Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:5277

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
17-07-2015
Datum publicatie
18-08-2015
Zaaknummer
awb 15/401
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onvoorwaardelijk strafontslag van budgetbeheerder bij de gemeente Amstelveen houdt stand in beroep.

Eiser heeft zich schuldig gemaakt aan diverse vormen van ernstig plichtsverzuim. Hij heeft de schijn van belangenverstrengeling gewekt door te nauwe banden aan te gaan met aannemers die voor de gemeente Amstelveen werkzaam waren. Zo heeft hij onder meer zijn tuin laten bestraten zonder dat daarvoor een rekening is gegeven. Daarnaast is eiser onvoldoende zorgvuldig omgegaan met financiële middelen en materiaal van de gemeente Amstelveen. Hierdoor heeft hij de gemeente benadeeld.

De rechtbank acht strafontslag niet onevenredig, ondanks het lange dienstverband van eiser en zijn beroep op de bedrijfscultuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 15/689

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2015 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. B.P. Kuhn),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen, verweerder

(gemachtigde: mr. B.M. Dijkstra).

Procesverloop

Bij besluit van 3 september 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser met ingang van 1 oktober 2014 strafontslag verleend.

Bij besluit van 13 januari 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2015. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Aan de zijde van eiser zijn tevens verschenen [naam 1] , directeur van [naam 2] Civiel Amstelveen B.V. en N. [naam 3] , senior landmeter bij Fugro GeoServices B.V. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verder zijn aan de zijde van verweerder verschenen [werknemer 1] , [werknemer 2] en [naam 5] , allen werkzaam bij de gemeente Amstelveen, en [naam 4] , senior bedrijfsrechercheur bij Hoffmann Bedrijfsrecherche. Ter zitting heeft de rechtbank [naam 1] als partij-getuige voor eiser, [naam 3] als partij-deskundige voor eiser en [deskundige 2] als partij-deskundige voor verweerder gehoord.

Overwegingen

1.1.

Eiser is sinds 1 december 1978 werkzaam bij verweerder, laatstelijk (sinds 2006) in de functie van leidinggevende/budgetbeheerder bij Wijkbeheer Noord in de gemeente Amstelveen.

1.2.

Naar aanleiding van een interne notitie met betrekking tot een rechtmatigheidscontrole uitgevoerd door de staf en externe accountants waarbij is geconstateerd dat er aanzienlijke bedragen zijn die één-op-één aan bepaalde aannemers zijn gegund, heeft verweerder het bedrijf Hoffmann Bedrijfsrecherche (hierna: Hoffmann) opdracht gegeven onderzoek te verrichten naar mogelijke onregelmatigheden bij het uitbesteden van werkzaamheden aan aannemers waarbij eiser betrokken is geweest.

1.3.

Naar aanleiding van de interne notitie hebben gesprekken plaatsgevonden tussen verweerder en eiser om de bevindingen zoals genoemd in de notitie te bespreken.

Hangende het onderzoek is eiser vanaf 27 maart 2014 tijdelijk ingezet als toezichthouder in het gebied Aalsmeer. In juli 2014 heeft Hoffmann het onderzoek afgerond.

1.4.

Bij brief van 18 juli 2014 heeft verweerder eiser meegedeeld voornemens te zijn het dienstverband te beëindigen wegens plichtsverzuim, bestaande uit het wekken van de schijn van belangenverstrengeling en het onzorgvuldig omgaan met (financiële) middelen. In deze brief is eiser tevens geschorst gedurende de ontslagprocedure en is hem de toegang tot de gemeentelijke gebouwen ontzegd. Verweerder heeft eiser in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken.

1.5.

