Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:4395

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-07-2015
Datum publicatie
20-07-2015
Zaaknummer
C-13-570447 - HA ZA 14-799
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil tussen veilingkoper en veilingorganisator. Koper heeft op een veiling een kavel gekocht. Volgens zijn stellingen kon een gedeelte van de kavel op dat moment nog niet door hem worden meegenomen. De verkoper stelt zich later op het standpunt dat dat gedeelte niet tot de kavel behoorde. De koper stelt de veilingorganisator aansprakelijk. Op basis van het partijdebat komt de rechtbank tot het oordeel dat de veilingorganisator niet is gehouden tot juridische levering van de kavel en dat door de veilingorganisator niet onrechtmatig jegens de koper is gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/570447 / HA ZA 14-799

Vonnis van 15 juli 2015

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma

[eiser 1],

gevestigd te [plaats],

2. [eiser 2],

wonende te [plaats],

3. [eiser 3],

wonende te [plaats],

4. [eiser 4],

wonende te [plaats],

eisers,

advocaat mr. drs. F.K. van den Akker,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 1],

gevestigd te [plaats],

gedaagde,

advocaat mr. F.J. Laagland.

Partijen zullen hierna ook [eiser 1], [eiser 2], [eiser 3], [eiser 4] (gezamenlijk: [eisers gezamenlijk]) en [gedaagde 2] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 31 juli 2014, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

  • -

    het tussenvonnis van 22 oktober 2014,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 6 februari 2015, met de daarin genoemde stukken (waaronder de akte eiswijziging tevens houdende overlegging nadere producties van [eisers gezamenlijk]).

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde 2] organiseert veilingen.

2.2.

Op 23 maart 2010 is de vennootschap [bedrijf] (hierna ook: [bedrijf]) failliet verklaard. Als curator is benoemd mr. F.J. Hordijk (hierna: Hordijk).

2.3.

Op 2 september 2011 heeft Hordijk – kort gezegd – het onroerend goed van [bedrijf] geleverd aan de besloten vennootschap Het Pakhuis B.V. (hierna: Het Pakhuis). Het Pakhuis is gelieerd aan de Coöperatieve Rabobank Zuid-Holland Midden U.A. (hierna: de Rabobank).

2.4.

Hordijk en de Rabobank (in haar hoedanigheid van pand- en hypotheekhouder) hebben [gedaagde 2] opdracht gegeven voor de organisatie van een onlineveiling van voor verkoop in aanmerking komende roerende zaken en een online verkoop bij inschrijving van de aanwezige warmtekrachtcentrale en het kassencomplex van [bedrijf].

2.5.

De Algemene Online Veiling Voorwaarden van [gedaagde 2] Veilingen voor kopers (hierna: kopersvoorwaarden) luiden – voor zover relevant – als volgt:

ARTIKEL 1. DEFINITIES

[…]

Verkoper: degene(n) in wiens/wier opdracht een kavel wordt geveild;

Koper: de Gebruiker aan wie de Kavel is toegewezen;

Gebruikers-overeenkomst: de overeenkomst tussen [gedaagde 2] en Gebruiker;

Koopovereenkomst: de koopovereenkomst tussen Koper en Verkoper

Aflevering: de feitelijke levering van de Kavel aan de Koper of aan diens gemachtigde;

[…]

ARTIKEL 3. DE VEILING

[…]

3.2 […]

Meer in het bijzonder aanvaardt [gedaagde 2] in geen geval aansprakelijkheid voor welke schade dan ook, die op enige wijze ontstaat door en/of voortvloeit uit: […] – het niet voldoen van de Kavels aan de specificaties zoals vermeld op de Website; – het feit dat de informatie op de Website onjuist, onvolledig of niet actueel is; […] – handelingen van de Verkoper nadat de Gebruiker daarmee een Koopovereenkomst heeft gesloten.

