedaagden 3] .

11. De kantonrechter overweegt als volgt. Er dient verschil te worden gemaakt tussen een eventuele aansprakelijkheid van [gedaagden 3] als aandeelhouder en als bestuurder. Voor zover [gedaagden 3] wordt verweten dat hij als (indirect) aandeelhouder van Ko-Finance en Ko-Vast onrechtmatig jegens Zaam heeft gehandeld door de aandelen Ko-Finance aan Stichting Wome Beheer te vervreemden zonder zich ervan te vergewissen of deze de facturen zou (kunnen) voldoen, miskent Zaam dat een aandeelhouder niet persoonlijk aansprakelijk is voor hetgeen in naam van een besloten vennootschap wordt verricht (vgl. artikel 2:175 BW). Artikel 2:175 BW brengt mee dat noch [gedaagden 3] als voormalig aandeelhouder, noch Stichting Wome Beheer in beginsel als huidig aandeelhouder jegens Zaam aansprakelijk is om de facturen te voldoen. Dit heeft tot gevolg dat ook de aandelenoverdracht niet onrechtmatig is. De enkele (gestelde) omstandigheid dat Stichting Wome Beheer in het verleden bij faillissement betrokken is geweest, maakt dit niet anders. Andere bijzondere omstandigheden op grond waarvan in dit specifieke geval anders moet worden geoordeeld, zijn gesteld noch gebleken. [gedaagden 3] heeft daarom niet als aandeelhouder onrechtmatig jegens Zaam gehandeld door de aandelen Ko-Finance aan Stichting Wome Beheer over te dragen.

12. Voorts is de vraag aan de orde of [gedaagden 3] als (indirect) bestuurder van Ko-Finance en Ko-Vast onrechtmatig heeft gehandeld. Het verwijt dat [gedaagden 3] als bestuurder wordt gemaakt is dat hij pogingen had moeten doen om nieuwe opdrachten binnen te halen of de vennootschap te herfinancieren zodat schuldeisers kunnen worden betaald. En anders had hij de vennootschap moeten vereffenen, waarbij de belangen van de schuldeisers zijn gewaarborgd, aldus Zaam.

13. Bij de beoordeling staat voorop dat in geval van benadeling van een schuldeiser van een vennootschap door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering, naast de aansprakelijkheid van vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond kan zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. De betrokken bestuurder kan voor schade van de schuldeiser aansprakelijk worden gehouden indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake kunnen zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Er kunnen zich echter ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, Ontvanger / Roelofsen).

Ook geldt naar vaste rechtspraak (ECLI:NL:HR:2014:2627) dat ‘voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen [gelden] dan in het algemeen het geval is. Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten. bepalen.’

14. Voor zover [gedaagden 3] wordt verweten dat hij als (indirect) bestuurder heeft nagelaten om nieuwe opdrachten binnen te halen of de vennootschap te herfinancieren is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagden 3] hier geen ernstig verwijt treft. Immers, het staat als niet of onvoldoende betwist vast Ko-Finance en Ko-Vast ten tijde van de aandelenoverdracht in een zeer slecht financiële situatie verkeerden, dat er vanaf 2012 steeds minder werk was en dat [gedaagden 3] (zij het tevergeefs) heeft getracht nieuwe financiering te verkrijgen. Voor zover Zaam aan zijn vordering de stelling ten grondslag legt dat [gedaagden 3] ten onrechte heeft nagelaten de vennootschap te ontbinden en te vereffenen, heeft hij zijn vordering onvoldoende onderbouwd. Immers, hij heeft niet gesteld dat Zaam, als gevolg van het feit dat [gedaagden 3] de vennootschappen niet heeft ontbonden of het faillissement heeft aangevraagd, wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben (i) dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en (ii) ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade. Zaam heeft immers niets gesteld over die wetenschap van [gedaagden 3] . Evenmin heeft zij onderbouwd dat de vennootschappen geen verhaal bieden. De enkele stelling dat de vennootschappen destijds in zwaar verkeerden en mogelijkerwijs zouden failleren is daartoe onvoldoende, nog daargelaten dat de niets is gesteld omtrent een daadwerkelijk faillissement noch over de toestand van de boedel. De vordering jegens [gedaagden 3] zal dan ook worden afgewezen.

15. Bij deze uitkomst van de procedure wordt Zaam de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden 3] . [gedaagden 3] is echter zonder gemachtigde verschenen en heeft niet gesteld dat hij proceskosten heeft gemaakt. Als natuurlijke persoon heeft hij ook geen griffierecht betaald. De kosten zullen daarom worden begroot op nihil.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt Ko-Finance tot betaling aan Zaam van:

- € 7.700,72 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot aan de voldoening;
- € 760,04 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van veertien dagen na betekening van het vonnis tot aan de voldoening,

veroordeelt Ko-Vast tot betaling aan Zaam van:
- € 2.511,42 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot aan de voldoening;
b. € 376,14 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van veertien dagen na betekening van het vonnis tot aan de voldoening,

veroordeelt Ko-Finance en Ko-Vast in de proceskosten, aan de zijde van Zaam tot op heden begroot op
griffierecht € 932,00
explootkosten € 89,15
salaris gemachtigde € 400,00 (2 punten x € 200,00)
______
totaal € 1.421,15
inclusief eventueel verschuldigde btw;

veroordeelt Ko-Finance en Ko-Vast tot betaling van een bedrag van € 131,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en Ko-Finance en Ko-Vast niet binnen veertien dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis hebben voldaan, almede te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nasalaris met ingang van veertien dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt Zaam in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden 3] , tot op heden begroot op nihil,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. L. Biller, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter