Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:4393

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
13-07-2015
Datum publicatie
13-07-2015
Zaaknummer
C/13/588133 / KG ZA 15-681 MvdV/Sv
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming ADM-terrein afgewezen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang. Gebruikers dienen eigenaren wel toegang tot het ADM-terrein te verschaffen voor bezichtigingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/588133 / KG ZA 15-681 MvdV/SvE

Vonnis in kort geding van 13 juli 2015

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHIDDA VASTGOED B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMSTELIMMO B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen in conventie bij dagvaarding van 18 juni 2015,

verweersters in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. A.J. Bakhuijsen te Amsterdam,

tegen

1. HEN DIE VERBLIJVEN OP OF IN DE ONROERENDE ZAAK/REGISTERGOED, OF EEN GEDEELTE DAARVAN, BESTAANDE UIT BEDRIJFSTERREIN MET BIJBEHOREND WATER, DAAROP STAANDE OPSTALLEN, OMVATTEND BEDRIJFSGEBOUWEN EN EEN TWEETAL WONINGEN MET AANHORIGHEDEN, KADE EN VERDERE TOEBEHOREN, STAANDE EN GELEGEN AAN DE HORNWEG TE AMSTERDAM, KADASTRAAL BEKEND GEMEENTE SLOTEN (N.H.) SECTIE K NUMMER 2981, GEMEENTE SLOTEN (N.H.) SECTIE K NUMMER 2982 EN GEMEENTE SLOTEN (N.H.) SECTIE K NUMMER 2119, VOLGENS HET KADASTER PLAATSELIJK BEKEND ALS WESTHAVEN EN HORNWEG 2,

van wie zijn verschenen:

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

[gedaagde sub 1] ,

allen wonende te Amsterdam,

gedaagden in conventie,

de verschenen gedaagden tevens eisers in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat van de verschenen gedaagden mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

2. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

3. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

4. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

5. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

6. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

7. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

8. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

9. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

10. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

11. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

12. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

13. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

14. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

15. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

16. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

17. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

18. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

19. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

20. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

21. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

22. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

23. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

24. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

25. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

26. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

27. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

28. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

29. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

30. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

31. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

32. de stichting

STICHTING ROBODOCK,

gedaagde,

niet verschenen,

33. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

34. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

35. de stichting

STICHTING FAIR FUN,

gedaagde,

niet verschenen,

36. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

37. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

38. de stichting

STICHTING SCUMBEAST CREATIE EN DESIGN,

gedaagde,

niet verschenen,

39. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

40. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

41. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

42. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

43. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

44. de stichting

STICHTING ADM LEEFT,

gedaagde,

niet verschenen,

45. de vennootschap onder firma

ECO LIVE,

gedaagde,

niet verschenen,

46. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

47. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

48. de stichting

STICHTING ‘DE OVERLEVERING’,

gedaagde,

niet verschenen,

49. de stichting

STICHTING PAPILLON,

gedaagde,

niet verschenen,

50. de stichting

STICHTING DUIXEND X DUIZEND,

gedaagde,

niet verschenen,

51. de stichting

STICHTING ANTI-DELUSION MECHANISM,

gedaagde,

niet verschenen,

52. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

53. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

54. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

55. de stichting

STICHTING ARNO FOREVER,

gedaagde,

niet verschenen,

56. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

57. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

58. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

59. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

60. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

61. de vennootschap onder firma

ZEILKOTTER,

gedaagde,

niet verschenen,

62. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

63. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

64. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

65. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

66. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

67. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

68. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

69. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

70. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

71. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

72. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

73. [gedaagde],

gedaagde,

advocaat mr. B. Mous te Amsterdam,

74. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

75. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

niet verschenen,

76. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

77. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

78. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

79. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

80. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

81. [gedaagde],

gedaagde,

in persoon verschenen,

82. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. C.J.P. Liefting te Amstelveen,

83. [gedaagde],

gedaagde,

advocaat mr. B. Mous te Amsterdam,

84. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

85. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

86. [gedaagde],

gedaagde,

advocaat mr. B. Mous te Amsterdam,

87. [gedaagde],

gedaagde,

advocaat mr. B. Mous te Amsterdam,

88. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

89. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

90. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

91. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

92. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

93. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

94. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

95. [gedaagde],

gedaagde,

advocaat mr. B. Mous te Amsterdam,

96. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

97. [gedaagde],

gedaagde,

advocaat mr. B. Mous te Amsterdam,

98. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

99. [gedaagde],

gedaagde,

advocaat mr. B. Mous te Amsterdam,

100. [gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. R.K. Uppal te Amsterdam,

101. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

102. [gedaagde],

gedaagde,

in persoon verschenen,

103. [gedaagde],

gedaagde,

in persoon verschenen,

104. [gedaagde],

gedaagde,

in persoon verschenen,

105. [gedaagde],

gedaagde,

in persoon verschenen,

106. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

107. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

108. [gedaagde],

gedaagde,

in persoon verschenen,

109. [gedaagde],

gedaagde,

in persoon verschenen,

110. [gedaagde],

gedaagde,

in persoon verschenen,

111. [gedaagde],

gedaagde,

in persoon verschenen,

112. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

113. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

114. [gedaagde],

gedaagde,

niet verschenen,

allen wonende of gevestigd te Amsterdam.

Eiseressen zullen hierna gezamenlijk (in vrouwelijk enkelvoud) Chidda c.s. worden genoemd. De verschenen gedaagden zullen hierna gezamenlijk de gebruikers worden genoemd.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 29 juni 2015 heeft Chidda c.s. gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij haar eis jegens gedaagde sub 113 ter zitting heeft ingetrokken en haar eis jegens gedaagden sub 102 tot en met 111 en 114 bij faxbericht van 30 juni 2015 heeft ingetrokken. De gebruikers hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Zowel mr. Uppal als mr. Liefting hebben namens hun cliënt(en) tevens een (voorwaardelijke) eis in reconventie ingesteld, welke hierna onder 4.1. en 4.2. staan vermeld. Chidda c.s. heeft de vorderingen in (voorwaardelijke) reconventie bestreden. Chidda c.s. en mrs. Uppal en Liefting hebben producties in het geding gebracht. Mr. Bakhuijsen, mr. Uppal en mr. Mous hebben het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen. Tegen de niet verschenen gedaagden is verstek verleend. Na afloop van de zitting hebben de voorzieningenrechter en de griffier in aanwezigheid van (een deel van) partijen een bezoek gebracht aan het ADM-terrein.

Ter terechtzitting waren, voor zover van belang, aanwezig:

aan de zijde van Chidda c.s.: [mediator] (mediator), [algemeen medewerker] (algemeen medewerker) en [financieel directeur] (financieel directeur bij Koole Maritiem B.V.) met mr. Bakhuijsen;

aan de zijde van de gebruikers: gedaagden sub 3, 4, 7, 15, 19, 20, 22, 25, 27, 28, 30, 34, 39, 41, 43, 46, 52, 53, 58, 62, 63, 65, 67, 69, 70, 71, 77, 81, 82, 86, 102, 103, 104, 105, 108, 109, 110, 111, mr. Uppal, bijgestaan door mr. M. Schuckink Kool, mr. M. van Hulst, mr. M. Wijngaarden en mr. J. Rutteman en mrs. Mous en Liefting.

2 De feiten

2.1.

Chidda c.s. is sinds 2 mei 1997 eigenaar van Complex Westhaven te Amsterdam, plaatselijk bekend als Westhaven en Hornweg 2. Een gedeelte van het complex is omheind en afgesloten door een hekwerk met een toegangspoort. Het gedeelte achter het hek omvat de voormalige ADM-scheepswerf, bestaande uit twee bedrijfsgebouwen – een grote loods en een kantorengebouw – met het bijbehorende terrein, twee bedrijfswoningen en de ADM-haven (hierna het ADM-terrein). Complex Westhaven omvat verder – buiten de hekken – een groot onbebouwd en gedeeltelijk verhard terrein (hierna het buitenterrein).

Complex Westhaven is in 1970 door de gemeente Amsterdam verkocht aan Amsterdamsche Droogdok Maatschappij N.V., die de juridische eigendom van het complex in 1987 heeft ingebracht in Complex Westhaven B.V.

In 1987 is het ADM-terrein voor het eerst gekraakt, om vervolgens in 1992 te worden ontruimd.

2.2.

In de leveringsakte van 2 mei 1997, waarin Complex Westhaven B.V. als verkoper staat genoemd en Chidda c.s. als koper, staat, voor zover relevant, het volgende:

BIJZONDERE LASTEN EN BEPERKINGEN/BIJZONDERE VERPLICHTINGEN.

(…)

Artikel 2

Bestemming

1. Het terrein (…) is bestemd voor het daarop vestigen van een bedrijf, dat ten doel heeft het herstellen en bouwen van schepen, machines en werktuigen met alles wat daartoe behoort, het exploiteren van droogdokken, scheepswerven en de daaraan inherente fabrieken en het verrichten van alle handelingen, welke in de ruimste zin daarmee in verband staan, daaruit voortvloeien of daaraan bevorderlijk kunnen zijn.