[…]

ARTIKEL 5. BIEDINGEN; KOOPOVEREENKOMST

[…]

5.7

[gedaagde 2] is geen partij bij de Koopovereenkomst, doch bemiddelt slechts bij het tot stand brengen van koopovereenkomsten. […]

ARTIKEL 7. BETALINGSVERPLICHTINGEN VAN DE KOPER

7.1

De Koper heeft de verplichting om binnen 3 dagen […] na bevestiging van de Koopovereenkomst de Koopsom te doen bijschrijven op een door [gedaagde 2] aan te geven rekeningnummer […].

ARTIKEL 9. AFLEVERING

9.1

Indien en zodra de Koper aan al zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, kan de Koper op de daarvoor door [gedaagde 2] vastgestelde uren en plaats de betreffende Kavel(s) […] (doen) ophalen, zijnde de Aflevering. […]

2.6.

Als kavel 2 werd aangeboden:

2. warmtekracht installatie

Producent: Habo

Jaar: 2008

warmtekracht installatie, aangedreven door Cummins 18 cilinder gasmotor, type HPC2040CV, cap. dieselmotor 2040 pk, opgebouwde stroomgenerator, Cummins, type 632493, cap.

2000 kW, compleet met CO2 installatie, pompen, compressor, filters, centrale bedieningskasten, olietank, inhoud 2300 liter, afgewerkte olietank, rookgas koelers, cap. 1043 kW, rookgas condensors, cap. 237 kW, gascontrole unit, hoogspannings ruimte met energie computer, 5 hoogspanningskasten met 7 schakelaars, 1 netwerkkast, 1 generatorkast, doorvoer ventilatoren, geheel gebouwd in geisoleerde demontabel gebouw, afm. 10x13x5 meter, met naast gebouwde verticale geisoleerde opslagtank, diam. ca. 12 meter, hoogte ca. 8 meter

2.7.

[eisers gezamenlijk] heeft op 9 september 2011 € 107.000,00 geboden voor kavel 2. Dat bod is geaccepteerd door [gedaagde 2].

2.8.

[gedaagde 2] heeft [eiser 2] op 16 september 2011 in de gelegenheid gesteld kavel 2 op te (doen) halen. Een hoogspanningsruimte met transformator en overige inhoud (hierna ook: het transformatorhuis) is op het terrein achtergebleven.

2.9.

Op 3 december 2012 heeft het Pakhuis een “trafo”, die stond op het terrein van [bedrijf], geleverd aan [naam 1], [naam 2] en [naam 3] (hierna gezamenlijk: [naam 1, 2 en 3 gezamenlijk]).

2.10.

Bij brief van 21 januari 2013 heeft Het Pakhuis aan (de raadsman van) [eisers gezamenlijk] geschreven:

In verband met de voorgenomen verkoop van het perceel aan de [straat] te [plaats] hebben wij op 20 september 2012 van [gedaagde 2] de bevestiging ontvangen dat de trafo geen onderdeel uitmaakte van de tender/openbare inschrijving van de WKK en het kassencomplex, noch van de veiling van de ‘roerende zaken’.

[…]

Uw cliënte is van mening dat de hoogspanningsruimte/trafo wel degelijk onderdeel uit maakt van het door haar gekochte kavel 2. Uw cliënte wenst de hoogspanningsruimte/trafo op korte termijn te laten afkoppelen en op te halen. Daarnaast verzoekt u ons de kosten voor afkoppeling te voldoen.

Aan [gedaagde 2] hebben wij verzocht een standpunt in te nemen met betrekking tot de omschrijving van Kavel 2. […]

De trafo wordt in de gehele kavelomschrijving niet vermeld en maakt dan ook geen deel uit van kavel 2. De hoogspanningsruimte vermeld in de kavelomschrijving betreft de hoogspanningsruimte aanwezig in het geïsoleerde demontabele gebouw. Wij hebben ook nooit opdracht gegeven om de trafo via de online veiling te verkopen.

[…]

Op grond van bovenstaande blijven wij bij ons standpunt dat de hoogspanningsruimte/trafo niet aan uw cliënte is verkocht. U zult begrijpen dat uw cliënte dan ook niet gerechtigd is om de hoogspanningsruimte/trafo af te laten koppelen en op te halen.

