Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:5568

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
07-08-2015
Datum publicatie
31-08-2015
Zaaknummer
13-751241-15 RK 15-535
Rechtsgebieden
Internationaal publiekrecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Artikel 6, vijfde lid OLW:

De rechtbank heropent en schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd teneinde op een volgende zitting de heden overgelegde maar niet aan het dossier toegevoegde bankafschriften nader te kunnen bekijken met betrekking tot het inkomsten/uitgavepatroon. Aan de hand van dit patroon is mogelijk af te leiden of de opgeëiste persoon ook daadwerkelijk in Nederland heeft verbleven en/of hij bijvoorbeeld zijn dagelijkse boodschappen in winkels in Nederland heeft gedaan.

Een tweede kwestie die op een volgende zitting aan de orde gesteld moet worden, is gerezen naar aanleiding van het Poolse adres dat op jaaropgaven staat vermeld. Hoe verhoudt deze adressering zich met de gestelde verblijfsduur in Nederland?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751241-15

RK nummer: 15/2535

Datum uitspraak: 7 augustus 2015

TUSSENUITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 14 april 2015 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 18 november 2008 (ontvangen op 14 april 2015) door de District Court Judge in Kozalin (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1965,

wonende op het adres [adres, te plaats 1] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 19 juni 2015. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink.

De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman mr. T.E. Korff, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

Naar aanleiding van de gevoerde verweren heeft de rechtbank aanleiding gezien het onderzoek voor onbepaalde tijd te schorsen om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere informatie met betrekking tot de oproeping van het vonnis III te verkrijgen en de opgeëiste persoon in de tussentijd de gelegenheid te geven het door hem gestelde rechtmatige en onafgebroken verblijf van vijf jaar voorafgaande aan de uitspraak van de rechtbank te onderbouwen met aanvullende gegevens.

De rechtbank heeft op 19 juni 2015 de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

Op 24 juli 2015 is de behandeling van de vordering voortgezet. Daarbij zijn de officier van justitie mr. R.A. Bosman, de opgeëiste persoon (bijgestaan door een tolk in de Poolse taal) en zijn raadsvrouw opnieuw gehoord.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van de volgende vonnissen

- vonnis van het Regional Court in Koszalin van 14 november 2005 (referentie X K 941/05)

- vonnis van het Regional Court in Bialogard van 15 september 2006 (VI K 326/06)

- vonnis van het Regional Court in Bialogard van 24 mei 2007 (II K 323/07).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van respectievelijk 2 jaar gevangenisstraf, 1 jaar gevangenisstraf en 2 jaar en 56 maanden gevangenisstraf, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemde vonnissen.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze tussenuitspraak gehecht.

4 Standpunten

De raadsvrouw heeft gepersisteerd bij haar op de eerdere zitting gevoerde verweer te weten dat de opgeëiste persoon in aanmerking komt om als gelijkgesteld aan een Nederlander te worden beschouwd, waardoor hij recht kan doen gelden op de bescherming van artikel 6, lid 5 OLW.
Nu de overlevering verzocht wordt voor de tenuitvoerlegging van vonnissen zou dit moeten leiden tot weigering van de verzochte overlevering, subsidiair tot aanhouding in afwachting van de uitkomst van in een andere, vergelijkbare zaak te stellen prejudiciële vragen.
De raadsvrouw heeft ter zitting nog aanvullende stukken aan de rechtbank overgelegd en bankafschriften getoond, waarna de opgeëiste persoon deze weer in ontvangst heeft genomen.

De officier van justitie heeft het standpunt van de raadsvrouw bestreden en aangevoerd dat de gegevens over het rechtmatig en onafgebroken verblijf onvoldoende zijn. Niet uitgesloten kan worden dat de opgeëiste persoon seizoensarbeid heeft verricht terwijl hij niet in Nederland maar net over de grens verbleef; het adres dat op bankafschriften staat vermeld bewijst niet het verblijf van de opgeëiste persoon in Nederland, het kan een postadres zijn of het adres van een ander dat door de opgeëiste persoon gebruikt wordt voor zijn bankzaken.

De officier van justitie heeft zich verzet tegen inwilliging van het aanhoudingsverzoek.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en bepaald dat op 7 augustus 2015 uitspraak zal worden gedaan.

Tijdens het overleg in raadkamer heeft de rechtbank vastgesteld dat het onderzoek niet volledig is geweest.

Daarom zal de rechtbank het onderzoek heropenen en voor onbepaalde tijd schorsen.

5 Beslissing

Heropent en schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd teneinde op een volgende zitting de heden overgelegde maar niet aan het dossier toegevoegde bankafschriften nader te kunnen bekijken met betrekking tot het inkomsten/uitgavepatroon. Aan de hand van dit patroon is mogelijk af te leiden of de opgeëiste persoon ook daadwerkelijk in Nederland heeft verbleven en/of hij bijvoorbeeld zijn dagelijkse boodschappen in winkels in Nederland heeft gedaan.

Een tweede kwestie die op een volgende zitting aan de orde gesteld moet worden, is gerezen naar aanleiding van het adres dat op jaaropgaven staat vermeld:
[opgeëiste persoon] , [adres, te plaats 2] , Polen.

Hoe verhoudt deze adressering zich met de gestelde verblijfsduur in Nederland?

Beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op een nog nader te bepalen terechtzitting.

Beveelt de oproeping van opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen tijdstip met tijdig kennisgeving aan zijn raadsvrouw mr. T.E. Korff te Amsterdam.

Beveelt de oproeping van een tolk in de Poolse taal.

Verzoekt de opgeëiste persoon – via zijn raadsvrouw – kopieën van zijn bankafschriften voorafgaand aan de volgende zitting aan de officier van justitie en de rechtbank ter beschikking te stellen.

Aldus gedaan door

mr. A.C. Enkelaar, voorzitter,

mrs. H.P. Kijlstra en R.W.L. Koopmans, rechters,

in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 7 augustus 2015.