Bij het primaire besluit heeft verweerder het dienstverband met eiser met ingang van 1 oktober 2014 beëindigd. Aan dit besluit heeft verweerder een reeks van verwijten ten grondslag gelegd die, evenals in het voornemen, overkoepelend zijn aangemerkt als het wekken van de schijn van belangenverstrengeling en het onzorgvuldig omgaan met (financiële) middelen. Met betrekking tot de gewekte schijn van belangenverstrengeling heeft verweerder geconcludeerd dat eiser onvoldoende professionele distantie heeft tot de aannemers en niet onafhankelijk is. Eiser heeft zijn vertrouwensband met de aannemers en het belang van de aannemers om aan het werk te blijven zwaarder laten wegen dan zijn verplichting als ambtenaar om gepaste afstand te bewaren en zijn onafhankelijkheid te bewaken ten opzichte van marktpartijen. Met betrekking tot het onzorgvuldig omgaan met (financiële) middelen heeft verweerder geconcludeerd dat eiser door zijn wijze van werken verweerder ernstig benadeeld heeft en aannemers bevoordeeld heeft. Eiser is dermate onzorgvuldig, gemakzuchtig en onoplettend geweest dat zijn handelen als zeer ernstig plichtsverzuim moet worden opgevat. Verweerder acht de sanctie van strafontslag evenredig aan het plichtsverzuim.

1.6.

Tegen het primaire besluit heeft eiser bezwaar gemaakt. Dat is ongegrond verklaard bij het bestreden besluit.

1.7.

Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat het ontslag is gebaseerd op het rapport van Hoffmann. Hoffmann heeft gedurende negen maanden onderzoek gedaan, bestaande uit observaties, interviews met collega’s en derden en een administratief en digitaal onderzoek. De resultaten van dit onderzoek zijn integraal overgenomen en daaruit heeft verweerder geconcludeerd dat sprake is van ernstig plichtsverzuim. Zo is uit het onderzoek onder meer gebleken dat eiser privécontacten heeft met aannemers en veelvuldig, meer dan strikt noodzakelijk, aanwezig is bij hen, dat hij verweerder financieel nadeel heeft berokkend door de verkoop van trilplaten, dat sprake is van onjuiste kilometerdeclaraties en van onjuiste urenregistraties en dat sprake is van onduidelijke en ongecontroleerde facturen, onnodige werkzaamheden en onverklaarbare vrachtwagenuren van door de gemeente gecontracteerde aannemers. Voorts is gebleken dat eiser goede stenen als puin heeft laten afvoeren die later zijn doorverkocht. Ook is duidelijk geworden dat eiser de aannemers en de facturen niet controleerde. Het niet controleren kan op geen enkele wijze worden gerechtvaardigd. Eiser heeft geen zicht gehad op wat er daadwerkelijk speelde met als gevolg dat aannemers in feite de vrijheid hadden om te factureren naar eigen goeddunken. Bepaalde facturen blijken te hoog en een aannemelijke verklaring van zowel eiser als de betreffende aannemer ontbreekt. Eiser is onzorgvuldig omgegaan met financiële middelen en heeft de schijn van belangenverstrengeling gewekt. Hierdoor is het vertrouwen van verweerder beschaamd. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat hij hoge eisen mag stellen aan de integriteit van zijn medewerkers en met name aan hen die belast zijn met het doen van aanbestedingen en het begeleiden van bouwprojecten waar veel geld mee is gemoeid. Verweerder heeft er groot belang bij dat zelfs de schijn van het bevoordelen van bepaalde aannemers wordt vermeden. Eisers gedragingen zijn in strijd met de eisen van integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid. Mede gelet op het structurele karakter van eisers nalatige gedrag heeft hij zich schuldig gemaakt aan zeer ernstig plichtsverzuim. Het vertrouwen in eiser is in zodanig ernstige mate beschadigd dat dit tot onvoorwaardelijk ontslag dient te leiden.

2. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiser heeft tevens een verzoek gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek is afgewezen in de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 5 maart 2015 met zaaknummer AMS 15/705. De voorzieningenrechter heeft daarin overwogen dat verweerder vooralsnog terecht heeft geoordeeld dat sprake is van ernstig plichtsverzuim. Dat het strafontslag onevenredig is, is niet gebleken.

3. Eiser heeft in beroep een contra-expertise overgelegd van Fugro GeoServices B.V. (hierna: Fugro). Over de contacten met de aannemers heeft eiser aangevoerd dat het onvermijdelijk is dat deze na verloop van tijd persoonlijker worden. Eiser ontkent de meeste aan hem gemaakte verwijten en betwist dat hij de gemeente Amstelveen heeft benadeeld.

4. De rechtbank overweegt het volgende.

5.1.

In artikel 15:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling Amstelveen (ARA) is bepaald dat de ambtenaar gehouden is zijn betrekking nauwgezet en ijverig te vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt.

5.2.

In artikel 16:1:1, eerste lid, van de ARA is, voor zover hier van belang, bepaald dat de ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, deswege disciplinair kan worden gestraft. Op grond van het tweede lid omvat plichtsverzuim zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

5.3.

Op grond van artikel 8:13 van de ARA kan als disciplinaire straf aan de ambtenaar ongevraagd ontslag worden verleend.

6.1.

Eiser wordt verweten dat hij de schijn van belangenverstrengeling heeft gewekt door te nauwe banden te onderhouden met diverse aannemers die voor de gemeente Amstelveen werkzaam zijn. Daarnaast is het verwijt dat eiser onvoldoende zorgvuldig is omgegaan met financiële middelen van de gemeente Amstelveen. Door te weinig controle uit te oefenen in zijn hoedanigheid van budgetbeheerder zou hij de gemeente Amstelveen hebben benadeeld.

6.2.

In het voornemen tot strafontslag en het primaire besluit heeft verweerder diverse omstandigheden aangevoerd die maken dat eiser zich aan plichtsverzuim heeft schuldig gemaakt.

6.3.

De rechtbank overweegt dat in het onderzoek van Hoffmann een aantal zaken eruit springen, die wijzen op onaanvaardbaar nauwe banden tussen eiser en de genoemde aannemers [naam 2] en Straatmakersbedrijf [naam 6] . Zo is gebleken dat eiser zijn tuin heeft laten bestraten door (een zzp-er die met name werkte voor) [naam 6] , zonder dat daarvoor kosten aan eiser in rekening zijn gebracht. Dat eiser voor deze werkzaamheden niet heeft betaald, maar dat de kosten voor rekening van [naam 6] zijn gekomen, terwijl de werkzaamheden op verzoek van eiser zijn uitgevoerd, is bevestigd door de drie broers [naam 6] .

Dit wekt naar het oordeel van de rechtbank op zijn minst de schijn van belangenverstrengeling.

6.4.

Niet in geschil is, dat eiser de facturen van de aannemers bij meer- en minderwerk niet controleerde. Naar eiser zelf heeft verklaard, verliepen alle contacten en transacties met [naam 2] en [naam 6] op basis van vertrouwen. Dat eiser die werkzaamheden en facturen niet controleerde, blijkt ook uit de grote verschillen die aan de hand van metingen door Hoffmann zijn geconstateerd in de werkzaamheden en aankopen van materiaal, dat benodigd was voor diverse projecten binnen de gemeente Amstelveen. De contra-expertise van Fugro die eiser in het geding heeft gebracht en de verklaringen van [naam 3] en [naam 1] hebben hier naar het oordeel van de rechtbank geen ander licht op geworpen. De contra-expertise van Fugro en de verklaringen van [naam 3] en [naam 1] hebben slechts betrekking op twee van de vijf projecten. Juist bij de drie andere projecten (Parklaan/Doctor Schaepmanlaan, Graaf Willemlaan en Gijsbrecht van Amstellaan) wijken de resultaten van de metingen van verweerder/Hoffmann, ook nadat er in aanwezigheid van medewerkers van [naam 2] een hermeting had plaatsgevonden, voor het benodigd materiaal in hoge mate af van de aantallen waarvan volgens eiser moet worden uitgegaan en daarmee ook van de gegevens in de door eiser goedgekeurde facturen.

6.5.

De rechtbank is van oordeel dat het standpunt van verweerder ten aanzien van deze drie projecten in het rapport van Hoffmann op voldoende wijze is onderbouwd. Eiser heeft hier, terwijl dat in dit geval wel op zijn weg lag, niets tegen in gebracht, behalve het feit dat hij niet bij de metingen betrokken is geweest. Eiser heeft ruimschoots de kans gehad om met tegengegevens te komen. Het stond eiser bovendien vrij om zelf ook in deze projecten metingen te (doen) verrichten, zoals hij ook in de twee andere projecten heeft gedaan.