Indien u bezwaren heeft tegen de kavel omschrijving welke voor de veiling goed gedocumenteerd was met bijgevoegde foto’s, willen wij u verzoeken uw bezwaren verder kenbaar te maken aan [gedaagde 2].

3 Het geschil

3.1.

[eisers gezamenlijk] vordert – na wijziging van eis – bij vonnis:

“Primair

I. te verklaren voor recht dat tussen eisers en gedaagde een overeenkomst tot stand is gekomen, welke gedaagde verplicht tot aflevering aan eisers van het door eisers gekochte kavel 2 (de warmtekrachtinstallatie op het perceel [straat] te [plaats]) en welke eisers verplicht de koopsom voor kavel 2 te doen bijschrijven op een door [gedaagde 2] aan te geven rekeningnummer;

II. primair

A. te verklaren voor recht dat het door eisers gekochte kavel 2 mede omvat de hoogspanningsruimte met transformator en overige inhoud, zoals ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst tussen eisers en verkoper op het perceel [straat] buiten en naast het demontabele gebouw van de warmtekrachtinstallatie aanwezig was;

B. gedaagde te veroordelen om tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen een vervangende schadevergoeding ter grootte van een bedrag van € 98.970,00, althans een in goede justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het in dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening (art. 6:74 BW juncto 6:87 BW);

III. subsidiair

A. te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen eisers en gedaagde onder invloed van dwaling aan de zijde van eisers tot stand is gekomen (art. 6:228 BW);

B. de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen ter opheffing van het door eisers geleden nadeel (art. 6:230, tweede lid, BW), in die zin dat gedaagde wordt veroordeeld om tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen een bedrag van € 98.970,00, althans een in goede justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het in dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

Subsidiair

IV. te verklaren voor recht dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld jegens eisers

door te weigeren de door eisers van verkoper gekochte hoogspanningsruimte met transformator en overige inhoud op het perceel [straat] te [plaats] aan eisers af te leveren (art. 6:162 BW);

V. gedaagde te veroordelen om tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers

te betalen een schadevergoeding ter grootte van een bedrag van € 98.970,00, althans een in goede justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het in dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

Meer subsidiair

VI. de overeenkomst tussen eisers en gedaagde, als bedoeld onder I, gedeeltelijk te

ontbinden, namelijk voor wat betreft het gedeelte waarbij eisers verplicht zijn dat deel van de koopsom te doen bij schrijven dat betrekking heeft op de hoogspanningsruimte met transformator en overige inhoud, zoals ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst tussen eisers en verkoper op het perceel [straat] buiten en naast het demontabele gebouw van de warmtekrachtinstallatie aanwezig was (art. 6:265 BW juncto art. 6:267, tweede lid, BW);

VII. primair

A. gedaagde te veroordelen om tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen een schadevergoeding ter grootte van een bedrag van € 98.970,00, althans een in goede justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het in dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening (art. 6:277 BW);

subsidiair

B. gedaagde te veroordelen om tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers terug te betalen een bedrag van € 87.000,00, althans een in goede justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het in dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening (art. 6:270 BW);

C. gedaagde te veroordelen om tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen een schadevergoeding ter grootte van een bedrag van € 11.970,00, althans een in goede justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het in dezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening (art. 6:277 BW);

En overigens (zowel primair als subsidiair)

VIII. gedaagde te veroordelen tot vergoeding van de door eisers gemaakte buitengerechtelijke incassokosten, conform rapport Voorwerk II begroot op € 1.788,00, te verrneerderen met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, althans vanaf de in goede justitie door de rechtbank te bepalen datum;

IX. gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de nakosten ad € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening, onder bepaling dat gedaagde de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten verschuldigd wordt wanneer deze niet binnen veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis zijn betaald.”

3.2.