(…)

Artikel 20

Verkoop

Indien koper tot verkoop van terrein (…) of een gedeelte daarvan mocht besluiten, is hij verplicht de Gemeente hiervan in kennis te stellen, die alsdan het recht zal hebben en daartoe door koper in de gelegenheid zal worden gesteld als eerste gegadigde het terug te kopen, tegen een prijs, welke alsdan voor vergelijkbare terreinen in de haven zal gelden.

Artikel 21

Verplichtingen van opvolgende eigenaren

1. De hiervoor op de koper gelegde verplichtingen en de hem gestelde verbodsbepalingen zullen op alle opvolgende eigenaren, erfpachters, opstalhouders of vruchtgebruikers toepasselijk zijn.

(…)

Artikel 22

Bepalingen bij verdere overdracht terrein

Bij elke verdere overdracht van het terrein of een gedeelte daarvan in eigendom, dan wel uitgifte daarvan in erfpacht, opstal of vruchtgebruik, zullen ten behoeve der Gemeente in elke daartoe op te maken akte (…) de bepalingen, vervat in de artikelen (…) 2, eerste (…) lid (…) 12, tweede lid, tot en met 21 en in dit artikel (22) worden opgenomen (…)”

2.3.

In oktober 1997 is het ADM-terrein wederom gekraakt. Het terrein is door de krakers omgedoopt tot ‘Krakers Dorp ADM’, waarbij ADM staat voor ‘Amsterdamse Doe-het-zelf Maatschappij’. Op het ADM-terrein wonen en werken thans meer dan 100 mensen. De meeste gebruikers wonen in op het terrein geplaatste caravans, zelfgebouwde hutten, woonwagens en verschillende vaartuigen op het ADM-water. Ook een gedeelte van het buitenterrein is geleidelijk door een groot aantal personen in gebruik genomen. Zij verblijven daar in caravans, auto’s en tenten.

2.4.

Chidda c.s. heeft het ADM-water met ingang van 26 april 2007 op basis van een overeenkomst tot wederopzegging in gebruik gegeven aan de gemeente Amsterdam (Haven Amsterdam). Deze overeenkomst is door Chidda c.s. opgezegd tegen 1 juli 2015.

2.5.

De gemeente Amsterdam (Haven Amsterdam) heeft op 7 juli 2007 een vaststellingsovereenkomst gesloten met de vereniging Krakend ADM en een aantal individuele gebruikers van het ADM-water en het daaraan grenzende ADM-terrein. In de vaststellingsovereenkomst is onder meer opgenomen dat de individuele gebruikers zich jegens de gemeente verbinden om uiterlijk op 4 januari 2010 de door de gemeente aan hen ter beschikking gestelde tijdelijke plaatsen en ADM-water te verlaten.

2.6.

Op 3 juli 2013 heeft de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan ‘Amerikahaven’ vastgesteld. Het ADM-terrein heeft daarbij de bestemming Bedrijf – 1 en het waterperceel de bestemming Water 2 gekregen. De op de plankaart voor Bedrijf-1 aangewezen gronden zijn bestemd voor havengebonden bedrijven, die vallen in categorie 1, 2, 3, 4 of 5 van de van deze regels deel uitmakende Staat van Inrichtingen bestemmingsplan Amerikahaven. In de Staat van Inrichtingen is onder meer opgenomen ‘Scheepsbouw, reparatiebedrijven en scheepssloperijen’.

2.7.

Chidda c.s. heeft in augustus 2014 contact gezocht met de gebruikers van het ADM-terrein. Chidda c.s. wilde toegang tot het terrein om dit met derden te bezichtigen, het te inventariseren en werkzaamheden op het terrein uit te voeren, omdat zij doende is een economische invulling aan het terrein te geven. Zij heeft overleg gehad met onder andere [gedaagde sub 67] (gedaagde sub 67), bestuurder van de vereniging Krakend Nederland. Dit overleg heeft niet geleid tot afspraken.

2.8.

