Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:4576

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
05-06-2015
Datum publicatie
21-07-2015
Zaaknummer
2876765 CV EXPL 14-7218
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet door werknemers omdat loon achtereenvolgens 5 maal niet op tijd was betaald. Zijn vervolgens bij andere werkgever in dienst getreden. Zij vorderen vakantiebijslag met de maximale wettelijke verhoging en afgifte van jaaropgaven 2012 op verbeurte van dwangsom. Gedaagden erkennen vordering vakantiebijslag maar beroepen zich op art. 7:680 BW (verrekening vordering). Kantonrechter verwerpt dit o.g.v. art. 6:136 BW. Jaaropgaven voor uitspraak aan eiser afgegeven. Werkgever veroordeeld. Voorwaardelijke veroordeling van aandeelhouder bij gebreke van betaling ondanks uitgangspunt art. 2:175 BW dat aandeelhouder in beginsel niet aansprakelijk is voor schulden van dochter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2015/1397
AR 2015/1396
JAR 2015/172
AR-Updates.nl 2015-0673
GZR-Updates.nl 2015-0335
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 2876765 CV EXPL 14-7218

vonnis van: 5 juni 2015

fno.: 450

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

1. [eiser 1]

2. [eiser 2]

3. [eiser 3]

4. [eiser 4]

5. [eiser 5]

6. [eiser 6]

7. [eiser 7]

8. [eiser 8]

9. [eiser 9]

10. [eiser 10]

11. [eiser 11]

12. [eiser 12]

13. [eiser 13]

14. [eiser 14]

15. [eiser 15]

16. [eiser 16]

17. [eiser 17]

18. [eiser 18]

19. [eiser 19]

20. [eiser 20]

21. [eiser 21]

22. [eiser 22]

23. [eiser 23]

24. [eiser 24]

25. [eiser 25]

26. [eiser 26]

27. [eiser 27]

28. [eiser 28]

29. [eiser 29]

30. [eiser 30]

31. [eiser 31]

32. [eiser 32]

33. [eiser 33]

34. [eiser 34]

35. [eiser 35]

36. [eiser 36]

37. [eiser 37]

38. [eiser 38]

39. [eiser 39]

40. [eiser 40]

allen woonplaats kiezende te [plaats]

eisers

nader gezamenlijk te noemen: de werknemers

gemachtigde: mr. C.N. Vethanayagam

tegen

1. de besloten vennootschap Thuiszorg van Oranje Service B.V. tevens handelende onder
de naam Thuiszorg van Oranje Amsterdam

2. de besloten vennootschap Thuiszorg van Oranje Utrecht B.V.

beide gevestigd te Amersfoort

gedaagden

nader te noemen: TVOA en TVO, gezamenlijk: gedaagden

gemachtigde: mr. H.W. Prillevitz

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende processtukken:

- de dagvaarding van 7 maart 2014 met bewijsstukken, inhoudende de vordering van
de werknemers;
- de conclusie van antwoord van gedaagden;
- het instructievonnis van 13 juni 2014;
- de conclusie van repliek tevens akte vermeerdering van eis van de werknemers met
bewijsstukken;

- de conclusie van dupliek van gedaagden met bewijsstukken;

- de akte uitlating producties van de werknemers met bewijsstukken;

- de antwoordakte van gedaagden met bewijsstukken;
- de akte uitlating producties van de werknemers.

Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend of niet (voldoende) weersproken, alsmede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden inhoud van de bewijsstukken, staat in dit geding het volgende vast:

1.1.

De werknemers zijn medio 2011 in dienst getreden van TVOA als ADL-assistent danwel Helpende.

1.2.

De werknemers hebben ieder op 12 april 2012 op staande voet ontslag genomen bij TVOA, samengevat omdat hun loon achtereenvolgens vijf maal niet op tijd werd betaald. Zij zijn vervolgens in dienst getreden van Maxima Zorg B.V.

1.3.

TVO is enig aandeelhouder en enig bestuurder van TVOA. [naam 1]
(verder [naam 1]) is [functie] van TVO.


Vordering en verweer

2. De werknemers vorderen TVOA bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te veroordelen tot betaling aan hen van totaal € 18.414,56 bruto wegens vakantiebijslag en
€ 9.207,21 wegens de maximale wettelijke verhoging, genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 april 2012 tot de dag van de voldoening. Voorts vorderen de werknemers TVOA te veroordelen tot afgifte van de correct opgemaakte loonstroken betreffende de vakantiebijslag alsmede na vermeerdering van eis tot afgifte van de jaaropgaven 2012 op verbeurte van een dwangsom. Tot slot vorderen zij TVOA te veroordelen in de kosten van het geding.

3. Voor het geval TVOA niet aan haar veroordeling tot betaling voldoet, vorderen de werknemers TVO te veroordelen tot betaling van de bedragen waartoe TVOA is veroordeeld.

4. De werknemers stellen - kort gezegd - dat TVOA bij het einde van de arbeidsovereenkomst de op dat moment opgebouwde vakantiebijslag niet met hen heeft afgerekend. TVOA dient haar verplichtingen als werkgever jegens hen na te komen. Zij leggen een specificatie over van de aan ieder van de werknemers verschuldigde vakantiebijslag. TVOA heeft geen geldige reden gegeven om de vakantiebijslagen niet te voldoen en de datum voor betaling van de vakantiebijslagen is ruimschoots verstreken. Toewijzing van de maximale wettelijke verhoging van 50% is daarom alleszins gerechtvaardigd. Nu TVO feitelijk degene is die bepaalt dat TVOA niet betaalt, handelt TVO onrechtmatig jegens de werknemers. TVOA en TVO zijn beide uit dien hoofde hoofdelijk aansprakelijk voor hetgeen TVOA aan de werknemers is verschuldigd. De werknemers vragen in eerste instantie betaling van TVOA en uitsluitend voor het geval TVOA niet zelf tot betaling overgaat van TVO. De werknemers hebben geen jaaropgaven over 2012 ontvangen en hebben als gevolg daarvan geen adequate belastingaangifte over 2012 kunnen doen. TVOA is verplicht deze jaaropgaven alsnog aan hen te verstrekken.

5. Gedaagden voeren gemotiveerd verweer tegen de vordering. TVOA erkent dat zij de gevorderde vakantiebijslag aan de werknemers verschuldigd is, maar zij beroept zich op verrekening van deze betalingsverplichting met een vordering uit hoofde van artikel 7:680 BW, die zij op de werknemers heeft. Volgens haar bestond voor het door de werknemers genomen ontslag op staande voet geen dringende reden. Bovendien hebben zij TVOA de dringende reden nooit bekend gemaakt. Uit dien hoofde zijn de werknemers haar een schadevergoeding verschuldigd die gelet op de opzeggingstermijn begroot moet worden op tenminste het loon voor anderhalve maand. Haar vordering overtreft haar betalingsverplichting. Voorts doet zij een beroep op matiging van de gevorderde wettelijke verhoging. Zij heeft de bewuste loonstroken inmiddels verstrekt. De gevorderde jaaropgaven heeft zij reeds tweemaal aan de werknemers afgegeven. TVO voert aan dat er geen rechtsgrond bestaat om haar tot enige betaling te verplichten.

Beoordeling

6. Gelet op de erkentenis van TVOA staat vast dat zij terzake van vakantiebijslag de bedragen zoals vermeld op de aan dit vonnis gehechte en gewaarmerkte specificatie aan ieder van de werknemers verschuldigd is. De kantonrechter verwerpt het beroep op verrekening van TVOA nu de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen (artikel 6:136 BW). De werknemers hebben immers gemotiveerd betwist dat er sprake is geweest van een onregelmatige opzegging hunnerzijds uit hoofde waarvan zij jegens TVOA schadeplichtig zouden zijn en TVOA heeft haar tegenvordering niet bij wege van reconventionele vordering ter beoordeling ingediend. Dat betekent dat TVOA veroordeeld zal worden tot betaling van de gevorderde vakantiebijslag.

7. De niet tijdige voldoening van de verschuldigde vakantiebijslag is TVOA toe te rekenen, zodat zij de wettelijke verhoging aan de werknemers verschuldigd is. TVOA heeft geen gegronde reden gegeven waarom zij de vakantiebijslag bij het einde van de arbeidsovereenkomst nooit aan de werknemers heeft uitbetaald en waarom zij pas nadat de werknemers in de onderhavige procedure betaling van de vakantiebijslag eisen, hebben aangevoerd dat zij een tegenvordering hebben, die zij evenwel niet instellen. Tegen die achtergrond ziet de kantonrechter geen aanleiding om het ongemotiveerde beroep van TVOA op matiging van de gevorderde wettelijke verhoging te honoreren. Derhalve zal TVOA veroordeeld worden tot betaling van de maximale wettelijke verhoging van 50%.