De rechtbank ziet onder deze omstandigheden geen onzorgvuldigheid aan de kant van verweerder en acht de enkele stelling van eiser, dat de door Fugro gedane meting bij de projecten Meerpaal en Van Heuven Goedhartlaan nauwelijks afwijkt van de aantallen waarvan eiser is uitgegaan, onvoldoende om te twijfelen aan de juistheid van de resultaten van de door Hoffmann verrichte metingen bij de projecten Parklaan/Doctor Schaepmanlaan, Graaf Willemlaan en Gijsbrecht van Amstellaan.

6.6.

De hiervoor besproken verwijten zijn naar het oordeel van de rechtbank al meer dan voldoende voor de conclusie dat eiser te nauwe banden met de aannemers onderhield.

7.1.

Verweerder verwijt eiser ook dat hij onvoorzichtig en onvoldoende zorgvuldig met de financiële middelen van de gemeente Amstelveen is omgesprongen.

7.2.

Eiser heeft in het jaar 2013 in totaal 3000 vrachtwagenuren ingezet, waarvoor een hoge rekening van [naam 2] is ontvangen die door eiser is geaccordeerd. Na onderzoek is gebleken dat 433 uren daarvan niet zijn te verantwoorden. Hiermee is een bedrag van € 30.000,- gemoeid.

Eiser heeft hiervoor geen verklaring gegeven, terwijl dit gelet op zijn verantwoordelijkheid als budgetbeheerder en de hoogte van het bedrag, wel van hem gevergd had mogen worden. Daarmee heeft eiser de controle door zijn werkgever op zijn handelen bemoeilijkt en dat kan hem als leidinggevende/budgetbeheerder worden aangerekend.

7.3.

De rechtbank komt op basis van eisers handelen met betrekking tot de vrachtwagenuren, alsmede de in rechtsoverweging 6.4 besproken verwijten tot de conclusie dat verweerder terecht heeft gesteld dat eiser ook onvoldoende zorgvuldig met de financiële middelen van de gemeente Amstelveen is omgegaan.

8.1.

Eiser heeft zich daarmee naar het oordeel van de rechtbank schuldig gemaakt aan ernstig en toerekenbaar plichtsverzuim. Eiser heeft immers structureel en systematisch een groot deel van zijn taken niet op controleerbaar integere wijze uitgevoerd. Daarbij weegt ook mee het feit dat eiser een leidinggevende functie had en daarmee een voorbeeldfunctie vervulde.

8.2.

De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of het opgelegde strafontslag evenredig is aan het plichtsverzuim. Daarbij dient het belang van eiser te worden afgewogen tegen het belang van verweerder bij het genomen besluit.

8.3.

Eiser heeft in dit verband een beroep gedaan op de bedrijfscultuur. Dat beroep is door verweerder weerlegd met een verwijzing naar de manier van werken van collega’s van eiser, die anders te werk gaan dan eiser. Deze verwijzing is door eiser niet ontkracht. Zelfs al zouden in het verleden sommige collega’s van eiser op een manier hebben gewerkt die vergelijkbaar is met die van eiser, dan is daarmee nog geen sprake van een actuele bedrijfscultuur, laat staan van een ook heden ten dage nog door het gevoegd gezag gedoogde wijze van werken. Dat verweerder ook in het verleden groot belang hechtte aan een integer opereren van eiser blijkt ook uit het feit dat verweerder eiser in 2008 heeft berispt wegens

-samengevat- te nauwe contacten met aannemers.

8.4.

De rechtbank neemt verder in overweging dat eiser een zeer lang dienstverband heeft. Gelet op de ernst van het plichtsverzuim kan dit echter niet opwegen tegen het belang van verweerder. De rechtbank acht het strafontslag daarom niet onevenredig.

8.5.

Of en in hoeverre eiser de gemeente Amstelveen ook overigens heeft benadeeld, door bijvoorbeeld de gang van zaken rond de verkoop van de trilplaten of afvoer van straatklinkers, en of eiser overigens de schijn van belangenverstrengeling heeft gewekt, kan en zal de rechtbank in het midden laten, omdat de hiervoor besproken terecht door verweerder aan het strafontslag ten grondslag gelegde verwijten dat ontslag reeds kunnen dragen.

9. Het beroep van eiser is ongegrond. Voor vergoeding van het griffierecht of proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Broekhuis, voorzitter, en mrs. H.J. Tijselink en J.T. Kruis, leden, in aanwezigheid van M. van Velzen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2015.

griffier

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.