Op 12 januari 2015 heeft Chidda c.s. vier gebruikers van het ADM-terrein – [gedaagde sub 67], [gedaagde sub 10], [gedaagde sub 43] en [gedaagde sub 71] – in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van deze rechtbank en gevorderd hen op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen Chidda c.s. op werkdagen van 09.00 uur tot 17.00 uur vrije en onbelemmerde toegang te verlenen tot het ADM-terrein en de daarop gevestigde bedrijfshallen voor bezichtigingen, alsmede toe te staan dat Chidda c.s. werkzaamheden doet uitvoeren als nader omschreven in de dagvaarding. Bij vonnis van 25 maart 2015 heeft de voorzieningenrechter de vorderingen van Chidda c.s. afgewezen. In het vonnis staan onder meer de volgende overwegingen:

“4.6. (…) Nu Chidda c.s. voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat toegang tot het ADM-terrein noodzakelijk is om de mogelijkheden van een scheepsontmanteling bedrijf op het ADM-terrein te onderzoeken, heeft zij naar het oordeel van de voorzieningenrechter een gerechtvaardigd belang bij toegang tot het ADM-terrein. (…)

4.7.

Dat Chidda c.s. een gerechtvaardigd belang heeft bij toegang tot het ADM-terrein betekent echter niet dat de vorderingen van Chidda c.s. zullen worden toegewezen. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter dat Chidda c.s. slechts vier van de ongeveer 100 bewoners van het ADM-terrein in rechte heeft betrokken. Dit betekent dat de vorderingen ook slechts tegen deze vier bewoners kunnen worden toegewezen. (…) De voorzieningenrechter komt dan ook tot de conclusie dat Chidda c.s. onvoldoende belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen, nu de uitvoering daarvan gemakkelijk kan worden tegengehouden door de overige bewoners, hetgeen naar verwachting ook zal gebeuren gelet op de geschiedenis van de (voormalig) eigenaar van het ADM-terrein en de bewoners, zodat uitvoering van dit vonnis praktisch onmogelijk is. De vorderingen zullen dan ook om die reden worden afgewezen.”

2.9.

Bij deze rechtbank is thans een bodemprocedure aanhangig tussen Chidda c.s. en (een groot deel van) gedaagden, waarin Chidda c.s. ontruiming van Complex Westhaven vordert.

2.10.

Bij besluit van 30 april 2015 heeft de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Amstelimmo B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een schuifdeur in de oostgevel van de bedrijfsloods op de locatie Hornweg 6 te Amsterdam.

2.11.

In opdracht van Chidda c.s. is door Rotteveel M4 een ontwikkelingsstudie verricht naar de (her)ontwikkeling van het ADM terrein. Daarbij is het terrein in vijf kavels verdeeld zoals op bijgaand kaartje is aangegeven:

2.12.

Op 22 mei 2015 heeft Chidda c.s. met betrekking tot kavel 2 een huurovereenkomst gesloten met Koole Maritiem B.V. (hierna Koole) voor het gebruik van een gedeelte van Complex Westhaven (de loods, groot ca. 3.000 m2 met ca. 50.000 m2 omliggende grond; hierna ook kavel 2). In de huurovereenkomst staat dat het gehuurde door of vanwege huurder zal worden bestemd om te worden gebruikt als werf voor het repareren, bouwen en demonteren van schepen, machines en werktuigen, en handelingen die daarmee in verband staan, daaruit voortvloeien of daaraan bevorderlijk kunnen zijn. Ook staat in de huurovereenkomst dat deze is aangegaan voor de duur van vijf jaar, ingaande op 1 augustus 2015 of zoveel later als verhuurder het gehuurde aan huurder kan opleveren, doch niet later dan 1 oktober 2015, en dat verhuurder, wanneer hij het complex waarvan het gehuurde deel uitmaakt wil renoveren, dan wel dit (grotendeels) kan verhuren, verpachten en/of verkopen, aan huurder de huurovereenkomst en het gebruik van het gehuurde tussentijds kan opzeggen met een termijn van zes maanden.

De huurovereenkomst is door Koole geparafeerd, maar niet ondertekend.

2.13.

Chidda c.s. en Koole hebben op 22 mei 2015 tevens een huurovereenkomst gesloten voor het gebruik van het ADM-water. In de huurovereenkomst staat dat het gehuurde door of vanwege huurder zal worden bestemd om te worden gebruikt voor het tijdelijk af- en aanmeren van zee- en binnenvaartschepen, duwbakken en coasters, laden en lossen, en handelingen die daarmee in verband staan, daaruit voortvloeien of daaraan bevorderlijk kunnen zijn. Ook staat in de huurovereenkomst dat deze is aangegaan voor de duur van vijf jaar, ingaande op 1 augustus 2015 of zoveel later als verhuurder het gehuurde aan huurder kan opleveren en dat verhuurder, wanneer hij het complex waarvan het gehuurde deel uitmaakt wil renoveren, dan wel dit (grotendeels) kan verhuren, verpachten en/of verkopen, aan huurder de huurovereenkomst en het gebruik van het gehuurde tussentijds kan opzeggen met een termijn van zes maanden.