8. Gelet op het verzuim in de betaling van de vakantiebijslag, is TVOA wettelijke rente aan de werknemers verschuldigd. De daarop betrekking hebbende vordering, die niet is betwist, is mitsdien toewijsbaar.

9. TVOA heeft de gevorderde loonstroken bij de conclusie van dupliek overgelegd. Nu derhalve inmiddels is voldaan aan de vordering tot afgifte van de loonstroken met betrekking tot de verschuldigde vakantiebijslag, wordt deze vordering afgewezen.

10. Naar het oordeel van de kantonrechter is de vordering tot afgifte van de jaaropgaven 2012 toewijsbaar. De enkele stelling van TVOA dat zij deze tot tweemaal toe aan de werknemers heeft afgegeven, is een te vaag verweer. Bovendien heeft TVOA geen reden aangevoerd waarom zij deze jaaropgaven niet nogmaals zou kunnen afgeven. Van een werkgever mag worden verwacht dat zij daartoe overgaat indien een werknemer daarom gemotiveerd verzoekt. De gevorderde dwangsom is toewijsbaar, met dien verstande dat daaraan een maximum wordt verbonden.

11. TVOA dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van het geding. Aangezien aan de werknemers toevoegingen zijn verleend dienen 75% van de explootkosten te worden voldaan aan het Landelijk Dienstencentrum van de Rechtspraak (het LDCR) na ontvangst van een nota van het LDCR. De overige 25% aan explootkosten dienen door TVOA aan de werknemers te worden voldaan die dat bedrag dienen door te betalen aan de deurwaarder die de dagvaarding heeft betekend op een daartoe strekkend betalingsverzoek van deze deurwaarder.

12. Ten aanzien van de vordering jegens TVO oordeelt de kantonrechter als volgt. Op basis van artikel 2:175 BW is uitgangspunt dat TVO als aandeelhouder in beginsel niet aansprakelijk is voor schulden van haar dochter TVOA. Dat beginsel van uitsluiting van aansprakelijkheid van de aandeelhouder wordt slechts doorbroken in het geval dat sprake is van een onrechtmatige daad van de aandeelhouder/moedervennootschap. TVO heeft niet gemotiveerd betwist dat [naam 1] als de ultieme aandeelhouder feitelijk in beide vennootschappen het beleid bepaalt en de beslissende zeggenschap heeft. Voorts is niet weersproken dat alle geldstromen zich bevinden in TVO, dat TVO door het Zorgkantoor betaald is voor de door de werknemers verrichte werkzaamheden en dat TVO vervolgens TVOA moet betalen. Dat TVO ([naam 1]) er geen zorg voor heeft gedragen dat TVOA de vakantiebijslag aan de werknemers heeft uitgekeerd, valt TVO toe te rekenen. De kantonrechter acht TVO daarom tevens aansprakelijk voor de schade die de werknemers lijden indien TVOA haar verplichtingen niet nakomt. Nu de werknemers kennelijk eerst willen trachten hun vorderingen te innen bij TVOA en jegens TVO een voorwaardelijke vordering hebben ingesteld, zal de kantonrechter dienovereenkomstig beslissen.


BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt TVOA aan ieder van de werknemers de verschuldigde vakantiebijslag, te vermeerderen met 50% wegens de wettelijke verhoging te betalen, een en ander zoals gespecificeerd in de aan dit vonnis gehechte en gewaarmerkte specificatie, alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 april 2012 tot de dag van de voldoening;

veroordeelt TVOA binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan ieder van de werknemers hun jaaropgave 2012 te verstrekken op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat TVOA daaraan niet voldoet met een maximum van € 5.000,00 per werknemer;

veroordeelt TVOA in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de werknemers begroot op en te betalen als volgt:
€ 77,00 aan de werknemers voor het griffierecht
€ 1.200,00 aan de werknemers voor salaris gemachtigde

€ 26,20 aan de werknemers voor een deel van de explootkosten
€ 78,60 aan het LDCR voor een deel van de explootkosten na een daartoe van het LDCR verkregen nota
-----------------
€ 1.381,80 voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt TVOA tot betaling aan de werknemers van een bedrag van
€ 50,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en TVOA niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, een en ander voor zover van toepassing, inclusief BTW en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2015 tot de dag van de voldoening;

en voor het geval TVOA niet aan de in I., III. en IV. genoemde veroordelingen voldoet:

veroordeelt TVO tot betaling aan de werknemers van de in I., III. en IV. genoemde bedragen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. A. Sissing kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter