Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2015:4282

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
08-07-2015
Datum publicatie
13-07-2015
Zaaknummer
C-13-587444 - KG ZA 15-616
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een advocaat heeft toegezegd dat een bedrag zou worden betaald, na afgifte van een auto waarop executoriaal beslag rustte. Het desbetreffende bedrag stond op de derdenrekening van het advocatenkantoor. De advocaat heeft door de toezegging te doen zijn werkgever – een advocatenkantoor – gebonden. Dat de cliënte van de advocaat na ontvangst van de auto zich beriep op een opschortingsrecht en dat het bedrag niet meer op de derdenrekening staat, ontslaat het advocatenkantoor niet van haar eigen betalingsverplichting. Zij is – jegens de wederpartij – gehouden tot betaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/587444 / KG ZA 15-616 MvW/EJvV

Vonnis in kort geding van 8 juli 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOBLE HOUSE B.V.,

gevestigd te Almere,

eiseres bij dagvaarding van 12 juni 2015,

advocaat mr. R. Kuizenga te Almere,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagden 1],

gevestigd te [plaats],

2. [gedaagden 2],

wonende te [plaats],

gedaagden,

advocaat mr. T.C.C.J. Schonis te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Noble House, [gedaagden 1] en [gedaagden 2] genoemd worden.

1 De procedure

Ter terechtzitting van 24 juni 2015 heeft Noble House gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagden 1] en [gedaagden 2] hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.

Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

aan de zijde van Noble House:

- [naam 1], [functie],

- mr. Kuizenga voornoemd,

aan de zijde van [gedaagden 1] en [gedaagden 2]

- [naam 2], namens [gedaagden 1],

- [gedaagden 2],

- mr. Schonis voornoemd.

2 De feiten

2.1.

Noble House heeft aan Hoad Holding BV (hierna: Hoad) een Aston Martin V8 (hierna: de auto) verkocht. Noble House en Hoad zijn overeengekomen dat Noble House de auto zou restaureren.

2.2.

Tussen Noble House en Hoad is hierover een geschil ontstaan. Door Noble House is conservatoir beslag gelegd op de auto. De auto is in gerechtelijke bewaring gegeven. Bij vonnis van 4 februari 2015 van de rechtbank Midden Nederland is Hoad veroordeeld tot betaling aan Nobel House van € 44.618,98 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en vermeerderd met de proceskosten.

2.3.

Op 5 februari 2015 heeft de bestuurder van Hoad, [naam 3], zich bij de bewaarder gemeld voor afgifte van de auto. Bij e-mail van dezelfde datum heeft mr. Kuizenga, de advocaat van Noble House, aan [gedaagden 2], de advocaat van Hoad en werkzaam bij het advocatenkantoor [gedaagden 1], laten weten dat Noble House de auto pas zou vrijgeven na betaling van hetgeen op basis van het vonnis verschuldigd was.

2.4.

[gedaagden 2] heeft mr. Kuizenga laten weten dat zijn cliënte het verschuldigde bedrag naar de derdenrekening van zijn kantoor had overgemaakt en dat het bedrag naar de derdengeldrekening van het kantoor van mr. Kuizenga zal worden doorgestort op het moment dat de auto aan zijn cliënte is afgegeven. Namens mr. Kuizenga is aan [gedaagden 2] bericht dat de vordering uit hoofde van het vonnis € 55.749,86 bedroeg.

2.5.

Bij e-mail van 6 februari 2015 heeft [naam 3], namens Hoad, aan mr. Kuizenga om vrijgave van de auto gevraagd. Mr. Kuizenga heeft daarop aan [naam 3] geschreven:

Geachte heer,

Met de toezegging van uw advocaat dat heden op mijn derdenrekening een bedrag van EUR 55.749,86 wordt gestort, zal cliënt de auto afgeven. Graag een bevestiging van uw advocaat, dan kunt u voort.

2.6.

[gedaagden 2] heeft daarop aan mr. Kuizenga teruggeschreven:

Ik heb u gisteren al bevestigd, dat het bedrag waar uw cliënte recht op heeft op mijn derdenrekening staat en wordt doorgestort naar uw derdenrekening nadat de auto is afgegeven. Hierbij bevestig ik dit nogmaals.

2.7.

Op vrijdag 6 februari 2015 is de auto vrijgegeven aan Hoad.

2.8.

Op maandag 9 februari 2015 heeft [gedaagden 2] mr. Kuizenga bericht niet tot betaling te zullen overgaan. Hoad beriep zich op een opschortingsrecht, aldus [gedaagden 2].

2.9.

Op 21 maart 2015 is het bedrag dat namens Hoad op de derdenrekening van [gedaagden 1] was gestort, teruggestort aan de rechtspersoon die het bedrag had betaald.

3 Het geschil

3.1.

Noble House vordert – samengevat – veroordeling van primair [gedaagden 1] en subsidiair [gedaagden 2] tot betaling van € 55.749,86, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.

3.2.

Noble House stelt dat [gedaagden 2] namens [gedaagden 1] een onvoorwaardelijke betalingstoezegging heeft gedaan. De auto is afgegeven op basis van die toezegging, die nu niet wordt nagekomen. Als [gedaagden 2] niet [gedaagden 1] heeft gebonden, heeft hij zichzelf gebonden. Subsidiair maakt Noble House aanspraak op vervangende schadevergoeding en meer subsidiair stelt Noble House dat [gedaagden 1] onrechtmatig heeft gehandeld door het op haar derdenrekening voor Noble House gehouden bedrag naar Hoad, of een daaraan gelieerde rechtspersoon, over te maken. De schade voor Noble House is gelijk aan het verschuldigde bedrag omdat Hoad geen verhaal biedt, aldus steeds Noble House.

