Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:5744

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
21-08-2015
Datum publicatie
03-09-2015
Zaaknummer
AWB 13-4698
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WIA-uitkering. CBBS. Basisinformatie

WIA-uitkering. CBBS. De Basisinformatie schrijft niet dwingend aan de verzekeringsartsen voor welke beperkingen wel en welke niet in aanmerking moeten worden genomen bij de vaststelling van de belastbaarheid. De verzekeringsarts heeft de mogelijkheid om in het individuele geval af te wijken van de lijst van beperkingen dan wel aanvullende beperkingen te formuleren, zowel op de FML als in de verzekeringsgeneeskundige rapporten. De rechtbank heeft op onjuiste gronden geoordeeld dat de medische grondslag van het bestreden besluit ontoereikend is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 13/4698

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2015 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.H. Klijnstra),

en

de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: F.M.J. Eijmael).

Procesverloop

Bij besluit van 29 maart 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder met ingang van 9 mei 2013 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aan eiseres toegekend.

Bij besluit van 15 juli 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 maart 2014.

Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Bij beslissing van 31 maart 2014 heeft de rechtbank psychiater [naam psychiater 1] (de psychiater) als medisch deskundige benoemd. Bij brief van 28 juli 2014 heeft de deskundige zijn rapportage overgelegd, waarna partijen in de gelegenheid zijn gesteld om over en weer schriftelijk hun standpunten toe te lichten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) heeft bij rapportage van 6 oktober 2014 op het rapport gereageerd.

Naar aanleiding van die rapportage heeft de rechtbank bij brief van 11 november 2014 enkele vragen aan de verzekeringsarts b&b gesteld. Bij brief van 27 november 2014 heeft verweerder de rapportage van de verzekeringsarts b&b van 26 november 2014 aan de rechtbank toegestuurd, waarin de verzekeringsarts b&b is ingegaan op de vragen van de rechtbank. Daarna heeft de psychiater in de rapportage van 2 februari 2015 gereageerd op de rapportage van de verzekeringsarts b&b van 26 november 2014.

Bij brief van 16 april 2015 heeft verweerder de rapportage van de verzekeringsarts b&b van 15 april 2015 in reactie op de rapportage van de psychiater aan de rechtbank toegestuurd.

Partijen hebben vervolgens toestemming gegeven als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om zonder nadere behandeling ter zitting uitspraak te doen. De rechtbank heeft daarop het onderzoek gesloten

Overwegingen

1.1.

Eiseres was laatstelijk werkzaam als [functie] gedurende 40 uur per week. Op 12 mei 2011 is eiseres voor dit werk uitgevallen wegens psychische klachten.

1.2.

Op 23 januari 2013 heeft eiseres een aanvraag bij verweerder ingediend om een WIA-uitkering. Bij het primaire besluit heeft verweerder met ingang van 9 mei 2013 een WIA-uitkering aan eiseres toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 60,12%. Hiertoe heeft verweerder verwezen naar de rapportages van de verzekeringsarts van 27 februari 2013 en van de arbeidsdeskundige van 22 maart 2013.

1.3.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres, onder verwijzing naar de rapportages van 3 juni 2013 van de verzekeringsarts b&b en van de arbeidsdeskundige b&b van 28 juni 2013, ongegrond verklaard.

2.1.

Artikel 5 van de Wet WIA bepaalt dat gedeeltelijk arbeidsgeschikt is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, doch die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is.

Medische grondslag van het bestreden besluit

3.1.

Eiseres meent meer beperkt te zijn vanwege de concentratieklachten, vergeetachtigheid, onrust/prikkelbaarheid en somberheid. Daarnaast heeft eiseres slaapproblemen en nekklachten. De klachten leiden tot problemen in het vasthouden en verdelen van de aandacht. Eiseres meent ten gevolge van haar klachten beperkt te zijn in vasthouden en verdelen van de aandacht, hoog handelingstempo, in het behalen van normaantallen en in samenwerken. Eiseres kan geen 32 uur per week/ 8 uur per dag werken en ook niet in een wisseldienst. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres twee verklaringen van verzekeringsarts [naam verzekeringsarts] van 20 september 2013 en van 13 januari 2014 overgelegd.

3.2.

In de rapportage van 27 februari 2013 heeft de verzekeringsarts, op basis van een dossierstudie en een spreekuur, geconstateerd dat sprake is van een depressieve episode. De verzekeringsarts heeft medische informatie bij de behandelend psychiater/psycholoog van eiseres opgevraagd. In een brief van 5 maart 2013 concluderen psychiater [naam psychiater 2] en psycholoog [naam psycholoog ] dat eiseres al jaren klachten van depressie heeft en dat sprake is van separatie-/individualisatieproblematiek bij een borderline persoonlijkheidsorganisatie naast rouw over diverse verlieservaringen. Volgens de verzekeringsarts zijn er beperkingen voor stress, hectiek, in verband met concentratieproblemen geen ingewikkeld werk, afgebakend takenpakket en geen grote verantwoordelijkheid. In verband met problemen in de communicatie geen werk waarbij veel beroep wordt gedaan op sociale vaardigheden.