3 Het geschil in conventie

3.1.

Chidda Vastgoed c.s. vordert – samengevat – gedaagden hoofdelijk op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen het ADM-terrein voor 1 augustus 2015 te ontruimen, onder bepaling dat dit vonnis van kracht blijft tot het vonnis in de bodemprocedure onherroepelijk is geworden en ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voor doet, gedaagden hoofdelijk op straffe van verbeurte van een dwangsom te veroordelen Chidda c.s. en de haren onmiddellijk na betekening van dit vonnis op werkdagen van 09:00 tot 17:00 uur voor bezichtigingen onbelemmerd en vrije toegang te verlenen tot het ADM-terrein, met veroordeling van gedaagden in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

De gebruikers voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 Het geschil in (voorwaardelijke) reconventie

4.1.

Mr. Uppal heeft namens zijn cliënten gevorderd, in het geval de vordering tot ontruiming wordt toegewezen, aan Chidda c.s. een geldboete op te leggen van € 50.000,- per maand voor iedere maand dat het gehuurde door Koole niet in gebruik is genomen na 1 oktober 2015, met veroordeling van Chidda c.s. in de proceskosten in reconventie.

4.2.

Mr. Liefting heeft namens zijn cliënt, [gedaagde sub 82] (gedaagde sub 82, hierna [gedaagde sub 82]), gevorderd te bepalen dat Chidda c.s. de aanwezigheid, althans het verblijfsrecht, althans het woonrecht van [gedaagde sub 82] (en zijn gezin) dient te gedogen, bij gebreke waarvan Chidda c.s. een boete verbeurt van € 5.000,- voor iedere keer of iedere poging dat hiermee in strijd wordt gehandeld, met veroordeling van Chidda c.s. in de proceskosten.

4.3.

Chidda c.s. voert verweer.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie en in reconventie

Ontruiming

5.1.

Als onbetwist staat vast dat de gebruikers – met uitzondering van [gedaagde sub 82], waarover in r.o. 5.11. meer – thans zonder recht of titel op het ADM-terrein verblijven, waarmee zij onrechtmatig jegens Chidda c.s. handelen. Een vordering tot ontruiming is in kort geding evenwel slechts toewijsbaar, indien de eigenaar van de onroerende zaak daarbij een spoedeisend belang heeft, waarbij als uitgangspunt heeft te gelden dat ontruiming niet tot ongerechtvaardigde leegstand mag leiden.

5.2.

De gebruikers betwisten dat Chidda c.s. een spoedeisend belang heeft bij ontruiming. Zij voeren daartoe aan dat sprake lijkt te zijn van een schijnovereenkomst tussen Chidda c.s. en Koole. De plannen van Koole met het ADM-terrein zijn economisch niet haalbaar. Voor zover al sprake is van een echte huurovereenkomst tussen Chidda c.s. en Koole zijn volgens de gebruikers de plannen niet reëel voorzover er vanuit wordt gegaan dat Koole het terrein op korte termijn in gebruik kan gaan nemen. De gebruikers hebben aangevoerd dat eerst de benodigde (omgevings)vergunning(en) zal/zullen moeten worden afgegeven. Onduidelijk is wat de gemeente van de plannen vindt, en in hoeverre zij toestemming zal verlenen. Ook is gewezen op (de verplichtingen die voorvloeien uit) de Flora- en faunawet. De gebruikers hebben een zwaarwegend belang bij het (tijdelijk) voortgezet gebruik van het ADM-terrein. Zij wonen en werken er al jaren en ontruiming zal waarschijnlijk tot gevolg hebben dat zij dakloos worden, hetgeen een noodsituatie oplevert. Toewijzing van de vordering levert een inbreuk op het huisrecht en het privéleven (artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) van de gebruikers op, alsmede schending van het Verdrag voor de Rechten van het Kind, aldus de gebruikers.