[eisers gezamenlijk] legt (in de kern) het volgende aan zijn vorderingen ten grondslag. De omschrijving (zie 2.6) vermeldt uitdrukkelijk dat kavel 2 onder meer een hoogspanningsruimte met energiecomputer bevat. Ten behoeve van de kijkdag voor de veiling waren de verschillende kavels gestickerd. De stickers vermeldden de naam [gedaagde 2] en het desbetreffende kavelnummer. [eiser 2] heeft foto’s gemaakte van de onderdelen behorende tot kavel 2. Ook op de foto van de hoogspanningruimte is een sticker van [gedaagde 2] te zien. [eiser 2] heeft tijdens de kijkdag bovendien de door hem gekochte warmtekrachtinstallatie onderdeel voor onderdeel geïnspecteerd. Hij kreeg op de kijkdag de sleutel van de hoogspanningsruimte van een aanwezige medewerker van [gedaagde 2]; [eiser 2] heeft de deur geopend en naar binnen gekeken. De bij de warmtekrachtcentrale behorende hoogspanningsruimte met schakelkasten en transformator zijn echter niet geleverd. Levering is ook niet meer mogelijk. Het transformatorhuis is aan [naam 1, 2 en 3 gezamenlijk] geleverd. [gedaagde 2] is tekortgekomen in haar verplichting om kavel 2 feitelijk af te leveren aan [eisers gezamenlijk] Indien niet komt vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, heeft [gedaagde 2] onrechtmatig jegens [eisers gezamenlijk] gehandeld. De onrechtmatigheid bestaat eruit dat [gedaagde 2] heeft geweigerd het transformatorhuis aan [eiser 2] af te leveren, hoewel [eisers gezamenlijk] dit had gekocht van verkopers, de opdrachtgevers van [gedaagde 2]. [eisers gezamenlijk] heeft aldus door toedoen van [gedaagde 2] schade geleden.

3.3.

[gedaagde 2] voert verweer. Zij voert daartoe het volgende aan. Tussen [eisers gezamenlijk] en [gedaagde 2] is geen overeenkomst gesloten die [gedaagde 2] ertoe verplichtte een kavel juridisch te leveren. Bovendien heeft [eisers gezamenlijk] niet voldaan aan zijn klachtplicht. Ook staan de exoneraties uit de kopersvoorwaarden aan toewijzing van de vorderingen van [eisers gezamenlijk] in de weg. Het transformatorhuis maakte geen onderdeel uit van kavel 2 en dat mocht ook niet door [eisers gezamenlijk] worden aangenomen. [eisers gezamenlijk] heeft niet aan zijn stelplicht voldaan, zodat ook zijn vorderingen die berusten op onrechtmatige daad moeten worden afgewezen. Daarnaast betwist [gedaagde 2] de gestelde schade.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Bij dagvaarding heeft [eisers gezamenlijk] gesteld dat sprake is van een koopovereenkomst tussen [eisers gezamenlijk] en [gedaagde 2]. Bij akte eiswijziging heeft hij die stelling verlaten. Tussen partijen staat inmiddels vast dat geen sprake is van een koopovereenkomst tussen hen, maar dat de koopovereenkomst is gesloten tussen [eisers gezamenlijk] en de opdrachtgevers van [gedaagde 2] (hierna ook: de verkoper). Dat betekent dat tussen partijen vaststaat dat de beoogde rechtsgevolgen van de veiling – de verplichtingen uit de obligatoire koopovereenkomst – niet voor [gedaagde 2] zijn ingetreden, maar voor de verkoper (Hordijk respectievelijk de Rabobank).

4.2.

Het houdt partijen verdeeld of het transformatorhuis onderdeel uitmaakte van kavel 2 en door [eisers gezamenlijk] is gekocht. De rechtbank volgt [gedaagde 2] niet in haar verweer dat het transformatorhuis niet tot kavel 2 kon behoren omdat de transformator niet met zoveel woorden in de omschrijving van kavel 2 is vermeld. Naast de omschrijving van kavel 2 zou, naar het voorlopig oordeel van de rechtbank, onderzocht moeten worden hoe de feitelijke situatie was ten tijde van de kijkdag voorafgaand aan de veiling en meer in het bijzonder waar de diverse onderdelen van kavel 2 zich bevonden, tot welke ruimtes [eiser 2] toegang heeft gekregen en op welke onderdelen en deuren stickers van [gedaagde 2] waren geplaatst. Aan dat nadere onderzoek komt de rechtbank echter niet toe, hetgeen als volgt wordt toegelicht.

4.3.

[eisers gezamenlijk] en [gedaagde 2] zijn een overeenkomst aangegaan, op basis waarvan [eisers gezamenlijk] kon deelnemen aan door [gedaagde 2] georganiseerde internetveilingen (hierna: de gebruikersovereenkomst). Op deze overeenkomst zijn de kopersvoorwaarden van toepassing (zie 2.5).

4.4.

[eisers gezamenlijk] legt aan zijn (gewijzigde) vorderingen ten grondslag dat uit artikel 9 van de kopersvoorwaarden volgt dat [eiser 2] verplicht is de door hem gekochte kavel 2 op te halen. Deze verplichting brengt omgekeerd de verplichting voor [gedaagde 2] met zich om kavel 2 op de door haar vastgestelde plaats, datum en uren feitelijk af te leveren, hetgeen ook volgt uit de titel van bedoeld artikel 9. [gedaagde 2] is (toerekenbaar) tekortgekomen in die verplichting althans heeft onrechtmatig jegens [eisers gezamenlijk] gehandeld door het transformatorhuis niet feitelijk af te leveren, aldus – steeds – [eisers gezamenlijk]

4.5.

[gedaagde 2] heeft [eisers gezamenlijk] op 16 september 2011 in de gelegenheid gesteld kavel 2 te (doen) ophalen en in zoverre aan haar (gestelde) verplichting uit artikel 9 van de kopersvoorwaarden voldaan. De hoogspanningsruimte was die dag nog niet afgekoppeld van het elektriciteitsnet en het woonhuis op het terrein werd nog van stroom voorzien via de hoogspanningsruimte. [eiser 2] stelt zelf dat hij toen met [naam 4] van de Rabobank heeft afgesproken dat hij het transformatorhuis zou laten staan totdat voor het woonhuis een eigen aansluiting op het elektriciteitsnet zou zijn geregeld. Dat het transformatorhuis destijds op het terrein achterbleef, is het gevolg van deze nadere afspraak. Ook indien veronderstellenderwijs als vaststaand wordt aangenomen dat het transformatorhuis tot kavel 2 behoorde, kan de rechtbank dan ook niet vaststellen dat [gedaagde 2] in dit verband is tekortgekomen in de nakoming van enige verplichting of onrechtmatig jegens [eisers gezamenlijk] heeft gehandeld. [eiser 2] heeft [gedaagde 2] toen ook niet schriftelijk in gebreke gesteld, noch heeft hij [gedaagde 2] schriftelijk ervan in kennis gesteld dat hij bij het ophalen van (een deel van) de kavel werd belemmerd. [eisers gezamenlijk] heeft er destijds bij brief van 17 september 2011 bij [gedaagde 2] enkel over geklaagd dat hij op 16 september 2011 een energiecomputer niet kon meenemen. Deze kwestie is daarna opgelost.

4.6.

De verkoper heeft pas geruime tijd later (op 12 december 2012) schriftelijk, na communicatie daarover met [gedaagde 2], tegenover [eisers gezamenlijk] het standpunt ingenomen dat het transformatorhuis niet tot kavel 2 behoorde. Indien een verkoper (zoals in dit geval) het standpunt inneemt dat een bepaalde zaak niet is verkocht en weigert om over te gaan tot juridische levering, is de organisator van de veiling daarvoor niet zonder meer aansprakelijk.

De rechtbank onderschrijft het verweer van [gedaagde 2] dat uit artikel 9 van de kopersvoorwaarden niet volgt dat [gedaagde 2] gehouden was om het transformatorhuis juridisch te leveren. [eisers gezamenlijk] zelf lijkt artikel 9 van de kopersvoorwaarden ook niet zo uit te leggen. Zijn advocaat heeft op de comparitie verklaard: “De aflevering waartoe [gedaagde 2] gehouden is, is niet de juridische levering”. Onjuist is derhalve dat [gedaagde 2] reeds op basis van artikel 9 van de kopersvoorwaarden aangesproken kon worden toen bleek dat de verkoper zich niet gehouden achtte het transformatorhuis aan [eisers gezamenlijk] te leveren. Dat de kopersvoorwaarden van [gedaagde 2] bepalen dat de koper gehouden is te betalen op een door [gedaagde 2] aan te wijzen rekeningnummer, maakt dat niet anders.