3.3.

Vervolgens heeft de verzekeringsarts b&b de medische grondslag van het primaire besluit heroverwogen. De verzekeringsarts b&b heeft blijkens haar rapportage van 3 juni 2013 een dossierstudie verricht en de hoorzitting bijgewoond en heeft geconstateerd dat bij eiseres sprake is van een depressie. Volgens de verzekeringsarts b&b is er geen onderbouwing om verdergaande beperkingen aan te nemen in het vasthouden van de aandacht in verband met concentratieproblemen. Eiseres is aangewezen op vaste, bekende werkwijzen (routine-afhankelijk). Daardoor kan de door de verzekeringsarts opgenomen beperking in onderdeel 1.9.10 (afgebakende taak, geen ingewikkeld werk, geen grote verantwoordelijkheid) verwijderd worden. De verzekeringsarts b&b acht eiseres beperkt voor leidinggeven en verwijdert de beperking waarbij contacten met collega’s wordt uitgesloten, nu uit de informatie van de psychiater blijkt dat eiseres zich juist eenzaam voelt. Door de keuze voor een beperking in samenwerken wordt in voldoende mate tegemoet gekomen aan problemen in sociale contacten. Tot slot neemt de verzekeringsarts b&b een werktijdenbeperking op die gelegenheid geeft voor extra bedrust van twee uur elke dag of een gehele rustdag extra in een werkweek.

3.4.

In de door eiseres overgelegde verklaringen van 20 september 2013 en van 13 januari 2014 concludeert verzekeringsarts [naam verzekeringsarts] dat de moeizame anamnese een aanwijzing vormen voor de concentratieproblemen van eiseres. Een depressie en sterke emotionaliteit hebben ook een negatief effect op het concentratievermogen. Volgens [naam verzekeringsarts] leiden de klachten van eiseres tot problemen in het vasthouden en verdelen van aandacht, weinig geduld/irritaties en prikkelbaarheid in sociale activiteiten, gevoelens van somberheid en eenzaamheid en een neiging zichzelf sociaal af te zonderen. De verzekeringsarts heeft eiseres te licht beperkt geacht voor de concentratieproblemen en voor het werken met en tussen anderen (onderdeel 2.12.4). [naam verzekeringsarts] meent dat een extra urenbeperking moet worden aangenomen gezien de ernstige depressie met moeheid en concentratieproblemen. Volgens [naam verzekeringsarts] gaat de bezwaarverzekeringsarts voorbij aan de brieven van de behandelend psychiater en psycholoog van 4 oktober 2011 en van 5 maart 2013.

3.5.

De verzekeringsarts b&b heeft zich in de aanvullende rapportages van 20 november 2013 en van 11 februari 2014 op het standpunt gesteld dat geen sprake is van ernstige cognitieve stoornissen zodanig dat eiseres onder de normaalwaarde uitkomt. Eiseres is in staat tot eenvoudige en routinematige handelingen. Dit leidt tot functionele mogelijkheden op laag geschoold niveau. Voor de geclaimde urenbeperking en de forse beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren kan geen indicatie worden gegeven. Er is geen reden voor bedlegerigheid of extra rustmomenten als eiseres bezig is met eenvoudige handelingen waar zij zich niet mentaal voor hoeft in te spannen.

3.6.

Vervolgens heeft de rechtbank de psychiater als medisch deskundige benoemd. In zijn rapportage van 28 juli 2014 en een nadere reactie van 2 februari 2015 concludeert de psychiater dat bij eiseres sprake is van een depressieve stoornis (eenmalige episode, matig van ernst). Ten gevolge van deze depressieve stoornis heeft eiseres beperkingen in cognitief functioneren, te weten verminderde aandachts- en concentratiefuncties, traagheid van handelen, geen structuur kunnen aanbrengen in haar dagelijks leven, chaotisch gedrag, prikkelbaarheid en oververmoeidheid. Zij kan wel dingen doen maar zonder aandacht of doelgerichtheid. Ze onderbreekt de activiteit vaak en is vergeetachtig. Ook ondervond eiseres beperkingen als gevolg van motivationele remming (voortkomend uit de depressie), zoals verminderde belangstelling, anhedonie en frustratie over het eigen functioneren en het gevoel gefaald te hebben. Deze depressieve klachten werden onderhouden onder invloed van onderliggende persoonlijkheidsproblemen, zoals een gebrek aan mentaliserend vermogen, het kwetsbare zelfbeeld en separatie- en individuatieproblematiek. Volgens de psychiater moeten er in de rubriek “Persoonlijk functioneren” dan ook aanvullende beperkingen worden aangenomen ten aanzien van de onderdelen 1.1 en 1.2 (vasthouden en verdelen van de aandacht), 1.3 (herinneren), 1.4 (inzicht in eigen kunnen), 1.5 en 1.6 (doelmatig en zelfstandig handelen) en 1.7 (handelingstempo). In de rubriek “Sociaal functioneren” acht de psychiater eiseres tevens beperkt op de onderdelen 2.6 (hanteren van emotionele problemen van anderen) en 2.7 (eigen gevoelens uiten). Ten aanzien van het samenwerken met anderen moet volgens de psychiater ermee rekening worden gehouden dat eiseres zich snel stoort en ergert aan het gedrag of uitlatingen van anderen; ze wordt daar boos en ook achterdochtig van, hetgeen haar zal verstoren in de aandacht bij eventuele werkzaamheden. Tevens had eiseres een verminderde nachtrust (moeite met in- en doorslapen en tekort slapen), waardoor ze zich overdag moe en futloos voelde). De psychiater meent dat eiseres niet in staat is om gedurende acht uur per dag en 32 uur per week zich in te zetten voor doelgerichte taken of werkzaamheden.

3.7.

De verzekeringsarts b&b stelt zich in de rapportage van 6 oktober 2014 op het standpunt dat uit het rapport van de psychiater kan worden afgeleid dat eiseres wel mogelijkheden heeft als zij zich niet intensief hoeft te concentreren, geen intensieve contacten heeft met derden, geen werk hoeft te doen waar veel eigen initiatief wordt vereist, omdat dit anders vertraagd handelen geeft. De traagheid is (volgens de psychiater) immers het gevolg van onderdrukte wilsfuncties. Hoewel de psychiater niet ontkent dat eiseres 32 uur per week en 8 uur per dag kan werken, is de verzekeringsarts b&b bereid een urenbeperking van ongeveer 20 uur per week en 4 uur per dag aan te nemen. In de rapportage van 26 november 2014 heeft de verzekeringsarts b&b nog nader toegelicht dat zij zich kan vinden in de bevindingen en conclusies van de psychiater op zijn vakgebied, maar dat het aan de verzekeringsarts is om te beoordelen tot welke specifieke beperkingen dit leidt. Ten aanzien van verminderde concentratie, verdelen van de aandacht, herinneren, voldoet eiseres volgens de verzekeringsarts b&b aan de normaalwaarde en zijn het opnemen van beperkingen niet op zijn plaats. Om toch tegemoet te komen aan de verminderde vermogens tot intensieve concentratie, verdelen van de aandacht, verminderd denkvermogen is eiseres reeds alleen in staat geacht voor routinematige handelingen, waarbij dus niet gedacht hoeft te worden. De conclusies van de psychiater dat eiseres beperkt is in doelmatig en zelfstandig handelen en vertraagd is in haar doen, heeft te maken met haar beperkte wilsfuncties en zijn niet het gevolg van een ernstige psychische stoornis. De verzekeringsarts b&b volgt de psychiater wel in de gestelde beperkingen ten aanzien van hanteren van emoties en eigen gevoelens uiten.

3.8.

In reactie hierop heeft de psychiater zich in de rapportage van 7 augustus 2014 op het standpunt gesteld dat, zonder dat hij aan de voorbeelden van ernstige stoornissen die in de CBBS worden genoemd wil afdoen, er vanuit psychiatrisch oogpunt voldoende gronden zijn om de cognitieve beperkingen aannemelijk te achten. De psychiater wijst er daarbij ook op dat eerder bij eiseres sprake is van een ernstige depressie en dat de ernst van de depressie (zoals vaker voorkomt) bij periodes kan fluctueren. Volgens de psychiater kan het beeld van een matige depressie ook een ernstige stoornis met ernstige tekorten zijn. Verder houdt de psychiater vast aan zijn conclusie dat eiseres niet in staat is om vanwege onvoldoende energie, vitaliteit en spankracht zich 8 uur per dag en 32 uur per week in te zetten voor doelgerichte taken of werkzaamheden. De aandachts- en concentratieproblemen met de frustraties, prikkelbaarheid en het neigen tot opgeven, alsmede onderliggende gevoelens van incompetentie, maken het niet realistisch dat eiseres dit zou kunnen waarmaken.

3.9.

In de rapportage van 15 april 2015 benadrukt de verzekeringsarts b&b dat de wetgever ervoor heeft gekozen dat een verzekeringsarts de beperkingen van een patiënt vaststelt. Het betreft een claim op uitbetaling van een verzekering en dit moet ook als zodanig worden uitgevoerd. Daarbij moeten alle onderliggende regels en voorwaarden nageleefd worden. Dat dit niet overeenkomt met het oordeel van een deskundige, kan volgens de verzekeringsarts b&b niet leiden tot een bredere interpretatie van de CBBS.

3.10.

De rechtbank overweegt dat uit de toelichting bij de CBBS volgt dat de Basisinformatie een handleiding is voor de verzekeringsartsen bij het beoordelen en vaststellen van beperkingen en het invullen van de FML. De handleiding geeft aanwijzingen aan de verzekeringsartsen hoe om te gaan met het CBBS als ondersteunend systeem en bevat bepaalde uitgangspunten en handvatten. De Basisinformatie schrijft niet dwingend aan de verzekeringsartsen voor welke beperkingen wel en welke niet in aanmerking moeten worden genomen bij de vaststelling van de belastbaarheid. De verzekeringsarts heeft de mogelijkheid om in het individuele geval af te wijken van de lijst van beperkingen dan wel aanvullende beperkingen te formuleren, zowel op de FML als in de verzekeringsgeneeskundige rapporten. De toelichting in de Basisinformatie omtrent ernstige stoornissen laat onverlet de mogelijkheid voor de verzekeringsarts om een beperking aan te geven bij beoordelingspunten 1.1 tot en met 1.8 ook als geen sprake is van een ernstige stoornis. Daarbij is van belang dat de beoordeling door de verzekeringsarts voldoende en inzichtelijk moet worden gemotiveerd, nu het in het individuele geval gaat om de vraag of de vastgestelde beperkingen, waarmee de (bezwaar)arbeidsdeskundige bij het duiden van functies rekening moet houden, rechtens aanvaardbaar zijn. De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 4 september 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:1646).

3.11.

De rechtbank is van oordeel dat de psychiater een deugdelijk en consistent rapport heeft uitgebracht. Hij heeft kennis genomen van het dossier over eiseres en vervolgens na eigen onderzoek zijn mening gevormd. De rechtbank is van oordeel dat de psychiater in zijn rapportage van 28 juli 2014 en een nadere reactie van 2 februari 2015 voldoende heeft toegelicht dat en waarom aanleiding bestaat om aanvullende beperkingen in de rubrieken “Persoonlijk functioneren” en “Sociaal functioneren” alsook een urenbeperking op te nemen. Anders dan de verzekeringsarts b&b blijkbaar meent, staat het systeem van de CBBS, mede gelet op genoemde uitspraak van de Raad van 4 september 2013, daar niet aan in de weg. De rechtbank wijst er in dat verband ook op dat in de toelichting bij het CBBS, ten aanzien van een groot aantal van de door de psychiater aangenomen beperkingen, is vermeld dat deze beperkingen over het algemeen (cursivering rechtbank) alleen voorkomen bij mensen met een ernstige stoornis. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de rapportages van de psychiater niet te volgen.

3.12.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de medische grondslag van het bestreden besluit niet op een deugdelijke motivering berust, hetgeen strijd oplevert met het bepaalde in artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Het bestreden besluit dient daarom te worden vernietigd. Nu voor de besluitvorming nader onderzoek en/of een nadere motivering door de verzekeringsarts b&b is vereist, ziet de rechtbank geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank zal verweerder opdragen binnen zes weken een nieuw besluit op het bezwaar van eiser te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat in de FML, conform het rapport van de psychiater van 28 juli 2014 (bladzijde 13), onder de rubriek “Persoonlijk functioneren” beperkingen op de punten vasthouden van de aandacht (1.1), verdelen van de aandacht (1.2), herinneren (1.3), inzicht in eigen kunnen (1.4), doelmatig handelen (1.5), zelfstandig handelen (1.6) en handelingstempo (1.7) worden opgenomen, in de rubriek “Sociaal functioneren” beperkingen op de punten hanteren van emotionele problemen van anderen (2.6) en het uiten van eigen gevoelens (2.7) worden opgenomen en dat daarin een urenbeperking van 20 uur per week en 4 uur per dag wordt opgenomen (zoals ook door de verzekeringsarts b&b in de rapportage van 6 oktober 2014 is aangegeven).

3.13.

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

3.14.

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 980,- (een punt voor het indienen van het beroepschrift, een punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 490,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op binnen zes weken na het gezag van gewijsde krijgen van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 44,- aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 980,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J. Niersman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2015.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.