5.3.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Ter zitting heeft Chidda c.s. nader toegelicht dat de huurovereenkomsten met Koole zien op kavel 2 en het ADM-water (zie 2.11). Voor de overige kavels heeft Chidda c.s. diverse makelaars ingeschakeld om deze voor haar te verhuren aan scheepswerf gerelateerde bedrijven. Voor dit gedeelte van het ADM-terrein (het buitenterrein daaronder begrepen) zijn thans nog geen geïnteresseerden gevonden. Chidda c.s. heeft onvoldoende concreet inzichtelijk gemaakt dat deze kavels op korte termijn kunnen worden verhuurd en door huurders in gebruik kunnen worden genomen. Ontruiming van dit deel van het ADM-terrein - dus niet zijnde kavel 2 en het water - is om deze reden prematuur. De vordering tot ontruiming zal in zoverre dan ook vanwege het ontbreken van spoedeisend belang worden afgewezen.

5.4.

De vraag die resteert is of Chidda c.s. een spoedeisend belang heeft bij ontruiming van kavel 2 en het ADM-water. Chidda c.s. heeft in dit verband gewezen op de met Koole gesloten huurovereenkomsten, op grond waarvan zij kavel 2 en het ADM-water op uiterlijk 1 oktober 2015 respectievelijk 1 augustus 2015 aan Koole ter beschikking dient te stellen. Koole wil dit terrein huren teneinde hierop een bedrijf te exploiteren dat zich richt op scheepsontmanteling. Anders dan de gebruikers hebben aangevoerd is voorshands aannemelijk dat de plannen die Koole heeft met kavel 2 en het ADM-water op zich kunnen passen in het vigerende bestemmingsplan. Hoewel de gebruikers terecht hebben aangevoerd dat vraagtekens gezet kunnen worden bij de (inhoud van de) door Chidda c.s. overgelegde huurovereenkomsten, zijn er voorshands onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat sprake is van schijnovereenkomsten tussen Chidda c.s. en Koole, mede gelet op de toelichting ter zitting van de financieel directeur van Koole de heer [financieel directeur]. Dit betekent echter niet dat de ontruimingsvordering voor dit deel van het terrein zal worden toegewezen. De gebruikers hebben er namelijk terecht op gewezen dat van reëel zicht op ingebruikname van het ADM-terrein door Koole op korte termijn geen sprake is. Hierover overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

5.5.

Chidda c.s. heeft ter zitting nader uiteengezet welke werkzaamheden zij nog zal moeten (doen) uitvoeren voordat zij het gehuurde aan Koole zal kunnen opleveren. De werkzaamheden bestaan onder meer uit het aanleggen van parkeerplaatsen, het herstellen van wegen en verlichting, het herstellen van de loods en het plaatsen van een schuifdeur. De loods verkeert in een zeer slechte staat, omdat sinds de oplevering in 1965 geen onderhoud is gepleegd. Dit blijkt onder meer uit het bouwkundig rapport van Silo architecten dat als productie 11 door mr. Uppal is overgelegd. Ook Koole dient volgens Chidda c.s. nog werkzaamheden uit te voeren voordat zij het gehuurde in gebruik kan gaan nemen, waaronder het monteren en installeren van havenkranen, het aanleggen van de nodige kade- en havenvoorzieningen, het bedrijfsklaar maken en inrichten van de loods en het aanleggen van een weg. Er dient derhalve nogal wat te gebeuren voordat Koole het gehuurde daadwerkelijk in gebruik kan gaan nemen.

5.6.

De gebruikers hebben aangevoerd dat Chidda c.s. en/of Koole naar alle waarschijnlijkheid (een) omgevingsvergunning(en) nodig heeft voor (een deel van) de uit te voeren werkzaamheden. Chidda c.s. heeft dit betwist. Volgens haar zijn de uit te voeren werkzaamheden niet vergunningplichtig. De voorzieningenrechter kan in dit kort geding niet vaststellen dat reeds nu (een) omgevingsvergunning(en) nodig is/zijn voor de al geplande werkzaamheden. Dat komt omdat de werkzaamheden slechts zeer globaal zijn omschreven. Dit neemt evenwel niet weg dat aannemelijk is dat bij de nadere concretisering van de plannen zal blijken dat werkzaamheden zullen moeten worden verricht waarvoor wel een vergunning nodig is. Gelet op de ernstig verwaarloosde staat waarin het ADM-terrein en de daarop staande loods zich bevinden – de voorzieningenrechter heeft dit met eigen ogen geconstateerd – ligt dit voor de hand.

Daar komt bij dat onbekend is welk standpunt de gemeente inneemt met betrekking tot de plannen van Chidda c.s. en Koole. Gelet op de vergaande strekking van die plannen en de vertraging die kan ontstaan indien de gemeente geen groen licht geeft, had het op de weg van Chidda c.s. gelegen hierover duidelijkheid te verschaffen. Nu zij dit heeft nagelaten, is niet voldoende duidelijk dat de plannen op korte termijn daadwerkelijk uitvoerbaar zullen zijn.

5.7.

Daar komt tenslotte bij dat de gebruikers gemotiveerd uiteen hebben gezet dat uit een natuurtoets die in 2010 door de Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Amerikahaven’, waarbinnen het ADM-terrein gelegen is, blijkt dat op terreinen verspreid over het hele plangebied soorten voorkomen die op grond van de Flora- en faunawet beschermd worden. In een aantal gevallen zijn dat soorten waarvoor een zodanig zwaar beschermingsregime geldt dat het niet is toegestaan verstorende werkzaamheden uit te voeren zonder dat eerst is onderzocht of een ontheffing nodig is op grond van de Flora- en faunawet. Chidda c.s. zal derhalve onderzoek moeten laten doen naar de aanwezige natuurwaarden op het ADM-terrein en, indien nodig, een ontheffing moeten aanvragen, dan wel in het kader van een aanvraag van een omgevingsvergunning een verklaring van geen bedenkingen voordat zij met de werkzaamheden op het ADM-terrein kan beginnen. De aanwezigheid van in ieder geval (door de Flora- en faunawet beschermde) rugstreeppadden en vleermuizen op het ADM-terrein is gelet op meer en minder recent onderzoek aannemelijk, aldus de gebruikers.

Chidda c.s. heeft het voorgaande niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist. Zij heeft slechts gesteld dat als de nodige maatregelen worden getroffen, er geen belemmeringen zijn en dat er een scherm zal worden geplaatst om te voorkomen dat de aangetroffen rugstreeppad het land (weer) op komt. Dit is echter een weinig concrete reactie. Dat zij op korte termijn met haar werkzaamheden kan beginnen vloeit daaruit niet voort.

5.8.

Gelet op het voorgaande zitten er nogal wat haken en ogen aan de ontwikkeling. Het is niet waarschijnlijk dat kavel 2 en de overige kavels op korte termijn in gebruik kunnen worden genomen. De gebruikers daarentegen hebben een zwaarwegend belang bij het (tijdelijk) voortgezet gebruik van deze kavel. Zij wonen en werken er al jaren – sommigen zelfs al 18 jaar – en een aantal van hen hebben er een gezin gesticht en wonen er met hun kinderen. Ontruiming van het ADM-terrein zal voor hen grote gevolgen hebben. In het licht hiervan is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van de gebruikers op dit moment zwaarder weegt dan het belang van Chidda c.s. bij ontruiming. Dit betekent dat ook de vordering tot ontruiming van kavel 2 van het ADM-terrein zal worden afgewezen vanwege het ontbreken van spoedeisend belang aan de zijde van Chidda c.s. De vordering tot ontruiming van het ADM-water zal eveneens worden afgewezen, nu Koole ter zitting desgevraagd heeft verklaard geen belang te hebben bij gebruik van alleen het ADM-water.

5.9.

Ten aanzien van de niet verschenen gedaagden geldt dat ook jegens hen de ontruimingsvordering zal worden afgewezen. Chidda c.s. heeft geen (spoedeisend) belang bij gedeeltelijke ontruiming van het terrein door alleen de niet verschenen gedaagden.

5.10.

Nu de ontruimingsvordering niet zal worden toegewezen, is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder de vordering in reconventie van mr. Uppal is ingesteld. Het dictum bevat dan ook geen beslissing daaromtrent.

5.11.

Ten aanzien van de vordering in reconventie van [gedaagde sub 82] overweegt de voorzieningenrechter het volgende. [gedaagde sub 82] heeft aangevoerd dat hij niet zonder recht of titel op het ADM-terrein verblijft omdat hij indertijd door de heer [voormalig eigenaar] (de voormalig eigenaar) is aangesteld als bewaker en bewaarder van het terrein en in die hoedanigheid op het terrein mocht wonen. [gedaagde sub 82] heeft dit echter niet, bijvoorbeeld aan de hand van verklaringen, aannemelijk gemaakt. Gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door Chidda c.s. is dan ook onvoldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde sub 82] inderdaad toestemming had om op het terrein te wonen. De reconventionele vordering van [gedaagde sub 82] zal dan ook worden afgewezen.

Toegang tot het terrein

5.12.