4.7.

Voor zover in de stellingen van [eisers gezamenlijk] besloten ligt dat [gedaagde 2] jegens [eisers gezamenlijk] onrechtmatig heeft gehandeld omdat hij de verkoper in 2012 onjuist heeft geadviseerd over hetgeen tot kavel 2 behoorde, volgt de rechtbank hem daarin ook niet. Het geschil over wat er tot het verkochte behoorde, is – in de eerste plaats – een geschil tussen koper en verkoper. Feiten of omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat [gedaagde 2] in dit verband onrechtmatig jegens [eisers gezamenlijk] heeft gehandeld, zijn niet gebleken. Daar komt bij dat de schade die [eisers gezamenlijk] stelt te hebben geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van [gedaagde 2] de kosten zijn voor de aanschaf van een andere hoogspanningsruimte met transformator, door [eisers gezamenlijk] geschat op € 98.970,00. Deze schade is veroorzaakt doordat de “trafo” niet meer aan [eisers gezamenlijk] kon worden geleverd nadat deze op 3 december 2012 was (door)geleverd aan [naam 1, 2 en 3 gezamenlijk] (zie 2.9). Als veronderstellenderwijs met [eisers gezamenlijk] tot uitgangspunt wordt genomen dat het transformatorhuis tot kavel 2 behoorde, ligt het in de rede dat de verkoper wordt aangesproken tot vergoeding van deze schade. Door [eisers gezamenlijk] is onvoldoende toegelicht op welke grond deze schade voor vergoeding door [gedaagde 2] in aanmerking komt.

4.8.

De op onrechtmatige daad en (toerekenbare) tekortkoming gebaseerde ontbindings- en schadevergoedingsvorderingen zijn gelet op het voorgaande niet toewijsbaar. De onder IV. gevorderde verklaring voor recht is derhalve evenmin toewijsbaar. De onder I. gevorderde verklaring voor recht is bij deze stand van zaken bij gebrek aan belang niet toewijsbaar. De onder II. sub A gevorderde verklaring voor recht is niet toewijsbaar omdat de verkoper niet in dit geding is betrokken, zodat de rechtbank in dit geding geen verklaring voor recht kan uitspreken over de rechtsverhouding tussen [eisers gezamenlijk] en die verkoper.

4.9.

Ook de vorderingen die berusten op het standpunt dat sprake is van dwaling, inclusief de onder III sub A gevorderde verklaring voor recht, dienen te worden afgewezen. Gesteld noch gebleken is immers dat [eisers gezamenlijk] heeft gedwaald bij het aangaan van de gebruikersovereenkomst met [gedaagde 2]. Voor zover [eisers gezamenlijk] een beroep beoogde te doen op de vernietigbaarheid van de koopovereenkomst, diende [eisers gezamenlijk] de verkoper in rechte te betrekken.

4.10.

Nu de vorderingen van [eisers gezamenlijk] worden afgewezen, dient (ook) de vordering tot het betalen van buitengerechtelijke incassokosten te worden afgewezen.

4.11.

Hetgeen partijen verder over en weer hebben aangevoerd, behoeft geen behandeling. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan beantwoording van de vraag of het transformatorhuis onder het verkochte viel.

4.12.

[eisers gezamenlijk] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde 2] worden begroot op:

- griffierecht € 3.829,00

- salaris advocaat € 2.842,00 (2,0 punten × tarief € 1.421,00)

Totaal € 6.671,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eisers gezamenlijk] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde 2] tot op heden begroot op € 6.671,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Korsten - Krijnen, rechter, bijgestaan door mr. E.J. van Veelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2015.1

1 *