3.3.

[gedaagden 2] en [gedaagden 1] voeren als volgt verweer. [gedaagden 2] heeft slechts Hoad gebonden, en het is Hoad die de vordering van Noble House dient te voldoen. De namens Hoad gedane toezegging moet ook zo worden uitgelegd, dat Hoad alleen over zou gaan tot betaling als Noble House tot tevredenheid van Hoad haar verbintenissen was nagekomen. Mr. Kuizenga mocht niet begrijpen dat Hoad een bedrag van ruim € 55.000,00 zou betalen, zonder dat Hoad zou nagaan waarvoor.

Van onrechtmatig handelen is geen sprake, [gedaagden 1] dient instructies van Hoad uit te voeren. Noble House heeft ook geen schade, omdat zij haar vordering kan innen bij Hoad. [gedaagden 2] kan het beroep van Hoad op een opschortingsrecht ook niet beoordelen. Immers missen er originele onderdelen en [gedaagden 2] is geen deskundige op het gebied van auto’s. Het is maar de vraag of “de auto” is afgegeven, als onderdelen ontbreken. Aldus [gedaagden 1] en [gedaagden 2].

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar – kort gezegd – het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.2.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat van Noble House niet gevergd kan worden dat zij nog langer op betaling wacht, zodat zij voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Dat er sprake is van een restitutierisico is door [gedaagden 1] en [gedaagden 2] weliswaar gesteld, maar gelet op hetgeen hierna zal worden overwogen legt deze omstandigheid onvoldoende gewicht in de schaal.

4.3.

De voorzieningenrechter overweegt ten aanzien van de gestelde vordering van Noble House als volgt. Deze vordering is gegrond op de toezegging door [gedaagden 2]. De uitleg die [gedaagden 2] geeft aan deze toezegging, kan voorshands niet worden gevolgd. Hij heeft toegezegd dat het bedrag vanaf de derdenrekening van [gedaagden 1] zou worden doorgestort op de derdenrekening van mr. Kuizenga na afgifte van de auto. Die toezegging is ondubbelzinnig en daarin kan zeker niet het voorbehoud gelezen worden dat Hoad zich het recht voorbehield om niet te betalen indien de auto niet “aan de overeenkomst beantwoordde”, laat staan dat [gedaagden 2] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat mr. Kuizenga namens Noble House in zou stemmen met een dergelijk voorbehoud. Daarbij weegt mee dat er op dat moment executoriaal beslag rustte op de auto en de betalingsverplichting van Hoad voortvloeide uit een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde veroordeling.

4.4.

De vraag namens wie [gedaagden 2] zijn toezegging heeft gedaan, hangt af van hetgeen hij en mr. Kuizenga daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het expliciet ging om een toezegging van [gedaagden 2] als advocaat, en niet alleen maar namens Hoad, die immers bij monde van [naam 3] al betaling had toegezegd. Mr. Kuizenga mocht namens Noble House uit de verklaring ook opmaken dat [gedaagden 2] namens advocatenkantoor [gedaagden 1] optrad: [gedaagden 2] was in dienst bij [gedaagden 1] als advocaat-medewerker, sprak over de derdenrekening van het kantoor als “mijn” derdenrekening en deed zijn toezegging in zijn hoedanigheid van advocaat. Deze omstandigheden komen voor risico van [gedaagden 1] en hierdoor is – uitgaande van het verweer dat [gedaagden 2] niet bevoegd was namens [gedaagden 1] de toezegging te doen – de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid voorshands gewekt.

4.5.

[gedaagden 1] is derhalve naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter gebonden door de toezegging van haar medewerker. De toezegging ziet op het doorstorten van het op de derdenrekening gestorte bedrag en daartoe is [gedaagden 1] derhalve gehouden, omdat de auto daadwerkelijk is afgegeven. Dat er een bedrag inmiddels van haar derdengeldenrekening aan een aan Hoad gelieerde rechtspersoon is overgemaakt, maakt nakoming van deze verbintenis tot betaling van een geldsom niet blijvend onmogelijk en ontslaat [gedaagden 1] evenmin van haar betalingsverplichting jegens Noble House. In de verhouding tussen Noble House, Hoad en [gedaagden 1] dient het risico dat Hoad niet aan haar betalingsverplichting uit hoofde van het vonnis van 4 februari 2015 voldoet in de gegeven omstandigheden voorshands bij [gedaagden 1] te liggen en niet bij Noble House.

4.6.

Tegen de ingangsdatum van de gevorderde rente is geen verweer gevoerd, dat deel van de vordering is derhalve toewijsbaar zoals gevorderd.

4.7.

Tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten is geen verweer gevoerd. Het gevorderde bedrag komt de voorzieningenrechter bovendien redelijk voor, zodat dat deel van de vordering toewijsbaar is zoals gevorderd.

4.8.

Hetgeen partijen over en weer verder hebben aangevoerd, behoeft geen verdere behandeling.

4.9.

[gedaagden 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Noble House worden begroot op:

- dagvaarding € 80,47

- griffierecht 1.909,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 2.805,47.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagden 1] om aan Noble House te betalen een bedrag van € 55.749,86 (vijfenvijftigduizend zevenhonderdnegenenveertig euro en zesentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 10 februari 2015 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagden 1] om aan Noble House te betalen een bedrag van € 1.612,32 aan buitengerechtelijke kosten,

5.3.

veroordeelt [gedaagden 1] in de proceskosten, aan de zijde van Noble House tot op heden begroot op € 2.805,47,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.J. van Veelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2015.1

1 type: EJvVcoll: BB