Wat betreft de vordering van Chidda c.s. om haar op werkdagen van 9.00 uur tot 17.00 uur vrije en onbelemmerde toegang tot het ADM-terrein en de zich daarop bevindende panden te verlenen overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Zoals reeds in het vonnis van 25 maart 2015 (zie 2.8) is overwogen, heeft als uitgangspunt te gelden dat een eigenaar het recht heeft zijn eigendom te bezichtigen. Chidda c.s. heeft hierbij naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook een gerechtvaardigd en spoedeisend belang, aangezien zij doende is het ADM-terrein te verhuren en bezichtigingen noodzakelijk zijn om de plannen met betrekking tot de verhuur aan Koole van kavel 2 nader te concretiseren en geïnteresseerde huurders in staat te stellen zich een beeld te vormen van de andere kavels van het ADM-terrein. De gebruikers hebben dit in zoverre ook niet betwist. Zij verzetten zich echter tegen vrije en onbelemmerde toegang van Chidda c.s. tot het ADM-terrein. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Chidda c.s toegang tot het terrein dien te krijgen om de plannen te kunnen uitwerken, maar dat vrije en onbelemmerde toegang van Chidda c.s. tot het ADM-terrein op de door haar gevorderde uren teveel ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van de gebruikers, die op het terrein wonen en werken. De vordering van Chidda c.s. zal dan ook worden toegewezen in die zin dat zal worden bepaald dat de gebruikers, nadat zij daartoe minimaal 24 uur van tevoren van Chidda c.s. per e-mail een aankondiging hebben ontvangen met daarin het tijdstip en de namen van de bezoekers, Chidda c.s. toegang dienen te verlenen tot het ADM-terrein. De voorzieningenrechter bepaalt hierbij dat het voldoende is dat Chidda c.s. de desbetreffende e-mail aan [gedaagde sub 67] toezendt. Uiteraard staat het partijen vrij af te spreken dat Chidda c.s. de e-mails naar een van de andere gebruikers zendt.

De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

De voorzieningenrechter merkt hier voor de volledigheid op dat de dwangsom niet kan worden verbeurd door die gedaagden jegens wie de vorderingen door Chidda c.s. zijn ingetrokken.

5.13.

De vordering jegens de niet verschenen gedaagden komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen in dezelfde zin als tegen de gebruikers.

Proceskosten

5.14.

Aangezien beide partijen gedeeltelijk in het (on)gelijk zijn gesteld, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna te melden.

5.15

Nu Chidda c.s. de vordering tegen (onder meer) gedaagden sub 102, 103, 104, 105, 108, 109, 110 en 111 pas na het uitroepen van de zitting heeft ingetrokken en deze gedaagden wel ter zitting zijn verschenen en dus griffierecht zijn verschuldigd, zal Chidda c.s. wel worden veroordeeld het door hen betaalde griffierecht te vergoeden.

5.16.

[gedaagde sub 82] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. Gelet op de samenloop met de vorderingen in conventie zullen deze kosten worden begroot op nihil.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie:

6.1.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, nadat zij daartoe minimaal 24 uur van tevoren van Chidda c.s. per e-mail (aan [gedaagde sub 67] of aan een in onderling overleg af te spreken andere gebruiker) een aankondiging hebben ontvangen met daarin het tijdstip en de namen van de bezoekers, Chidda c.s. en de haren op de door haar aangegeven dag en tijdstip toegang te verlenen tot het registergoed, bestaande uit bedrijfsterrein met bijbehorend water, daarop staande opstallen, omvattend bedrijfsgebouwen en een tweetal woningen met aanhorigheden, kade en verdere toebehoren, staande en gelegen aan de Hornweg te Amsterdam, kadastraal bekend gemeente Sloten (N.H.) sectie K nummer 2981, gemeente Sloten (N.H.) sectie K nummer 2982 en gemeente Sloten (N.H.) sectie K nummer 2983, ontstaan uit gemeente Sloten (N.H.) sectie K nummer 2119, volgens het kadaster plaatselijk bekend als Westhaven en Hornweg 2,

6.2.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk aan Chidda c.s. een dwangsom te betalen van € 500,- per dag of gedeelte daarvan dat zij niet voldoen aan het bepaalde onder 6.1., tot een maximum van € 50.000,- is bereikt,

6.3.

veroordeelt Chidda c.s. in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden sub 102, 103, 104, 105, 108, 109, 110 en 111, tot op heden begroot op ieder € 285,-,

6.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.5.

compenseert de proceskosten tussen Chidda c.s. en de cliënten van mr. Uppal, mr. Mous en mr. Liefting, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie:

6.7.

weigert de gevraagde voorziening,

6.8.

veroordeelt [gedaagde sub 82] in de proceskosten, aan de zijde van Chidda c.s. tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. van der Veen, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. S. van Excel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2015.1

1 type: coll: